Getuige of Broeder

Rabbi, Leider, Broeder, Verkondiger of Getuige

Als onze Broeders de straat op gaan of ergens predikingwerk verrichten wordt hen veelvuldig de vraag gesteld of zij soms Getuigen van Jehovah zijn, vooral in onze contreien, wanneer zij de Naam van God vermeld horen.
Volgens de opdracht gegeven door de Nazareen Jezus Christus, de Messias, zo een twee duizend jaar geleden, gaan ook wij in navolging van de apostelen en hun leerlingen rond om het Evangelie te verkondigen, of de Blijde Boodschap van het Goede Nieuws over de hele wereld te verspreiden. Als ware Christenen doen de Getuigen van Jehovah daar een groots werk, maar zij zijn niet de enigen die het Woord van God verkondigen.

„’Gij zijt mijn getuigen,’ is de uitspraak van Jehovah” (Jesaja 43:10-12). Jehovah’s Getuigen leggen in deze tijd aan alle natiën vrijmoedig getuigenis af betreffende God, zijn grote naam en zijn schitterende voornemens. Maar ook andere Christenen verkondigen wat de zoon van God heeft gedaan en wat de werken van zijn Vader zijn. De Broeders in Christus bestuderen niet enkel het Woord van God, de Bijbel, maar laten ook die Woorden van God doorklinken in hun getuigenis aan heel de wereld. Ook zij getuigen voor Jehovah en behoren God toe.

English: God's name Jehovah at the Protestant ...

Gods Naam Jehovah Image in de Oud Katholieken Kerk, St. Martinskirche, te Olten, Zwitzerland (1521)

De Bijbel is onze maatstaf en volstaat om iedereen voldoende inzicht te geven om God Jehovah / Jahweh en Zijn zoon Jezus / Yeshua te leren kennen en om tot goede Christenen uit te groeien om zo voorbereid volwaardig ons te kunnen aan te bieden om in het Koninkrijk van God binnen te treden.

Als Broeders in Christus trachten wij zoals Jezus te worden en zijn voorbeeld en leerstellingen na te volgen. Eén van de opdrachten die Jezus aan zijn volgelingen heeft gegeven is uit te gaan in de wereld en te gaan verkondigen. Zijn leerlingen en hun volgelingen hebben het op zich genomen om de wereld in te trekken en te prediken over Gods Koninkrijk. Zij verkondigden de enige oplossing voor de problemen van de mensheid. Ook wij moeten die Blijde Boodschap ter harte nemen en wij moeten alle kansen te baat nemen om onze hoop aan anderen kenbaar te maken.

Broeders in Christus of Christadelphians zijn ernstige Bijbelonderzoekers, die de Bijbel als het Woord van God aan nemen en anderen aanmoedigen om als uiterst belangrijke stap de Heilige Geschriften te bestuderen om de nauwkeurige kennis te verkrijgen die tot eeuwig leven leidt.

Wij kunnen samen een verbond van een volk maken dat gaat voor de Ene Ware God en onze dankbaarheid voor de Redding betonen door ons ter beschikking te stellen van God en anderen Zijn Meesterhand te laten kennen. Wij kunnen proberen om tot een licht der natiën te worden, om de blinde ogen te openen, om de gevangene uit de kerker te leiden, uit het huis van bewaring hen die in duisternis zitten. (Jesaja 42:6) Vandaag zijn er veel mensen geketend door de luxe van de consumptiemaatschappij, verblind door mediageilheid en handige reclamemakers. Alles lijkt zo gemakkelijk voor het grijpen. Maar is hun verlangen wel naar het juiste? Wenst u dit korte aardse leven of wenst u meer? En verlangt u in de toekomst nog met anderen van een zalige vrede te genieten?

Die eeuwige vrede die voor iedereen in het bereik kan liggen willen wij kenbaar maken.

Als de apostelen kunnen wij op zoek gaan naar de verloren schapen. (Mattheüs 10:5-7) Het Koninkrijk van God komt nabij en de tijd wordt steeds dringender. Mooi is te zien dat ook meer en meer overal over de wereld het Woord van God verkondigd wordt, want dit zal ook één van de vele tekenen zijn van de eindtijden. Dat delen van het Woord van God is belangrijk voor de gehele gemeenschap te ondersteunen en blijvende levenskracht te geven.

Spandoek bij Staphorst.

Getuigenis langs A28 bij Staphorst

Het komt er op aan voor elke Christen getuigenis af te leggen. De vele dingen die men uit de Bijbel heeft geleerd moeten omgezet worden in praktijk. Het is niet omdat men tot geloof is gekomen en dan zich heeft laten dopen dat men op zijn lauweren kan rusten. Als men Christus heeft aangenomen als redder en voorbeeld moet men ook dat voorbeeld dat rond ging om te prediken opvolgen. Men moet dan wandelen in dat geloof en foute handelingen trachten te vermijden. In de ene Heer (Jezus) heeft men dan één doop ontvangen en wordt men Broeder van Christus en Broeder in het Lichaam van Christus, de Gemeente van gelovigen. Als het ware moet men dan een schild opnemen en zich bewapenen tegen het ongeloof en het kwade, maar moet men ook ‘ten strijde trekken’ tegen het ongeloof. De kennis dient u ertoe aan te zetten een christelijke persoonlijkheid aan te kweken (Efeziërs 4:22-24). Zulke kennis is onontbeerlijk voor u om eeuwig leven te verwerven (Johannes 17:3). Ook anderen moeten echter het goede nieuws horen opdat zij eveneens gered kunnen worden. Men moet anderen helpen om het Ware geloof te ontdekken. Het is Gods gebod anderen getuigenis te geven. (Romeinen 10:10; 1 Korinthiërs 9:16; 1 Timotheüs 4:16.) Geloof zonder werken is dood. (Jakobus 2:26; Johannes 3:16; 11:26; Efeziërs 4:5; 6:16; 2 Korinthiërs 5:7).

Evangelische, orthodoxe en katholieke leiders verklaren: 'Kerntaak van christen is het Evangelie verkondigen'

Dus komt het getuigenis geven niet alleen toe aan de Getuigen van Jehovah, elke goede Christen zou getuigenis moeten afleggen. En dat is wat een Broeder in Christus zeker moet doen, want hij draagt de naam van de Heer Jezus Christus, de Messias. Als Christadelphian moet hij of zij laten zien dat hij of zij behoort tot de stad van Christus, het Lichaam van het Lam van God.

Iedereen die tot de Waarheid is gekomen moet zo blij zijn met die waarheid en toestand die over hem komt dat hij deze wil delen met anderen. Het is alsof men iets fantastisch heeft gekregen en iets ongelofelijks heeft gehoord dat men niet onbesproken kan laten. Al dat fantastische nieuws wil men dan delen met degenen in de naaste omgeving. Daarom vertellen wij over onze hoop aan familie, vrienden, collega’s op het werk of, voor jongeren, aan medescholieren.

St. Peter Preaching 07

St. Pieter predikend - ca. 1424-1425

Het is niet omdat wij de hoop hebben verkregen op een plaats in het Koninkrijk van God dat wij een meerdere zouden worden tegenover de anderen in deze wereld. Daarom moeten wij vriendelijk en geduldig zijn als wij over gaan tot het verkondigen van het Goede Nieuws (2 Timotheüs 2:24, 25). Steeds moeten wij bedenken dat mensen vaak meer op iemands gedrag letten dan dat zij luisterennaar wat hij zegt. Uw goede gedrag kan dus anderen ertoe brengen naar de boodschap te luisteren die u hun vertelt. (Mattheüs 5:16; 1 Petrus 3:1, 2, 16)

Jezus is steeds de ondergeschikte dienstknecht geweest van zijn Vader, Jehovah God. Ook zijn wij dienstknechten, nu niet enkel ten dienste van Jehovah, maar ook van Jezus Christus onze hoogleraar.

Wanneer wij door ons predikingwerk en verspreiding van materiaal ergens belangstelling treffen, kunnen wij hier een aantekening van maken ten einde later terug te keren om aanvullende Schriftuurlijke inlichtingen te verstrekken. Desgewenst kan een geregelde Bijbelstudie worden geleid. Dit alles wordt kosteloos gedaan. En op het ogenblik dat men over kan gaan tot een Bijbelstudie wordt men in zekere zin leraar, maar nooit in die hoedanigheid als Jezus, en daar moet men steeds in onderdanigheid aan denken. Wij kunnen proberen te begeleiden. De weg tonen om tot redding te komen. Maar het is God die trekt. (Johannes 6:24) Wij mogen echter blij zijn een werkinstrument in de handen van Christus te zijn.

Overal kunnen wij trachten de gelegenheid waar te maken om te prediken of te verkondigen. Zoals de apostelen ook gingen redeneren in de synagoge met de joden en de andere mensen die God aanbaden, en elke dag op de marktplaats met hen die daar toevallig waren, kunnen wij op deze verscheiden plaatsen mensen aanspreken, gelovigen en niet gelovigen. (Handelingen der Apostelen 17:17) Het komt er namelijk op aan dat als blijde tijdingen bekend te maken aan hen die op de aarde wonen, en aan elke natie en stam en taal en elk volk. (Openbaring 14:6) Onze taak ligt er in om de dorstige te laven. Zij die verstoken zijn van het leven gevend voedsel dat het Woord van God is, moeten wij de kans geven om dat te vinden en om zo hun nood te laven. Verder zal het aan hen liggen om hun keuze te maken zoals het ook aan u ligt om uw keuze te maken.

“De Geest en de bruid zeggen: ‘Kom!’ Laat wie luistert zeggen: ‘Kom!’ Laat wie dorst heeft komen; laat wie dat wil vrij drinken van het water dat leven geeft.” (Openbaring 22:17 NBV)

Jezus zei tot zijn discipelen: „Blijft dan eerst het koninkrijk en Zijn rechtvaardigheid zoeken.” Willen wij eerst het Koninkrijk zoeken, dan moeten wij aan de prediking van Gods koninkrijk een voorname plaats in ons leven toekennen, en naast de Jehovah’s Getuigen doen wij dat ook, zoals het aan alle Christenen opgedragen is.

“Blijft dan eerst het koninkrijk en Zijn rechtvaardigheid zoeken, en al deze [andere] dingen zullen U worden toegevoegd. Weest dus nooit bezorgd voor de volgende dag, want de volgende dag zal zijn eigen zorgen hebben. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.” (Mattheüs 6:33 NWV)

“Ik gelast u plechtig voor het aangezicht van God en Christus Jezus, die de levenden en de doden zal oordelen, en krachtens zijn manifestatie en zijn koninkrijk: predik het woord, houd u er als met een dringende zaak mee bezig, in gunstige tijd, in moeilijke tijd, wijs terecht, berisp, vermaan, met alle lankmoedigheid en [kunst van] onderwijzen. Want er zal een tijdsperiode komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar zich overeenkomstig hun eigen begeerten tal van leraren zullen bijeenbrengen om hun oren te laten kittelen; en zij zullen hun oren van de waarheid afwenden en zich daarentegen tot onware verhalen keren. Houdt gij echter in alle dingen uw zinnen bij elkaar, lijd kwaad, doe [het] werk van een evangelieprediker, volbreng uw bediening ten volle.” (2 Timotheüs 4:1-5 NWV)

Daarom is het zo belangrijk om een dienaar van de gemeente van Christus te worden in overeenstemming met het beheer dat ons door God in het belang van de gemeenschap van Christus werd toevertrouwd om het woord van God ten volle te prediken, het heilige geheim, dat voor de voorbijgegane samenstelsels van dingen en voor de voorbijgegane geslachten verborgen was.

“Maar dan moet u blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest zijn in de hoop die het evangelie brengt, het evangelie dat u gehoord hebt en dat aan alle schepselen onder de hemel verkondigd is, en waarvan ik, Paulus, de dienaar ben geworden. Ik ben blij dat ik nu voor u lijd en dat ik in mijn lichaam mag aanvullen wat er nog aan Christus’ lijden ontbreekt, ten behoeve van zijn lichaam, de kerk, waarvan ik de dienaar ben. Met het oog op u heeft God mij die dienende taak toevertrouwd, opdat zijn boodschap in al haar volheid verkondigd wordt: het mysterie dat in alle eeuwen en voor alle generaties verborgen is geweest, maar nu aan zijn heiligen onthuld is.” (Kolossenzen 1:23-26 NBV)

Om het Goede Nieuws kenbaar te maken en het Woord van God verder te bespreken hebben wij onze diensten in de plaatselijke gemeenschappen of ecclesiae. In de ecclesia komt ieder van ons tot rust en even weg van de wereldse wereld om tot meditatie te komen in een geestelijke wereld. Indien men enkel op zijn eigen zou blijven ontstaat het gevaar dat men door de wereldse geneugten weer wordt opgezogen en terug afglijdt van de waarheid.
Het samen komen of vergaderen is daarom een essentieel belang voor de blijvende voeding van de gehele gemeenschap of ecclesia. Die gemeenschap of ecclesia is de plaats waar men er kan aanwerken om elkaar op te bouwen door van ideeën en ervaringen uit te wisselen. De ecclesia kan de plaats van verlangen zijn waar iedereen zich thuis kan voelen en ernaar uit kan zien om elkaar enige geestelijke gave te kunnen meedelen en anderen daardoor standvastig te maken; of liever, opdat er onder ons een uitwisseling van aanmoediging mag zijn, doordat een ieder wordt aangemoedigd door middel van het geloof van de ander. (Handelingen der Apostelen 4:21-31; 15:3; Romeinen 1:11-12)

De samenkomst, vergadering of ecclesia geeft ons ook de gelegenheid om te weten hoe het met iedereen is gesteld. Zolang de tijd voor ons er nog gunstig voor is, kunnen wij daar het goede doen ten opzichte van allen, maar vooral tegenover hen die aan ons verwant zijn in het geloof. (Galaten 6:10) Want hiertoe moeten wij hard voor werken en ons inspannen, omdat wij onze hoop hebben gevestigd op een levende God, die een Redder is van alle soorten van mensen, in het bijzonder van getrouwen. (1 Timotheüs 4:10)

In overeenstemming met de grote barmhartigheid van de God en Vader van onze Heer Jezus Christus heeft Hij ons door middel van de opstanding van Jezus Christus uit de doden een nieuwe geboorte gegeven tot een levende hoop, tot een onverderfelijke en onbesmette en onverwelkelijke erfenis. Ze is in de hemelen weggelegd voor U, die door Gods kracht door middel van geloof behoed wordt tot een redding welke gereed ligt om in de laatste tijdsperiode geopenbaard te worden. Het is in dat feit dat wij ons als nederige dienaars moeten aanbieden en ons verheugen, hoewel wij op het ogenblik voor een korte tijd, indien het zo moet zijn, door velerlei beproevingen worden bedroefd, opdat de beproefde hoedanigheid van ons geloof — welke van veel grotere waarde is dan goud, dat vergaat ook al wordt het door vuur beproefd — een reden tot lof en heerlijkheid en eer bevonden moge worden bij de openbaring van Jezus Christus. Ofschoon wij Jezus nooit hebben gezien, hebben wij hem toch lief. Ofschoon wij hem op het ogenblik niet kunnen aanschouwen, oefenen wij toch geloof in hem en verheugen wij ons zeer met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde, daar wij het einddoel van ons geloof ontvangen, de redding van onze ziel. (1 Petrus 1:3-9)

Deze liefde naar Christus toe delen wij met onze Broeders en Zusters in Christus, de Christadelphians, maar willen wij ook delen met de anderen rond om ons. Maar in het bijzonder gaat onze bezorgdheid uit naar hen die ons het dichts bij het hart liggen en de eigen gemeenschap, waar wij wensen dat iedereen zal kunnen behouden blijven.

Petrus gaf aan de oudsten een teken dat zij moesten opletten op de gemeenschap van gelovigen die hen was toevertrouwd: “Hoed Gods kudde waarvoor u de verantwoordelijkheid hebt, houd goed toezicht – niet gedwongen maar vrijwillig, zoals God dat wil, en niet om er zelf beter van te worden maar met belangeloze toewijding. Stel u niet heerszuchtig op tegenover de kudde die aan u is toevertrouwd, maar geef het goede voorbeeld.” (1 Petrus 5:2-3 NBV)

Wanneer Jezus zegt, ‘één is uw Meester’ is dit het gewone woord voor ‘leraar’. Hier echter staat het in verband met ‘rabbi’.

Er zijn wel leraars in de gemeente (Handelingen 13:1; 1 Korintiërs 12:28 t/m 30; Efeziërs 4:11 t/m 16) maar niet in de zin van een rabbi. Een leraar in de gemeente is gewoon een medebroeder, hij heeft geen volgelingen. Daarvoor moet men trouwens steeds op de hoede zijn dat er geen personen verering ontstaat of een navolgelingschap van één leider of personencultus.

Het Grieks woord hier voor ‘leidsman’ komt in het Nieuwe Testament nergens anders voor. Het betekent een mentor, een persoonlijke studiemeester. Elke Broeder kan anderen begeleiden om de waarheid te vinden of scholing geven om een of ander vak te leren. Lesgeven is elk van ons tot een van de mogelijke taken gegeven. Maar indien wij zulk een functie mogen vervullen kan dit een voorrecht zijn maar zeker geen verhoging in graad in de gemeenschap. Het laat geen enkele andere verworvenheden of toegevingen toe.

Elke Broeder en Zuster in de gemeenschap van gelovigen heeft de taak om voor elkaar klaar te staan en geestelijke zowel als wereldlijke hulp te bieden. Wij moeten hulp ontvangen van onze broeders in Christus, maar wij mogen niet één bepaalde persoon hebben als onze geestelijke leider, behalve Jezus Zelf. Steeds moeten wij voor ogen hebben dat Jezus onze enige leidsman is die ons werkelijk tot God kan brengen en met Hem verzoenen.

“Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God. Laat tot u doordringen hoe hij standhield toen de zondaars zich zo tegen hem verzetten, opdat u niet de moed verliest en het opgeeft.” (Hebreeën 12:2-3 NBV)

God, einde en oorsprong van alles, die vele kinderen de hemelse heerlijkheid wil binnenleiden, heeft Zijn Zoon als de Hoge Priester als aanvoerder gegeven. Door zijn verdraagzaamheid en offerdaad heeft Jezus, die een afstraling is van zijn Vader, terecht de hoogste plaats op deze wereld verdiend en zit naast zijn Vader aan de rechterzijde. (Hebreeën 1:3; 2:9)

Op Jezus moeten wij gericht blijven en hem als Meester der meesters volgen. Ook al heeft Jezus leerlingen gevormd die op hun beurt ook weer moesten gaan onderricht, kon men hen ook meesters noemen. Maar zij hadden geen verhoogde plaats als Bisschop of Deken die hen meer waardigheid gaf. Zowel apostelen, profeten, evangelisten als herders en leraars heeft Jezus gegeven om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het zijn lichaam, totdat wij allen de eenheid van het geloof en van de volle kennis van de Zoon van God zouden kunnen bereiken, de maat van de wasdom van de volheid van Christus. “En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.” (Efeziërs 4:11-13 NBV)

Om tot die wasdom te komen is de hulp van elkaar nodig. Al de Broeders en Zusters in Christus moeten samen werken aan de opbouw van de ecclesia en door hun getuigenis en hun houding het Woord van God verkondigen en verankeren in het hart van zichzelf en van de naaste. Allen zijn het huisgenoten die inwonen in het land dat hen ter beschikking is gesteld. De grote leidsman en hoeksteen van de gehele gemeenschap moet daar dan Jezus Christus zijn. Hij is de laatste en nog enig nodige hogepriester. Nu zijn er geen priesters buiten hem meer nodig.

“Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen.” (Efeziërs 2:19-20 NBV)

Oudsten hebben geen persoonlijk gezag maar geven leiding “naar de wil van God” (1 Petrus 5:2), dus op basis van Gods woord, “niet als heerschappij voerend” … “maar als voorbeelden der kudde” (1 Petrus 5:4).

In de gemeente mag geen heerschappij gevoerd worden en daarom is er ook geen hiërarchie bij de Christadelphians of Broeders in Christus.

Ontegensprekelijk heeft de gemeente leiding nodig en heeft Jezus daarin voorzien. Wettelijk hangen wij in deze wereld ook vast aan regulaties en verordeningen waar wij niet buiten kunnen. Daarom is er een wereldse organisatie nodig. Maar die structuur en nodige functies verhogen niemand in het geheel van Gods Werk. Er is slechts één hoofd van het lichaam, de gemeente, namelijk Jezus (Kolossenzen 1:18). Christus is de ene Herder van zijn kudde: “Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder.” (Johannes 10:16 NBV)

Door Jezus is er geen kerkelijk gezag ingesteld. Als men de verhalen van het Nieuwe Testament goed volgt en ook de reacties van Jezus na gaat als men hem vroeg wie naast hem mocht komen te zitten of wie er een ere plaats kreeg, dan merkt men dat Jezus zich steeds als dienaar van God op stelde en dat ook van zijn volgelingen verwachtte, waarbij eenieder de broederliefde zou opbrengen en zich op gelijke voet zou stellen als zijn naaste. Niemand hoger dan de ander. Er is geen hiërarchie in Christus’ gemeente.

“Ze kwamen in Kafarnaüm. Toen ze in huis waren, vroeg hij hun: ‘Waarover waren jullie onderweg aan het redetwisten?’ Ze zwegen, want ze hadden onderweg met elkaar getwist over de vraag wie van hen de belangrijkste was. Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’” (Markus 9:33-35 NBV)

Het dienaarschap was het voornaamste in de leiding. Geen pausen of rabbis geplaatst in rang. Eigenlijk zou niemand zich rabbi mogen laten noemen; want één is en kan er maar Meester zijn en wij horen allen broeders te zijn onder dat meesterschap van Christus. “Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel. Laat je ook niet leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de Messias. De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn.” (Mattheüs 23:7b-11 NBV)

Ook al waren er veel rabbis voor Jezus is het raadzaam, dat volgelingen van Jezus, zijn woorden opvolgen en zich dan ook geen rabbi laten noemen. Zij blijven volgelingen. Christus is de enige rabbi en Zijn volgelingen zijn allen broeders.

Wereld hoofdkwatier van de Jehovah's Getuigen - The Watchtower Bible and Tract Society, Brooklyn, New York, U.S.A.

Waar de Getuigen van Jehovah zich onderwerpen aan een in de Verenigde Staten gelegen orgaan, De Watch Tower Bible and Tract Society, zijn wij als Broeders en Zusters in alle landen van de wereld onafhankelijk van een wereldse organisatie. Waar de Getuigen schatplichtig zijn aan dat ene orgaan en zelfs geloven dat die Organisatie een groepering is van speciaal begaafden gestuurd door God, geloven wij niet in zulk een onfeilbaar instituut noch enig onfeilbaar persoon (zoals bijvoorbeeld een Paus).

Wij begunstigen geen enkele natie boven een andere en stellen ook geen enkele persoon hoger dan een ander, buiten dan de normale praktische wereldse plaatsingen of verordeningen.

John Thomas

De medicus John Thomas (1805-1871), de stichter van de Broeders in Christus of Christadelphians, was oorspronkelijk in de beweging “Disciples of Christ” van dezelfde naam als het boek dat hij in 1844 schreef. In dat zelfde jaar startte hij het tijdschrift “The Herald of the Future Age”. Thomas schreef in 1848 het boek “Elpis Israel – An Exposition of the Kingdom of God.” Dat boek werd in de Verenigde Staten van Amerika door meerdere belangstellenden gelezen en verder doorgegeven. Het was een stimulans voor ernstige Bijbelonderzoekers om hierover in debat te gaan en om de verder ingeslagen weg op te gaan. Vandaag is het nog steeds het standaard werk van de Christadelphians.
Charles Taze Russell bezocht meerdere lezingen van enkele Thomasites, zo als de volgelingen van Dr. John Thomas toentertijd werden genoemd. Hij werd zeer sterk beïnvloed door de gedachten van onze stichter en ging verder in zijn Bijbelonderzoek. Ook hij zorgde voor een onafhankelijk groep volgelingen. Doordat de Bijbelonderzoekers zo verspreid woonden was een drukwerk een makkelijker manier om met elkaar van gedachten te wisselen en zo besloot Russell ook zijn bevindingen op grotere schaal te verspreiden. In juli 1879 begon Russell Zion’s Watch Tower (thans De Wachttoren genoemd) uit te geven. Hij besloot dat de predikingactiviteiten van de Bijbelonderzoekers volledig door vrijwillige bijdragen bekostigd zouden moeten worden en dat er geen collectes zouden worden gehouden. Ook zou de boodschap verbreid worden door de niet betaalde, vrijwillige krachtsinspanningen van de gelovigen. Russell zelf droeg bij uit de middelen die hij tot op dat ogenblik door zakendoen had verworven.

Snel na de toekenning van de rechtspersoonlijkheid van de Zion’s Watch Tower Tract Society in Pennsylvania als een corporatie zonder winstgevend doel en de infiltrering van Joseph Franklin Rutherford ontstond er een soort van machtsverhouding die in 1916 bij de dood van Charles Taze Russell zou uitmonden in het presidentschap van de Watch Tower Society met Rutherford als onverbiddelijke leider. In de Bijbelstudentenbeweging had dit ernstige gevolgen van verscheidene twistpunten en scheuringen.

In wezen zijn de Jehovah’s Getuigen eigenlijk een afsplitsing van de originele Bijbelstudenten Beweging (Bible students) ontstaan in de 19° Eeuw. Hun Besturend Lichaam kreeg als maar meer macht en verplichte velen om bepaalde punten van geloof aan te nemen, of om de organisatie te verlaten indien zij zich niet akkoord konden verklaren met die geloofspunten. Ook al zullen zij het niet snel toegeven zijn ook uit hun beweging daardoor dan weer andere bewegingen ontstaan en zijn zij zelf ver afgedreven van het gedachtegoed van hun zogenaamde “stichter’. Moest deze zich namelijk vandaag bij de vereniging van Getuigen van Jehovah aanbieden zou hij waarschijnlijk geweigerd worden.

Doordat de Getuigen van Jehovah van diezelfde ernstige Bijbelonderzoekers kwamen als onze gemeenschap is het natuurlijk logisch dat er raakpunten zijn. Het zal niet moeilijk zijn om de gelijke geloofspunten op te merken, welke niet anders gelijk kunnen zijn omdat ook het zelfde geloofsboek de Bijbel als leermeester wordt aangenomen.

Dat enige en voornaamste werk voor ons is de Bijbel of ‘Woord van God’. Waar de Getuigen van Jehovah over de gehele wereld twee tijdschriften voor studie gebruiken, waar de Watch Tower Society hun Besturende Lichaam als de Beleidvolle Slaaf dingen op legt om te geloven is er bij ons slecht één ware leermeester en slechts één Boek om als Leerboek te volgen, namelijk dat Woord van God, de Bijbel, en als rabbi of leermeester, de meester verteller Jezus, welke zijn woorden in het Nieuwe Testament zijn neergetekend.

De Getuigen volgen hun Beleidvolle Slaaf, terwijl wij de richtlijnen van Jezus als voldoende maatstaf nemen en vervolgens onze gemeenschap trachten op te bouwen volgens de werkwijze van de eerste Christenen.

Uit het Nieuwe Testament kunnen wij opmaken hoe de Gemeenschap van Christus vorm kreeg en hoe iedere plaatselijke gemeente onder de rechtstreekse leiding van Christus stond door zijn woord. De gemeenten hadden geen overkoepelende organisatie en zo moet het er vandaag nog aan toe gaan. In de Schrift zijn er duidelijke instructies i.v.m. leidende functies in de gemeente. De gemeente van Christus heeft uitsluitend de door Jezus en zijn oorspronkelijke discipelen of apostelen voorgeschreven functies te volgen. Een godsdienstige groepering die deze instructies niet volgt, of die bijkomende leiders heeft, is geen gemeente van Christus. Wanneer mensen centrale organisaties oprichten, zijn ze in opstand tegen het gezag van Christus. Elke gemeente of ecclesia moet volledig onder het beheer van Christus blijven en ten dienste van alle gelovigen in en buiten de gemeenschap. Zij die de ‘leiding’ nemen om alles in goede banen te leiden in een gemeenschap en voor de studies te zorgen moeten dit altijd in alle onderdanigheid doen in onderwerping aan het Woord van God. Ook al delen wij ook studies of exhortaties blijft iedereen in zijn recht om zelf zijn opinie te hebben en deze ook te uitten. Niemand van ons heeft alwetendheid en eenieder moet in alle eerlijkheid dit voor ogen zien en daar rekening mee houden. Maar wij moeten elkaar de kans geven om samen verder te groeien en dit kan slechts door elkaar onze mening kenbaar te maken en onze kennis te delen.

Bij ons is niemand meester over het geloof van anderen. Zij die meer kennis hebben mogen zich gelukkig prijzen dat zij zo gezegend mogen zijn. In een groep van mensen zijn er ook die zich meer kunnen toe leggen op het werk van God in de gemeenschap en als zij de ouderen worden of opzieners in die gemeenschap is het hun taak naar best vermogen die gemeenschap te dienen. Ook al zullen zij dan wel meermaals het woord voeren in de gemeenschap, blijven zij maar bedienaren die hard horen te werken opdat vele anderen Gods Woord zullen kunnen leren kennen. Zij dienen niet uit winstbejag en moeten zelf in hun levensbehoeften voorzien. Maar in de materiële behoeften van de ecclesia of kerkgemeenschap kan de bevolking van de gemeenschap elk individueel een eigen vrijwillige bijdrage leveren, alsook kunnen bepaalde centrales mee bijdragen aan de financiële noden, zoals ook in de eerste eeuw van onze tijdrekening sommige ecclesiae bijdroegen aan andere minder gegoede ecclesiae. Diegenen die zulke posities, om Bijbelstudies te leiden of Bijbelteksten te verklaren, dan gaan innemen, horen dan wel aan al de vereisten van een goed Christen te voldoen en onberispelijk te zijn. Zij moeten zich ten volle ten dienste van de gemeenschap kunnen stellen, getrouw dienen, ijverig zijn, zich in eenheid voelen en gedragen, hoge morele maatstaven en loyaliteit aan Bijbelse leringen hebben die over de gehele wereld door de Broeders in Christus tentoon worden gespreid. (1 Korinthiërs 3:5-9; 4:1, 2; 2 Korinthiërs 1:24; 3:1-3; 1 Petrus 5:2, 3.)

In de gemeenten kunnen naar de Griekse term ‘diakens’ of ‘dienaren’ aangesteld worden om bepaalde concrete taken te verrichten (Handelingen 6:3,4). Deze dienaren die zullen mogen evangeliseren of prediken zijn noodzakelijk in Gods plan voor het heil van de mensen: “Maar hoe kunnen ze hem aanroepen als ze niet in hem geloven? En hoe kunnen ze in hem geloven als ze niet over hem hebben gehoord? En hoe kunnen ze over hem horen als hij niet verkondigd wordt? En hoe kan iemand verkondigen als hij niet is uitgezonden? Het is zoals geschreven staat: ‘Welkom zijn zij die goed nieuws verkondigen.’ {-(10:15) Welkom zijn zij die goed nieuws verkondigen Andere handschriften lezen: ‘Welkom zijn zij die vrede verkondigen, die goed nieuws verkondigen’.}” (Romeinen 10:14-15 NBV)

Paulus schreef aan Timotheüs: “verkondig het woord” (2 Timotheüs 4:2), “doe het werk van een evangelist, verricht uw dienst ten volle” (2 Timotheüs 4:5).
Predikers kunnen door hun medegelovigen worden ondersteund, maar het is geen ‘must’: “Voor hen die het evangelie bekendmaken geldt hetzelfde: de Heer heeft bepaald dat zij door te verkondigen in hun levensonderhoud mogen voorzien.” (1 Korintiërs 9:14 NBV) De prediking moet steeds gratis aan iedereen aangeboden worden, want het is God die geeft en wij hebben voor niets veel ontvangen.

“U zou moeten zeggen: ‘Als de Heer het wil, zijn we dan in leven en zullen we dit of dat doen.’” (Jakobus 4:15 NBV)

“Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!” (Mattheüs 10:8 NBV)

“Geef iedereen wat hem toekomt: belasting aan wie u belasting verschuldigd bent, accijns aan wie u accijns verschuldigd bent, ontzag aan wie ontzag toekomt, eerbied aan wie eerbied toekomt.” (Romeinen 13:7 NBV)

Niet iedereen is bekwaam om les te geven. Het onderrichten vereist bepaalde vaardigheden. Maar het Woord van God kenbaar maken is iedereen gegeven die wenst te geloven en Jezus te volgen. Zij die Jezus wensen te volgen moeten ook dienaars willen worden. Wij kunnen niet allemaal apostelen, evangelisten, predikers of leraars zijn.

“Is iedereen soms een apostel? Of een profeet? Is iedereen een leraar? Kan iedereen wonderen verrichten?” (1 Korintiërs 12:29 NBV)

Niet alle christenen zijn leraars in de formele zin zoals Paulus ook aan geeft. Jakobus geeft de waarschuwing: “Broeders en zusters, u moet niet allemaal leraar willen zijn. U weet dat ons leraren een strenger oordeel te wachten staat.” (Jakobus 3:1 NBV)

Leuvense Ecclesia Distrubitie dag bijeenkomst

Zij die wensen te onderrichten moeten zich terdege bewust zijn van hun verantwoordelijkheid. Zij moeten hun geest goed onderzoeken en opletten welke achtergronden zij hebben om op de voorgrond te treden. Hun intenties zijn zeer belangrijk want zij moeten zich bewust zijn dat voor het gene dat zij doen zij ook strenger zullen kunnen voor geoordeeld worden. Zij moeten er op toe zien dat er geen ijdel gepraat wordt gegeven en er vast en zeker geen valse leerstelling binnenslopen door toe te willen geven aan filosofieën, tradities of populaire zaken.

Paulus schreef over bepaalde mensen die wel leraars wilden zijn maar niet bekwaam waren en afdwaalden van de waarheid: “Sommigen hebben zich daarvan afgewend en zijn vervallen tot zinloos gepraat. Zij willen de wet van God onderwijzen, maar weten niet wat ze zeggen en begrijpen niets van wat ze zo stellig beweren.” (1 Timotheüs 1:6-7 NBV)

Daarom is het belangrijk dat de gehele gemeenschap in het oog houdt wie hen wil voeden met allerlei gedachten en of deze wel ten volle ondersteund zijn door Schriftuurlijke kennis. Wie niet bekwaam is, mag in de gemeente geen les geven. Maar mannen met aanleg moeten opgeleid worden. Paulus schreef aan Timotheüs, “Geef wat je in aanwezigheid van velen van mij hebt gehoord, door aan betrouwbare mensen die geschikt zijn om anderen te onderwijzen.” (2 Timotheüs 2:2 NBV)

Ook al zullen de vrouwen het initiatief niet nemen in de dienst waarbij het Laatste Avondmaal wordt herdacht, namelijk het Breken van het Brood, kunnen zij wel zich uitspreken in Bijbelstudies en op het veldwerk.

De vrouwen horen de raad van Paulus op te volgen waarbij een vrouw zich rustig, in alle onderdanigheid, moet laten onderrichten. “Een vrouw dient zich gehoorzaam en bescheiden te laten onderwijzen; ik sta haar dus niet toe dat ze zelf onderwijst of gezag over mannen heeft; ze moet bescheiden zijn.” (1 Timotheüs 2:11-12 NBV) Paulus woorden hebben betrekking op het voorgaan in de vergadering. “Vrouwen moeten gedurende uw samenkomsten zwijgen. Ze mogen niet spreken, maar moeten ondergeschikt blijven, zoals ook in de wet staat. Als ze iets willen leren, moeten ze het thuis aan hun man vragen, want het is een schande voor een vrouw als ze tijdens een samenkomst spreekt.” (1 Korintiërs 14:34-35 NBV)

Wel is het zo dat zij gewoon mag praten of spreken, zoals voorlezen of lezen uit de Heilige Schrift. Zij zal dan ook zoals iedereen, kinderen inbegrepen, ook mee tekstdelen uit de Bijbellezingen naar voor brengen. Maar voor het spreken beperkt zich daar haar rol en deze van de kinderen. De verdere uitlegging en de uitvoering van de handeling van het Breken van het Brood liggen in de hand van de mannelijke dienaars. Die ondergeschiktheid slaat op de plaats in de dienstuitvoering van de ecclesia. Daarbuiten staat het elke vrouw vrij om ook haar zeg te doen en mee aan de geestelijke opbouw te werken. Het is zelfs de taak van oudere vrouwen om onderricht te geven aan jongere vrouwen. De NBG vertaling heeft het over priesterlijk of wat past bij de gelovige mens; plaatsen; handelingen of heilige dingen, tot God gericht; passend bij wat heilig is of eerbiedig. “Oude vrouwen eveneens, priesterlijk in haar optreden, niet kwaadsprekend, niet verslaafd aan veel wijn, in het goede onderrichtende,” (Titus 2:3 NBG51) Ook zij moeten in de roep staan van goede werken (1 Timotheüs 5:10) en in het huishouden kunnen zij gerust mee het woord verkondigen en zorgen dat de gezinsleden op het rechte pad blijven. “Werkelijk, u had toch inmiddels allemaal leraar moeten zijn! In plaats daarvan hebt u er zelf een nodig om u opnieuw de grondslagen van het woord van God bij te brengen; het is met u zo ver gekomen dat u weer aangewezen bent op melk in plaats van op vast voedsel.” (Hebreeën 5:12 NBV) De vrouwen kunnen mee werken aan de heiligheid van de leden van de gemeenschap door voortreffelijk mee te helpen en mee in het goede onderrichten, zodat zij de jonge vrouwen kunnen opwekken man en kinderen lief te hebben, bezadigd, kuis, huishoudelijk, goed en aan hun man onderdanig te zijn, opdat het woord van God niet gelasterd zou worden. “Ook oudere vrouwen moeten zich ingetogen gedragen, ze mogen niet kwaadspreken of verslaafd zijn aan wijn. Ze moeten goede raad weten te geven, en de jonge vrouwen voorhouden dat ze hun man en kinderen moeten liefhebben, dat ze ingetogen, kuis, zorgzaam in het huishouden en vriendelijk moeten zijn, en dat ze het gezag van hun man moeten erkennen. Dan wordt het woord van God in ere gehouden.” (Titus 2:3-5 NBV)

Niet enkel de vrouwen kunnen mee instaan voor de verdere zorg van de ecclesia. Ook de mannen kunnen er mee voor zorgen dat alles proper is en blijft en dat er de nodige versieringen zijn om het lokaal zo gezellig mogelijk te maken en als het ware als een waardig huis voor het bezoek van God en eredienst te maken.

New York - South Ozone Park Ecclesia

Elk lid van de gemeenschap kan zijn of haar steentje bijdragen. Of het nu de toiletten proper maken is, broodjes smeren, of lezingen geven, heeft iedereen van de gemeenschap dezelfde rang of stand. Kleur, ras, rang of stand in het dagelijkse leven hebben niets te maken met de positie in de Gemeente van Christus dat de ecclesia is. Daar is er slechts één het hoofd en dat is Christus Jezus. Bij ons is er geen Besturend Orgaan en geen heerschappij. Jezus heeft de nodige leiders aan de gemeente gegeven. De apostelen en profeten geven leiding door de heilige Schrift. Al hun geschriften zijn voor ons ter beschikking en horen op regelmatige wijze doorgenomen te worden. Daarin hoort er door ons niet selectief uit gekozen te worden, want het is de gehele Schrift die ons ter onderricht en steun is gegeven. (2 Timotheüs 3:16) Het Lam van God Christus Jezus is ook de hoofdherder die herders, evangelisten, leraars en dienaars aan de gemeente geeft.

De Broeders in Christus hebben niets te maken met de Getuigen van Jehovah maar houden zich wel aan de opdrachten die ons door onze Hoofdleraar of Rabbi Jezus Christus zijn gegeven. Eén van de voorname opdrachten was uit te gaan in de wereld en te gaan verkondigen. Zij die Christus als hun Heer en Redder, de Messias willen aannemen moeten hem volgen en ook het Goede Nieuws verkondigen. Al de gelovigen die zich Christen willen noemen moeten dan ook Getuigen zijn.

„God heeft hem op de derde dag opgewekt en heeft gegeven dat hij openbaar werd, niet aan het gehele volk, maar aan getuigen die door God tevoren waren aangewezen, aan ons, die, nadat hij uit de doden was opgestaan, met hem gegeten en gedronken hebben. Ook heeft hij ons bevolen tot het volk te prediken en een grondig getuigenis te geven dat deze Degene is die door God is verordend tot rechter van de levenden en de doden. Over hem leggen alle profeten getuigenis af dat een ieder die geloof in hem stelt, vergeving van zonden krijgt door middel van zijn naam.” (Handelingen 10:40-43 NWV)

11 Responses to Getuige of Broeder

  1. Pingback: Servant of his Father « Christadelphians : Belgian Ecclesia Brussel – Leuven

  2. Pingback: Dienaar van zijn Vader « Christadelphians : Belgian Ecclesia Brussel – Leuven

  3. Pingback: Getuigen van Jehovah, Data en Waarheid « Christadelphians : Belgian Ecclesia Brussel – Leuven

  4. Pingback: Ademen om les te geven « Christadelphians : Belgian Ecclesia Brussel – Leuven

  5. Pingback: Breathing to teach « Christadelphians : Belgian Ecclesia Brussel – Leuven

  6. Pingback: Vernieuwing in de kerk en verzoek om terug naar de bron te gaan « Bijbelvorser = Bible Researcher

  7. Andy says:

    Dus ,jullie geloven ook niet dat de eerste eeuwse gemeente geleid werd door Gods heilige geest? Want de Jehovah getuigen kunnen niet geleid worden door God…

    • Door de Kracht van God (de Heilige Geest) is alles ontstaan en ontwikkeld alles zich ook vandaag nog. Aan de werking van God is geen einde gekomen en zal ook nooit een einde komen.
      God heeft zijn aanwezigheid aan de apostelen in het begin van onze huidige jaartelling, in het bijzonder kenbaar gemaakt. Door de uitstorting van de Heilige Geest verkregen de apostelen de moed en de kracht om het werk van Christus Jezus hier op aarde verder te zetten en begon de eerste nieuwe geloofsgemeenschap uit te breiden om te worden wat wij nu christenen noemen.

      In de handelingen van de apostelen kan u lezen hoe de Heilige Geest die eerste gemeenschappen begeleide. Wij moeten echter niet denken dat Gods Geest vandaag niet meer over de aarde zou toeven. Ook nu nog kan God mensen aanspreken, begeleiden, inspireren en tot grootse dingen aanzetten. Ook wij kunnen de werking van de Heilige Geest, dus de Kracht, de Stem, de Werking en het Woord van God in ons voelen en ons doen opleven.

      “4 Terwijl Hij nu met hen samen was, gelastte Hij hun: Verlaat Jerusalem niet, maar wacht de belofte des Vaders af, die gij van Mij hebt vernomen. 5 Want Johannes doopte met water, maar over enkele dagen zult gij worden gedoopt met den Heiligen Geest 6 De aanwezigen vroegen Hem echter: Heer, zult Gij in deze tijd het koninkrijk voor Israël weer herstellen? 7 Hij sprak tot hen: U komt het niet toe, tijden of dagen te kennen, die de Vader door eigen macht heeft vastgesteld. 8 Maar wanneer de Heilige Geest over u komt, zult ge kracht ontvangen, en mijn getuigen zijn in Jerusalem, in heel Judea en Samaria, en tot aan het einde der aarde.” (Handelingen 1:4-8 CANIS)
      “1 Toen de dag van het pinksterfeest was aangebroken, waren ze allen op één plaats bijeen. 2 Eensklaps kwam er een geruis uit de hemel als van een hevige windvlaag, en vulde het hele huis, waar ze waren vergaderd. 3 Vurige tongen verschenen hun, spreidden zich rond, en zetten zich op ieder van hen neer. 4 Allen werden vervuld van den Heiligen Geest, en begonnen verschillende talen te spreken, naar gelang de Geest hen liet spreken.” (Handelingen 2:1-4 CANIS)
      “God is een geest, en wie Hem aanbidden, moeten in geest en waarheid aanbidden.” (Johannes 4:24 CANIS)
      “De geest van Jahweh, mijn Heer, rust op Mijl, Want Jahweh heeft Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om armen de blijde boodschap te brengen, Om te verbinden wiens hart is gebroken, Aan gevangenen verlossing te melden, Aan geboeiden bevrijding;” (Jesaja 61:1 CANIS)
      “Welnu, het streven van het vlees is de dood; maar het streven van de geest is leven en vrede.” (Romeinen 8:6 CANIS)
      “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat Gods Geest in u woont?” (1 Corinthiërs 3:16 CANIS)
      “die ons bekwaam heeft gemaakt, om bedienaars te worden van een nieuw Verbond, niet van de letter, maar van den Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.” (2 Corinthiërs 3:6 CANIS)

  8. Wij geloven dat de eerste Christenen begenadigd werden door Gods Kracht (de Heilige Geest) waardoor zij op bijzondere wijze de mensen konden toespreken en het Woord van God kenbaar maken over grote gebieden.
    De Heilige Geest is echter de Kracht, het handelen van God, maar niet een derde persoon in een Heilige Drievuldigheid.

  9. Pingback: Representatives of the “Slave Class” or the Real “faithful and discreet slave” | Belgian Biblestudents - Belgische Bijbelstudenten

  10. Pingback: Breathing to teach – Belgian Ecclesia Brussel – Leuven

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s