Van harte welkom – Welcome to this site

Fijn dat u op deze site rond geloof, God en Christus terecht bent gekomen. Wij wensen u hier veel leesplezier.

*

Thank you for visiting this site about faith, God and Christ. We wish you a lot of reading pleasure here.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Sun Standing Still

To give an explanation of how the Sun and Moon stood still at the bidding of Joshua in the Valley of Ajalon (Joshua x. 12, 13); or, how the shadow went backwards on the dial of Ahaz (Isa. xxxviii. 8), we do not profess to be able. There have been quite enough guesses without having yet another added. We believe, however, it is easy for the Sustainer to do what is recorded by Joshua and Isaiah as it was to perform the countless other miracles of the Holy Scriptures which the Lord Jesus accepted as absolutely true. The miracles of Moses, and Elijah, and Elisha are not less wonderful.

The Bible distinctly refers to

“Signs in the sun, and in the moon, and in the stars” (Luke xxi. 25).

It behoves all true Christadelphians to humbly confess with Job that God

“doeth great things past finding out; yea, and wonders without number” (Job ix. 10).

“Vain man would be wise” (Job xi. 12);

but, the believing child of God, when asked,

“How did God make the Sun stand still?”

will humbly acknowledge,

“I do not know, because God hasn’t said”.

Compiled from some old Christadelphian writing of the 19th century

+

Read “Visible Hand of God” by R. Roberts.

Geplaatst in History, Portrait - Biblical figures | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Walls of Jericho

“The House of Rahab was upon the town wall” (Josh. ii. 15).

The record states that the “wall” of Jericho fell down flat, not walls (plural), nor the house upon the wall; and that after the wall had fallen the young men went into the house, and brought out Rahab, and her father, and her mother, and her brethren, an dall that she had, and they brought out all her kindred, and they left them at the camp of Israel before they “burnt the city with fire”.
The record, therefore, does not say that the whole of the walls of Jericho fell down flat, presumably because that part of it — the rampart upon which the house of Rahab stood — did not fall. There is absolute harmony between the German archaeologists’ investigations and the facts recorded in Joshua.

Speaking on the subject of sound, one reputed scientist says:

The record of destruction of the walls of Jericho by vibration from blowing of trumpets “is not out of harmony with science”.

Henry Sulley

Geplaatst in History, Life and Death, Portrait - Biblical figures | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Rahab

Rahab was untruthful, yet the Scriptures praise her. True, but the Scriptures do not praise her for her untruthfulness, but for her great faith (Heb. xi. 31;Jas. ii. 25).

May we then tell stories to show our faith?

Certainly not. Lying is an abomination to the Lord, and is strictly forbidden (Lev. xix. 11; Ephes. iv. 25;Prov. xii. 22). Then why was Rahab’s lying sanctioned?
It was not sanctioned — it was over-looked. Her failing (caused through weakness, or perhaps through ignorance of the divine law) was not particularly noted, owing to her much larger virtue. Rahab, although non-Israelitish, was a God-fearing woman, and ready to risk her life to befriend God’s people. With God such conduct counts for much (Num. xxiv. 9). In the great day of scrutiny, may no shortcomings of ours exceed in gravity the untruthfulness of Rahab.

A. T. Jannaway

Geplaatst in Life and Death, Portrait - Biblical figures | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Animals Before the Fall

The Bible record is that prior to the introduction of sin into the world by our first parents, everything “was very good”; and peace and goodwill were the order of the day, even with the animals; and the same condition of things will doubtless obtain in the Millennium.

We thus conclude, because, when there again obtains on earth Glory to God in the highest, and peace and goodwill among men, then, and not before, God has promised through one of His prophets that the wolf and the lamb, the leopard and the kid, the calf and the lion, the cow and the bear, will all be the docile playmates of the little child and the suckling (Isa. xi. 6-8). This we gather is what is spoken of as God making “a covenant for them with the beasts of the field” (Hos.ii. 18).

There is no reason for thinking that the “beasts” in the texts refer to nations; such an idea is as untenable as it is unnecessary.

*

Please find to read:

About the Paradise restored: Heaven, Paradise, and Heavenly Places

+

Geplaatst in Life and Death, World | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Zomer 2020 – Van Oude naar Nieuwe Google Sites

Sinds enkele jaren konden wij fijn gebruik maken van de webvoorzieningen van Google. 2020 bleek voor bepaalde website houders een jaar van verandering. Zo werden wij voor Blogger en Google Sites geconfronteerd met wijzigingen die heel wat trammelant zouden opbrengen.

Onze oude Google-hoofdsite moest, net als alle Google-sites, worden geconverteerd naar de nieuwe Google-sites (als je er na 1 november 2020 nog iets van zult kunnen zien, zal dit een beperkte publicatie zijn). Het grote probleem leek dat de Belgische Christadelphian Google-site veel te groot was en als zodanig niet automatisch kon converteren.
Dit betekende dat alle artikelen met de hand moesten worden overgezet en opnieuw in een goede lay-out moesten worden geplaatst in nieuw gemaakte Google Sites.

Dat bleek een enorm tijdrovend werkje te zijn.

Om moeilijkheden bij een wijziging in de toekomst te vermijden, had ik besloten de ene website op te splitsen in 5 nieuwe websites. 2 sites in het Engels, en de andere in het Nederlands, Duits en Frans.

  1. Christadelphia – City of Christ
  2. Belgian Christadelphians
  3. Belgische Christadelphians
  4. Belgische Brüder in Christus
  5. Christadelphes Belges

De vroegere site van de Vlaamse Broeders was gemakkelijker om te bouwen doordat er een automatische overdacht kon gebeuren. Hierbij werden wel de woorden op het einde van een vroegere regel verbonden met het begin van een vroegere regel, terwijl waar nu nieuwe regels ontstonden de woorden gewoon niet grammaticaal werden afgebroken. Om dat allemaal te corrigeren moest ik duizenden bladzijden doornemen.

Om zo voor al die websites de teksten presentabel te maken moest ik mij dus weken er op toe zetten om soms een heel saai werkje te verrichten. Want alle linken moesten ook vernieuwd worden, wat toch een zeer omslachtig werkje was.

Om eerlijk te zijn, denk ik wel dat het resultaat mag gezien worden.

Voor de Focus websites (Jeshuaist Focus & Christen Focus) heb ik een index voorzien, maar voor de Christadelphian sites heb ik mij beperkt tot de Christadelphia Site.

Mits wij slecht een kleine geloofsgemeenschap zijn kan er heel wat onduidelijkheid zijn over ons. Ook worden op meerdere websites verkeerde beelden over ons geschetst. Dat gebeurd hoofdzakelijk door Trinitarische gelovigen die het niet aan durven om onze teksten verder te onderzoeken en op halfslachtige berichten van anderen verder gaan. Zodat leugens zich zo verder kunnen verspreiden.

Toch willen wij de moed niet opgeven en blijven wij tegen de stroom oproeien. Ook al vergt dat moed en doorzetting. Ook zijn wij er ons bewust van welke taak op ons rust wanneer wij echte of ware volgelingen van Christus Jezus willen zijn. Als wij als Broeders en Zusters in Christus door het leven willen gaan is dat daadwerkelijk opvolgen van Jezus zijn leerstellingen en zijn opdrachten essentieel.

Met “Christadelphia” hoop ik echt dat ik geïnteresseerde mensen ook een idee kan geven van Christadelphian geschriften door verschillende Christadelphians en een idee van de structuur en werking van onze geloofsgemeenschap of sociëteit.

Mocht je merken dat ik een aantal onderwerpen heb gemist en dat er artikelen zijn toegevoegd, laat het me dan weten.

Bij deze gelegenheid wil ik graag op u beroep doen.

We doen een beroep op het hart van allen die de Heer Jezus Christus en het dienstbetoon dat betrekking heeft op zijn zaak op aarde – om hulp, troost en materiële hulp te verlenen. Op alle gebied van het predikingswerk moeten er nog heel wat inspanningen geleverd worden.  Om substantiële vooruitgang te boeken in dit goede werk durf ik u en alle bezoekers van onze webpagina’s vragen om ons bij te staan.

Het zou de plicht van ons hart moeten zijn om het goede werk van prediking te bevorderen, vooral met het oog op de tekenen – die nu zo prominent aanwezig zijn – van de snelle “komst van de koning van Israël”, wiens glorieuze vleugels het land en de mensen van Immanuel in deze laatste dagen overschaduwen.

We zouden ons moeten verheugen om de bouw te mogen zien van die tempel die zal worden opgericht in het deel van Juda van het Heilige Land, wanneer Abraham en Christus de regerende Soevereinen van de hele wereld zullen zijn en alle volken zullen zegenen die eraan onderworpen zijn. Aan hun rechtvaardige heerschappij; wanneer de wet uit Sion zal uitgaan, en het Woord van Jehovah uit Jeruzalem. Dan zullen de woorden van de profeet gebeuren, zeggende:

“1  Zwijg en hoor mij aan, eilanden: Onder de naties zullen nieuwe krachten opkomen. Laat ze naderbij komen, laat ze spreken. Ik wil een rechtsgeding met ze aangaan. 2 Wie liet in het oosten de overwinning dagen, wie heeft de bevrijder laten opstaan? Wie levert volken aan hem uit en onderwerpt koningen aan hem? Zijn zwaard maakt hen tot stof, zijn boog laat hen als kaf verwaaien;” (Jes 41:1-2 NBV)

*

Als broeders en zusters die regelmatig samenkomen, proberen we iedereen te steunen en aan te moedigen die bereid is om onder Christus verenigd te zijn en te leven naar Gods hoop en onze hoop in de toekomst. Deze inspanning vereist niet alleen veel werk, maar ook veel kosten.

Iedereen is welkom om ons op wat voor manier dan ook te steunen.
Een bijdrage voor ons werk is altijd welkom, en kan worden geleverd door middel van financiering:
via betaling met Paypal

of via overschrijving naar:
BE37 9730 6618 2528
BIC ARSPBE22

Geplaatst in Aankondiging, Christadelphian, Geschiedenis, Kerkopbouw, Publikaties | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Als de tijd ten einde loopt … 5 De weinigen die behouden worden

De weinigen die behouden worden (slot)

“U hebt uw schatkamers gevuld,
hoewel de tijd ten einde loopt” (Jac.5:3)

Strijdt om in te gaan door de enge poort,
want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan,
doch het niet kunnen.” (Lukas 13:24, NBG’51)

Redding – poorten en wegen

In Lukas 13:23 lezen we hoe iemand Jezus vraagt:

Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?

En zijn antwoord is:

“Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.”

Al geeft Jezus geen direct antwoord op de vraag, voor de goede lezer is het  zonneklaar wat dat antwoord is:

‘Ja, het zijn weinigen’.

Maar zijn nadruk ligt op de moeite die je moet doen om daartoe te behoren. In de bergrede vinden we dit principe wat uitgebreider:

“Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang.
Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg er naar toe,en slechts weinigen weten die te vinden.” (Matt. 7:13-14).

Hier is het antwoord in elk geval glashelder:

velen zullen de makkelijke maar verkeerde weg volgen, en slechts weinigen de moeilijke maar goede weg.

De brede weg

Dit gaat niet over atheïsten. Ook wie de brede weg bewandelen beschouwen zichzelf als goede volgelingen van hun heer. Nogmaals Lukas en Matteüs:

“Jullie zullen zeggen: We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven. Maar hij zal tegen jullie zeggen: Ik ken jullie niet … Weg met jullie, rechtsverkrachters!” (Luk. 13:26-27).

“(Bij het oordeel) zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?” En dan zal ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!” (Matt. 7:21-23)

Zij zullen er bij het oordeel op wijzen dat zij vertrouwelijke omgang met hem hebben gehad, dat zij tot zijn ‘volk’ behoorden (in hun straten onderricht gegeven), dat zijzelf in zijn naam actief zijn geweest. En het antwoord zal zijn dat zij in werkelijkheid in dat alles tekort zijn geschoten, dat hij hen zelfs nooit gekend heeft. En hij noemt ze wetsverkrachters. Het Grieks is ‘wettelozen’, wat praktisch ‘goddelozen’ betekent.

Het gaat er dus niet om of je ‘lid’ bent van een bepaalde groep (welke dan ook). Behoudenis is er niet op zo’n basis. En ook niet om of je allerlei voorschriften in acht neemt. Natuurlijk: wie (bewust, of alleen maar uit gebrek aan interesse) Gods voorschriften overtreedt, is een zondaar en wordt niet behouden. Maar je kunt dat niet omdraaien en stellen dat wie ze in acht neemt dus ook behouden wordt. Ook niet wanneer je, uit geloofsijver, die voorschriften nog aanvult met allerlei extraatjes. De Farizeeën waren daar goed in, maar kregen daarvoor weinig applaus van Jezus. En het gaat er ook niet om of je allerlei superieure kennis bezit, of een ongeëvenaarde diepte van inzicht. Kennis en inzicht zijn hooguit gereedschappen: je moet ze gebruiken om er iets mee te bereiken. Wie ze niet gebruikt heeft er geen nut van.

De smalle weg

Waar gaat het dan wel om?

Om onze gezindheid, onze mentaliteit, in bijbelse taal soms aangeduid als onze ‘geest’. Paulus spoort zijn bekeerlingen aan met:

“Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had” (Fil. 2:5).

Het Griekse woord voor ‘gezindheid’ is phronèma, dat duidt op een wijze van denken. De grondbetekenis is ‘plan’ of  ‘besluit’, en het is afgeleid van phronis, inzicht. Verwante woorden zijn phronimos, bij zijn verstand, en phroneō, iets van plan zijn, met de bij betekenis van: dat met alle inspanning willen verwezenlijken. Dit beschrijft een mens die ‘bij zijn volle verstand’ tot een bepaald inzicht is gekomen, op grond van dat inzicht een ideaal voor ogen heeft, en dat ideaal nu met inzet van al zijn vermogens tracht te verwezenlijken. Paulus gebruikt dit begrip regelmatig in zijn brieven, waarbij hij de gezindheid die de mens van nature (‘naar het vlees’) heeft, plaatst tegenover de gezindheid van de gelovige (‘naar de Geest’):

“… die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, die naar de Geest zijn, hebben de gezindheid van de Geest.” (Rom. 8:5, NBG’51)

Die gezindheid van de (Heilige) Geest noemt hij enkele verzen verderop achtereenvolgens de gezindheid van God en de gezindheid van Christus. Alleen gebruikt hij daar niet dat woord phronèma, maar het woord pneuma, geest. Vertalers laten zich daarom vaak verleiden dat op te vatten als de Heilige Geest en schrijven het dan met een hoofdletter (in het Grieks staan geen hoofdletters). Maar dan zie je over het hoofd dat Paulus dat woord ‘geest’ vaak gebruikt in precies die zin van mentaliteit, gezindheid:

“U was dood door de misstappen en zonden waarmee u de weg ging van de god van deze wereld … de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn” (Efez 2:1-2).

En die ‘geest’ beschrijft hij dan zo:

“Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als iederander.” (vs 3)

Ook hier gaat het om onze oorspronkelijke menselijke natuur tegenover de ‘gezindheid van Christus’. Zoals Hij aan de gemeente te Kolosse schrijft:

“Richt u [phroneō: richt uw gezindheid] op wat boven is, niet op wat op aarde is” (Kol. 3:2).

Voortdurend lezen we dat wij onze natuurlijke, menselijke, wereldse, aards-gezinde mentaliteit moeten vervangen door de gezindheid van Christus. En die ‘gezindheid van Christus’ is dan ofwel de gezindheid die zich richt op (God en) Christus, of de gezindheid die Christus zelf toonde in zijn totale gehoorzaamheid aan de Vader. Of, waarschijnlijker nog: beide.

Die weg gaan

Die neiging dat woord geest op te vatten als Gods Geest i.p.v. als onze gezindheid, is niet alleen maar een verschil in interpretatie van een stukje Grieks. Velen hebben in deze tijd de neiging hun behoudenis te zien als iets dat God aan hen doet zonder veel (of zelfs geheel zonder enige) inbreng van hun kant. Extreem gesteld: je wacht tot God je zijn Geest wil schenken, en als Hij dat doet, ben je wedergeboren, en daarmee behouden. Maar Paulus’ argument is nu juist dat je met inspanning van al je vermogens die gezindheid moet ontwikkelen. Weliswaar heeft Jezus ons daarbij zijn hulp en steun beloofd, en op die hulp mogen we daarom rekenen. Maar hulp betekent toch altijd dat het initiatief bij ons ligt, niet dat een ander het wel voor ons doet. We moeten vóór alles laten zien dat het dienen van God ons hoogste streven is. Want dat was waar Paulus het over had in zijn brief aan de gemeente te Filippi:

“Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die: … de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en … Zich heeft vernederd en gehoorzaam is geworden tot de dood,  ja, tot de dood des kruises.”(Fil. 2:5-8, NBG’51)

Hij beschrijft hier niet een gezindheid van lijdzaam afwachten, maar van actief bezig zijn (namelijk met zich dienstbaar te maken aan de Vader), van gehoorzaamheid en van opoffering, tot in de uiterste consequenties. En dat is ook de gezindheid die Jezus voor ogen stond, toen hij het tegenover Nicodemus had over dat wedergeboren worden (Joh 3:3).

Wedergeboren worden betekent: een zó radicale verandering in je leven aanbrengen dat het lijkt alsof daar een totaal nieuwe mens staat. En dat kan alleen maar betekenen dat je een totaal nieuw streven (phronèma) navolgt, een totaal nieuw doel voor ogen hebt. En ja, hij zegt in dat verband dat je moet worden wedergeboren door de (Heilige) Geest. Want die gezindheid kun je, als mens, uit jezelf niet zomaar ontwikkelen; daar heb je Gods hulp bij nodig. Maar opnieuw: we moeten zelf de eerste stappen zetten, en vervolgens ook op die weg blijven doorgaan. De smalle weg gaan, betekent, hoe dan ook, dat we die zelf (als het ware te voet!) moeten afleggen, niet dat we kunnen gaan zitten wachten op Gods taxi. Dáár ligt dus ook de oorsprong van Paulus’ denken. In zijn brief aan Efeze schrijft hij (en let ook op de connecties met geest en gezindheid):

“U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is.” (Efez. 4:21-24).

Die nieuwe mens is wel naar Gods wil geschapen, maar wij moeten die zelf (als een nieuw kledingstuk) aan doen. En wijzelf moeten daartoe eerst onze oude levenswandel opgeven, en die ‘oude mens’ afleggen (uitdoen). En dat moeten we doen met inspanning van al onze vermogens.

Strijdt om in te gaan

Ja, het zijn weinigen die behouden worden. Maar de vraag of het er veel of weinig zouden zijn, was de verkeerde vraag.

De vraag had moeten zijn:

wat moet ik doen om behouden te worden?

En het antwoord daarop was:

“Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen” (NBG’51).

Dat woord strijden heeft niets te maken met oorlog voeren; het beschrijft het deelnemen aan een wedstrijd. Bij wedstrijden is er maar één winnaar: hij die meer heeft gepresteerd dan alle andere deelnemers. Paulus zegt daarover:

“Weet u niet dat van de atleten die in het stadion een wedloop houden ermaar één de prijs kan winnen? Ren als de atleet die wint. Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke.” (1 Kor 9:24-25)

Zijn waarschuwing is niet dat er ook in deze (wed)strijd maar één winnaar zal zijn, maar wel dat alleen zij die hun alleruiterste best doen zo’n erekrans zullen ontvangen. En daar valt helaas nog altijd niets op af te dingen.

R.C.R

+

Voorgaand

Als de tijd ten einde loopt…. 1 Alles wat vroeger is geschreven #1

Als de tijd ten einde loopt…. 1 Alles wat vroeger is geschreven #2

Als de tijd ten einde loopt…. 2 Zonen en bastaards

Als de tijd ten einde loopt 3 Dat zijn toch geen goden #1 Afgoden in het Oude Testament

Als de tijd ten einde loopt … 3 Dat zijn toch geen goden #2 Afgoden in het Nieuwe Testament

Als de tijd ten einde loopt … 3 Dat zijn toch geen goden #3 Afgoden in onze tijd

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 2 Jezus en de Wet

Gods vergeten Woord 23 De andere wang 2 Geen verzet

Gods vergeten Woord 25 Varen op Bijbels Kompas 4 Wet van Jezus

Gods vergeten Woord 25 Varen op Bijbels Kompas 5 Leven naar de Bijbel

Niemand leeft voor zichzelf

Fragiliteit en actie #5 Oproep

++

Aanvullende lectuur

  1. Als de tijd ten einde loopt …… Vragen naar het goede
  2. Elke morgen is een nieuwe uitnodiging voor mooie mogelijkheden
  3. Juiste Medereizigers vinden
  4. Op zoek naar spiritualiteit 8 Eigen spiritualiteit
  5. Een mens die de moeite niet kan opbrengen om kleine dingen te doen
  6. Begin met het weg voeren van kleine stenen om een berg te verwijderen
  7. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
Geplaatst in Christen zijn, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Taal & woordgebruik | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Vermoeid zijn en rust vinden

De meeste van ons weten wat vermoeidheid is. We zijn allemaal wel eens moe. Sommigen zelfs altijd, door ziekte of door een vermoeiend leven. Toch hebben wij allerlei dingen die ons het leven makkelijker maken: een stofzuiger en een wasmachine, een grasmaaier en een elektrische boormachine, een auto of bromfiets (of anders een bus of een trein).

In de oudheid kenden ze maar één manier om zwaar werk te vermijden: het een ander laten doen. Maar daarvoor moest je rijk zijn. Was je dat niet, dan moest je het zelf doen, want er waren geen batterijen en stopcontacten, laat staan motoren.

Zwoegen

Het Grieks van het NT gebruikt voor vermoeidheid het woord kopos, en voor moe worden kopiaō. In het gewone taalgebruik betekent kopos‘ het verrichten van een inspanning die vermoeid maakt’, en vervolgens die vermoeidheid zelf. Het werkwoord kopiaō betekent ‘zwoegen’ of ‘zich afmatten’ en vervolgens: daarvan ‘vermoeid of afgemat worden’. Ook in de Septuaginta, de Griekse vertaling van het OT, vinden wij dit woord.

Eleazar, een van Davids helden, richtte een slachting aan onder de Filistijnen

“tot zijn hand vermoeid werd” (2 Sam. 23:10).

God zegt tegen Israël:

“Zo gaf Ik u een land, waarvoor u niet gezwoegd hebt” (Joz. 24:13).

In Psalm 6:7 zegt David:

“Ik ben afgemat van mijn zuchten”.

Dus niet alleen fysieke arbeid of letterlijk als soldaat vechten, maar ook verdriet en benauwdheid (door tegenstanders aangedaan) kunnen ons afmatten. Wat een vreugde is het dan om te weten dat in het komende Vrederijk het zwoegen niet tevergeefs zal zijn (Jes. 65:23).

Reizen

File:Judea 2 by David Shankbone.jpg

Heuvels in de rots- en grindwoestijn van Judea, gelegen in het zuidelijke gedeelte van Israël en de Westelijke Jordaanoever. Het gebied wordt ook wel El Bariyah genoemd. Het gebied ligt in de regenschaduw van het Judeagebergte waardoor de neerslag zeer gering is. Deze situatie verschilt met de aan de woestijn van Judea verbonden Negev-woestijn waar de geringe neerslag vooral toe te schrijven is aan de lagere breedtelijn waarop die woestijn is gelegen.

Vooral reizen was in het oude Israël een vermoeiende bezigheid. In het gunstigste geval kon je een ezel of een kameel het zware werk laten doen, maar meestal moest je gewoon lopen. De apostel Johannes zegt dat Jezus, bij de bron van Sichar, vermoeid was van zijn tocht (Joh. 4:6).
Wij mogen ervan uitgaan dat Jezus dikwijls grote afstanden te voet aflegde. Vaak was het warm en droog. Het tijdig drinken van water was van levensbelang, want uitdroging lag op de loer. Wie wel eens door de Judese woestijn heeft gereisd (en uiteraard geldt dat voor elke woestijn), weet dat regelmatig water drinken absoluut noodzakelijk is.

De apostelen

Paulus accepteert de moeiten en zware inspanningen van het reizen, en van het daarmee gepaard gaande leven, als een normaal aspect van zijn bestaan:

“Wij doen onszelf in alles kennen als dienaren Gods: in veel dulden, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenschappen, in oproeren, in moeiten (kopos), in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten” (2 Kor. 6:4,5).

Zijn inspannend werken verzekert hem dat hij een ware dienaar is van Christus (zie ook 2 Kor. 11:23,27). Zijn handwerk wordt vermeld in 1 Kor. 15:10:

“Ik heb meer gearbeid (NBV: harder gezwoegd) dan zij allen”.

Om in zijn levensonderhoud te voorzien verrichtten hij en zijn reisgenoten ‘zware handenarbeid’ (1 Kor. 4:12). En hij herinnert zijn medegelovigen hieraan:

“Want gij herinnert u, broeders, onze moeite (kopos) en inspanning. Terwijl wij nacht en dag werkten, om niemand uwer lastig te vallen, hebben wij u het evangelie van God gepredikt (1 Thess. 2:9).

In 1 Kor. 16:16 lezen we:

“Stelt u dan ook onder zulke mensen, en onder ieder, die medewerkt en arbeidt (kopiaō)”.

De NBV geeft die twee werkwoorden weer met slechts één woord:

“die zich samen met hen zoveel moeite geven”.

Maar het Grieks van Paulus zelf is krachtiger:

meewerkend en arbeidend.

In Luk. 5:5 lezen we de woorden van Petrus, woordvoerder van de vissers die discipelen van Jezus waren:

“Meester, de hele nacht hebben wij hard gewerkt.”

Ook hier is het woord kopiao, en het behoeft geen verdere uitleg dat hij het heeft over ingespannen arbeid op een vissersboot.

Geestelijke rust

Maar het woord kreeg ook een figuurlijke betekenis:

“Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven” (Matt. 11:28).

Wie tot Jezus komt, doet dat in de verwachting van zijn geestelijke vermoeidheid te worden bevrijd. Die geestelijke vermoeidheid kan het gevolg zijn van het krampachtig vasthouden aan menselijke tradities, of van niet aflatende pogingen om perfectie te bereiken. Want al doen we nog zo ons best, het lukt ons gewoon niet.

Joden, vroeger en nu, en christenen gaan gebukt onder het besef van hun falen, de angst voor straf en de gewetensnood die daarvan het gevolg is.
Jezus bevrijdt ons daarvan en dat verklaart de wonderlijke rust die hij ons geeft. Door Jezus maakt God ons vrij van zonden en geeft ons rust en vrede. Gods zoon maakt ons vrij van een uitzichtloos leven, van schuld en van de dood. Het geheim is gelegen in het feit dat Jezus’ juk zacht is en zijn last licht. De reden is dat hij onze schuld gedragen heeft en dat hij onze last meedraagt. Hij wekt de gelovigen op zich altijd volledig in te zetten voor het werk van de Heer:

“… in het besef dat door de Heer uw inspanning (kopos, enkel-voud) nooit tevergeefs is” (1 Kor. 15:58).

Ook deze bezigheid is arbeid die vermoeid maakt. Maar nu is het een vermoeidheid die niet tevergeefs is.

“Gelukkig zijn zij die vanaf nu in verbondenheid met de Heer sterven. En de Geest beaamt: Zij mogen uitrusten van hun inspanningen (kopos, meervoud), want hun daden vergezellen hen’” (Openb. 14:13).

MR/RCR.

Geplaatst in Bedenking, Bijbelonderzoek, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Taal & woordgebruik | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Ontmoeting met: De Syro-Fenicische

Kennismaking met bijzondere vrouwen en mannen in de Bijbel

De Syro-Fenicische

Nadat de profeet en meester verteller Jezus vijfduizend mensen had gevoed, volgde er een gesprek over rein en onrein. Vermoeid door al het onbegrip vertrok de grote leermeester naar de omgeving van Tyrus en Sidon (Mark. 7:24), een gebied net over de grens. Hier was een huis waar hij tot rust kon komen, even weg van het land en het volk. Hij wilde niet dat iemand het zou weten. De rust was echter maar van korte duur. Een vrouw, geen Jodin, maar een Syro-Fenicische, kwam zodra zij van hem hoorde naar hem toe. Haar dochter leed aan een ernstige geestelijke ziekte. Nu was degene die haar dochter kon genezen zo dichtbij. Zij liet geen kostbare tijd voorbij gaan. Zij viel voor zijn voeten neer en smeekte om hulp.

‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David. Mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon’ (Mat. 15: 22).

In nederigheid bewees zij de heer de eer die hem toekwam. Zij erkende hem als de Messias van Israël. Haar houding was zo anders dan van veel Israëlieten.

‘Maar hij keurde haar geen woord waardig’ (23).

De discipelen wilden deze onreine heidense vrouw wegsturen. De meester zei toen iets opmerkelijks:

‘Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en de honden te voeren’(26).

Honden zijn voor de Israëlieten een beeld van de heidenen, de ongelovigen. Deze vrouw begreep de woorden direct. Nederig beaamde zij deze woorden en voegde er aan toe:

‘Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baasvallen’ (27).

Door het zelfde woord te gebruiken liet ze zien dat deze ‘honden’ het grote voorrecht hebben om te mogen eten van de ‘kruimels’. Een kruimeltje van het brood des levens is al genoeg.

‘U hebt groot geloof! Wat u verlangt zal gebeuren’ (28).

Zij geloofde deze woorden van de Nazareen en vond bij haar thuiskomst een gezonde dochter. Haar geloof en nederigheid is een groot voorbeeld voor ons allen. Dit teken laat ons ook zien dat het heil voor allen is.

‘Iedereen die het goede doet wacht glorie, eer en vrede, de Joden in de eerste plaats, maar ook de andere volken’ (Rom. 2:10).

N.D

+

Voorgaande

Ontmoeting met: Jefta

Opgaan naar Jeruzalem: Jezus’ laatste reis #1

Geplaatst in Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren, Plaatsen vermeld in de Bijbel | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Overdenking: God berispt wie hij liefheeft, straf elke zoon waar hij van houdt

Koning David is een van de grote mannen uit het Oude Testament. Hij was echt een man naar Gods hart. Wat we bovenal zien is een combinatie van een man van volledig geloof in God, en een man die leeft naar Gods geboden. Daarom zien we dat er niet alleen aan Abraham, de vader van alle gelovigen, maar ook aan David beloften worden gedaan: God verkoos Zijn eigen zoon uit de lijn van David te laten komen. David en Abraham zijn dan ook de twee grote namen die in het eerste vers van het Nieuwe Testament worden genoemd.

*

Als we het leven van David volgen, zien we hem eerst als een jongeman, vol enthousiasme, die met een rotsvast geloof denkt dat hij alles aan kan. Hij is zelfs bereid om, met alleen maar een slinger, Goliath telijf te gaan, omdat hij vast gelooft dat wanneer iemand God tart, God hem zal helpen die persoon te overwinnen.

De Israëlieten waren bang, en zagen op tegen Goliaths lengte. Maar David reageert heel anders:

“Wat denkt die onbesneden Filistijn wel, dat hij de gelederen van de levende God durft te beschimpen!” (1 Sam. 17:26).

En tegen Goliath zelf zegt hij:

“Jij daagt me uit met je zwaard en je lans en je krom-zwaard, maar ik daag jou uit in de naam van de HEER van de hemelsemachten, de God van de gelederen van Israël, die jij hebt beschimpt. Maar vandaag zal de HEER je aan mij uitleveren: ik zal je verslaan en je hoofd afhouwen, en ik zal de lijken van de Filistijnen aan de aasgieren en de hyena’s ten prooi geven, zodat de hele wereld weet dat Israël een God heeft. Dan zal iedereen hier beseffen dat de HEER geen zwaard of lans nodig heeft om te overwinnen, want hij is degene die de uitslag van de strijd bepaalt en hij zal jullie aan ons uitleveren” (1 Sam.17:45-47).

David heft het hoofd van Goliath op, zoals geïllustreerd door Josephine Pollard (1899)

Veel ongelovigen gebruiken dit verhaal als beeld van de kleine man tegen de grote reus, maar wat ons zou moeten opvallen is Davids groot geloof. Het is niet een geloof dat in stilte thuis wordt beleden, maar actie als gevolg van geloof.

In die tijd lijkt het David redelijk voor de wind te gaan. We zien psalmen waarin hij God lof brengt. Hij is zich sterk bewust van Gods aanwezigheid, en hoe God met de zijnen is, en hij vertrouwt daarop. Maar later zien we hoe het hem langzaam tegen gaat zitten. Saul, de koning, wordt jaloers op deze jongeman. Hij ziet in hem de persoon die hij zelf graag had willen zijn, en hij weet dat David de eer krijgt en hem uiteindelijk ook zal opvolgen. Het is zijn eigen schuld dat hij zijn koningschap kwijtraakt, maar hij reageert dat af op David, die vervolgens moet vluchten. We zien dan hoe hij verraden wordt door zijn volksgenoten.

Mensen die hij geen kwaad heeft gedaan gaan naar Saul, om te vertellen waar hij zit. Hij loopt werkelijk heel veel gevaar. Mensen die hem helpen worden ter dood gebracht en hij voelt zich schuldig aan hun dood: als hij daar niet geweest was, zouden ze nog leven. We beginnen dan in zijn psalmen een andere David te zien, iemand die in levensgevaar is,maar die toch steeds door God gered wordt.

Maar het wordt David soms te veel, hij is bijna wanhopig om steeds maar op de vlucht te moeten zijn. Ten einde raad vlucht hij dan naar de aartsvijand van zijn volk, naar de Filistijnen. Op zich is hij daar veilig. Maar dan beramen de Filistijnen een aanval op Israël, en omdat zij hem vertrouwen, wordt hem opgedragen mee te gaan.

Het leest alsof David van harte meegaat, maar hij moet verschrikkelijk getwijfeld hebben wat hij moest doen. Moet hij zijn eigen volk aanvallen? Dat wil hij niet, maar hij kan ook niet weigeren. Ze gaan op weg, en staan dan uiteindelijk tegenover het leger van Israël. En pas dan redt God hem uit die situatie, door sommige Filistijnse aanvoerders te laten zeggen dat zij David niet vertrouwen. Hij is gered, zonder dat hij zijn schuilplaats bij de Filistijnen hoeft op te geven. Je leest in dit verband hoe hij bij zichzelf overlegt dat hij naar deFilistijnen moet om het er levend af te brengen. Dat lijkt heel erg op Abraham toen die naar Gerar ging en daar vertelde dat Sara zijn zuster was. Beiden reisden naar een ander land om in leven te blijven. In beiden zien we mannen van groot geloof, die toch zelf een oplossingzoeken, hoewel ze eigenlijk hadden moeten beseffen dat God hen zou beschermen. Beide hadden een belofte ontvangen, Abraham dat Sara zijn zoon zou baren en David dat hij koning zou zijn. Beloften die vereisten dat ze in het leven zouden blijven. Beide liegen om hun oplossing niet in gevaar te brengen: Abraham zegt dat Sara zijn zuster is, terwijl David zegt dat hij de Israëlieten heeft overvallen en daar buit heeft weggehaald. En beide komen daarmee in de problemen: bij Abraham wordt zijn vrouw bij hem weg gehaald, om de vrouw te worden van Abimelek, David omdat hij nu echt mee op moet trekken om tegen zijn eigen volk te strijden. En in beide gevallen zorgt God voor een oplossing, maar niet voordat ze zelf een tijdje hebben moeten zweten.

Sara is al een hele nacht bij Abimelek, voordat Abraham hoort hoe God heeft ingegrepen. David was al een fors eind Israël ingetrokken, en stond oog in oog met zijn eigen volk, voordat de oplossing komt. In beide gevallen brengt hun eigen oplossing hen in de problemen, maar in geen van beide lees je een negatief oordeel van God. Zij hadden misschien beide volgens henzelf de grens van hun geloof bereikt, het was te zwaar geworden, en dan grijpt God in en helpt hen. Korte tijd later komt het moment dat God Saul laat sterven en David koning wordt. Wat dan opvalt, is hoe David steeds aan God vraagt wat hij moet doen, en hoe God hem steeds antwoord geeft. Hij staat dan tegenover grote legermachten, maar God heeft hem beloofd dat Hij met hem is, en David vertrouwt daar volledig op; hij twijfelt geen moment.
We weten niet op welke wijze David God raadpleegt, of hoe hij antwoord krijgt, maar hij weet dat God achter hem staat. David wordt steeds meer gezegend, en krijgt uiteindelijk aan alle kanten rust. En hetis heel typerend dat het dan verkeerd gaat. Hij is in zijn paleis en zijn bevelhebber trekt er op uit om de resterende oorlogen te voeren. Hij blijft achter, omringd door alle zegeningen, en dan slaat de verleiding toe en draait het uiteindelijk uit op overspel en moord. Zijn grootste zonde begaat hij juist als hij zo gezegend is, dat het lijkt alsof hij niet meer hoeft te vertrouwen op God. Er zijn geen problemen, en dan gaat het mis. Je ziet in zijn psalmen het effect dat dit op hem heeft gehad. Van de man die volledig vertrouwt, maar ook zegt hoe hij altijd rechtvaardig is en God dient, verandert hij in een man die zegt alleen maar de dood te verdienen, en die alleen nog vertrouwt op Gods genade. De resterende hoofdstukken over David beschrijven de gevolgen voor zijn eigen leven. Hij krijgt een leven vol onrust binnen zijn eigen gezin. Een van zijn zoons verkracht zijn dochter; een andere zoon doodt zijn broer; hij zelf moet vluchten voor een zoon die met geweld koning wil worden. Maar uiteindelijk wordt hij ook hierdoor gevormd.

Aan het eind van zijn leven, als hij bijna 40 jaar geregeerd heeft, als alles verzameld is om de tempel te kunnen bouwen, kan hij zeggen:

“Geprezen bent u, HEER, God van onze voorvader Israël, voor altijd en eeuwig. U, HEER, bent groots en machtig, vol luister, roem en majesteit. Alles in de hemel en op aarde behoort u toe, HEER, u bezit het koningschap en de heerschappij. Roem en rijkdom zijn van u afkomstig, u heerst over alles … Wat ben ik, en wat is mijn volk, dat wij in staat zijn gebleken zoveel kostbaarheden af te staan? Alles is van u afkomstig, en wat wij u schenken komt uit uw hand. Net als al onze voorouders zijn wij slechts vreemdelingen die als gasten bij u verblijven, ons bestaan op aarde is als een schaduw, zonder enige zekerheid. HEER, onze God, al deze rijkdom die we bijeengebracht hebben om voor u een tempel te bouwen voor uw heilige naam, komt uit uw hand en aan u dragen wij die op. Ik weet, mijn God,dat u de harten van de mensen beproeft en oprechtheid verlangt. Welnu, uit de oprechtheid van mijn hart heb ik u dit alles geschonken, en ook uw volk, dat hier bijeen is, heb ik zijn bijdrage met vreugde zien schenken. HEER, God van onze voorouders Abraham, Isaak en Israël, koester dit blijk van de gezindheid van uw volk voor altijd en laat hun hart op u gericht zijn” (1 Kron. 29:10-18).

Hij was van het begin af een man van groot geloof. Maar zijn geloof wordt steeds sterker omdat God het hem niet gemakkelijk maakt.
Hoe meer hij moet vertrouwen, hoe meer hij leert dat hij volledig kan vertrouwen. We weten:

“U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan datu boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan” (1 Kor. 10:13).

Bij David zien we dat in de praktijk. Het gaat fout, niet als hij teveel beproefd wordt, maar als hij ‘teveel’ gezegend wordt, als hij God niet dagelijks hoeft te bidden om hem te helpen. Juist dan pleegt hij overspel en moord. Maar ondanks deze fouten blijft hij op God vertrouwen. Hij ziet uit naar de werkelijke verlossing. Misschien hebben wij soms ook het idee:

zou het niet beter zijn als ik geen problemen had, als alles voorspoedig ging.

Maar in de praktijk blijkt dan juist dat we geneigd zijn te reageren alsof we God minder nodig hebben. God zoekt een gewijzigd karakter, mensen die er volledig van overtuigd zijn hoe hard ze Hem nodig hebben, maar tegelijk volledig op Hem vertrouwen voor de beste oplossing.

De schrijver aan de Hebreeën zegt hierover dat God mensen ‘tuchtigt’ (of ‘berispt’ in de NBV), wat in de praktijk wil zeggen: ‘in de problemen brengt’. De schrijver zegt hierover:

“U hebt in uw strijd tegen de zonde uw leven nog niet op het spel gezet. Kennelijk bent u de bemoediging vergeten die tot u als tot kinderen wordt gericht: ‘Mijn zoon, je mag een vermaning van de Heer nooit terzijde schuiven en nooit opgeven als je door hem terecht gewezen wordt, want de Heer berispt wie hij liefheeft, straft elke zoon van wie hij houdt.’ Houd vol, het betreft hier immers een leerschool, God behandelt u als zijn kinderen” (Hebr. 12:4-7).

En Davids leven laat ons zien wat dit in de praktijk betekent.

“Een vermaning lijkt op het moment zelf geen vreugde te brengen, slechts verdriet, maar op den duur plukt wie er door gevormd is er de vruchten van: een leven in vrede en gerechtigheid” (Hebr. 12:11).

M.H.

+

Voorgaande

Overdenking: David: Geloof leren door beproeving

Betreffende Christus # 1 Een god of de God, een mensenzoon en zoon van God

Het begin van Jezus #11 Goddelijk verwezenlijkt en niet geïncarneerd

Jezus Christus De Zoon van Adam, de Zoon van God

++

Aanvullend

  1. Beloften aan Adam, Noah, Abraham e.a.
  2. Fundamenten van het Geloof 5: De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis
  3. Jezus van Nazareth #1 Jezus Geboorte
  4. Christus in Profetie #9 De psalmen (3) Van wie er in de Boekrol geschreven staat
  5. Jezus zoon van David, zoon van Abraham en zoon van God
Geplaatst in Bedenking, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Jezus volgelingen werden via Christus levende offers in hun aanbidding tot God


In Jezus’ tijd was alles wat mensen offerden dood, zoals een geit of een schaap. Maar toen Jezus zichzelf als levend offer gaf voor onze zonden, was het resultaat dat Zijn volgelingen  Christus .
De Bijbel leert dat elke gelovige, toen en nu, zijn leven moet inrichten als antwoord op Zijn liefde.
Aanbid door alles wat je doet en met elke lichaamsdeel. Aanbidding is niet iets wat alleen in de kerk gebeurt. Het gebeurt ook door je werk op kantoor, het werken in de tuin, deelnemen aan het verkeer of zorgen voor je kinderen of kleinkinderen.
Het is aanbidding als ik in een koor zing, het huis schoonmaak, iets aan mijn buren geef, en houd van de mensen om me heen. Alles wat ik doe in antwoord op het eenvoudige, maar belangrijke idee dat God van me houdt, is aanbidding.

Broeders en zusters,
met een beroep op Gods ​barmhartigheid​ vraag ik u
om uzelf als een levend, ​heilig​ en God welgevallig offer in Zijn dienst te stellen,
want dat is de ware eredienst voor u.
Romeinen 12:1
t

Gebed
Lieve Heer, ik houd van U met mijn hele hart.
Ik leef mijn leven als antwoord op Uw liefde.
Ik wil door alles wat ik doe,
met elk deel van mijn lichaam U aanbidden.

Geplaatst in Bedenking, Christen zijn, Gebed, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen