Gebed na het lezen van Psalm 8

Gisteren kenen wij naar psalm 8 waar is geschreven

 

“ “1  Voor de koorleider. Op de wijs van De Gatitische. Een psalm van David.

(8:2) HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde. U die aan de hemel uw luister toont-

2 (8:3) met de stemmen van kinderen en zuigelingen bouwt u een macht op tegen uw vijanden om hun wraak en verzet te breken. 3  (8:4) Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigd,

4 (8:5) wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet?

5 (8:6) U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie, 6 (8:7) hem toevertrouwd het werk van uw handen en alles aan zijn voeten gelegd: 7 (8:8) schapen, geiten, al het vee, en ook de dieren van het veld, 8 (8:9) de vogels aan de hemel, de vissen in de zee en alles wat trekt over de wegen der zeeën. 9 (8:10) HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde.” (Ps 8:1-9 NBV)

 


Heer onze God: uw majestueuze glorie vult de aarde –

Geef ons de ogen om het wonder en de schoonheid van Uw creatie te zien …
Geef ons een mening om Uw soevereiniteit over de menselijke geschiedenis te erkennen ….
Geef ons harten om Uw verlossing te ontvangen door Uw Zoon, Jezus Christus ….

Heer, onze God: uw majestueuze glorie vult de hemel
en toch heeft u speciale gunst getoond aan de zwakke mensheid –

Wat zijn wij toch zo arme schapen?
Soms denken wij wel heel wat te zijn,
al weten wij dat wij niet veel kunnen tegenover U
die al onze mogelijkheden ver overstijgt.

U denkt aan ons en zorgt voor ons …
U hebt ons naar Uw beeld gemaakt, gekroond met glorie en eer ….
U vertrouwde ons de zorg voor uw creatie toe ….

Heer, onze God:
U verbaast ons overal waar we ons keren.
Uw majestueuze glorie is overal om ons heen.

Toon ons Uw glorie!

*

We bidden tot de grote Spirituele Kracht waarin wij ons geloof stellen
We bidden boven alles voor vrede over de hele wereld.
Dat de Allerhoogste God, de Elohim Hashem Jehovah ons moge bijstaan.

 

+

Voorgaande

Begrijpend Zingen: Psalm 8: Wat is de mens…?

Materialisme, “would be” leven en aspiraties #8

++

Aansluitend

  1. De zoeker naar God en wereldse schatten
  2. Idioot zijn om te geloven?
  3. Kan men God zoeken en ervaren
  4. Vinden komt pas na goed zoeken
  5. De Schepper God wil gevonden worden
  6. Als je beseft dat God bestaat
  7. Opgetekend in je hoofd wat is neergetekend
  8. Rond God de Allerhoogste
  9. De enige ware God
  10. Geloof in slechts één God
  11. Eigenheden aan God toegeschreven
  12. Is er een verbinding tussen God en mens?
  13. Kan men een verbinding maken met iets dat men niet kan aanraken
  14. Bekommerende God
  15. God is positief
  16. Gods redding
  17. God komt ons ten goede
  18. Verzoend met God

+++

Gerelateerd

  1. Psalm 8
  2. Psalm Eight
  3. day 2 (trek 2): put a psalm in my heart
  4. Great Verses of the Bible: Psalm 8:3-5
  5. Psalm 8, of David. O LORD, our Lord, how excellent is Thy Name in all the earth!
  6. Majesty (prayers for the journey)
  7. Majesty
  8. Glories Stream
  9. A Pack of Neurons or Stamped with the Image of God?
  10. The hugeness of the cosmos reminds us how valuable we are to God.
  11. Being Human – Part Four
  12. Hope…
Geplaatst in Begrijpend Zingen, Gebed, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Begrijpend Zingen: Psalm 8: Wat is de mens…?

Wie de tekst van de Psalmen kent èn begrijpt, zal God met nog grotere vreugde lofzingen

Vandaag kijken wij naar Psalm 8

 

“1 Voor de koorleider. Met gittit-begeleiding. Een psalm van David.
(8:2) Heer, onze God, hoe vol macht is uw naam wijd en zijd op de aarde; gelijk Gij uw majesteit doet verschijnen hoog aan de hemel,
2 (8:3) uit de mond der kleinen, de kreet van het kind uw vermogen bevestigt, dat uw tegenstanders het weten, dat vijand en verstoorder moet zwijgen. 3 (8:4) Als uw hemel ik zie – uwer vingeren werk, maan en sterren die Gij daar stelde, 4 (8:5) wat is dan de mens dat Gij acht op hem slaat, het mensenkind dat Gij hem aanziet? 5 (8:6) En nochtans gaaft Ge hem een haast goddelijke staat; met waardigheid hebt Gij, met schoonheid gekroond 6 (8:7) die Gij heerser maakt over het werk uwer handen. Want alles hebt Gij aan zijn voeten gelegd: 7 (8:8) de schapen, het hoornvee bijeen en de andere, de dieren des velds, 8 (8:9) de vogelen des hemels, de vissen der zee: wat de banen der zeeen doorkruist. 9 (8:10) Heer, onze God, hoe vol macht is uw naam wijd en zijd op de aarde.” (Ps 8:1-9 WV78)

 

 Wat is de mens…?

David heeft niet alleen vele psalmen geschreven, maar heeft ervoor gezorgd dat, als de tempel eenmaal (door zijn zoon Salomo) gebouwd werd, deze psalmen gezongen zouden worden in de tempeldiensten.

“Voor de koorleider”

slaat dus op degene die de leiding had over de tempelzangers, terwijl

“Op de Gittith” (NBG51)

te maken heeft met de melodie of misschien het soort muziekinstrument waarop gespeeld werd (vergelijk ook de Psalmen 81 en 84). Toen hij een jonge schaapherder was, had David ruime gelegenheid Gods almacht in de schepping te bewonderen:

“U, die aan de hemel uw luister toont ” (vers 2).

En in vergelijking daarmee, hoe onbeduidend de mens is:

“Zie ik … de maan en de sterren, door u daar bevestigd, wat is de sterveling, dat u aan hem denkt, het mensenkind, dat u naar hem omziet?” (verzen 3-5).

Eigenlijk is de mens niet zó onbeduidend. Hij is immers gemaakt “naar Gods beeld” (Genesis 1:26). In die zin, is de mens “bijna een god gemaakt” (Psalm 8:6). Bovendien, was het van het begin af Gods bedoeling, dat de mens heerschappij zou hebben. Genesis 1:26 vervolgt met de woorden:

“zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee … de vogels … het vee.”

Psalm 8 is duidelijk een weerklank hiervan:

“Gij doet hem heersen over de werken uwer handen, alles hebt Gij onder zijn voeten gelegd: schapen en runderen … de vogelen … en de vissen” (verzen 7-9 NBG51)).

Nu is de zondige mens nooit in staat geweest deze taak op zich te nemen zoals God bedoelde. Toch is er één, de Here Jezus Christus, de zondeloze Zoon van God, die het wél kon. De Brief aan de Hebreeën, 1000 jaar na David geschreven, geeft commentaar op Psalm 8:

“Dat alles aan hem onderworpen is, zien wij echter nog niet; wel zien we dat Jezus — die voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst was … nu met eer en luister gekroond is” (Hebreeën 2:6-9).

Zoals Jezus zelf zei:

“Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde” (Mattheüs 28:18).

Psalm 8 is dus een profetie van Jezus Christus, de Zoon van God. Maar Psalm 8 houdt nog steeds een belofte in voor ons. Zij die Jezus volgen mogen in Gods koninkrijk de vervulling van Psalm 8 voor zichzelf waarmaken:

“U (Christus) bent geslacht en met uw bloed hebt u voor God mensen (de gelovigen) gekocht … Zij zullen als koningen heersen op aarde” (Openbaring 5:9-10).

Inderdaad:

“HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde” (Psalm 8:10)!

J.M

+

Vindt ook:

Begrijpend Zingen: Psalmen 56-59

Verlossing #7 Christus levend in de gelovige

++

Aansluitend

  1. Zoon van God
  2. Zoon van God – Vleesgeworden woord
  3. Christus Jezus: de zoon van God
  4. Zoon van God – de weg naar God
  5. Een veel voorkomende vraag: Waarom moest Jezus of God naar de hel?
  6. De Verlosser 3 Zijn menselijke kant

+++

Gerelateerd

  1. The Spirit of the Psalms: O Lord Our Lord How High How Great (Psalm 8)
  2. Psalm 8 God created the world and made humanity it’s stewards
  3. Psalm 8 (by Simply you matter)
  4. Psalm 8
  5. Little Less Than Divine
  6. Psalm 8: Humanity in General or Christ in Particular?
  7. Short meditation on Psalm 8
  8. Oh How Excellent!
  9. Praying the Psalms: Mon, 09 Jul – Psalm 8 ~ majestic glory
  10. Worship to Go: God, our Creator
Geplaatst in Begrijpend Zingen, Bijbelonderzoek, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Ontmoeting met: Zacheüs

Kennismaking met bijzondere vrouwen en mannen in de Bijbel: de Joodse oppertollenaar van Jericho.

Zachäus (Niels Larsen Stevns)

In Lucas 19 ontmoeten we Zacheüs (reine). We leren hem kennen als ware volgeling van de gezondene van God en leermeester Jeshua (Jezus Christus). Hij was tollenaar. Dit was een vrijwillige functie. Tollenaars kochten tolrechten van de Romeinen en vroegen vaak teveel, zodat zij er zelf beter van werden. Tollenaars stonden daarom slecht bekend: ze dienden de Romeinen en velen misbruikten hun positie. Het tolhuis van Jericho was zeer aanzienlijk, want Jericho was een grensstad langs een belangrijke handelsroute, met veel waardevol transport. Dat Zacheüs oppertollenaar was, betekent dat hij hoofd van het tolkantoor was. Maar ondanks zijn hoge positie en rijkdom, was hij geen geëerd man; nee, hij werd door zijn volksgenoten veracht en uitgestoten. Ook had hij zijn postuur niet mee, klein van stuk als hij kennelijk was.

Op een dag hoort hij dat Jezus Jericho nadert. Hij rent weg en denkt niet aan zijn waardigheid. Hij heeft maar één doel voor ogen:

Jezus zien.

Hij klimt in een vijgeboom en verschuilt zich tussen de bladeren. Als tollenaar kan hij onmogelijk iemand onder ogen komen. Dan een schok! Jezus staat stil bij zijn boom, roept hem en wil zelfs naar zijn huis! Zacheüs komt direct te voorschijn, vol blijdschap. Jezus, de Messias komt bij hem, een zondaar. Allen die het zien zijn verontwaardigd. Jezus gaat naar binnen bij een tollenaar. Zacheüs toont zijn blijdschap en zegt:

“Kijk, Heer, de helft van mijn bezit geef ik aan de armen, en als ik iemand iets afgeperst heb vergoed ik het viervoudig”.

Hij zegt “als”. Hij heeft dus zelf waarschijnlijk niet bewust iemand afgeperst. Maar mocht het zo zijn, dan wil hij ruim vergoeden. Jezus zegt hem:

“Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook hij is een zoon van Abraham”.

Het klinkt als een scherpe terechtwijzing naar de morrende menigte buiten. Zij denken immers, dat een tollenaar nooit deel kan uitmaken van het volk van God. Net hiervoor heeft Jezus een blinde genezen. Deze morrende mensen zijn geestelijk blind. Zij zien niet dat de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren is.

N.D.

Geplaatst in Geschiedenis, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Overdenking: Elke Schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven

De meeste van u zullen de stelling onderschrijven dat de Bijbel een moeilijk boek is. En sommige delen lijken ook nog eens weinig leerzaam, en dan is er al snel de neiging ze maar over te slaan. De apostel Paulus is echter duidelijk:

“Elke Schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust” (2 Tim 3:16-17).

Maar ook dan is het al snel:

‘toch niet al die geslachtsregisters?’;

om dan vervolgens ook nog andere delen maar als minder nuttig te bestempelen. Wie zich christen noemt, zegt daarmee echter een volgeling van Christus te zijn, en

“een leerling staat niet boven zijn leermeester; pas als iemand zich alles heeft eigen gemaakt, zal hij de gelijke zijn van zijn leermeester” (Luk 6:40).

Het was de Schrift die maakte dat Jezus “voor zijn taak berekend was”, dus onze houding tegenover die Schrift moet dezelfde zijn als die van Hem.

Lukas beschrijft ons de twaalfjarige Jezus bij zijn eerste bezoek aan Jeruzalem. Tot die tijd zal Hij zijn Schriftkennis hebben opgedaan bij de dorpsrabbijn in Nazaret. Nu krijgt Hij de gelegenheid de vragen die Hij daar niet beantwoord kreeg, voor te leggen aan de ‘theologische hoogleraren’ in de tempel. Toen zijn ouders Hem zochten

“vonden ze hem in de tempel, waar hij tussen de leraren zat, terwijl hij naar hen luisterde en hun vragen stelde … Jezus groeide verder op en zijn wijsheid nam nog toe” (Luk. 2:46,52).

De eerstvolgende keer dat we Jezus in Lukas aan het woord horen, is bij de verzoeking in de woestijn. We lezen daar, uit die periode van 40 dagen, over drie specifieke verzoekingen. Los van de inhoudelijke kant daarvan, valt het op hoe elke verzoeking direct met een citaat uit de Schrift wordt weerlegd. We lezen er misschien gemakkelijk overheen, maar het vereist een zeer gedegen schriftkennis om de kern van een verzoeking te doorgronden en dan meteen te weten wat de Schrift juist daarover zegt. Bovendien valt het op hoe de antwoorden alle zijn genomen uit een tweetal hoofdstukken in Deuteronomium, de ‘herhaling van de wet’. Deze beschrijven hoe God zijn volk rijkelijk heeft gezegend, en waarschuwen hen trouw te blijven, ook als ze geen gebrek lijden maar juist dankbaar zouden moeten zijn voor alle zegeningen.

Zulke verzoekingen komen later in zijn leven terug, maar de toon is hier gezet. Iedere verzoeking wordt meteen weerlegd met een gebod van God. De lessen, als jongen geleerd door zich de Schrift eigen te maken, komen nu van pas om iedere verzoeking te weerstaan. Zij zorgen inderdaad dat Jezus “voor zijn taak berekend is”. Blijkbaar is de les voor ons hier dat dankbaarheid voor onze verlossing ook ons zou moeten helpen weerstand te bieden aan verzoekingen, en niet als Adam en Eva te luisteren naar de redenering van een verleider in plaats van resoluut te stellen wat God geboden heeft.

Het valt op hoe vaak Jezus uit de Schrift citeert, ook met betrekking tot wat over Hemzelf geschreven is.

“Hij nam de twaalf apart en zei tegen hen: We zijn nu op weg naar Jeruzalem, en alles wat door de profeten is geschreven zal men de Mensenzoon laten ondergaan.” (Luk. 18:31).

Hij wist redelijk tot in detail wat er ging gebeuren, omdat Hij dat las in de Schrift.
Zulke verzoekingen komen later in zijn leven terug, maar de toon is hier gezet. Iedere verzoeking wordt meteen weerlegd met een gebod van God. De lessen, als jongen geleerd door zich de Schrift eigen te maken, komen nu van pas om iedere verzoeking te weerstaan. Zij zorgen inderdaad dat Jezus “voor zijn taak berekend is”. Blijkbaar is de les voor ons hier dat dankbaarheid voor onze verlossing ook ons zou moeten helpen weerstand te bieden aan verzoekingen, en niet als Adam en Eva te luisteren naar de redenering van een verleider in plaats van resoluut te stellen wat God geboden heeft.

Achteraf verwijt Hij zijn discipelen dat zij dat niet gezien hebben:

“Toen zei hij tegen hen: Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten gezegd hebben? Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan? Daarna verklaarde hij hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon bij Mozes en de Profeten”. (Luk. 24:25-
27).

‘Mozes’ betekent hier: de eerste vijf boeken van de Schrift; dat is, naast Genesis, ook de gehele Wet. Door de brief aan de Hebreeën bijvoorbeeld kunnen wij nu een heel eind komen in ons begrip hoe de wet vooruit wees naar Christus. Maar hoewel wij zo achteraf het werk van Christus wel kunnen begrijpen, dat zijn discipelen toen niet hebben begrepen, blijft het de vraag hoever wij zouden komen als wij zouden moeten opsommen

“alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over (Hem) geschreven staat” (Luk. 24:44).

In elk geval:

hoe beter je de Schrift kent, hoe meer het lijkt te worden.

Jezus citeert echter nog veel meer uit wat wij het Oude Testament noemen. Bij de verzoeking in de woestijn geeft de Schrift steeds het antwoord; zo ook bij de vele pogingen Hem met een strikvraag in de val te laten lopen. En ook dan is regelmatig het verwijt aan zijn gehoor

“Dwaalt u niet? U kent blijkbaar de Schriften niet en evenmin de macht van God.” (Mark. 12:24).

Nogmaals:

“Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust”.

We zien hoe Jezus de Schrift gebruikt om zijn taak te begrijpen en om volledig toegerust te zijn; we zien hoe Jezus die gebruikt om dwalingen en fouten te weerleggen; we zien hoe Jezus die gebruikt om onderricht te geven. Wanneer wij zijn discipelen willen zijn, verwacht Hij van ons zo’n zelfde houding.

In Lukas komt een man tot Jezus met de vraag:

“Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?” (Luk. 10:25).

Jezus’ antwoord is niet een uitleg, maar een wedervraag:

“Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?”.

Blijkbaar is de Schrift de eerste plaats om naar antwoorden te zoeken. Er staan bijna 3000 mensen in de Schrift genoemd, met soms uitgebreide beschrijvingen van hun leven en de problemen die zij hadden. Waarschijnlijk staan veel van onze problemen al in de Schrift beschreven, met een inzicht in de gevolgen van de keuzes die anderen maakten in eenzelfde situatie. Wij kunnen in gebed van alles aan God en Jezus voorleggen, maar als het antwoord in de Schrift staat, moeten we ons afvragen in hoeverre we opnieuw een antwoord mogen verwachten. Als we onze kinderen hebben uitgelegd hoe een woordenboek werkt, zullen we ook niet altijd meteen antwoord geven als ze weer eens vragen:

‘Hoe schrijf je dat?’.

Jezus sprak zeer veel met zijn Vader in gebed, maar Hij deed dat met een grondige Schriftkennis, om niet naar de bekende weg te hoeven vragen.
Toch zitten we nog steeds met het probleem dat de Bijbel een moeilijk boek is. Van de jonge Jezus lezen we

“het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid” (Luk. 2:40),

en toch bleef hij met vragen zitten, zoals Hij die ondermeer stelde aan de geleerden in de tempel.

De Bijbel is een boek waar je in kan blijven studeren en steeds blijven leren. Het is wat dat betreft uniek. Door het te lezen, leer je in eerste instantie wat er in staat om, zoals in het voorbeeld van Jezus, daarmee verzoekingen te kunnen weerstaan. Maar na het een aantal keer van kaft tot kaft te hebben gelezen, leer je ook de verbanden te zien, leer je te zien hoe een gebeurtenis model staat voor iets anders. In het voorbeeld van Jezus: om te begrijpen al wat in de Wet, de Psalmen en de profeten over Hem geschreven staat, hoewel Hij daar vaak niet met een titel als Messias genoemd wordt. Een hulp bij dit soort verbanden zijn aanhalingen. In boekrollen, zonder hoofdstuk en vers, waren verwijzingen moeilijk. Wat de Schrift daarom doet, is een kort citaat geven, waarbij de lezer verondersteld wordt het te herkennen en in staat te zijn het verband van het aangehaalde vers te bekijken. Soms wordt er een schrijver bij vermeld, vaak ook niet. Als simpel voorbeeld: de woorden uit de hemel bij Jezus’ doop zijn twee aan elkaar gekoppelde citaten, het ene over de Messiaanse koning, het andere over een lijdende dienaar. In wat oudere vertalingen staan er verwijzingen bij, voor wie zo’n citaat niet zo snel herkent, maar moderne uitgaven gaan er helaas van uit dat de lezer die niet nodig heeft.
Bij sommige van zulke citaten lijkt zo’n vers wat uit zijn verband gehaald, alsof het daar alleen maar toevallig goed uitkwam. Het eerste dat je in zo’n geval moet doen, is nagaan wat het verband van het aangehaalde vers is, en uit dat verband meer te leren over de reden waarom het geciteerd wordt. Als Jezus bij de tempelreiniging zegt:

“Staat er niet geschreven: Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!” (Mark. 11:17),

dan citeert Hij feitelijk twee passages: uit Jes. 56 en Jer.7. Het verband van deze twee passages vertelt ons veel meer over wat Jezus bedoelt, dan de veronderstelling dat Jezus alleen maar een toevallig geschikt vers gebruikt. En ook zijn gehoor zal die citaten herkend hebben. Dit is een vrij eenvoudig voorbeeld, maar soms is het niet meteen helder waarom een bepaald vers wordt aangehaald. Toch heeft de schrijver er een bedoeling mee gehad, en het is aan ons om dat uit te zoeken.
En dan tot slot die geslachtsregisters, bij uitstek beschouwd als “onleesbare stukken”. Toch is het opvallend dat ons Nieuwe Testament niet begint met de geboorte van Jezus, maar met zijn geslachtsregister. Het allereerste vers luidt:

“Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.” (Matth. 1:1),

om vervolgens de afstammelingen van Abraham en David op te sommen.
Meteen al in dit eerste vers zien we dus hoe Jezus de erfgenaam is van de belangrijkste heilsbeloften uit het Oude Testament: de beloften aan Abraham (o.a. Gen. 12, 17 en 22) en de belofte aan David (o.a. 1 Kron. 17). Die erfgenaam is nu geboren. Wat ook opvalt is hoe Mattheüs van alle vrouwen in de lijn van Jezus er, naast Maria zijn moeder, maar vier noemt. Sara wordt bijvoorbeeld niet genoemd, Rachab en Tamar wel. Deze vier zijn blijkbaar gekozen om ons iets te leren. Hoe beter wij de Schrift kennen, hoe meer het ons helpt om

“opgevoed te worden tot een deugdzaam leven”.

En zelfs geslachtsregisters kunnen ons daarbij behulpzaam zijn.

*
Bijbelcitaten uit de NBV, tenzij anders vermeld

M.H.

+

Lees hier ook

Gods vergeten Woord 19 Geopenbaarde Woord 4 Het ware licht

Gods vergeten Woord 21 Intro: In de wereld maar niet van de wereld

Begrippen satan en duivel in de Bijbel

++

Aanvullende lectuur

  1. De boekrol
  2. Belangrijkheid van de Heilige Schrift
  3. Woorden neergeschreven ter toerekening van elke mens
  4. Jezus van Nazareth #2 De zoon van Maria
  5. Jezus van Nazareth #4 Die geen zonde gedaan heeft
  6. De verzoening in type en antitype 1 Offers en hogepriesters
  7. Alle dingen eertijds geschreven tot ons onderricht
  8. Wanneer men geloof gevonden heeft door de studie van de Bijbel moet men werken van geloof verwezenlijken

+++

Surplus lectuur

  1. Schriftbetrokkenheid
  2. Bybelstudie in ‘n Neutedop
  3. Hoekom het ons hierdie 66 Boeke in ons Bybel?
  4. So in die verbygaan…woorde van lewe.
  5. Reading the Bible for yourself: modern message in an ancient meaning
  6. Profete
  7. Uitsonderlike vroue in die boek Eksodus
  8.  Wat is van belang in jou lewe?
  9. Christen of “Christen-ish”?
  10. Creative Bible Teaching
Geplaatst in Bedenking, Bijbel of Heilige Schrift, Bijbelonderzoek, Christen zijn, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Woord van God | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Bijbelse portretten en miniaturen – Mensen zoals wij

Boekbespreking: Mensen zoals wij

Dit boek gaat over mensen, mensen waar we in de Bijbel snel overheen lezen. Ze worden soms maar terloops genoemd en lijken van weinig belang voor het verhaal. Toch valt er veel van te leren, zelfs in die weinige verzen. Sommige van deze verhalen zijn toch nog wat uitgewerkte schetsen, andere zijn gereduceerd tot op het niveau van een cartoon. Maar altijd geven ze ons alle informatie die we nodig hebben. Alleen hebben wij nooit geleerd ze zo te lezen.

Dit boek wil u laten zien hoe je zulke verhalen kunt lezen om de lessen eruit te halen die het ons wil vertellen.

Het eerste deel gaat over mensen uit het Nieuwe Testament, maar de portretten zijn wat uitgebreider, en de studie gaat wat dieper. Het tweede deel heeft een wat bredere blik, maar de portretten zijn daar juist weer wat beknopter, het zijn meer ‘pasfotootjes’. Stuk voor stuk blijken ze echter mensen te tonen waaraan we een voorbeeld kunnen nemen. Vaak van hoe wijzelf Christus zouden moeten volgen, een enkele keer juist als illustratie van de fouten die wijzelf moeten vermijden.

Auteurs: Rudolf Rijkeboer en Nel Davids
Inhoud 120 pagina’s A5

Vraag een gratis exemplaar aan via:
E-mail: info@metopenbijbel.nl
Telefoon: 0032 (0)318-845120 (ma-vr 9-20u)

Geplaatst in Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren, Publikaties | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Enkele reacties op on periodiek blad Met open Bijbel

Bij  de aanvang van het nieuwe academisch en kerkelijk jaar zullen wij rekening moeten houden met enkele veranderingen. Namelijk zijn wij nog op zoek naar een ontmoetingsplaats rond het Leuvense, alsook zullen onze publicaties op WordPress niet meer automatisch aangekondigd worden.

Tijdschrift van de Nederlandstalige Broeders in Christus of Christadelphians in Nederland en België

Nu dat u geen rechtstreekse melding meer kan krijgen op onze Facebook Tijdlijn is het misschien tijd om te overwegen om in te schrijven op onze WordPress websites en/of op de Facebook pagina’s Christadelphia en Christadelphians, maar ook om te overwegen om op onze periodieke uitgave “Met Open Bijbel” te abonneren.

Wij waarderen het ten zeerste dat wij nu en dan reacties mogen krijgen van enkele lezers. Dat mag ons aanmoedigen om met ons werk voort te gaan.

Graag geven wij nu hier enkele reacties weer, waarbij ook even naar een van onze vroegere tijdschriften mag gekeken worden:

Het opmerkelijke is dat ik Met Open Bijbel geheel en met plezier heb gelezen,terwijl, Met de Bijbel in de Hand maar gedeeltelijk gelezen werd.

een ander vindt het ook

Beslist de moeite waard om helemaal uit te lezen

terwijl een ander schrijft

Bij het lezen denk ik wel, dat ‘Met open Bijbel’ de gehele Bijbel onder de loep genomen wordt. En ook het ontstaan van de Bijbel. Tevens voor wie geen kennis heeft genomen.

Wij hopen dat u ook tevreden zal mogen zijn en tot het besluit mag komen zoals nog iemand anders ons schreef

Ik vind de rubrieken en artikelen zeer leerzaam en vooral begrijpelijk
***

Om dit tijdschrift te ontvangen hoeft u het enkel maar aan ons te vragen. U kan het gratis krijgen, maar enige financiële steun is ook steeds welkom.

Vraag een gratis exemplaar aan via:
E-mail: info@metopenbijbel.nl
Telefoon: 0032 (0)318-845120 (ma-vr 9-20u)

Geplaatst in Publikaties | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Hoe leest u? Om het koninkrijk van God binnen te gaan

Jezus vroeg zijn tijdgenoten: ‘Hebt u niet gelezen’ en ‘Staat er niet geschreven?’ Zo maakte Hij duidelijk dat het geschreven woord van God boven alles staat, en dat het belangrijk is onderscheid te maken tussen wat God heeft gesproken en de menselijke opvattingen daarover.

“Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan, dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan ” (Matteüs 19:24)

Rijkdom is de grote afgod van deze wereld. Dat is niet alleen zo in onze tijd, dat is altijd al zo geweest. De mens vertrouwt maar al te snel op rijkdom om hem te vrijwaren van alle ongemakken en alle onheil dat hem zou kunnen overkomen. Maar

“bij zijn dood kan hij niets meenemen, zijn weelde volgt hem niet in het graf” (Psalm 49:18).

Rijkdom is op zichzelf geen zonde, maar het maakt de mens te snel blind voor de dingen waar het werkelijk om gaat.
En dat is wat Jezus uitdrukt in zijn commentaar op die rijke jongeman waar het hierboven over gaat. Maar hoewel dit beeld enerzijds tot een staande uitdrukking is geworden in onze taal, hebben mensen er anderzijds in alle tijden moeite mee gehad. De toepassing is duidelijk, maar wat is nu eigenlijk de feitelijke situatie die hier wordt beschreven? Concreet: waarom zou je ooit een kameel door het oog van een naald willen wurmen?

Een veel gehoorde oplossing is dat dat ‘oog van de naald’ een nauw stadspoortje, alleen voor voetgangers, zou zijn. Wie daar met een volbeladen kameel zou arriveren, zou het beest eerst volledig moeten afladen voordat het erdoorheen zou kunnen. Zo zou ook de rijke zich eerst moeten ontdoen van zijn ‘last’ aan rijkdom, voordat hij de poort naar het ‘koninkrijk van God’ zou kunnen passeren. Had Jezus zelf niet gezegd:

“Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe” (Matteüs 7:13-14)?

Maar feitelijk is er geen historisch bewijs voor deze stelling, hoe aantrekkelijk hij ook klinkt.
Een minder vaak gehoorde, maar evenzeer creatieve oplossing is de volgende. Het woord voor kameel is in het Grieks kamèlos. Maar er zou oorspronkelijk kamilos hebben gestaan, dat ankerkabel betekent. Jezus zou dan hebben gesproken over een draad zo dik als een scheepskabel in een situatie waar je normaal een draadje naaigaren zou gebruiken, wat dan toch een zekere logica zou hebben. Inderdaad zijn er enkele handschriften die zo lezen.
Maar helaas: dat betreft maar enkele laat-middeleeuwse handschriften, die we niet als van erg groot belang mogen beschouwen. Het lijkt er eerder op dat de overschrijvers daar een eigen oplossing voor dit probleem hebben verzonnen dan dat we daar te maken hebben met de ‘oorspronkelijke’ versie van Jezus’ uitspraak. Bovendien is er een soort basisregel bij het beoordelen van tekstvarianten tussen verschillende handschriften: wanneer de ene versie duidelijk meer logisch is dan de andere, moet je er in principe van uitgaan dat de minder logische de correcte is. Omdat een overschrijver nu eenmaal meer geneigd zal zijn een woord of een zin te wijzigen van iets dat minder logisch is in iets dat meer logisch is, dan omgekeerd. En als goede wetenschapper moet je dan, hoewel misschien met spijt in het hart, toch bereid zijn te accepteren dat we dit niet serieus kunnen nemen. Toch trof ik deze ‘oplossing’ aan in het tweewekelijkse taalrubriekje van mijn krant.

Een complete uitgave van de Talmoed Bavli

Meer voor de hand ligt het dan om wat te gaan rondneuzen in de oude rabbinische litteratuur, om te zien of we daar misschien wat parallellen kunnen vinden. En dat blijkt dan inderdaad het geval te zijn. In de rabbinische litteratuur wordt vaker gebruik gemaakt van voorbeelden die iets aanduiden dat zowel onlogisch als onmogelijk is. In de Talmoed (zeg maar: de vertaling van de Mozaïsche wet in praktische voorschriften voor het dagelijkse leven) wordt tweemaal gewag gemaakt van de onmogelijkheid een olifant door het oog van een naald te krijgen, als voorbeeld van iets dat absoluut onmogelijk is. En een andere keer vinden we zo’n onmogelijkheid geïllustreerd als gelijk aan het willen laten dansen van een kameel in een korenmaat. In het eerste voorbeeld herkennen we tot onze verrassing dat oog van de naald. En in het tweede voorbeeld vindt je een goede illustratie van iets dat niet alleen onmogelijk is (i.v.m. de beperkte afmetingen van die korenmaat) maar evenzeer onlogisch (waarom zou je ooit een kameel willen laten dansen?).

Scheepstros

We kunnen dus maar het beste besluiten dat dat oog van de naald inderdaad het oog van een naald is en geen nauw stadspoortje, en dat die kameel inderdaad een kameel is en geen scheepstros. Maar dan leert het ons wel dat Jezus geen wereldvreemde leraar was, maar iemand die zich gewoon aansloot bij de geaccepteerde onderwijsprincipes van zijn wereld. Anders gezegd: in zijn onderwijsmethoden was hij gewoon een rabbijn, een godsdienstleraar, en een kind van zijn tijd en wereld.

R.C.R.

+

Voorheen

Materialisme, “would be” leven en aspiraties #4

Materialisme, “would be” leven en aspiraties #6

Materialisme, “would be” leven en aspiraties #8

Gods vergeten Woord 19 Het Lichaam van Christus 5 Leerschool en Gemeenschappelijk bezit

++

Aansluitend

  1. Ware rijkdom van een mens
  2. Op zoek naar spiritualiteit 8 Eigen spiritualiteit
  3. Wat willen wij najagen
  4. Laat de vrede vandaag met jou zijn
  5. Tel uw zegeningen
  6. Hoe we denken schijnt door in hoe we handelen
  7. Lam van God #3 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #2

+++

Gerelateerd

  1. Zo creëer je de hoogste frequentie van manifestatie en je droomleven
  2. Vier belangrijke tips voor een gelukkig leven
  3. Haiku 3: Leef!
  4. Heeft het leven wel betekenis als iedereen ooit doodgaat?
  5. Mensen worden misleid over orgaandonatie; Geen enkele orgaandonor is dood!
Geplaatst in Bijbelonderzoek, Christen zijn, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 4 reacties

Opgaan naar Jeruzalem: Jezus’ laatste reis #2

De lessen aan de zeventig

De zeventig discipelen kregen dezelfde opdracht als de twaalf bij een eerdere uitzending:

in geloof op weg gaan, zonder geld, reistas, of sandalen, en vertrouwen dat God hen onderdak en voedsel zou schenken.

Wanneer een stad hun geen gastvrijheid zou verlenen, hadden zij de opdracht om
daar een oordeel over uit te spreken:

“Zelfs het stof van uw stad dat aan onze voeten kleeft, vegen we van ons af als aanklacht tegen u; maar bedenk wel: het koninkrijk van God is nabij!” (Lucas 10:10-11).

Maar dat was kennelijk niet nodig geweest, want toen de zeventig terugkwamen, waren zij blij en vol verwondering over alles wat zij door Gods Geest bereikt hadden:

“Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam” (10:17).

Maar Jezus waarschuwde:

“Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.”

En Jezus zelf verheugde zich over het feit dat God deze eenvoudige mensen wilde gebruiken, liever dan de wijzen en verstandigen van die tijd. Zij hadden het ongeëvenaarde voorrecht om, als Jezus’ medewerkers, zowel de Vader te mogen kennen als de geheimen van het Koninkrijk Gods dat zij predikten (10:21-24).
Dat eenvoudige vertrouwen in God zien wij ook in het “Onze Vader”, dat Jezus zijn discipelen leerde in antwoord op hun verzoek (Lucas 11:1-4). Maar waar in de bergrede de nadruk lag op vergiffenis, prent Jezus hen hier de noodzaak in om vol te houden. Hij gebruikt de gelijkenis van een aandringende vriend, die midden in de nacht brood wil lenen en niet ophoudt tot hij dat heeft gekregen, waarvan de les dan is:

“Blijf vragen en er zal je gegeven worden, blijf zoeken en je zult vinden, blijf kloppen en er zal voor je opengedaan worden” (vs 9, ‘Joods Nieuwe Testament’).

God is niet doof maar Hij wil ons geloof doen groeien; Hij is niet onverschillig, maar wil ons veel meer schenken dan wij voor mogelijk houden (11:11-13). En zulk geloof zouden de discipelen wel nodig hebben, kwetsbaar als ze waren voor de wereld om
hen heen. Hij moedigt ze vervolgens aan om vrij voor het evangelie uit te komen en niet bang te zijn voor mensen die alleen maar het lichaam kunnen doden, maar wel ‘bang’ voor God die bij het oordeel een mens kan veroordelen tot de tweede dood. Als God voor elke mus zorgt, dan zorgt Hij beslist wel voor zijn kinderen, op voorwaarde echter dat zij onbevreesd voor Jezus durven uitkomen, zelfs wanneer zij voor een rechtbank gesleept worden, want dan zal God hen steunen met zijn Geest (Lucas 12:1-12).

De tegenstand

Geschil tussen Jezus en de Farizeeën

En hun vijanden waren al actief! De Farizeeën en de schriftgeleerden namen elke gelegenheid te baat om Jezus te bekritiseren of in de val te lokken, en Hij waarschuwt daarom ook zijn discipelen voor hen. Kort daarvoor was hij te gast geweest bij een Farizeeër en had toen de oppervlakkige aard van hun geloof aan de kaak gesteld. Hij kende hun harten en had tegen hen een drievoudig ‘wee’ uitgesproken (11:42-44), maar de daar aanwezige wetgeleerden hadden zich ook aangesproken gevoeld. Jezus had daarop ook over hen een reeks ‘weeën’ uitgesproken! (11:46-52). Dit had uiteraard tot heftige reacties geleid en pogingen om Hem in zijn woorden te vangen (11: 53-54). Een andere keer zou Hij zich opwinden over de negatieve houding van de leider van een synagoge, die Hem kwalijk nam dat Hij op sabbat een verkromde vrouw genas (13:10-17).

“Huichelaars! Maakt niet ieder van jullie op sabbat zijn os of ezel los van de voederbak om hem te laten drinken?”

En dan (letterlijk):

“Moest deze vrouw, die een dochter is van Abraham … niet juist op de sabbat uit deze boeien worden losgemaakt?” (zie ook NBG’51).

Geloof is bezig zijn

Het moet ons daarom ook niet verbazen dat Jezus, langs steden en dorpen
op weg naar Jeruzalem, nadruk legt op het doen van Gods wil (Lucas 13:22).
De vraag

“Zijn er maar weinigen die worden gered?”

ontlokt Hem de ernstige waarschuwing alle mogelijke moeite te doen om het Koninkrijk binnen te gaan voordat de deur gesloten wordt. Wie denken er recht op te hebben daar binnen te gaan, zullen tot hun verbijstering ontdekken dat zij buitengesloten worden. En hun argument dat zij met Jezus meegegeten hebben, of naar Hem geluisterd hebben, vernietigt Hij met:

“Ik ken jullie niet … weg met jullie!” (13:25-27).

Hun wanhoop zal nog groter worden wanneer zij daar de aartsvaders en de profeten zullen zien, en zich realiseren dat zij hun kans op eeuwig leven hebben vergooid. En deze waarschuwing is ook nu nog nodig; als wij alleen luisteren maar niets in praktijk brengen, wacht ons hetzelfde lot. Dit klinkt misschien hard, maar toch was het ook wanneer mensen waren getroffen door bloedig onheil zijn oproep om tot inkeer te komen (13:1-5). De gelijkenis die daarop volgt (13:6-9), toont hoe onvruchtbaar het volk geestelijk gesproken was, maar toch wilde Jezus (de wijngaardenier) hun een
laatste kans geven.

“Omspitten en mest geven”

betekende voor Jezus een intensivering van zijn werk, zoals wij zagen in de uitzending van de twaalf, en vervolgens de zeventig.

De principes en de levenshouding die de Heer zijn discipelen wilde inprenten, heeft Hij verder benadrukt in een aantal krachtige gelijkenissen. Vooral barmhartigheid, een karaktereigenschap van de Vader zelf, was hard nodig, wilden zij bij het volk geloofwaardig overkomen. In antwoord op de vraag van een schriftgeleerde –

“Wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?” –

kwam er het prachtige verhaal van de barmhartige Samaritaan (Lucas 10:25-37). En later, toen de Farizeeën en schriftgeleerden Hem in hun starheid bekritiseerden omdat Hij met zondaars at, vertelde Hij de drie gelijkenissen over wat verloren was: het verloren schaap, de verloren drachme (of penning) en de verloren zoon (Lucas 15). In elk van deze verhalen gaat het over zoeken, en niet opgeven voordat het doel is bereikt, in dit geval het redden van één zondaar. En over de grote blijdschap die daarvan het gevolg is, niet alleen op aarde, maar ook in de hemel.

C.T

+

Voorheen

De Verlosser 3 Zijn menselijke kant

Redding, vertrouwen en actie in Jezus #4 Mogelijkheid te kennen en te weten

Opgaan naar Jeruzalem: Jezus’ laatste reis #1

++

Aanvullende lectuur

  1. Onze Vader (video)
  2. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #11 Gebed #9 Heiliging van Dé Naam
  3. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #13 Gebed #11 Naam om apart geplaatst te worden
  4. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #14 Gebed #12 De andere naam
  5. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #15 Expositie voor de Schepper
  6. Een losgeld voor iedereen 2 Een verheven persoon van vlees en bloed
  7. Niet allen zullen het Koninkrijk beërven

+++

Aanverwante lectuur

  1. Let The Paradise Begin
  2. the asking in prayer we’re to do
  3. I Asked God and He Answered
  4. Learning to Ask God for the Needs in Your Life!
  5. Do You Know What You’re Asking?
  6. Have Not Because You Ask Not
  7. Questions Jesus Asked #90
Geplaatst in Christen zijn, Christenheid, Geschiedenis, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Opgaan naar Jeruzalem: Jezus’ laatste reis #1

Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging hij vastberaden op weg naar Jeruzalem (Lucas 9:51).
Dit zou geen gewone reis worden, zoals Hij vroeger drie keer per jaar naar Jeruzalem ging voor de grote feesten, al zou het ook deze keer eindigen met Pesach. Nee, de opdracht van zijn Vader om zijn leven te geven als losprijs voor velen, zou nu keiharde werkelijkheid worden. Zijn prediking in Galilea was nu ten einde, en na drie jaar intensieve arbeid moest Jezus bedroefd constateren dat het weinig had opgeleverd. Betsaïda, Chorazin en vooral Kapernaum, de steden waar hij de meeste wonderen had gedaan, bleven onvruchtbaar; zelfs Tyrus en Sidon, waar God in het verleden zijn toorn over had uitgestort, zouden het er bij het oordeel beter van afbrengen dan zij (Lucas 10:13-15). Nu keerde Hij zich naar de zuidelijker streken en vermeed zelfs Samaria niet. Dit was een laatste oproep aan het volk om zich te bekeren. Hij zond vooraf zijn boden uit, waarschijnlijk eerst de twaalf, om zijn komst voor te bereiden, en ook om onderdak te regelen. Maar omdat de tijd drong, stuurde Hij vervolgens nog eens zeventig van zijn discipelen.

Alleen Lucas beschrijft deze periode, die maanden zou duren, waarbij Jezus kris-kras door het land zou trekken, soms zelfs terug naar Galilea (Lucas 17:11), en af en toe onderbroken door de verplichte feesten in Jeruzalem.
Maar Lucas beschrijft het als één lange reis naar Jeruzalem, zijn definitieve ‘opgaan’. Van deze 8 hoofdstukken (10 t/m 17) vinden we weinig of geen parallellen in de andere Evangeliën. Er komen maar 4 afzonderlijk beschreven genezingen in voor, maar niet minder dan 44 gelijkenissen (!), waarvan we er 20 nergens anders vinden.

De lessen aan de twaalf

Toen Hij de eerste keer met de twaalf over zijn komende lijden sprak, probeerde Petrus Hem tegen te houden:

“God verhoedde het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!” (Matteüs 16:22).

Waarop hij van Jezus de berisping kreeg:

“Ga terug, achter mij, satan (tegenstander)! Je zou mij nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.”

Petrus moest nog leren dat zelfs de Zoon van God moest lijden voordat Hij verheerlijkt zou worden. Toch had de Vader zijn Zoon niet zonder bemoediging gelaten, want kort daarna ging Hij de berg op en ontving daar dat prachtige visioen van het komende Koninkrijk, een voorproefje van de heerlijkheid van de verlosten, die door zijn reddingswerk behouden zouden worden (Matteüs 17). We vinden daar ook een verwijzing naar de profetie van Jesaja over de lijdende Knecht:

Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht, hij neemt hun wandaden op zich. Daarom ken Ik hem een plaats toe onder velen en zal hij met machtigen delen in de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood en zich tot de zondaars liet rekenen (Jesaja 53:11-12).

Berg Gerizim – De berg Gerizim anno 1900, gezien vanaf Nablus

Het is duidelijk dat de profeet en meester verteller Jezus in die paar maanden veel aandacht heeft besteed aan het opleiden van zijn discipelen om hen voor te bereiden op hun toekomstige taak als evangeliepredikers. Daarbij zouden zij een aantal praktische lessen krijgen in hoe zij met mensen moesten omgaan, te beginnen met de Samaritanen. Bij hun aankomst in een Samaritaans dorp waren zij niet welkom; want zij waren op weg naar Jeruzalem en de Samaritanen geloofden dat men God op de berg Gerizim moest aanbidden en niet in Jeruzalem (Johannes 4:20). Jakobus en Johannes, niet voor niets door de Heer “zonen van de donder” genoemd, reageerden – met de ontmoeting met Elia op de berg nog vers in hun geheugen – met het aanbod vuur uit de hemel te laten vallen op deze ‘ongelovigen’! (Lucas 9:52-54). Maar Jezus
wees hen streng terecht. Volgens sommige handschriften zei Hij daarbij:

“Jullie weten niet van welke gezindheid jullie zijn, want de Zoon des Mensen is niet gekomen om mensenlevens te vernietigen, maar om hen te redden.”

Zij waren kennelijk vergeten met hoeveel enthousiasme de Samaritanen eerder in een andere stad Jezus’ boodschap hadden ontvangen, en hoe Jezus toen had gezegd dat de velden rijp waren om te oogsten (Johannes 4:35). Het was een noodzakelijke les voor al diegenen die later het evangelie naar ‘de uiteinden der aarde’ zouden brengen. En bij het volgende dorp vonden zij wel huisvesting!

+

Voorheen

De Verlosser 3 Zijn menselijke kant

++

Aansluitend

  1. Een losgeld voor iedereen 2 Een verheven persoon van vlees en bloed
Geplaatst in Christenheid, Geschiedenis, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Ontmoeting met: Maria, de moeder van Jezus

Twee vrouwen en mannen in de Bijbel: Maria, Elisabeth, Johannes de Doper, Zacharias, Jozef, en de Jezus (genaamd Zoon van God)

Lucas vertelt over twee bijzondere geboorten: de eerste van Johannes de Doper, de voorbode van de Nazareen Jezus, en de tweede van Jezus zelf:

“In de zesde maand (van de zwangerschap van Elisabeth) zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje (maagd) dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je’. Maria schrikt en vraagt zich af wat dit te betekenen heeft. De engel gaat verder: “Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen”.

Tot haar verbazing hoort zij dat ze zwanger zal worden voordat ze met Jozef getrouwd is. Ze stelt daarom de vraag:

“Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad”.

Waarop Gabriël haar vertelt:

“De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God”.

Gabriël vertelt haar ook dat haar oude tante Elisabeth al zes maanden zwanger is.
Heel nederig, en vol geloof, antwoordt zij:

“De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd”.

Ze denkt niet aan alle problemen die er nu voor haar gaan komen. Wie zal haar geloven?
Iedereen zal denken dat ze overspel heeft gepleegd. Hoe zal Jozef reageren? Als hij haar verlaat zal ze helemaal alleen zijn, niemand zal voor haar willen zorgen. Op overspel staat zelfs de doodstraf.
Ze gelooft de woorden van Gabriël en besluit direct naar Elisabeth te gaan. De begroeting van Elisabeth klinkt haar als muziek in de oren. Ze krijgt hierdoor nog een bevestiging dat Gabriël de waarheid heeft gesproken:

“Toen Elisabeth de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld met de heilige Geest en riep luid: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan’.”

Deze woorden tonen dat Maria de woorden van Gabriël direct geloofde, in tegenstelling tot Zacharias, die als bewijs een teken vroeg. Maria antwoordt Elisabeth met een lofzang. Hierin laat zij voor het eerst haar grote blijdschap zien, om wat de Allerhoogste voor haar heeft gedaan.

“Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder: Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen, ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam”.

Dit is alles wat zij over zich zelf zegt. Belangrijker voor haar is de vervulling van Gods heilsbeloften:

“Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd: hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.”

Uit de lofzang, waarin vele aanhalingen uit de psalmen en profeten staan, blijkt dat Maria de Schriften goed kende. Na haar terugkeer neemt Jozef zijn verloofde Maria bij zich in huis. God had hem in een droom de situatie uitgelegd. Jozef gelooft God en neemt de verantwoordelijkheid voor moeder en kind op zich.
De geboorte vond plaats in een sombere stal. Het bezoek van de herders gaf grote blijdschap en maakte diepe indruk op Maria. Ze begreep niet alles van wat ze vertelden maar:

“bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken”(Lucas 2:19).

Deze houding was typerend voor Maria. Wanneer Jezus bij verschillende gelegenheden ‘vrouw’ en niet moeder zei, was dat niet koel en afstandelijk bedoeld. Het ging Jezus erom dat niet de biologische maar de geloofsband belangrijk is. De liefde van Jezus voor zijn moeder was groot. Bij de kruisiging gingen de woorden van Simeon (Lucas 2:35):

“en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden”

in vervulling. Jezus troostte haar:

“Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder:

‘Vrouw zie uw zoon’,

en daarna tegen de leerling:

‘Zie uw moeder’.

“Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis” (Johannes 19:26-27).

Vrouw niet moeder. Jezus wilde niet dat Maria alleen maar zou treuren om het verlies van een zoon, maar zou zien dat zij Hem terugkreeg als haar Heer. Samen met de discipelen in de bovenzaal toonde zij een groot geloof in haar Heiland:

“Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders”( Handelingen 1: 14).

Laten wij, net zoals zij, eendrachtig volharden in gebed tot de enige Ware God, Jehovah en uitzien naar Zijn zoon, Jezus Christus zijn wederkomst!

Geplaatst in Geschiedenis, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen