Als de tijd ten einde loopt…. 1 Alles wat vroeger is geschreven #2

In het vorige deel zagen wij dat de Hebreeërs zich meermaals hielden aan een wijze van aanbidden die aangepast was aan wat ze gewend waren in Egypte, wat niet in de smaak van God viel.

De neiging tot gelijk zijn

We lezen ook dat zij verzuimden hun kinderen ervan te doordringen dat hun God niet gelijk was aan de goden van de andere volken, rondom hen. En dat zij de dienst van hun God daarom niet mochten aanpassen aan de gebruiken van die andere volken. Uiteraard hangen deze zaken nauw met elkaar samen. En hier komen we aan de kern van de zaak:

het volk had de strikte opdracht om ‘anders’ te zijn, om de wereld te tonen hoe een volk-van-God functioneerde, wat dat aan rechtvaardigheid ten gevolge zou hebben, en hoe zij daarom gezegend zouden zijn.

Maar in de praktijk functioneerde het andersom. Hun voornaamste prioriteit bestond eruit net zo te worden als die andere volken. Zij wilden assimileren in plaats van de grote uitzondering te zijn, die als voorbeeld moest dienen. Dat moet ons natuurlijk niet verbazen. De mens wil altijd meedoen, erbij horen, als die anderen zijn. En dat brengt ons op ons thema:

omdat deze neiging van de mens universeel is, is dit ook het grote gevaar dat de leden van het volk van het Nieuwe Verbond bedreigt.

Ook wij willen het liefst als de anderen zijn. En ook de christen heeft de neiging zijn zuivere christendom aan te lengen met praktijken van andere denkrichtingen waar hij wel wat in ziet, of die zijn geloofsleven, naar zijn mening, verrijken.

De praktijk van het christendom

Dat begon al in de Romeinse tijd. De zogenaamde kerkvaders hebben de oorspronkelijke boodschap van het evangelie, in de woorden van hun bewonderaars, ‘aangepast en verduidelijkt’, en zo ‘aanvaardbaar’ gemaakt voor een Grieks-denkende wereld. Onder Constantijn de Grote is zo de vorm van de eredienst aangepast aan wat de heidense Romein gewend was. Later zijn bijvoorbeeld Germaanse elementen en feesten eenvoudigweg ‘verchristelijkt’, d.w.z. van christelijke namen en aanduidingen voorzien en vervolgens opgenomen in het christendom. In onze eigen tijd kwamen er nieuwe theologische invalshoeken. Christus zou vooral ‘solidair’ zijn geweest met de armen en verdrukten, dus marxisme was ook een soort christendom. Of het ging om de emancipatie van achtergestelde groepen, dus iedere vorm van sociale hervorming kon worden gezien als een vorm van christendom.

GiveUsBarabbas.png

Barabbas, lid van de sicarii, een militante joodse vrijheidsbeweging die de Romeinse overheersers met geweld uit Judea probeerde te verdrijven, vrijgelaten in plaats van Jezus.

Zelfs bevrijdingsoorlogen zijn gepresenteerd als gebaseerd op christelijke grondslagen, al had Christus nog zo nadrukkelijk anders geleerd (Johannes 18:36 koninkrijk niet van deze wereld).
Maar het volk verkoos ook in Jezus’ eigen dagen al de vrijheidsstrijder Bar-Abbas boven hun Messias, en dat is nog steeds zo.
Is dat ernstig?
Ja, dat is ernstig.
Waarom?

Omdat de Bijbel ons vanaf het allereerste begin duidelijk maakt dat God zelf dat ernstig vindt, dus dan doet onze eigen mening eigenlijk al niet meer zo ter zake. Toch zal ik proberen duidelijk te maken waar de schoen wringt.

Waar ligt het probleem?

Sommigen leggen bijvoorbeeld veel nadruk op de vorm van de eredienst. Zij zijn onder de indruk van de ‘warmte’ van de aankleding van hun kerk, de plechtigheid van hun dienst, de gewaden van hun ambtsdragers, de traditie van de uitgesproken formuleringen, kortom van de totale uitstraling. Maar dan loop je het risico dat je op den duur de verpakking gaat verwarren met de inhoud, dat rituelen en formules (in het Latijn!) een groter belang krijgen dan de gezindheid waarmee je het beleeft. Anderen zoeken het in rigoureuze handhaving van voorschriften, en vervallen dan al snel in een wetticisme dat de Farizeeën van Jezus’ dagen zo kenmerkte:

“Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie geven (zelfs) tienden van (de tuinkruiden), maar veronachtzamen wat zwaarder weegt: recht, barmhartigheid en trouw.” (Matth. 23:23).

Weer anderen trachten, bijv. door onthechting, verdiensten op te bouwen, in de mening zo voldoende ‘bonuspunten’ te verzamelen om hun eventuele fouten te compenseren. En dan ga je het teveel zien als een soort ruilhandel. Met andere woorden, de ideeën die we zelf inbrengen zijn op zichzelf misschien nog niet zo slecht, maar ze beïnvloeden ons denken, bepalen onze prioriteiten en geven zo vorm aan de wijze waarop we ons christen-zijn invullen. En we zouden goed doen ons af te vragen:

als die ideeën werkelijk zoveel zouden kunnen bijdragen aan de kwaliteit van ons christen-zijn, waarom spreekt de Bijbel daar dan niet over? Of verbiedt die het zelfs?

Doen we er dan toch niet beter aan, om aan te nemen dat God Zelf het beter weet dan wij?

Wat we, wellicht met de beste bedoelingen en zonder dat we het ons zo erg bewust zijn, proberen te doen, is onze eigen persoonlijk bijdrage te leveren aan de inhoud van het evangelie van Christus. En we koesteren die bijdrage als onze eigen schat, onze eigen rijkdom. Maar Jakobus zegt:

“U hebt uw schatkamers gevuld, hoewel de tijd ten einde loopt” (Jac. 5:3).

Het is waar dat hij het hier over financiële rijkdom heeft, maar niets hoeft ons te beletten het evenzeer toe te passen op vermeende ‘geestelijke rijkdom’. De tijd loopt ten einde, en het gaat er nu op aan komen hoe wij omgaan met het evangelie dat ons is geschonken.
Bewaren wij dat onvervalst, of lengen wij dat aan met ideeën van de wereld om ons heen?

Nu de tijd ten einde loopt is het des te belangrijker dat wij een voorbeeld zijn voor die wereld en niet die wereld als een voorbeeld nemen voor ons. En dat niet alleen naar die wereld toe, maar ook jegens elkaar.

Laten we

‘elkaar bemoedigen, en dat des te meer naar mate u de dag van zijn komst ziet naderen’ (Hebr. 10:25).

In de komende afleveringen van dit jaar zullen we dan gaan zien wat dat voor ons betekent.

R.C.R

+

Voorgaande: Als de tijd ten einde loopt…. 1 Alles wat vroeger is geschreven #1

Geplaatst in Christen zijn, Christendom, Christenheid, Geschiedenis, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen, Religie, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Als de tijd ten einde loopt…. 1 Alles wat vroeger is geschreven #1

Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen. (Rom. 15:4)

Het Oude Testament staat vol gebeurtenissen en belevenissen van mensen. Soms zijn dat hoogtepunten uit de heilsgeschiedenis, die iedere christen als monumenten voor ogen staan. Maar vaak, heel vaak, zijn dat verhalen van mensen die faalden. Zelfs van mensen waarvan wij zouden vinden dat ze het nog niet zo slecht gedaan hebben, vinden we maar al te dikwijls een kritisch ‘eindoordeel’.

Waarom al die negatieve verhalen?

Volgens de apostel Paulus is het doel van al deze verhalen, zowel de positieve als de negatieve, dat de lezers (in deze tijd zijn wij dat dus!) daar lering uit trekken. Het vertelt ons hoe het zou moeten, en wat onze zegeningen zullen zijn wanneer wij het zo doen, en hoe het in de praktijk maar al te vaak gaat, en wat daar de gevolgen van zijn. De mens leert nu eenmaal het best van fouten. Maar wanneer wij verstandig zijn leren we van de fouten van anderen. En dat brengt ons tot de kern van de zaak:

de mensen uit de tijd van het OT hebben al die fouten niet gemaakt omdat zij zo buitengewoon slecht waren, maar omdat het mensen waren, mensen zoals u en ik.

En dat betekent dat wij op onze beurt onze uiterste best zullen moeten doen om niet in diezelfde fouten te vervallen, want ook wij zijn (helaas) ‘maar’ mensen. Die verhalen staan daar dus om ons daarvoor te waarschuwen, want een gewaarschuwd mens telt, volgens het spreekwoord, nog steeds voor twee. Wanneer wij dan kijken wat er mis ging met de mensen onder het Oude Verbond, zien we dat zij te laks waren in het stipt opvolgen van de voorschriften van de Wet. Zij meenden dat ‘zo ongeveer’ wel goed genoeg was. Zij verzuimden Gods Woord (en de ervaringen van hun verlossing uit de slavernij van Egypte) zorgvuldig door te geven aan hun kinderen. En zij hielden zich onvoldoende zorgvuldig afgescheiden van de volken rondom hen en hun godsdienstige praktijken.

De praktijk van het Oude Testament

De aanbidding van het gouden kalf door Nicolas Poussin

Toen Mozes zich op de berg Sinaï bevond, om daar de Wet te ontvangen, werd het volk ongeduldig toen hij te lang wegbleef. Het draaide erop uit dat Aäron een gouden kalf liet maken en het volk uitriep:

‘Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!’ (Ex. 32:4).

Let op dat zij dat kalf hier niet voorstellen als een andere god, maar als een afbeelding van de God die hen uit Egypte had bevrijd. Wij zouden dat wellicht nog geen echte afgoderij noemen, hooguit een wat ongeoorloofde wijze van aanbidding (het maken van zo’n afbeelding was ze immers verboden). Maar uit het vervolg blijkt dat God ze dit wel degelijk aanrekent als afgoderij. Wat zij hier doen is hun wijze van aanbidden aanpassen aan wat ze gewend waren in Egypte. Dit is dus een kenmerkend geval van het onvoldoende stipt nakomen van hun verplichtingen.

Later, wanneer ze eenmaal in het land wonen blijkt dat ze het verbod om de heidense praktijken over te nemen, toch weer verwaarlozen. De Kanaänieten waren gewend hun goden te aanbidden op speciale offerplaatsen, in sommige vertalingen aangeduid als ‘hoogten’. God had zijn volk daarom geboden:

“Als u (het land) eenmaal in bezit hebt gekregen en er bent gaan wonen … vraag u dan niet af: Hoe hebben die volken hun goden vereerd? Zo willen wij het ook doen! Nee, de HEER, uw God, verbiedt u dat.” (Deut. 12:29-31).

Maar als ze eenmaal in dat land wonen, vinden we als een soort refrein door het boek van Koningen:

“(De koning) deed wat recht was in de ogen des Heren. Alleen verdwenen de hoogten niet; nog steeds slachtte en offerde het volk op de hoogten.” (hier 1 Kon. 22:43, NBG’51).

Het hier aangehaalde vers betreft Josafat, een van de ‘goede’ koningen van Juda. Maar we vinden deze uitspraak bij elke koning van Juda, van Salomo af tot aan Hizkia toe, die de ‘offerhoogten’ tenslotte definitief vernietigde.

De Koningen van het noordelijke rijk (Israël) maakten het nog bonter. Jerobeam, hun eerste koning, had een tweetal gouden kalveren opgesteld in de plaatsen Dan en Betel; en ook in zijn geval lezen we dat hij het probeerde voor te stellen alsof dit geen andere goden waren, maar slechts afbeeldingen van de ware God. Maar het refrein hier is:

“(De koning) brak niet met de zondige praktijken van Jerobeam, de zoon van Nebat, die de Israëlieten tot zonde had aangezet, want de gouden stieren-beelden in Betel en Dan liet hij ongemoeid”. (hier 2 Kon 10:29).

Deze aanhaling betreft de hervormer Jehu, die de ingevoerde Baäldienst uitroeide, maar toch op dit punt wordt bekritiseerd. Van anderen lezen we dingen als:

“Het minst erge was, dat hij wandelde in de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat” (1 Kon. 16:31).

Je kunt niet denken:

‘Zo moet het maar goed zijn, het gaat tenslotte om de bedoeling en niet om de vorm, en ik bedoel het toch goed.’

Niet wij maken uit wat ‘goed genoeg’ is, maar God.

+

Wordt vervolgd

Geplaatst in Bijbel of Heilige Schrift, Geschiedenis, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen, Religie, Woord van God | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Ontmoeting met: Jonathan, de oudste zoon van koning Saul

Kennismaking met bijzondere vrouwen en mannen in de Bijbel: de oudste zoon van koning Saul

Bij Jonathan (God heeft gegeven), de oudste zoon van koning Saul,was geen sprake van jaloezie of eigen belang. In alle opzichten was hij het tegenovergestelde van zijn vader. Beiden bemerkten dat God met David was, en hem had aangewezen om in de plaats van Saul koning te zijn over Israël. Saul verzette zich zoveel hij kon tegen dit plan van God. Hij probeerde David te doden, en zo zijn eigen troon veilig te stellen.

Frederic Leighton, Jonathan’s teken voor David. – Jonathan schiet drie pijlen om David te waarschuwen

Jonathan was nederig en zag in dat Gods keus de juiste was. Zijn verlossingswerk zou via David gaan. Jonathan deed bewust afstand van de troon. Niet omdat hij laf was, want hij bewees een zeer dapper man te zijn, vol vertrouwen op God. Met alleen zijn wapendrager bij zich overviel hij op een dag‘de onoverwinbaar geachte strijdmacht van de Filistijnen’

“Hij (God) kan immers even goed met weinigen voor een overwinningzorgen als met velen” ( 1 Sam. 14:6).

Jonathan was op een zeer bijzondere manier innig bevriend met David. Een liefde gebaseerd op de liefde van God. Hierdoor kwam Jonathan in conflict met zijn vader Saul. Het was voor hem kiezen: òf voor David, òf voor zijn vader. Kiezen voor of tegen de keus van God. Jonathan gaf David zijn mantel en zwaard, en gaf daarmee aan: het koningschap komt jou toe.

“Moge de Heer je bijstaan zoals hij eerst mijn vader Saul bijstond. Beloof me dat je mijn nakomelingen steeds goed gezind zult zijn, zelfs wanneer de Heer al je vijanden één voor één van de aardbodem wegvaagt (1Sam. 20:14-15).

Jonathan bleef zijn vader trouw, want evenals David zag hij hem als de gezalfde van de Heer. Hij sloot zich niet aan bij de troepen van David. Hij stierf met zijn vader in de strijd tegen de Filistijnen. Saul hield vast aan zijn eigen macht en verloor alles, ook de liefde van de Heer. Jonathan gaf zijn koningschap op, en ontving de trouw en liefde van de Heer. Nu wacht hij in het stof op de opstanding. Zo is Jonathan een groot voorbeeld van een diep gelovig man, bereid om uit liefde voor de Heer alles wat dit leven te bieden heeft op te geven.

N.D.

Geplaatst in Geschiedenis, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Overdenking: De verrezen Christus in het leven van Paulus

Kort voor het middaguur, op de weg naar Damascus, had Saulus vanTarsus niet kunnen dromen dat hem drie dagen later zou worden bevolen zijn zonden te laten afwassen.

“Een geboren Hebreeër met de wetsopvatting van een Farizeeër”,

zo beschreef hij zichzelf later (Filippenzen 3:5). Hij was iemand uit de partij van ‘de Reinen’, de Afgezonderden. Zijn hele leven was gebouwd op het fundament van de Wet van Mozes.

“Aan wat er in de wet over gerechtigheid staat, voldeed ik volledig” (vers 6).

Welke andere gerechtigheid kon er zijn?
Kunnen wij in de felheid van zijn christenvervolging wellicht een innerlijk motief zien?
Had hij met zijn scherpzinnig intellect al begrepen, dat als Jezus uit de doden was opgestaan, er gerechtigheid zou zijn buiten de Wet om?

Die Jezus beweerde niet alleen dat hij de Wet vervulde, maar dat hij méér dan de Wet was. De Farizeeërs, die de Wet probeerden te omringen met een omheining van tradities en regels, noemde hij “huichelaars” en “addergebroed”. De hele strekking van zijn leer zou vereisen, dat als hij uit de doden was opgestaan, er wèl een andere weg ten leven bestond. Maar voor de Farizeeër Saulus was dit onmogelijk. Als hypothese was het al volledig onacceptabel. Als denkbeeld ondermijnde het de levensstructuur die hij door “werken der wet” had opgebouwd. Als bewezen feit zou het zijn leven in één klap op zijn kop zetten. Die opstanding van Jezus moest eenvoudig bedrog zijn. Vandaar zijn “tomeloze woede” tegen de volgelingen van “de Weg”, als van iemand wiens innerlijke zekerheid wordt bedreigd. Zo’n houding steunt niet op bewezen feiten, het is een uiting van gebrek aan geloof en toont de symptomen van innerlijke onzekerheid.

Toen hij plotseling door een verblindend licht overrompeld werd, en de stem hoorde:

“Ik ben Jezus, die jij vervolgt” (Handelingen 26:15),

werd hij geconfronteerd met de feiten. Jezus was niet slechts opgestaan en levend, hij was zelfs bekleed met de heerlijkheid van de zoon van God.
Als Saulus de heiligen vervolgde, streed hij dus tegen God zelf. Op slag besefte hij dat hij de ergste zondaar was van allen! En toen Ananias hem blind en vastend aantrof, aanvaardde hij met blijdschap het gebod (en alles wat dat inhield), dat hij drie dagen eerder nog met verachting verworpen zou hebben:

“Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je zijn naam aanroept.” (Handelingen 22:16).

Het eerste gevolg van zijn ontmoeting met de opgestane heer was een totale ommekeer in zijn handel en wandel:

‘wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus’ als verlies gaan beschouwen’ (Filippenzen 3:7).

Hij had gerechtigheid in de Wet gezocht, maar dat leidde alleen maar tot zonde. Hij moest zijn levenshuis opnieuw opbouwen, op eentotaal ander fundament. De winst die hij nu zocht was Christus, en de gerechtigheid was die van God en niet die van de Wet (vers 9). Hij koesterde een nieuwe ambitie: Christus te kennen en de kracht van diens opstanding, de kracht waarvan dat felle licht het symbool was.
Hij wilde

“delen in zijn lijden en aan Hem gelijk worden in zijn dood, in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan.” (verzen 10-11)

Het tweede gevolg van die ontmoeting zien wij in zijn relatie met anderen. God had hem uitgekozen

“om de Rechtvaardige te zien en Hem tehoren spreken”,

om voor alle mensen een getuige te zijn van wat hij gezien en gehoord had (Handelingen 22:14-15). Daarom noemde hij zich ook een apostel:

“Ben ik niet vrij? Ben ik geen apostel? Heb ik niet Jezus, onze Here, gezien?” (1 Korintiërs 9:1, NBG’51).

Niet op grond van een theorie, maar van een feit; niet uit eigen initiatief, maar als gezant met direct gezag; niet met ‘de bediening des doods’ (de Wet), maar als iemand die daaruit was bevrijd. Dit feit vormt ook de basis van zijn leer over ‘de weg ten leven’. Met Christus begraven zijn in de doop, betekent: besneden zijn in ‘de besnijdenis van Chistus’, door het afleggen van ‘het vleselijke lichaam’ (Kolossenzen 2:11).Toch is die begrafenis slechts een begin; uit dat ‘graf’ worden mensen ook weer “mede opgewekt door het geloof aan de kracht van God, die ook hem uit de doden heeft opgewekt” (vers 12). De opgestane Christus is het bewijs dat God onder de mensen werkt. Hij vergeeft zonden op basis van geloof, en Hij verhoogt mensen die de Wet overtraden en leefden in ‘onbesnedenheid naar het vlees’ (vers 13). Vergiffenis en vernieuwing maken deel uit van dat zelfde werk van God, dat met de lichamelijke opwekking van Christus is begonnen en dat door een zelfde opwekking van de gelovigen zal worden voltooid.

“Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God … U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God” (Kolossenzen 3:1-3).

Vroeger dood door de sterfelijkheid van de zondige natuur, maar nu tot leven gewekt in de opgestane Christus. En toch: vroeger levend als natuurlijke mensen, maar daarna gestorven in de doop. Deze schijnbare tegenspraak is opzettelijk – keer op keer gebruikt Paulus deze beeldtaal van leven en dood, van begrafenis en opstanding, van groei en zelfverloochening. Zo diep is hij kennelijk doordrongen van het feit dat hij, van wie hij vast overtuigd was dat hij een lijk was, hem ineen verheerlijkt lichaam is verschenen. Alleen in hem vinden wij de weg tot leven, alleen in hem het antwoord op de dood.

In zijn brieven houdt Paulus zijn lezers voor dat zij geen eigen leven hebben, maar dat hun leven bij Christus in bewaring is, en dat het hun gegeven zal worden bij zijn wederkomst:

“Wanneer Christus, uw leven, verschijnt, zult ook u, samen met Hem, in luister verschijnen” (Kolossenzen 3:4).

Dit vernederd lichaam zal veranderd worden op dezelfde wijze als dat van Christus, wiens heerlijkheid feller schitterde dan de middagzon. Verderop in dit hoofdstuk laat Paulus zien wat dit ‘laten sterven van het vlees’, en het ‘streven naar wat boven is’, betekent in de praktische verhoudingen tussen man en vrouw, ouders en kinderen, meesters en slaven.

Dat de gelovige met Christus is opgestaan, heeft duidelijke consequenties voor hoe hij met zijn lichaam omgaat: Het lichaam is er “voor de Heer” en niet om misbruikt te worden en “de Heer is er voor het lichaam”. De Heer is er voor het lichaam, want God zal het werk dat Hij in ons is begonnen, door Christus voltooien. “God heeft de heer opgewekt, en door zijn macht zal hij ons ook opwekken” (1 Korintiërs 6:13-14). De opwekking van Christus is het bewijs dat de lichamen van gelovigen eveneens opgewekt zullen worden; en lichamen die eens met onsterfelijkheid bekleed zullen worden, bezitten nu al een nieuwe waarde en betekenis, al zijn zij nog sterfelijk. Omgekeerd is “het lichaam er voor de Heer”, want die bestemming waarvoor zij ontworpen zijn, moet nu al effect hebben op hun levenswijze. Zij hebben het ‘Woord’ ontvangen om het in hun harten te koesteren. Dat ‘altijd blijvende woord’ (1 Petrus 1:23) is de kiem van het nieuwe leven:

“weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God?”

En de Christus die God heeft opgewekt, is voor hun zonden gestorven; daarom voegt hij er aan toe:

“weet u niet dat u niet van u zelf bent? U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam” (1 Korintiërs 6:19-20).

Een lichaam dat voor toekomstige heerlijkheid is bestemd, mag nu niet door vleselijke praktijken bezoedeld raken.

Al die zinspelingen op de opgestane Christus in de brieven van Paulus, geven ons een beeld van zijn innerlijke denken. Centraal in zijn gedachten staat dat ene feit uit zijn eigen ervaring, dat feit dat hem fysiek verblind maar geestelijk verlicht had, dat hem van een trotse Farizeeër in een nederige apostel had veranderd: de levende Christus die hij op weg naar Damascus had mogen zien en horen. Dit is het uitgangspunt van al zijn redeneringen, niet alleen over zulke fundamentele principes als leven en dood, verzoening, wet en genade, maar ook over onze dagelijkse wandel voor God, onze ‘vrucht van de Geest’ in onze menselijke relaties. De geest van de apostel was als een zonnestelsel, en het genoemde feit is de zon daarvan. Kijk bijvoorbeeld naar zijn woorden aan de Galaten:

“Ik ben door de Wet voor de Wet gestorven om voor God te leven” (Galaten 2:19).

Tot aan die ontmoeting met de opgestane Christus had de Wet hem als een ‘paedagoog’ begeleid (3:24). Maar op dat moment stierf hij voor de Wet, maar stond op tot een nieuw leven in gemeenschap met God.

“Met Christus ben ik gekruisigd”

betoogt hij, en ergens anders:

“Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen” (Kolossenzen 2:14).

Zijn nieuwe houding tegenover de Wet was echter niet het enige gevolg van deze vereenzelviging met Jezus Christus. Jezus had gezegd:

“Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en Mij volgen” (Mattheüs 16:24).

Paulus doelt hier op, wanneer hij zegt:

“Met Christus ben ik gekruisigd: ik zelf leef (dus) niet meer, maar Christus leeft in mij.” (Galaten 2:20).

‘Ik’, en toch ‘niet ik’, want dat oude ‘Ik’ is dood. Is dat niet in de meest letterlijke zin een zelf-verloochening: Ik ben ‘ik’ niet meer, maar Christus leeft in mij. Hoe dat kan?:

“Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven.”

Deze verloochening wortelde in de kruisiging, maar zonder de opstanding zou die toch zinloos zijn; hoe zou Christus in hem leven als hij niet weer levend was geworden?
Leven uit geloof in een dode zou onmogelijk zijn, laat staan geloven dat hij de Zoon van God was. Paulus wist dat in de opgestane Christus de Wet geen effect meer had; het echte leven was begonnen!

L.G.S./C.T.

Uit de oorspronkelijke Engelse versie vertaald, bewerkt en heruitgegeven, met toestemming van The Christadelphian Magazine & Publishing Association, Birmingham, UK, aan wie alle rechten voorbehouden zijn.

Geplaatst in Bedenking, Christen zijn, Christenheid, Geschiedenis, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Von Gott gelehrt einander zu lieben

Ihr selbst seid von Gott gelehrt, einander zu lieben
(
1. Thes. 4:9)

Jeder, ob jung oder alt, braucht Aufmerksamkeit, Ermunterung und Trost, wenn er entmutigt oder niedergeschlagen ist oder mit Schwierigkeiten kämpft (Spr. 12:25; Kol. 4:11).

An unseren Worten und Taten ist unser aufrichtiges Interesse und unsere echte Liebe denen gegenüber zu erkennen,

„die uns im Glauben verwandt sind“ (Gal. 6:10).

Wie vorausgesagt, wären die „letzten Tage“ des gegenwärtigen Systems der Dinge von Selbstsucht und Gier gekennzeichnet (2. Tim. 3:1, 2).

Als Christen müssen wir uns deshalb sehr anstrengen, unsere Liebe zu Gott, zur biblischen Wahrheit und zueinander zu stärken. Manchmal kann es zwischen Glaubensbrüdern zu kleineren Differenzen kommen. Doch wenn wir sie in Liebe beilegen, wirkt es sich auf alle in der Versammlung gut aus

32 Geht vielmehr freundlich miteinander um, seid von Herzen mitfühlend,+ vergebt einander großzügig, so wie auch Gott euch durch Christus großzügig vergeben hat.+
(Eph. 4:32)

14 Doch außer alldem kleidet euch mit Liebe,+ denn sie ist ein vollkommenes Band der Einheit.+
(Kol. 3:14).

Daher halten wir an unserer innigen Liebe zu Jehova, seinem Wort und unseren Brüdern fest! w17.05 21 Abs. 17, 18

+

Finden Sie diesen Artikel auch in den folgenden Sprachen:

Niederländisch / Nederlands:Elkaar Liefhebben van God geleerd

Afrikaans: Deur God geleer om mekaar lief te hê

Französisch /Français: Enseignés par Dieu à vous aimer les uns les autres

Englisch / English: Taught by God to love one another

Geplaatst in Christen zijn, Deutsche Text | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Enseignés par Dieu à vous aimer les uns les autres

Vous êtes [] enseignés par Dieu à vous aimer les uns les autres
(1 Thess. 4:9).

Qu’ils soient jeunes ou âgés, les frères et sœurs découragés, déprimés ou éprouvés autrement ont besoin de notre attention, de nos encouragements et de notre réconfort (Prov. 12:25 ; Col. 4:11).

Nous démontrons que nous aimons vraiment

« ceux qui nous sont apparentés dans la foi » en leur manifestant un vif intérêt en paroles et en actes
(Gal. 6:10).

La Bible a prédit que « les derniers jours » de ce système de choses méchant seraient marqués par l’égoïsme et l’avidité (2 Tim. 3:1, 2).

Nous devons donc tout faire afin de croître en amour pour Dieu, pour la vérité biblique et les uns pour les autres. Certes, il peut nous arriver d’avoir des désaccords mineurs avec d’autres chrétiens. Mais quelle joie pour tous dans la congrégation quand, par amour et avec amour, nous réglons les différends!

32 Mais devenez bons les uns pour les autres, pleins d’une tendre compassion+, vous pardonnant volontiers les uns aux autres tout comme Dieu aussi, par Christ, vous a pardonné volontiers+.
(Éph. 4:32)

14 Mais en plus de toutes ces choses, revêtez-​vous de l’amour+, car c’est un lien d’union parfait+.
(Col. 3:14).

Continuons donc à aimer intensément Jéhovah, sa Parole et nos frères. w17.05 21 § 17-18.

+

Afrikaans: Deur God geleer om mekaar lief te hê

Néerlandais/ Nederlands: Elkaar Liefhebben van God geleerd

Anglais / English: Taught by God to love one another

+++

Lecture complémentaire

  1. Esta bien no estar bien
  2. Le signe de l’ avènement du Christ et de la fin de l’âge
  3. Comment avoir des relations saines ?
  4. Envie d’aider les autres ? vous ne le regretterez pas ! 
Geplaatst in Articles en Français, Being Christian | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Taught by God to love one another

You . . . are taught by God to love one another.​
1 Thess. 4:9.

Whether young or old, brothers and sisters who are discouraged or depressed or who face other trials need our attention, encouragement, and comfort. (Prov. 12:25; Col. 4:11)

We give proof that we truly love our brothers when we show by words and deeds that we have deep concern for

“those related to us in the faith.” (Gal. 6:10)

The Bible foretold that “the last days” of this wicked system of things would be marked by a spirit of selfishness and greed. (2 Tim. 3:1, 2)

As Christians, we must therefore work hard to grow in our love for God, for Bible truth, and for one another. True, we may at times have minor disagreements with fellow believers. However, what a blessing it is for all in the congregation when love motivates us to settle any differences in a loving manner!

32 But become kind to one another, tenderly compassionate,+ freely forgiving one another just as God also by Christ freely forgave you.+
(Eph. 4:32)

14 But besides all these things, clothe yourselves with love,+ for it is a perfect bond of union.+
(Col. 3:14)

Therefore, may we continue to have intense love for Jehovah, his Word, and our brothers. w17.05 21 ¶17-18

+

Afrikaans: Deur God geleer om mekaar lief te hê

Dutch / Nederlands: Elkaar Liefhebben van God geleerd

French / Français: Enseignés par Dieu à vous aimer les uns les autres

German / Deutsch: Von Gott gelehrt einander zu lieben

++

Additional reading

  1. Words to push and pull
  2. Attitude to others important for reaching them
  3. How we think shows through in how we act
  4. Always set a place in your life for the unexpected guest
  5. Duty of encouragement
  6. Encouraging one another
  7. Companionship
  8. For those Christians who say they are the Victim
  9. Christians remaining hidden not sharing the gospel
  10. Today’s thought “When in need of encouragement” (May 18)
  11. When a person looks for or has the need to Choose the Right Church
  12. As a small church needing encouragement
  13. If we endure …
  14. I have hope
  15. Never too late to start going to the right end
  16. The meaning of life – Finding purpose
  17. What We Want or Need?
  18. Selfishness opposite selflessness
  19. Responsible for what we are
  20. Be holy
  21. The Greatest of These is Love
  22. Love the single most powerful and necessary component in life
  23. Love envieth not

+++

Further related

  1. Holy, Holy, Holy Is The Lord
  2. Word For The Day…
  3. Just Because
  4. Where’s the Power? Word’s Aren’t Enough…
  5. Responding Differently
  6. Walking the Paths of Light and Dark
  7. Holiday Acrimony: ‘Tis The Season
  8. The Gift of Presence
  9. “are you lonely too?” let us talk of loneliness
  10. I love … me
  11. Selfishness
  12. Are We Selfish?
  13. Morally Immoral and Selfishly Selfless
  14. How to Be Less Selfish
  15. The Answer to Selfishness isn’t Selflessness But Love
  16. Better Together!
  17. Verse of the day 25.7.2019
  18. Bear one another’s burdens, and so fulfill the law of Christ
  19. Scripture at Sunrise 6.11.2018 “A new commandment I give to you, that you love one another: just as I have loved you, you also are to love one another.
  20. Be Positive, Speak Life
  21. Get out your feelings!
  22. God’s Way or the Highway- Proverbs 16
  23. Devotional 1/31 And now these three remain: faith, hope and love. But the greatest of these is love. 1 Corinthians 13: 13
  24. Brotherly Love
  25. On Brotherly Love, Part 1
  26. Picture books about brotherly love – part 3
  27. Brotherly Love Let brotherly love continue. (Heb 13:1)
  28. Overbearing Brotherly Love
  29. When Compassion Becomes A Verb
  30. Encouragement Wednesday~ 07/24/19
  31. General Epistles
  32. Your Attitude Should Be…
  33. Philadelphia: A Kingdom Call to Brotherly Love
  34. Serving Beyond the Law
  35. He Who Hates His Brother Lives in Fear
  36. Giving Preference To One Another
  37. Honor one another above yourselves
  38. Fool’s Choice
  39. “Let Brotherly Love Continue” #1740
  40. Brothers who hurt us
  41. Pay Back or Pay Forward?
  42. It’s the Gospel, ….
  43. Solve conflicts one to one
  44. As Far As It Depends On You
  45. Awaken the Christ in Each Other
  46. Made One in Christ: Scripture Writing Plan June 2019
Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Deur God geleer om mekaar lief te hê

Julle word . . . deur God geleer om mekaar lief te hê.
— 
1 Tess. 4:9.

Broers en susters wat mismoedig of depressief is, of wat ander probleme het, het ons aandag, aanmoediging en vertroosting nodig (Spr. 12:25; Kol. 4:11).

Ons wys dat ons ons broers werklik liefhet as ons

“dié wat in die geloof aan ons verwant is”

in woord en daad help (Gal. 6:10). Die Bybel het voorspel dat mense “in die laaste dae” selfsugtig en gierig sal wees (2 Tim. 3:1, 2). As Christene moet ons hard werk om ons liefde vir God, vir Bybelwaarheid en vir ons broers en susters te versterk.

Ons sal ons broers en susters soms misverstaan, maar omdat ons lief is vir mekaar, sal ons sulke misverstande op ’n liefdevolle manier oplos!

32 Maar word goedhartig+ teenoor mekaar, vol tere medelye,+ en vergewe mekaar vryelik net soos God julle ook deur Christus vryelik vergewe het.+
(Ef. 4:32)

14 Maar beklee julle, benewens al hierdie dinge, met liefde,+ want dit is ’n volmaakte band+ van eenheid.
(Kol. 3:14).

Laat ons dus aanhou om Jehovah, sy Woord en ons broers intens lief te hê. w17.05 21 ¶17-18

+

Soek ook hierdie teks in die volgende tale:

Nederlands: Elkaar Liefhebben van God geleerd

Deutsch: Von Gott gelehrt einander zu lieben

Frans: Enseignés par Dieu à vous aimer les uns les autres

Engels: Taught by God to love one another

+++

Verdere verwante leeswerk

  1. Die goeie en slegte
Geplaatst in Afrikaanse artikels, Bedenking, Broeders, Christen zijn | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Elkaar Liefhebben van God geleerd

Jullie hebben van God geleerd elkaar lief te hebben.
— 
1 Thess. 4:9.

Je kunt aandacht, aanmoediging en troost geven aan broeders en zusters — jong of oud — die ontmoedigd of depressief zijn, of die met andere moeilijkheden te maken hebben (Spr. 12:25; Kol. 4:11).

Laat in woord en daad zien dat je echt houdt van

‘hen die aan ons verwant zijn in het geloof’ (Gal. 6:10).

De Bijbel heeft voorspeld dat egoïsme en hebzucht kenmerkend zouden zijn voor ‘de laatste dagen’ (2 Tim. 3:1, 2). Daarom moeten we als christenen ons best doen om te groeien in liefde voor God, voor Bijbelse waarheden en voor elkaar. Natuurlijk kun je af en toe kleine meningsverschillen met een broeder of zuster hebben. Wat is het dan een zegen voor de gemeente als liefde je motiveert om meningsverschillen op een liefdevolle manier op te lossen!

32 Wees juist vriendelijk voor elkaar, heb intens medegevoel+ en vergeef elkaar van harte, net zoals God jullie door Christus van harte vergeven heeft.+
(Ef. 4:32)

14 En bekleed je bij dat alles met liefde,+ want liefde is een volmaakte band van eenheid.+
(Kol. 3:14)

Heb daarom intense liefde voor Jehovah, voor zijn Woord en voor je broeders en zusters. w17.05 21 ¶17, 18

+

Vindt dit artikel ook terug in volgende talen:

Afrikaans: Deur God geleer om mekaar lief te hê

Duits / Deutsch: Von Gott gelehrt einander zu lieben

Frans /Français: Enseignés par Dieu à vous aimer les uns les autres

Engels / English: Taught by God to love one another

+

Voorgaande

Gods vergeten Woord 15 Schepping 7 Vreze des Heren

Gods vergeten Woord 25 Varen op Bijbels Kompas 5 Leven naar de Bijbel

De Taal van de Bijbel, producten van hun tijd – liefde en geloven

Niemand leeft voor zichzelf

Materialisme, “would be” leven en aspiraties #8

++

Aanverwante lectuur

  1. Schepper en Blogger God 12 Het Oude en Nieuwe Blog 2 Blog voor elke dag
  2. Juiste Medereizigers vinden
  3. Geestelijke energie noodzakelijk voor de mens
  4. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #4 Vergankelijkheid #2 Zuiverheid
  5. Zoek uw Toevlucht bij God
  6. God liefhebben en Bekommeren om je medemensen
  7. Kinderen van God – aangehaald in de Geschriften
  8. Onze houding naar anderen belangrijk om te overtuigen
  9. Delen van God’s Rijkdom en Wijsheid
  10. Getroost worden door de Allerhoogste en zijn familie
  11. Je leven de som van al je keuzes
  12. Liefde geneest mensen
  13. Verschil in woordbetekenis doorheen de tijd 2 Liefhebben en Geloven
  14. Egoïsme tegenover onzelfzuchtigheid
  15. Verzoening en Broederschap 2 Uit de eigen cocon stappen
  16. Hoe staat het met de mens zijn geweten
  17. Liefde meest krachtige en noodzakelijke component in het leven
  18. Voorzie steeds een plek in je leven voor de onverwachte gast
  19. Slag om waardigheid in zuivere natuur
  20. Hoe omgaan met huidige moeilijkheden
  21. Christenen die het juiste hart hebben om anderen te roepen om naar God te komen
  22. Evangelisatie en open karakter
Geplaatst in Bedenking, Broeders, Christen zijn, Christendom, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

Niemand leeft voor zichzelf

De schrijvers van de boeken van het Nieuwe Testament, tonen telkens hoe Christus niet zichzelf heeft behaagd, door een hoge plaats met eer en macht onder de mensen te zoeken, maar

“Zichzelf ontledigd heeft en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen”;

ja zelfs heeft

“Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja tot de kruisdood” (Fil.2:7 en 8).

Hij heeft dus niet voor zichzelf geleefd, maar voor zijn God en Vader, Die hem met een bepaald doel in de wereld had gezonden, namelijk om de wereld te behouden (Joh. 3:16 en 17).

“16 Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. 17 God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered.” (Joh 3:16-17 WV78)

Zijn levensdevies was:

“Hier ben ik, om Uw wil, o God, te doen” (Hebr.10:7).

En zoals God de wereld liefhad, zo heeft Zijn eniggeboren zoon de wereld liefgehad en zich voor haar overgegeven. In Romeinen 5 kunnen we zien dat Christus voor ons deed wat andere mensen niet konden doen:

“God bewijst Zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is (Rom. 5:8).

In de bovenzaal, op de avond voor zijn marteldood, benadrukte Jezus dat zijn volgelingen elkaar moesten liefhebben:

“Gelijk de Vader Mij heeft liefgehad,heb ook ik U liefgehad, blijft in Mijn liefde … Dit is Mijn gebod, dat u elkaar liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad. Niemand heeft groter liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden” (Joh. 15:9-17).

Later in zijn gebed liet hij zien dat hij verlangde naar een sterke eenheid in geloof en liefde tussen God en hemzelf enerzijds en hemzelf en zijn discipelen anderzijds. Maar die laatste eenheid vraagt ook om onderlinge eenheid tussen de leden van zijn gemeente. In hoofdstuk 6 van de brief aan de Romeinen vervolgde Paulus, na zijn woorden over het sterven van Christus voor zondaren, dat wij mensen met hem moeten sterven, om een nieuw en ander leven te kunnen leiden dan dat van de mensen in de wereld.

Wie zich laat onderdompelen in het bad van wedergeboorte is

“met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit van de Vader, zo ook wij in nieuwheid van leven zouden wandelen” (Rom. 6:4).

Dit nieuwe leven wordt gekenmerkt door liefde voor God en de naaste. Een liefde waarvan Paulus schreef dat zij niet alleen ongeveinsd moest zijn, maar ook zichzelf niet zoekt (1 Kor. 13:4-7). Wie die liefde heeft, verlangt ernaar God te behagen en het goede te zoeken voor zijn of haar naaste, in het bijzonder broeders en zusters in het geloof, tot opbouw van de gemeente.

“Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was”,

vermaande hij (Fil. 2:5). Jezus wist dat hij het eigendom was van zijn Vader in de hemel, en dat Hij hem verwekt had om een verloren mensheid te verlossen uit zonde en dood. Hij wilde de Knecht zijn, waarvan God door Jesaja had gesproken. In die nederigheid en zelfverloochening was Hij bereid te sterven voor anderen. Maar van de mensen voor wie hij gestorven is, wordt ook verwacht dat zij bereid zijn te sterven. Niet altijd letterlijk, maar wel op symbolische wijze, om daarmee aan te geven dat zij dood zijn voor de begeerten van het vlees, zodat zij niet meer leven voor zichzelf, maar voor God. Paulus schreef aan de Galaten:

“Wie Christus Jezus toebehoren hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd” (5:24)

en:

“Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is: niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven” (2:20)

en in 2 Kor. 5:14 en 15:

“De liefde van Christus dringt ons, daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat één voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven,maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt”.

In dat leven moeten wij steeds meer gelijkvormig worden aan Christus, zodat wij niet voor onszelf leven, maar ook bereid zijn ons voor anderen te geven, zodat zij het heil zullen mogen zien dat God beloofd heeft aan wie Hem liefhebben. Paulus schreef aan de Galaten verder onder andere:

“… dient elkaar door de liefde” (5:13 en 14);

Laten wij niet moe worden goed te doen … voor allen, maar inzonderheid voor onze geloofsgenoten” (6:9 en 10);

“helpt terecht in een geest van zachtmoedigheid … verdraagt de moeilijkheden van elkaar; zo zult u de wet van Christus vervullen” (6:1 en 2).

In de eerste brief aan de Korinthiërs, waar hij schreef over liefde die zich zelf niet zoekt, zei hij op andere wijze:

“Niemand zoeke het zijne, maar wat van de ander is… zoals ook ik (Paulus) allen in alles ter wille ben, niet om mijn eigen belang te zoeken, maar dat van zeer velen, opdat zij behouden worden” (1 Kor. 10:24-33).

Dat is het doel dat God had met de verwekking van Zijn Zoon; dat is wat Christus zocht in zijn leven; dat is wat de apostelen dreef, en dat is wat ook van ons wordt gevraagd: het belang van anderen zoeken, zodat zij behouden worden. Dan wordt werkelijkheid wat Paulus schreef:

“Want niemand onzer leeft voor zichzelf, en niemand sterft voor zichzelf; want als wij leven, het is voor de Here, en als wij sterven, het is voor de Here.Hetzij wij dan leven, hetzij wij sterven,wij zijn des Heren” (Rom. 14:7-8)

en

“Ieder onzer trachte zijn naaste te behagen, ten goede, tot opbouwing, want ook Christus heeft Zichzelf niet behaagd…” (15:2 en 3).

Wie dat kunnen, brengen de vruchten van de Geest voort in hun leven met Christus:

“liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing” (Gal. 5:22).

De eigenschappen van Christus’ leven worden dan zichtbaar in ons. Dan zijn wij niet onderling verdeeld, maar gericht op dat ene heil, dat ons allen is beloofd, en elkaars noden en behoeften daarbij, in een ernstig pogen dat heil te ontvangen. Paulus schreef over zijn bede voor zijn lezers:

“De God nu van de volharding en de vertroosting geve u eensgezind van hetzelfde gevoelen te zijn naar (het voorbeeld van) Christus Jezus, opdat u eendrachtig uit één mond de God en Vader van onze Here Jezus Christus mag verheerlijken”. (Rom. 15:5 en 6)

J.D

+

Voorgaande

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 2 Jezus en de Wet

Gods vergeten Woord 19 Geopenbaarde Woord 4 Het ware licht

De Verlosser 3 Zijn menselijke kant

Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God

Het begin van Jezus #10 Een Heraut kondigt aan

Hij zag hem liggen

Zichzelf redden kon hij niet

Verlossing #9 De enige weg

Zelfverloochening en witwassen door doop

Overdenking: Gemeenschap met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus

De Ekklesia #7 De vrijwillige toetreding

De Ekklesia #8 Doop als wedergeboorte

De Ekklesia #10 Addendum 1: een moderne theocratie?

De nacht is ver gevorderd 24 Studie 4 Zorg voor de naaste

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #4 Volgelingen van Jezus

++

Aanverwante lectuur

  1. Fundamenten van het Geloof 5: De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis
  2. Jy moet jou naaste liefhê soos jouself
  3. Slag om waardigheid in zuivere natuur
  4. Christus in Profetie #2 De Knecht in Jesaja (2) Behoefte aan Verlossing
  5. Christus in Profetie #4 De Knecht in Jesaja (4) Heilbezorger, Knecht en Messias
  6. Christus in Profetie #6 De Knecht in Jesaja (6) Gezalfde voorzegd
  7. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #10 Gebed #8 Voorwaarde
  8. Filippenzen 1 – 2
  9. Wat is wedergeboorte
  10. Wanneer men geloof gevonden heeft door de studie van de Bijbel moet men werken van geloof verwezenlijken
  11. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  12. Kinderen van God – aangehaald in de Geschriften
  13. Onze houding naar anderen belangrijk om te overtuigen
  14. Obama benadrukt ‘wet’ dat religies samenbindt
  15. Wrok verwerpen

+++

Verder te raadplegen lectuur

  1. Love! #BJbibleproject 3: Ahavah
  2. Joshua 1:10-18 My eenheid met die Here beteken eenheid met sy volk
  3. Die oproep tot kerklike eenheid
  4. 1 Korinthiërs: 1 Kor.1:10-17 Ware eenheid in Christus teenoor skeuringe
  5. Kerk sonder grense.  Kerk sonder kern?
Geplaatst in Christen zijn, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Kerkopbouw, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties