Van harte welkom – Welcome to this site

Fijn dat u op deze site rond geloof, God en Christus terecht bent gekomen. Wij wensen u hier veel leesplezier.

*

Thank you for visiting this site about faith, God and Christ. We wish you a lot of reading pleasure here.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Als de tijd ten einde loopt … 5 De weinigen die behouden worden

De weinigen die behouden worden (slot)

“U hebt uw schatkamers gevuld,
hoewel de tijd ten einde loopt” (Jac.5:3)

Strijdt om in te gaan door de enge poort,
want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan,
doch het niet kunnen.” (Lukas 13:24, NBG’51)

Redding – poorten en wegen

In Lukas 13:23 lezen we hoe iemand Jezus vraagt:

Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?

En zijn antwoord is:

“Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen.”

Al geeft Jezus geen direct antwoord op de vraag, voor de goede lezer is het  zonneklaar wat dat antwoord is:

‘Ja, het zijn weinigen’.

Maar zijn nadruk ligt op de moeite die je moet doen om daartoe te behoren. In de bergrede vinden we dit principe wat uitgebreider:

“Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang.
Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg er naar toe,en slechts weinigen weten die te vinden.” (Matt. 7:13-14).

Hier is het antwoord in elk geval glashelder:

velen zullen de makkelijke maar verkeerde weg volgen, en slechts weinigen de moeilijke maar goede weg.

De brede weg

Dit gaat niet over atheïsten. Ook wie de brede weg bewandelen beschouwen zichzelf als goede volgelingen van hun heer. Nogmaals Lukas en Matteüs:

“Jullie zullen zeggen: We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven. Maar hij zal tegen jullie zeggen: Ik ken jullie niet … Weg met jullie, rechtsverkrachters!” (Luk. 13:26-27).

“(Bij het oordeel) zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?” En dan zal ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!” (Matt. 7:21-23)

Zij zullen er bij het oordeel op wijzen dat zij vertrouwelijke omgang met hem hebben gehad, dat zij tot zijn ‘volk’ behoorden (in hun straten onderricht gegeven), dat zijzelf in zijn naam actief zijn geweest. En het antwoord zal zijn dat zij in werkelijkheid in dat alles tekort zijn geschoten, dat hij hen zelfs nooit gekend heeft. En hij noemt ze wetsverkrachters. Het Grieks is ‘wettelozen’, wat praktisch ‘goddelozen’ betekent.

Het gaat er dus niet om of je ‘lid’ bent van een bepaalde groep (welke dan ook). Behoudenis is er niet op zo’n basis. En ook niet om of je allerlei voorschriften in acht neemt. Natuurlijk: wie (bewust, of alleen maar uit gebrek aan interesse) Gods voorschriften overtreedt, is een zondaar en wordt niet behouden. Maar je kunt dat niet omdraaien en stellen dat wie ze in acht neemt dus ook behouden wordt. Ook niet wanneer je, uit geloofsijver, die voorschriften nog aanvult met allerlei extraatjes. De Farizeeën waren daar goed in, maar kregen daarvoor weinig applaus van Jezus. En het gaat er ook niet om of je allerlei superieure kennis bezit, of een ongeëvenaarde diepte van inzicht. Kennis en inzicht zijn hooguit gereedschappen: je moet ze gebruiken om er iets mee te bereiken. Wie ze niet gebruikt heeft er geen nut van.

De smalle weg

Waar gaat het dan wel om?

Om onze gezindheid, onze mentaliteit, in bijbelse taal soms aangeduid als onze ‘geest’. Paulus spoort zijn bekeerlingen aan met:

“Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had” (Fil. 2:5).

Het Griekse woord voor ‘gezindheid’ is phronèma, dat duidt op een wijze van denken. De grondbetekenis is ‘plan’ of  ‘besluit’, en het is afgeleid van phronis, inzicht. Verwante woorden zijn phronimos, bij zijn verstand, en phroneō, iets van plan zijn, met de bij betekenis van: dat met alle inspanning willen verwezenlijken. Dit beschrijft een mens die ‘bij zijn volle verstand’ tot een bepaald inzicht is gekomen, op grond van dat inzicht een ideaal voor ogen heeft, en dat ideaal nu met inzet van al zijn vermogens tracht te verwezenlijken. Paulus gebruikt dit begrip regelmatig in zijn brieven, waarbij hij de gezindheid die de mens van nature (‘naar het vlees’) heeft, plaatst tegenover de gezindheid van de gelovige (‘naar de Geest’):

“… die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, die naar de Geest zijn, hebben de gezindheid van de Geest.” (Rom. 8:5, NBG’51)

Die gezindheid van de (Heilige) Geest noemt hij enkele verzen verderop achtereenvolgens de gezindheid van God en de gezindheid van Christus. Alleen gebruikt hij daar niet dat woord phronèma, maar het woord pneuma, geest. Vertalers laten zich daarom vaak verleiden dat op te vatten als de Heilige Geest en schrijven het dan met een hoofdletter (in het Grieks staan geen hoofdletters). Maar dan zie je over het hoofd dat Paulus dat woord ‘geest’ vaak gebruikt in precies die zin van mentaliteit, gezindheid:

“U was dood door de misstappen en zonden waarmee u de weg ging van de god van deze wereld … de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn” (Efez 2:1-2).

En die ‘geest’ beschrijft hij dan zo:

“Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als iederander.” (vs 3)

Ook hier gaat het om onze oorspronkelijke menselijke natuur tegenover de ‘gezindheid van Christus’. Zoals Hij aan de gemeente te Kolosse schrijft:

“Richt u [phroneō: richt uw gezindheid] op wat boven is, niet op wat op aarde is” (Kol. 3:2).

Voortdurend lezen we dat wij onze natuurlijke, menselijke, wereldse, aards-gezinde mentaliteit moeten vervangen door de gezindheid van Christus. En die ‘gezindheid van Christus’ is dan ofwel de gezindheid die zich richt op (God en) Christus, of de gezindheid die Christus zelf toonde in zijn totale gehoorzaamheid aan de Vader. Of, waarschijnlijker nog: beide.

Die weg gaan

Die neiging dat woord geest op te vatten als Gods Geest i.p.v. als onze gezindheid, is niet alleen maar een verschil in interpretatie van een stukje Grieks. Velen hebben in deze tijd de neiging hun behoudenis te zien als iets dat God aan hen doet zonder veel (of zelfs geheel zonder enige) inbreng van hun kant. Extreem gesteld: je wacht tot God je zijn Geest wil schenken, en als Hij dat doet, ben je wedergeboren, en daarmee behouden. Maar Paulus’ argument is nu juist dat je met inspanning van al je vermogens die gezindheid moet ontwikkelen. Weliswaar heeft Jezus ons daarbij zijn hulp en steun beloofd, en op die hulp mogen we daarom rekenen. Maar hulp betekent toch altijd dat het initiatief bij ons ligt, niet dat een ander het wel voor ons doet. We moeten vóór alles laten zien dat het dienen van God ons hoogste streven is. Want dat was waar Paulus het over had in zijn brief aan de gemeente te Filippi:

“Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, die: … de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en … Zich heeft vernederd en gehoorzaam is geworden tot de dood,  ja, tot de dood des kruises.”(Fil. 2:5-8, NBG’51)

Hij beschrijft hier niet een gezindheid van lijdzaam afwachten, maar van actief bezig zijn (namelijk met zich dienstbaar te maken aan de Vader), van gehoorzaamheid en van opoffering, tot in de uiterste consequenties. En dat is ook de gezindheid die Jezus voor ogen stond, toen hij het tegenover Nicodemus had over dat wedergeboren worden (Joh 3:3).

Wedergeboren worden betekent: een zó radicale verandering in je leven aanbrengen dat het lijkt alsof daar een totaal nieuwe mens staat. En dat kan alleen maar betekenen dat je een totaal nieuw streven (phronèma) navolgt, een totaal nieuw doel voor ogen hebt. En ja, hij zegt in dat verband dat je moet worden wedergeboren door de (Heilige) Geest. Want die gezindheid kun je, als mens, uit jezelf niet zomaar ontwikkelen; daar heb je Gods hulp bij nodig. Maar opnieuw: we moeten zelf de eerste stappen zetten, en vervolgens ook op die weg blijven doorgaan. De smalle weg gaan, betekent, hoe dan ook, dat we die zelf (als het ware te voet!) moeten afleggen, niet dat we kunnen gaan zitten wachten op Gods taxi. Dáár ligt dus ook de oorsprong van Paulus’ denken. In zijn brief aan Efeze schrijft hij (en let ook op de connecties met geest en gezindheid):

“U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is.” (Efez. 4:21-24).

Die nieuwe mens is wel naar Gods wil geschapen, maar wij moeten die zelf (als een nieuw kledingstuk) aan doen. En wijzelf moeten daartoe eerst onze oude levenswandel opgeven, en die ‘oude mens’ afleggen (uitdoen). En dat moeten we doen met inspanning van al onze vermogens.

Strijdt om in te gaan

Ja, het zijn weinigen die behouden worden. Maar de vraag of het er veel of weinig zouden zijn, was de verkeerde vraag.

De vraag had moeten zijn:

wat moet ik doen om behouden te worden?

En het antwoord daarop was:

“Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen” (NBG’51).

Dat woord strijden heeft niets te maken met oorlog voeren; het beschrijft het deelnemen aan een wedstrijd. Bij wedstrijden is er maar één winnaar: hij die meer heeft gepresteerd dan alle andere deelnemers. Paulus zegt daarover:

“Weet u niet dat van de atleten die in het stadion een wedloop houden ermaar één de prijs kan winnen? Ren als de atleet die wint. Iedereen die aan een wedstrijd deelneemt beheerst zich in alles; atleten doen het voor een vergankelijke erekrans, wij echter voor een onvergankelijke.” (1 Kor 9:24-25)

Zijn waarschuwing is niet dat er ook in deze (wed)strijd maar één winnaar zal zijn, maar wel dat alleen zij die hun alleruiterste best doen zo’n erekrans zullen ontvangen. En daar valt helaas nog altijd niets op af te dingen.

R.C.R

+

Voorgaand

Als de tijd ten einde loopt…. 1 Alles wat vroeger is geschreven #1

Als de tijd ten einde loopt…. 1 Alles wat vroeger is geschreven #2

Als de tijd ten einde loopt…. 2 Zonen en bastaards

Als de tijd ten einde loopt 3 Dat zijn toch geen goden #1 Afgoden in het Oude Testament

Als de tijd ten einde loopt … 3 Dat zijn toch geen goden #2 Afgoden in het Nieuwe Testament

Als de tijd ten einde loopt … 3 Dat zijn toch geen goden #3 Afgoden in onze tijd

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 2 Jezus en de Wet

Gods vergeten Woord 23 De andere wang 2 Geen verzet

Gods vergeten Woord 25 Varen op Bijbels Kompas 4 Wet van Jezus

Gods vergeten Woord 25 Varen op Bijbels Kompas 5 Leven naar de Bijbel

Niemand leeft voor zichzelf

Fragiliteit en actie #5 Oproep

++

Aanvullende lectuur

  1. Als de tijd ten einde loopt …… Vragen naar het goede
  2. Elke morgen is een nieuwe uitnodiging voor mooie mogelijkheden
  3. Juiste Medereizigers vinden
  4. Op zoek naar spiritualiteit 8 Eigen spiritualiteit
  5. Een mens die de moeite niet kan opbrengen om kleine dingen te doen
  6. Begin met het weg voeren van kleine stenen om een berg te verwijderen
  7. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
Geplaatst in Christen zijn, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Taal & woordgebruik | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Vermoeid zijn en rust vinden

De meeste van ons weten wat vermoeidheid is. We zijn allemaal wel eens moe. Sommigen zelfs altijd, door ziekte of door een vermoeiend leven. Toch hebben wij allerlei dingen die ons het leven makkelijker maken: een stofzuiger en een wasmachine, een grasmaaier en een elektrische boormachine, een auto of bromfiets (of anders een bus of een trein).

In de oudheid kenden ze maar één manier om zwaar werk te vermijden: het een ander laten doen. Maar daarvoor moest je rijk zijn. Was je dat niet, dan moest je het zelf doen, want er waren geen batterijen en stopcontacten, laat staan motoren.

Zwoegen

Het Grieks van het NT gebruikt voor vermoeidheid het woord kopos, en voor moe worden kopiaō. In het gewone taalgebruik betekent kopos‘ het verrichten van een inspanning die vermoeid maakt’, en vervolgens die vermoeidheid zelf. Het werkwoord kopiaō betekent ‘zwoegen’ of ‘zich afmatten’ en vervolgens: daarvan ‘vermoeid of afgemat worden’. Ook in de Septuaginta, de Griekse vertaling van het OT, vinden wij dit woord.

Eleazar, een van Davids helden, richtte een slachting aan onder de Filistijnen

“tot zijn hand vermoeid werd” (2 Sam. 23:10).

God zegt tegen Israël:

“Zo gaf Ik u een land, waarvoor u niet gezwoegd hebt” (Joz. 24:13).

In Psalm 6:7 zegt David:

“Ik ben afgemat van mijn zuchten”.

Dus niet alleen fysieke arbeid of letterlijk als soldaat vechten, maar ook verdriet en benauwdheid (door tegenstanders aangedaan) kunnen ons afmatten. Wat een vreugde is het dan om te weten dat in het komende Vrederijk het zwoegen niet tevergeefs zal zijn (Jes. 65:23).

Reizen

File:Judea 2 by David Shankbone.jpg

Heuvels in de rots- en grindwoestijn van Judea, gelegen in het zuidelijke gedeelte van Israël en de Westelijke Jordaanoever. Het gebied wordt ook wel El Bariyah genoemd. Het gebied ligt in de regenschaduw van het Judeagebergte waardoor de neerslag zeer gering is. Deze situatie verschilt met de aan de woestijn van Judea verbonden Negev-woestijn waar de geringe neerslag vooral toe te schrijven is aan de lagere breedtelijn waarop die woestijn is gelegen.

Vooral reizen was in het oude Israël een vermoeiende bezigheid. In het gunstigste geval kon je een ezel of een kameel het zware werk laten doen, maar meestal moest je gewoon lopen. De apostel Johannes zegt dat Jezus, bij de bron van Sichar, vermoeid was van zijn tocht (Joh. 4:6).
Wij mogen ervan uitgaan dat Jezus dikwijls grote afstanden te voet aflegde. Vaak was het warm en droog. Het tijdig drinken van water was van levensbelang, want uitdroging lag op de loer. Wie wel eens door de Judese woestijn heeft gereisd (en uiteraard geldt dat voor elke woestijn), weet dat regelmatig water drinken absoluut noodzakelijk is.

De apostelen

Paulus accepteert de moeiten en zware inspanningen van het reizen, en van het daarmee gepaard gaande leven, als een normaal aspect van zijn bestaan:

“Wij doen onszelf in alles kennen als dienaren Gods: in veel dulden, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenschappen, in oproeren, in moeiten (kopos), in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten” (2 Kor. 6:4,5).

Zijn inspannend werken verzekert hem dat hij een ware dienaar is van Christus (zie ook 2 Kor. 11:23,27). Zijn handwerk wordt vermeld in 1 Kor. 15:10:

“Ik heb meer gearbeid (NBV: harder gezwoegd) dan zij allen”.

Om in zijn levensonderhoud te voorzien verrichtten hij en zijn reisgenoten ‘zware handenarbeid’ (1 Kor. 4:12). En hij herinnert zijn medegelovigen hieraan:

“Want gij herinnert u, broeders, onze moeite (kopos) en inspanning. Terwijl wij nacht en dag werkten, om niemand uwer lastig te vallen, hebben wij u het evangelie van God gepredikt (1 Thess. 2:9).

In 1 Kor. 16:16 lezen we:

“Stelt u dan ook onder zulke mensen, en onder ieder, die medewerkt en arbeidt (kopiaō)”.

De NBV geeft die twee werkwoorden weer met slechts één woord:

“die zich samen met hen zoveel moeite geven”.

Maar het Grieks van Paulus zelf is krachtiger:

meewerkend en arbeidend.

In Luk. 5:5 lezen we de woorden van Petrus, woordvoerder van de vissers die discipelen van Jezus waren:

“Meester, de hele nacht hebben wij hard gewerkt.”

Ook hier is het woord kopiao, en het behoeft geen verdere uitleg dat hij het heeft over ingespannen arbeid op een vissersboot.

Geestelijke rust

Maar het woord kreeg ook een figuurlijke betekenis:

“Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven” (Matt. 11:28).

Wie tot Jezus komt, doet dat in de verwachting van zijn geestelijke vermoeidheid te worden bevrijd. Die geestelijke vermoeidheid kan het gevolg zijn van het krampachtig vasthouden aan menselijke tradities, of van niet aflatende pogingen om perfectie te bereiken. Want al doen we nog zo ons best, het lukt ons gewoon niet.

Joden, vroeger en nu, en christenen gaan gebukt onder het besef van hun falen, de angst voor straf en de gewetensnood die daarvan het gevolg is.
Jezus bevrijdt ons daarvan en dat verklaart de wonderlijke rust die hij ons geeft. Door Jezus maakt God ons vrij van zonden en geeft ons rust en vrede. Gods zoon maakt ons vrij van een uitzichtloos leven, van schuld en van de dood. Het geheim is gelegen in het feit dat Jezus’ juk zacht is en zijn last licht. De reden is dat hij onze schuld gedragen heeft en dat hij onze last meedraagt. Hij wekt de gelovigen op zich altijd volledig in te zetten voor het werk van de Heer:

“… in het besef dat door de Heer uw inspanning (kopos, enkel-voud) nooit tevergeefs is” (1 Kor. 15:58).

Ook deze bezigheid is arbeid die vermoeid maakt. Maar nu is het een vermoeidheid die niet tevergeefs is.

“Gelukkig zijn zij die vanaf nu in verbondenheid met de Heer sterven. En de Geest beaamt: Zij mogen uitrusten van hun inspanningen (kopos, meervoud), want hun daden vergezellen hen’” (Openb. 14:13).

MR/RCR.

Geplaatst in Bedenking, Bijbelonderzoek, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Taal & woordgebruik | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Ontmoeting met: De Syro-Fenicische

Kennismaking met bijzondere vrouwen en mannen in de Bijbel

De Syro-Fenicische

Nadat de profeet en meester verteller Jezus vijfduizend mensen had gevoed, volgde er een gesprek over rein en onrein. Vermoeid door al het onbegrip vertrok de grote leermeester naar de omgeving van Tyrus en Sidon (Mark. 7:24), een gebied net over de grens. Hier was een huis waar hij tot rust kon komen, even weg van het land en het volk. Hij wilde niet dat iemand het zou weten. De rust was echter maar van korte duur. Een vrouw, geen Jodin, maar een Syro-Fenicische, kwam zodra zij van hem hoorde naar hem toe. Haar dochter leed aan een ernstige geestelijke ziekte. Nu was degene die haar dochter kon genezen zo dichtbij. Zij liet geen kostbare tijd voorbij gaan. Zij viel voor zijn voeten neer en smeekte om hulp.

‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David. Mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon’ (Mat. 15: 22).

In nederigheid bewees zij de heer de eer die hem toekwam. Zij erkende hem als de Messias van Israël. Haar houding was zo anders dan van veel Israëlieten.

‘Maar hij keurde haar geen woord waardig’ (23).

De discipelen wilden deze onreine heidense vrouw wegsturen. De meester zei toen iets opmerkelijks:

‘Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en de honden te voeren’(26).

Honden zijn voor de Israëlieten een beeld van de heidenen, de ongelovigen. Deze vrouw begreep de woorden direct. Nederig beaamde zij deze woorden en voegde er aan toe:

‘Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baasvallen’ (27).

Door het zelfde woord te gebruiken liet ze zien dat deze ‘honden’ het grote voorrecht hebben om te mogen eten van de ‘kruimels’. Een kruimeltje van het brood des levens is al genoeg.

‘U hebt groot geloof! Wat u verlangt zal gebeuren’ (28).

Zij geloofde deze woorden van de Nazareen en vond bij haar thuiskomst een gezonde dochter. Haar geloof en nederigheid is een groot voorbeeld voor ons allen. Dit teken laat ons ook zien dat het heil voor allen is.

‘Iedereen die het goede doet wacht glorie, eer en vrede, de Joden in de eerste plaats, maar ook de andere volken’ (Rom. 2:10).

N.D

+

Voorgaande

Ontmoeting met: Jefta

Opgaan naar Jeruzalem: Jezus’ laatste reis #1

Geplaatst in Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren, Plaatsen vermeld in de Bijbel | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Overdenking: God berispt wie hij liefheeft, straf elke zoon waar hij van houdt

Koning David is een van de grote mannen uit het Oude Testament. Hij was echt een man naar Gods hart. Wat we bovenal zien is een combinatie van een man van volledig geloof in God, en een man die leeft naar Gods geboden. Daarom zien we dat er niet alleen aan Abraham, de vader van alle gelovigen, maar ook aan David beloften worden gedaan: God verkoos Zijn eigen zoon uit de lijn van David te laten komen. David en Abraham zijn dan ook de twee grote namen die in het eerste vers van het Nieuwe Testament worden genoemd.

*

Als we het leven van David volgen, zien we hem eerst als een jongeman, vol enthousiasme, die met een rotsvast geloof denkt dat hij alles aan kan. Hij is zelfs bereid om, met alleen maar een slinger, Goliath telijf te gaan, omdat hij vast gelooft dat wanneer iemand God tart, God hem zal helpen die persoon te overwinnen.

De Israëlieten waren bang, en zagen op tegen Goliaths lengte. Maar David reageert heel anders:

“Wat denkt die onbesneden Filistijn wel, dat hij de gelederen van de levende God durft te beschimpen!” (1 Sam. 17:26).

En tegen Goliath zelf zegt hij:

“Jij daagt me uit met je zwaard en je lans en je krom-zwaard, maar ik daag jou uit in de naam van de HEER van de hemelsemachten, de God van de gelederen van Israël, die jij hebt beschimpt. Maar vandaag zal de HEER je aan mij uitleveren: ik zal je verslaan en je hoofd afhouwen, en ik zal de lijken van de Filistijnen aan de aasgieren en de hyena’s ten prooi geven, zodat de hele wereld weet dat Israël een God heeft. Dan zal iedereen hier beseffen dat de HEER geen zwaard of lans nodig heeft om te overwinnen, want hij is degene die de uitslag van de strijd bepaalt en hij zal jullie aan ons uitleveren” (1 Sam.17:45-47).

David heft het hoofd van Goliath op, zoals geïllustreerd door Josephine Pollard (1899)

Veel ongelovigen gebruiken dit verhaal als beeld van de kleine man tegen de grote reus, maar wat ons zou moeten opvallen is Davids groot geloof. Het is niet een geloof dat in stilte thuis wordt beleden, maar actie als gevolg van geloof.

In die tijd lijkt het David redelijk voor de wind te gaan. We zien psalmen waarin hij God lof brengt. Hij is zich sterk bewust van Gods aanwezigheid, en hoe God met de zijnen is, en hij vertrouwt daarop. Maar later zien we hoe het hem langzaam tegen gaat zitten. Saul, de koning, wordt jaloers op deze jongeman. Hij ziet in hem de persoon die hij zelf graag had willen zijn, en hij weet dat David de eer krijgt en hem uiteindelijk ook zal opvolgen. Het is zijn eigen schuld dat hij zijn koningschap kwijtraakt, maar hij reageert dat af op David, die vervolgens moet vluchten. We zien dan hoe hij verraden wordt door zijn volksgenoten.

Mensen die hij geen kwaad heeft gedaan gaan naar Saul, om te vertellen waar hij zit. Hij loopt werkelijk heel veel gevaar. Mensen die hem helpen worden ter dood gebracht en hij voelt zich schuldig aan hun dood: als hij daar niet geweest was, zouden ze nog leven. We beginnen dan in zijn psalmen een andere David te zien, iemand die in levensgevaar is,maar die toch steeds door God gered wordt.

Maar het wordt David soms te veel, hij is bijna wanhopig om steeds maar op de vlucht te moeten zijn. Ten einde raad vlucht hij dan naar de aartsvijand van zijn volk, naar de Filistijnen. Op zich is hij daar veilig. Maar dan beramen de Filistijnen een aanval op Israël, en omdat zij hem vertrouwen, wordt hem opgedragen mee te gaan.

Het leest alsof David van harte meegaat, maar hij moet verschrikkelijk getwijfeld hebben wat hij moest doen. Moet hij zijn eigen volk aanvallen? Dat wil hij niet, maar hij kan ook niet weigeren. Ze gaan op weg, en staan dan uiteindelijk tegenover het leger van Israël. En pas dan redt God hem uit die situatie, door sommige Filistijnse aanvoerders te laten zeggen dat zij David niet vertrouwen. Hij is gered, zonder dat hij zijn schuilplaats bij de Filistijnen hoeft op te geven. Je leest in dit verband hoe hij bij zichzelf overlegt dat hij naar deFilistijnen moet om het er levend af te brengen. Dat lijkt heel erg op Abraham toen die naar Gerar ging en daar vertelde dat Sara zijn zuster was. Beiden reisden naar een ander land om in leven te blijven. In beiden zien we mannen van groot geloof, die toch zelf een oplossingzoeken, hoewel ze eigenlijk hadden moeten beseffen dat God hen zou beschermen. Beide hadden een belofte ontvangen, Abraham dat Sara zijn zoon zou baren en David dat hij koning zou zijn. Beloften die vereisten dat ze in het leven zouden blijven. Beide liegen om hun oplossing niet in gevaar te brengen: Abraham zegt dat Sara zijn zuster is, terwijl David zegt dat hij de Israëlieten heeft overvallen en daar buit heeft weggehaald. En beide komen daarmee in de problemen: bij Abraham wordt zijn vrouw bij hem weg gehaald, om de vrouw te worden van Abimelek, David omdat hij nu echt mee op moet trekken om tegen zijn eigen volk te strijden. En in beide gevallen zorgt God voor een oplossing, maar niet voordat ze zelf een tijdje hebben moeten zweten.

Sara is al een hele nacht bij Abimelek, voordat Abraham hoort hoe God heeft ingegrepen. David was al een fors eind Israël ingetrokken, en stond oog in oog met zijn eigen volk, voordat de oplossing komt. In beide gevallen brengt hun eigen oplossing hen in de problemen, maar in geen van beide lees je een negatief oordeel van God. Zij hadden misschien beide volgens henzelf de grens van hun geloof bereikt, het was te zwaar geworden, en dan grijpt God in en helpt hen. Korte tijd later komt het moment dat God Saul laat sterven en David koning wordt. Wat dan opvalt, is hoe David steeds aan God vraagt wat hij moet doen, en hoe God hem steeds antwoord geeft. Hij staat dan tegenover grote legermachten, maar God heeft hem beloofd dat Hij met hem is, en David vertrouwt daar volledig op; hij twijfelt geen moment.
We weten niet op welke wijze David God raadpleegt, of hoe hij antwoord krijgt, maar hij weet dat God achter hem staat. David wordt steeds meer gezegend, en krijgt uiteindelijk aan alle kanten rust. En hetis heel typerend dat het dan verkeerd gaat. Hij is in zijn paleis en zijn bevelhebber trekt er op uit om de resterende oorlogen te voeren. Hij blijft achter, omringd door alle zegeningen, en dan slaat de verleiding toe en draait het uiteindelijk uit op overspel en moord. Zijn grootste zonde begaat hij juist als hij zo gezegend is, dat het lijkt alsof hij niet meer hoeft te vertrouwen op God. Er zijn geen problemen, en dan gaat het mis. Je ziet in zijn psalmen het effect dat dit op hem heeft gehad. Van de man die volledig vertrouwt, maar ook zegt hoe hij altijd rechtvaardig is en God dient, verandert hij in een man die zegt alleen maar de dood te verdienen, en die alleen nog vertrouwt op Gods genade. De resterende hoofdstukken over David beschrijven de gevolgen voor zijn eigen leven. Hij krijgt een leven vol onrust binnen zijn eigen gezin. Een van zijn zoons verkracht zijn dochter; een andere zoon doodt zijn broer; hij zelf moet vluchten voor een zoon die met geweld koning wil worden. Maar uiteindelijk wordt hij ook hierdoor gevormd.

Aan het eind van zijn leven, als hij bijna 40 jaar geregeerd heeft, als alles verzameld is om de tempel te kunnen bouwen, kan hij zeggen:

“Geprezen bent u, HEER, God van onze voorvader Israël, voor altijd en eeuwig. U, HEER, bent groots en machtig, vol luister, roem en majesteit. Alles in de hemel en op aarde behoort u toe, HEER, u bezit het koningschap en de heerschappij. Roem en rijkdom zijn van u afkomstig, u heerst over alles … Wat ben ik, en wat is mijn volk, dat wij in staat zijn gebleken zoveel kostbaarheden af te staan? Alles is van u afkomstig, en wat wij u schenken komt uit uw hand. Net als al onze voorouders zijn wij slechts vreemdelingen die als gasten bij u verblijven, ons bestaan op aarde is als een schaduw, zonder enige zekerheid. HEER, onze God, al deze rijkdom die we bijeengebracht hebben om voor u een tempel te bouwen voor uw heilige naam, komt uit uw hand en aan u dragen wij die op. Ik weet, mijn God,dat u de harten van de mensen beproeft en oprechtheid verlangt. Welnu, uit de oprechtheid van mijn hart heb ik u dit alles geschonken, en ook uw volk, dat hier bijeen is, heb ik zijn bijdrage met vreugde zien schenken. HEER, God van onze voorouders Abraham, Isaak en Israël, koester dit blijk van de gezindheid van uw volk voor altijd en laat hun hart op u gericht zijn” (1 Kron. 29:10-18).

Hij was van het begin af een man van groot geloof. Maar zijn geloof wordt steeds sterker omdat God het hem niet gemakkelijk maakt.
Hoe meer hij moet vertrouwen, hoe meer hij leert dat hij volledig kan vertrouwen. We weten:

“U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan datu boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan” (1 Kor. 10:13).

Bij David zien we dat in de praktijk. Het gaat fout, niet als hij teveel beproefd wordt, maar als hij ‘teveel’ gezegend wordt, als hij God niet dagelijks hoeft te bidden om hem te helpen. Juist dan pleegt hij overspel en moord. Maar ondanks deze fouten blijft hij op God vertrouwen. Hij ziet uit naar de werkelijke verlossing. Misschien hebben wij soms ook het idee:

zou het niet beter zijn als ik geen problemen had, als alles voorspoedig ging.

Maar in de praktijk blijkt dan juist dat we geneigd zijn te reageren alsof we God minder nodig hebben. God zoekt een gewijzigd karakter, mensen die er volledig van overtuigd zijn hoe hard ze Hem nodig hebben, maar tegelijk volledig op Hem vertrouwen voor de beste oplossing.

De schrijver aan de Hebreeën zegt hierover dat God mensen ‘tuchtigt’ (of ‘berispt’ in de NBV), wat in de praktijk wil zeggen: ‘in de problemen brengt’. De schrijver zegt hierover:

“U hebt in uw strijd tegen de zonde uw leven nog niet op het spel gezet. Kennelijk bent u de bemoediging vergeten die tot u als tot kinderen wordt gericht: ‘Mijn zoon, je mag een vermaning van de Heer nooit terzijde schuiven en nooit opgeven als je door hem terecht gewezen wordt, want de Heer berispt wie hij liefheeft, straft elke zoon van wie hij houdt.’ Houd vol, het betreft hier immers een leerschool, God behandelt u als zijn kinderen” (Hebr. 12:4-7).

En Davids leven laat ons zien wat dit in de praktijk betekent.

“Een vermaning lijkt op het moment zelf geen vreugde te brengen, slechts verdriet, maar op den duur plukt wie er door gevormd is er de vruchten van: een leven in vrede en gerechtigheid” (Hebr. 12:11).

M.H.

+

Voorgaande

Overdenking: David: Geloof leren door beproeving

Betreffende Christus # 1 Een god of de God, een mensenzoon en zoon van God

Het begin van Jezus #11 Goddelijk verwezenlijkt en niet geïncarneerd

Jezus Christus De Zoon van Adam, de Zoon van God

++

Aanvullend

  1. Beloften aan Adam, Noah, Abraham e.a.
  2. Fundamenten van het Geloof 5: De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis
  3. Jezus van Nazareth #1 Jezus Geboorte
  4. Christus in Profetie #9 De psalmen (3) Van wie er in de Boekrol geschreven staat
  5. Jezus zoon van David, zoon van Abraham en zoon van God
Geplaatst in Bedenking, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Jezus volgelingen werden via Christus levende offers in hun aanbidding tot God


In Jezus’ tijd was alles wat mensen offerden dood, zoals een geit of een schaap. Maar toen Jezus zichzelf als levend offer gaf voor onze zonden, was het resultaat dat Zijn volgelingen  Christus .
De Bijbel leert dat elke gelovige, toen en nu, zijn leven moet inrichten als antwoord op Zijn liefde.
Aanbid door alles wat je doet en met elke lichaamsdeel. Aanbidding is niet iets wat alleen in de kerk gebeurt. Het gebeurt ook door je werk op kantoor, het werken in de tuin, deelnemen aan het verkeer of zorgen voor je kinderen of kleinkinderen.
Het is aanbidding als ik in een koor zing, het huis schoonmaak, iets aan mijn buren geef, en houd van de mensen om me heen. Alles wat ik doe in antwoord op het eenvoudige, maar belangrijke idee dat God van me houdt, is aanbidding.

Broeders en zusters,
met een beroep op Gods ​barmhartigheid​ vraag ik u
om uzelf als een levend, ​heilig​ en God welgevallig offer in Zijn dienst te stellen,
want dat is de ware eredienst voor u.
Romeinen 12:1
t

Gebed
Lieve Heer, ik houd van U met mijn hele hart.
Ik leef mijn leven als antwoord op Uw liefde.
Ik wil door alles wat ik doe,
met elk deel van mijn lichaam U aanbidden.

Geplaatst in Bedenking, Christen zijn, Gebed, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Jeremia de “huilende profeet”

In onze reeks over de profetie over Jezus Christus op onze ecclesia site kijken wij deze week naar Psalm 69 die vermoedelijk opgetekend is door Jeremia.

Jeremia op het plafond van de Sixtijnse Kapel door Michelangelo.

Jeremia  / Jeremiah (Yirmeyahu) of Jeremias (waarschijnlijk na 650 – ca. 570 v.GT.), ook wel de “huilende profeet” genoemd, was een van de belangrijkste profeten en hervormers onder het vroegere Hebreeuwse volk (uit het Oude Testament van de Christelijke Bijbel).

Hij was nauw betrokken bij de politieke en religieuze gebeurtenissen van een cruciaal tijdperk in de geschiedenis van het oude Nabije Oosten. Zijn spirituele leiderschap hielp zijn landgenoten rampen te overleven, waaronder de verovering van Jeruzalem door de Babyloniërs in 586 vGT en de ballingschap van veel Judaeërs naar Babylonië.

Volgens de joodse traditie schreef Jeremia het boek Jeremia, de boeken der koningen en het boek der klaagzangen, met de hulp en onder redactie van Baruch ben Neriah, zijn schrijver en discipel.

Naast het verkondigen van vele profetieën van de God van Israël, brengt hij ook enkele profetieën over de later nog te verschijnen zendeling en dienaar van God, Jezus Christus.

Betreft zijn leven zijn er enkele gelijkenissen met die man uit Nazareth. Jeremia  werd geboren en groeide op in een priesterlijke familie, in het dorp of een van de levitische steden gegeven aan “de kinderen van Aaron” in de stam van Benjamin, namelijk Anathoth, een paar kilometer ten noordoosten van Jeruzalem.

Op jonge leeftijd had hij de roep van God gehoord en verkondigde dan ook Zijn Woorden. Jeremia’s vroege berichten aan de mensen waren veroordelingen voor hun valse aanbidding en sociale onrechtvaardigheid, met een oproep tot bekering, wat natuurlijk niet in goede aarde viel.

Het volk dat God alleen nog diende in uiterlijkheden zou volgens Jeremia de komst van een vijand uit het noorden komen te verwachten. Die vijand werd gesymboliseerd door een kookpot die vanuit het noorden naar een van zijn visioenen was gericht, die grote vernietiging zou veroorzaken.
Deze vijand is vaak geïdentificeerd met de Scythen, nomaden uit het zuiden van Rusland die in de 7e eeuw naar West-Azië zouden zijn afgedaald en Palestina hadden aangevallen. Sommige geleerden hebben de noordelijke vijand geïdentificeerd met de Meden, de Assyriërs of de Chaldeeën (Babyloniërs); anderen hebben zijn boodschap geïnterpreteerd als vage eschatologische voorspellingen, niet over een specifiek volk.

Zulk een doemgedachte dat zij in ballingschap zouden weggevoerd viel niet in goede aarde. Toen hij daarbij nog profeteerde dat de tempel zou worden afgebroken (Jer. 26:8-9) ging hij voor de bevolking te ver en werd er verzocht hem ter dood te brengen. Jeremia bracht gelijkaardige kritiek uit op de Joodse leiders in Jeruzalem, en werd zoals Jezus daardoor niet geliefd en werd zelfs mishandeld. Dit lijkt dan ook de sleutel te zijn tot het gebruik van de citaten van Psalm 69 in het Nieuwe Testament die Jezus over het lot van Jeruzalem bracht en zei:

Want er zal een tijd komen dat je vijanden belegeringswerken tegen je oprichten, je omsingelen en je van alle kanten insluiten. Ze zullen je met de grond gelijk maken en je kinderen verdelgen, en ze zullen geen steen op de andere laten.

en waarbij hij naar de tempel ging, waar hij de handelaars begon weg te jagen, terwijl hij hun toevoegde:

Er staat geschreven:

Mijn huis moet een huis van gebed zijn, maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!” (Luk. 19:41-46).

Deze laatste woorden komen uit Jeremia 7:11, waar de profeet waarschuwt voor de vernietiging van Jeruzalem. Het is voor net zulke woorden dat de priesters en leiders van het volk ook Jezus wilden doden.

Het boek Jeremia gaat in detail in op het privéleven van de profeet (bijvoorbeeld de aankoop van een veld dat toebehoort aan zijn oom als onderdeel van het recht op verlossing (Jeremia 32: 6-25) en zijn ervaringen (bv. gevangenschap Jeremia 37: 15-18; 38: 6), die dus beter bekend zijn dan die van enige andere profeet.

Ook komen wij te weten dat Jeremia als een vreemde werd voor zijn broers. (Psalm 69:9)
Jeremia leed ook aan innerlijke twijfels en conflicten, zoals uit zijn eigen woorden blijkt, vooral die passages die gewoonlijk zijn ‘bekentenissen’ worden genoemd (Jer. 11: 18–12: 6; 15: 10–21; 17: 9–10, 14–) 18; 18: 18–23; 20: 7–12, 14–18).
Ze onthullen een sterk conflict tussen Jeremia’s natuurlijke neigingen en zijn diepe roeping om de boodschap van Jehovah aan de mensen over te brengen. Jeremia was van nature gevoelig, introspectief en misschien verlegen.

Zoals andere profeten maakte Jeremia het volk duidelijk dat het om de gezindheid van de mens tegenover God gaat. Ijver voor God was belangrijk voor deze man van God, die bij bepaalde gebeurtenissen niet bang was om ook Gods hulp in te roepen.

Geplaatst in Geschiedenis, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

In afzonderingstijden Terug naar de Schrift zelf

Tijd van bezinning

Wij zijn vandaag in een tijd gekomen waar wij meer tijd voor ons zelf kunnen nemen. Niet alleen is er voor velen de ‘vakantie‘ maar ook het ‘verlof’ of de ‘Economische Werkloosheid‘ die maakt dat zij thuis zitten. De oproep van de minister van gezondheid, Maggie De Block om ‘in uw kot’ te blijven ging viraal. Maar dat thuis zitten houdt dit jaar ook veel beperkingen in. Op regelmatige tijdstippen is na de versoepeling voor de lockdown van het ganse land, de ene plaats na de andere terug in ‘lockdown‘ gesteld. Overal in Europa wordt er ook aangeraden zo weinig mogelijk rond te trekken of gezelschap van anderen op te zoeken. Men verzoekt overal de mensen om hun contacten met anderen te beperken. Na een poging om de lockdown tot een einde te brengen zijn de voorzorgsmaatregelen versoepeld. Maar die versoepeling bleek te vrijmoedig en moest in meerdere landen al eind juli in allerijl terug geschroefd worden.

In ieder geval hebben de mensen sinds 13 maart nu heel wat meer tijd gehad voor zichzelf over de dingen des levens na te denken. Ook al werden de kerken en gebedshuizen gesloten hoefde dat voor velen nog niet te betekenen dat zij geen gebedsleven in gemeenschap meer zouden kunnen uitvoeren. De hedendaagse sociale middelen hebben er voor gezorgd dat de meesten nog een dienst konden bij wonen via e-streaming.

In ieder geval kon men deze lockdown periode ook gebruiken als een vrij gekomen of gegeven meditatie tijd. Iedereen kon als het ware voor zichzelf een retraite tijd voorzien. Nu velen zich niet met het werk moesten bezig houden of van huis uit werkten, konden ze ook meer tijd vrij nemen om spiritueel zelfonderzoek te doen. Meerdere momenten kwamen nu ook vrij voor geestelijke oefeningen. Normaal zou men daarvoor nar een daarvoor geschikte omgeving zoals een klooster of een speciaal daarvoor opgericht retraitecentrum kunnen gaan, maar ditmaal bleven deze ook verder gesloten zoals cafés en restaurants. Een retraite biedt vaak de gelegenheid om in een groep met de hulp van een leider gedurende een tijd over meerdere zaken te praten en ideeën uit te wisselen, maar zulks groepsgebeuren zit er voor dit jaar niet in.

Deze crisistijd is een ideale tijd om terug naar de Schrift zelf te grijpen. Met het Boek der boeken terug vast te grijpen en van begin tot het einde terug door te nemen, kan men zijn geheugen even terug opfrissen en de Bijbelse geschiedenis voor ogen halen maar ook merken hoe wij God in alle omstandigheden hard nodig hebben. Vroeger was het zo, en nu is het niet anders.

Deze ‘Zomervakantie‘ zal in ieder geval voor iedereen heel anders verlopen dan een de vroegere normale vakanties.

Teruggrijpen naar valse goden

Barokke bedevaartskerk te Scherpenheuvel, de meest bezochte bedevaartplaats van België (bouwmeester Wenceslas Cobergher 1561-1634)

Wat ook opvalt, is dat bepaalde trektochten, bedevaarten of pelgrimages niet zijn door gegaan, maar dat mensen wel via het net gebeden lieten richten voor hen. Op ROB-tv liet de pastoor van Scherpenheuvel weten hoe mensen hem tijdens de coronacrisis opbelden om kaarsjes te branden voor Maria. In die gemeente wordt ook jaarlijks een “Kaarskensprocessie” gelopen op de eerste zondag na Allerheiligen waarbij het Mariabeeldje dat boven het altaar van de basiliek prijkt in een processie rond de basiliek wordt gedragen. Een traditie die al sinds 1628 standhoudt. Duidelijk een beeldverering zoals er meerdere in België kunnen vast gesteld worden. Maar Spanje en Italië spannen in Europa wel de kroon van die Maria verering. Toch kan men stellen dat algemeen in Europa de volksdevotie een belangrijke plaats geeft voor Mariaverering. Door verscheiden mensen wordt zij als de moeder van God aanschouwd, wat natuurlijk niet kan, daar God een eeuwig wezen is dat niet uit een vrouw of godin is geboren. Velen geloven ook dat Maria bemiddelt bij Jezus en bij God en als dusdanig verering verdient als middelares. Hierbij bezweren velen dat zij niet echt wordt aanbeden, ook al bidden zij tot haar.(?) De Mariaverering is echter wel een heikel punt in de godsdienst beleving.

Opvallen is dat tijdens deze coronacrisis vele mensen met heel wat vragen naar voor kwamen maar ook dat meerdere mensen weer hun toevlucht namen tot allerlei goden. In vele zogenaamd christelijke gebieden werden weer heel wat kaarsjes gebrand. Ook rozenhoedjes, voor een Mariadevotie, kwamen terug tevoorschijn.

Naast zulk een verering kan men bij de Katholieken ook een enorme reeks van ‘heiligen’ vinden die voor allerlei dingen worden aangesproken en waarbij mensen er op rekenen dat als zij tot hen bidden allerlei gunsten zouden krijgen. Al die kaarsjes die worden aangestoken en geldoffers die voor die heiligen worden gebracht maken voor velen onderdeel van hun godsbeleving.

Zij die zich christen willen noemen zouden zeer ernstig moeten na denken of zulk een Maria en heiligenverering in de kraam valt van een waardig volgelingschap van Christus. Zou Christus hiermee akkoord gaan? Valt zuk een verering voor beelden in de leer van Christus Jezus en valt dat wel te rijmen met de geboden van God?

Gesneden beelden

Vele Christenen ofwel kennen onvoldoende de geboden van God of vergeten doelbewust dat voorname Gebod waarbij God aan geeft dat er geen gesneden beelden mogen gemaakt worden van goden of enige wezens ter aanbidding. Nochtans vinden we in het gros van de Christelijke Kerken een zeer grote verering plaatsvinden met het gebruik of tentoonspreiden van beelden, zij het met gebeeldhouwde werken of iconen, ofwel met boeken.

Toch mag men zeggen dat de God boven alle goden zeer duidelijk is als Hij zegt:

לֹא-תַעֲשֶׂה לְךָ פֶסֶל, וְכָל-תְּמוּנָה

Gij zult niet kunnen maken tot u geen gesneden beeld

Het “Eerste gebod” richt zich tot alle mensen, die al of niet willen horen:

לא יהיה-לך אלהים אחרים על-פני

Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht

Hiermee geeft God aan dat Hij geen andere goden dult voor Zijn aangezicht en dat Hij niet wil dat er enige beeltenis van Hem of andere goden wordt gemaakt.

“2 Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte, uit het slavenhuis heb geleid; 3 gij zult geen andere goden naast Mij hebben. 4 Gij zult u geen godenbeeld maken noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden, of in het water onder de aarde is. 5 Gij moogt ze niet aanbidden of dienen. Want Ik, Jahweh, uw God, ben een naijverige God, die de zonden der vaders wreekt op de zonen, op het derde en vierde geslacht van hen, die Mij haten, 6 maar die genadig is aan het duizendste geslacht van hen, die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.” (Ex 20:2-6 Canis)

“6  Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte heb geleid, uit het slavenhuis. 7 Gij zult geen andere goden hebben dan Mij. 8 Gij zult u geen afgodsbeeld maken, geen gestalte van iets aan de hemel daarboven, op de aarde beneden of in het water, dat onder de aarde is. 9 Gij moogt ze aanbidden noch dienen; want Ik Jahweh, uw God, ben een naijverige God, die de zonden der vaderen wreekt op de kinderen en op het derde en vierde geslacht van hen, die Mij haten, 10 maar die genade bewijst aan het duizendste geslacht van die Mij beminnen en mijn geboden onderhouden.” (De 5:6-10 Canis)

Heel wat Christenen beweren monotheïstisch te zijn maar aanbidden naast hun drie goden, God de Vader, god de zoon en God de Heilige Geest, ook nog Maria en een hele rits van heiligen.

Zij zouden moeten inzien dat een groot deel van de Bijbelse prediking uit de tijd van Mozes aan de verbanning is gebaseerd op de of-of keuze tussen exclusieve aanbidding van God en de afgoden. Het volk wordt er meermaals aan herinnerd dat er slechts Één Almachtig is en als de Soevereine Schepper van hemel en aarde moet aanschouwd worden. Het duurde een hele tijd vooraleer meerderen kwamen in te zien hoe zij verbonden moesten geraken aan hun Schepper door hun aanbidding voor Hem. De Babylonische ballingschap mocht een keerpunt zijn waarna de Joden als geheel zich sterk voelden om te gaan voor een monotheïstisch geloof en hulde aan andere goden opzij te zetten en af te keuren.

Door te dringen woorden

De profeten van God lieten de mensen rondom hen ook weten dat degenen die levenloze afgoden aanbidden niet in staat zullen zijn om de waarheid die God hen zou communiceren te horen. En daar op komt het op aan, om de oren en ogen te openen, zodat de waarheid van God zal kunnen tot u komen en zal kunnen doordringen.

Sun Myung Moon , een 20ste eeuwse pseudo christoi, stichter en leider van de Verenigingskerk plus oprichter van de Universal Peace Federation en eigenaar van een zakenimperium, waaronder het persbureau United Press International en de krant The Washington Times.

Meerdere eeuwen hebben valse leraren gepoogd om te mensen naar hun pijpen te  laten dansen. Ook al waarschuwde Jezus en zijn leerlingen al voor valse profeten, zouden de volgelingen van Jezus er ook niet van gevrijwaard blijven. De volgelingen van de Weg werden al snel bedreigd door zulke valse leermeesters enz elfs enkele Pseudo christoi of valse Christussen (waarvan de 2de voorlaatste stierf in 2012 na toch een zeer grote aanhang verwonnen te hebben.)

Door de eeuwen heen hebben een grote meerderheid van gelovigen gedacht dat zij theologen of godsgeleerden moesten hebben om hun de Bijbel uit te leggen. Zij waren bang dat zij zonder die wijze mannen en priesters geen inzicht zouden kunen krijgen in dat Woord van God. Ook nu nog zijn heel wat mensen die een excuss zoeken om de bijbel niet te lezen als zou het een verouderd boek zijn dat een gewone mens niet kan begrijpen. Niets is minder waar.

Indien u ook met zulk een idee zit, raden wij aan om deze tijd van afzondering te gebuiken om dat apart-geplaatste (of heilige) Woord van God eens ter hand te nemen en het te bestuderen. Nu is de tijd aangebroken om te zien en te beslissen of u het woord van mensen eerder wil aannemen dan het Onfeilbare Woord van God.

Doorheen de geschiedenis heeft God op regelmatige tijden de ens eens wakker geschud en hen weer opgeroepen om naar Hem te lusiteren en Hem weer tegemoet te komen. Nu zijn wij weer in zulk een periode beland, waar God oor wil geven aan ons roepen maar ons ook verzoekt een zuiver geweten te hebben en de juiste keuze te maken, voor de juiste godheid.

De vraag die vandaag nog steeds geldt:

Hoeveel wil de mens afhankelijk zijn van een Goddelijke Schepper?

+

Voorgaand

  1. Kijkend naar het Oosten en het Westen voor Waarheid
  2. De Falende mens #2 Vrije keuze
  3. Fragiliteit en actie #12 Beperking
  4. Op zoek naar een God boven alle goden
  5. Op zoek naar antwoorden op de vraag Is er een God # 1 Veel goden
  6. Op zoek naar antwoorden op de vraag Is er een God # 2 Pantheon van goden en feesten
  7. Een 1ste antwoord op de 4e vraag Wie God is 1 Een scheppend Wezen om aanbeden te worden
  8. Een 1ste antwoord op de 4e vraag Wie God is 2 Een Enkelvoudig Geestelijk Opper Wezen
  9. Als de tijd ten einde loopt…. 1 Alles wat vroeger is geschreven #1
  10. Als de tijd ten einde loopt…. 2 Zonen en bastaards
  11. Als de tijd ten einde loopt 3 Dat zijn toch geen goden #1 Afgoden in het Oude Testament
  12. Als de tijd ten einde loopt … 3 Dat zijn toch geen goden #2 Afgoden in het Nieuwe Testament
  13. Als de tijd ten einde loopt … 3 Dat zijn toch geen goden #3 Afgoden in onze tijd
  14. Hermeneutiek om uit te dragen #6 Geen Excuus
  15. Gods vergeten Woord 7 Verloren Wetboek 6 Eredienst
  16. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #8 Concilie van Constantinopel

++

Aanvullende teksten

  1. Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden
  2. Bijbel, helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest ter onderricht
  3. Schepping en wet die vertellen over Gods eer
  4. Vakantie is… stilte in je hoofd
  5. Zomervakantie 2020
  6. Gun jezelf een dagje lummelen
  7. Isolatietijd vrij te nemen voor jezelf
  8. Mood Booster • Avontuur in België
  9. Zomertijd ideaal op met Bijbellezing aan te vangen #1Bestseller aller tijden
  10. Ver weg van huis
  11. Ruimte voor gebed maken in zomervakantie
  12. Augustus maand voor het beantwoorde gebed
  13. Geen tijd meer voor uitstelgedrag
  14. Gedachte voor 3 januari 2018
  15. Aanvullend op overdenkingen van vorige zondag
  16. Bij beperktheid van plaats toch nog verkondigend
  17. Zuiverheid en verantwoordelijkheid van leden en leiders in een gemeenschap
  18. Eén tong om langzaam en doordacht te spreken
  19. Boek der boeken, de Bijbel
  20. Bijbel verzameld Woord van God
  21. Betrouwbare woord
  22. Bijbel – Enige bron van kennis en openbaring van God
  23. Bijbel baken en zuiverend water
  24. Bijbelboodschap voor ons
  25. God dienen boven mensen
  26. Godgeleerden
  27. God gever van vruchtbaarheid
  28. God kent het hart
  29. God laten naderen
  30. Gods kijk op diegenen die Hem aanroepen
  31. Gods oordeel
  32. Gods reddende Kracht
  33. Gods Soevereiniteit
  34. Godsverering
  35. God tot toorn geprikkeld
  36. God van Christus Jezus loven
  37. Kerklidmaatschap belangrijk of niet
  38. Verwerf de gunst van Jahwe
  39. Gebed tot Hem die ogen opent om inzicht te krijgen

 

Geplaatst in Bedenking, Bijbel of Heilige Schrift, Bijbelonderzoek, Christen zijn, Christendom, Christenheid, Drie-eenheid, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Kerkopbouw, Levensvragen, Religie, Wereld, Woord van God | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Als de tijd ten einde loopt … 3 Dat zijn toch geen goden #3 Afgoden in onze tijd

Dat zijn toch geen goden

Heeft ooit een volk goden verruild – en dat zijn toch geen goden! -maar mijn volk heeft zijn Eer verruild voor wat geen baat brengt. (Jer. 2:11, NBG’51)

Afgoden in onze tijd

Ook in onze tijd kunnen we twee soorten ‘afgoderij’ identificeren. Weliswaar zullen in onze westerse maatschappij weinigen nog knielen voor een beeld waar ze redding van verwachten, althans buiten een context van zogenaamde christelijke ‘heiligen’ (in de Bijbel is de term ‘heiligen’ de aanduiding van de levende gelovigen). Maar in feite is alles waar een mens redding van verwacht, anders dan van de God van de Bijbel, een afgod. Dat kan geld zijn, een alles omvattend pakket verzekeringen, macht, contacten met invloedrijke mensen, politieke invloed, noem maar op. Velen hebben hun eigen variant, maar het komt uiteindelijk allemaal neer op een gebrek aan vertrouwen in God, dat die hen zal redden. Dat is dus de moderne variant van dat eerste of dat tweede gebod van de tien geboden.
De andere soort komt overeen met dat gouden kalf:

‘dit is uw God, o Israël’.

We dienen wel de God van de Bijbel (zeggen we), maar vullen daar vervolgens een eigen opvatting van die God voor in. We modelleren God naar onze eigen smaak, met behulp van intellectuele redeneringen: de voorstelling in de Bijbel is (zeggen we) gekleurd door de schrijvers en dus niet betrouwbaar.
Maar gelukkig kunnen wij nu veel beter dan de mensen van toen beredeneren wat er achter deze beelden moet steken (zeggen we), en wat die schrijvers dus eigenlijk hadden moeten schrijven. En toevallig komt dat ook volledig overeen met hoe wij zelf menen dat het moet zijn. Dus dan moet dat wel juist zijn. En op grond van zulke excuses wordt er geselecteerd wat wel en wat niet waar moet worden geacht, en wordt alles geschrapt wat ons niet bevalt en dat wij dus als ‘niet meer van deze tijd’ beschouwen.

Maar onder de streep komt dat er toch op neer dat er een andere Jezus wordt verkondigd dan de Schrift heeft gedaan, of dat wij een andere Geest of een ander evangelie aannemen dan wij feitelijk ontvangen hebben. En wie zo’n ander evangelie verkondigt, met een andere christus, kan dan toch alleen maar behoren tot die pseudoprofeten en pseudoleraars waar Jezus en de apostelen over spraken. Want zo’n op grond van eigen ideeën en voorkeur samengestelde ‘christus’ is nu precies die ‘pseudochristus’ of ‘antichristus’ waarvoor we gewaarschuwd zijn.

Johannes schrijft in zijn eerste brief:

“Kinderen, het laatste uur is aangebroken. U hebt gehoord dat er een antichrist zal komen. Nu al treden er veel anti-christen op, en daardoor weten we dat dit het laatste uur is” (1 Joh. 2:18).

Hij spreekt duidelijk van zijn eigen tijd. En hij heeft het over valse leraars:

“Er zijn veel dwaalleraren (planoi) in de wereld verschenen die de komst van Jezus Christus als mens niet belijden. Dat nu is de verleider (planos), de antichrist!”

Waar hij hier zo fel tegen ageert is een toenemende neiging de goddelijkheid van Jezus tot in het extreme te willen benadrukken, wat dan echter onvermijdelijk ten koste gaat van de bijbelse leer dat de overwinning over de zonde alleen kon worden behaald door een mens die God volmaakt zou dienen, en die dan vervolgens toch bereid zou zijn desondanks te sterven, en daarmee het vonnis over de zonde te ondergaan. Want dat was toch de leer die God aldoor Jesaja had verkondigd in zijn profetieën over de ‘Knecht des HEREN’ (vgl.Hand. 8:35). En dan, zegt Johannes, heb je het over een andere christus dan die welke de Schrift verkondigt, een surrogaat-christus (antichristos), die ons niet zou hebben kunnen redden omdat hij vanuit zo’n positie de overwinning niet had kunnen behalen. Die leer berustte dan ook niet op de Schrift maar, geheel volgens de Griekse traditie, op intellectuele speculatieve redenering.
Maar zijn waarschuwing geldt ook voor onze ‘eindtijd’. Want in de eeuwen die volgden hebben kerkleiders deze speculatieve redeneringen toch verder uitgewerkt. Zij hebben daar felle ruzies over gevoerd, en hun rivalen zo nodig uit de kerk gezet. En de overwinnaars van die machtsstrijd (want dat was het bovenal) hebben vervolgens tot in onze dagen hun stempel gedrukt op het christelijke denken. Want onze cultuur is bovenal ‘Grieks’ van aard, en nog steeds slaan wij intellectuele redeneringen hoger aan dan de ‘simpele’ taal van de Schrift:

“de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid, maar wij [Paulus] prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid” (1 Kor. 1:22-23, NBG’51).

Theologisch denken is nog steeds een vak voor specialisten, en dient vooral niet in handen te vallen van de ‘simpele’ gelovige, die daar niet voor is opgeleid. En de grote massa van die gelovigen vindt het ook eigenlijk wel goed zo. Maar in werkelijkheid geldt daarvoor meer dan ooit Paulus’ woord in zijn afscheidsbrief aan zijn leerling Timoteüs:

“Er komt een tijd dat de mensen de heilzame [Grieks: iets datje ‘gezond’ houdt] leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hen naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels” (2 Tim. 4:3-4).

Ook hier is het duidelijk: zulke leraren (didaskaloi) zijn dwaalleraren (pseudodidaskaloi, eigenlijk ‘schijnleraren’). Voor de ware gelovige is er daarom maar één weg:

terug naar de Schrift zelf.

RCR

+

Voorgaand

Als de tijd ten einde loopt…. 1 Alles wat vroeger is geschreven #1

Als de tijd ten einde loopt…. 2 Zonen en bastaards

Als de tijd ten einde loopt 3 Dat zijn toch geen goden #1 Afgoden in het Oude Testament

Als de tijd ten einde loopt … 3 Dat zijn toch geen goden #2 Afgoden in het Nieuwe Testament

+++

Aanverwante lectuur

  1. Onwetendheid, wettigheid en zondigheid
  2. Zuiverheid en verantwoordelijkheid van leden en leiders in een gemeenschap
  3. Wie zijt Gij, Here?
  4. 4de Vraag: Wie of wat is God
  5. Aanbidden, Aanbidding, Eredienst en Gebed
  6. Helden en heiligen
  7. Een vergadering omtrent aan te houden gedrag en te houden handelingen
  8. Kruisen en Iconen stukslaan
  9. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #6 Valse leraren en geestelijke hoererij
  10. Misleid door valse opwekkingen
  11. De Kerk waar de mens der wetteloosheid zich nestelt
  12. Al of niet verenigen
Geplaatst in Christen zijn, Christendom, Christenheid, Drie-eenheid, Geschiedenis, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Als de tijd ten einde loopt … 3 Dat zijn toch geen goden #2 Afgoden in het Nieuwe Testament

Dat zijn toch geen goden

Heeft ooit een volk goden verruild – en dat zijn toch geen goden! -maar mijn volk heeft zijn Eer verruild voor wat geen baat brengt. (Jer. 2:11, NBG’51)

Afgoden in het Nieuwe Testament

In het NT vinden wij een gewijzigde situatie. Hoewel beelden ook in de Griekse wereld een belangrijke rol speelden, lijkt het gevaar toch meer te liggen in de hoek van de Griekse filosofie. De Grieken waren grote denkers, maar hun gedachteconstructies waren toch in hoge mate speculatief, en afgemeten naar moderne maatstaven en inzichten konden ze er soms dramatisch naast zitten.

In zijn grote waarschuwingsrede op de Olijfberg (Matt. 24:24) waarschuwt Jezus bij herhaling voor ‘valse christussen’ (pseudo christoi) en valse profeten (pseudoprophètai), die velen zullen verleiden (planaō). Deze waarschuwing komt bij de apostelen voortdurend terug. Petrus beschrijft in zijn tweede brief de valse profeten nader als dwaalleraars (pseudodidaskaloi), en noemt hen verderop verdwaald (planaō) en in dwaling (planè) verkerend.

Johannes waarschuwt in zijn eerste brief tegen misleiden (planaō), en duidt zo’n misleider (planos) op zijn beurt aan als ‘antichrist’ (d.w.z. een‘in-plaats-van’ christus), wat feitelijk hetzelfde is als ‘pseudochristus’ (eenschijn-christus). En Paulus spreekt van bedriegers die verleiden (planaō) en wordenverleid (planaō).Het lijkt daarom niet zozeer te gaan om mensen die van zichzelf prediken dat zij zelf de ware Christus zijn, maar om valse leraars, die dwaalleer brengen door een ‘christus’ te prediken die niet de bijbelse Christus is. Zoals Paulus aan de gemeente te Korinte schrijft:

“U hebt er immers geen enkel bezwaar tegen dat iemand [Grieks: iemand die van elders komt] u een andere Jezus verkondigt dan wij hebben gedaan, of dat u een andere Geest of een ander evangelie ontvangt dan u ontvangen hebt” (2 Kor. 11:4).

En aan de gemeenten van Galatië:

“Het verbaast me dat u zich zo snel hebt afgewend van hem die u door de genade van Christus heeft geroepen en dat u zich tot een ander evangelie hebt gekeerd. Er is geen ander evangelie, er zijn alleen maar mensen die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien” (Gal. 1:6-7).

Zulke ‘andere’ leer was aanvankelijk afkomstig van Joodse leraars die de christenen wilden terugbrengen naar het starre Joodse wetticisme dat de Farizeeën van Jezus’ dagen kenmerkte. Maar later had het duidelijk te maken met de Griekse neiging alles intellectueel te willen beredeneren, zonder daarvoor in feite voldoende schriftuurlijke ondergrond te hebben. Per saldo betekent dat echter dat zij de voorkeur gaven aan een ‘god’ die zij naar eigen inzicht hadden beredeneerd, boven de God die de Schrift hun leerde. En uiteindelijk verschilt dat niet wezenlijk van die houten god bij Jesaja, waarvoor de beeldsnijder de benodigde boom eerst zelf had opgekweekt.

+

Voorgaand

Als de tijd ten einde loopt…. 1 Alles wat vroeger is geschreven #1

Als de tijd ten einde loopt…. 2 Zonen en bastaards

Als de tijd ten einde loopt 3 Dat zijn toch geen goden #1 Afgoden in het Oude Testament

Gedachte bij de dagelijkse bijbellezing van 16 december

Gods vergeten Woord 24 Getuigen 4 Jezus’ laatste boodschap

De Taal van de Bijbel: De antichrist

Addendum 1: de leer van de “antichrist”

De Ekklesia #11 Addendum 2: Een antichrist

++

Aansluitende lectuur

  1. De Bijbel als instructieboek #3 De Taal van de Bijbel
  2. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #1 Stromen van gelovigen
  3. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #5 Valse leraren en afvalligen
  4. Wanneer u een ware volger van Jezus wil zijn #3 Groeiende beweging uit Joodse sekte De Weg
  5. Als de tijd ten einde loopt …… Vragen naar het goede
  6. Antwoord op Vragen van lezers: Vraag: Kunt u mij uitleggen wat er in Zacharia 3:2 wordt bedoeld met:‘Een brandhout uit het vuur gerukt’?
  7. De Taal van de Bijbel: De antichrist
Geplaatst in Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties