De Ekklesia – De uitgeroepenen

Het verbondsvolk van God is altijd een minderheid geweest in een grotere wereld waarin het trouw moet blijven aan zijn roeping. Onder het Oude Verbond vormde het een staatkundige eenheid. Onder het Nieuwe Verbond bestaat het uit individuele gemeenschappen van vrijwillig toegetredenen, die verspreid zijn over de naties. Na de wederkomst van de Verlosser zal er een wereldwijd Koninkrijk ontstaan, onder zijn koningschap.

  • Rudolf Rijkeboer

Heinrich Hofmann. Gegenwart des Herrn. Gedenke Mein – Bild 14. Original drawing in pencil. Matthew 18:20.

**

De volgelingen van de Joodse Nazareen Jeshua (Jesus of Jezus Christus) die zich houden aan zijn leer en ter erkenning van zijn naam zich verenigen onder de naam Broeders in Christus of Christadelphians, vormen in een gemeenschap van broederlijke liefde een ekklesia of ecclesia.

De ecclesia vormt de gemeente of gemeenschap van gelijkgezinde Broeders en Zusters in Christus. In die gemeenschap van jong en oud wordt er aandacht geschonken aan gemeenschapszin en verbondenheid met Christus Jezus door het Woord van God onder de leiding of toetssteen Jezus Christus. Hij is de spil van de gemeenschap, het hoofd en hoeksteen van de vergadering van gelovigen, die deel uit maakt van het Lichaam van Christus.

Nederlands: Foto. Europeanen, onder wie de hee...

Samen komenden – Foto. Europeanen, onder wie de heer M.C. Westerman en zijn vrouw Kitty, bijeen in de tuin, Nederlands-Indië (Photo credit: Wikipedia)

“Ekklesia” is het Griekse en Nederlandse woord dat staat voor wat vroeger een volksvergadering werd genoemd; de ‘kaleo’ of ‘samen geroepenen.’ en ‘ek’  betekenend ‘van’ welk werd gebruikt om te verwijzen naar een groep van samen geroepenen. De volgelingen van Jezus wensten, zoals Jezus met zijn Joodse broeders samen kwam in de synagoge, ook samen te komen om met elkaar van gedachten te wisselen en Gods Woord te bestuderen, en werden opgeroepen om op plaatsen en in huizen samen te komen om als ‘opgeroepenen’ in gemeenschap een bepaalde tijd door te brengen.

‘Ecclesia’ = volksvergadering, samenroeping, ‘uit-geroepenen’. Ecclesia betekent letterlijk weg-roeping of bijeen-roeping. Aldus moet onder “Ecclesia” de groep van mensen verstaan worden die als het ware door God zijn uitgeroepen, weggeroepen en bijeen zijn geroepen.

Als wij naar de geschriften kijken van onze eigentijdse tijdrekening zien wij dat zoals in de Messiaanse geschriften of het Nieuwe Testament ecclesia meestal gebruikt wordt voor de uit de inwoners van de wereld bijeengeroepen burgers van het koninkrijk Gods.

Zij die Jezus aanvaard hebben als hun Verlosser voelen zich onder zijn leiderschap geroepen om samen te komen in een vergadering. Die oproep van Jezus om te vergaderen is algemeen, uitgaande naar alle volkeren. Aldus zijn wij geroepen en vergaderd uit de volken. Wij zijn nu het volk van God, de vergadering van de Heer. ‘Ecclesia’ kan het volgens sommigen beste vertaald worden door ‘vergadering’ terwijl anderen er de voorkeur aan geven het te vertalen als ‘gemeente’.

In wezen komt het er op aan dat de ecclesia wordt gevormd door gelijkvoelende geesten. Mensen die in eenheid van geest graag samen komen en naar de buitenwereld aantonen dat zij verbonden zijn met elkaar, en dit in het bijzonder door één en hetzelfde geloof in Jezus Christus.

Men kan ook de ecclesia als een ‘kerk‘ beschouwen.
Het woord ‘kerk’ komt volgens de meeste geleerden van de term ‘ecclesia kuriake” = vergadering van de Heer. Het woord ‘Kurios’ betekent Heer. Een heer is iemand die wettig gezag over anderen heeft. Zodoende zijn er mensen die de voorkeur geven aan het woordje ‘Kerk’ dat zij dan gebruiken om die gelovigen als groep  maar ook hun bijeenkomstplaats te nomen. De groep gelovigen is dan de ‘kerkelijke gemeente’ waarnaast het gebouw waarin ze hun erediensten houden het ‘kerkgebouw’ is.

Français : Détail de la mosaique ecclesia mate...

Français : Détail de la mosaique ecclesia mater de Tabarka au Bardo (Photo credit: Wikipedia)

Als wij het over de ecclesia hebben, hebben wij het meestal over de gemeenschap van gelovigen. Wanneer wij het over de vergaderplaats van de ecclesia hebben spreken wij over de ecclesia hal of vergaderplaats, koninkrijkszaal of noemen meestal de naam van de plaats of makkelijkheidshalve voor anders gelovigen spreken wij ook wel eens over de ‘kerk’.

  • Marcus Ampe

+

Voorgaande:

Boek der boeken en groot meesterwerk

Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren

Dienende geesten 1 Afgezanten van onzichtbare God

Schapen en bokken 4 Addendum 2: Eeuwig branden in de hel

++

Aanvullend

  1. De Bijbel als Gids
  2. Jehovah steile rots en vesting, bron van inzicht
  3. Eerste Eeuw van het Christendom
  4. Positie en macht Geschiedenis van het Christendom 1. De vroege dagen van het Christendom
  5. Zoek uw Toevlucht bij God
  6. Omtrent bijeenkomen en vergaderen
  7. Opbouw van een ecclesia
  8. Opbouw van een ecclesia en verbonden kosten
  9. Filippenzen 1 – 2
  10. Een gemeente van volkeren
  11. Structuur -structuren
  12. Vergadering – Meeting
  13. Meeting – Vergadering
  14. Verzoening en Broederschap 1 Getrouwheid en vergoeding
  15. Verzoening en Broederschap 2 Uit de eigen cocon stappen
  16. Verzoening en Broederschap 7 Eén zijn
  17. Verzoening en Broederschap 8 Samenkomende deelgenoten
  18. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #6 Gebed #4 Atttude
  19. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #17 Soorten van gebed
  20. Gezelschap in de kerkgemeenschap
  21. De voordelen van een kleine gemeenschap of een huiskerk
  22. Wat levert het mij op?
  23. Minimaliseren van Gods Kracht de Heilige Geest
  24. Het scheuren van het voorhangsel
  25. Ademen om les te geven
  26. Op weg naar 2014-2015
  27. Begin Academisch Jaar

+++

Verder aanverwante lectuur

  1. Verbondenheid 
  2. Conflict en theologie
  3. Ontstaan en evolutie van het quakerisme
  4. Verandering in de traditionele kerk
  5. Kerken
  6. Die Kerk (7) – Kerk in universele sin
  7. Die Kerk (8) – Verband tussen Ecclêsia Universalis en Particularis
  8. Die Kerk (13) – Die Kerk en die Kerke
  9. Die Kerk (14) – Die Kerk en sy ekumeniese roeping volgens die Nuwe Testament
  10. Populistische politiek van de ChristenUnie
  11. Christen-populisme helpt niet. Christelijke spelregels voor geloofwaardig optreden
  12. Religekkies: de eeuwige identiteitscrisis
  13. Aan Jou – die leser – Genade en VredeThe House That God Built
  14. Ekklesia
  15. Ekklesia Rediscovering God’s Instrument for Global Transformation by Ed Silvoso discusses the importance of the church, the church’s true design, and how the church can transform the worldWhat does ekklesia mean?
  16. The Ekklesia by Dutch Sheets (Audio)
  17. ¿Qué es la iglesia?
  18. Ecclesia Chronicles 106: What is the meaning of the term “Ecclesia”?
  19. Ecclesia Chronicles 107: The Ecclesia of Christ
  20. Phillip Medhurst presents drawings of Christ by Heinrich Hofmann colourised 17 where two or three are gathered together
  21. The Paul of 1 Corinthians
  22. Let’s Stop Playing Church!
  23. Is There Only One Church? — Stephen Scaggs
  24. Christian Nationalism
  25. My Local Church and Me
  26. That They May All Be One
  27. “If God is everywhere, what do I go to Church for?”

+++

Geplaatst in Christadelphian, Geschiedenis, Religie, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Schapen en bokken 4 Addendum 2: Eeuwig branden in de hel

Addendum 2: eeuwig branden in de hel?

Lezers die de gelijkenissen, die wij geciteerd hebben, hebben opgezocht zullen hebben bemerkt dat in veel gevallen het ‘ondeugdelijke’ wordt verbrand. In Matt. 13 gebeurt dat met het onkruid uit de akker en in de toepassing van het ondeugdelijke uit het sleepnet; in Matt. 25 wordt dat aangekondigd aan de verworpenen (vs. 41). In dat laatste geval wordt zelfs gesproken van ‘eeuwig’ vuur. Dat heeft sommigen ertoe gebracht te geloven in een eeuwige pijniging met vuur van ongehoorzame zielen.

File:Hortus Deliciarum - Hell.jpg

De Hel – Herrad of Landsberg (1125–1195)

Het eerder genoemde vagevuur is alleen maar een in de tijd begrensde versie hiervan. Die gedachte van een eeuwige pijniging in vuur komt mede voort uit de idee dat de ziel onsterfelijk is en, ook voor God, onvernietigbaar. Daar hebben we al over gesproken in het vorige hoofdstuk. In de Bijbel is vuur altijd een symbool van ofwel loutering, zoals goud door vuur gelouterd (veredeld) wordt, ofwel van totale vernietiging (de ‘tweede dood’). Als loutering wordt het beeld gebruikt voor wat ons mogelijk overkomt in dit leven, tijdens onze ‘training’. In de aangehaalde gelijkenissen kan vuur echter alleen maar slaan op totale vernietiging. In het gebruikte beeld is het vuur wel eeuwig, maar wat erin geworpen wordt verbrandt, juist omdat het vuur niet uitgaat, tot de laatste snipper.

File:Gabelbach St. Martin 389.JPG

Vagevuur – Fresko der Langhauskuppel von Alois Mack, Stuckdekor von Johann und Ignaz Finsterwalder, von 1738 (überarbeitet); Darstellung: Maria mit Jesuskind auf dem Schoß, das einen Gürtel in der Hand hält; Engel, die Gürtel halten; unten: Fegefeuer; umrahmt von Inschriften in Stuckkartuschen (Bruderschaftsbild der 1692 gegründeten Gürtelbrüderschaft Maria Trost)

Ter illustratie geven we hier de oorsprong van deze idee. In Jes. 34 wordt gesproken over een grote slag die wordt uitgevochten in de omgeving van het land Israël. Om redenen die ons nu te ver zouden voeren moeten we aannemen dat het hier gaat om een laatste aanval op het Joodse volk (zie hoofdstuk 15), en mogelijk zelfs tegen de teruggekeerde Messias Zelf, ten tijde van Christus’ terugkomst. De aanvallende legers zullen worden vernietigd en hun lijken zullen worden begraven in een dal in wat vroeger het land van Edom was. In Jes. 2 wordt gezegd dat in het Koninkrijk de volken der wereld regelmatig zullen opgaan naar Jeruzalem, de nieuwe hoofdstad der wereld. In Jes. 66 wordt vermeld dat diegenen die opgaan naar Jeruzalem

“zullen uitgaan en de lijken aanschouwen der mannen, die van Mij [God] afvallig geworden zijn” (vs. 24).

Dat wil kennelijk zeggen dat zij zullen uitgaan en de begraafplaatsen aanschouwen van de vernietigde legers in het land van Edom, niet ver van Jeruzalem. In Jes. 34 wordt van Edom gezegd dat het voor eeuwig woest zal liggen en dat het voor eeuwig een land zal zijn van brandend pek

“dat dag noch nacht uitgaat; voor altijd stijgt zijn rook op” (vsn. 9-10).

In overeenstemming daarmee wordt in Jes. 66 gezegd van de ‘afvallig geworden mannen’:

“want hun worm zal niet sterven, en hun vuur niet uitdoven, en zij zullen voor al wat leeft een afgrijzen wezen” (vs. 24).

De bedoeling is kennelijk dat er zoveel lijken liggen dat de wormen er voor jaren genoeg aan hebben en dat de brand, zoals gezegd in Jes. 34, eeuwig is. Jezus citeert deze woorden in Marc. 9. Hij zegt daar dat we alles moeten wegdoen wat ons tot zonde zou kunnen verleiden, omdat het beter is lichamelijk gehandicapt in te gaan in het koninkrijk dan met een heel lichaam in de hel te worden geworpen

“waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust” (Marc. 9:48).

Hij spreekt hier niet van onsterfelijke zielen (hooguit van onsterfelijke wormen, voor wie de passage al te letterlijk neemt), maar verwijst duidelijk naar de achtergrond van Jesaja. Er zijn maar twee categorieën: zij die in opstand gekomen zijn tegen God en zijn Gezalfde, en zij die in het Koninkrijk zullen aanbidden.

Wat de uitdrukking ‘hel’ betreft, dit woord duidt in het NT het dal Hinnom aan, ten zuiden van Jeruzalem, waar het huisvuil van de stad werd verbrand, en waar in principe ook de lichamen van terechtgestelde misdadigers werden verbrand (het vergriekste Hebreeuwse woord gehenna). Voor de verblijfplaats van de doden gebruikt het NT het woord ‘dodenrijk’, als beeld van een imaginaire (denkbeeldige) wereld waar de gestorvenen (alle gestorvenen) zouden verblijven (het Griekse woord hades). Dat kan eigenlijk het beste vertaald worden met ‘graf’, en in sommige vertalingen is dat ook zo gedaan.

 

Volledigheidshalve zouden we nog moeten wijzen op een passage in het boek Openbaring, waar inderdaad sprake is van eeuwige pijniging met vuur (Op. 20:10). Maar Openbaring is een boek met veel symbolische taal. En reeds het feit dat in dit vuur de ‘duivel’ (de zonde), de valse kerk, en het goddeloze verbond van staten, dat tegen God in opstand is gekomen, worden gepijnigd, en dat in ditzelfde vuur de dood en het dodenrijk worden vernietigd, zou ons moeten waarschuwen tegen een al te letterlijke opvatting van deze passage. Meer valt daar in dit bestek niet over te zeggen. Over Openbaring is door mij een ander boek geschreven.1)

 

 

1)   Zie voor een behandeling van Openbaring mijn boek “Jezus’ laatste boodschap”.

  • Rudolf Rijkeboer

+

Voorgaande

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 2 Scheiding van God

Schapen en bokken 1 Aangenomen, verworpenen en slaven

Schapen en bokken 2 Bruikbaar en onbruikbaar – Goede en slechte daden

Schapen en bokken 3 Addendum 1: Tweede kans

++

Aanvullende lectuur

  1. Staat God achter al het kwaad hier op aarde
  2. Leven gedefinieerd door de dood
  3. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1
  4. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 2
  5. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 3 Leven, straf, dood en stof
  6. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 4 Verzet tegen God en Overeenkomstige prijs
  7. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 5 Toetssteen en steen van aanstoot
  8. dood
  9. Wat gebeurt er als wij sterven
  10. Vindt er een transfer plaats na de dood?
  11. de staat van onze doden
  12. Hellevuur
  13. Sheol, Sheool, Sjeool, Hades, Hel, Graf, Sepulcrum
  14. Grave, tomb, sepulchre – graf, begraafplaats, rustplaats, sepulcrum
  15. Graf
  16. Vuur en vloed als teken
  17. Tekens op aarde en in de lucht
  18. Kinderen niet naar het voorgeborgte

+++

Verder aanverwante lectuur

  1. Om te sterwe
  2. Dood, die universele toestand
  3. Dood dierbaren brengt mensen soms dichter bij elkaar
  4. ‘n Skielike dood
  5. Om te rou
  6. vuur
  7. Hoe kan ‘n liefdevolle God mense hel toe stuur?

+++

Geplaatst in Bedenking, Bijbelonderzoek, Levensvragen, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Schapen en bokken 3 Addendum 1: Tweede kans

Addendum 1: is er een ‘tweede kans’?

Sommigen, verontrust over het feit dat het oordeel definitief is, hebben de theorie ontwikkeld dat zij die daarbij afgewezen worden een nieuwe kans krijgen om eeuwig leven te ‘verdienen’.
Hoe bijbels is nu zo’n idee?

Wel, het heeft alles te maken met de opvatting dat het doel van het geloof is om mensen tot behoudenis te brengen. Daar komt ook de belangstelling uit voort voor de persoonlijke verlossing, waarover we spraken aan het eind van hoofdstuk 5. In zo’n benadering is iedere behouden ziel er een. Maar zoals we gezien hebben is dat niet Gods doel met de Schepping zoals verklaard in de Bijbel. Iemand die zo’n ‘tweede kans’ zou aangrijpen kan alleen maar iemand zijn die niet bereid was zich in te spannen voor zijn Heer, de derde slaaf uit de gelijkenissen van de talenten en de ponden. Pas wanneer het hem duidelijk wordt dat hij daar persoonlijk bij verliest, is hij bereid zich in te spannen. Het gaat hem uitsluitend om zijn eigen gewin. Dat maakt hem nog steeds geen bruikbare dienaar; hij blijft ondeugdelijk. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat de Bijbel niets weet van zo’n tweede kans.

 

Na de ‘constantinische omwenteling’ (zie hoofdstuk 1) is er nog een andere theorie ontwikkeld, die van het zgn. vagevuur. Zielen die niet volmaakt genoeg zouden zijn om te worden aangenomen, zouden gestraft worden door kortere of langere tijd te moeten doorbrengen in een vuur dat pijnigt, maar niet vernietigt. Volgens Verduin (zie hoofdstuk 1) is die gedachte ontwikkeld omdat de kerk in die tijd allen omvatte die op Europees grondgebied woonden (ipv. de bijbelse gemeente, welke bestond uit vrijwillig toegetredenen). Die kerk maakte geen onderscheid tussen gelovigen en (feitelijk) ongelovigen. Het leek dan niet logisch dat er na de dood toch weer onderscheid zou worden gemaakt tussen mensen die aangenomen en anderen die afgewezen zouden worden. Dat werd op deze wijze opgelost, zodat uiteindelijk toch weer allen behouden konden worden. Deze theorie sluit aan bij de gedachte dat bij het oordeel onze zonden worden afgewogen tegen onze ‘goede daden’, waarbij dan in het vagevuur onze zonden zouden worden ‘weggebrand’, maar niet bij de bijbelse voorstelling van het leven als leerschool. Wie zich in dit leven niet heeft laten opleiden tot een bruikbare dienaar wordt ook door een pijniging in een vagevuur niet tot een ander mens. Opnieuw spruit deze voorstelling voort uit een behoefte aan individuele verlossing, maar niet uit de bijbelse gedachte dat Christus in ons gestalte moet verkrijgen, zodat wij in het Koninkrijk bruikbaar zullen zijn om in de tijd daarna God te kunnen verheerlijken als wezens die, hoe gebrekkig ook, uit eigen vrije keuze zijn kant hebben gekozen. Opnieuw hoeft het ons dus niet te verbazen dat de Bijbel niets weet van zo’n vagevuur.

 

Weer anderen wijzen op de tekst in de tweede brief van Petrus, die zegt

‘dat God niet wil dat sommigen verloren gaan’

en concluderen daaruit dat uiteindelijk allen behouden zullen worden, want ‘als God iets niet wil dan gebeurt dat niet’. Dit getuigt van oppervlakkig lezen. De passage zegt voluit:

“De Here talmt niet met de belofte [van Jezus’ terugkomst], al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen” (2 Pet. 3:9).

Petrus legt hier uit waarom Christus’ wederkomst nog uitblijft: het geeft meer mensen de gelegenheid om tot bekering te komen. En het zal de lezer niet ontgaan dat die bekering in dit leven plaats moet vinden. Zodra Jezus terugkomt is die gelegenheid voorbij.

+

Voorgaande:

Gods vergeten Woord 4 Verloren Wetboek 3 Vroege afdwalingen en de ‘Constantinische’ omwenteling

Verlossing #7 Christus levend in de gelovige

Verlossing #8 Gerechtigheid door geloof

Schapen en bokken 1 Aangenomen, verworpenen en slaven

Schapen en bokken 2 Bruikbaar en onbruikbaar – Goede en slechte daden

++

Aanvullend

+++

Verder aanverwante lectuur

  1. Repentance and conversion are not milestones which we pass on the way of life and never see again
  2. Die Heilsorde: van begin tot einde – Genade, alles Genade ! (deel 2: Bekering en Regverdiging)
  3. Holland of moslim? (Doorkruizen wat van toepassing is
  4. purgatory 
  5. Is There Limbo or Purgatory?
  6. The lie about Purgatory [403]
  7. Nicolaus responsio ad; de Purgatorio
  8. 3 Childhood Experiences that Taught Me about Purgatory
  9. Purgatory: A Lesson Taught By Christ?
  10. Lose
  11. Purgatory: A Deeper Understanding with the Church Fathers.
  12. Purgatory — Are Catholics Right
  13. Canto 9 Purgatory: Gates
  14. Eastern and Western Unity: Justice and the Hereafter
  15. God’s Wrath
  16. The case for Purgatory
  17. We still need the Reformation

+++

Geplaatst in Christen zijn, Godsdienst, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Schapen en bokken 2 Bruikbaar en onbruikbaar – Goede en slechte daden

Bruikbaar of ondeugdelijk

Lolium temulentum 002.JPG

Lolium temulentum, ook bekend als dolik, een eenjarige plant behorende tot de familie Poaceae of Grassenfamilie die ongeveer 1 meter hoog wordt en groeit in graanvelden.

In de serie van zeven gelijkenissen over het Koninkrijk in Matt. 13 zijn er twee die spreken over wat er zal gebeuren bij het oordeel. Dat is de gelijkenis over het onkruid tussen de tarwe en de gelijkenis over het sleepnet. De eerste gaat over een veld met tarwe, waartussen onkruid mee opgroeit. Daarbij gaat het om een bepaalde soort onkruid, nl. ‘dolik’ (het is jammer dat de NBG vertaling dat niet duidelijk maakt). Dit lijkt sprekend op tarwe, maar tegen de oogsttijd levert het geen bruikbare vrucht op. In de gelijkenis zegt de heer dan:

“Haalt eerst het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt het koren bijeen in mijn schuur” (Matt. 13:30).

In de gelijkenis over het sleepnet luidt het slot:

“Wanneer het vol is, haalt men het op de oever, en zet zich neer en verzamelt het goede in vaten, doch het ondeugdelijke werpt men weg” (Matt. 13:48).

English: Lolium temulentum, Poaceae, Darnel, C...

English: Poaceae, Darnel, Cockle, habitus. The ripe, dried fruits are used in homeopathy as remedy: Lolium temulentum (Lol-t.) Deutsch: Lolium temulentum, Poaceae, Taumel-Lolch, Habitus. Die reifen, getrockneten Früchte werden in der Homöopathie als Arzneimittel verwendet: Lolium temulentum (Lol-t.) (Photo credit: Wikipedia)

Ook hier zal de toepassing duidelijk zijn. Het bruikbare, dat wat vrucht heeft gedragen, staat ten dienste van de heer van het land. Wat geen bruikbare vrucht gedragen heeft, of, in de termen van de andere gelijkenis, het ondeugdelijke, wordt weggeworpen of verbrand. Let op dat het hier niet gaat om een afweging van de goede delen tegen de slechte delen van hetzelfde ‘product’, dus van de goede en slechte daden van het individu. Het gaat om bruikbaar of ondeugdelijk. Het is niet zo dat onze goede daden op de ene schaal van de weegschaal worden gelegd en onze zonden op de andere en dat dat gekeken wordt wat zwaarder weegt. Als we ‘in Christus’ zijn zijn onze zonden hoe dan ook vergeven. Maar het gaat erom of we aan het eind van onze proeftijd bruikbaar zijn of niet. Als we bruikbaar zijn worden we aangenomen; dan ligt er straks voor ons een taak in Christus’ Koninkrijk. Zijn we ondeugdelijk dan worden we verworpen; we zijn dan simpelweg onbruikbaar.

De rechterstoel

De apostel Paulus schrijft, met gebruik van een iets ander beeld, aan de Korintiërs:

“Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad” (2 Kor. 5:10).

In zijn brief aan de gemeente te Rome spreekt hij in datzelfde verband over de rechterstoel Gods (Rom. 14:10). Dat slaat op hetzelfde oordeel, in overeenstemming met Jezus’ eigen woorden:

“Want gelijk de Vader de doden opwekt en doet leven, zo doet ook de Zoon leven, wie Hij wil. Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft het gehele oordeel aan de Zoon gegeven” (Joh. 5:21-22).

In Matt. 25 staat een gelijkenis opgetekend die dit oordeel beschrijft. Het beeld is dat van twee groepen ‘gelovigen’ voor Christus’ rechterstoel, gescheiden

“zoals de herder de schapen scheidt van de bokken” (Matt. 25:32).

Tot de ene groep wordt gezegd:

“Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk,”

en tot de andere:

“Gaat weg van Mij, gij vervloekten.”

Als we vervolgens nagaan waarom de ene groep wel wordt aangenomen en de andere niet, dan blijkt dat dat gebeurt op grond van hun gedrag. De ene groep heeft, als het ware, Christus’ gezicht getoond aan hun medebroeders en -zusters; de andere heeft dat niet gedaan. Het gaat kennelijk niet om de leer of om de naam die wij dragen, maar om de vraag of Christus in ons gestalte heeft gekregen (zie blz. 57: ‘Gerechtigheid door geloof’).

Dit laatste punt wordt op diverse plaatsen in Jezus’ prediking verder uitgewerkt. In Lucas 10 komen de 70 discipelen terug van hun predikingsopdracht. Enthousiast vertellen ze:

“Here, ook de boze geesten onderwerpen zich aan ons in uw naam.”

In zijn antwoord zegt Jezus:

“Verheugt u niet hierover, dat de geesten zich aan u onderwerpen, maar verheugt u, dat uw namen staan opgetekend in de hemel.”

Ook al kunnen we wonderen verrichten in Jezus’ naam dan brengt ons dat op zichzelf nog niet in het Koninkrijk. Dat had Hij ook in de bergrede al aangeduid, toen Hij zei:

“Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijns Vaders, die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage [kennelijk ten tijde van het oordeel] tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid.” (Matt. 7:21-23).

Het gaat er kennelijk niet om dat wij ‘erbij geweest zijn’. Dat zou valse gerustheid geven. Wij moeten Christus hebben getoond in ons leven. En de meerderheid zal dan blijken niet aan dat criterium te hebben voldaan, want Hij had eerder gezegd:

“Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want eng is de poort, en smal is de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden” (Matt. 7:13-14).

Merk daarbij op dat het oordeel gaat tussen mensen die allen pretenderen van Christus te zijn geweest. Opstanding en oordeel zijn er alleen voor diegenen die ‘talenten’ of ‘ponden’ hebben gekregen om voor hun heer mee te handelen. Onder hen wordt afrekening gehouden. Het zou zinloos zijn om diegenen die zo’n opdracht niet hebben ontvangen, die de heer wellicht niet eens hebben gekend, verantwoordelijk te houden voor het feit dat Christus in hen niet gestalte heeft verkregen. Als we dat inzien, begrijpen we ook de driedeling die de profeet Daniël aanbrengt, als hij schrijft:

“Velen [dus niet allen] van hen die slapen in het stof der aarde, zullen ontwaken, dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading, tot eeuwig afgrijzen” (Dan. 12:2).

Dit duidt de volgende drie categorieën aan:

  • Zij die niet opstaan (die niet behoren tot de ‘velen’)
  • Zij die opstaan en eeuwig leven ontvangen
  • Zij die opstaan en veroordeeld worden.

In overeenstemming daarmee zegt Matteüs:

“Dezen [de afgewezenen] zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen [dwz. zij die gerechtvaardigd zijn, zie hoofdstuk 6] naar het eeuwige leven” (Matt. 25:46).

Over die eeuwige straf spreekt het boek Openbaring als ‘de tweede dood’ (Op. 20:14, zie ook Op. 2:11). Dat kan alleen maar betekenen dat zij opnieuw, en nu voorgoed, zullen sterven. Deze straf is in die zin eeuwig, dat hij onomkeerbaar is. Van een eeuwige pijniging weet de Bijbel niets (zie Addendum 2).

+

Voorgaande:

Verlossing #7 Christus levend in de gelovige

Verlossing #8 Gerechtigheid door geloof

Schapen en bokken 1 Aangenomen, verworpenen en slaven

+++

Geplaatst in Christen zijn, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Schapen en bokken 1 Aangenomen, verworpenen en slaven

Inleiding: Aangenomen en verworpenen

Jezus heeft in zijn leer veel te vertellen over het oordeel dat bij zijn terugkomst zal beslissen over de vraag wie aangenomen zullen worden en wie verworpen. Het criterium daarbij is wie de leerschool van het leven zodanig heeft doorlopen dat hij een bruikbaar dienaar is geworden. Niet onze leerstellingen of onze kerkelijke gezindte zijn doorslaggevend, maar de vraag of Christus in ons gestalte heeft verkregen.

 

Nederlands: foto. Man en kinderen poseren met ...

Werkenden en hun beloning. – Man en kinderen poseren met bekroonde bokken (Foto credit: Wikipedia)

We hebben in het voorgaande hoofdstuk betoogd dat de mens volgens de Bijbel van nature sterfelijk is en dat eventuele onsterfelijkheid wordt verleend bij de opstanding uit de doden. Uiteraard wordt deze onsterfelijkheid alleen verleend aan diegenen die hun proeftijd met goed gevolg hebben doorstaan. De Bijbel heeft ons dan ook veel te vertellen over een oordeel dat te dien tijde plaats zal vinden, waarbij sommigen zullen worden aangenomen en anderen verworpen. Jezus spreekt daarover in een aantal gelijkenissen en het is dus kennelijk een belangrijk onderdeel van zijn boodschap.

Slaven met een opdracht

Allereerst is er een gelijkenis over een heer die geruime tijd op reis gaat en zijn slaven achterlaat met elk een som geld en de opdracht om daarmee te handelen. Bij zijn terugkomst houdt hij afrekening met hen en beloont of straft ze al naar gelang hun inzet. De gelijkenis komt in de evangeliën tweemaal voor, met duidelijke verschillen. Dat betekent kennelijk dat Jezus hem meerdere malen gebruikt heeft en bij verschillende gelegenheden verschillende aspecten heeft willen benadrukken.

In de versie van Matteüs (Matt. 25) geeft de heer zijn slaven respectievelijk vijf talenten, twee talenten en één talent, kennelijk op grond van zijn inschatting van hun bekwaamheden. Een talent was een bedrag aan geld ter waarde van ongeveer 5000 gulden. Als de heer terugkomt blijken de eerste twee slaven hun kapitaal door bekwaam handeldrijven te hebben verdubbeld. Beiden ontvangen dezelfde beloning (“ga in tot het feest van uw heer”). De derde heeft niet de moeite genomen voor zijn heer aan het werk te gaan. Hij wordt buitengeworpen “in de buitenste duisternis.”

In de versie die we in Lucas vinden (Luc. 19) ontvangt elke slaaf hetzelfde bedrag van 10 ponden (ca. 500 gulden). De eerste ziet kans dat te verdubbelen, terwijl de tweede kennelijk iets minder handig is, maar er toch nog de helft bijverdient. Ook hier is de derde niet bereid voor zijn heer aan het werk te gaan. De beloningen zijn nu ongelijk. De eerste ontvangt “gezag over tien steden”, de tweede over vijf, kennelijk in overeenstemming met hun gebleken bekwaamheden.

De motivering is echter in beide gevallen:

“Voortreffelijk, goede slaaf; omdat gij in het minste getrouw geweest zijt, heb gezag over …”

Ook in dit geval wordt de derde slaaf, die niets gedaan heeft, uit zijn vertrouwenspositie gezet.

 

Het zou ons weinig moeite moeten kosten om hierin de principes terug te vinden die we hebben besproken in de hoofdstukken 4 en 8, nl. dat de mens niet onmiddellijk over de gehele aarde werd gesteld, maar eerst in het klein moest bewijzen dat hij zijn grote taak wel aankon. Pas als dat was gebleken zou hem een grotere toekomst wachten. Bovendien vertellen de gelijkenissen ons dat er aan het eind, bij de terugkomst van de heer, een beoordeling wacht over zijn proeftijd. Maar dat is uiteraard niet meer dan logisch. De positie van de derde slaaf is echter ook van belang. Hij heeft het geld van zijn heer niet verkwist, maar hij heeft er simpelweg niets mee gedaan. Hij was niet van plan om iets voor zijn heer te doen, en heeft zich daarmee ongeschikt betoond voor een meer verantwoordelijke positie. De toepassing zal ook duidelijk zijn.

Dit leven nu is een opleiding voor het leven straks in het Koninkrijk (zie hoofdstuk 15), wanneer Christus’ dienaren met Hem zullen regeren (Op. 20:4). De ‘goede’ dienaren, die zich betrouwbaar hebben betoond, gaan beide in in dat Koninkrijk (“ga in tot het feest van uw heer”) maar hun taak daar zal zijn aangepast aan hun gebleken bekwaamheden (“heb gezag over tien/vijf steden”). De luie dienaar heeft in dat Koninkrijk geen plaats; hij is simpelweg onbruikbaar.

+

Voorgaande

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 6 Soevereine God

Volgende: Bruikbaar of ondeugdelijk

++

Aanvullende lectuur

  1. Delen van Gods Rijkdom en Wijsheid
  2. Keuze van levende zielen tot de dood
  3. Onsterfelijkheid
  4. Al of niet onsterfelijkheid
  5. Wat gebeurt er als wij sterven
  6. Wij zijn sterfelijk en zullen tot stof vergaan
  7. Want het is geen leeg woord
  8. Ontbinding
  9. Decomposition, decay – vergaan, afsterven, ontbinding

+++

Geplaatst in Bijbel of Heilige Schrift, Christen zijn, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 6 Soevereine God

Addendum 3: Een soeverein God

Het leven is in de Bijbel een geschenk van God dat Hij ook weer kan wegnemen. Door zijn overtreding van het gebod heeft de mens zijn recht op eeuwig leven verspeeld, en dus trekt God zijn gave terug. Maar Hij kan, in zijn genade, dat leven opnieuw schenken aan wie Hij wil. En dat doet Hij ook, op bepaalde voorwaarden. Maar ook dan, of beter: des te meer, is het dan een gave, een geschenk.

De populaire christelij­ke opvatting maakt God tot een soort tove­naarsleerling, die wel kan scheppen, maar die nooit meer ongedaan kan maken. Die god moet Hem onwelgevallige zielen weg­stoppen in een hel, zoals de mens chemisch afval, dat hij wel kan maken maar niet vernietigen, moet dumpen op zorgvuldig afgeschermde stortplaatsen. Zo’n god zou niet almachtig zijn. Maar de God van de Bijbel is almachtig. Hij kan het leven schen­ken naar zijn wil en het weer wegnemen naar zijn wil. Maar Hij kan ook weer doen herleven wie gestorven was. Hij is soeverein. Zo blijkt dus ook hier weer dat de leer van Oude en Nieuwe Testament naadloos op elkaar aansluiten. En het blijkt dat ongerijmdheden in de populaire opvatting over leven en dood, die tevens een aantasting zouden vormen van de leer van Gods almacht, per saldo ook hier van buitenbijbelse oorsprong zijn.

*

1) Drs. A. Keizer, Wetenschap in bijbels licht, handleiding voor de grondslagen van wijsbegeerte en vakwetenschap.

2)  Drs. F.J. Pop, Bijbelse woorden en hun geheim, Boekencentrum 1972

+

Voorgaande artikelen

De Voltooiing van de schepping 2 Goden van licht en duisternis

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 1 Levensadem en ziel

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 2 Scheiding van God

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 3 Lichamelijke opstanding

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 4 De ziel – een Grieks beeld

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 5 Griekse bezwaren tegen de opstanding

Volgende: Schapen en bokken

++

Aanvullende artikelen

  1. Van chaos naar ordelijkheid
  2. Staat God achter al het kwaad hier op aarde
  3. Voorzieningen voor de keuzes van de mens
  4. Keuze van levende zielen tot de dood
  5. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 3 Leven, straf, dood en stof
  6. Lam van God #2 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #1
  7. Wat gebeurt er als wij sterven
  8. Vindt er een transfer plaats na de dood?
  9. Sheol, Sheool, Sjeool, Hades, Hel, Graf, Sepulcrum
  10. Hoofdbronnen van afwijkende gedachten
Geplaatst in Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen | Tags: , , , , , , , | 1 reactie

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 5 Griekse bezwaren tegen de opstanding

Addendum: 2. Griekse bezwaren tegen de opstanding

Evangelistar von Speyer, um 1220 Manuscript in...

Evangelistar von Speyer, um 1220 Manuscript in the Badische Landesbibliothek, Karlsruhe, Germany Cod. Bruchsal 1, Bl. 1v Shows Christ in vesica shape surrounded by the “animal” symbols of the four evangelists. (Photo credit: Wikipedia)

Omdat de leer van de onsterfelijkheid van de ziel niet meteen van het allereerste begin in het Christendom is doorgedrongen, vinden wij er weinig over in het NT. Toch zijn er wel enkele aanwijzingen. Voor de Grieken die de dood zagen als een bevrij­ding van de ziel uit de gevangenis van het lichaam, was een leer die lichamelijke opstanding verkondigde uiteraard het toppunt van dwaasheid. De apostel Paulus werd in Athene dan ook weggehoond toen hij daar­over sprak:

“Toen zij nu van een opstanding van doden hoorden, spotten sommigen, maar anderen zeiden:

Wijzullen u hier­over nog weleens horen” (Hand. 17: 32).

In de gemeente te Korinte kwam het zover dat de opstanding zelfs door sommige gelo­vigen werd ontkend:

“Indien nu van Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe ko­men sommigen onder u ertoe te zeg­gen, dat er geen opstanding der doden is?” (1 Kor. 15:12).

En Paulus moest al zijn gezag als apostel in de strijd werpen om aan te tonen dat wij zonder opstanding niets te wachten hebben en ‘de beklagenswaardigste van alle men­sen’ zouden zijn (zie boven). Anderen pro­beerden de opstanding te vergeestelijken en de betekenis ervan te beperken tot een ervaring in dit leven:

“Tot hen behoren Hymaneüs en Filetus, die uit het spoor der waarheid geraakt zijn met hun bewering, dat de opstan­ding reeds heeft plaatsgehad, waardoor zij het geloof van sommigen afbreken” (2 Tim. 2:17-18).

De opstanding vormt een onlosmakelijk deel van de Bijbelse leer, omdat het de enige hoop op leven is.

+

Voorgaande:

De Falende mens #2 Vrije keuze

Een goddelijk Plan #4 Beloften

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 1 Levensadem en ziel

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 2 Scheiding van God

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 3 Lichamelijke opstanding

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 4 De ziel – een Grieks beeld

++

Aanvullende lectuur

  1. Woorden in de Bijbel Vinden en Begrijpen
  2. Leven gedefinieerd door de dood
  3. Vindt er een transfer plaats na de dood?
  4. Lichaam en ziel één
  5. Keuze van levende zielen tot de dood
  6. De hoop op leven

+++

Geplaatst in Christendom, Geschiedenis, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 4 De ziel – een Grieks beeld

Addendum: 1. de ziel – een Grieks beeld

Maar hoe zit dat met de hedendaagse gelovigen? Veruit de meeste christenen geloven dat de mens bestaat uit een lichaam en een ziel, waarbij de ziel de werkelijke essentie van de mens vertegenwoordigt. Bij de dood zou wel het lichaam sterven, maar de ziel zou blijven voortbestaan, want die is goddelijk. Eventueel kan de ziel bij de opstanding worden verenigd met een nieuw lichaam, maar voor de gemiddelde christen is dit geen conditio sine qua non (noodzakelijke voorwaarde) voor zijn eeuwig voortbestaan. Waar komt deze opvatting vandaan?

 

René Descartes mag dan wel een uitgesproken rationalist geweest zijn, maar hij verwierp het geloof niet.

Voor de oorsprong van deze opvatting moeten we naar de Grieken. De Griekse filosofen dachten hun wereld verdeeld in geest en materie. Daarvan was de geest superieur en de materie van ondergeschikt belang. Hun vaak tot in onze dagen geldende op­vattingen waren dan ook uitsluitend het product van denkwerk. Ook voor hun natuurwetenschappelijke ideeën zochten zij geen experimenteel bewijs, omdat experimenten met materie van doen zouden heb­ben gehad en dus wel ondergeschikt moesten zijn aan logisch denkwerk. De praktijk van het wetenschappelijk experiment is pas doorgebroken in de tijd van de ‘Verlichting’.
Zo dachten de Grieken zich de mens ook als een geest of ziel, opgesloten in een lichaam. Bij de dood zou deze ziel van het lichaam worden bevrijd en zelfstandig voortbestaan, terwijl het dode lichaam overging tot ontbinding. Deze opvatting is vooral bekend van Plato. In een uitgebreide verhandeling over het failliet van de god-loze humanistische wijsbegeerte en de noodzaak voor een reformatorische wijsbe­geerte stelt drs. A. Keizer:

‘Het Griekse mensbeeld bevat een twee­deling, een ‘dichotomie’, bestaande uit een ‘onsterfelijke redelijke ziel’ die verwant is aan de goddelijke rede, en een ‘sterfelijk lichaam’ dat verwant is aan de vergankelijke materie. Als de mens sterft wordt de onsterfelijke ziel bevrijd uit zijn gebondenheid aan het sterfelijke materie-lichaam.’1)

Daartegenover stelt hij de Schrift:

‘De Schrift weet niet van iets onsterfe­lijks aan de mens. Zij zegt in 1 Tim. 6:16 dat alleen de ‘Koning der koningen’ en de ‘Here der heren’ onsterfelijkheid heeft. Zij zegt ook dat de mens onsterfe­lijkheid moet ‘aandoen’:

“Want dit vergankelijke moet onvergankelijk­heid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen” ’ (1 Kor. 15:53).

Hij wijst er tenslotte op dat reeds de leugen van de slang in Eden de mens trachtte aan te praten dat hij niet werkelijk zou sterven.

 

Men heeft getracht de Griekse opvatting te rechtvaardigen door te wijzen op het feit dat ook de Bijbel veelvuldig spreekt van ‘ziel’. Maar de Bijbelse ziel is, zoals we za­gen, niet een deel van de mens, het is de gehele (sterfelijke) mens. Door zijn geformeerd worden uit het stof en door het schenken door God van de ‘levensadem’ wordt de mens tot een levende ziel (nefesj) (nephesh). In het bekende boek Bijbelse woorden en hun geheim schrijft Drs. J. Pop:

‘Er is een uiterst nauwe band tussen de nefesj en het lichaam… Het is de nefesj, die het lichaam de geheimzinnige kracht ver­leent om zich te bewegen. De Israëliet kent de nefesj dan ook uitsluitend in verband met het lichaam. Alleen daar is een nefesj, waar een lichaam van mens of dier bezig is adem te halen of zich te verplaatsen. Van een nefesj buiten het lichaam… weet een Israëliet niet.’ 2)

Ten aanzien van het inblazen door God van de levensadem, zegt hij:

‘In geen geval mogen wij hier uit aflei­den dat dit vers ons wil meedelen, dat de mens bij zijn schepping in zijn uit aarde gevorm­de lichaam een eeuwige, onsterfelij­ke ziel heeft ontvangen, even­min dat hij daardoor het goddelijke leven in zich draagt. Deze tekst wil iets anders verkondigen; nl. dat het levend-worden van het door God gevormde lichaam te danken is aan een daad van de Here God. Aan Hèm danken de men­sen het leven! Zij hebben het niet in zichzelf; het spreekt niet vanzelf, dat zij leven. Neen, het leven is een geschenk.’ 2)

Het leven thans is een tijdelijk geschenk van God, en het leven hierna, bij de opstanding, is, voor wie dat mag ontvangen, een nieuw geschenk van God; daarbuiten is er niets. Dat is de duidelijke leer van de Bijbel.

+

Voorgaande:

De Falende mens #2 Vrije keuze

Een goddelijk Plan #4 Beloften

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 1 Levensadem en ziel

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 2 Scheiding van God

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 3 Lichamelijke opstanding

Fragiliteit en actie #2 Onderwerpen en werken

Verlossing #1Bijbelse leer van verlossing

Het begin van Jezus #2 Aller Begin

Vervolg: Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 5 Griekse bezwaren tegen de opstanding

++

Aanvullende lezing

  1. Omgaan met zorgen in ons leven
  2. Leven gedefinieerd door de dood
  3. Oorzaak lijden en dood
  4. Lichaam en ziel één
  5. Keuze van levende zielen tot de dood
  6. Voorzieningen voor de keuzes van de mens
  7. Wat gebeurt er als wij sterven
  8. Vindt er een transfer plaats na de dood?
  9. Onsterfelijkheid – Immortaliteit
  10. Al of niet onsterfelijkheid
  11. Immortality, eternality – onsterfelijkheid, eeuwigheid
  12. Decomposition, decay – vergaan, afsterven, ontbinding
  13. Twee soorten mensen
  14. God liefhebbenden gerechtvaardigd
  15. De ziel heeft geen regenboog als de ogen niet tranen
  16. De hoop op leven
  17. Echte boodschap van redding niet ver te zoeken
  18. Verzoening en de gekochte race
  19. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  20. Glimlach raam naar je ziel

+++

Verder aanvullende lectuur

  1. What happens when we die?
  2. Dying or not
  3. The Soul not a ghost
  4. God, my God, I cry to thee early
  5. The soul has no rainbow if the eyes have no tears
  6. Elul Observances

+++

Geplaatst in Bijbelonderzoek, Christen zijn, Christendom, Geschiedenis, Godsdienst, Levensvragen, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 3 Lichamelijke opstanding

De lichamelijke opstanding

Heeft de Bijbel dan geen enkele hoop te bieden voor na dit leven? Zeker wel. De Bijbel vertelt ons dat de gelovigen in “het laatst der dagen” weer uit de dood zullen worden opgewekt, zoals mensen die slapen weer ontwaken, en dat zij dan nieuw leven zullen ontvangen. Dit wordt door de Bijbel “de opstanding uit de doden” genoemd. Reeds het Oude Testament ge­waagt ervan, zij het vaak in bedekte termen. Maar als de profeet Jesaja heeft gesproken over de ondergang van Gods tegenstanders, dan juicht hij openlijk:

“Herleven zullen uw doden — ook mijn lijk —, opstaan zullen zij. Ontwaakt en ju­belt, gij, die woont in het stof! Want uw dauw is een dauw van licht; en de aarde zal aan de schimmen het leven hergeven” (Jes. 26:19).

Hij spreekt hier duidelijk van een licha­me­lijke opstanding voor diegenen die ‘van God’ zijn. Ook het Nieuwe Testament sluit zich aan bij deze leer. In verband met de ruimte zullen we ons beperken tot de leer van de apostel Paulus. In de vergadering van de Joodse raad roept hij uit:

“Ik sta terecht om de hoop en de opstanding der doden” (Hand. 23:6).

Tegenover de stadhouder Felix zegt hij:

“Maar dit erken ik voor u, dat ik naar die weg, die zij [zijn Joodse aanklagers] een sekte noemen, inderdaad de God der vade­ren vereer, gelovende al het­geen in de wet en in de profeten [ons OT] ge­schreven staat, terwijl ik van God hoop, gelijk ook dezen zelf het verwach­ten, dat er een op­standing van recht­vaardi­gen en onrecht­vaardigen zal zijn” (Hand. 24:15).

Die uitdrukking ‘de opstanding van onrechtvaardigen’ heeft hierbij te maken met het oordeel over afval­lige gelovigen, wat nu niet ons onder­werp is (zie hiervoor het volgende hoofdstuk). Hoe belangrijk Paulus dit aspect van de opstanding vindt, blijkt als hij aan de ge­meente te Korinte schrijft aangaande het feit dat sommigen in die gemeente zo’n opstanding ontkennen. Hij zegt dan:

“Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen” (1 Kor. 15:19).

Zonder hoop op de opstanding is er alleen het huidige leven, en dat houdt, vroeg of laat, eens op. Zonder opstanding zou er daarna niets meer zijn. We zien dus dat het NT in zijn leer aansluit bij die van het OT. Ook wat dit betreft is er eenheid in de bood­schap van de Bijbel.

+

Voorgaande:

De Falende mens #2 Vrije keuze

Een goddelijk Plan #4 Beloften

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 1 Levensadem en ziel

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 2 Scheiding van God

++

Aanvullende leesstof

  1. Diegene die maakt zoals wij zijn
  2. Woord zonder boeien vol van kracht
  3. Uitnodiging voor studiedag 2012
  4. Hoe de Satan vandaag rond toert
  5. Misleid door valse opwekkingen
  6. Charles Spurgeon: Pas op voor religieuze kicks
  7. Laatste dagen omroepers
  8. Wederopstanding, ook van huisdieren
  9. Christus is waarlijk opgestaan uit de dood
  10. Jezus is verrezen
  11. De hoop op leven
  12. Hoe zullen de doden weer levend gemaakt worden?
  13. Enkele nieuwe websites om mensen tot God te brengen

+++

Further reading

  1. How are the dead?
  2. Christ has indeed been raised from the dead
  3. 1 Corinthians 15 Hope in action

+++

Geplaatst in Bijbel of Heilige Schrift, Bijbelonderzoek, Levensvragen, Woord van God | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 2 Scheiding van God

De dood brengt scheiding van God

Een regelmatig terugkerend thema in het Oude Testament, en in het bijzonder in de Psalmen, is de klacht van iemand die vreest te sterven en wiens grootste zorg is dat hij dan van God is afgesneden. Zo zegt koning David:

“Keer weder, Here, red mijn ziel [nefesj],… want in de dood is Uwer geen gedachtenis; wie zou U loven in het doden­rijk?” (Ps. 6:5-6).

En in een andere psalm:

“Wat voor gewin ligt er in mijn bloed, in mijn nederdalen in de groeve? Kan het stof [aphar, hetzelfde woord als in Gen. 2 en 3] U loven, kan dat uw trouw ver­melden?” (Ps. 30:10).

De Korachieten vragen retorisch in een psalm die wordt aangeduid als een ‘leer­dicht’:

“Wordt in het graf uw goedertierenheid verkondigd, uw trouw in de plaats der vertering? Wordt uw wondermacht in de duisternis bekend, uw gerechtigheid in het land der vergetelheid?” (Ps. 88:12-13).

Merk op dat het graf hier synoniem wordt gesteld met vertering, duisternis en verge­telheid. Een onbekende psalmdichter dicht:

“Niet de doden zullen de Here loven, nie­mand van wie in de stilte zijn neerge­daald, maar wij, wij zullen de Here prij­zen” (Ps. 115:17-18).

Niet alleen in het boek der Psalmen vinden we zulke uitingen. Ook koning Salo­mo laat zich zo uit in het boek Prediker:

“Want het lot der mensenkinderen is gelijk het lot der dieren, ja eenzelfde lot treft hen: gelijk dezen sterven, zo ster­ven genen, en allen hebben enerlei adem… alles is geworden uit stof, en alles keert weder tot stof” (Pred. 3:19-20).

En:

“De levenden weten tenminste, dat zij ster­ven moeten, maar de doden weten niets” (Pred. 9:5).

Als de profeet Jesaja de nog later leven­de koning Hizkia in eerste instantie mede­deelt dat hij sterven moet, maar hem ver­volgens mag vertellen dat God hem nog 15 levens­jaren heeft geschonken, dan prijst deze God met de woorden:

“Het dodenrijk looft U niet, de dood prijst U niet; wie in de groeve zijn neer­gedaald, hopen niet op uw trouw. De leven­de, de levende, hij looft U, zoals ik heden doe” (Jes. 38:18-19).

+

Voorgaande:

Gods vergeten Woord 16 Geopenbaarde Woord 1 Zoeken naar een god

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 1 Levensadem en ziel

++

Aansluitend

  1. Lichaam en ziel één
  2. Wat gebeurt er als wij sterven
  3. What happens when we die?
  4. Al of niet onsterfelijkheid
  5. Onsterfelijkheid – Immortaliteit
  6. Dying or not
  7. Immortality, eternality – onsterfelijkheid, eeuwigheid
  8. Grave, tomb, sepulchre – graf, begraafplaats, rustplaats, sepulcrum
  9. Graf
  10. Sheol, Sheool, Sjeool, Hades, Hel, Graf, Sepulcrum
  11. Omgaan met zorgen in ons leven
  12. Wat betreft Korte inhoud van lezingen: Bijgeloof en feesten
  13. Vindt er een transfer plaats na de dood?
  14. Verzoening en de gekochte race
  15. Uitlopen om uit lichaam te wonen
  16. Glimlach raam naar je ziel
  17. De ziel heeft geen regenboog als de ogen niet tranen
  18. The soul has no rainbow if the eyes have no tears
  19. The Soul not a ghost
  20. God liefhebbenden gerechtvaardigd
Geplaatst in Levensvragen, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 6 reacties