Gods volk onderweg – Het leven in de gemeente

Het leven in de gemeente

Gods volk is een gemeenschap van gelovigen die samen onderweg zijn naar zijn Koninkrijk. Het gaat niet in de eerste plaats om individuele verlossing, maar om een toegroeien naar Christus’ voorbeeld als leden van die gemeenschap. Dat stelt eisen aan ons denken en handelen. Maar God helpt ons, door ons te leiden met zijn Geest. Anderzijds wordt van ons gevraagd dat wij die leiding mogelijk maken door regelmatig bezig te zijn met zijn Woord.

  • Rudolf Rijkeboer

*

Zoals er de volksvergadering of ekklesia was in vroegere tijden moeten mensen nu ook samenkomen om met elkaar te overleggen, maar ook om met elkaar hun geloof te belijden.

Vele mensen dat het in orde is als zij gedoopt zijn en dan mee doen aan enkele speerpunten of speciale gelegenheden, zoals men bij de Katholieken de eerste en plechtige communie heeft. In vele gevallen zijn die gebeurtenissen slechts een goed excuus om feestjes uit te bouwen en uit te pakken met mooie kostuums of kleedjes om met kindlief te pronken. bij weinigen kan men tegenwoordig een echte geloofsbeleving zien.

Nochtans is het geloofsleven in groep zeer belangrijk en moet men er naar streven om volgens de stramienen van de eerste christenen in huizen, vergaderplaatsen of in speciaal daartoe ingerichte gebouwen, zoals gebedshallen, koninkrijkszalen, tempels of kerken, samen te werken aan een opbouw van een groeiende kerkgemeenschap of ecclesia.

In die gemeenschap moet iedereen elkaar helpen of bijstaan om in het geloof te groeien en samen onderweg zich voor te bereiden op de komende tijden van verdrukking, waarbij een sterke geest nodig zal zijn. Die innerlijke sterkte kan slechts bekomen worden door een grondige kennis van het Woord van God. Hiertoe moeten studie van de bijbel in groep toe bijdragen. Ook de woorddienst moet gevuld zijn door het lezen en doornemen van de Bijbel.

In gemeenschap moet men samen durven kijken en luisteren naar de levensvragen die zich voor doen in de omgeving, de geloofsgemeenschap maar ook daar buiten. Namelijk is er naast de geloofsgemeenschap ook leven, war men niet blind voor mag zijn wat er daar af speelt. De gelovige mag zich namelijk niet afzonderen van het leven buiten zijn kring. Hij of zij moet bewust zijn wat er om gaat in de wereld en moet er voeling mee hebben. In groep kan er besproken worden hoe men als gelovige in deze wereld zich kan handhaven en hoe men daar anderen kan proberen Jezus te leren kennen en te aanvaarden als de Weg naar God.

Zij die enkel vasthouden aan die enkele speciale gelegenheden om een feestje te houden zijn niet de echte ware gelovigen waarnaar God uit kijkt. Hun geloof, indien het er al is, blijkt dan niet voldoende geschoold te zijn of niet diep genoeg geworteld te zitten. God verlangt in ons een innig verlangen te zien om een waardig kind van God te zijn. Dat kind zijn mag dan voor de buitenwereld iets onschuldig zijn, maar het moet zuiver zijn, onbesmet of onbevlekt als het ware. God verlangt van ons een ware en zuivere aanbidding, geen show opvoering naar de buitenwereld toe. Aldus moeten de bijeenkomsten geen groots vertoon brengen maar wel de juiste geestelijke inzet om van God meer te weten te komen en hem ten volle te willen dienen.
De bijeenkomst van gelovigen of de vergadering van gelovigen moet een samenkomst zijn van mensen die samen hun geloof willen delen met anderen, vol broederlijke liefde. ook moet het een samen komen zijn om getrouw dienst te willen leveren aan de Allerhoogste Schepper van hemel en aarde, de Elohim Hashem Jehovah God. In eenheid van denken met elkaar en met Jezus Christus moet men dan samen verbonden zijn met elkaar, met Jezus en meet zijn hemelse Vader, de Enige Ware God.

  • Marcus Ampe

+

Voorgaande

De Ekklesia #11 Addendum 2: Een antichrist

Studie- en Ontmoetingsdag over Tijd van grote verdrukking

++

Aanvullend

  1. Al of niet toegeven aan de wereld
  2. De verdwijnende heerlijkheid
  3. Mensen van verschillende culturen, geloofs- en politieke overtuigingen broederlijk naast elkaar
  4. Op zoek naar spiritualiteit 8 Eigen spiritualiteit
  5. Dagelijks helpen in het geloof
  6. Kerkgroei en samengaan
  7. Het woord van waarheid rechtuit spreken en doortastend zijn
  8. Liefhebben omdat God ons eerst lief had
  9. Laat ons handelen op wat we hebben
  10. Denk hard na voor u vandaag handelt
  11. Zaai en oogst in de tuin van uw hart
  12. Het eerste op de lijst van de zorgen van de heilige
  13. Het is niet proberen maar vertrouwen
  14. De Knecht des Heren #4 De Verlosser
  15. Uitlopen om uit lichaam te wonen
  16. Keerpunt in de Kerk
  17. Groei in karakter
  18. Samenreizende
  19. Toebehoren + To belong to = toebehoren
  20. Al of niet verenigen
  21. Verenigen
  22. Structuur -structuren + Structuur -structure
  23. Een samenkomst of meeting
  24. Meeting – Vergadering
  25. Verzamelen, bijeenkomen, samenkomen, vergaderen + Verzamelen of Bijeenkomen
  26. Congregatie + Congregation – Congregatie
  27. Maken van een kerk
  28. Parochie + Parish, local church community – Parochie, plaatselijke kerkgemeenschap
  29. Bezieling gemeente
  30. De ecclesia als lichaam van Christus
  31. Eerste eeuw Ecclesia
  32. Intenties van de ecclesia
  33. Synagogue, Church or Ecclesia for the Christian

+++

Verder verwant

  1. Victor – Henri communie
  2. Sienna’s 1st Communion!
  3. Megan’s Holy Communion!
  4. Joy’s Holy Communion!

+++

Advertenties
Geplaatst in Bijbel of Heilige Schrift, Bijbelonderzoek, Broeders, Christen zijn, Gebed, Godsdienst, Kerkopbouw, Levensvragen, Religie, Woord van God | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De Ekklesia #11 Addendum 2: Een antichrist

Addendum 2: een antichrist? 1)

Een bijzonder populair idee is dat vlak voor Christus’ wederkomst een ‘antichrist’ zal opstaan, die de wereld zal regeren en de gelovigen zwaar vervolgen. Deze idee steunt voornamelijk op een tweetal hoofdstukken in Openbaring (12 en 13). Hierover kan het volgende worden gezegd. In de betrokken hoofdstukken komt het woord antichrist om te beginnen helemaal niet voor. Het woord komt uitsluitend voor in twee van de drie brieven van Johannes. Daarin zegt Johannes duidelijk dat die antichrist reeds is opgetreden in zijn dagen. Hij spreekt daarbij duidelijk over een bepaalde vorm van valse leer die in zijn dagen opgang deed. We hebben daar al over gesproken in Addendum 1 bij hoofdstuk 7 (‘de Verlosser’). De macht waar de bedoelde hoofdstukken in Openbaring over spreken heeft ook niets te maken met een macht in de laatste dagen. We kunnen deze met voldoende zekerheid identificeren als de universele kerk van de middeleeuwen, die de ware gelovigen fel vervolgd heeft. Dan is er nog een andere passage die gewoonlijk wordt geciteerd om de idee van een antichrist in de laatste dagen te steunen, en dat is 2 Tess. 2:3-4:

“Want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is.”

Deze passage slaat echter op de Romeinse macht die na de verovering van Jeruzalem in het jaar 70 haar vaandels en veldtekenen opstelde in de tempel om daaraan te offeren. Zo wilden zij duidelijk maken dat ook de ‘God van de Joden’ moest buigen voor de Romeinse macht. De passage slaat op de ondergang van de Joodse staat en is daarmee een herhaling van wat Jezus gezegd had in zijn rede op de Olijfberg:

“Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan – wie het leest, geve er acht op – laten dan wie in Judea zijn [nl. de christenen daar], vluchten naar de bergen” (Matt. 24:15-16).

Dit is een alleszins afdoende uitleg van Paulus’ woorden in zijn brief aan de gemeente te Tessalonika. Paulus herhaalt simpelweg de waarschuwing van zijn Heer, nl. dat de tempel verwoest zou worden en dat Jeruzalem als centrum van de christelijke wereld zou wegvallen voordat Jezus zou wederkomen. Wie de woorden wil laten slaan op onze tijd vergeet dat er nu geen tempel is te Jeruzalem, en dat die er ook niet komen zal, totdat Hij gekomen is van wie gezegd is:

“Ja, hij zal de tempel des Heren bouwen en hij zal met majesteit bekleed zijn en als heerser zitten op zijn troon” (Zach. 6:13).

Een meer uitgebreide behandeling van dit onderwerp vindt u in het in de voetnoot aangeduide boek.

 

 

Er is dus geen enkele aanleiding om vóór de wederkomst van Christus nog de komst van een satanische macht te verwachten. Toch schuilt er een groot gevaar in de hardnekkigheid van dit idee. Dat gevaar is dat als Christus zich met grote macht manifesteert in Jeruzalem, tijdens de oorlog in Israël, waar wij eerder over gesproken hebben, de mensen zullen uitroepen: ‘daar heb je de antichrist’. Zij zullen dan tegen Hem optrekken en Hem ‘veroordelen’ zoals eens de Joden deden die Hem niet herkenden als hun Messias. Maar wie zijn Schrift kent zal te dien tijde weten wat er aan de hand is.

 

 

1)   Een goede behandeling van de gebeurtenissen die ons nog te wachten staan, is te vinden in het boek “Uitzicht op de toekomst” van D.A.Hale, eveneens uitgegeven door de broeders in Christus.

 

+

Voorgaande:

  1. De Ekklesia #1 De uitgeroepenen
  2. De Ekklesia #2 De Gemeente van het Oude Verbond
  3. De Ekklesia #3 Het koninkrijk
  4. De Ekklesia #4 De troon van David en De gezalfde des Heren
  5. De Ekklesia #5 Gods getuigen
  6. De Ekklesia #6 Bad der Wedergeboorte
  7. De Ekklesia #7 De vrijwillige toetreding
  8. De Ekklesia #8 Doop als wedergeboorte
  9. De Ekklesia #9 Daad van geloof
  10. De Ekklesia #10 Addendum 1: een moderne theocratie?
  11. Addendum 1: de leer van de “antichrist”
  12. Eerste Joods-Romeinse Oorlog
  13. De nacht is ver gevorderd 15 Studie 3 Lessen uit het verleden 4 Opstand van 66
  14. De nacht is ver gevorderd 16 Studie 3 Lessen uit het verleden 5 Aanpakken

++

Aanvullende lectuur

  1. Wie zijt Gij, Here?
  2. Misleid door valse opwekkingen
  3. De Kerk waar de mens der wetteloosheid zich nestelt
  4. De Meest gehate familie in America – inleiding tot vervolg
  5. De Wederkomst en de eindtijd #1 Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan
  6. De wederkomst en de eindtijd #3 Let op de Vijgeboom

+++

Verder verwante lectuur:

  1. Gesucht: Das dreiköpfige Monster aus der Apokalypse
  2. The Comparison of the Seals, Trumpets, and Bowls of Wrath of Revelation
  3. Antichrist: Deconstructing Phallocentrism.
  4. Triumph: The Beast Rises to Power
  5. Are These Deceptions Pointing to the Rise of the Antichrist?
  6. The Antichrist of Alice A. Bailey
  7. Alice A. Bailey, The Mark of the Beast, And 666
  8. Pope Francis urges world leaders to listen to the cry of the earth
  9. The Antichrists Are Coming
  10. Europe Ready for Antichrist | Understanding the Times broadcast
  11. The Calculation of the Mark of the Beast
  12. Hero of Humanity – Our Hope in Darkness
  13. Warnings about the last days and the secret doctrines of antichrist – by Jeff Wingo
  14. “But of that day and hour, no one knows.” [ Matt 24:36] [Part One]
Geplaatst in Geschiedenis, Godsdienst, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Kerkopbouw, Religie, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

De Ekklesia #10 Addendum 1: een moderne theocratie?

Addendum 1: een moderne theocratie?

De praktijk van het dopen van kinderen is een typisch product van de ‘constantinische omwenteling’. Toen de kerk haar greep op het volk wilde versterken werden allerlei zaken uit het OT van toepassing verklaard op de kerk. Het Oudtestamentische sabbatsgebod werd van toepassing verklaard op de christelijke zon­dag, het volk moest ‘tienden’ afdragen aan de kerk, de kerkelijke hiërarchie werd aan­geduid met de OT term priesters en uitge­rust met het bijbehorende gezag (Jezus had gezegd:

“Één is uw Meester, en gij zijt allen broeders”, Matt. 23:8).

Een universeel christelijk symbool. De X en P zijn de twee eerste letters van Christus in het Grieks (Χριστός), aangevuld met de alfa en omega.

En de staat werd uitgeroepen tot theocratie (zij het onder gezag van de kerk, niet van de Bijbel).
Ieder die in West-Europa woonde was krachtens dat feit lid van de universele kerk, en wie zich niet voegde naar het gezag van die kerk werd ter dood gebracht.
De ‘anderen’ dat waren de moslims (de ‘ongelovigen’) maar op het grondgebied van de ‘christelijke wereld’ was geen plaats voor andersdenkenden, al zijn ze er wel geweest, maar dat is een ander verhaal. Uiteraard paste het in dit denken om de doop te zien als een Nieuwtestamentische variant van de besnijdenis, het uiterlijke teken van de opname in het ‘verbondsvolk’ van een nieuwgeborene. En het vervangen van onderdompeling door besprenging was alleen maar een logisch gevolg: het onder­dompelen van zuigelingen kan licht ver­keerd aflopen. De doop werd dan ook ge­zien als een afwassen van zonde (in dit geval de zgn. ‘erfzonde’, want de pasgebo­rene had uiteraard nog niet zelf kunnen zondigen) in plaats van een symbool van wedergeboorte, een sterven en opstaan met Christus. Want het zou immers absurd zijn een nieuwgeborene meteen alweer opnieuw een nieuw leven te laten beginnen.

 

Zulk denken en leren was politiek op­por­tuun, zowel voor de kerk als voor de secu­liere overheid. Maar het miskent de hele leer van de bewuste vrije keuze voor God en de vrijwillige wedergeboorte. De doop is in dit opzicht nu eenmaal niet de directe tegenhanger van de besnijdenis. Weliswaar schrijft Paulus aan de Colossen­zen:

“In Hem (Christus) zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnij­denis van Christus” (Col. 2:11).

Maar het moet opvallen dat deze ‘besnij­de­nis’ geen werk van mensenhanden is, dat de gelovige daar­bij het lichaam des vlezes (niet een deel daarvan, zoals onder de Wet) aflegt, niet dat het hem wordt afgenomen.

 

Illustratie van François Chifflart, voor La conscience van Victor Hugo

Paulus’ taalgebruik is duidelijk symbo­lisch, maar even duidelijk heeft hij het over een bewuste daad. Het mag de Hervormers verweten worden dat zij deze opportunisti­sche kunstgreep van de middeleeuwse kerk niet hebben gecorrigeerd. Maar ook zij waren afhankelijk van de steun van wereld­se overheden. En het kwam die overheden maar al te goed uit als het volk geen eigen keuze mocht maken maar zich blindelings had te voegen naar het gezag van een (nu protestantse) kerk die thans bovendien verbonden was met, zo niet onder gezag stond van, de locale overheid in plaats van het centrale Rome. En die groepen die wel pleitten voor gewetensvrijheid in geloofsza­ken werden vervolgd door Inquisitie en Hervormers in gelijke mate en tot in onze dagen verketterd. Cuius regio eius religio, wiens grondgebied men bewoont diens religie men omhelst. De fictie van de theo­cratie was nog steeds opportuun en dat vereiste de verdediging van de kinder-‘doop’. Intussen zijn kerk en staat geschei­den, maar de doop is niet bespreekbaar meer. De Hervormers hebben gesproken en zo zij het. Maar voor wie de Bijbel bestu­deert is er geen twijfel mogelijk: de leer is helder, begrijpelijk en rationeel.

+

Voorgaande:

  1. De Ekklesia #1 De uitgeroepenen
  2. De Ekklesia #2 De Gemeente van het Oude Verbond
  3. De Ekklesia #3 Het koninkrijk
  4. De Ekklesia #4 De troon van David en De gezalfde des Heren
  5. De Ekklesia #5 Gods getuigen
  6. De Ekklesia #6 Bad der Wedergeboorte
  7. De Ekklesia #7 De vrijwillige toetreding
  8. De Ekklesia #8 Doop als wedergeboorte
  9. De Ekklesia #9 Daad van geloof

++

Aanvullend

  1. Angst voor ouderwetse regels en verlies van christenen
  2. Verzoening en Broederschap 3 Verenigen onder de Hoeksteen
  3. Jaar van de priester
  4. Meerderheid protestantse kerken zit op zwart zaad
  5. Jongmense wil nie meer sit en luister nie
  6. Homoseksuele priesters worden opgeroepen de kerk te verlaten

++

Verwant

  1. Die Heilsorde: van begin tot einde – Genade, alles Genade ! (deel 1: Inleiding, Roeping, Wedergeboorte en Geloof)
  2. Reformasie 500: Deel I: Die besnydenis – hoe gereformeerdes en (ana)baptiste daaroor verskil
  3. Reformasie 500: Deel 2: Die besnydenis – hoe gereformeerdes en (ana)baptiste daaroor verskil
  4. Laat die kindertjies na My toe kom: ‘n Gereformeerde antwoord op ‘n Baptistiese standpunt
  5. Geerhardus Vos oor die Verbond in Gereformeerde teologie, spesifiek die kinderdoop

+++

Geplaatst in Christen zijn, Christendom, Geschiedenis, Godsdienst, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

De Ekklesia #9 Daad van geloof

Een daad van geloof

Omdat de doop het begin is van een ‘nieuw leven’ en dat nieuwe leven een bewust op God gericht leven is, volgt daaruit onver­mijdelijk dat de doop een bewuste daad van de gelovige is. De apostel Petrus schrijft:

“Als tegenbeeld daarvan [nl. van de redding van Noach uit of door de zondvloed] redt u thans de doop, die niet is een afleg­gen van lichamelijke onrein­heid, maar een bede van een goed gewe­ten tot God” (1 Petr. 3:21).

Félix De Vigne - Doop in Vlaanderen in de 18de...

Félix De Vigne – Doop in Vlaanderen in de 18de eeuw2 (Photo credit: Wikipedia)

Zo’n bede veronderstelt een bewuste daad. Hoe komt het dan dat vrijwel de gehele christenheid de doop voltrekt als een be­sprenkeling van baby’s?
Het antwoord op deze vraag is interessant genoeg.
Maar eerst willen we vaststellen dat deze praktijk in elk geval geen steun vindt in het Nieuwe Testament. Daarin is in alle controleerbare gevallen uitsluitend sprake van een doop van volwassenen. Wel wordt in een enkel geval gezegd dat iemand zich liet dopen ‘met zijn gehele huis’. Maar de veronder­stel­ling dat daar dus ook kleine kinderen bij geweest zullen zijn, is onbewezen, en dient alleen om de kinderdoop enige schijnbare steun te geven. In feite wordt er in die gevallen steeds gezegd dat ‘het hele huis’ God diende, of tot geloof kwam, wat op volwassenheid wijst. Zoals de Romeinse hoofdman Corneli­us, “een vereerder van God met zijn gehele huis”, of de gevangenbewaarder te Filippi, die zich verheugde, “dat hij met zijn gehele huis tot het geloof in God gekomen was”, of Crispus, de overste der synagoge te Korinte, die “tot geloof in de Here kwam met zijn gehele huis”. Bovendien slaat die uitdrukking op de huisbe­dienden en niet op de kinderen. Zie bijvoor­beeld de uitspraak van Salomo in het boek Prediker, als hij zegt:

“Ik kocht slaven en slavinnen, en daar werden er ook in mijn huis geboren” (Pred. 2:7).

In alle bovenstaande voorbeelden kwam iemand, als gevolg van de prediking, tot geloof, en liet zich daarop dopen. Het on­dergaan van de doop is een uiting van geloof, een openlijke belijdenis van de gelovige dat hij (of zij) voortaan wil beho­ren tot het volk van het Nieuwe Verbond, en dat het oude leven daartoe ongeschikt was. Dit is een logisch samenhangende leer, die volle­dig steunt op het NT. De Bijbel bevat hier geen ongerijmdheden. Noch tegenstrijdighe­den, want het OT leert niet werkelijk iets anders; daar bestond alleen een andere situatie.

+

Voorgaande:

  1. De Ekklesia #1 De uitgeroepenen
  2. De Ekklesia #2 De Gemeente van het Oude Verbond
  3. De Ekklesia #3 Het koninkrijk
  4. De Ekklesia #4 De troon van David en De gezalfde des Heren
  5. De Ekklesia #5 Gods getuigen
  6. De Ekklesia #6 Bad der Wedergeboorte
  7. De Ekklesia #7 De vrijwillige toetreding
  8. De Ekklesia #8 Doop als wedergeboorte

+++

Geplaatst in Christen zijn, Christendom, Kerkopbouw, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

De Ekklesia #8 Doop als wedergeboorte

De doop als wedergeboorte

Nederlands: Noordelijke Nederlanden, De doop v...

Noordelijke Nederlanden, De doop van Christus in de Jordaan, 0044 Noordelijke Nederlanden, De doop van Christus in de Jordaan (Foto credit: Wikipedia)

Het is duidelijk dat Paulus met dit ‘bad der wedergeboorte’ doelt op de doop, en dat is dus ook wat Jezus bedoelt met ‘(weder)ge­boren uit water’. De doop is in het Nieuwe Testament een teken dat een symbolisch sterven en opstaan met Christus uitdrukt. Paulus beschrijft de doop in zijn brief aan de Romei­nen dan ook als een symbolisch medesterven, medebegraven worden en weer mede-opstaan met Christus:

“Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen” Rom. 6:4).

Afrikaans: n Charismatiese doopdiens op die st...

Afrikaans: n Charismatiese doopdiens op die strand in Paternoster, Suid-Afrika (Foto credit: Wikipedia)

Om de symboliek ten volle te beseffen dient men te bedenken dat in Nieuwtestamentische tijd de doop een onderdompeling in water was. En zo wordt met de term ‘we­dergeboorte’ soms ook de situatie na de opstanding be­doeld:

“Jezus zeide tot hen [de discipelen]: Voor­waar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te richten” (Matt. 19:28).

De doop is van deze opstanding een sym­bool:

“Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren worden” (1 Petr. 1:3).

Paulus schrijft in zijn brief aan de Kolossenzen:

     “… daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt” (Kol. 2:12).

Wat de doop voor hem persoonlijk betekende vertelt hij in Galaten:

“Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven” (Gal. 2:20).

De doop is daarmee het symbool van het begin van een nieuw leven en dus van een wedergeboorte:

     “Nu gij uw zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid gereinigd hebt tot ongeveinsde broederliefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief, als wedergeboren, en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God” (1 Petr. 1:23).

 

Samenvattend:

de mens wordt als ‘ongelovige’ (wat de mens van nature is) door het Woord van God geroepen tot een nieuw leven. Hij treedt toe tot dat nieuwe leven door zich te laten dopen. Dit dopen is een symbolisch sterven en opstaan met Christus, als symbool van het feit dat Christus’ dood en opstanding dit alles mogelijk maken. Daarmee is de doop de (weder)geboorte tot dit nieuwe leven. En als vervulling hiervan leeft de wedergeborene in de hoop op een werkelijke opstanding na zijn werkelijk sterven. Uit de woorden van Jezus en Pau­lus, hierboven, blijkt dat de waterdoop niet het enige is dat een rol speelt bij de weder­geboorte. Er is ook Gods gave van zijn Geest. Dat we dat hier buiten beschouwing hebben gelaten is niet omdat dat minder belangrijk zou zijn, integendeel. Maar de gave van de Geest is Gods deel in het pro­ces van wedergeboorte. De gehoorzame toetreding door middel van de doop is het deel van de mens hierin, en daar gaat het ons in deze beschouwing om. Op de gave van de Geest komen we nog terug in hoofdstuk 17.

+

Voorgaande:

De Ekklesia #1 De uitgeroepenen

De Ekklesia #2 De Gemeente van het Oude Verbond

De Ekklesia #3 Het koninkrijk

De Ekklesia #4 De troon van David en De gezalfde des Heren

De Ekklesia #5 Gods getuigen

De Ekklesia #6 Bad der Wedergeboorte

De Ekklesia #7 De vrijwillige toetreding

Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren

Dopen en herdopen

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #9 Controverse betreft doop

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #12 Anabaptisten

16° Eeuwse Broeders in Christus

++

Aanvullend

  1. De Weg tot verlossing
  2. De Bekeerling, bekeringsactie en bekering
  3. Overtuiging voor de dingen die God beloofde
  4. Doop
  5. Doopsel
  6. Doop en Geloof
  7. Wedergeboorte en lidmaatschap tot een kerk
  8. Dopen en herdopen
  9. Doopsel en bloedvergieten ter vergeving
  10. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  11. Geestelijke vorming tot heiligheid #3
  12. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #9 Controverse betreft doop
  13. 16° Eeuwse Broeders in Christus
  14. Doop in de huiskerk
  15. Religieuze feesten in mei 2016
  16. Pinksterkerken en RKK dichter bij elkaar
  17. Ontdopen gaat verder in België, een keerpunt om stil bij te staan
  18. Nederlandse Raad van Kerken wil gezamelijke dooperkenning
  19. Synode: Jezus annuleerde Bijbels ‘Gekozen volk’

+++

Verwant

  1. Is de doop noodzakelijk voor behoud?
  2. Totius oor die charismatiese en pinksterleringe: (1) Die doop van Joh
  3. Totius oor die charismatiese en pinksterleringe: (2) Die wonder van die uitstorting van die Gees
  4. Reformasie 500: Kan alleen volwassenes glo, of ook klein kindertjies
  5. Reformasie 500: Deel I: Die besnydenis – hoe gereformeerdes en (ana)baptiste daaroor verskil
  6. Reformasie 500: Deel 2: Die besnydenis – hoe gereformeerdes en (ana)baptiste daaroor verskil

+++

Geplaatst in Christen zijn, Kerkopbouw, Woord van God | Tags: , , , , , , , , , , | 3 reacties

De Ekklesia #7 De vrijwillige toetreding

De vrijwillige toetreding

Wie uit vrije wil wil kiezen moet het ver­schil tussen goed en kwaad kennen; hij moet tot inzicht zijn gekomen en dus een zekere geestelijke rijpheid hebben bereikt.

Een pasgeborene kent geen goed en kwaad en ook een jong kind handelt nog voorna­melijk gevoelsmatig en niet naar ethische maatstaven. Maar het ‘verbondsvolk’ onder het Nieuwe Verbond dient te bestaan uit mensen die vrijwillig tot dat verbondsvolk zijn toegetreden. Dat zullen dus volwasse­nen moeten zijn, of althans mensen die een zodanige geestelijke rijpheid hebben bereikt dat zij in staat zijn om bewust die keuze te maken.

Onder het Oude Verbond be­stond ‘de buitenwereld’ uit de omringende volken. Het verbondsvolk vormde ook staat­kundig een eenheid; het was een theocratie (een door God bestuurde staat). Onder het Nieuwe Verbond vormt het verbondsvolk geen staatkundige eenheid meer. Het be­staat uit vrijwillig toegetredenen. En ‘de bui­tenwereld’ bestaat uit alle anderen, buren, zelfs familieleden, of mogelijk zelfs gezins­leden.

 

Tot dit verbondsvolk behoort men niet krachtens een ‘onvrijwillige’ biologische geboorte. Toch spreekt de Bijbel over het moment van opgenomen worden in het verbonds­volk als over een geboorte, maar dan een zelfgewilde geboorte, een geestelijke ge­boorte, soms aangeduid als een ‘wederge­boorte’. Jezus zelf predikt deze wederge­boorte aan de Joodse leider Nicode­mus:

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien” (Joh. 3:3).

Nicodemus vat dit letterlijk op en Jezus moet verduidelijken wat Hij bedoelt:

“Voor­waar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnen­gaan” (v. 5).

De apostel Paulus neemt deze woorden op als hij aan Titus schrijft:

“Maar toen de goedertierenheid en men­senliefde van onze Heiland en God ver­scheen, heeft Hij, niet om werken der ge­rechtigheid, die wij zou­den gedaan hebben [zoals het Oude Verbond vereis­te], doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest” (Titus 3:4-5).

+

Voorgaande:

De Ekklesia #1 De uitgeroepenen

De Ekklesia #2 De Gemeente van het Oude Verbond

De Ekklesia #3 Het koninkrijk

De Ekklesia #4 De troon van David en De gezalfde des Heren

De Ekklesia #5 Gods getuigen

De Ekklesia #6 Bad der Wedergeboorte

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #12 Anabaptisten

++

Aanvullend

  1. De Bekeerling, bekeringsactie en bekering
  2. Horen bij Christus en één worden met Christus
  3. De Wederkomst en de Eindtijd #5 De Verlosser uit de hemel
  4. Geestelijke vorming tot heiligheid #3
  5. Overwinnen in wedergeboorte
  6. Wedergeboorte en lidmaatschap tot een kerk

+++

Aanverwant

  1. Die Heilsorde: van begin tot einde – Genade, alles Genade ! (deel 1: Inleiding, Roeping, Wedergeboorte en Geloof)
  2. Proponent of a New Life
Geplaatst in Broeders, Christen zijn, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | 4 reacties

De Ekklesia #6 Bad der Wedergeboorte

Het verbondsvolk onder het Nieuwe Verbond bestaat uit allen die vrijwillig daartoe zijn toege­treden. Hun toetreding wordt in de Bijbel be­schreven als een ‘wedergeboorte’ en het sym­bool van die weder­geboorte is de doop. De doop is daarmee een daad van geloof en een bewust gezette stap.

Logo de Ekklesia

We hebben eerder gezien dat de God van de Bijbel consequent een plan uitwerkt in en met deze wereld en we hebben gezien dat er een ‘Oud Verbond’ was, te Sinaï gesloten. We zullen ook zien dat er een ‘Nieuw Verbond’ is. Onder de strikte bepalingen van het Oude Verbond kon een mens alleen behouden worden als hij volmaakt was. Hij moest daartoe ‘de Wet’ houden. Die Wet gold voor het verbondsvolk. Wie uit de andere volken behou­den wilde worden moest zich aanslui­ten bij dat verbondsvolk. Het Bijbel­boek Ruth geeft een ontroerende beschrij­ving van een vrouw die dat inderdaad deed en daartoe haar eigen volk en haar familie achterliet. Omgekeerd was er binnen het verbondsvolk geen plaats voor wie niet naar die Wet wilde leven. Als teken daarvan werden alle nieuwgeborenen in dat volk ingelijfd; de jongens werden daartoe voorzien van het teken van het Verbond (de besnijdenis). Uiteraard rustte op hen de verplichting om, eenmaal volwassen geworden, de termen van het Verbond te onderhouden. Op het (bewust) niet houden daarvan stond in principe de doodstraf; voor wie zich niet naar dat Verbond schikte was er geen plaats onder het verbondsvolk.

 

Onder het Nieuwe Verbond ligt dat alle­maal anders. Behouden wordt wie ‘de op­rechte wil’ heeft om God te dienen, maar die tegelijkertijd bereid is te erkennen dat hij daarin faalt doch zich daarbij beroept op het werk van zijn Verlosser. We hebben daarbij geconstateerd dat wie God wil die­nen, daarmee tegen de menselijke natuur in gaat, en ook moet gaan, om daarmee de oprechtheid van zijn willen te tonen. We hebben ook geconsta­teerd dat deze (enige) weg tot behoudenis in feite reeds lag besloten in het Oude Testament, maar dat is nu niet ons onder­werp. Daarvoor zij de lezer verwezen naar die eerdere hoofdstukken. Waar het ons nu om gaat is dat de enige weg tot behoudenis is gelegen in de vrijwillige poging om God uit vrije wil te dienen. Dit uitgangspunt van de vrije wil heeft belangrijke consequenties.

+

Voorgaande:

De Ekklesia #1 De uitgeroepenen

De Ekklesia #2 De Gemeente van het Oude Verbond

De Ekklesia #3 Het koninkrijk

De Ekklesia #4 De troon van David en De gezalfde des Heren

De Ekklesia #5 Gods getuigen

Dienende geesten 1 Afgezanten van onzichtbare God

Addendum 2: Vlees geworden woord

Het begin van Jezus #12 Gezalfd na Johannes de Doper

Redding, vertrouwen en actie in Jezus #5 Verblijven in Christus

Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren

Fragiliteit en actie #8 Eerste Wetsvoorziening

Schapen en bokken 3 Addendum 1: Tweede kans

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #12 Anabaptisten

++

Aanvullende lectuur

  1. De Bekeerling, bekeringsactie en bekering
  2. Echte boodschap van redding niet ver te zoeken
  3. Horen bij Christus en één worden met Christus
  4. Wedergeboorte en lidmaatschap tot een kerk
  5. Overwinnen in wedergeboorte
  6. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  7. Geestelijke vorming tot heiligheid #3
  8. Het scheuren van het voorhangsel
  9. De Wederkomst en de Eindtijd #5 De Verlosser uit de hemel
  10. Wees druk bezig met het belangrijke teken van geloof

+++

Verder aanverwant leesvoer

  1. Rebirth and belonging to a church
  2. Die Heilsorde: van begin tot einde – Genade, alles Genade ! (deel 1: Inleiding, Roeping, Wedergeboorte en Geloof)
  3. Proponent of a New Life

+++

Geplaatst in Christen zijn, Christendom, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Kerkopbouw, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 6 reacties

De Ekklesia #5 Gods getuigen

Het was Gods bedoeling geweest dat de Israëlieten zijn naam in de wereld bekend zouden maken. Zij hadden een voorbeeldfunctie moeten hebben onder de volken rondom. Zij zouden, zowel door hun handel en wandel als door hun woorden, de heerlijkheid van de God van Israël onder de heidenen bekend hebben moeten maken. Als zij God blijvend hadden gediend, zou alleen al hun voorspoed een krachtig getuigenis zijn geweest. En de Wet die hun gegeven was zou een monument zijn geweest van gerechtigheid in een wereld van onrecht. Het is te betreuren dat de gemiddelde christen van deze Wet alleen het principe ‘oog om oog, tand om tand’ heeft onthouden, en dat dat voor hem staat als een toonbeeld van barbaarse vergelding. In werkelijkheid was de Wet, zoals we ook zouden mogen verwachten, een weerslag van Gods rechtvaardigheid; en hij bevatte elementen waar onze eigen moderne wetgeving bij lange na niet aan toekomt:

“Onderhoudt ze [de bepalingen van de wet] dan naarstig, want dat zal uw wijsheid en uw inzicht zijn in de ogen der volken, die bij het horen van al deze inzettingen zullen zeggen: Waarlijk, dit grote volk is een wijze en verstandige natie. Immers welk groot volk is er, waaraan de goden zó nabij zijn als de Here, onze God, telkens als wij tot Hem roepen? En welk groot volk is er, dat inzettingen en verordeningen heeft zo rechtvaardig als heel deze wet, die ik u heden voorleg” (Deut. 4:6-8).

Zo was het ook onder Salomo. De koningin van Scheba kwam “van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen” (Matt. 12:42). Maar in het algemeen is het niet tot prediking gekomen.

Omdat het volk heeft verzuimd om te prediken en Gods naam bekend te maken is God een nieuwe koers ingeslagen met zijn volk. Als zij niet in woorden wilden getuigen dan zouden zij met hun geschiedenis getuigen. In alles wat hun zou overkomen zouden zij een levend getuigenis zijn van het feit dat God met hen werkte:

“Omdat dit volk Mij slechts met woorden nadert en met zijn lippen eert, terwijl het zijn hart verre van Mij houdt, en hun ontzag voor Mij een aangeleerd gebod van mensen is, daarom, zie, Ik ga voort wonderlijk met dit volk te handelen, wonderlijk en wonderbaar” (Jes. 29:13-14).

En zo gebeurde het. Zodat God, in een quasi-dispuut met de afgoden, het volk als getuige kon oproepen:

“Ik heb verkondigd, verlost en doen horen, en ben geen vreemde onder u; gij toch zijt mijn getuigen, luidt het woord des Heren, en Ik ben God” (Jes. 43:12).

Zij waren getuigen met hun nationale geschiedenis, doordat zij in ballingschap zijn gegaan en teruggekeerd, verlost; doordat zij over de wereld verstrooid zijn en toch niet verloren of in de volken opgegaan; doordat zij uit hun land zijn verdreven en toch weer daarheen teruggekeerd. En dat alles zoals door God voorzegd en door zijn profeten verkondigd. Dat zou de wereld moeten overtuigen van zijn bestaan en van het feit dat dit volk ondanks alles nog steeds zijn volk is. Maar veel van de christelijke wereld ziet het niet, wil het niet zien, omdat zij sedert lang de theorie heeft ontwikkeld dat de kerk het nieuwe Israël is en dat alleen de strafaankondigingen voor dat oude volk gelden, terwijl de heilsaankondigingen voor het ‘nieuwe Israël’ gelden. Of, in één geval, dat niet dat oude volk maar zijzelf de getuigen zijn waar God in Jesaja over spreekt. Zij zijn niet bekend, of willen niet bekend zijn, met Paulus’ uiteenzetting in zijn brief aan de gemeente te Rome dat wij, niet-Joden, slechts ingeënte takken zijn op de Joodse stam, en dat de verworpenen weliswaar weggesnoeid zijn, maar dat God ook ons weer kan wegsnoeien als wij ons te hoogmoedig beroemen tegen de oude, natuurlijke takken (Rom. 11:17-24). En wie meent dat hij Gods instemming heeft als hij dit volk vervolgt, moet bedenken dat nog steeds geldt wat God tegen Abraham zei:

“Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken” (Gen. 12:3).

Maar terug naar dat volk zelf. God laat zijn plannen niet dwarsbomen door een ongehoorzame natie. Als straks de nieuwe Koning regeert in zijn nieuwe Koninkrijk zal het de taak van het oude volk zijn om alsnog de oude taak uit te voeren:

“Zie, Ik heb hem tot een getuige voor de natiën gesteld, tot een vorst en gebieder der natiën. Zie, een volk dat gij niet kendet, zult gij roepen, en een volk dat u niet kende, zal tot u snellen ter wille van de Here, uw God, en van de Heilige Israëls, omdat Hij u verheerlijkt heeft” (Jes. 55:4-5).

En:

“In die dagen zullen tien mannen uit de volken van allerlei taal vastgrijpen, ja vastgrijpen de slip van een Judese man, en zeggen: wij willen met u gaan, want wij hebben gehoord, dat God met u is” (Zach. 8:23).

+

Voorgaande:

De Ekklesia #1 De uitgeroepenen

De Ekklesia #2 De Gemeente van het Oude Verbond

De Ekklesia #3 Het koninkrijk

De Ekklesia #4 De troon van David en De gezalfde des Heren

++

Aanbevolen lectuur

  1. Jehovah kan hem staande houden
  2. Andere aanpak in de organisatie van de diensten # 3
  3. Meerderheid protestantse kerken zit op zwart zaad
  4. Kerk van eenzelfde lichaam levendig houden of laten groeien
  5. Samen werken aan een Open Gemeenschap
  6. Op zoek naar spiritualiteit 7 Prediking van het goede nieuws
  7. Aankondigingsweek in Nederland
  8. Zendingsdag HHK: Predikant is als een soldaat
  9. Intenties van de ecclesia
  10. Hoe moeten we prediken?

+++

Verder gerelateerd

  1. Preek: Josua 8:30-35 Is daar belangriker dinge as om grond en besittings te verower ?
  2. Preek: Psalm 2:10 Wees gewaarsku – ook oor godsdiens op skole
  3. Skrifoordenking: Markus 1:35-39 – Predikers wat bid

+++

Geplaatst in Christen zijn, Geschiedenis, Godsdienst, Levensvragen, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 6 reacties

De Ekklesia #4 De troon van David en De gezalfde des Heren

De troon van David

In Hoofdstuk 5 hebben we gezien dat er belangrijke beloften zijn gedaan aan Abraham. Maar ook aan David is door God een belofte gedaan. Als David het plan opvat om een tempel voor God (in de taal van het OT: een ‘huis’ voor God) te bouwen wordt hem dat door God belet: zijn zoon Salomo is uitverkoren om die taak te volbrengen. Maar in plaats daarvan geeft God aan David de belofte dat Hij hèm een ‘huis’ zal bouwen, dwz. een koninklijke dynastie:

“Uw huis en uw koningschap zullen voor immer bestendig zijn voor uw aangezicht, uw troon zal vaststaan voor altijd” (2 Sam. 7:16).

David heeft begrepen dat hier weliswaar gesproken werd van een dynastie, maar dat de belofte toch vooral betrekking moest hebben op het ‘enkelvoudige zaad’ uit de beloften aan Abraham (zie hoofdstuk 5, ‘Een goddelijk plan’). Zo sloegen ook de volgende woorden weliswaar in de eerste plaats op zijn zoon Salomo, maar daar overheen op de grote toekomstige Koning:

“Wanneer uw dagen vervuld zijn en gij bij uw vaderen te ruste zijt gegaan, dan zal Ik uw nakomeling, uw eigen zoon, na u doen optreden, en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal mijn naam een huis bouwen, en Ik zal zijn koninklijke troon voor immer bevestigen” (2 Sam. 7:12-13).

Gedurende de volgende generaties wordt het koningschap over Juda, vooral bij de profeten, dan ook dikwijls aangeduid als ‘de troon van David’. Toch kwam er na eeuwen van afval een einde aan het koningschap op de troon van David. Niettegenstaande Gods belofte ging tenslotte de ‘laatste’ koning uit het geslacht van David in ballingschap, doch niet zonder een belofte van herstel:

“… totdat hij komt, die er recht op heeft en aan wie Ik [God] het geven zal” (Ezech. 21:27).

En zo wordt in een aantal profetieën ook van de komende grote Koning gezegd dat Hij zal zitten op de ‘troon van David’ (zie bijv. Jes. 9:7). Als zijn geboorte wordt aangekondigd, luidt de boodschap:

“Zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, en Hij zal als koning over het huis van Jakob [Israël] heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen” (Luc. 1:31-33).

Hij zou de grotere ‘Salomo’ zijn. Hij zou de Here een ‘huis’, een tempel bouwen, niet bestaande uit stenen, maar uit mensen van vlees en bloed (zie hoofdstuk 14, ‘De Gemeente van het Nieuwe Verbond’). En zo diende het koninkrijk onder David en vooral onder Salomo als een beeld van het komende vrederijk dat zal worden gevestigd door de grotere dan David en Salomo. Waarbij het ook dan zo zal zijn dat God de eigenlijke Koning is en dat de Koning op aarde zal regeren in zijn naam.

 

De gezalfde des Heren

Vanaf de tijd dat God Saul had aangewezen als de eerste koning van Israël werd de koning in zijn ambt bevestigd door hem te zalven, dwz. door de heilige zalfolie uit te gieten over zijn hoofd. De koning stond daarmee bekend als ‘de gezalfde des Heren’. Tot aan die tijd werd alleen de hogepriester in zijn ambt bevestigd door zalving. De term ‘de gezalfde des Heren’ slaat dus bij uitstek op de leiders van het volk, zij die zijn aangesteld om het volk in Gods naam te leiden. Zo zou ook de grote Koning een ‘gezalfde’ des Heren zijn, in het Hebreeuws van het OT een ‘Messiah’, in het Grieks van het NT een ‘Christos’. Dat laat nog de vraag open of Hij een hogepriester zou zijn of een koning, maar reeds in het OT zijn er passages die er op duiden dat Hij beide zou zijn (iets wat onder de Wet niet kon), en het NT bevestigt dat. Hij zou echter niet gezalfd zijn met olie. Ook hier was het Oudtestamentische ritueel slechts een beeld. Zijn zalving zou er een zijn met Gods Geest, dwz. Gods kracht. We zagen dit al aangekondigd in de vijfde profetie aangaande de Knecht des Heren in hoofdstuk 7 (“De Geest des Heren Heren is op mij, omdat de Here mij gezalfd heeft”), een vers dat Jezus citeert als inleiding op zijn toespraak in de synagoge te Nazaret (Luc. 4:18). De apostel Petrus verwijst daarnaar, als hij in zijn toespraak tot de Romeinse hoofdman Cornelius zegt:

“Gij weet … van Jezus van Nazaret, hoe God Hem met de Heilige Geest en met kracht heeft gezalfd” (Hand. 10:38).

+

Voorgaande:

Het begin van Jezus #4 Aangekondigde te komen Verlosser

De Verlosser 3 Zijn menselijke kant

Verlossing #8 Gerechtigheid door geloof

De Ekklesia #1 De uitgeroepenen

De Ekklesia #2 De Gemeente van het Oude Verbond

De Ekklesia #3 Het koninkrijk

++

Aanvullende lectuur

  1. Jezus van Nazareth #6 Zijn unieke macht
  2. Wereld waarheen? #3 De Wortelscheut van David
  3. De Knecht des Heren #5 De Gezalfde gezant

+++

Aanverwante lectuur

  1. #Woordvrouw 1: Eshet-Chayil
  2. Phillip Medhurst’s Bible in pictures 067 David, fleeing from Jerusalem, is cursed by Shimei
Geplaatst in Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 7 reacties

De Ekklesia #3 Het koninkrijk

Het koninkrijk

 Tijdens hun reis door de woestijn stond het volk onder leiding van de door God aangewezen leider Mozes. Deze vertegenwoordigde God bij het volk, want God zelf was hun eigenlijke leider. Maar Mozes was niet in staat het volk het beloofde land binnen te voeren, omdat hij eenmaal onbedachtzaam gesproken had en God ‘niet de eer gegeven had’ toen hij voor het volk water uit de rots tevoorschijn deed komen. In zijn plaats moest Jozua het volk de Jordaan over leiden naar het land. Er zit een duidelijke symboliek in het feit dat Mozes, wiens naam onverbrekelijk is verbonden met de Wet, niet in staat was het volk het land binnen te leiden en dat dat moest gebeuren door een man die in beproeving trouw was gebleken (één van de twee oorspronkelijke getelden die niet gestorven waren in de woestijn) en wiens naam gelijk was aan die van Jezus. Maar daar kunnen we hier nu niet verder op ingaan. Eenmaal in het land had het volk geen eigenlijke leider. Het stond onder de door God gegeven Wet, waarvan de uitvoering lag in handen van de priesters. Alleen in tijden van nood gaf God hun een leider om hen voor te gaan in hun strijd tegen hun vijanden. Deze leiders werden aangeduid met het woord ‘richter’; het volk ‘richten’ betekende: het volk leiden in overeenstemming met Gods Wet.

 

Deze toestand beviel het volk niet, zodat zij aan de laatste richter, Samuël, vroegen om over hen een koning aan te stellen. Samuël zag hierin een motie van wantrouwen tegen zijn optreden, maar God wees hem erop dat ze in feite Hem (God) hadden verworpen als hun eigenlijke koning:

“De Here zeide tot Samuël: Luister naar het volk, in alles wat zij tot u zeggen, want niet ú hebben zij verworpen, maar Mij hebben zij verworpen, dat Ik geen koning over hen zou zijn” (1 Sam. 8:7).

Weliswaar was in de wet reeds voorzien dat er op een gegeven moment een koning zou komen, maar het motief van het volk deugde niet:

“Zie, gij zijt oud geworden … Stel nu een koning over ons aan om ons te richten, als bij alle andere volken” (1 Sam. 8:5).

Hun motief was dat Samuël oud was geworden en dat er iemand in zijn plaats moest komen die die functie waardig was, maar zij vertrouwden kennelijk niet op God, dat die erin zou voorzien. Maar bovenal: zij wilden daarin gelijk zijn aan de volken rondom hen. Dat was een flagrante ontkenning van hun bijzondere positie als Gods volk, als zijn gemeente van gelovigen, door Hemzelf geleid.

David speelt harp voor Saul, schilderij van Rembrandt

Eerste koning van de Israëlieten, zoon van Kisj afkomstig van de stam Benjamin – David speelt harp voor Saul, schilderij van Rembrandt

God antwoordde het volk door een koning aan te wijzen zoals zijzelf die zouden hebben uitgekozen: Saul uit Benjamin. Dat bleek dan vervolgens niet de juiste man te zijn. Vervolgens koos God een man die het volk zelf nooit zou hebben gekozen: David, een herdersjongen uit Juda. Hij wordt beschreven als

“een man naar mijn [Gods] hart” (Hand. 13:22, zie ook 1 Sam. 13:14).

Salomonsoordeel, fresco in Styria (Oostenrijk)

Salomonsoordeel, fresco in Styria (Oostenrijk)

Hij vestigde Gods heerschappij over het volk en consolideerde de grenzen van het rijk. Zijn zoon Salomo (= man van vrede) bracht het rijk tot grote bloei in een tijd van bestendige vrede. Hij bouwde een tempel voor de eredienst, en de roep van zijn wijsheid ging uit over de gehele toenmalige wereld. Maar ook deze koningen dienden te regeren alsof zij slechts regenten waren die regeerden in de naam van de echte Koning, God. David zei over Salomo:

“Uit al mijn zonen verkoos Hij [God] mijn zoon Salomo om te zitten op de troon van het koningschap des Heren over Israël” (1 Kron. 28:5).

En Salomo sprak, na zijn troonsbestijging, in een gebed tot God over zijn volk als ‘uw volk’ (1 Kon. 3:9). In de wet van Mozes was voorgeschreven dat als er een koning zou komen, die een afschrift van de Wet moest laten maken (volgens sommige vertalingen moest hij dat zelfs eigenhandig doen; zie bijv. de SV) om daarin dagelijks te lezen,

“opdat zijn hart zich niet verheffe boven zijn broeders, en hij van het gebod niet afwijke naar rechts of naar links” (Deut 17:18-20).

Het is duidelijk dat voor de koning, meer nog dan voor het gewone volk, gold dat hij moest leven met Gods woord in zijn hart.

+

Voorgaande:

De Ekklesia #1 De uitgeroepenen

De Ekklesia #2 De Gemeente van het Oude Verbond

Vervolg: De Ekklesia #4 De troon van David en De gezalfde des Heren

++

Geplaatst in Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , | 8 reacties