Het begin van Jezus #12 Gezalfd na Johannes de Doper

De meerderheid van de christenen neemt aan dat Jezus de Gezalfde werd bij de doop door Johannes de Doper in de Jordaan. Sommigen denken dat hij al van bij de aanvang der tijden de Gezalfde was, terwijl weer anderen aannemen dat Jezus pas de Gezalfde werd bij zijn ‘kruisdood‘.

Reeds zeer vroeg in de tijd werd aan de Joden een bijzondere Gezalfde ofwel Messias beloofd. Voor hen was het zeer duidelijk dat die komst in de toekomst zou afspelen en dat die persoon aldus nog geboren moest worden.

De Nieuw Testament Gezalfde

Als Jezus in het Nieuwe Testament de ‘gezalfde’ wordt genoemd, betekent dat volgens bepaalde groepen niet dat hij met echte olie is gezalfd. Zo is voor de Katholieken de zalving van Jezus van zuiver geestelijke aard. Jezus, zo zegt men, is niet ritueel door de handen van priesters gezalfd, maar rechtstreeks door de Heilige Geest.

Hierbij zien zij over het hoofd dat Jezus als een kind van devote Joden wel de traditionele geboorteritussen heeft ondergaan en daarbij door een priester is gezalfd.  Ook op latere leeftijd is Jezus meer dan één keer gezalfd geworden, maar dan door gewoon iemand uit het volk, dat dan ook zou kunnen bevestigen dat de gezalfde uit het volk zou moeten komen. Bij de besnijdenis, die Jezus ook onderging, werd hij ook letterlijk met olie gezalfd. Volgens ons kan daar bij die besnijdenis dan ook, de werkelijk zalving ook de Goddelijke Zalving gebracht hebben. De waarde die in de Joodse families aan de zalving werd gehecht werd ook hoog geschat door God. De priesters in de Joodse gemeenschap vertegenwoordigden de Allerhoogste en hun handelingen waren ter ere van God. Zo werd de menselijke zalving van ieder kind aanschouwt als een zalving voor de Allerhoogste Elohim Jehovah Yahuwah God. Door die zalving werd het kind opgenomen als een kind van God. En bij Jezus het kind van Maria was dat niet anders.

Chrisma en Myron

Zalving van de kinderen door de bisschop, bij het vormsel - Foto Parochie Sint Martinus Vlodrop

Vreemd genoeg neem de Rooms Katholieke Kerk de Joodse zalvingstraditie over en zegt daarbij dat vlak na de doop, die zij op de baby toepassen, deze baby pas als volwaardig kind van God wordt aangenomen als het gezalfd is met het Chrisma dat één van de drie ‘Heilige Oliën’ is die door de Katholieke bisschop op Witte Donderdag gewijd worden. Het Chrisma wordt bereid uit olijfolie en balsem en gebruikt na het doopsel tot zalving van de schedel van de dopeling, bij het Vormsel en wordt eveneens gebruikt bij de ambtswijding tot priester en bisschop. Ook wordt chrisma gebruikt bij de wijding van een Altaar en kerken, klokken en de pateen.

Zalving of chrismatisatie in de Koptische kerk - Sacrament van Confirmatie ook gekend als het Heilig sacrament van Myron

Ook in de Grieks Katholieke Kerk gebruikt men een zalf gelijk Chrisma dat zij myron noemen. Tegenover de Joodse handeling van ingetogenheid en enkel een betrokkenheid op een mens is bij de Katholieken een soort heiliging gekomen van voorwerpen, die dan ook dikwijls nog eens een verering kregen toegewezen, zoals bijvoorbeeld bij het zoenen van de pateen, kruisen, beelden, monstransen, enz.. In beide gemeenschappen werd het Chrisma als het sacramentele teken van het zegel van de gave van de Heilige Geest aanschouwd.

Geestelijke Reiniging, Koningszalving en Ambtsbestadiging

Cambodia's King Sihamoni on his coronation day

Ook in deze tijd zijn er nog landen waar een koningszalving gebeurt. - De Cambodjaanse vroegere balletdanser Sihamoni tot koning gezalfd op zijn kroningsdag in 2004 - Foto BBC

In Joodse gemeenschappen werd de zalving ook gebruikt om een geestelijke reiniging over iemand te brengen. in die mate werd het toegepast op de pasgeborenen van wie men wenste dat hij zou opgroeien in zuiverheid, en later bij kinderen en volwassenen om opnieuw een bedekking van de zonden te vragen, of bij ziekten. Ook hoger geplaatsten ontvingen een zalving ter bevestiging van hun titel en als reiniging om hun werk in zuiverheid van geest te volbrengen. Zo werd de eerste koning van de Israëlieten Saul zijn koningschap  toegekend in Gilgal en bezegeld met een zalving. David de tweede en belangrijkste koning van het volk Israël werd de volgende gezalfde koning en de stamvader van het geslacht van waaruit volgens het Nieuwe Testament de Messias zou voortkomen. De Gezalfde duidde in de Joodse traditie ook de koning aan en in die zin zou Jezus ook buiten de kind-zalving, de volwassen reiniging, ook een koningszalving krijgen.

Priesters en profeten werden ook gezalfd en zo zou Jezus ook naast zijn profeetschap als Hogerpriester in de orde van Melchizedek optreden.

Maar betreft die koningszalving of het zijn van de Christos of Christus verbood hij zijn leerlingen om zo over hem te spreken. Dus terwijl Jezus leefde hoorde er nog geen sprake te zijn van de koningszalving.

“Toen Jesus in de streek van Cesarea Filippi was gekomen, ondervroeg Hij zijn leerlingen: Wie zeggen de mensen, dat de Mensenzoon is? Ze zeiden: Sommigen zeggen: Johannes de Doper; anderen: Elias; weer anderen: Jeremias of een van de profeten. Hij zeide hun: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Simon Petrus antwoordde: Gij zijt de Christus, de Zoon van den levenden God! Jesus antwoordde: Zalig zijt gij, Simon, zoon van Jona; want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemel is. En Ik, Ik zeg u: gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. En u zal Ik de sleutels geven van het rijk der hemelen. En al wat ge op aarde zult binden, zal ook in de hemel gebonden zijn; en al wat ge op aarde zult ontbinden, zal ook in de hemel ontbonden zijn. Toen gebood Hij zijn leerlingen, aan niemand te zeggen, dat Hij de Christus was.” (Mattheüs 16:13-20 Canis)
“En Hij gebood hun ten strengste, hierover met niemand te spreken.” (Markus 8:30 Canis)
“En Hij verbood hun ten strengste, dit aan iemand te zeggen.” (Lukas 9:21 Canis)

Voor Jezus zijn dood verlangt Jezus dat er niet naar zijn ambtsdraging verwezen wordt. Het is daarom pas dat na de hemelvaart van Jezus de apostelen zijn ambtsnaam Christus of Gezalfde gaan gebruiken. Dikwijls gebruiken zij Jeshua‘s naam in combinatie met zijn hoedanigheid van gezalfd te zijn en zeggen dan: Jezus Christus of Christus Jezus. Eigenlijk zeggen ze daarmee, ‘Hij, Jezus is de Christus’.  De persoonlijke naam van de Nazareen Jeshua wordt dan verbonden met zijn ambt als Koning der koningen. Dat ambt kon Jezus ook maar pas opnemen als hij aan de voorwaarden voldeed om door God als die hoogste koning op aarde aanvaard te worden. Volgens die voorwaarde voor dat koningschap kon Jezus dus zeker niet een Gezalfde zijn voor dat de wereld bestond, of voor dat hij geboren werd.

Zuivering voor Moeder en Kind

Bij Joden is de besnijdenis een ceremonie.

Besnijdenis en zalving van de jonggeborene als teken van opname in de Joodse gemeenschap en het Verbond met God

Na zijn geboorte moest Maria eerst een tijd van zuivering doormaken. Na die acht dagen van reiniging voor Maria, volgens de wet van Mozes, moest nu het kind gereinigd en besneden worden. Daarvoor brachten zij Jezus naar Jeruzalem om hem aan God voor te stellen, zoals geschreven staat  in de wet van God: al wat mannelijk is en het eerst uit de moederschoot geboren wordt, zal heilig voor Jehovah genoemd worden en om een offer te brengen volgens wat gezegd is in de Thora,  een paar tortelduiven of twee jonge duiven. {Genesis 17:12 ; Exodus 13:2; Numerieken 3:13 8:16,17; Levieten 12:3, 6,8; Johannes 7:22; Matttheus 1:21 Lukas 1:31}

Bij deze opname onder het Joodse volk door de besnijdenis en zalving werd het kind de naam Yahushua / Jeshua of Jezus gegeven, zoals hij werd genoemd door de engel voordat hij in de moederschoot ontvangen was.

nr. 005001000001_006

Handgeschreven boekje, in 1724 in Hamburg gemaakt door Jacob Leib, een bekende joodse kopiist, met voorschriften en zegeningen voor een besnijdenis

In de tempel was ook een rechtvaardig en godvrezend man aanwezig die Simeon heette. Zoals de meeste Joden verwachtte hij de vertroosting van Israël. Toen hij Maria en Jozef zag kwam de Heilige Geest over hem. Door Gods Kracht werd hem een goddelijke openbaring gegeven dat hij de dood niet zien zou voordat hij de Gezalfde van de Heer zou zien. En het kwam door de leiding van die Geest dat hij zich naar de tempel had begeven en daar toen de ouders het kind Jezus binnen brachten het in zijn armen nam, God loofde en zei: “Nu laat U, Jehovah, Uw dienstknecht gaan in vrede, volgens Uw woord, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, die U bereid hebt voor de ogen van alle volken”.
Dan krijgen wij de eerste melding dat het licht om de heidenen te verlichten en om Gods volk Israël te verheerlijken aanwezig is. Dan is het eerste ogenblik aangebroken van het wezen van het Licht. Het is bij die dag van Jezus eerste zalving dat Simeon ook zegt dat dit kind gesteld zal zijn tot een val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat tegengesproken zal worden.
{Genesis 46:30; Psalmen 98:2; Jesaja 8:14; 42:6; 49:6; 52:10; Romeinen 9:32; Handelingen van de Apostelen 13:47; 28:22,28; 1 Petrus 2:8}

Ook was er op die dag een profetes, een dochter van Fanuel, uit de stam van Aser. Deze weduwe van ongeveer vierentachtig jaar, die de tempel niet verliet en met vasten en bidden God dag en nacht diende, kwam er op dat moment bij staan en beleed eveneens de Allerhoogste, en zij sprak over het kind tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten.
{1Samuel 1:22; Lukas 1:80}

“Toen de acht dagen voorbij waren, die zijn besnijdenis vooraf moesten gaan, ontving Hij de naam Jesus, die de engel Hem reeds had gegeven, eer Hij in de moederschoot was ontvangen. En toen de tijd was gekomen voor hun reiniging volgens de Wet van Moses, brachten ze Hem naar Jerusalem, om Hem op te dragen aan den Heer, zoals er geschreven staat in de Wet des Heren: “Ieder kind van het mannelijk geslacht, dat de moederschoot opent, moet den Heer worden toegewijd,” en ook om een offer te brengen, naar het bevel van ‘s Heren Wet: een paar tortels of twee jonge duiven. Zie, nu was er te Jerusalem een man, Simeon genaamd; hij was een rechtvaardig en godvrezend man, die verlangend uitzag naar de vertroosting van Israël, en over wien de Heilige Geest was gekomen. De Heilige Geest had hem geopenbaard, dat hij de dood niet zou zien, voordat hij den Gezalfde des Heren had aanschouwd. Nu kwam hij naar de tempel, geleid door den Geest. En toen de ouders het Kind Jesus binnenbrachten, om voor Hem de voorschriften der Wet te volbrengen, nam ook hij Het in zijn armen, zegende God, en sprak: Nu laat Gij, o Heer, uw dienaar gaan, In vrede naar uw woord. Want mijn ogen hebben uw heil aanschouwd, Dat Gij bereid hebt voor het oog aller volken: Een licht, tot verlichting der heidenen, En tot luister van Israël, uw volk. Zijn vader en moeder stonden verbaasd over wat er van Hem werd gezegd. Simeon zegende hen, en sprak tot Maria, zijn moeder: Zie, Hij is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël, en tot een teken van tegenspraak; en een zwaard zal ook uw eigen ziel doorboren. Zo moeten de gedachten van veler harten worden ontsluierd. Ook was er een profetes, Anna, de dochter van Fanoeél, uit de stam van Aser. Ze was hoogbejaard. Na haar jeugd was ze zeven jaar gehuwd geweest; nu was ze een weduwe van vier en tachtig jaar. Nooit verliet ze de tempel, maar diende God dag en nacht onder vasten en bidden. Juist op dat ogenblik kwam ook zij naderbij; ook zij loofde God, en sprak over \@het Kind\@ met allen, die Jerusalems verlossing verwachtten. En toen ze alles volgens de Wet des Heren hadden volbracht, keerden ze naar Galilea terug, en naar Názaret, hun woonplaats. Het Kind groeide op, en nam in krachten toe; Het werd van wijsheid vervuld, en Gods genade rustte op Hem.” (Lukas 2:21-40 Canis)

Na de volbrenging van alles wat volgens de Wet moest gebeuren, vluchtten zijn ouders verder voor koning Herodes naar Egypte. Na zijn dood keerden zij dan terug naar hun vroegere woonplaats Nazareth.

“Maar toen Herodes was gestorven, zie, daar verscheen in Egypte een engel des Heeren in een droom aan Josef, en sprak: Sta op, neem het Kind en zijn moeder, en ga naar het land van Israël; want zij, die het Kind naar het leven stonden, zijn dood. Hij stond op, nam het Kind en zijn moeder, en ging naar het land van Israël. Toen hij echter vernam, dat in Judea Archelaüs heerschte in plaats van zijn vader Herodes, vreesde hij daarheen te gaan; en nadat hij in een droom een waarschuwing had ontvangen, begaf hij zich naar de landstreek van Galilea. Daar aangekomen, vestigde hij zich in een stad, Názaret geheten; opdat vervuld zou worden, wat door de profeten voorspeld was: Een Nazareër zal Hij worden genoemd.” (Mattheüs 2:19-23 Canis)

Geen zalving bij de doop, tenzij figuurlijk

In geen enkel evangelie wordt er gewag gemaakt van een zalving van Jezus Christus bij zijn doopsel in de Jordaan.

De Boeteprediker Johannes verklaarde zelf niet de Gezalfde te zijn waar de mensen zo naar uit keken.

“Toen nu het volk in afwachting was en allen in hun hart overlegden over Johannes, of hij niet misschien de Christus was, antwoordde Johannes en zei tot allen: Ik doop u wel met water, maar hij komt, die sterker 1 is dan ik; ik ben niet waardig zijn schoenriem los te maken. Hij zal u dopen met 2 de Heilige Geest en vuur; {1. Of ‘machtiger’. 2. Lett. ‘in’.} zijn wan is in zijn hand en hij zal zijn dorsvloer door en door zuiveren en de tarwe in zijn schuur samenbrengen, maar het kaf met onuitblusbaar vuur verbranden. Hij gaf dan ook nog vele andere vermaningen en verkondigde aan het volk het evangelie.” (Lukas 3:15-18 VoorhNT4)

Bij het verzoek van Jezus om door Johannes gedoopt te worden, gaf die laatste aan niet waardig te zijn zijn schoenveters los te maken en na de onderdompeling werd ook duidelijk waarom. God maakte toen bekend dat deze man die zo juist ‘zijn zonden’ liet wegwassen, door het doopsel, zijn geliefde zoon was. De onderdanige, die zonder fouten was, had zich hier bereid getoond om de zonden op zich te nemen en te laten wegwassen. Het water werd wel als een zalven, maar dan in de figuurlijke betekenis. Slechts na de doop kon Christus het werk voor God opnemen en uit gaan om het Goede Nieuws te gaan verkondigen.

“En het gebeurde, toen al het volk gedoopt werd, en ook Jezus gedoopt was en bad, dat de hemel geopend werd en de Heilige Geest, in lichamelijke gedaante als een duif op hem neerdaalde, en er kwam een stem uit de hemel: Gij zijt mijn geliefde Zoon, in u heb Ik mijn welbehagen.” (Lukas 3:21-22 VoorhNT4)

De Doop van Jezus afgebeeld in The New Bible Symbols, van M. Bihn & J. Bealings

Tweede zalving

Vervolgens trok Jezus de openbare wereld in. Voorheen had hij zich zoals zijn Vader als loonarbeider nuttig gemaakt, maar nu was het tijd geworden om zich nuttig te maken voor de Grootste Baas.

Een tijdje na zijn doop kwam hij ergens in Galilea, naast Judea en Samaria een van de drie gebieden onder Romeins gezag, in het huis van een Farizeeër waar een (anonieme) zondares aanwezig was en opkeek naar die grote verteller. Zij nam een  albasten kruik met mirre, maakte Jezus’ voeten nat met haar tranen en droogde deze met haar hoofdhaar, waarna zij dure balsemolie nam om Jezus’ voeten te zalven.

“En een van de farizeeën vroeg hem bij zich te eten en hij ging in het huis van de farizeeër en lag aan. En zie, een vrouw in de stad die een zondares was, en die wist dat hij in het huis van de farizeeër aanlag, bracht een albasten fles met balsem; en zij ging wenend achter hem staan, bij zijn voeten, en begon zijn voeten met tranen nat te maken en zij droogde ze af met de haren van haar hoofd en zij kuste zijn voeten innig en zalfde ze met de balsem. En toen de farizeeër die hem genodigd had dit zag, zei hij bij zichzelf: Als deze een profeet was, zou hij wel weten wie en wat voor een vrouw het is die hem aanraakt; immers zij is een zondares. En Jezus antwoordde en zei tot hem: Simon, ik heb u iets te zeggen. En hij sprak: Meester, zeg het. Een schuldeiser had twee schuldenaars; de een was vijfhonderd denaren schuldig, en de ander vijftig, en toen zij niet konden betalen schold hij het beiden kwijt. Wie van hen zal hem het meest liefhebben? En Simon antwoordde en zei: Ik veronderstel, hij aan wie hij het meest heeft kwijtgescholden. En hij zei tot hem: Gij hebt juist geoordeeld. En terwijl hij zich omkeerde naar de vrouw, zei hij tot Simon: Ziet gij deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen, gij hebt mij geen water voor mijn voeten gegeven, maar zij heeft mijn voeten met tranen nat gemaakt en met haar haren afgedroogd. Gij hebt mij geen kus gegeven, maar zij heeft van dat ik binnengekomen ben niet opgehouden mijn voeten te kussen. Gij hebt mijn hoofd niet met olie gezalfd; maar zij heeft mijn voeten met balsem gezalfd. Daarom zeg ik u: Haar vele zonden zijn vergeven, want zij heeft veel liefgehad, maar wie weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief. En hij zei tot haar: Uw zonden zijn vergeven. En die mee aanlagen begonnen bij zichzelf te zeggen: Wie is deze dat hij zelfs zonden vergeeft? En hij zei tot de vrouw: Uw geloof heeft u behouden, ga heen in vrede.” (Lukas 7:36-50 VoorhNT4)

Derde zalving

Wisniowiecki Jarema trup

Zalving der doden - Sarcofaag en het lichaam van Jeremi Wiśniowiecki in het klooster op de Święty Krzyz berg in de buurt van Kielce, Polen. - Foto Goku122

Zes dagen voor het Pascha waarop de ‘kruisiging’ zou plaatsvinden vinden wij Jezus met zijn discipelen in Betanïe, ten huize van de herrezen Lazarus en zijn beide zusters Maria en Martha (Johannes 11:1,2) Dit maal vinden wij wel geen melding van een albasten kruik of tranen, wel van afdrogen met de haren en een zalving van Jezus’ voeten met de dure mirre of nardus, waarop Judas moppert over verkwisting.
Jezus verwijst dan bij deze zalving naar zijn komende dood en begrafenis, waarbij gewoonlijk ook de dode lichamen gebalsemd worden. Hier vinden wij dan ook de zalving ten teken van balseming en Gezalfde Dode alsook van de tegenhouding van ontbinding of aardse vernietiging.

“2 Jezus dan kwam zes dagen vóór het pascha te Bethanië, waar Lazarus was, de gestorvene, die Jezus uit de doden opgewekt had. {2. Zie #Mt 26:6, Mr 14:3.} Zij richtten daar dan een maaltijd voor hem aan, en Martha diende, en Lazarus was een van hen die met hem aanlagen. Maria dan nam een pond balsem van onvervalste, kostbare nardus, zalfde de voeten van Jezus en droogde zijn voeten met haar haren af; en het huis werd van de balsemgeur vervuld. Een van zijn discipelen dan, Judas Iskariot, zoon van Simon, die hem overleveren zou, zei: Waarom is deze balsem niet verkocht voor driehonderd denaren en aan de armen gegeven? En dit zei hij, niet omdat hij bezorgd was voor de armen, maar omdat hij een dief was en de beurs had, en wegnam wat er in gedaan werd. Jezus dan zei: Laat haar toe, dit bewaard te hebben voor de dag van mijn begrafenis. 3 {3. Of ‘balseming’ (zie #Gen 50:2,3).} Want de armen hebt gij altijd bij u, maar mij hebt gij niet altijd. Een grote schare dan van de Joden wist dat hij daar was; en zij kwamen, niet alleen om Jezus, maar ook opdat zij Lazarus zouden zien, die hij uit de doden opgewekt had. En de overpriesters beraadslaagden, dat zij ook Lazarus doden zouden, omdat velen van de Joden om hem heengingen en in Jezus geloofden.” (Johannes 12:1-11 VoorhNT4)

Vierde zalving

Enkele dagen later in het zelfde plaatsje Betanië, in het huis van Simon de melaatse komt er weer een anonieme vrouw met een albasten kruik vol met kostbare mirre, die zij over Jezus’ hoofd giet, zoals koningen en priesters op het hoofd gezalfd werden.

anointing Jesus' Feet

Zalving van Jezus voeten in Simons huis

Deze daad waarbij weer eens een vrouw een belangrijke rol speelt, gebeurde twee dagen voor het Pascha, waarop de kruisiging zou plaatsvinden. Hier werden echter geen tranen vergoten. Nochtans geeft Jezus aan dat het een balseming van zijn lichaam was tot zijn begrafenis. Waaruit blijkt dat de vrouw deze zalving met het oog op de begrafenis van Jezus zou gedaan hebben.

“1 Toen nu Jezus te Bethanië was, in het huis van Simon de melaatse, {1. Zie #Mr 14:3, Joh 12:1.} kwam tot hem een vrouw met een albasten fles met zeer kostbare balsem en goot die uit op zijn hoofd, terwijl hij aanlag. En de discipelen, die dit zagen, namen het zeer kwalijk en zeiden: Waartoe die verkwisting, want deze had duur verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden. Maar Jezus, dit wetende, zei tot hen: Waarom valt gij de vrouw lastig, want zij heeft een goed werk aan mij verricht. Want de armen hebt gij altijd bij u, maar mij hebt gij niet altijd. Want dat zij deze balsem op mijn lichaam gegoten heeft, heeft zij gedaan tot mijn begrafenis. 1 {1. Of ‘balseming’ (zie #Gen 50:2,3).} Voorwaar, ik zeg u: overal waar dit evangelie gepredikt zal worden in de hele wereld, zal ook van wat zij gedaan heeft gesproken worden tot haar gedachtenis. 2 Toen ging één van de twaalven, Judas lskariot geheten, naar de overpriesters {2. Zie #Mr 14:10, Lu 22:3.} en zei: Wat wilt gij mij geven? Dan zal ik hem u overleveren. En zij betaalden hem dertig zilverlingen 3 uit. 4 {3. Zie #Ex 21:32. 4. Of ‘wogen hem op’.} En van toen af zocht hij een gelegenheid om hem over te leveren.” (Mattheüs 26:6-16 VoorhNT4)

“3 En toen hij te Bethanië was in het huis van Simon, de melaatse, kwam er, terwijl hij aanlag, een vrouw met een albasten fles met balsem van onvervalste kostbare nardus; en na de albasten fles gebroken te hebben goot zij die uit op zijn hoofd. {3. Zie #Mt 26:6, Joh 12:1.} En er waren sommigen die dit zeer kwalijk namen bij zichzelf en die zeiden: Waartoe is deze verkwisting van de balsem gebeurd? Want deze balsem had voor meer dan driehonderd denaren verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden. En zij werden zeer verstoord tegen haar. Maar Jezus zei: Laat haar begaan. Waarom valt gij haar lastig? Zij heeft een goed werk aan mij verricht. Want de armen hebt gij altijd bij u en wanneer gij wilt kunt gij hun weldoen; maar mij hebt gij niet altijd. Zij heeft gedaan wat zij kon; zij heeft mijn lichaam vooruit gezalfd voor de begrafenis. 4 {4. Of ‘balseming’ (zie #Gen 50:2,3).} En voorwaar, ik zeg u: Overal waar dit evangelie gepredikt zal worden in de hele wereld, zal ook van wat zij gedaan heeft gesproken worden tot haar gedachtenis.” (Markus 14:3-9 VoorhNT4)

Vijfde zalving niet doorgegaan

Na Jezus dood aan de houten martelpaal op 14 Nisan werd hij op verzoek van Jozef van Arimathea, een voornaam lid van de Hoge Raad, het afgestorven lichaam van Jezus door Pilatus vrij gegeven om begraven te worden voor de sabbat. Jozef haalde het lichaam van de houten paal af en wikkelde het in een stuk fijn linnen, dat hij had gekocht. Daarna legde hij het in een graf dat in de rotsen was uitgehouwen en rolde een grote steen voor de opening. Maria van Magdala ook gekend als Maria Magdalena en Maria, de moeder van Joses, waren meegegaan om te zien waar Jezus werd neergelegd.

Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria van Magdala, Salomé en Maria, de moeder van Jakobus, kruiden om het lichaam van Jezus te balsemen. Op zondagmorgen, bij het opgaan van de zon, gingen zij naar het graf. Onderweg vroegen zij zich af hoe zij ooit die zware steen voor de opening konden wegrollen. Maar toen zij bij het graf kwamen, ontdekten zij dat de steen al weg was. Ze stonden als aan de grond genageld want Jezus van Nazareth die zij wensten te zalven en een waardige plaats in het graf te bezorgen was daar niet meer, ook al had hij er wel gelegen.

“En toen het al avond geworden was, omdat het de voorbereiding was, dat is de voorsabbat, kwam Jozef van Arimathéa, een achtbaar raadsheer, die ook zelf het koninkrijk Gods verwachtte; en hij waagde het naar Pilatus te gaan en het lichaam van Jezus te vragen. En Pilatus verwonderde zich dat hij al gestorven was; en nadat hij de hoofdman 1 bij zich geroepen had, vroeg hij hem of hij al lang gestorven was. {1. Lett. ‘centurio’.} En toen hij het van de hoofdman vernomen had, schonk hij Jozef het lichaam. En na fijn linnen gekocht te hebben nam hij hem af en wikkelde hem in het fijne linnen, en legde hem in een graf dat in de rots uitgehouwen was en hij wentelde een steen voor de ingang van het graf. En Maria Magdaléna en Maria, [de moeder] van Joses, zagen waar hij gelegd was.” (Markus 15:42-47 VoorhNT4)

“2 En toen de sabbat voorbij was, kochten Maria Magdaléna, en Maria de [moeder] van Jakobus, en Salóme specerijen om hem te gaan zalven. {2. Zie #Mt 28, Lu 24, Joh 20.} En zeer vroeg op de eerste dag van de week kwamen zij bij het graf, toen de zon was opgegaan. En zij zeiden tot elkaar: Wie zal ons de steen van de ingang van het graf afwentelen? En toen zij opkeken, zagen zij dat de steen afgewenteld was, want hij was zeer groot. En toen zij in het graf gegaan waren, zagen zij een jongeling zitten aan de rechterkant, bekleed met een wit kleed, 3 en zij ontstelden. {3. Eig. ‘gewaad’, een lang kleed.} Maar hij zei tot haar: Weest niet ontsteld. Gij zoekt Jezus de Nazaréner, de gekruisigde, hij is opgestaan, hij is hier niet; zie de plaats waar zij hem gelegd hebben. Maar gaat heen, zegt aan zijn discipelen en aan Petrus: Hij gaat u voor naar Galiléa, daar zult gij hem zien, zoals hij u gezegd heeft. En zij gingen naar buiten en vluchtten van het graf en beving en ontzetting hadden hen bevangen; en zij zeiden aan niemand iets, want zij waren bevreesd.” (Markus 16:1-8 VoorhNT4)

Zalving tot nagedachtenis

https://i2.wp.com/www.metabunker.dk/wp-content/uploads/pesaro_pala.jpg

Zalving van Christus Jezus - Pesaro altaarstuk - Pesaro altarpiece, showing Christ Crowning the Madonna, which forms the centrepiece of the exhibition where it has been reunited with its cimasa, the breathtaking Anointment of Christ normally kept in the Vatican.

Wanneer en welke zalving Jezus nu maakte tot de Gezalfde doet er eigenlijk weinig toe. Meermaals werd hij gezalfd of gebalsemd en wij hoeven niet te vrezen dat die Jezus van Nazareth wel of niet die Gezalfde zou zijn die God Zijn volk beloofd had.

In de Heilige Schrift vinden wij genoeg tekens dat deze man van Nazareth de beloofde Messias moet zijn.

Als wij de Evangeliën lezen en ze vergelijken met de voorspellingen in de Oude Geschriften moet het wel zo zijn dat na de profeet Maleachi de volgende profeet Johannes was en dat deze overschaduwd werd door zijn neef, de grootste profeet Jezus (Jeshua/Isa/Issou/Yahushua) en met zijn doop openbaar werd gemaakt als de Zoon van God, de wegbereider naar de eeuwige vrede die reeds door die andere grote profeten, Jesaja en Daniel, aangekondigd werd, met een vooraftekening van het nog te komen Koninkrijk van God.

Johannes was zelf niet het licht maar iemand die over het licht vertelde. Want het echte licht, dat is Christus, kwam in de wereld om iedereen te verlichten. Christus kwam in de wereld die door zijn Vader geschapen is en zou vernieuwd worden in Christus.

Ook al wil de wereld vandaag nog niet  veel van hem weten, moeten wij beter weten dan diegenen van zijn eigen land en van zijn eigen volk, waarvan de meerderheid hem nog steeds niet aanvaarden. Zij die van Jezus en Gods Volk zijn, de Israëlieten die Jezus wel aanvaarden als Messias en nu Messiaanse Joden genoemd worden, moeten beseffen dat Jezus de weg geopend heeft voor iedereen om toegelaten te worden tot Gods Gemeenschap van mensen of Gods Volk. Want aan allen die hem wel aanvaard hebben, heeft hij het recht gegeven kinderen van God te worden. Door geloof in zijn naam worden zij namelijk opnieuw geboren, natuurlijk niet als mens, maar geestelijk uit God.

Christus Jezus is hier op aarde geplaatst door de Kracht van God. Met een menselijk lichaam leefde hij hier op aarde onder alle gewone stervelingen en ging hij ook zijn dood tegemoet.

Doordat hij zonder enige fout was, vol vergevende liefde en waarheid, begenadigd door God, met de toelating van God om hier in Zijn Naam te spreken en te handelen, mocht hij verhoogd worden als Gezalfde van de Allerhoogste Heer des Heren. De apostelen konden zien hoe groot en machtig hij was, de enige Zoon van de hemelse Vader. Johannes was Zijn getuige.

Omdat Christus (= de Gezalfde) zo oneindig veel heeft, hebben wij zoveel gekregen. Hij heeft ons met het goede overladen.

In de wet van Mozes is ons al verteld wat wij wel en niet moeten doen. Maar Jezus Christus bracht ons genade en waarheid. Geen mens heeft God ooit gezien. Maar Zijn enige Zoon, Jezus Christus, die één met hem is, heeft ons laten zien wie God is.

Door het neerkomen van de Heilige Geest als een duif uit de hemel en de verkondiging dat hij het is die mensen zal dopen met de Heilige Geest moeten ook wij ervan overtuigd zijn dat deze eniggeboren man van Nazareth de Zoon van God is, zoals ook Zijn Vader dit heeft gezegd.

“Er was een mens, van God gezonden; zijn naam was Johannes. Deze kwam tot een getuigenis, om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden. Hij was het licht niet, maar hij was om van het licht te getuigen. Dit was het waarachtige licht, dat komende in de wereld, iedere mens verlicht. 3 {3. Of ‘licht werpt op iedere mens’.} Hij was in de wereld, en de wereld is door hem geworden, en de wereld heeft hem niet gekend. Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben hem niet aangenomen. Maar zo velen hem aangenomen hebben, hun gaf hij het recht kinderen van God te worden, hun die in zijn naam geloven; die niet uit bloed, niet uit de wil van het vlees, niet uit de wil van de man, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van een eniggeborene van een vader) vol van genade en waarheid. (Johannes getuigt van hem en heeft geroepen en gezegd: Deze was het van wie ik zei: Hij die na mij komt, is mij vóór, 4 want hij was eerder dan ik). {4. ‘Is mij vóór’ betekent: ‘is mij vóórgekomen’, ‘heeft de voorrang boven mij’.} Want uit zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en [wel] genade op genade. 5 {5. D.i. de ene genade voor, de andere na.} Want de wet is door Mozes gegeven; de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die in de schoot van de Vader is, die heeft [Hem] verklaard. En dit is het getuigenis van Johannes, toen de Joden priesters en levieten uit Jeruzalem gezonden hadden om hem te vragen: Wie zijt gij? En hij beleed en loochende het niet; en hij beleed: Ik ben de Christus niet. En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia? En hij zei: Ik ben het niet. Zijt gij de profeet? En hij antwoordde: Neen. Zij zeiden dan tot hem: Wie zijt gij? Wij moeten toch antwoord geven aan hen die ons gezonden hebben. Wat zegt gij van uzelf? Hij zei: Ik [ben de] stem van een roepende in de woestijn: ‘Maakt de weg van [de] Heer recht!’ 1 zoals Jesaja, de profeet, gesproken heeft. {1. #Jes 40:3.} En zij waren gezonden uit de farizeeën. En zij vroegen hem en zeiden tot hem: Waarom doopt gij dan, als gij de Christus niet zijt, noch Elia, noch de profeet? Johannes antwoordde hun en zei: Ik doop in water; midden onder u staat een die gij niet kent, die na mij komt; ik ben niet waardig zijn schoenriem los te maken.” (Johannes 1:6-27 VoorhNT4)

“En Johannes getuigde en zei: Ik heb de Geest zien neerdalen uit de hemel als een duif, en hij bleef op hem. En ik kende hem niet; maar die mij gezonden heeft om te dopen in water, die had mij gezegd: Op wie gij de Geest zult zien neerdalen en op hem blijven, die is het die met 3 de Heilige Geest doopt. {3. Lett. ‘in’.} En ik heb gezien en getuigd dat deze de Zoon van God is.” (Johannes 1:32-34 VoorhNT4)

+

Voorgaand: Het begin van Jezus #11 Goddelijk verwezenlijkt en niet geïncarneerd
en Aansluitend op: Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God en Het begin van Jezus #9 Een kwestie van Toekomst

Johannes De Doper Jezus StMichaelkerk Park Arenberg DeBilt

Johannes De Doper Jezus StMichaelkerk Park Arenberg DeBilt - foto Brbbl


Vindt ook:

  1. Wereld waarheen? #3 De Wortelscheut van David
  2. Een man die de geschiedenis van het mensdom veranderde
  3. De Knecht des Heren: de Gezalfde gezant
  4. De naam Christus: Bijbelstudie 308 – De naam Christus
  5. Messiaanse teksten in het Oude Testament
  6. De Messias in Oud- en Nieuw Testament
  7. Is Jezus of Jeshua de beloofde Gezalfde of Messias?
  8. De Knecht des Heren #4 De Verlosser
  9. Lam van God #3 Christus stierf als onschuldig Lam #2 Aanvaarding der Toewijzing
  10. Door Christus’ dood kunt u worden aangenomen als een kind van God
  11. Wat Jezus Deed – Misleiding om de Messias en het laatste oordeel
  12. Hij die zit aan de Rechterhand van Zijn Vader
  13. Goddelijke redenen hoger dan de onze
  14. Komst van de Messias opwekken
  15. De Weg, groepering van volgelingen van Christus
  16. Israël, het Joodse volk en Christenen
  17. De Terugkeer van de beloofde Messias

Plus in het Engels:

  1. Genealogy of Mary, mother of Jesus
  2. Preexistence in the Divine purpose and Trinity
  3. A Jewish Theocracy
  4. What Jesus Did – Misleading around the Messiah and the final assessment

About Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
This entry was posted in Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

7 Responses to Het begin van Jezus #12 Gezalfd na Johannes de Doper

  1. Pingback: Zalving van Christus als profetische repetitie van de begrafenisrituelen « Christadelphians : Belgian Ecclesia Brussel – Leuven

  2. Pingback: Anointing of Christ as Prophetic Rehearsal of the Burial rites « Christadelphians : Belgian Ecclesia Brussel – Leuven

  3. Pingback: A Messiah to die « Christadelphians : Belgian Ecclesia Brussel – Leuven

  4. Pingback: Een Messias om te Sterven « Christadelphians : Belgian Ecclesia Brussel – Leuven

  5. Pingback: Filippenzen 1 – 2 « Christadelphians : Belgian Ecclesia Brussel – Leuven

  6. Pingback: Materialisme, “would be” leven en aspiraties #6 | Broeders in Christus

  7. Pingback: Een vergadering omtrent aan te houden gedrag en te houden handelingen | Free Christadelphians: Belgian Ecclesia Brussel - Leuven

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s