Van harte welkom – Welcome to this site

Fijn dat u op deze site rond geloof, God en Christus terecht bent gekomen. Wij wensen u hier veel leesplezier.

*

Thank you for visiting this site about faith, God and Christ. We wish you a lot of reading pleasure here.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De wereld van Lucas #1 Intro – Geneesheer, academicus en evangelist Lucas

In deze nieuwe serie willen we u kennis laten maken met de evangelist Lucas en zijn wereld. Want al lijkt het alsof de Bijbel ons weinig over hem vertelt, tussen de regels door kunnen we toch veel over hem te weten komen.

Afbeelding van Lucas uit Très Riches Heures du Duc de Berry (ca. 1410)

We kennen hem uiteraard als de schrijver van het derde evangelie. Maar wie de inleiding van zijn evangelie vergelijkt met de inleiding op het boek Handelingen, ziet onmiddellijk dat beide boeken van dezelfde schrijver zijn. In tegenstelling tot het evangelie, speelt Lucas in dat boek Handelingen zelf ook een bepaalde rol, maar hij benadrukt die nergens. Integendeel, het moet je opvallen dat in het verhaal over Paulus tijdens zijn 2e zendingsreis de verhaalstijl op bepaalde punten op subtiele wijze overgaat van bijv. ‘zij kwamen te Troas’ tot ‘wij zochten dadelijk gelegenheid om (van daar) naar Macedonië te vertrekken’ (Hand.16:8 en 10). Alleen zo kunnen wij opmerken dat Lucas zich te Troas bij hen voegde, vervolgens in Filippi achterbleef (Hand. 16:16-17 en 17:1), bij Paulus’ terugkeer van zijn 3e zendingsreis vanaf Filippi weer in zijn gezelschap is (Hand. 20:3-4 en 5), en met hem in Jeruzalem aankomt (Hand. 21:17). Wanneer Paulus twee jaar later als gevangene naar Rome wordt gebracht, is Lucas weer bij hem (Hand. 27:1), hoewel wij uit zijn verslag niet kunnen opmaken waar hij in die tussentijd is geweest. Op die periode van twee jaar komen we in de volgende aflevering echter nog terug.

De metgezel van Paulus

Paulus noemt Lucas in zijn brieven drie keer bij name. In zijn persoonlijke brief aan Filemon doet hij de groeten namens enkele van zijn ‘medearbeiders’. Eén daarvan is Lucas, die dus kennelijk meer was dan alleen maar een reisgenoot. In de vermoedelijk parallelle brief aan de gemeente te Kolosse (waar Filemon waarschijnlijk woonde) doet hij eveneens namens hem de groeten, maar duidt hem daarbij aan als ‘de geliefde geneesheer’. Het ligt voor de hand aan te nemen dat dat meer is dan zomaar een aanduiding van zijn beroepsmatige achtergrond. We weten dat Paulus’ gezondheid te wensen overliet, en het lijkt waarschijnlijk dat Lucas, behalve medearbeider in de prediking, vooral tijdens Paulus’ latere jaren ook diens persoonlijke lijfarts zal zijn geweest. En dat hij hem in zijn brief aan de gemeente te Kolosse juist daarom zo aanduidt. Dat zou ook meer achtergrond geven aan het feit dat Paulus hem noemt in de laatste brief die we van hem hebben, en die waarschijnlijk kort voor zijn martelaarsdood is geschreven. Hij schrijft daarin hoe een aantal van zijn medewerkers hem in de steek heeft gelaten, naar we mogen aannemen omdat het in Paulus’ nabijheid te gevaarlijk voor hen begon te worden. En dan schijft hij:

‘alleen Lucas is nog bij mij’ (2 Tim. 4:11).

In de gegeven omstandigheden zegt dat ene kleine zinnetje heel veel over Lucas’ trouw en toewijding.

In tegenstelling tot de andere drie evangelisten was Lucas van oorsprong een heiden (een niet-Jood). Zijn naam lijkt Romeins van oorsprong (wellicht afgeleid van Lucanus), en er is een traditie dat hij afkomstig zou zijn uit Antiochië in Syrië. Hij zou dan een van de niet-Joden zijn geweest die zich daar tot het nog jonge christendom hebben bekeerd (Hand 11:20-21).

“20 En er waren enige Cyprische en Cyreneïsche mannen uit hen, welken te Antiochië gekomen zijnde, spraken tot de Grieksen, verkondigende den Heere Jezus. 21 En de hand des Heeren was met hen; en een groot getal geloofde, en bekeerde zich tot den Heere.” (Hnd 11:20-21 STV)

Als dat juist is, zal Paulus hem al hebben gekend, toen hij hem in Troas ontmoette, en dat kan dan weer verklaren waarom hij hem opnam in zijn reisgezelschap.

De geneesheer

Dat hij dokter was / is echter een interessant gegeven, want er bestond nog maar weinig echte medische kennis in die dagen. Geneeskunde was een vak dat maar al te vaak op het niveau lag van de ‘medicijnman’ van de latere Afrikaanse of Indiaanse stammen: het had aanzienlijk meer te maken met magie en bijgeloof dan met wetenschappelijke inzichten. De kennis van het menselijk lichaam, en van de biologische en anatomische aspecten daarvan, was nog maar minimaal of volledig afwezig, en dat betekende dat de dokter was aangewezen op het constateren van uiterlijke symptomen en maar weinig begrip had van een mogelijke onderlinge samenhang bij een complex van symptomen. Medische kennis zou in die tijd vooral zijn gebaseerd op ervaring en niet op begrip. Een dokter zou verwondingen kunnen behandelen, maar bij ziektes zou hij hooguit wat natuurgeneesmiddelen kunnen toepassen waarvan uit de praktijk bekend was dat ze een zeker effect hadden. Ziektes waren in die tijd al snel levensbedreigend, waarbij de dokter alleen maar machteloos kon toezien. Een kenmerkend voorbeeld is de vrouw met de bloedvloeiing, waarvan Markus ons in zijn evangelie vertelt dat zij

“veel ellende had doorgemaakt door de behandeling van allerlei artsen, aan wie ze haar hele vermogen had uitgegeven zonder dat ze ergens baat bij had gehad; integendeel, ze was alleen maar achteruitgegaan”.

Het is overigens kenmerkend voor de beroepsethiek van Lucas dat hijzelf dat samenvat met de mededeling dat zij

‘door niemand genezen kon worden’ (Luc. 8:43).

De Egyptenaren uit de tijd van Mozes koesterden allerlei quasi-medische opvattingen die sterk waren gebaseerd op hun godsdienstige opvattingen, en die hun patiënten wellicht meer kwaad dan goed hebben gedaan. Maar in elk geval stond dat soort medische wetenschap meer in dienst van allerlei afgodenverering dan van zinvolle kennis. Het is tegen dat soort achtergrond dat we bijvoorbeeld de negatieve beoordeling van koning Asa moeten begrijpen:

“Maar ook toen hij ziek was zocht hij zijn heil niet bij de HEER, maar bij genezers” (2 Kron. 16:12).

Aderlaten, 1471

Dat is geen verbod om een dokter te raadplegen, maar hangt samen met het magische karakter van de geneeskunde van die dagen. In Lucas’ dagen was de geneeskunde voornamelijk gebaseerd op een door de Grieken ontwikkelde, en als wetenschap bedoelde, theorie van ‘de vier humoren’ (lichaamssappen), die verantwoordelijk zouden zijn voor de gezondheid van een mens: ziekten zouden het gevolg zijn van een overmaat aan één van deze vier. Het nog in de 17e eeuw zo populaire aderlaten was nog steeds hierop gebaseerd (bloed was een van die vier lichaamssappen). We kunnen daar nu over glimlachen, maar geneeskunde is de tak van wetenschap die zich in de moderne tijd als laatste aan zulk soort primitieve ideeën heeft ontworsteld. Nog ver in de 19e eeuw, toen de moderne wetenschap op allerlei terreinen al behoorlijke voortgang had geboekt, stond de medische wetenschap nog op een dergelijk laag en primitief niveau. En dat contrasteert daarom des te nadrukkelijker met de ook naar moderne maatstaven zinvolle hygiënische maatregelen in de Mozaïsche Wet.

De academicus

We zullen echter moeten aannemen dat Lucas’ geneeskundige aanpak, in elk geval na zijn bekering, niet was gebaseerd op afgodische uitgangspunten, maar – voor zover mogelijk – op wetenschappelijk gefundeerde ervaring, hoe beperkt en primitief dan ook. Anders zou Paulus nooit met zulke waardering over hem hebben gesproken.
In elk geval weten we dat hij wist waar hij het over had. In de vertaling gaat het uiteraard grotendeels verloren, maar in een aantal beschrijvingen van genezingen blijkt dat Lucas steeds de correcte, in zijn dagen gangbare, terminologie gebruikt. Dus hij is inderdaad volledig op de hoogte met het vak geneeskunde. Maar niet alleen op dat vlak toont hij zich een gestudeerd man. In al zijn beschrijvingen blijkt hij voortdurend de correcte termen te hanteren. Of het nu gaat om een beschrijving van de exacte bestuursvorm in een stad, wanneer die afwijkt van het normaal gangbare, of om de beschrijving van de nautische aspecten van een zeereis, telkens blijkt hij inderdaad de zaken volkomen correct weer te geven. Dus of hij had een brede kennis van de wereld van zijn dagen, of hij had de gewoonte zich overal te verdiepen in de aspecten van het geen waar hij mee te maken kreeg. En dat kenmerkt hem als een volkomen betrouwbaar getuige, een wetenschapsman die voortdurend weet waar hij het over heeft, en waar wij dus ook volkomen op blind kunnen varen.

In de komende afleveringen zullen we daar een aantal voorbeelden van geven.

R.C.R.

++

Aanvullend

Geplaatst in Bijbel of Heilige Schrift, Geschiedenis, Kerkopbouw, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Opgaan naar Jeruzalem 1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning #3 De komst van de Messias en het hemelse Jeruzalem

Opgaan naar Jeruzalem
1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning

De komst van de Messias

In Jezus’ tijd verwachtten de meeste Joden nog steeds dat ‘de Messias’ hen uit de handen van de heidenen zou verlossen. Zij waren er niet op voorbereid, dat hij bij zijn komst geen koning maar een lijdende Knecht zou zijn, die moest sterven om hun zonden weg te nemen en hen met God te verzoenen. Toch is het duidelijk dat Jezus de beloofde Zoon van David was, en dat hij ooit wel degelijk de wereld vanuit Jeruzalem zal regeren.

De engel Gabriël, had aan Maria aangekondigd:

“God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven” (Lucas 1:32).

Jezus bevestigde dit koningschap nog in de Bergrede:

“Jeruzalem is de stad van de grote koning” (Matteüs 5:35).

Niet was, maar is!

Bij zijn intocht in Jeruzalem, kort voor zijn kruisiging, verweet hij de stad haar onbekeerlijkheid, maar kondigde tegelijkertijd aan dat de Psalm waarmee de schare hem binnenhaalde, wel degelijk vervuld zou worden:

“Ik verzeker jullie; vanaf nu zullen jullie mij niet meer zien, tot de tijd dat je zult zeggen: ‘Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!’” (Matteüs 23:39;Psalm 118:26).

Opgaan naar Jeruzalem betekende voor hem geen pelgrims-reis. Lucas geeft een uitgebreid verslag van zijn laatste reis, dat begint met:

“Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging Hij vastberaden op weg naar Jeruzalem” (Lucas 9:51).

Die reis duurde enkele maanden en wij zullen daar in een later artikel nog op terugkomen.

Het hemelse Jeruzalem

Hoewel hij de toekomstige rol van Jeruzalem dus bevestigde, is het duidelijk dat Jezus voor “de stad van de levende God” een ander soort stad voor ogen had. Tegen de Samaritaanse vrouw zei hij:

“Er komt een tijd dat jullie noch op deze berg (Gerizim), noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden … Maar er komt een tijd … dat wie de Vader echt aanbidt, Hem aanbidt in Geest en in waarheid … God is Geest, dus wie Hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in Waarheid” (Johannes 4:21-24).

De stad van het Oude Verbond zou voorbijgaan, en worden vervangen door een geestelijke stad. Over deze stad lezen wij in de briefan de Hebreeën dat Abraham “uitzag naaren stad met fundamenten, door God zelf ontworpen en gebouwd” (Hebreeën 11:10). Deze stad bestaat niet uit dode maar uit levende stenen: mensen zoals u en ik! Dat is wat de apostel Petrus ons voorhoudt:

“Voeg u bij Hem, bij de levende steen … en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel” (1 Petrus 2:4-5).

Jezus is de hoeksteen en de gelovigen zijn de overige bouwstenen. En dat is ook het beeld waarmee de Bijbel eindigt. Een engel toont de apostel Johannes in een visioen de bruid, de vrouw van het Lam, en wat ziet hij? De heilige stad Jeruzalem, nederdalende uit de hemel. Dat is de werkelijke stad van de grote koning, en door de genade van God mogen ook wij daar deel van uitmaken.

De volgende keer zullen wij kijken naar het verhaal van Abraham en Isaak.

C.T.

+

Voorgaande

Opgaan naar Jeruzalem 1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning #1 Fundament van vrede in Gods Plan

Opgaan naar Jeruzalem 1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning #2 Verwoesting en herstel

Hosanna Zoon van David

++

Aanvullende literatuur

  1. Jezus van Nazareth #1 Jezus Geboorte
  2. Jezus zoon van David, zoon van Abraham en zoon van God
  3. Begrijpend Zingen: Psalm 23 De Heer is mijn Herder #2
  4. Christus in Profetie #7 De psalmen (1A) Psalm 110 – Afstammeling van zijn Heer
  5. Christus in Profetie #12 De psalmen (6) Psalm Psalm 118 – De verworpen hoeksteen
  6. Een Messias om te Sterven
  7. Verzoening en Broederschap 3 Verenigen onder de Hoeksteen
  8. Verzoening en Broederschap 5 Messias en hoeksteen
  9. Opgeroepen door Jezus
  10. Christadelfiaanse geloofspunten #8 Boodschap van Jezus wiens vergoten bloed vergeving van onze overtredingen brengt
Geplaatst in Geschiedenis, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Plaatsen vermeld in de Bijbel | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Opgaan naar Jeruzalem 1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning #2 Verwoesting en herstel

Opgaan naar Jeruzalem
1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning

Verwoesting en herstel

Israël (blauw) en Juda (geel) ca. 830 v.Chr. volgens de Bijbel

Israël (blauw) en Juda (geel) ca. 830 v.Chr. volgens de Bijbel

Na de dood van Salomo ging het bergafwaarts. Zijn zoon ontbrak het aan wijsheid en het rijk werd in tweeën gesplitst, Israël (of Efraïm) in het noorden en Juda (later Judea) in het zuiden. Maar de beloofde koning zou stammen uit het huis van David en dus bleef Jeruzalem in bezit van Juda. Het noordelijke rijk verviel onmiddellijk tot afgoderij en werd tenslotte door God overgeleverd aan de Assyriërs. Juda was echter niet veel beter en werd ruim een eeuw later (587 v. Chr.) eveneens weggevoerd, maar dan naar Babel.
Juda had gemeend veilig te zijn vanwege de aanwezigheid van Gods tempel in Jeruzalem, dat die hen als een soort talisman zou beschermen. Eeuwen daarvóór, in de tijd van de hogepriester Eli, had het volk geprobeerd de ark te gebruiken als zo’n talisman (1 Samuël 4:1-3), maar het had niet geholpen en God had het heiligdom te Silo, waar hij gestaan had, door de Filistijnen laten verwoesten. Nu had Jeremia ze gewaarschuwd dat ook de tempel hen niet kon beschermen tegen de gevolgen van hun ontrouw, maar dat Jeruzalem en de tempel als Silo zouden worden verwoest (Jeremia 7: 1-15).

“1  Dit woord van Jahwe kwam tot Jeremia: 2 Ga naar het huis van Jahwe en verkondig daar in de poort deze boodschap: Luister naar het woord van Jahwe, mannen van Juda, die door deze poort gaat om u voor Hem neer te buigen. 3 Dit zegt Jahwe van de machten, Israels God: Beter uw leven, dan laat Ik u wonen op deze plaats. 4 Vertrouw niet op de valse leus: ‘Dit is de tempel van Jahwe, de tempel van Jahwe, de tempel van Jahwe!’ 5 Maar beter uw leven, behandel elkaar rechtvaardig, 6 verdruk geen vreemdeling, weduwe of wees, vergiet geen onschuldig bloed op deze plaats en loop niet achter andere goden aan, tot uw eigen verderf. 7 Dan laat Ik u wonen op deze plaats, in het land dat Ik aan uw voorvaderen gegeven heb voor altijd. 8 Maar gij vertrouwt op valse, waardeloze leuzen. 9 Gij steelt, gij moordt, ge pleegt echtbreuk, ge zweert vals, ge offert aan de baals en loopt achter andere goden aan, die gij nooit hebt gekend. 10 En dan durft ge in dit huis dat mijn naam draagt nog voor mij verschijnen en zeggen: ‘We zijn veilig!’ Maar ondertussen blijft ge al die wandaden bedrijven. 11 Is het huis dat mijn naam draagt, in uw ogen soms een rovershol? In mijn ogen beslist niet – godsspraak van Jahwe -. 12 Ga eens naar de plaats in Silo, waar Ik vroeger mijn naam heb gevestigd, en kijk wat Ik daarmee gedaan heb om de wandaden van Israel, mijn volk. 13 Welnu, omdat gij dergelijke dingen doet – godsspraak van Jahwe -, omdat ge niet luistert, ofschoon Ik voortdurend tot u heb gesproken, niet antwoordt, ofschoon Ik heb geroepen, 14 daarom zal Ik met dit huis dat mijn naam draagt en waar ge zo op vertrouwt met de plaats die Ik aan uw vaderen gegeven heb, hetzelfde doen als Ik met Silo gedaan heb. 15 Ik verstoot u, zoals Ik met uw broeders, met heel Efraim, heb gedaan.” (Jer 7:1-15 WV78)

En dat gebeurde. Vijftig jaar later mochten ze echter weer naar huis terugkeren en konden zij beginnen de tempel weer te herbouwen. Maar omdat er veel tegenstand was, duurde het twintig jaar voor zij daarmee gereed waren. De stadsmuren bleven echter nog in puin liggen en pas ca. 80 jaar later lukte het Nehemia die te herstellen. Intussen had de priester Ezra voor het herstel van de eredienst gezorgd. Toch bleef het volk onderworpen aan een reeks wereldmachten: Medo-Perzië, Griekenland, Rome.

De lang gekoesterde hoop op een herstel van Gods rijk en het koningschap ging niet in vervulling. Maar dat had de profeet Daniël al bekend gemaakt. God had, in antwoord op zijn gebed om Jeruzalem en het volk te herstellen, geopenbaard dat het nog lang zou duren voordat hun zonden werkelijk verzoend zouden worden, en dat de stad nog een nieuwe verwoesting onder de Romeinen tegemoet zou gaan. (Daniël 9:24-27, de profetie van de 70 weken).

“24 Voor je volk en voor je heilige stad is een duur van zeventig weken vastgesteld om aan de misdaad een eind te maken, om de zonde te doen verdwijnen en om de ongerechtigheid uit te boeten, om eeuwige gerechtigheid te brengen, om het zegel te drukken op de openbaringen van de profeten en om het hoogheilige te zalven. 25 Prent dit goed in je hoofd: Vanaf het ogenblik waarop het woord gesproken werd over de terugkeer uit de ballingschap en de herbouw van Jeruzalem tot aan het optreden van de gezalfde vorst zullen er zeven weken verlopen; eenmaal herbouwd met pleinen en wallen zal de stad tweeenzestig weken lang zo blijven. Maar in de benarde tijd 26 na die tweeenzestig weken zal een gezalfde gedood worden zonder dat iemand hem opvolgt. De stad en de tempel zullen verwoest worden door het leger van een vorst, die komt en zijn einde zal vinden in een vloed van rampspoed. Maar tot aan het einde zal er volgens het besluit een verwoestende oorlog woeden. 27 Met velen zal die vorst een vast verbond aangaan gedurende een week. Op de helft van die week zal hij een einde maken aan de slacht – en spijsoffers en op de vleugel van de tempel de gruwel der verwoesting plaatsen totdat de vernietiging, waartoe besloten is, zich aan de vernieler voltrekt.’” (Da 9:24-27 WV78)

+

Voorgaande

Opgaan naar Jeruzalem 1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning #1 Fundament van vrede in Gods Plan

Geplaatst in Geschiedenis, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Opgaan naar Jeruzalem 1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning #1 Fundament van vrede in Gods Plan

Jeruzalem door de eeuwen

‘Onze voeten staan in uw poorten, o Jeruzalem’ (Ps. 122:2)

In deze reeks artikelen willen wij kijken naar de rol van de stad Jeruzalem in Gods plan, in verleden en toekomst. En zien wat dat voor ons betekent.

File:Film location of Appointment with Death (1988).jpg

Luchtfoto Jeruzalem Tempelberg + Al Aqsa en Rotskoepel

Jeruzalem door de eeuwen

Jeruzalem is al een zeer oude stad, met een bewogen geschiedenis. Hij is onder deze naam bekend vanaf het midden van de vijftiende eeuw v. Chr., maar al vijfhonderd jaar of meer daar vóór als Salem.
In de Schrift vinden we de eerste vermelding in Genesis 14. Wanneer Abram terugkeert van zijn over winning op de vier koningen uit Mesopotamië, komt Melchisedek ‘de koning van Salem’ hem tegemoet en zegent hem. En Abram geeft hem op zijn beurt een tiende van de buit. Deze Melchisedek is zowel koning als priester, en hij wordt ons in de brief aan de Hebreeën (7:1-3) genoemd als voorbeeld van een eeuwig priesterschap, en als een vooruitwijzing naar het priesterschap van de herrezen Jezus. Dat is nu niet ons onderwerp, maar het spreekt in elk geval van een groot koning.

De naam Jeruzalem betekent ‘fundament (of plaats) van vrede’ (salem = shalom). En ooit zal het werkelijk de stad van vrede zijn, want Jesaja zegt:

“Vanuit Jeruzalem spreekt de HEER… Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is” (Jesaja 2:3-4).

Maar feitelijk is deze stad door de eeuwen heen eerder een bron van oorlog en twist geweest, dan van vrede. En dat zal zo blijven tot dat de grote koning, Jezus Christus, komt om plaats te nemen op de troon van David. Spoedig zal Jeruzalem de grote twistappel zijn waarvan de profeet Zacharia sprak:

“Ik zal van Jeruzalem een beker wijn maken die de omringende volken bedwelmt … Op de dag dat alle volken op aarde tegen Jeruzalem oprukken, zal ik van de stad een zware steen maken waaraan haar belagers zich vertillen” (Zacharia 12: 2-3).

Jeruzalem in Gods plan

Waarom neemt Jeruzalem zo’n grote plaats in, in Gods plan?

Toen God aan Abraham vroeg zijn zoon Isaak te offeren, moest hij dat doen op de berg Moria (Genesis 22:1-2).

“1  Hierna gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde. Hij zei tot hem: ‘Abraham.’ En hij antwoordde: ‘Hier ben ik.’ 2 Hij zei: ‘Ga met Isaak, uw zoon, uw enige, die gij liefhebt, naar het land van de Moria, en draag hem daar, op de berg die Ik u zal aanwijzen, als brandoffer op.’” (Ge 22:1-2 WV78)

Toen Abraham duidelijk zijn bereidheid toonde dat te doen, verhinderde een engel hem op het laatste moment Isaak werkelijk te offeren, maar het was een duidelijke voorafschaduwing van een later offer, dat van Jezus Christus. En God had Zelf de plek daarvan aangewezen: daar waar later de tempel zou staan.

Vele eeuwen later, toen koning David Jeruzalem tot zijn hoofdstad had gemaakt, moest hij offers brengen om een einde te maken aan een plaag over het volk. En weer wees een engel van God waar dat gedaan moest worden: op de dorsvloer van een zekere Ornan, een Jebusiet (1 Kronieken 21:18).

“ Nu sprak de engel van Jahwe tot Gad: ‘Zeg aan David, dat hij voor Jahwe een altaar gaat oprichten op de dorsvloer van Ornan, de Jebusiet.’” (1Kr 21:18 WV78)

Nadat hij die dorsvloer had gekocht, riep David die uit tot “de verblijfplaats van God, de HEER”. Van toen af aan stond hier “voor Israël het brandofferaltaar” (22:1). En hij trof voorbereidingen voor de bouw van de eerste tempel, die zijn zoon Salomo daar uiteindelijk heeft gebouwd (2 Kronieken 3:1).

“ Toen begon Salomo met de bouw van Jahwe’s tempel in Jeruzalem op de berg Moria, waar Jahwe verschenen was aan David, zijn vader, op de plaats die David daarvoor bestemd had, de dorsvloer van Ornan, de Jebusiet.” (2Kr 3:1 WV78)

David vervulde hiermee de bepaling in de wet van Mozes dat er uiteindelijk in het land maar één plaats van eredienst mocht zijn (Deuteronomium 12:10-14).

“10 Maar als gij de Jordaan over zijt en u vestigt in het land dat Jahwe uw God u in eigendom geeft, zal Hij zorgen dat uw vijanden u met rust laten, zodat gij er veilig kunt wonen. 11 Naar de plaats die Jahwe uw God uitkiest om er zijn naam te vestigen, moet gij dan alle gaven brengen die ik u voorschrijf, uw brandoffer en slachtoffers, uw tienden en andere bijdragen, evenals de bijzondere gaven die gij aan Jahwe belooft. 12 Dan moet gij feestvieren voor Jahwe uw God met uw zonen en dochters, met uw slaven en slavinnen en met de levieten binnen uw poorten; want zij hebben geen stuk grond en geen eigendom zoals gij. 13 Brandoffers moogt ge niet op iedere willekeurige heilige plaats opdragen, 14 maar alleen op de plaats die Jahwe uw God bij een van uw stammen uitkiest. Daar moet gij uw brandoffers brengen en daar moet gij ook al het andere volbrengen wat ik u voorschrijf.” (De 12:10-14 WV78)

Dat vereiste een groot tempelcomplex en tal van tempeldienaren, om voor alle Israëlieten hun offers te slachten, wanneer zij daar tijdens de drie grote jaarlijkse feesten naartoe zouden opgaan. Salomo

“besteeg de troon van de HEER en volgde zijn vader David als koning op” (1 Kronieken 29:23),

en de ‘Gouden Eeuw’ van Israël brak aan. Salomo ontving bijzondere wijsheid van God om de tempelbouw te volbrengen en na zeven jaar was die gereed. Veertig jaar lang was Gods Koninkrijk op aarde voor de mensen zichtbaar, en heel de aarde kwam naar Jeruzalem om naar de wijsheid van Salomo te horen.

In een later artikel zullen wij nog terugkomen op het bezoek van de koningin van Scheba.

+

Vindt ook:

De nacht is ver gevorderd 8 Studie 2 Schrik of troost 4 De wereld rond Israël

De Ekklesia #4 De troon van David en De gezalfde des Heren

Vervolg

Opgaan naar Jeruzalem 1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning #2 Verwoesting en herstel

Opgaan naar Jeruzalem 1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning #3 De komst van de Messias

++

Aaanvullend

  1. Melchisedek
  2. Een losgeld voor iedereen 2 Een verheven persoon van vlees en bloed
Geplaatst in Geschiedenis, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Plaatsen vermeld in de Bijbel | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Ontmoeting met: Adam en Eva

Vrouwen en mannen in de Bijbel: Adam en Eva

Wanneer u de namen Adam en Eva hoort, waar denkt u dan aan?

Aan het verloren paradijs, ongehoorzaamheid, zonde, het kwaad dat in de wereld kwam?

Heel goed mogelijk. Maar wanneer we het boek Genesis goed lezen, zien wij ook een andere kant van het eerste mensenpaar. Want zij hebben God niet vaarwel gezegd. Na hun overtreding mochten ze niet meer in de tuin van Eden wonen. Het klinkt misschien vreemd, maar het was een straf uit liefde. God wilde niet dat ze na de overtreding nog van ‘de boom des levens‘ zouden eten, waardoor ze eeuwig zouden voortleven in hun moeiten. Hij liet hen echter niet aan hun lot over. Als een liefdevolle Vader leerde Hij hen te leven buiten de beschermde tuin. God zorgde voor de eerste levensbehoeften, zoals kleding. Maar eerst werd de verleider aangepakt.

“God, de HEER, zei tegen de slang: ‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan … Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel’ ” (Gen. 3:14-15).

Zo beloofde God Adam en Eva, nog voordat Hij over hen een oordeel uitsprak, dat eens de gevolgen van hun zonde uitgewist zouden worden. Pas daarna hoorden Adam en Eva wat het gevolg van hun overtreding was voor henzelf.

“Tegen de vrouw zei Hij: ‘Je zwangerschap maak ik tot een zware last … Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.’ Tegen de mens zei Hij: ‘Je hebt geluisterd naar je vrouw, gegeten van de boom die ik je had verboden. Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan … zweten zul je voor je brood totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug’” (Gen. 3:16-19).

In vers 20 komen we voor het eerst de naam Eva tegen. Adam had zijn vrouw mannin genoemd, gewoon de vrouwelijke vorm van mens of man. Nu gaf hij haar dus de naam ‘Eva’, wat leven betekent. Hiermee liet hij zien dat hij God geloofde: uit zijn vrouw zou nieuw leven geboren worden.

Het leven was voor Adam en Eva nu totaal anders geworden, ze zullen vaak met weemoed hebben gedacht aan het leven in de tuin. Maar de liefde voor God hadden zij niet verloren. Bij de geboorte van hun eerste kind zei Eva:

“Met de hulp van de HEER heb ik het leven geschonken aan een man” (4:1).

Zij dankte God dus voor het nieuwe leven dat zij ontving. Zij noemden hun eerste zoon Kaïn (bezit), de tweede Abel (adem). Naast hen kregen zij nog andere zonen en dochters. Ze leerden hen alles over God.

Het leek alsof Kaïn en Abel Jehovah lief hadden. De Bijbel vertelt dat zij Hem een offer brachten. God zag de gezindheid van Abel en zijn offer; hij was rechtvaardig in Gods ogen, en Hij zegende hem. God zag de gezindheid van Kaïn en zijn offer; hij was vervuld van jaloezie en hebzucht, en God zegende hem niet. De oudste zoon, waar ze zo blij mee waren, en waar ze God voor gedankt hadden, liet toen zien hoe erg de zonde is. Zijn jaloezie werd haat en hij doodde zijn broer. De dood was toen voor Adam en Eva werkelijkheid geworden. Het gevolg van de zonde drong steeds meer tot hen door. Zij zagen wat het betekent:

‘stof ben je, tot stof keer je terug’.

Vol verdriet zagen zij het lichaam van Abel. Kaïn was door God weggestuurd. Zo verloren zij twee zonen op één dag. Maar Adam en Eva kregen meer kinderen. Ze bleven hen de weg van God leren. Vol vreugde zagen zij dat één van hen in gezindheid op Abel leek. Ook hij gehoorzaamde God. Ze noemden hem Set (vervanging), “want”, zei Eva,

“God heeftmij in de plaats van Abel, die door Kaïn is gedood, een ander kind gegeven” (Gen. 4:25).

Zij zei niet in de plaats van Kaïn, nee in de plaats van Abel.

In die tijd werden de mensen erg oud. Van Adam lezen we:

“In totaal leefde Adam 930 jaar”.

Het eerste mensenpaar bracht vele kinderen groot. Zij zagen twee soorten mensen ontstaan: nakomelingen van Set, die voor hen een vreugde waren – en waarvan we lezen:

“Ook Set kreeg een zoon. In die tijd begon men de naam van de HEER aan te roepen”

– en nakomelingen van Kaïn, die goddeloos en gewelddadig waren. Voor Adam en Eva moet dat laatste een groot verdriet zijn geweest, wetende dat zij verantwoordelijk waren voor het kwaad dat in de wereld was gekomen. Het was een troost dat nakomelingen van Set anders, als Abel, waren van wie we lezen:

“Door zijn geloof had het offer dat Abel aan God bracht meer waarde dan dat van Kaïn”.

Over Abel wordt dan ook lovend gesproken als over een rechtvaardige:

“… en door zijn geloof klinkt zijn stem nog steeds, ook al is hij gestorven.” (Hebr. 11:4)

en in vers 39:

“Al deze mensen, die van oudsher om hun geloof geprezen worden, hebben de belofte niet in vervulling zien gaan” (Hebr.11:39).

Deze belofte, waar ook Adam en Eva naar uitkeken, is vervuld in het ware nageslacht van de vrouw: Jezus Christus.

N.D.

+

Voorgaande

Een goddelijk Plan #4 Beloften

++

Aanvullende lectuur

  1. Schepper en Blogger God 2 Beeld en gelijkenis
  2. Voorzieningen voor de keuzes van de mens
  3. Bereshith 2:15-25 v 18-25 Een Hulp voor de man of een Vrouw in het vizier
  4. Terugblikkend op de eerste mens en eerste gebeurtenissen 2 Daad van ongehoorzaamheid eerste mens
  5. Een Boom van kennis wordt een Boom van moraal
  6. Eerste stappen die leidden naar een loskoopoffer 1 Mens geplaatst in wereld van groen en andere levende wezens
  7. Gedachte voor 3 januari 2018
  8. Vaderschap ingesteld verbondschap door de Schepper
  9. De vrucht van de Ish en Isha
  10. Effectief Bijbellezen: Woordgebruik – Boek Genesis
  11. Christadelfiaanse geloofspunten #3 Zonde en zondigheid
  12. Eva’s zeven dochters
Geplaatst in Geschiedenis, Levensvragen, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

A Book of life recording the names of true believers in God

In this world there are lots of people who think that after they die they shall transform to another being or go to another place than this earth, mostly being called heaven.

Even by those who call themselves Christian are lots of people who think that straight ahead after their death they will go to join their loved ones in heaven. They forget that the Bible clearly tells us that for all living beings it will be the same by the end of life.

“19 For that which befalleth the sons of men befalleth beasts; even one thing befalleth them: as the one dieth, so dieth the other; yea, they have all one breath; and man hath no preeminence above the beasts: for all is vanity. 20 All go unto one place; all are of the dust, and all turn to dust again.” (Ec 3:19-20 ASV)

“ For the living know that they shall die: but the dead know not anything, neither have they any more a reward; for the memory of them is forgotten.” (Ec 9:5 ASV)

“ Whatsoever thy hand findeth to do, do it with thy might; for there is no work, nor device, nor knowledge, nor wisdom, in Sheol, whither thou goest.” (Ec 9:10 ASV)

As such when we die, it shall be like being in a very deep sleep, or like a situation before we came unto this world. We being nothing any more, and often very quickly forgotten by the rest of the world.

But we shall not be forgotten by the Highest Being. He has a sacred Book where all the names are written in, of those who shall be allowed to receive a better life than the one they previously had on earth. That Most High Divine Being is worthy to be praised and many forget that He is the Only One True God and Father of our Lord Jesus Christ. He is the Divine Creator, Maker and Establisher of everything, Who according to His abundant mercy has begotten us again to a living hope through the resurrection of Jesus Christ from the dead. In the action of that man from Nazareth, doing the Will of God, we have hope in the salvation by his ransom offering that God has accepted.  All those, who are willing to believe in that “son of God” and in his heavenly Father, may look forward to an inheritance incorruptible and undefiled and that does not fade away, reserved in heaven for them. It is because of their faith and by the Grace of God, with the salvation by the ransom offering by Christ Jesus that those with faith in God and His son are kept by the Power of God for salvation ready to be revealed in the last times, when Jesus shall come back to judge the living and the dead.

“3  Blessed be the God and Father of our Lord Jesus Christ, who according to his great mercy begat us again unto a living hope by the resurrection of Jesus Christ from the dead, 4 unto an inheritance incorruptible, and undefiled, and that fadeth not away, reserved in heaven for you, 5 who by the power of God are guarded through faith unto a salvation ready to be revealed in the last time.” (1Pe 1:3-5 ASV)

“ For neither doth the Father judge any man, but he hath given all judgment unto the Son;” (Joh 5:22 ASV)

“ I charge thee in the sight of God, and of Christ Jesus, who shall judge the living and the dead, and by his appearing and his kingdom:” (2Ti 4:1 ASV)

But God knew already from the beginning of times who would be accounted acceptable to enter His Royal Garden or Earthly (Restored) Paradise, the Kingdom of God.

We are told that it might not be so easy as many think to enter the Kingdom of God. Not all people shall be able to go on the right way through the small gate.

“ For narrow is the gate, and straitened the way, that leadeth unto life, and few are they that find it.” (Mt 7:14 ASV)

Those few that find the way were already notated from the beginning of times in the Book which was with God. Those who lived after Jesus came to this world, and rejected him as the Saviour at the time they died or at the time of Christ’s Second Coming at the end of the Great Tribulation (the beginning of the Millennial reign) shall not be found in that precious book of life. To be able to be counted under the “accepted ones” the person has to believe in Only One True God and not in a Three-headed or Triune God or other multiple god or gods. The person to be saved has to believe in the God of Israel, Who is One.

Only those believing in God shall be separated in the end, when there shall be a great nation.

“ And it shall come to pass, that he that is left in Zion, and he that remaineth in Jerusalem, shall be called holy, even every one that is written among the living in Jerusalem;” (Isa 4:3 ASV)

“ And at that time shall Michael stand up, the great prince who standeth for the children of thy people; and there shall be a time of trouble, such as never was since there was a nation even to that same time: and at that time thy people shall be delivered, every one that shall be found written in the book.” (Da 12:1 ASV)

Yes, only those who shall be written in that Book of life shall be delivered. The apostle Paul tells us that God revering believers’ names are in the Book of Life.

“ Yea, I beseech thee also, true yokefellow, help these women, for they labored with me in the gospel, with Clement also, and the rest of my fellow-workers, whose names are in the book of life.” (Php 4:3 ASV)

We should make sure that we too are also counted by the fellow workers having overcome the temptations of this wicked world, not falling for the false teachings but keeping to the Biblical Truth.

“ He that overcometh shall thus be arrayed in white garments; and I will in no wise blot his name out of the book of life, and I will confess his name before my Father, and before his angels.” (Re 3:5 ASV)

There is no place in the Restored Paradise for those who worship a false god or another god than the Only One True God. Also not for those who worship the Antichrist or take Christ as their god, instead of accepting that Jesus is the son of God and the authorised one from God. It is a matter of choosing the right thing and knowing that Jesus is the way to God to be blessed and holy to have part in that coming resurrection, having the second death no power, because being known by Christ as a follower of him and not of the world.

“ Jesus saith unto him, I am the way, and the truth, and the life: no one cometh unto the Father, but by me.” (Joh 14:6 ASV)

“ I am the good shepherd; and I know mine own, and mine own know me,” (Joh 10:14 ASV)

“ But that ye may know that the Son of man hath authority on earth to forgive sins (then saith he to the sick of the palsy), Arise, and take up thy bed, and go up unto thy house.” (Mt 9:6 ASV)

“ But he answered and said, Verily I say unto you, I know you not.” (Mt 25:12 ASV)

“ And all that dwell on the earth shall worship him, every one whose name hath not been written from the foundation of the world in the book of life of the Lamb that hath been slain.” (Re 13:8 ASV)

The apostle John prophesies that all who died while in disbelief in God will not have their names written in the Book of Life. At the end times, people shall come to see Jesus sitting on a great white throne. And for those who are against God and who are keeping their disbelief, there shall be found no place for them [Satans or adversaries of God, the Antichrist, false prophets and their followers]. The Book of Life shall be opened at that time, and the dead will be judged according to their works, by the things which were written in the books.  The ones who had died earlier and were brought up from their graves (Luke 16:19-31) to be judged and to experience the second death shall be delivered all to be judged, each one according to his works. Then Death and Hādēs shall be cast into the final grave, which is the second death [lake of fire].

“11  And I saw a great white throne, and him that sat upon it, from whose face the earth and the heaven fled away; and there was found no place for them. 12 And I saw the dead, the great and the small, standing before the throne; and books were opened: and another book was opened, which is the book of life: and the dead were judged out of the things which were written in the books, according to their works. 13 And the sea gave up the dead that were in it; and death and Hades gave up the dead that were in them: and they were judged every man according to their works. 14 And death and Hades were cast into the lake of fire. This is the second death, even the lake of fire. 15 And if any was not found written in the book of life, he was cast into the lake of fire.” (Re 20:11-15 ASV)

Let us make sure that we shall belong to those written in the Book of life and not getting the second death but receiving a non-ending life in God’s Kingdom.

+

Preceding

Names being recorded in the book of life

++

Find also to read

  1. Only one God
  2. God of gods
  3. God is one
  4. The World framed by the Word of God
  5. Dying or not
  6. Immortality, eternality – onsterfelijkheid, eeuwigheid
  7. Looking forward for what is to come
  8. Matthew 25:31-46 – The Nazarene’s Commentary: Judgment on the Realm of Heaven #4 Matthew 25:41-46
  9. Memorizing wonderfully 73: 1 Thessalonians 4:13-18 Sleepers with hope
  10. A Ransom for all 3 Seeing Him as He isMaking sure to be ready and to belong to the escaped ones
  11. Heaven and hell still high on the believers list showing a religion gender gap
  12. Today’s thought “A Perfect World” (January 02)
  13. Today’s thought “A Damaged and Wicked World” (January 03)
  14. Paradise restored
  15. When feeling alone, afraid to connect with others in order to grow in faith
  16. The Climax of Matthew’s story
  17. Only once and with consequences
  18. Preferring to be a Christian
  19. A remaining name
  20. Making sure to be ready and to belong to the escaped ones
  21. The Realm of profession in Christianity

+++

Related

  1. Return Through the Narrow Gate
  2. Kabbalah: “It’s Written in the Book of Life”
  3. Rosh Hashanah and the Book of Life
  4. A study of the Judgment in Revelation 20:11-15
  5. Written in Heaven
  6. Is your name written in the book of life?
  7. The closest people – A Cover of a Book
Geplaatst in Being Christian, Christendom, Christianity, Jesus Christ Jeshua Messiah, Life and Death, Trinity | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Names being recorded in the book of life

In his letter to the Philippians, Paul referred to fellow workers whose names were recorded in this book (4:3). When they received that news it must have been so uplifting! Imagine knowing that your name is recorded, so that when Christ returns for judgement and the book is opened, you know that eternal life awaits. Revelation refers to this book several times and it is clear that being written in the book meant the difference between eternal life or eternal oblivion.

This leads to the question, how do we get our names recorded?

One typical answer would be that we need to be the best disciples we can be, witnessing the hope of the gospel as often as possible in the things we say and in the kind of life we lead. If we do this consistently and for long enough, surely our names will be added. But that would be salvation on merit, rather than salvation by grace – we cannot earn our salvation, we can only earn the “wages of sin”.

Looking more closely, there seems to be no occasion when the name of a faithful servant is added to the book because of good behaviour. Instead, scripture references are about names being blotted out. Moses, for example, pleading on behalf of the people says,

“But now, if you will forgive their sin – but if not, please blot me out of your book that you have written” (Exodus 32:32, ESV).

This tells us whatever had happened up to this point, Moses’ name was in the book. Time and again the scriptures talk about blotting out, informing us that those who have committed to Christ already have their names in the book. And it is not names which God is seeking to remove, but sins. As David pleads,

“O God … according to your abundant mercy, blot out my transgressions” (Psalm 51:1, ESV),

and this is what He does (Psalm 103:12).

All this is indeed uplifting and in keeping with the principle that God is not willing that any should perish. Let us keep our eyes on the coming of the Lord Jesus so that there is no reason for our names to be removed.

+

Preceding

Not about personal salvation but about a bigger Plan

Next

A Book of life recording the names of true believers in God

++

Additional reading

  1. A book of life and a man born more than two thousand years ago
  2. Today’s thought “Unclean, unclean” (March 8)
  3. Today’s thought “… his word abiding in you” (April 13)
  4. Trusting, Faith, calling and Ascribing to Jehovah #3 Voice of God #6 Words to feed and communicate
  5. New Covenant Terms Applicable to the Ancients
  6. Making sure to be ready and to belong to the escaped ones
  7. Sensitive trees for insensitive man

+++

Further related

  1. Are YOU Ready?
  2. Bad News for Good People and Good News for Bad People
  3. The Resurrections From The Dead
  4. The day of reckoning
  5. One Way
  6. The Scrolls of Life
  7. a book of life 
  8. Book of life/ Buku kehidupan
  9. Yom Kippur–The Lamb’s Book
  10. Where Are You Headed?
  11. All Through His Grace
  12. Footprint Signature
  13. Just A Little Something
  14. Suppose It Is True After All
  15. Holding Out the Word of Life
  16. Alberta Atheism Theism Deity and Book of Life
  17. Light & Dark
  18. Point of No Return
  19. Don’t Underestimate What God Can Do In Your Life
  20. Her Story
Geplaatst in Being Christian, Life and Death | Tags: , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Maar de wijsheid waar moet je haar zoeken? #3 Wanneer het hart naar inzicht keert kan wijsheid een plaats verkrijgen

Wijsheid, waar vind je die en wie heeft ze?

 

“ en breng ze stipt ten uitvoer, want daaruit zal voor de volken uw wijsheid en uw inzicht blijken. Als zij al deze voorschriften horen, zullen ze zeggen: ‘Dat machtige volk is wijs en verstandig.’” (De 4:6 WV78)

“ En u, Ezra, moet naar de wijsheid die God u gegeven heeft, magistraten en rechters aanstellen om recht te spreken over alle bewoners van de provincie aan de overzijde van de Rivier, over allen die de wetten van uw God kennen en allen die ze niet kennen moet u daarin onderrichten.” (Ezr 7:25 WV78)

“ Zo wijs is Hij en zo sterk dat niemand Hem ongestraft kan weerstaan.” (Job 9:4 WV78)

“ uitlegde hoe mysterieus zijn wijsheid is, hoe ondoorgrondelijk zijn doen, dan zou je de lust tot antwoorden vergaan.” (Job 11:6 WV78)

“ ervaring en kracht, Hij doorziet en leidt de dingen.” (Job 12:13 WV78)

“ Maar wijsheid, waar vind je die? Weet iemand waar zij woont?” (Job 28:12 WV78)

“ Koraal en kristal, zij verbleken, een vermogen aan parels weegt niet op tegen de wijsheid.” (Job 28:18 WV78)

“ Ja, waar komt de wijsheid vandaan, weet iemand waar zij woont?” (Job 28:20 WV78)

“27 Hij ziet de wijsheid, kent, begrijpt en doorpeilt haar. 28 Hij zegt tot de mens: ‘Wijsheid? Wijsheid is: God vrezen, het kwaad vermijden.’” (Job 28:27-28 WV78)

“ Grondbeginsel der wijsheid: ontzag voor de Heer; heilzaam inzicht voor wie dit betrachten. Zijn lof zal standhouden voor eeuwig!” (Ps 111:10 WV78)

“ daardoor kan men wijsheid leren en tucht, kan men van zinrijke woorden de zin doorgronden,” (Spr 1:2 WV78)

“ De vrees voor Jahwe is het begin van de kennis; wijsheid en tucht worden door de dwazen versmaad.” (Spr 1:7 WV78)

“ De Wijsheid roept luidkeels, buiten op straat, en zij verheft haar stem op de pleinen.” (Spr 1:20 WV78)

“ en uw oor dan spitst op de wijsheid en uw hart naar het inzicht keert,” (Spr 2:2 WV78)

“ Jahwe immers geeft de wijsheid; uit zijn mond komen kennis en inzicht.” (Spr 2:6 WV78)

“ Wanneer de wijsheid binnentreedt in uw hart en de kennis lieflijk is voor uw ziel,” (Spr 2:10 WV78)

“ om u te redden van de slechte weg, van de man die slinkse taal spreekt,” (Spr 2:12 WV78)

“ Gelukkig de mens die wijsheid vindt, de mens die inzicht verkrijgt,” (Spr 3:13 WV78)

“ Door wijsheid heeft Jahwe de aarde gegrondvest, de hemel heeft Hij bevestigd door inzicht;” (Spr 3:19 WV78)

“5 Doe wijsheid op, doe inzicht op, vergeet niet de woorden van mijn mond en wijk er niet van af. 6 Verlaat de wijsheid niet en zij zal u bewaren; heb haar lief en zij zal u behoeden. 7 Het begin van de wijsheid is: verwerf wijsheid, verwerf inzicht en geef daar zelfs uw hele bezit voor.” (Spr 4:5-7 WV78)

“ De weg van de wijsheid zal ik u leren en u de paden van het recht doen betreden.” (Spr 4:11 WV78)

“ Mijn zoon, schenk uw aandacht aan mijn wijsheid en neig uw oor naar mijn inzicht,” (Spr 5:1 WV78)

“ Zeg tot de wijsheid: ‘Gij zijt mijn zuster,’ en noem de schranderheid uw bloedverwante,” (Spr 7:4 WV78)

“ Zie, de Wijsheid roept, het Inzicht laat zijn stem horen.” (Spr 8:1 WV78)

“11 want de wijsheid is meer waard dan koralen en geen kostbaarheden komen haar nabij. 12  Ik, de Wijsheid, ik woon bij de verstandigheid en ik beschik over weldoordachte kennis.” (Spr 8:11-12 WV78)

“ De Wijsheid heeft zich een huis gebouwd, zeven zuilen heeft zij zich uitgekapt;” (Spr 9:1 WV78)

“ Het begin van de wijsheid is de vrees voor Jahwe, de Hoogheilige kennen is inzicht.” (Spr 9:10 WV78)

“ Zijt gij wijs, dan zijt gij wijs tot uw eigen voordeel; zijt gij een spotter, dan draagt gij zelf de gevolgen.” (Spr 9:12 WV78)

“ Op de lippen van wie schrander is wordt wijsheid gevonden, op de rug van wie geen verstand heeft komt de stok neer.” (Spr 10:13 WV78)

“ In het plegen van een schanddaad vindt een dwaas genoegen, maar in wijsheid de man van inzicht.” (Spr 10:23 WV78)

“ Waar de overmoed komt, komt schande mee, maar de wijsheid woont bij de ootmoedige.” (Spr 11:2 WV78)

“ Naar de maat van zijn inzicht wordt een man geprezen, maar wie verdorven van hart is wordt veracht.” (Spr 12:8 WV78)

“ De dwaas brengt door zijn verwatenheid ruzie teweeg, maar wijsheid hebben zij die zich laten raden.” (Spr 13:10 WV78)

“ Een spotter zoekt wijsheid, maar tevergeefs; een verstandig man verwerft gemakkelijk kennis.” (Spr 14:6 WV78)

“ De wijsheid van een schrander man is dat hij zijn weg kent, maar van het onverstand der dwazen komt bedrog.” (Spr 14:8 WV78)

“ In een schrander hart vindt de wijsheid rust, maar in het gemoed van de dwazen wordt zij onderdrukt.” (Spr 14:33 WV78)

“ De vrees voor Jahwe voedt op tot wijsheid; de deemoed gaat aan de eer vooraf.” (Spr 15:33 WV78)

“ Wijsheid verwerven: hoeveel beter is dat dan goud! Inzicht verwerven: het is te verkiezen boven zilver!” (Spr 16:16 WV78)

“ Wat baat het geld in de hand van een dwaas? Wil hij er wijsheid mee kopen zonder verstand te hebben.” (Spr 17:16 WV78)

“ De verstandige heeft de wijsheid voor ogen, maar de ogen van de dwaas zijn gericht op de grenzen der aarde.” (Spr 17:24 WV78)

“ De woorden uit de mond van een man zijn diepe wateren, een bruisende beek, een bron van wijsheid.” (Spr 18:4 WV78)

“ Wie wijsheid verwerft, heeft zichzelf lief en wie zich door inzicht laat leiden, vindt het geluk.” (Spr 19:8 WV78)

“ Verstand maakt een man lankmoedig en het is zijn glorie, een fout door de vingers te zien.” (Spr 19:11 WV78)

“ De onnozele wordt wijs, als de spotter gestraft wordt, maar als men de wijze onderricht, doet hij kennis op.” (Spr 21:11 WV78)

“ Geen wijsheid, geen inzicht en geen beleid houdt stand tegenover Jahwe.” (Spr 21:30 WV78)

“ Maak u niet moe om rijk te worden en houd ermee op, uw verstand daartoe te gebruiken.” (Spr 23:4 WV78)

“ Spreek niet ten aanhoren van een dwaas, want hij minacht uw verstandige woorden.” (Spr 23:9 WV78)

“ Koop de waarheid en verkoop niet de wijsheid en evenmin de vermaning en het inzicht.” (Spr 23:23 WV78)

“ Voor een dwaas is de wijsheid te verheven en hij doet in de poort zijn mond niet open.” (Spr 24:7 WV78)

“ Iets dergelijks zijn kennis en wijsheid voor uw ziel: als gij ze vindt, is er toekomst voor u en wordt uw hoop niet afgesneden.” (Spr 24:14 WV78)

“ Wie zich op zijn eigen hart verlaat, is een dwaas; wie in wijsheid wandelt, wordt gered.” (Spr 28:26 WV78)

“ Een man die de wijsheid liefheeft, verblijdt zijn vader, maar wie met ontuchtige vrouwen omgaat, verkwist zijn vermogen.” (Spr 29:3 WV78)

“ De roede en de terechtwijzing brengen wijsheid bij, maar een losbandige jongeman doet zijn moeder schande aan.” (Spr 29:15 WV78)

“ ik heb geen wijsheid geleerd en ik ken ook niet de wetenschap van de Hoogheilige.” (Spr 30:3 WV78)

“ Zij opent haar mond en zij spreekt wijsheid; van haar tong komen lieflijke lessen.” (Spr 31:26 WV78)

“ Aan iemand die Hem bevalt, schenkt God wijsheid, kennis en blijdschap. Maar een zondaar laat Hij moeizaam sparen en vergaren om het dan over te dragen aan iemand die Hem bevalt. Ook dat is ijdel en grijpen naar wind.” (Pre 2:26 WV78)

“11  Wijsheid is beter dan bezit, iedereen die de zon ziet heeft daar baat bij. 12 Wijsheid en geld geven beide beschutting. Maar de wijsheid heeft dit voor; ze houdt hen die haar bezitten in leven.” (Pre 7:11-12 WV78)

“ Een wijze staat door zijn wijsheid veel sterker dan een heel stadsbestuur.” (Pre 7:19 WV78)

“ Wie is werkelijk wijs en wie kent de verklaring der dingen? Wijsheid doet het gezicht stralen en neemt de harde trekken weg.” (Pre 8:1 WV78)

“15 Nu was er een arme man die zo wijs was, dat hij het stadje had kunnen redden. Maar niemand schonk aandacht aan die man, want hij was arm. 16 Daarom zeg ik: wijsheid mag meer waard zijn dan kracht, de wijsheid van een arme telt niet mee en naar zij n woord wordt niet geluisterd.” (Pre 9:15-16 WV78)

“18 Wijsheid is meer waard dan wapens. Ja, maar een fout kan veel goeds bederven. 10:1  Een dode vlieg bederft de beste parfum. Een beetje dwaasheid kan heel wat wijsheid te niet doen.” (Pre 9:18-10:1 WV78)

“ Daarom zal Ik opnieuw wonderen doen voor dit volk, het ene na het andere. Dan gaat de wijsheid van zijn wijzen te niet en het verstand der verstandigen verdwijnt.” (Jes 29:14 WV78)

“ (9:22) Dit zegt Jahwe: De wijze moet niet roemen op zijn wijsheid, de sterke niet roemen op zijn kracht, de rijke niet op zijn rijkdom.” (Jer 9:23 WV78)

“ Hoor! Jahwe roept tot de stad. Wie uw naam vreest wordt gered. Luister! Er komt een tuchtroede en gij weet wie die gezonden heeft!” (Mic 6:9 WV78)

 

*

 

Voorgaande

Maar de wijsheid waar moet je haar zoeken? #1 Steenkool – zilvermijn & Boek Spreuken

Maar de wijsheid waar moet je haar zoeken? #2 Wat is wijsheid?

Geplaatst in Bijbelcitaten, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Maar de wijsheid waar moet je haar zoeken? #2 Wat is wijsheid?

Wat is wijsheid?

Het is moeilijk te definiëren; het heeft vele facetten, die door verschillende mensen op verschillende manieren waargenomen worden.

Toch zijn er bepaalde karakteristieken die, als wij ze eenmaal kennen, door ieder van ons gemakkelijk te herkennen zijn.

Wijsheid is vooral praktisch.

We zullen haar eerder aantreffen in de werkplaats dan in de studeerkamer, eerder in onderling contact dan in eenzaamheid. Wijsheid komt voort uit onderricht, ze is aanwezig
bij mensen die zich bewust zijn van de lessen die zij hebben geleerd in de school van het leven, en die bereid waren om die te leren.

Wijsheid is inzicht om onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad, maar ook je bewust zijn van de gevolgen van een bepaalde koers. Dat eerste is vrij gemakkelijk, maar het tweede is veel moeilijker. −

Wijsheid is verstandig handelen: oprecht en bezonnen blijven tegenover dwaasheid. Wanneer anderen zich laten verleiden tot onbezonnen handelen, blijft de wijze mens nuchter en houdt vast aan zijn oordeel en zijn principes.

Wijsheid is begrip:
het onderscheid kunnen maken tussen belangrijk en onbelangrijk, tussen fundamenteel en bijkomend. Wat wij geloven, zeggen en doen is belangrijk. Wat de maatschappij – onze bazen, onze bestuurders, en anderen in dergelijke posities – belangrijk achten, is vaak in werkelijkheid maar van ondergeschikt belang.

Wijsheid doorziet het verschil en zoekt naar het ware perspectief.

Wijsheid is “de wegen van God kennen”.

Wanneer wij vertrouwd raken met God en Zijn gedachten, en Zijn daden leren kennen, is onze respons anders dan voorheen. Wij leren wijs te zijn door Zijn Naam te vrezen, niet in de zin van bang zijn, maar in de zin van respect hebben voor zijn Woord.
En hoe kunnen wij die wijsheid vinden? Hoe kunnen wij effectiever zoeken naar datgene dat kostbaarder en zeldzamer is dan zilver? Wij moeten acht geven op onze Meester, de Grote verteller Jezus Christus, hij die zelf de belichaming van de Wijsheid was. We moeten luisteren naar zijn woorden, zijn antwoorden overwegen, op zijn daden letten en er naar streven in zijn voetspoor te volgen. Van hHem werd geprofeteerd:

Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei.
De geest van de H E E R zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en eerbied voor de H E E R.
Hij ademt eerbied voor de H E E R ; zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn, noch grondt hij zijn vonnis op geruchten. Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel, de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis.
Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond, met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen. Jesaja 11:1-4

Dat zijn daarom de eigenschappen die ook wij moeten nastreven. Zulke eigenschappen stellen ons aan de ene kant in staat snel Gods wegen te onderscheiden, en aan de andere kant langzaam te reageren op wat we zien en horen van onze medemens. Onze zoektocht naar wijsheid stelt daarom de volgende eisen aan ons:

• Meer luisteren, minder praten.
• Verstandiger aandacht voor anderen, minder kritiek.
• Dankbaarder lof voor elkaar, minder zelfingenomenheid.

Samengevat is wijsheid de motivatie van het geestelijk leven, en de drijfveer van ieder die aan zijn Meester gelijk wil zijn. De mijnwerker bezit kennis en deskundigheid, het noodzakelijke gereedschap en boven alles de bereidheid om alles te riskeren, in zijn zoeken naar zilver en goud. En dat moet evenzo gelden voor de discipel, in zijn zoektocht naar wijsheid. De totale toewijding, in volledige vastberadenheid, van de een, is een passend beeld voor de ander. Geen wonder dan dat het boek Spreuken zoveel nadruk op de wijsheid legt:

Acht de wijsheid hoog, dan geeft ze je aanzien, ze strekt je tot eer wanneer je haar omhelst.
Ze legt een sierlijke krans om je hoofd, schenkt je een luisterrijke kroon. Spreuken 4: 8-9.

CE/ CT (met toestemming vertaald uit “Tidings”)

+

Voorgaande

Maar de wijsheid waar moet je haar zoeken? #1 Steenkool – zilvermijn & Boek Spreuken

Waar de waarheid te leren

Kennis en wijsheid door een Oud Boek

De Bijbel als instructieboek

Nut van het lezen van de Bijbel

Hermeneutiek om uit te dragen #7 In Harmonie

Eeuwigblijvend Woord dat alles vertelt

++

Aanvullend

  1. Een norm waaraan de verstandigen en eerlijken zich kunnen herstellen optrekken
  2. Woorden moeten worden afgewogen, niet meegerekend
  3. Wijsheid ligt diep
  4. Wijsheid bestaat eruit de grens van dwaas zijn niet te overschrijden
  5. Beloning bij Luisteren in plaats van spreken
  6. Blog van God opgetekend in een Boek
  7. Schepper en Blogger God 10 Een Blog van een Boek 4 Luisteren naar Blogger
  8. Zuivere woorden in een Boek van Hem die nabij is
  9. Belangrijkheid van de Heilige Schrift
  10. Bijbel op de eerste plaats #1/3
  11. Bijbel op de eerste plaats #3/3
  12. Alle dingen eertijds geschreven tot ons onderricht
  13. Bijbel, helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest ter onderricht
  14. Het woord van de Ware God gegeven voor wijsheid te vergaren
  15. Geestelijke vorming tot heiligheid #1
  16. Opgetekend in je hoofd wat is neergetekend
  17. Secularisatie en opdrachten voor alle mensen
  18. Zonde om de Bijbel niet naar haar woord te houden
  19. Openstellen om Nog veel te leren
  20. Maak ons onervarenen wijs
  21. Verwerf de gunst van Jahwe
  22. Onder de Geest blijven
  23. Delen van God’s Rijkdom en Wijsheid
  24. Wereld waarheen? #3 De Wortelscheut van David
  25. Laat me je tong zien
  26. Niet in de schijnwerpers staan maar anderen verlichten
  27. Een uiteenvallende Bijbel teken voor iemand die dat niet doet
  28. Het Wachttorengenootschap over Christadelphians #10 Zogezegd kardinale fouten van het christadelfianisme #1 menselijke en geestelijke wijsheden en wezens
  29. Sta op in de ochtend en bidt voor de zegen van de Heer
  30. Het juiste perron vinden
Geplaatst in Bedenking, Levensvragen | Tags: , , , , | 1 reactie

Maar de wijsheid waar moet je haar zoeken? #1 Steenkool – zilvermijn & Boek Spreuken

Mijnbouw is al een oeroud vak. Het vraagt om kennis, deskundigheid, het juiste gereedschap, en om volharding en doorzettingsvermogen om te zoeken en te vinden. Het vraagt om veel inspanning en het is heel zwaar werk, werk voor sterke handen en goede spieren. Toch vraagt het ook om een helder brein en een scherpe blik, en een uitstekende kennis van de geologie, wil het succesvol zijn.

Het is een vak voor mensen die bereid zijn alles te riskeren in hun jacht op het uiteindelijke doel. Het zoeken naar wijsheid lijkt daarom veel op het zoeken naar zilver. Beiden zijn moeilijk te vinden, maar de inspanning loont. Het zoeken naar wijsheid is een levenslange bezigheid, en het antwoord op de vraag hoe je dat doet, beslaat een groot deel van het boek Spreuken.

Meteen al in de eerste, lange zin van Spreuken 2, die begint met de woorden:

“Mijn zoon, als je in acht neemt wat ik zeg …”

en eindigt met

“… dan zul je ontdekken wat ontzag voor de HEER is, dan zul je kennis van God verwerven.”

Elders wordt ons verteld dat de vreze des Heren het begin van de wijsheid is; als wij wijsheid willen zoeken, moeten wij daarom de instructies volgen die ons worden gegeven.

Wij moeten (Spreuken 2:2-5):

  1. een open oor hebben
  2. een geest hebben die naar inzicht neigt
  3. erom vragen de dingen te mogen begrijpen
  4. om scherpzinnigheid roepen
  5. ernaar zoeken als was het zilver
  6. ernaar speuren als naar een verborgen schat

De eerste vier instructies hebben te maken met de respons van onze zintuigen. Zij beschrijven hoe onze hersens en ons hart bezig moeten
zijn met de zaken van God:

• we moeten voortdurend luisteren naar het Woord van God door dat te lezen en te bestuderen
• we moeten ons voortdurend laten leiden door Gods woorden en boodschappen
• we moeten voortdurend bidden om meer begrip van wat die betekenen
• we moeten voortdurend vragen om meer inzicht in de diepte van die betekenis

Maar de laatste twee instructies zijn ontleend aan de mijnbouw. Want het zoeken naar wijsheid lijkt op een mijnexpeditie. We vinden in de Schrift maar weinig verwijzingen naar de mijnbouw, maar een veelbetekende passage vinden wij in het boek Job, hoofdstuk 28.

Job begint met een uitgebreide beschrijving van de grote moeite die de mens moet doen om allerlei metalen uit de diepte der aarde te winnen:

De mens verdrijft de duisternis, hij dringt door tot in het binnenste der aarde, tot aan de steen van diepst verborgen donkerte. Hij hakt een schacht, daalt af in de verlatenheid, tot waar zijn voet geen steun meer vindt (vs 3-4)

Na te hebben aangegeven dat de mens zich daarvoor moet begeven in een omgeving waar geen enkel dier, hoe machtig ook, zich ooit zou wagen, gaat hij verder met een beschrijving van de inspanning die de mens zich getroost om de door hem begeerde buit te bemachtigen:

De mens zet het houweel in het gesteente, hij keert de bergen om vanaf hun voet. In de rotsen hakt hij tunnels uit en zijn oog ontdekt hun kostbaarheden. Hij damt de ondergrondse stromen in en brengt naar het licht wat diep verborgen is. (vs 9-11)

Maar dan begint hij over het vinden van wijsheid. Zelfs met inzet van al dergelijke inspanning zou je de wijsheid niet kunnen winnen, want om te beginnen weet niemand waar je die zou moeten zoeken:

Maar de wijsheid – waar moet je haar zoeken, en het inzicht – waar is het te vinden? Geen sterveling kent de weg erheen, de wijsheid is niet in het land der levenden. De oervloed zegt: ‘Ze is niet bij mij,’ de diepste zee: ‘Bij mij evenmin.’ (vs 12-14)

Is er dan een andere manier om wijsheid te verwerven? Zou je het voor veel geld kunnen kopen bij een handelaar in kostbaarheden?

Nee, ook dat is niet mogelijk:

De wijsheid is niet te koop voor enig goud, noch kan ze in zilver worden afgewogen. Kostbaarder is ze dan het goud van Ofir, dan de duurste onyx of saffier. Ze wordt niet geëvenaard door goud of glas, niet verworven voor schalen van het fijnste goud. Vergelijk haar niet met robijnen of kristallen, een buidel wijsheid is meer waard dan parels. Topaas uit Nubië kan haar niet evenaren, ze is kostbaarder dan zuiver goud. (vs 15-19)

Is de toestand dan hopeloos? Zal wijsheid voor altijd buiten ons bereik
blijven?

Nee, er is een manier om wijsheid te verwerven: God kent haar en, wat meer is, Hij stelt haar aan de mens ter beschikking:

Maar van waar stamt de wijsheid dan, en het inzicht – waar is het te vinden? De wijsheid is verborgen voor de blik der levenden … Maar God kent haar wegen en hij weet waar ze verblijft … En hij sprak tot de mens: ‘Ontzag voor de Heer – dat is wijsheid; het kwaad mijden – dat is inzicht.’ (vs 20-21,23,28)

Wijsheid wordt ons hier dus voorgesteld als moeilijker te vinden dan zilver en dat schetst het als iets dat kostbaarder is, veel kostbaarder, dan zilver. Maar wij moeten bovenal weten wat wijsheid eigenlijk is. Zoals een mijnwerker in staat is om de kostbare metalen te herkennen, of in elk geval de kenmerken van de ertshoudende rots, zo moeten wij in staat zijn om de kenmerken van de wijsheid te herkennen.

+

Vervolg

Maar de wijsheid waar moet je haar zoeken? #2 Wat is wijsheid?

Maar de wijsheid waar moet je haar zoeken? #3 Wanneer het hart naar inzicht keert kan wijsheid een plaats verkrijgen

++

Lees ook:

  1. Kijk met je ogen zie met je hart
  2. Zintuig
Geplaatst in Bedenking, Bijbel of Heilige Schrift, Bijbelonderzoek, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen, Woord van God | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties