14 Nisan gelegenheid om anderen in samekomst bijeen te brengen

Over twee dagen mogen wij de aanzet geven tot het belangrijkste weekend van het jaar 2019. Op vrijdag 19 april komen wij samen voor het avondmaal van 14 Nisan.

Op die zeer speciale avond kijken wij naar de wereld, hoe dat deze weg van God is gegaan en door de geestelijke en werkelijke vervuiling een aanzuigend moeras is geworden waar de meerderheid, dikwijls zelf niet beseffend, dieper en dieper weg zakt.

In deze wereld van materialisme is de materie de grootste afgod geworden. Het liefst schaft de meerderheid van mensen zich zoveel mogelijk laatste snufjes aan. Het liefst willen de meeste mensen ook pronken met die aller laatste nieuwtjes.

Bij de zeer erge brand van de Notre-Dame de Paris moeten wij erg genoeg wast stellen dat zelfs stenen en verbrand hout vlugger gelddonaties kunnen verkrijgen dan mensen die getroffen zijn door oorlogs- en natuurgeweld en snakken naar wat eetbaars. Zij moeten op hun honger zitten terwijl binnen de twee dagen al 800 miljoen Euro bijeengebracht is om tot de herstelling te komen van dat historisch monument, dat tot 14 miljoen bezoekers per jaar in de Franse hoofdstad mocht ontvangen.

Die kerk kreeg dan wel niet die bezoekers voor een kerkdienst of voor een ingetogen moment met God.

Ingetogen ogenblikken met God zijn heden een rariteit geworden. In onze westerse maatschappij ligt God niet bepaald op de rand van de tong of vooraan op de lippen.

Vrijdag avond is echter een uitstekende gelegenheid om mensen uit te nodigen en te laten zien waarom het vergaderen zo belangrijk is en hoe wij als broeders en zusters in Christus hoop mogen hebben op iets ongelofelijk mooi en onverwoestbaar. Die avond is ideaal om aan te tonen dat al die materie vergankelijk is en hoe wij iets veel vaster voor ogen mogen houden. Verder kunnen wij voorleggen waar wij als mens beter onze verlangens laten naar uit gaan.

De voor- en na-oorlogse generatie had heel wat verlangens. Wij hebben ook bepaalde levensvormen uitgeprobeerd waar sommigen toen en nu ‘vies’ tegen aan keken. Met vele kleuren trachtten wij toen echt kleur te geven aan ons leven dat wij hoopten in symbiose te brengen met onze omgeving, vol respect voor de Grote Maker van dit alles. Wij zochten ook meerdere vormen om ons geloof kleur en zin te geven en dit in gemeenschap ten volle te beleven. toen stond het samen beleven centraal, nu lijkt het egoïsme gezegevierd te hebben en is het grote “Ik” aan de orde van de dag, waarbij die persoon zich meestal beter wil voorstellen dan hij of zij eigenlijk is. Hiertoe worden dan de allernieuwste snufjes boven gehaald om zich te veruiterlijken als de meest bij de tijd zijnde.

Maar hoe zit het dan met hun verlangens en hun hoop?

Lees hier verder meer over: Verlangens van hedendaagse jongeren

en denk er dan eens over na waar u wil staan in deze wereld van genot, luxe en verheerlijking van de materie.

Is er in deze wereld ook nog plaats voor Diegene Die alles mogelijk maakt?

Hoe sta je tegenover de Schepper en tegenover diegene die bevrijding van de slavernij van de mens en van de doodstraf bracht?

Op 14 Nisan zullen wij samen rond de tafel zitten en de Nazareen Jezus gedenken, hoe deze ook met zijn getrouwen samen kwam om de uittocht van Egypte te gedenken, maar ook om aan te geven dat met hem een nieuw tijdperk was aangetreden waarbij een Nieuw Verbond met God werd aangegaan. Voor ons is die verbondsdaad onze bevrijding en onze hoop naar een betere toekomst. Het geluk dat daarin gesloten is willen wij dan ook met velen delen.

Mogen wij er op rekenen dat u, waar ook ter wereld, mee zal denken aan die bijzondere bijeenkomst van Jezus, en dat wij ons als broeders en zusters in Christus verbonden mogen voelen in eenheid, met de hoop op de Genadegave?

Vergeet u ook niet om anderen uit te nodigen, bij u thuis of in uw gemeenschapshuis, om samen Jezus avondmaal te herinneren?

Geplaatst in Broeders, Christadelphian, Christen zijn, Christenheid, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Kerkopbouw, Levensvragen, Religie, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Jeremia die verhaalt terug te komen naar Hem Die roept

Wat niemand voor mogelijk had gehouden, kon in 722 vóór onze huidige tijdrekening toch gebeuren. Het land Israël lag in puin. Het allerergste was dat de tempel werd verwoest.
Het verbond tussen God en Zijn volk leek voorgoed te zijn verbroken.

De Assyriërs namen de bevolking mee naar hun eigen land en de ballingschap van het volk Israël bleek een verschrikkelijke gebeurtenis te zijn waarbij Gods Volk niet enkel het doek voor het tienstammenrijk zag vallen. In 586 vGT verwoestten de Babyloniërs Jeruzalem en brachten daarmee een eind aan het tweestammenrijk.

Eeuwenlang had God beide landen gewaarschuwd en mensen voorzien die het volk waarschuwden voor de consequenties als zij zich niet aan de wetten van God zouden houden. Jehovah stuurde profeten om Zijn volk op andere gedachten te brengen.
Jeremia 3 bevat zo’n voorbeeld. Het tweestammenrijk bestond toen nog.
De tempel in Jeruzalem stond nog overeind en ook de tempeldienst ging nog steeds door. Maar naast de tempel had Juda ‘afgoden op elke heuvel en onder elke boom’. Overal werd wel een afgod vereerd.

De tien stammen die al weggevoerd waren, hadden God openlijk verlaten. Juda en Benjamin deden dat min of meer in het geheim. Ze hadden naast God of in plaats van Hem hun eigen goden.

Opvallend is dat Jehovah God Juda liet waarschuwen door een profeet die afkomstig was uit het noordelijke rijk. Dat was Jeremia. Hij had meegemaakt wat er met het tienstammenrijk was gebeurd.

Jeremia gebruikte het beeld van een man, wiens vrouw meerdere keren overspel had gepleegd. Een man die zijn vrouw toch liet weten:

‘Kom terug.’

Het was in die tijd en met de wetten van toen onbestaanbaar dat een man zich in zo’n situatie zo gedroeg. Je maakt het nu een enkele keer mee. Maar dan moet de liefde wel van twee kanten komen en zijn er heel veel gesprekken nodig.

Bij dit gebeuren van het weggaan van de ene partner laat Jeremiah de mensen na denken over het weggaan van de Allerhoogste Vader en laat hen zien dat Deze hen nog steeds de kans geeft om weer naar Hem terug te keren. Wat voor mensen onmogelijk is, dat is mogelijk voor God. God, de bruidegom, wil trouw zijn aan een ontrouwe bruid.

Het is een hartverscheurend verhaal.
Ook de naam van Israël valt, terwijl het volk allang in dat verre land woonde.

‘Israël, kom terug.’

Je zou verwachten dat de catastrofe die Israël had getroffen, juist een positief effect zou hebben op Juda. Deze gebeurtenis zou een teken aan de wand kunnen zijn voor het tweestammenrijk.

Een schip op het strand is een baken in zee,

zegt het spreekwoord. Maar dat gebeurde niet.

Ook het koninkrijk Juda ging ten onder en werd naar Babel weggevoerd.

Toch liet God Zijn volk ook daar niet los.

‘Kom terug.’

Dit moet ons ook doen denken aan de gelijkenis van de verloren zoon…

Alsook moeten wij nu in overweging nemen of wij niet in onzuiverheid zijn gevallen en eigenlijk in de huidige staat onwaardig zijn om voor Gods troon te verschijnen.  Deze week gaan wij naar het hoogtepunt van het jaar, 14 Nisan waar wij in herinnering nemen hoe  een mensenzoon zich bereid vond om zich over te geven aan Gods Wil, voor al die mensen die fout zijn gegaan. Met zijn bloed- en zoenoffer heeft hij hen allen vrij gekocht.

Zoals Jeremia in der tijd zijn medebroeders opriep om zich te verzoenen met God en naar Hem toe te gaan,worden wij vandaag nog steeds gevraagd om ons naar god te keren en Hem te aanzien als onze hemelse Vader, onder wiens huis wij willen wonen in een gemeenschap van broeders en zusters in Christus.

++

Lees ook ter voorbereiding

  1. Een verlichte Pesach
  2. Shabbat HaGadol ter voorbereiding van Pesach
Geplaatst in Christen zijn, Geschiedenis, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Actief over de gehele wereld

Ook al zijn de Broeders in Christus niet erg gekend, noch onder deze Nederlandse naam, noch onder de internationale naam Christadelphians, zijn ze actief in zeer veel landen over de gehele wereld.

Al die mensen die zich vrijwillig inzetten voor het goed van de mensheid en samen ijveren voor een betere wereld, worden dikwijls over het hoofd gezien.

Opgaand naar het belangrijkste ogenblik van het jaar, 14 Nisan, in deze maanden van grote lenteschoonmaak, kan het geen kwaad ook eens aan die vrijwilligers te denken maar ook aan hun nood voor bepaalde goederen. Zo zouden dingen die u in huis tegen komt die u niet meer nodig heeft, wel praktisch en geliefd kunnen zijn  bij de mensen die de Broeders in vele arme streken trachten te helpen.

In veel landen kan men de klassieke kerken aantreffen die van uit hun gevestigde structuur werken. Veelal zijn hun geestelijken betaald door hun kerkhiërarchie. Veel van die kerkgangers treden echter niet zo ver naar buiten, waarbij verder afgelegen streken niet geholpen worden. De Broeders in Christus gaan dikwijls daar waar de bevolking wordt vergeten, zowel door de klassieke kerken maar ook door hun eigen leiders van het land. De nood is daar dikwijls hoog. Onze hulp van uit het westen is dan daar ook zeer welkom.

Kerken in meerdere arme landen mogen veelal zelfstandig zijn en leiders hebben die leiding geven op basis van eigen gezag. Slechts een klein deel behoort tot de gevestigde kerken, waar sprake is van een kerkelijke structuur met duidelijke richtlijnen. Ook kan men allerlei kruidendokters vinden die eveneens optreden als ‘geestelijke leider’ en aanspreker speelt voor hun vele goden. In zulke gebieden alsook gebieden war vele grotere kerken niet zijn geïnteresseerd zijn er vrijwilligers die stappen willen ondernemen om die mensen gezondheid op geestelijke en lichamelijk vlak te willen brengen. Dit vooral omdat wij als Broeders in Christus vinden dat een gezonde geest best kan komen uit een gezond lichaam.

Op alle vlakken willen wij hulp bieden zonder iets voor in de plaats te verlangen. Dat is ook dikwijls een groot verschil met de meer bekendere kerken, welke er in eerste instantie naar streven om ‘zieltjes te winnen’.  Wij willen ook wel mensen tot God brengen, maar dringen daarbij onze eigen gemeenschap niet zo op. Wij beseffen dat het God is die mensen roept, en willen wel het ‘voordoek’ van het podium optillen om hen de wegen naar God te tonen.

In eerste instantie willen wij mensen een beter leven bieden. Dat kan gedaan worden door ons te houden aan de Bergrede van Jezus. De vermoeiden en de belasten willen wij tonen dat Jezus de Weg is en dat wij daarbij helpers willen zijn om paden te bewandelen die tot beterschap kunnen leiden.

Onze diepste drijfveer is hulpverlenen aan hen die het nodig hebben. Daarnaast willen wij ons als werkinstrument voor God aanbieden en stellen daarbij de verkondiging van het evangelie en het koninkrijk van God voorop. Ook al weten velen dat niet, staan er over de gehele wereld Broeders en zusters  in Christus klaar om op allerlei wijzen zich in te zetten om mensen een beter leven te geven. Heel veel plekken in deze wereld krijgen dan ook regelmatig bezoek van broeders en zusters uit andere landen. Hierbij worden hulpgoederen mee in het land gebracht en worden mogelijkheden aangeboden om onderwijs te verzorgen in soms zeer afgelegen plekken.

Opgaand naar de belangrijkste gebeurtenis van het jaar, vragen wij onze lezers ook eens te denken aan die vele mensen die zich opofferen om dat nodige werk voor God te doen hier op aard. Meestal zijn het die vergeten zielen die zich actief willen opstellen in godvergeten landen. Soms kunnen het landen zijn waar de gezondheid wegens slechte gezondheidstoestanden in gevaar kan gebracht worden, maar ook soms door het plaatselijk oorlogsgeweld. Toch trachten en mogen wij die gevaarlijke gebieden niet vergeten. Zo ook mogen wij die vele vrijwilligers niet vergeten en moeten wij er ook eens aan denken om hen een hart onder de riem te steken en hen verder aan te moedigen en te steunen in hun nodige werk.

Denk er aan:


God gebruikt vissers, taxichauffeurs en koelkastmonteurs om Zijn koninkrijk te bouwen.
Vaak zijn dit mensen die vanuit menselijk oogpunt onbeduidend zijn,
omdat ze geen grote theologische werken achter hun naam hebben staan.
Met vallen en opstaan brengen zij Jezus’ boodschap de wereld over.


*

Lees verder: Vergeten predikers van het Goede Nieuws

Geplaatst in Aankondiging, Broeders, Christadelphian, Christen zijn, Christendom, Christenheid, Kerkopbouw, Levensvragen, Religie, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

As brothers and sisters showing that you are followers of the real Jesus or being a Jeshuaist sharing responsibilities

In the world people have to make the choice if they want to follow the world with its many traditions or want to go for living according to God’s laws and provisions and following His son.

Jehovah is the God of gods Who wants to be praised and worshipped as the Only One True God. He has sent His son to the world so that the world could come closer to Him. That son of God is the son of man born in Bethlehem, who lived for a long time in the household of Joseph and Mary in Nazareth and who was called Jeshua ben Yosef and got better known as Jesus Christ.
This Nazarene man went out preaching and calling people to follow him. Adhering to a person or following a person his ideas and teachings, the name of that person is often taken with the ending “-ist”. As such a follower of Calvin is often called a Calvinist, the same as a follower of the doctrines of Marx is called a Marxist. The same a follower of Jesus, whose real name is Jeshua, can be called a Jeshuaist and the followers called belong to Jeshuaism.

In this world where lots of people say they are a Christian but do not really follow the teachings of the Christ nor worship the same God as Christ Jesus, because they worship a Trinity, a person following the real Christ could indicate he is a follower of Jesus, saying as a follower of the teachings of Jeshua that he or she is a Jeshuaist. By calling himself or herself a Jeshuaist there can exist no doubt that person worships the God of Christ and has not taken Jesus as their god.

Claiming to be a follower of Jeshua or indicating to be a Jeshuaist, the other people around him or her should come to see and hear that this Jeshuaist or follower of Jeshua follows the person Jeshua (Jesus) and his teachings.  All those who say to be followers of Jeshua  give the world a sign that they are following the real Jesus Christ who is the only begotten son of God and is not a god son or part of a Holy Trinity.

Together those Jeshuaists or followers of Jeshua as followers of the Nazarene Jesus Christ feel part of the Body of Christ which is offered to the world as a means to come closer to God. All the different groups of followers of Jeshua should recognise the importance of each member, like there are different elements and organs in a human body. Together they all should belong to one great family. As brothers and sisters they should unite, should be one with each other and one with Christ like Jesus is one with his Father.

Together they should form an ecclesia or with all those ecclesiae form ” The Church”, making a strong united spiritual family of believers. We should know that our relationship with God correlates in various ways with our relationships with one another. If you ignore the “one anothers” in the Bible, you won’t receive everything God wants to give you.

Imagine a child who ignores his siblings but wants to be close to his father. His relationship with his dad will be hindered by his disconnection from his brothers and sisters.

writes Tony Evans in his book Horizontal Jesus: How Our Relationships with Others Affect Our Experience with God.

God wants you to be a dynamic part of a local body of believers so you can position yourself to experience more of Him as you engage with others. When position yourself in the world it is necessary you take your position. As such it is important that you dare to show and say what you believe.  In case you always say that you are a Christian to avoid discussion about you not believing in the Trinity, you are hiding behind a false facade.  Those who call themselves a Jeshuaist show clearly that they do not want to hide in who they believe and declare openly that they go for the real Jesus, the Nazarene prophet and master teacher Jeshua, who is declared the son of God and who is not God Himself.

Daring to make clear that you believe Jesus Christ is the son of God and not God Himself is one of your responsibilities in the Body of Christ. The other responsibility is forming a close family.

The Church family is to be a place where those who are spiritually weak or sick can find help, hope, healing, and restoration in Christ’s name.

Brethren, even if anyone is caught in any trespass, you who are spiritual, restore such a one in a spirit of gentleness; each one looking to yourself, so that you too will not be tempted. Bear one another’s burdens, and thereby fulfill the law of Christ. — Galatians 6:1–2

The Greek word translated “restore” means to mend something that has been broken. It sometimes referred to mending a broken bone. The bone would be reset so it could grow back together and be restored to its original function. Or if a fisherman tore his net, he would restore it by mending the place that was torn.

The process of restoration doesn’t always feel good at the time, but it should produce a good result. Restoration is like braces on crooked teeth. They might hurt when the orthodontist tightens them or as the teeth shift into place. But ultimately, the restored smile will be worth the pain.

Before people can be restored, they must acknowledge that something has been broken or torn and needs to be mended. In the same way that people go to the hospital to regain their health, people who come to church ought to be able to find restoration for their broken lives. God uses us to mend one another according to our original design as much as possible.

As brother and sister following the real Jesus Christ, or Jeshua, you as a Jeshuaist or a Brother  or Sister in Christ or Christadelphian should show and share the peace of Christ and make that you too can be a healing part in his body.

++

Additional reading

  1. When believing in God’s existence and His son, possessing a divine legislation
  2. The Nazarene master teacher learning people how they should behave
  3. Genuine Christian behavior
  4. Brothers and sisters in Christ for you
  5. Do Christadelphians belong to Protestantism
  6. Difference between a Messianic Gentile, a Messianic Jew and a Christian
  7. Jews and Christians against Messianics and Jeshuaists
  8. Numbers 10:10 Make Your Rejoicing Heard
  9. Preach
Geplaatst in Being Christian, Christadelphian, Christendom, Christianity, Jehovah Yahweh God - English articles, Jesus Christ Jeshua Messiah, Religion, Trinity | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Een opgegeven taak

Er zijn doeners en passievelingen alsook afwachters of uitkijkers naar wat zal gaan gebeuren.  er zijn mensen die zich liefst in de schaduwzijde begeven terwijl anderen juist in het voetlicht willen treden.

In de ecclesia komt het er op aan dat iedereen samen werkt om één werkend geheel te maken. Ieder van ons heeft de serieuze taak gekregen om samen aan dat ‘lichaam van Christus’ te werken. Zoals men een een ​​personage moet opbouwen moet een geloofsgemeenschap vorm gegeven worden door de leden van die geloofsgemeenschap.

De leden van een geloofsgemeenschap moeten naar hun vergadering of bijeenkomst kijken als naar een project in wording. De tijd om dit project te volbrengen is niet aan ons om te kiezen; onze enige optie is nu. Maar hoe we bouwen en wat we bouwen, is onze verantwoordelijkheid.

Hoe kunnen we bouwen zodat onze structuur de tand des tijds en verval doorstaat?

Zoals de psalmist zei:

“Gelijk de wervelwind voorbijgaat, zo is de goddeloze niet meer; maar de rechtvaardige is een eeuwige grondslag” (Spreuken 10:25).

Alle andere stof, substantie of kwaliteit komt tot een einde.

Voordat Jezus zijn preek op de berg afsloot, gaf hij zijn toehoorders – en ons – een heel directe les in bouwen (Mattheus 7: 24-27.)

“24 Ieder nu, die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man die zijn huis op rotsgrond bouwde. 25 De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond op gegrondvest op de rots. 26 Maar ieder die deze woorden van Mij hoort, doch er niet naar handelt, kan men vergelijken met een dwaas die zijn huis bouwde op het zand. 27 De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij beukten dat huis, zodat het volledig verwoest werd.’” (Mt 7:24-27 WV78)

Volgens onze leermeester geeft ons te kennen wat wij mogen verwachten als wij naar hem luisteren en naar zijn woorden handelen. Jezus vertelt ons ook hoe men bouwt en de materialen die men gebruikt een directe invloed hebben op de duurzaamheid van de structuur. In zijn parabel plaatst Hij iedereen die het woord des levens in een van de twee categorieën hoort: 1) wijze bouwers of 2) dwaze bouwers.
Degenen die het woord horen en oefenen wat ze horen, zijn als “een wijze” die “zijn huis op een rots bouwt”, het solide fundament van kennis en toepassing. Zo iemand stelt zich niet tevreden met luisteren. Hij gelooft echt. Hij heeft berouw. Hij houdt eigenlijk op kwaad te doen en leert goed te doen. Hij verafschuwt eigenlijk het kwaad en kleeft aan het goede. Hij is zowel een doener als een hoorder van het woord (Jakobus 1:22)

“ Weest uitvoerders van het woord, en niet alleen toehoorders; dan zoudt gij uzelf bedriegen.” (Jak 1:22 WV78)

Het is makkelijk om ons enkel als luisteraars op te stellen tijdens een bijeenkomst. Maar in de geloofsgemeenschap moeten wij meer zijn dan enkel een toehoorder. God verlangt meer van ons. God verlangt actie naar het geloof. geloof zonder werken is dood.

Wij mogen gerust weten dat er voor iedereen ook moeilijke tijden zullen zijn. In de tijd van beproeving faalt een geloof dat stevig gegrondvest is in gehoorzaamheid aan het woord van God niet. Laat de vloed van verdriet, teleurstelling, lijden en verlies, zelfs de toets van het laatste oordeel, op hem slaan: zijn geloof wankelt niet. Zijn basis is veilig. Zijn geloofsstructuur heeft hem misschien een hoge prijs gekost aan opoffering en discipline, maar het is nu de kosten waard.

Bouwers die geen echte doeners in het geloof zijn hebben het heel wat moeilijker. De andere bouwer, de man die hoort maar nooit verder komt dan het horen, zegt Jezus, is als “een dwaze man die zijn huis op zand bouwde.” Hij bevredigt zichzelf door te leren over het geloof, en keurt het mentaal goed, maar hij gaat niet verder. Hij troost zichzelf dat hij gevoelens, overtuigingen en verlangens heeft van een spirituele aard, maar hij breekt nooit zijn oude zonden af. Hij laat nooit de geest van de wereld los. Hij maakt nooit echt de hoop op Christus de zijne. Hij is een hoorder en niets meer.

Wij mogen er op aan dat ieder van ons zal worden getest op hoe goed of hoe slecht we hebben gebouwd. Ieder van ons is verantwoordelijk voor de structuur die hij opricht. Alleen dat wat uiterst goed is zal blijven. Daarom komt het er ook op aan dat eenieder goed na gaat welke materialen hij of zij wil gebruiken om iets op te bouwen.

Zoals degene die plannen tekent voor een woonst zal de bouwer voor een geloofsgemeenschap ook alleen het beste in gedachten moeten nemen, de beste acties, de beste gevoelens. Hij of zij moet ook op zoek gaan naar de hoogste kwaliteit, onverstoorbaar geduld, compromisloze integriteit, standvastig geloof, ongeveinsde liefde. Elk stuk moet bestaan ​​uit ‘alles wat waar is, wat er ook eervol is, wat rechtvaardig is, wat dan ook zuiver is, wat er ook is [wat ook aanbevelenswaardig is,’ alles van ‘voortreffelijkheid’, ‘iets dat lof verdient’ (Fil. 4:8). Hij wil die blijvende stenen met een oprecht doel, een doodse inspanning, een sterke vastberadenheid om goed te doen, op elkaar bouwen. Wanneer de inspecteur van het grote gebouw over onze structuur kijkt, zal hij zien of we iets onwaardigs hebben gebruikt, iets van een tweede orde, alles wat niet precies overeenstemt met Zijn specificaties. En als onze structuur niet overeenstemt met Zijn goedkeuring, zal deze worden veroordeeld.

Wanneer is de tijd om te bouwen?

Op dit moment is geen moment te snel.
Wij moeten er bewust van zijn dat dit gebouw niet het werk is van één dag, een week of een jaar. De onderneming vereist een totale toewijding van elk moment dat ons wordt toegewezen, een hoeveelheid onbekend en onkenbaar. Maar de onbekenden hoeven ons niet te schelen. Het is onze plicht om

“de tijd te vergelden, omdat de dagen slecht zijn” (Efeziërs 5: 15-16).

Met andere woorden, moeten wij nu elke kans grijpen en het naar het grootst mogelijke goed verwezenlijken.

Met elk contact, elke actie, elke gedachte, elk gevoel bouwen we ons karakter.

Wat is de vorm ervan? Is het volgens het patroon dat God heeft gegeven? Zal het de tand des tijds doorstaan? Zijn we aan het bouwen voor de eeuwigheid – of voor het moment?

Elke dag, elk uur dat we aan het bouwen zijn; zij het aan ons eigen karakter of aan onze geloofsgemeenschap, komt het er op aan dat wij de juiste materialen gebruiken.

Hoe bouwen we, jij en ik? Hoeveel van de interesses die onze eerste aandacht krijgen, zullen de test van de eeuwigheid doorstaan?

Dit is het moment om te bouwen. We hebben geen tijd te verliezen in secundair belang. We kiezen er op alle mogelijke manieren voor om het te meten, de tijd is kort – te kort voor enige overbodige interesse; te kort voor enige luiheid of zelfzuchtige winst.

De eerste christenen vonden dat hun tijd kort was; en inderdaad, het was niet langer dan de lengte van hun leven, misschien korter als ze werden gevangen in de greep van hevige vervolging.
Ook voor ons is de tijd kort, zo kort als de lengte van ons leven. Het is alleen de genade van God die ons verhindert te weten hoe kort onze tijd kan zijn.
Hoe eerder we ons dit ontnuchterende feit realiseren, des te eerder zullen we leren realistisch te leven, een rechtvaardig gevoel van verhoudingen houden over onze vreugde en verdriet en iedereen vertrouwen op de God van wie we komen en aan wie we rekenschap moeten afleggen.

Naar wij dichter tot de eindtijd komen wordt de dringendheid om aan ons zelf te werken en om samen een geloofsgemeenschap op te bouwen belangrijker. Met de dag wordt het dus belangrijker om een doener te worden en te zijn, van wie de wortels of grondvesten zuiver en stevig zijn.

Jezus wist maar al te duidelijk wat hem te doen stond en wat ons te doen staat. Hij maakte zijn omstaanders ook duidelijk wat de taak voor de mens is. Laten wij dus niet doof zijn voor wat hij zei en laten wij ook de woorden van zijn hemelse vader horen en ter harte nemen, om de nodige taken ten volle en ten goede te verrichten.

+

Voorgaande

Doeners in ecclesia noodzaak

Doeners en priesterschap

Doeners verdienen aandacht en erkenning

Relatie met God gaat twee kanten op

Geplaatst in Christen zijn, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Relatie met God gaat twee kanten op

In de wereld van vandaag hebben mensen heel wat moeilijkheden met onderlinge relaties. Het gaat dikwijls al moeilijk tussen manen vrouw en tussen ouders en kinderen, dus tussen wezens die zichtbaar en tastbaar zijn. Hoe moeilijk moet het dan soms niet gaan met een Wezen dat helemaal niet zichtbaar noch tastbaar is?

Toch kan de relatie met Die Ongeziene veel sterker zijn dan enige relatie met menselijke wezens. zoals bij de  menselijke relatie er een verbintenis moet zijn met de ander en er een mogelijkheid moet zijn om met elkaar te communiceren moet er ook met God gecommuniceerd worden.

Onze relatie met God gaat twee kanten op. Luisteren en terug praten.
Bijbellezen (naar God luisteren), bidden en lofprijzen (God terugzeggen hoe bijzonder Hij is) openen de weg naar Gods heil.

God is bereid om open te staan voor ons. Hij verwacht dat wij Hem naderen. Dat naderen kan door ons naar Hem open te stellen en door met Hem in gesprek te gaan.
God eren en prijzen baant een weg. Niet een weg voor God, maar een weg voor ons, om te kunnen zien wat er al is.

Elk pad ontstaat door erop te lopen. Het pad om Gods heil te kunnen zien, ontstaat door erop te lopen, door God te eren. God eren doe je door naar Hem te luisteren (alsook door  Hem serieus te nemen) en terug te praten (spreek je liefde en respect uit).

Naar God luisteren kan gebeuren door je geest open te stellen naar Hem en door de Bijbel te lezen. Dat kan voedend en helend, genezend, en bevrijdend werken. Zo ook kan God prijzen en loven ook genezend werken.

Als wij God Zijn Woorden lezen en deze laten doordringen tot ons binnenste zullen wij gaandeweg ontdekken dat wij beetje bij beetje door Gods ingrijpen troost en vrede diep van binnen gaan voelen en genezing gaan ervaren.

Geplaatst in Christen zijn, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Doeners verdienen aandacht en erkenning

Zonder doeners is een kerkgemeenschap niets.

Het woord ”doeners” roept het beeld op van noeste werkers die eerlijk, kort van stof en rechtdoorzee zijn. Praktisch, gehoorzaam en dienend zijn de woorden die passen bij de toevoeging ”in de kerk”. Dat zijn typeringen die deze groep zeker verdient.

In het onderwijs komen we de doener vooral tegen in het (voorbereidende) beroepsgerichte onderwijs, het praktijkonderwijs en en kunstonderwijs. Een echte scherpe afbakening is echter lastig, want ook in het wetenschappelijk onderwijs treffen we doeners aan.

Zoals eerder gezegd kunnen wij in de Schrift meerdere doeners vinden.Opmerkelijk bij hen is dat zij actief volhardend in hun werk al de schunnige opmerkingen van de wereld naast zich lieten gaan. Zo konden enkelen zich in de wereld als helden en martelaren gedragen voor het geloof.

Ook vandaag vinden wij overal in de wereld mensen die zich actief voor hun geloofsgemeenschap willen inzetten. In bepaalde landen worden zulke mensen als een gevaar aanzien en worden zij ook vervolgd. Hierdoor is missionering in bepaalde landen werkelijk gevaarlijk te noemen. Maar omdat er hier in onze streken niet zulk een gevaar bestaat, betekent dat niet dat de doeners van vandaag het gemakkelijk zouden hebben. Niet is minder waard. Het valt hen ook niet steeds gemakkelijk omdat er weinig erkenning voor hun werk gegeven wordt alsook omdat er zeer weinig interesse van de buitenwereld is om zich te bezinnen over geloof, God en gebod.

Ook menselijke aspecten laten dikwijls te wensen over. Indien de gebedshal, bijeenkomst- of vergaderzaal of de keuken moet gekuist worden, kan men in sommige gemeenschappen slechts rekenen op een handvol getrouwen. Nochtans moet er heel wat werk verricht worden rond een koninkrijkszaal of gebedshal. Ook voor de muzikale begeleiding van de dienst kan men mensen met muzikaal talent gebruiken, maar die dienen zich niet in elke ecclesia zo maar aan.

Vanuit de kerkgemeenschap is er niet altijd vraag of er geholpen kan worden, dat maakt dat de doeners daar als eenzame enkelingen altijd het werk verrichten maar hiervoor ook geen erkenning voelen. Best zou daarom door elkeen eens gedacht moeten worden over al het werk dat de ‘running’ van een geloofsgemeenschap met zich mee brengt.
Best zouden wij ook eens terug keren naar de menselijke maat, waar er waardering is voor handwerk, medemenselijkheid, zorgzaamheid en plichtgetrouwheid.

+

Voorgaande

Doeners in ecclesia noodzaak

Doeners en priesterschap

Geplaatst in Christen zijn, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Doeners en priesterschap

Veel mensen wanneer zij over geloof spreken denken aan een kerk en priesterschap.

Bij de Broeders in Christus is het niet zo dat de leiding van de geloofsgemeenschap enkel kan toebehoren aan hoog opgeleide theologen of kerkelijke ambtsdragers. In de gemeenschap van Broeders en Zusters in Christus (of Christadelphians) zijn de verschillende taken binnen de gemeente niet voorbehouden aan academisch opgeleide theologen, hoe nodig die ook nodig mogen geacht worden door vele mensen. Beter zouden de mensen eens kijken hoe en door wie in het verleden Gods werk werd verwezenlijkt. De discipelen van Jezus waren ook geen theologen, wel waren zij de grote doeners die het zelfs mogelijk maakten dat een heel nieuwe godsdienstbeweging op gang kwam waaruit de Christenheid en het Christendom ontstonden..

In de ‘mainchurch’ of de klassieke kerken mag men wel denken dat de Heilige Geest Die de gemeente leidt, een exclusief bezit van enkele ambtsdragers is. Maar dat is niet zo. Het ambt is vooral functioneel, een dienst, opkomend uit de gemeente. Men moet eerder denken aan een herderschap, waarbij diegene die de leiding heeft van de gemeente, zich opstelt als een goede herder, die bereid is om veel op te offeren voor ‘zijn schapen’.

Zoals er in de eerste ontmoetingsgroepen van de volgers van Christus geen hiërarchie heerste, moeten wij vandaag ook niet houden aan een hiërarchische structuur. eigenlijk zou iedereen die samen komt in de geloofsgemeenschap bereidwillig moeten zijn om een doener voor de gemeente te zijn. Elkeen in de gemeenschap zou moeten beseffen dat eenieder in de groep zijn of haar verantwoordelijkheid moet opnemen. samen moet men gaan voor een opbouw van een gevestigd “Lichaam van Christus”.

Het priesterschap ligt in iedere ware gelovige. Elkeen die God lief heeft en die in zijn zoon gelooft, zou er niet om verlegen mogen zitten om hierover naar buiten te komen en zijn geloof te verkondigen. elke ware volgeling van Christus moet spreken voor hem en de opdracht die Jezus gegeven heeft uitvoeren, namelijk de wereld in gaan om het komende Koninkrijk van God te prediken. Elke ware gelovige moet een “Doener van het Woord” zijn.

+

Voorgaande

Doeners in ecclesia noodzaak

Geplaatst in Broeders, Christadelphian, Christen zijn, Christendom, Christenheid, Godsdienst, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Doeners in ecclesia noodzaak

Tal van bekende Bijbelse personen lieten zich typeren met kenmerken van doeners. Indien zij hun handen niet uit de mouwen staken zouden bepaalde zaken niet hebben kunnen gebeuren. Wel zien wij in de oude geschriften dat deze doeners meestal door God aangestuurd werden.

Opmerkelijk is wel dat in de oude tijd deze doeners niet terugschrokken om uitzonderlijke zaken te doen de zelfs de spot van de omwonenden kon oproepen. Kijk maar naar Noach, die het bevel van God gehoorzaamde en op het droge een ongelofelijk grote ark ging bouwen in zulk een droge streek, en maar bleef prediken over een grote te verwachten vloed van water.

Ook in het Nieuwe Testament komen wij opmerkelijke mensen tegen die zelfs hun (werelds) werk achter lieten om een Nazareense prediker te volgen en toen deze dood was nog intenser over te gaan prediken. Die Jezus’ discipelen horen ook bij de doeners. Ze weten precies hoe ze figuurlijk netten uitgooien om figuurlijk vis te gaan vangen. Als ‘ongeschoolde’ discipelen mogen zij Jezus volgen. In Hebreeën 11 ontmoeten we de bekende geloofshelden, hun geloof werd heel concreet zichtbaar in wat ze deden. Verder komen we dienende vrouwelijke discipelen en strijdbare helden tegen. Wanneer we ons voorstellen dat deze Bijbelse personen een gemeente zouden vormen, dan zou de doener daar zeker aansluiting hebben…

In de Schrift kunnen wij zien dat de doeners bedeeld zijn met vele gaven, maar wij zien ook dat die doeners niet speciaal getraind waren of een uitzonderlijke vorming hadden genoten. De doorsneedoener blinkt niet uit in deze gevraagde vorm van kennis. Om de doener tot zijn recht te laten komen zouden er dus andere accenten gelegd moeten worden. Terug naar de menselijke maat, waar er waardering is voor handwerk, medemenselijkheid, zorgzaamheid en plichtsgetrouwheid.

Vandaag geraakt de doener wat in het verdomhoekje. Veel doeners kan men niet bepaald aantreffen. Zelfs in de reguliere hoofdkerken valt dat op. In de hoofd kerken ziet men ook dat de doeners in de gemeente onherkenbaar dreigen te worden. Dat is wat anders dan dat ze een positie op de achtergrond hebben, want op die plek opereert een doener doorgaans het liefst. Ze bungelen er echter regelmatig doelloos bij. Daarover klagen ze niet snel. Begrijpelijk, je moet je daarvoor ook behoorlijk blootgeven en bij wie moet je eigenlijk aan de bel trekken?

Duidelijk is dat de genoemde personen uit de Bijbel onmisbaar waren en een belangrijke rol hadden in het Koninkrijk van God. Duidelijk is ook dat de rol van intellectuele kennis en (eigen)wijsheid op zijn minst wordt gerelativeerd in de Bijbel.
Jezus dankt God dat hij het heilgeheim voor wijzen en verstandigen verborgen heeft gehouden en het aan kinderen – die kinderen in het verstand zijn, of klein geacht worden – heeft geopenbaard. Het is geen aansporing om alles wat naar kennis en wetenschap riekt op de brandstapel te gooien. Het is ook geen poging om het geloof zonder kennis te laten wegzweven in het niets. Het is een aansporing om de bron – de kennis van Christus – voor alle gemeenteleden toegankelijk te houden. We geloven dat dit in de gemeente van hem zou moeten gebeuren. Een gemeente die ondanks onderlinge verschillen één is. Daarom is het ook een aansporing om elkaar in deze gemeente als verschillende ledematen van het Lichaam te ontdekken en te (her)waarderen.

Geplaatst in Christen zijn, Godsdienst, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , | 3 reacties

De toorn van God

Wanneer we tegenwoordig spreken over de toorn van God zullen velen, zelfs in kerkelijke kringen, verbaasd zijn, of onrustig worden. Maar niemand kan ontkennen dat de toorn van God een belangrijk onderwerp in de Bijbel is. Het zou daarom redelijk zijn te aanvaarden dat er zoiets is als deze toorn van God, en te proberen te begrijpen wat hiermee wordt bedoelt. Want over het algemeen wordt verwaarloosd, en zelfs ontkend wat de Bijbel over dit onderwerp leert. In sommige kringen wordt weliswaar nog steeds de nadruk gelegd op Gods toorn, maar dat gebeurt veelal zo eenzijdig dat de liefde van God daardoor op de achtergrond dreigt te raken. Maar anderzijds is door de geringschatting en ontkenning van de toorn van God, de nadruk volledig gaan liggen op Gods liefde voor de wereld. En dat is even eenzijdig. Laten we eens kijken wat Paulus in zijn brief aan de Romeinen hierover schrijft.

Paulus leidt het eerste deel van zijn uiteenzetting van het evangelie in zijn brief in met twee openbaringen, die met elkaar contrasteren:

Rom. 1:17: “Want gerechtigheid Gods wordt daarin (in het evangelie) geopenbaard”.

Rom. 1:18: “Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen”.

Volgens deze voorstelling, die hij vervolgens uitwerkt, is God op tweeërlei wijze werkzaam in de wereld:

1.Door middel van de verkondiging van het evangelie roept Hij mensen op in Hem en Zijn heilsplan te geloven, zodat zij op grond daarvan nu en op de dag van het oordeels, vrijgesproken kunnen worden van hun zonden.

2.Mensen die schuldig zijn aan afgoderij en grove schending van de door Hem ingestelde orde in de natuurwereld, ervaren de uitwerking van Zijn toorn.
De aard hiervan wordt tot drie maal toe aangegeven in het gebruik van het woord over geven in Romeinen 1:24-28:

“Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid”

“Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten”

“En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt”

In zijn brief aan de Efeze merkt Paulus, in een beschrijving van de ontaarding in de heidenwereld, op:

“want door zulke dingen komt de toorn van God over de kinderen der ongehoorzaamheid” (Efez. 5:6, Col. 3:5 en 6).

Maar ook uit de mond van de Here Jezus zelf zijn er voorbeelden te vinden: In Johannes 3:36 over allen aan wie het evangelie is bekendgemaakt:

“Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem”.

En in Lucas 21:22 en 24 over Israël:

“want dit zijn de dagen van vergelding …. Want er zal grote nood zijn over het land en toorn over dit volk”.

Naast dergelijke passages, waarin de toorn van God wordt beschouwd als een straffend gericht dat nu al in de wereld werkzaam is, zijn er andere die waarschuwen voor de openbaring van de toorn van God op de grote dag van het oordeel. Bij de voortzetting van zijn uitleg zegt Paulus in Romeinen 2: 5 en 8:

“Maar in uw weerbarstigheid en onboetvaardigheid van hart hoopt u zich toorn op tegen de dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardige oordeel van God … hun, die zichzelf zoeken,aan de waarheid ongehoorzaam zijn, wacht toorn en gramschap”.

En op positieve wijze in 5:9

“veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn”.

In de brief aan de Thessalonicenzen wijst Paulus op

“Jezus, die ons verlost van de komende toorn” (1:10).

In het licht van dergelijke en andere passages kunnen we vaststellen dat de toorn van God een straffende werking is, die nu al merkbaar is in een zondige wereld, maar die vooral op de komende dag des Heren openbaar zal worden.

De mens die de boodschap van de apostelen aangaande Christus’ komst, kruisdood, opstanding en verhoging verwerpt, verbeurt daarmee de mogelijkheid eeuwig leven te ontvangen. Een Jood die naar Paulus’ scherpe beschuldigingen tegen de heidenwereld in hoofdstuk 1 had geluisterd, zou daar zonder meer mee instemmen. Als lid van Gods verbondsvolk, nageslacht van Abraham, besneden op de achtste dag en in het bezit van kennis van de wet van Mozes, meende hij dat hij zelf niet het onderwerp van dergelijke beschuldigingen zou kunnen zijn. Hij leefde immers niet in de duisternis van een van God vervreemde wereld, maar kon zich koesteren in het licht van de wet en de profeten. Paulus doet echter een scherpe aanval op zo’n zelfverzekerde Jood. Hij gaat daarbij uit van het Schriftprincipe, dat het in de relatie met God en de verwachting van eeuwig heil, niet slechts aankomt op kennis van de wet, maar juist op gehoorzaamheid daaraan. Want zegt hij in 2:13:

“niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders van de wet zullen gerechtvaardigd worden”.

Deze gehoorzaamheid heeft echter twee kanten. De wet van Mozes regelde niet alleen de uitwendige omgang in de samenleving, maar ook de innerlijke gesteldheid van de individuele mens. Pas dan verwijst Paulus naar de noodzaak gehoorzaam te zijn aan de verboden, gericht op uitwendige daden:

“U zult niet echtbreken; u zult niet doodslaan” (Ex. 20:14en 15).

Later in zijn betoog komt hij op een gebod dat direct te maken heeft met de inwendige mens:

“U zult niet begeren” (Ex. 20:17),

en uitgaande van zijn persoonlijke ervaring en ernstige strijd, legt hij uit hoe alle mensen het onderspit delven en daarom de eeuwige dood verdienen:

“Want allen hebben gezondigd en derven (lopen mis) de heerlijkheid van God” (3:23).

Daarmee doelend op het plan van God mensen te scheppen naar Zijn beeld en als Zijn gelijkenis. Zo beschuldigt hij dus Jood en Griek dat allen onder de zonde zijn, dat niemand rechtvaardig is en de gehele wereld strafwaardig is voor God (Rom 3:9,10 en 19). Dan wordt de evangelieboodschap des te dringender. Want alleen op grond van geloof in dat evangelie, kunnen wij ontkomen aan de toorn van God. Zoals Paulus schrijft aan de Galaten:

“De Schrift heeft alles besloten onder de zonde, opdat ten gevolge van het geloof in Jezus Christus de belofte het deel zou worden van hen die geloven” (3:22).

J.K.D.

Geplaatst in Bijbel of Heilige Schrift, Christen zijn, Christenheid, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen