Addendum 2: Vlees geworden woord

Gewoonlijk wordt voor de zgn. preëxistentie (het voorbestaan) van Christus, dwz. de leer dat Hij reeds bestond vóór Hij werd geboren uit Maria, het begin van het evangelie van Johannes geciteerd:

“In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. (2) Dit was in den beginne bij God. (3) Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. (4) In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen; (5) en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen… (14) Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid” (Joh. 1:1-5, 14).

Men heeft daarbij vs. 14 zo opgevat dat ‘Woord’ een naam of titel is van de Here Jezus (vandaar de hoofdletter), en dat vervolgens ingevuld in de passage vsn. 1-5. Dat zou dan bewijzen :

  • Dat Jezus bestond vanaf ‘den beginne’
  • Dat Hij vanaf ‘den beginne’ bij God was
  • Dat Hij vanaf ‘den beginne’ zelf God was
  • Dat in feite Hij de Schepper van alles is (vs. 3)

Men ziet soms hiervoor een bevestiging in vs. 5 (“de duisternis heeft het niet gegrepen”) dat zo wordt gelezen dat de zonde er niet in geslaagd is het Woord te ‘grijpen’, zoals het volk en zijn oversten niet in staat waren Jezus gedurende zijn leven op aarde te vernietigen. Maar dat alles is een onbegrijpelijk platvloerse manier om Johannes’ woorden te lezen. In hoofdstuk 2 zegt Jezus:

“Breekt deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.”

De Joden vatten dat letterlijk op en antwoorden verbijsterd:

“Zesenveertig jaren is over deze tempel gebouwd en Gij zult hem binnen drie dagen doen herrijzen?”.

Maar Johannes vertelt ons dat Jezus het bedoelde

“van de tempel zijns lichaams.”

In hoofdstuk 3 vertelt Jezus aan Nicodemus dat hij wedergeboren moet worden en ook Nicodemus vat zijn woorden letterlijk op en begrijpt Hem dus evenmin (“Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden?”). Maar Jezus bedoelt het duidelijk in symbolische zin van de ‘wedergeboorte’ (zie hoofdstuk 13). In hoofdstuk 4 zegt Jezus tegen de Samaritaanse vrouw dat ieder die drinkt van het water dat Hij te geven heeft ‘geen dorst meer zal krijgen in eeuwigheid’. Opnieuw: de vrouw vat dat letterlijk op en vindt het een aantrekkelijk aanbod:

“Here, geef mij dit water, opdat ik geen dorst heb en niet hierheen behoef te gaan om te putten.”

Opnieuw bedoelt de Here het symbolisch van het ‘water’ van de Geest. In hoofdstuk 6 zegt Jezus:

“Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven.”

Alweer vat zijn gehoor het letterlijk op en neemt aanstoot aan zijn woorden, want de consumptie van bloed was onder de Wet ten strengste verboden en mensenvlees was niet kosher. Maar Jezus bedoelde dat wij deel moeten nemen aan Hem (zie het vorige hoofdstuk), wat wij uitdrukken door deel te nemen aan ‘brood en wijn’ (zie hoofdstuk 16, ‘Brood en wijn’). En zo zouden we kunnen doorgaan. Maar tot in onze dagen zijn er mensen die zo weinig gevoel hebben voor het verheven taalgebruik in Johannes dat zij menen dat het gebed van een priester brood en wijn kunnen veranderen in het ‘echte vlees’ en het ‘echte bloed’ van Christus. Mensen hebben het taalgebruik in het evangelie van Johannes altijd al misverstaan. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat ook de inleiding van Johannes’ evangelie niet wordt verstaan.

 

Johannes begint zijn evangelie door de verlossing te beschrijven als een parallel van de materiële schepping. Vandaar zijn gebruik van dezelfde uitdrukking ‘in den beginne’ waarmee ook in het OT het boek der ‘oorsprong’ (Genesis) begint. Maar in het begin van deze nieuwe schepping was er alleen maar het woord der belofte (zie het vorige hoofdstuk). In Johannes’ verheven taalgebruik beschrijft hij dat Woord echter als iets zelfstandigs, als een dienaar die Gods wil uitvoert. Het woord was ahw. als een engel Gods, Gods afgezant; en dus was het even machtig als God Zelf (zie hoofdstuk 9, ‘Dienende geesten’). In Johannes’ voorstelling is alles, de gehele Schepping, begonnen met dat woord Gods. Zoals de psalmist zegt (Ps.33:6):

“Door het woord des Heren zijn de hemelen gemaakt,

door de adem van zijn mond al hun heer.”

Ongetwijfeld denkt hij daarbij aan het herhaalde

“en God zeide …”

van Gen. 1. Maar, zoals gezegd, in datzelfde woord lagen ook de verlossing en het leven reeds opgesloten, ‘als een licht dat schijnt in de duisternis’, een licht van hoop en verlossing. Maar de duisternis (dwz. de zondige mensheid) heeft dat licht niet begrepen, of zich niet daaraan vastgeklampt (dat is een meer waarschijnlijke betekenis van het Griekse werkwoord, dat hier is gebruikt; zie bijv. de Statenvertaling, de Leidse Vertaling en de Petrus Canisius Vertaling). Maar in onze tijd, zegt Johannes, is dat woord van belofte ‘vlees geworden’, dwz. het is niet langer een woord dat geloofd moet worden, maar nu een vervulde belofte, en in zijn taalgebruik: een mens van vlees en bloed, die we hebben kunnen aanschouwen en horen. Wie ook maar een greintje gevoel heeft voor Johannes’ verheven taalgebruik moet inzien wat hij hier bedoelt. Maar de behoefte om althans nog enige ondersteuning te vinden voor een leerstelling die verder geen steun vindt in de Bijbel, heeft vrijwel alle theologen ertoe verleid om bovengenoemde platvloerse lezing van Johannes’ woorden te verkiezen boven de kennelijk door hem bedoelde majestueuze voorstelling. Alleen zo kon in Constantijns dagen de Christus voldoende worden vergoddelijkt, en de Hervormers hebben dat niet meer willen of durven rechtzetten.

 

– Rudolf Rijkeboer

+

Voorgaande:

Het begin van Jezus #2 Aller Begin

Het begin van Jezus #3 Voorgaande Tijden

Het begin van Jezus #4 Aangekondigde te komen Verlosser

Het begin van Jezus #5 Aankondigingsteksten uit de Schrift

Het begin van Jezus #6 Beloften van innerlijke zegeningen

Het begin van Jezus #7 Een Nieuwe Adam, zoon van Abraham

Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God

Het begin van Jezus #9 Een kwestie van Toekomst

Het begin van Jezus #11 Goddelijk verwezenlijkt en niet geïncarneerd

Het begin van Jezus #12 Gezalfd na Johannes de Doper

Addendum 1: de leer van de “antichrist”

++

Aanvullende lectuur

  1. Op zoek naar antwoorden op de vraag Is er een God # 2 Pantheon van goden en feesten
  2. Voorbestaan van Christus (Voorbestaan van Christus 2)
  3. Een man die de geschiedenis van het mensdom veranderde
  4. De Dag is nabij #5 Terugkijken naar verleden
  5. De Wederkomst en de Eindtijd #5 De Verlosser uit de hemel
  6. Horen bij Christus en één worden met Christus
  7. Overwinnen in wedergeboorte
  8. Na 2020 jaar

+++

Save

Advertenties

Over Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
Dit bericht werd geplaatst in Drie-eenheid, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua en getagged met , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Addendum 2: Vlees geworden woord

  1. Pingback: De Voltooiing van de schepping 2 Goden van licht en duisternis | Broeders in Christus

  2. Pingback: De Ekklesia #6 Bad der Wedergeboorte | Broeders in Christus

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s