Van harte welkom – Welcome to this site

Fijn dat u op deze site rond geloof, God en Christus terecht bent gekomen. Wij wensen u hier veel leesplezier.

*

Thank you for visiting this site about faith, God and Christ. We wish you a lot of reading pleasure here.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Hoe leest u? Ten derden dage opgewekt – Drie dagen en drie nachten

Jezus vroeg zijn tijdgenoten: ‘Hebt u niet gelezen’ en ‘Staat er niet geschreven?’ Zo maakte Hij duidelijk dat het geschreven woord van God boven alles staat, en dat het belangrijk is onderscheid te maken tussen wat God heeft gesproken en de menselijke opvattingen daarover.

Christus is gestorven voor onze zonden naar de Schriften en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften” (2)

Drie dagen en drie nachten

De vorige keer keken we naar die teksten met ‘de derde dag’ tegenover die met ‘na drie dagen’. Maar er is nog die tekst in Matteüs:

“Zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis zat, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven” (Matt 12:40).

In die andere teksten betekende ‘dag’ een etmaal (of een deel daarvan), maar hier is ‘dag’ de periode tussen zonsopgang en zonsondergang; de volgende 12 uur vormen de nacht. Maar van vrijdag voor zonsondergang tot zondag voor zonsopgang heb je toch maar hooguit twee dagen en twee nachten. Hoe zit dat dan?

Allereerst moeten we constateren dat het ‘vervroegen’ van de kruisiging naar een donderdag geen oplossing brengt, omdat de zondag dan de vierde dag zou zijn geweest en niet de derde, zoals we de vorige keer al zagen. En als je de opstanding stelt na zonsopgang, heb je hooguit drie ‘dagen’, maar nog steeds maar twee nachten.

Het tijdstip van de opstanding

Wat weten we eigenlijk van het tijdstip van de opstanding?

Marcus vertelt ons dat de vrouwen op de eerste dag van de week rond zonsopgang bij het graf kwamen en het leeg vonden. Lucas spreekt van ‘vroeg in de morgenstond’. De uitdrukking die hij gebruikt betekent ‘zeer vroeg’, dus heel kort na zonsopgang. Johannes schrijft (van Maria van Magdala) dat zij ging ‘terwijl het nog donker was’. Gecombineerd betekent dit dat de vrouwen, waaronder Maria, op weg gingen toen het nog donker was, en bij het graf aankwamen toen het net licht werd of was. Voor het overige weten we alleen dat Jezus toen reeds was opgestaan. Matteüs spreekt eveneens van een gaan ‘tegen het aanbreken van de morgen’, maar noemt dan iets dat we bij de anderen niet vinden:

Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf en rolde de steen weg. (Matt. 28:2).

De bewakers vluchten, terwijl de engel aan de vrouwen vertelt dat Jezus zich niet meer in het graf bevindt omdat Hij is opgestaan. Eigenlijk weten we dan nog steeds niet wanneer die opstanding precies plaats vond, maar dit lijkt ons te willen vertellen dat het toen was, dus inderdaad rond zonsopgang.

Dag en nacht

Laten we eens kijken naar die ‘dagen en nachten’. De uitdrukking ‘dag en nacht’ komt 15 maal voor in het OT, en nog eens 15 maal in het NT. In al die gevallen betekent het: voortdurend. Soms volkomen letterlijk (Hand. 9:24: Ze bewaakten dag en nacht de stadspoorten om hem te kunnen doden), soms wat algemener (Neh. 1:6: Zie hoe uw dienaar dag en nacht tot u bidt ten behoeve van uw dienaren). Maar altijd legt het nadruk op de continuïteit. En die betekenisnuance vinden we ook wanneer er een getal wordt genoemd voor het aantal dagen, terwijl er niet wordt volstaan met simpelweg x dagen, maar dat wordt weergegeven als ‘x dagen en x nachten’. Zo vinden we een periode van 40 dagen aangeduid als ‘veertig dagen en veertig nachten’ voor de regen die de zondvloed brengt, voor de beide keren dat Mozes op de berg was, en voor de tocht van Elia naar de Sinaï (waarvan je je toch wel kunt afvragen of hij echt dag en nacht doorging). Jobs vrienden zaten zeven dagen en zeven nachten bij hem voor ze hun gesprek begonnen, de Egyptenaar die David inlichtte over de overval op Ziklag had drie dagen en drie nachten niet gegeten, en Jona zat drie dagen en drie nachten in de buik van de vis. In het NT bracht Jezus veertig dagen en veertig nachten zonder eten door in de woestijn. Dat spreekt allemaal van continuïteit. De uitdrukking ‘x dagen en x nachten’ is dus een Joodse zegswijze die nadruk legt, maar geen letterlijke beschrijving geeft, ongeveer zoals de populaire uitdrukking ‘nu niet en nooit niet’ bij ons. Wanneer hij dan zegt dat hij ‘drie dagen en drie nachten’ in het graf zou liggen, zal die nadruk dus slaan op het feit dat hij niet, zoals bijv. het dochtertje van Jaïrus, al weer kort na zijn sterven uit de dood zou worden opgewekt, maar dat hij daadwerkelijk dagenlang in het graf zou liggen (hoewel ook weer niet zo lang als Lazarus, omdat zijn vlees niet tot ontbinding zou overgaan). Maar
vooral op de overeenkomst met Jona. Die moest hun duidelijk maken dat de heidenen van Ninevé zich wel hadden bekeerd toen Jona hun vertelde dat hun stad na veertig dagen zou worden verwoest wanneer zij dat niet deden, terwijl de Joden zich niet zouden bekeren toen de ‘grotere dan Jona’ hun vertelde dat hun stad na veertig jaar zou worden verwoest wanneer zij dat niet deden. Want dat was de eigenlijke boodschap.

R.C.R.

 

+

Voorgaand

Hoe leest u? Christus is gestorven en na drie dagen opgewekt

Geplaatst in Bijbelonderzoek, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Taal & woordgebruik | Tags: , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De wereld van Lucas #3 De Romeinse wereld

De wereld van Lucas – De Romeinse wereld

Lucas situeert zijn beide boeken (zijn Evangelie en Handelingen) nadrukkelijk in de Romeinse wereld van die dagen. Sinds Julius Ceasar was het Romeinse rijk een keizerrijk, verdeeld in provincies. De exacte bestuursvorm was niet altijd en overal identiek. In Judea en Galilea regeerde meesttijds een stadhouder, maar tussendoor soms ook een plaatselijke regeerder, aangeduid als koning, hoewel in werkelijkheid alleen maar een vazal van Rome. In de wereld van het NT was die afkomstig uit het geslacht van Herodes de Grote.

De keizers

De Romeinse keizers die in de beschreven periode regeerden waren:
Octavianus, die zich Augustus liet noemen (43 v. Chr. – 14 na Chr.). Hij regeerde bij Jezus’ geboorte. We vinden hem genoemd in Luc. 2:1.
Tiberius (14 – 37), die regeerde tijdens Jezus’ optreden. We vinden hem genoemd in Luc 3:1.
Caligula (37 – 41), die regeerde tijdens het ontstaan van de vroege gemeente. Lucas noemt hem niet.
• Claudius (41 – 54), ten tijde van Paulus’ zendingsreizen. Lucas noemt hem
in Hand 11:28 als een ‘latere’ keizer, en in Hand. 18:2 als de dan regerende.
Nero (54 – 68), in de tijd van Paulus’ gevangenschap te Ceasarea. Lucas verwijst wel naar hem, maar noemt niet zijn naam.

Dit alles wijst op nauwgezetheid: de namen die worden genoemd, zijn inderdaad die van de keizers die op dat moment regeerden, ook al schrijft Lucas zijn Evangelie op basis van onderzoek dat hij pas in 58 kan zijn begonnen. Bij een profetie, uitgesproken onder Caligula, maar pas in vervulling gegaan onder Claudius, noemt hij die nadrukkelijk als een latere keizer (Hand. 11:27-28). En de enige keizer die in zijn verhaal wel ‘een rol speelt’, maar die hij niet bij name noemt is degene die regeerde toen hij zijn verhaal schreef. Die naam hoefde hij niet te noemen, want iedereen wist wie dat was.

De stadhouders van de provincie Syrië

Hetzelfde geldt voor de ‘stadhouders’. Pilatus vinden we uiteraard in alle vier de  evangeliën, maar uitsluitend i.v.m. de kruisiging. Lucas is de enige die zijn naam al noemt aan het begin van Jezus’ optreden (Luc. 3:1). In Handelingen noemt hij Felix en Festus als stadhouders die later over Judea regeerden. De complete lijst van de periode is:
Valerius Gratus (15 – 26)
Pontius Pilatus (26 – 36)
Marcellus (36 – 41)
In de periode 41-44 regeerde er geen Romeinse goeverneur. Het bestuur lag toen in handen van koning Herodes Agrippa I. Daarna:
• Achtereenvolgens: Fadus, Alexander en
Cumanus. (totaal: 44 – 52)
Antonius Felix (52 – ca. 59)
• Porcius Festus (ca. 59 – ca. 61)

Jezus’ optreden moet zijn begonnen in 26 á 27, en zijn kruisiging moeten we plaatsen in 29 á 30. Dat valt inderdaad in de periode van Pilatus. Paulus’ gevangenschap te Ceasarea viel in de periode 58-60; hij zag dus de vervanging van Felix door Festus. Deze bestuurders droegen gewoonlijk de Romeinse aanduiding ‘praefectus’, maar werden in het Grieks aangeduid als hègemōn, en dat is inderdaad de term die Lucas in zijn beide boeken gebruikt.

Andere bestuurders

Lucas noemt ook verscheidene andere bestuurders:
• Quirinius, die in de periode 6-9 het bewind voerde over de provincie Syrië,
waar o.a. ook Judea en Galilea onder vielen (zie deel 2 van deze serie).
• Sergius Paulus, die in de periode 47-48 regeerde over Cyprus.
Gallio, die in de periode 52-53 regeerde over de provincie Achaje.
• Publius, op het eiland Malta, over wie we verder niets weten.

Quirinius duidt hij eveneens aan als hègemōn, maar de beide volgende waren ‘proconsul’. Letterlijk betekent dat: iemand die regeert namens de consuls, ooit de hoogste bestuurders in Rome. Lucas noemt ze anthypatos; letterlijk: iemand die regeert namens het hoogste gezag. Dat is in feite de Griekse vertaling van proconsul, maar het zou niet voldoen als vertaling van het ‘praefectus’ van de Syrische en Judese stadhouders (hoewel Pilatus volgens sommigen later ook die titel proconsul heeft gekregen). Publius noemt hij simpelweg een protos, letterlijk een ‘eerste man’. Blijkbaar was hij alleen maar een plaatselijke functionaris die namens Rome de zaken regelde, maar bezat hij geen officiële titel.

Erastus, Olympas, Rhodion, Sosipater, Quartus en Tertius (Menologion van Basilius II)

Dat stemt dan overeen met het feit dat we hem uit de Romeinse annalen verder niet kennen. Terzijde kunnen we nog opmerken dat Paulus in zijn brief aan de Romeinen melding maakt van een ‘stadsrentmeester’ Erastus (Rom.16:23). Van deze man is te Korinte een inscriptie gevonden die verwijst naar
zijn benoeming in 52, het jaar waarin ook Gallio daar aantrad.
Voor de goede orde: de exacte datering van Paulus’ reizen is uiteraard voor een deel juist gebaseerd op bovenstaande feiten en identificaties. Dus we mogen
die ‘perfecte’ overeenkomsten in data dan niet weer gebruiken om daarmee te ‘bewijzen’ dat het allemaal zo goed klopt. Maar wel blijft het feit dat al deze personen toch op de genoemde plaatsen regeerden in juist die periode, en dat de onderlinge volgorde en afstanden in tijd het probleemloos mogelijk maken Lucas’ verhalen daar op een logische en overtuigende manier in te passen. En er blijft natuurlijk ook dan het feit dat Lucas steeds de correcte titulatuur gebruikt. Dit geeft ons toch een overduidelijk beeld van iemand die zelf in die Romeinse wereld leefde en er persoonlijk mee vertrouwd was.

Legercommandanten

Dat geldt ook als hij de Romeinse bezettingsmacht ten tonele voert. Het Romeinse leger was georganiseerd in legioenen, elk verdeeld in 10 cohorten. Een cohort bestond weer uit 6 centuriae (nominaal 100 man), die in tweetallen (‘manipels’) werden opgesteld. Een centuria werd aangevoerd door een centurio. Cohorten werden gewoonlijk aangevoerd door tribunen, en aan het hoofd van het legioen stond een veldheer (dux). Het NT noemt heel af en toe een tribuun, die dan in het Grieks chiliarchos heet (leider van 1000). De enige tribunen die we vinden zijn de niet bij name genoemde commandant van het cohort (volgens sommigen een manipel) dat Jezus komt arresteren in Getsemane (Joh 18), en de garnizoenscommandant van Jeruzalem, Claudius Lysias, ten tijde van de arrestatie van Paulus in Hand. 22 en 23.
De centurio heet hekatonarchos (leider van 100). Lucas noemt er maar liefst 7, waarvan 2 met name. In zijn Evangelie vinden we de centurio die mensen naar Jezus stuurt om genezing te vragen voor zijn doodzieke slaaf, en de commandant van de ploeg die de kruisiging uitvoert (we vinden die ook bij Matteüs, en de laatste eveneens bij Marcus). In Handelingen vinden we driemaal een ongenoemde centurio bij de gebeurtenissen rond Paulus in Hand. 21-24. Daarnaast vinden we Cornelius in Hand. 10-11 en Julius in Hand. 27. Van Cornelius lezen we dat die behoorde tot het ‘Italiaanse cohort’. In Ceasarea, de residentie van de stadhouder, lag een garnizoen van 5 cohorten infanterie en 500 man ruiterij. Eén van die 5 cohorten was dat Italiaanse cohort Dit bestond uit militairen met Romeins burgerrecht, die vrijwillig dienst hadden genomen. Het werd door Rome als bijzonder loyaal en betrouwbaar beschouwd. Julius is de centurio die het gevangenentransport van Ceasarea naar Rome moet begeleiden, waar ook Paulus deel van uitmaakt. Lucas vertelt ons dat hij behoorde tot ‘het keizerlijke cohort’. Het Griekse woord dat hier is vertaald als ‘keizerlijk’ betekent eigenlijk ‘verheven’. We vinden het als ‘Augustus’ in de naam van keizer Octavianus. Dat klinkt dus als een speciale afdeling elitetroepen, en sommigen denken daarom dat het datzelfde cohort is waar een kwart eeuw eerder ook Cornelius toe behoorde. Al met al komt Lucas ook hier over als iemand die precies weet waar hij het over heeft, iemand uit die tijd, die de wereld die hij beschrijft van binnenuit kent.

R.C.R.

+

Voorgaand

De wereld van Lucas #1 Intro – Geneesheer, academicus en evangelist Lucas

De wereld van Lucas #2 Geschiedschrijver en evangelist

Geplaatst in Geschiedenis & Gebeurtenissen, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Opgaan naar Jeruzalem 3 De grote feesten

‘Onze voeten staan in uw poorten, o Jeruzalem’(Ps. 122:2)

De grote feesten

De drie feesten

Vakantietijd! Wij zien daar naar uit. Onze vakantiedagen zijn van oorsprong ontleend aan het Christelijk geloof, en dat is grotendeels nog steeds zo. Voor de Israëlieten die net uit de slavernij in Egypte bevrijd waren, zou het idee van vakantie, of vrije dagen, echter helemaal nieuw zijn geweest. In zijn wijsheid bepaalde God toen dat elke zevende dag een sabbat, of rustdag, moest zijn. Maar daarbovenop kwamen nog drie bijzondere feesttijden:

“Driemaal per jaar moeten jullie ter ere van mij feestvieren” (Exodus 23:14).

Deze drie grote feesten waren:

1. Pascha (Pesach) ter nagedachtenis aan hun bevrijding uit Egypte, met een week lang het feest van ongezuurde (ongedesemde) broden. Qua tijd is ons Paasfeest de Christelijke tegenhanger, maar eigenlijk is de avondmaalsviering ons Pesach (1 Korintiërs 5:7).

2. Het Wekenfeest wanneer de gerst binnen was. Op de vijftigste dag na Pesach werden de eerste garven geofferd. Ons Pinksterfeest komt daarmee overeen, want vijftig dagen na Jezus’ lijden kwam de Heilige Geest op de apostelen en hebben 3000 mensen zich laten dopen – wat het begin was van de Christelijke gemeente.

3. Het Loofhuttenfeest, wanneer de gehele oogst binnen was (Exodus 23:14-17; Leviticus 23).

De tweede en derde waren uiteraard pas van betekenis toen zij in het land Kanaän gevestigd waren. Vooral het Loofhuttenfeest was bedoeld als vreugdevolle dankbetuiging voor al Gods zegeningen, en iedereen, rijk of arm, jong of oud, Israëliet of vreemdeling, moest zeven dagen lang uitbundig feest vieren (Deuteronomium 16:13-15).

De ene plaats van eredienst.

Vlak voor zijn dood moest Mozes de wet, die God hem op de berg Sinai gegeven had, herhalen voor de nieuwe generatie Israëlieten die het land Kanaän zou beërven. Deze ‘tweede wetgeving’ is voor ons bewaard gebleven in het boek Deuteronomium.
Één van de bepalingen daarin was dat het volk niet op elke willekeurige plaats offers
zou mogen brengen, maar alleen op de plaats die Jehovah, hun God, zou verkiezen om daar Zijn Naam te doen wonen (Deuteronomium12:1,5,10-12). En dat gold in het bijzonder voor de grote feesten:

“U mag de dieren voor het pesachoffer niet slachten in elk van de steden die de HEER, uw God, u zal geven, maar u moet dat op de ene plaats doen die Hij zal uitkiezen om er zijn naam te laten wonen” (Deuteronomium 16:5-6).

Toch blijkt daar vierhonderd jaar lang weinig van terecht te zijn gekomen, totdat David koning werd.
David was een man naar Gods hart, en een mooiere beschrijving van een gelovige kun je je niet indenken. Hij nam zijn God serieus en het boek Deuteronomium zou hij, naar wij mogen aannemen, op zijn duimpje gekend hebben, want daarin stond dat de koning verplicht was zich dagelijks in Gods wet te verdiepen (Deuteronomium 17:18,19). Toen God hem eenmaal rust van zijn vijanden had geschonken, regelde hij de hele eredienst, om te zorgen dat God op de juiste wijze zou worden aanbeden. Ongetwijfeld had de oude profeet Samuel hem hierin aangemoedigd. De grote vraag was echter: wáár zou God worden aanbeden? Wat was de plaats die Hij zich zou verkiezen om zijn naam daar te laten wonen? Pas toen David de stad Jeruzalem op de Jebusieten had veroverd, en het tot zijn hoofdstad had gemaakt, raakte hij er van overtuigd dat hier het centrum van aanbidding moest komen. Hij haalde de ark van het verbond, die jarenlang in het huis van Abinadab had vertoefd, naar Jeruzalem. En onder veel gejubel van het hele volk werd deze in de tent geplaatst, die David daarvoor had gereedgemaakt (2 Samuël 6). Later werd deze keuze bevestigd door een engel. Als gevolg van een volkstelling die David niet had mogen houden, moest hij offers brengen op de dorsvloer van een zekere Ornan die te Jeruzalem woonde. God verhoorde David, de plaag hield op, en David verklaarde:

“Dit is de verblijfplaats van God, de HEER. Dit is voor Israel het brandofferaltaar” (1 Kronieken 22:1).

Een woonplaats voor God onder zijn volk.

Toch was David nog niet tevreden, want Gods aardse woonplaats moest Diens heerlijkheid weerspiegelen. Hij drukte dat verlangen tegenover de profeet Nathan zo uit:

“Zie toch, ik woon in een cederen paleis, terwijl de ark Gods verblijft onder een tentkleed” (2 Samuel 7:2).

David had een prachtige tempel voor ogen, waar het hele volk zou kunnen aanbidden, offers brengen, en feest vieren. Dat God hem niet toeliet die te bouwen, maar dat opdroeg aan zijn zoon Salomo, had meer te maken met zijn achtergrond als veldheer dan dat God zijn voorstel als zodanig niet goedkeurde (1 Kronieken 22:6-10). David liet zich niet ontmoedigen maar deed alles wat in zijn vermogen lag om voorbereidingen te treffen voor de tempelbouw. Het huis moest zo groot zijn,

“dat het de roem en pracht van alle landen te boven gaat” (1 Kronieken 22:5-6).

Hij gaf zelf het goede voorbeeld; de buit die hij met al zijn overwinningen op de omwonende volken verzameld had: goud, zilver, koper, ijzer en kostbaar gesteente, werd nu in dit grote bouwproject gestoken. De mensen uit Tyrus en Sidon, die het cederhout voor zijn eigen paleis geleverd en vervoerd hadden, werden opnieuw ingeschakeld, en de vreemdelingen in Israël zouden de steenhouwers zijn.

Muzikale begeleiding.

Tegelijkertijd besefte David dat een tempel, hoe mooi ook, niet voldoende was. Als alle mannelijke Israëlieten drie keer per jaar naar Jeruzalem zouden komen, dan moest de eredienst tot in de kleinste details geregeld zijn. Er moesten genoeg priesters en Levieten zijn om de offers te verzorgen, genoeg deurwachters om te zorgen dat de deuren op tijd open en dicht gingen, genoeg zangers en muzikanten om de lofprijzing te begeleiden. Kortom er lag een logistiek probleem van de grootste orde!
Nogmaals gaf David het goede voorbeeld; het gros van de psalmen kwam van zijn hand, en als musicus kon hij de juiste mensen aanstellen om het hoogste niveau te bereiken (1 Kronieken 16:4-6). Zie maar eens hoeveel van de Psalmen als opschrift hebben: Voor de koorleider. Van David. Andere psalmen werden geschreven door de Korachieten, die deurwachters waren; weer andere door begaafde musici zoals Heman, Asaf en Ethan, b.v. de psalmen 42-50, 73-89. En na verloop van tijd ontstond er ook een verzameling liederen die werden gezongen door de bedevaartgangers die op weg waren naar de feesten in Jeruzalem. Die kennen wij als de pelgrims- of bedevaartsliederen; zij staan in ons boek Psalmen als de nummers 120 t/m 134. Het feit dat het er vijftien zijn heeft geleid tot het vermoeden dat zij zijn toegevoegd door koning Hizkia. Volgens deze verklaring heeft de koning deze psalmen (deels zelf geschreven, deels verzameld) gezongen uit dankbaarheid voor de vijftien extra levensjaren die God hem na zijn ziekte had geschonken. Als voorbeeld kunnen wij Psalm 126 noemen, die zou kunnen slaan op de bevrijding van Jeruzalem uit de bedreiging door het leger van de Assyrische koning Sanherib, ten tijde van de ziekte van Hizkia.

Bedevaartsliederen.

Zion in Mount Zion, Jeruzalem, Israël | Sygic Travel

Zion in Mount Zion, Jeruzalem, Israël | Sygic Travel

Opgaan naar Jeruzalem doe je niet slechts in geestelijke zin, maar ook letterlijk. Jeruzalem ligt namelijk op een berg en alleen de pelgrims die van de oostkant kwamen zouden op de stad neer kunnen kijken wanneer zij de top van de Olijfberg hadden bereikt. ‘Opgaan naar Jeruzalem’ werd een begrip en dat komt o.a. tot uiting in deze pelgrimsliederen, b.v. Psalm 122:3-4:

“Jeruzalem is gebouwd als een stad, die wel samengevoegd is: waarheen de stammen opgaan, de stammen des HEREN.” (NBG ’51).

Maar ook het feit dat Jeruzalem omringd is door bergen, was voor de vrome Israeliet een beeld van Gods onwankelbare bescherming (Psalm 125:1-2). De reeks leest als het verloop van een reis, voor sommigen beginnend in een ellendige omgeving:

“Ach, dat ik moet wonen in Mesech, ver van huis bij de tenten van Kedar” (Ps.120:5).

Dan volgt de vertroosting dat, hoe lang de reis ook mag zijn, God de wachter en behoeder is van de pelgrim (Ps.121). Daarna is er de vreugde om in de stad te mogen zijn en God in zijn tempel te mogen aanbidden. Één van deze psalmen (132) erkent de grote ijver van David om “een woning voor de machtige van Jakob” te vinden (vers 5). De tweede helft van de psalm is dan een antwoord op zijn gebed:

“De HEER heeft Sion verkozen en als woonplaats begeerd: ‘Dit is, voor altijd, mijn rustplaats, hier verlang ik te wonen’” (verzen 13-14).

En eenmaal bij de tempel aangekomen, zou de reiziger zich verheugen dat hij met zoveel anderen dat doel had bereikt en met hen Jehovah kon lofprijzen:

“Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen!” (Psalm 133:1).

Tot slot zou hij voor de Levieten bidden, die dienst deden in en om de tempel, zowel overdag als ’s nachts (Psalm 134).

Heimwee naar Gods huis.

Vanaf de dagen van David en Salomo namen de stad Jeruzalem en de tempel een bijzondere plek in, in de harten van de vromen onder Gods volk. Vooral toen zij in ballingschap verkeerden zuchtten zij van verlangen naar de hoven van Gods woonplaats op aarde. Denk bijvoorbeeld aan deze woorden:

“Aan de rivieren van Babel,
daar zaten wij treurend en dachten aan Sion.
In de wilgen op de oever hingen wij onze lieren.
Daar durfden onze bewakers te vragen om een lied,
daar vroegen onze beulen:
‘Zing voor ons een vrolijk lied uit Sion.’
Hoe kunnen wij zingen
Een lied van de HEER
Op vreemde grond?’
Als ik jou vergeet, Jeruzalem,
laat dan mijn hand de snaren vergeten.
Laat mijn tong aan mijn gehemelte kleven
als ik niet meer denk aan jou,
als ik Jeruzalem niet stel
boven alles wat mij verheugt.”
Psalm 137:1-6.

Maar zelfs na hun terugkeer uit Babel was er voor Jeruzalem geen blijvende vrede weggelegd, want het hart van het volk was grotendeels gesloten voor Gods boodschap. Door de profeet Jesaja had Hij lang tevoren gezegd:

“De hemel is mijn troon, de aarde mijn voetenbank. Waar zouden jullie een huis voor mij kunnen bouwen?”

Om er dan op te laten volgen:

“Toch sla ik acht op wie verdrukt wordt, op mensen met een gebroken geest, op ieder die huivert voor mijn woorden” (Jesaja 66:1-2).

In de tijd van Jezus trokken nog steeds jaarlijks drommen mensen uit alle delen van het Romeinse rijk naar Jeruzalem, om de feesten te vieren, maar het was maar een minderheid die Jezus als Messias heeft aanvaard. Misschien moeten wij onszelf daarom de vraag stellen:

waarom ga ik naar een (kerk)dienst, wat motiveert mij?

Verlang ik naar een gebouw, mooie muziek, gezelschap?
Of, verlang ik naar de levende God, die mij heeft gemaakt en die alle lof en dankzegging waard is, en verheug ik mij daar op?

C.T.

+

Voorgaand

Opgaan naar Jeruzalem 2: Abraham en Isaak

Kroniekschrijvers en profeten #2 De Wet

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 4 De sabbatdag

Gods vergeten Woord 5 Verloren Wetboek 4 De ‘katholieke’ kerk

Samen eten, drinken en Jezus gedenken

Bijbellezing van Vandaag geeft aan hoe God er voor zorgde dat men zich zou herinneren hoe Hij voor Zijn volk zorgde

++

Aanvullend

  1. Slavernij, Ongedesemd Brood en Feesten
  2. Zichtbare druppel Bloed aan de deurlijst
  3. De tempeldienst in de tijd van Jezus
  4. De zeven Feesten van God
  5. Zeven Feesten van God de belangrijkste feesten van de hele Bijbel
  6. Shabbat HaChodesh Parshat Tazria, Parshat Metzora en tzara’at
  7. Een herinneringsmaaltijd in kleine kring
  8. Op de eerste dag voor matzah
  9. Een Feestmaal en doodsherinnering
  10. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  11. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  12. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  13. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  14. Op de Dag van het Pinksterfeest
  15. Aanbidden, Aanbidding, Eredienst en Gebed
  16. Zwak, maar toch krachtig
  17. Religieuze feesten in mei 2016
  18. Het meest speciale weekend van 2018
  19. Pessach Sheni 14 Iyar 5779 – Zondag 19 mei
  20. 1 en 14 Nisan – Herinnering van oude wereld en denken aan nieuwe wereld
  21. 27-28 maart 2021 een herinneringsweekend als geen ander
  22. Een verlichte Pesach
Geplaatst in Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Ontmoeting met: Jozua de trouwe dienaar van Mozes

Kennismaking met bijzondere vrouwen en mannen in de Bijbel

Jozua trouwe dienaar van Mozes

Van jongs af aan was Jozua de trouwe dienaar van Mozes. Hij mocht na de uittocht uit Egypte aan het hoofd van het volk gaan. Zijn eerste opdracht was te strijden tegen de Amalekieten. Mozes liet met zijn opgeheven handen zien, dat God voor het volk streed. Deze overwinning moest Jozua worden ingeprent:

File:Davidster Dick Stins The Hague.jpg

Herdenkingsmonument uit de Tweede Wereldoorlog “Davidster” gemaakt door Dick Stins. Geplaatst aan de Marktstraat op 12 oktober 1967. De tekst aan de zijkant is in het Nederlands en Hebreeuws: Gedenk wat Amalek u heeft aangedaan…vergeet het niet (Deut. : 25.17.19′). De Marktstraat was vroeger de plaats van de voormalige Joodse buurt en synagoge. Na een renovatie van de straat werd deze in 2007 gerestaureerd.

“De HEER zei tegen Mozes: Leg deze overwinning in een oorkonde vast, zodat niemand die ooit zal vergeten, en overtuig Jozua ervan dat ik zal zorgen dat niets op aarde nog aan het volk van Amelek herinnert” (Ex. 17:14).

Zijn oorspronkelijke naam was Hosea, wat redding betekent. Mozes gaf hem de naam Jozua, wat betekent: God redt, alsof hij hiermee wilde zeggen dat niet Hosea redde maar God. God zou het volk redden van de vijanden en in het beloofde land brengen.
Jozua mocht als enige met Mozes de berg op klimmen. Mozes bleef daar 40 dagen om de tien geboden in ontvangst te nemen. Jozua bleef vol vertrouwen op Mozes wachten, maar het volk geloofde niet in diens terugkeer en beging een grote zonde door een gouden god te maken. Daarom werd de tent van samenkomst ver buiten de legerplaats gezet. Mozes ging regelmatig naar die bijzondere plaats, waar hij de HEER ontmoette:

“De HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals een mens met een ander mens spreekt … maar zijn jonge dienaar Jozua, de zoon van Nun, verliet de tent niet” (Ex. 33:11).

Jozua hield de wacht, want deze heilige plaats mocht niet verontreinigd worden.
Mozes kreeg van de HEER de opdracht om het land Kanaän te verkennen.

“Stuur er een aantal mannen op uit om Kanaän, het land dat ik de Israëlieten geven zal, te verkennen. Kies daartoe uit elke stam één man, een familiehoofd … uit de stam Efraïm Hosea, de zoon van Nun … (Num. 13:2,8 en 16).

Na hun verslag was het volk ontmoedigd en wilde terug naar Egypte. Alleen Jozua en Kaleb, een man uit de stam Juda, vertrouwden er volledig op dat God Zijn belofte aan Abraham – dat hij en zijn nageslacht het land Kanaän zouden bezitten – zou waarmaken. Het volk verloochende echter de HEER en daarom kregen zij een zware straf. Maar de belofte voor hen die wel geloofden was een bevestiging van Gods eerdere belofte.

“Jullie zullen het land waarvan ik gezworen heb dat je er zou wonen, niet binnengaan, met uitzondering van Kaleb … en Jozua …” (Num. 14:30).

Jozua werd zichtbaar voor allen door de HEER aangewezen als opvolger van Mozes. Vóór zijn sterven sprak Mozes hem nog eens toe:

“Wees vastberaden en standvastig, want jij zult het volk het land binnenleiden dat de HEER onder ede aan hun voorouders had beloofd” (Deut. 31:7).

Dezelfde woorden sprak de HEER, hem ernstig vermanend, nadat Mozes gestorven was:

“Leg dat wetboek geen moment ter zijde en verdiep je er dag en nacht in, opdat je je aan alles houdt wat erin geschreven staat. Dan zal alles wat je onderneemt voorspoedig verlopen. Ik gebied je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de HEER, je God, staat je bij ”(Joz.1:8-9).

Wees vastberaden en standvastig. Tot drie maal toe zei de HEER hem dit (vers 6,7 en 9). Het volk beaamde deze woorden met een belofte aan Jozua:

“Zoals we naar Mozes hebben geluisterd, zo zullen we naar u luisteren. Moge de HEER, uw God, u bijstaan, zoals hij Mozes heeft bijgestaan. Iedereen die niet naar u luistert en zich tegen uw bevelen verzet, tegen welk bevel dan ook, zal worden gedood. Wees vastberaden en standvastig” (Joz. 1: 17-18).

Door een teken liet de HEER zien dat Jozua de ware opvolger van Mozes was:

“En de HEER zei tegen Jozua:

Vandaag zal ik ervoor zorgen dat je bij alle Israëlieten
hoog in aanzien komt te staan, zodat ze weten dat ik je zal bijstaan, zoals ik Mozes heb bijgestaan” (Joz. 3:7).

Zoals Mozes het volk door de Rode zee naar de berg Sinaï leide, mocht Jozua het volk door de Jordaan naar het beloofde land leiden en het land veroveren.
Jozua is een voorafschaduwing van de Messias. Het equivalent van de naam Jozua in het Grieks is Jezus. Hij is de redder van zonde en dood. Aan het eind van zijn leven sprak Jozua het volk vermanend toe.

“Dien alleen de Heer. In ieder geval zullen ik en mijn familie de HEER dienen.” (Joz. 24:14,15).

En lijkt dit niet sterk op wat Jezus, de Knecht van God, zei:

“Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen”.

Daarin moest hij vastberaden en standvastig zijn, omdat hij door zijn dood, allen die in hem zouden geloven naar de echte rust van eeuwig leven in Gods Koninkrijk zou leiden. Want

“Was de rust hun al door Jozua gegeven, dan zou God daarna niet meer over een andere dag hebben gesproken” (Hebr. 4:8).

N.D.

+

Voorgaand

Ontmoeting met: Cornelius

Geplaatst in Geschiedenis & Gebeurtenissen, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

31 augustus, laatste dag van de zomervakantie

Morgen vangen de scholen weer aan. Vorig jaar was het, zoals het jaar voordien een ‘ondenkbaar’ jaar. Niemand had enkele jaren geleden kunnen indenken dat kinderen zelfs tijdens het schooljaar zouden gevraagd worden om thuis te blijven en van daaruit les te volgen, of om slechts met enkelen van de klas met een monddoekje of mondkapje  in een steeds verluchte klas te zitten, ook al was het putje winter, met de ramen open.

Na meer dan ander half jaar afstand houden en niet toegelaten om zomaar overal naar toe te gaan, moesten wij nu toezien op een zomer die geen zomer werd.  Het bleef maar donker en water viel er met bakken uit de lucht om grachtjes, beken en rivieren in vernietigende kolkende watermassa’s om te toveren.

In augustus konden wij lezen hoe Jezus zijn laatste dagen voor zijn dood door maakte. Voordat Jezus opsteeg naar de hemel deed hij een belofte om terug te keren, maar  beschreef hij ook de gebeurtenissen die aan zijn komst voorafgingen in een profetie aan zijn discipelen op de Olijfberg, opgetekend in Mattheüs 24, Lukas 21 & Markus 13. Op die heuvel sprak hij over een tijd van grote verdrukking voor de Joden die bijna 2000 jaar zou duren, en dan “na de verdrukking van die dagen” zouden er meer tekenen zijn voorafgaand aan zijn tweede komst, tekenen die zich nu om ons heen ontvouwen.

De laatste maanden was er een enorme toename van vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, tsunami’s, overstromingen, en kon men een ziekte vinden die zich over de gehele wereld goed liet kennen. Dat coronamonstertje bracht geheel de wereld in rep en roer.

Vele kinderen vonden dat hun leven geen leven meer was en dat zij hun jeugd verloren door de corona crisis. Naar het einde van hun schoolvakantie bleek er eindelijk wat licht aan het einde van de tunnel te komen. Ook al zien we terug omhoog gaande cijfers van mensen die geïnfecteerd geraken en in de ziekenhuizen worden opgenomen, versoepelde de regering de corona maatregelen.

Ondertussen zijn er heel wat nieuwe woorden de revue gepasseerd en hebben velen het ook over een “menselijke maat”, wat zij daar dan ook mee mogen bedoelen. Bij vorige maatregelen zagen wij regeringsleiders versoepelen terwijl men zou denken dat men de maatregelen juist moest aanschroeven. En zo gebeurde dat men met rasse schreden de cijfers de hoogte in zag gaan. Toch leerden heel wat mensen hier niet van. Misschien was hun hersenpan dan ook in vakantie modus; Want deze zomer konden heel wat zielen zich niet bedwingen en wensten massa’s mensen andere oorden op te zoeken, zelfs indien die rood gekleurd werden. Meerderen vonden het dan zelfs niet nodig om in de verzochte quarantaine te gaan, wat dan ook tot nog meerdere infecties leidde.

Ongelofelijk maar waar waren er hopen mensen die tegen vaccinatie waren en allerlei fabeltjes de wereld instuurden. Vreemd genoeg waren daarbij ook vrouwen die al jaren anticonceptiva nemen, waar de mogelijke bijwerking veel erger zijn dan deze van de Corona vaccins, toch zien ze er niets in om dat kleine pilletje dat ze dagelijks innemen te stoppen.

Uiteindelijk konden wij deze zomervakantie zien hoe in plaats van rust over mensen te komen er meerderen meer stress over zich lieten komen. Kinderen hadden, zoals altijd hun ouders maar te volgen, en werden zo dan ook een speelbal in heel dit corona gebeuren. Velen kregen een enorm slecht voorbeeld van hun ouders, die liever hun eigen zin bleven doen en geen rekening wensten te houden met anderen.

De kinderen waren voor twee maanden grotendeels in de gezinsbubbel, tenzij ze op kamp in Wallonië gingen waar het water nu daar ook hun gezellig samen zijn kwam verpesten.

En voor dat iedereen het wist was die zomer die geen zomer leek te zijn voorbij.

Nu staat het nieuwe schooljaar voor de deur. Ook het nieuwe kerkelijk jaar vangt zo aan. Maar daar is er werkelijk een opening naar meer vooruitzicht. In onze gemeenschap blijven wij nog wel voorzichtig afstand houden en diensten van op afstand bij wonen. Maar doorheen al de ellende die de afgelopen maanden op de wereld is afgekomen voelen wij toch een beetje spankelende hoop. Want hoe men het ook draait of keert, naar het einde der tijden zal het er niet echt beter op worden. Maar daar moeten gelovigen zich elkaar aanmoedigen en telkens vooruitgaan om die moeilijkheden te trotseren.

Een nieuw schooljaar moet in deze tijden van vertwijfeling gebondenheid brengen, ook al zijn wij ver van elkaar. Deze voorbije maanden hebben wij verscheidene tekenen gezien die ons moeten gerust stellen dat wij op weg zijn naar een tijd waar die verbondenheid en het geloof in God en Zijn gezondene nog belangrijker zal zijn dan in de voorbije eeuwen.

De laatste maanden konden heel wat mensen zien hoe regeringen er niet in sloegen hun bevolking of mensen te redden. Zie maar naar de overstromingsgebieden hier, maar vergeet ook niet te kijken naar de schandalige toestand van verraad aan Afghaanse burgers die vroeger hun diensten aan het Westen hadden aangeboden en nu achtergelaten worden in de handen van wraakbeluste Talibanstrijders.

Hopelijk wordt het zo voor velen duidelijk dat men steeds de eigen bontjes zal moeten plukken. Het is niet op de mens dat men moet rekenen maar eerder op Hem Die alles laat gebeuren en een Plan heeft dat geleidelijk aan in uitvoering is, bewijze de tekenen.

In ieder geval, indien je vindt dat je vakantie niets was of verpest is door het hele corona gebeuren, kijk dan vooruit en begin met goede moed dit nieuwe academiejaar.

+

Aanvullend

Grote verdrukking en Armageddon

++

Aanvullend

  1. Lichtpuntjes mogelijk in de Coronaduisternis
  2. Naar het einde van 2020
  3. 2020 en het onfatsoen van het grote geld
  4. Grenzeloze Hopeloosheid
  5. Lente of zomerzon in tijden van Corona
  6. Vakantie en reizen in coronatijden
  7. Gedachte bij de versoepelingen van Coronamaatregelen
  8. 2021 openen in onze bubble
  9. Open Discussie Zomer 2021
  10. Welzijn in tijden van Corona #1 Voorzorgsmaatregelen
  11. Welzijn in tijden van Corona #2 Moed houden
  12. Wateroverlast in het midden van de zomer
  13. Waterramp voor Wallonië, Vlaams-Brabant en Limburg
  14. Overstromingen in Limburg, Duitsland en België door extreem zware buien
  15. Maas niet bevaarbaar door drijfhout en de te sterke stroming
  16. Toename van de kosten van extreem weer mogelijk onderschat
  17. Solidariteit en hulpgoederen
  18. Fraipont na de zondvloed, tussen miserie en veerkracht
  19. Faalt de overheid in aanpak van de overstromingen?
  20. De medische nood blijft hoog

+++

Vindt ook te lezen

  1. Ruimte voor de rivier
  2. 1 op 4 van de Vlaams-Brabantse huishoudens woont in overstromingsgevoelig gebied
  3. Chênée na de overstroming
  4. Watersnood gouden kans voor Belgische miljonairs
  5. Het middel is veel erger dan de kwaal
  6. Wil jij naar het IC?
  7. Corona proof Escapen
  8. De menselijke maat
  9. Niet klagen over egoïsme
  10. Corona
Geplaatst in Aankondiging, Bedenking, Geschiedenis & Gebeurtenissen, Levensvragen, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Gedachte voor vandaag “Verschillende gaven, maar slechts een Geest” (30 augustus)

In de Bijbellezing voor vandaag spreekt de apostel Paulus de volgelingen van Jezus Christus in Korinthe toe om hen over de geestelijke uitingen niet in onzekerheid laten. Hij herinnert hen er aan hoe zij toen ze nog niet gelovig waren, leefden onder de misleidende invloed van afgoden. (1 Kor. 12:1-2)

Hij geeft aan dat ieder van ons verschillend is en zo ook verschillende taken zal hebben te vervullen.

“4 Er zijn verschillende gaven, maar slechts een Geest. 5 Er zijn vele vormen van dienstverlening, maar slechts een Heer. 6 Er zijn allerlei soorten werk, maar er is slechts een God, die alles in allen tot stand brengt.” (1Co 12:4-6 WV78)

Al onze taken horen wij eigenlijk aan Jehovah, God, op te dragen. Alsook moeten wij herkennen dat ieders gaven verschillend zijn, maar worden gegeven door dezelfde Geest en ontplooid door dezelfde God, Die alles in ons allen bewerkt. Zo openbaart de Geest Zich door elk van ons, tot welzijn van de hele gemeente.

Jaloersheid om dat de ene dit of dat mag, hoort niet in een gemeenschap van ware gelovigen. Het moet ons namelijk verheugen dat de een Gods wijsheid onder woorden kan brengen, door de Geest; terwijl een ander blijk van Gods kennis kan geven, door dezelfde Geest.

“7 Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen. 8 Aan de een wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven, aan een ander een woord van kennis krachtens dezelfde Geest,” (1Co 12:7-8 WV78)

Hierbij moeten wij er van bewust zijn dat wij als broeders en zusters in eenheid verbonden zijn en onze taken mogen vervullen doordat God Zijn gaven uit deelt zoals Hij wil. Ook al  bestaat ons lichaam uit vele delen, vormen al die delen samen één lichaam.

“Het menselijke lichaam vormt met zijn vele ledematen een geheel; alle ledematen, hoe vele ook, maken tezamen een lichaam uit. Zo is het ook met de Christus.” (1Co 12:12 WV78)

Door de doop tot één lichaam samengevoegd zijn we allen doordrenkt met die ene Geest.

“Wij allen, Joden en heidenen, slaven en vrijen, zijn immers in de kracht van een en dezelfde Geest door de doop een enkel lichaam geworden en allen werden wij gedrenkt met een Geest.” (1Co 12:13 WV78)

In dat ene lichaam dat wij vormen moeten wij ons verbonden voelen en ons tot nut maken met die capaciteiten die wij hebben. Elk persoon in de gemeenschap moet als deel van het lichaam voor de andere delen van het lichaam zorgen. Als één deel lijdt, lijden de anderen mee. En als één deel geëerd wordt, zijn de andere delen daar even blij mee als hij.

“24 …. God heeft het lichaam zo samengesteld, dat Hij aan het mindere meer eer gaf, 25 opdat er in het lichaam geen verdeeldheid zou zijn en de ledematen eendrachtig voor elkaar zouden zorgen. 26 Wanneer een lid lijdt, delen alle ledematen in het lijden; wordt een lid geeerd, alle delen in de vreugde.
27  Welnu, gij zijt het lichaam van Christus, en ieder van u is een lid van dit lichaam.” (1Co 12:24-27 WV78)

Eens dat men het doopsel in naam van Christus heeft ondergaan hoort men bij het lichaam van Christus en ieder van die leden is een deel van dat lichaam.  God heeft sommigen in de gemeente een taak gegeven.

Wat onze taak ook moge zijn in de gemeente moet deze met liefde vervuld worden. Zo moeten diegenen die het Woord van God willen doorgeven vast en zeker alle diepe dingen doorgronden en hierbij liefde uitstralen.

“1  Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. 2 Al heb ik de gave der profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb, ben ik niets.” (1Co 13:1-2 WV78)

Men moet weten dat de liefde geduldig is. Zij is vriendelijk en houd geen jaloersheid in. Zij die de liefde in zich dragen doen niet gewichtig en niet trots, alsook zorgen zij er voor niet te kwetsten. Liefde is niet egoïstisch en voelt zich nooit beledigd; zij neemt niemand iets kwalijk; zij is niet blij met onrecht, maar juist met de waarheid.

Het mooie van liefde is dat zij altijd beschermt. Zij heeft altijd vertrouwen, verwacht het altijd van God en houdt stand. De apostel verteld ons dat aan de liefde nooit een einde komt.

” 4 De liefde is lankmoedig en goedertieren; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in. 5 Zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. 6 Zij verheugt zich niet over onrecht, maar vindt haar vreugde in de waarheid. 7 Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. 8  De liefde vergaat nimmer. De gave der profetie zal verdwijnen, tongen zullen verstommen, de kennis zal een einde nemen.” (1Co 13:4-8 WV78)

Tijdens de tijd dat wij hier op aarde zijn moeten wij opgroeien en vele dingen leren. Maar dan komt het er op aan dat er drie dingen zullen zijn die moeten blijven: Geloof, hoop en liefde. Maar de liefde is het voornaamste.

“12 Thans zien wij in een spiegel, onduidelijk, maar dan van aangezicht tot aangezicht. Thans ken ik slechts ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen zoals ik zelf gekend ben. 13 Nu echter blijven geloof, hoop en liefde, de grote drie; maar de liefde is de grootste.” (1Co 13:12-13 WV78)

+

Voorgaande

Eerste gedachte voor vandaag “De wereld is misschien slecht” (16 januari)

Gedachte voor vandaag “Voorbeelden nemen als waarschuwingen” (28 augustus)

Niemand leeft voor zichzelf

Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 5 Gemeenschap

Overdenking: Gemeenschap met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus

++

Aanvullende lectuur

  1. Opgeroepen door Jezus
  2. Als broeders en zusters samen op weg voor een nieuw jaar
  3. Verzoening en Broederschap 1 Getrouwheid en vergoeding
  4. Verzoening en Broederschap 2 Uit de eigen cocon stappenVerzoening en Broederschap 3 Verenigen onder de Hoeksteen
  5. Verzoening en Broederschap 7 Eén zijn
  6. Verzoening en Broederschap 8 Samenkomende deelgenoten
  7. Christenen die het juiste hart hebben om anderen te roepen om naar God te komen
  8. Jezus volgen bevrijdt van faalangst en prestatiedruk
  9. Filippenzen 1 – 2
  10. Die Kerk (2): Die eienskappe van die kerk – prof. WJ Snyman
  11. Samen werken aan een Open Gemeenschap
  12. Kerkelijke herders
  13. Wat levert het mij op?
  14. Begin Academisch Jaar
  15. Kerk met toekomst
Geplaatst in Bijbelcitaten, Christen zijn, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Kerkopbouw, Levensvragen, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Gedachte voor vandaag “Voorbeelden nemen als waarschuwingen” (28 augustus)

In deze wereld zijn er veel verleidingen. We vinden ook veel mensen die zich christen noemen, maar die veel handelingen verrichten en zich aan veel tradities houden die niet in overeenstemming zijn met de Bijbelse instructies.

De Bijbel staat vol met voorbeelden voor ons, om van te leren. We vinden veel mensen die hetzelfde geestelijk voedsel hebben gekregen, dat ook beschikbaar is voor hen die de Nazarenermeester Jeshua, Jezus Christus, willen volgen.

De apostel Paulus vraagt de Korinthiërs om zich hun geschiedenis te herinneren, en vraagt hen ook om gewaarschuwd te zijn. Hij vertelt hen dat al hun voorvaderen door de voorzienige wolk werden geleid en op wonderbaarlijke wijze door de Zee werden gevoerd. Zij moeten, net als wij, terugdenken aan hen die in slavernij waren, maar ontsnapten door de raad van God op te volgen, door de wateren heen te gaan. Je zou het kunnen vergelijken met het door het water gaan in een doopsel zoals het onze, zoals Mozes zijn medebroeders en zusters leidde van de slavende dood naar het verlossende leven. Zij aten en dronken allen identiek voedsel en drank, maaltijden die dagelijks door God werden verstrekt. Zij dronken uit de rots, Gods fontein voor hen die bij hen bleef, waar zij ook waren.

Vandaag hebben wij ook een Rots, namelijk Christus Jezus, die onze gids moet zijn. Zoals Mozes ging Jezus voor velen uit en wees de weg die wij moesten volgen. Hij was voor velen het licht, zoals Hij ook voor ons het licht moet zijn.

“ Opnieuw richtte Jezus het woord tot hen en sprak: ‘Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, dwaalt niet rond in de duisternis, maar zal het licht van het leven bezitten.’” (Joh 8:12 WV78)

Wat een zekerheid! We moeten ons niet laten verblinden door de vele feesten en vieringen die veel mensen presenteren en ons vertellen dat het voor God is, maar die allemaal feesten en vieringen zijn vol heidense elementen en afgoderij. Echte christenen hebben Jezus als het Licht van de wereld. Niemand die hem werkelijk wil volgen zal in de duisternis rondstrompelen, want hij zal zorgen voor voldoende licht om in te leven.

Wanneer je ervoor gekozen hebt Christus te volgen, zul je Gods wonder en genade kunnen ervaren. En het zal niet zo zijn als bij hen die een valse driekoppige god aanhangen en het liefst een schare heiligen hebben. De meesten van hen zijn door de verzoeking verslagen en God zal er niet blij mee zijn. Wij moeten op onze hoede zijn, opdat wij niet verstrikt raken in het willen van onze eigen weg, zoals die mensen deden die uit Egypte vluchtten. En we moeten onze godsdienst niet in een circus veranderen zoals zij deden.

Vandaag de dag zitten mensen graag op de sociale media en houden ze ervan om veel soaps en sexy bewegende beelden te zien. Zij die zeggen dat ze Christus volgen, moeten niet seksueel promiscue zijn. Laten we niet diegenen vergeten die hun eigen weg gingen en daarvoor betaalden, met drieëntwintigduizend doden op één dag!

We mogen ook niet vergeten dat we nooit moeten proberen God of Christus ons te laten dienen, in plaats van dat wij hen dienen. In het verleden hebben we gezien hoe mensen eisten dat God hen diende. God bracht een epidemie van giftige slangen op de been. Daarom moeten we oppassen dat we geen ontevredenheid aanwakkeren; ontevredenheid heeft hen vernietigd.

In de brieven van de apostelen krijgen we extra lessen om ons alle dingen uit het verleden te herinneren, hoe de mensen zich gedroegen en hoe God naar hen keek en hen oordeelde. In die geschriften van het Nieuwe Testament krijgen we ook allemaal waarschuwingstekens – GEVAAR! – in onze geschiedenisboeken opgeschreven, zodat wij hun fouten niet herhalen.

Onze posities in het verhaal lopen parallel – zij aan het begin, wij aan het eind – en wij zijn net zo goed in staat om het te verknoeien als zij waren.

Allen die Christus en zijn God liefhebben, moeten zich verenigen en zich samen alleen houden aan de ware eredienst, waarbij zij zich in Christus verenigd voelen als één lichaam.

“14 Daarom, mijn geliefden, ontvliedt u van afgoderij. 15 Ik spreek als tot wijzen; oordeelt gij wat ik zeg. 16 De beker der zegening, die wij zegenen, is die niet een gemeenschap van het bloed van Christus? Het brood, dat wij breken, is het niet een gemeenschap van het lichaam van Christus? 17 aangezien wij, die velen zijn, één brood, één lichaam zijn; want wij hebben allen deel aan het ene brood.” (1Ko 10:14-17 ASV)

+

Engelse versie / English version: Today’s thought “Taking examples as warnings” (August 28)

Geplaatst in Bedenking, Christen zijn, Drie-eenheid, Geschiedenis & Gebeurtenissen, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Kerkopbouw, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Overdenking: Wie is dan de betrouwbare en verstandige dienaar … ?

Knechten hebben en als knechten zijn

Bij Lukas vinden we een tweetal uitspraken van Jezus, die op het eerste gezicht volkomen met elkaar in tegenspraak lijken. De ene luidt:

Sta klaar, heb je gordel om en houd de lampen brandend, en wees als knechten die hun heer opwachten wanneer hij terugkeert van een bruiloft, zodat ze direct voor hem opendoen wanneer hij aanklopt.
Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ik verzeker jullie: hij zal zijn (eigen) gordel omdoen, hen aan tafel nodigen en hen bedienen. (Luc. 12:35-37).

En de andere:

Wie van jullie die een knecht heeft … zou, als die van het land komt, tegen hem zeggen:

“Kom meteen bij mij aan tafel”?

Zal hij niet veel eerder tegen hem zeggen:

“Maak iets te eten voor mij , doe je gordel om en bedien me terwijl ik eet en drink, en daarna kun je zelf wel eten en drinken”?

Zal hij die knecht soms bedanken omdat die gedaan heeft wat hem is opgedragen? Hetzelfde geldt voor jullie; wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan:

“Wij zijn maar ‘onnutte’ knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan (Luc. 17:7-10, aangepast aan de NBG’51).

Maar Jezus weet natuurlijk heel goed wat hij zegt, en juist dit contrast kan ons veel leren.

De normale situatie

Laten we beginnen met de tweede uitspraak. Elke gelijkenis of uitspraak die begint met iets als ‘wie van u …’ bevat in feite een retorische vraag:

wie van u zou zoiets doen?

Niemand toch? Of (in verband met genezen op de sabbat):

“Wie zou er onder u zijn, d ie een schaap heeft en die, als dit op een sabbat in een put valt, het niet grijpen zal en eruit trekken?”

Dat zou iedereen toch doen?

En dus is het ook geoorloofd om op de sabbat een mens te genezen, want:

‘Hoeveel gaat niet een mens een schaap te boven?’ (Matt. 12:11-12).

Of:

“Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?” (Luk 10:36).

Uiteraard die Samaritaan, ook al kan die schriftgeleerde dat woord niet echt over zijn lippen krijgen (‘Die hem barmhartigheid bewezen heeft’). Maar hieruit volgt alvast onze eerste conclusie:

wat Jezus hier beschrijft is de normale situatie. Iedereen zou het er mee eens zijn dat je zo zou handelen. Inderdaad, je gaat zo’n knecht toch niet speciaal bedanken voor het feit dat hij gewoon doet wat hij verplicht is te doen!

Ook dat was een retorische vraag.

De onnutte slaaf

De hier beschreven dienaar is maar een ‘onnutte’ slaaf (NBG’51), en dat geldt ook voor zijn gehoor. Maar pas op: ‘onnut’ betekent niet nutteloos (zoals in de NBV). Het duidt iemand aan die niet méér doet dan van hem verwacht mag worden; niets speciaals, wel gewoon zijn taak.
En feitelijk staat dat er ook:

‘wij hebben enkel onze plicht gedaan’.

Zo’n ‘onnutte’ slaaf komen we in de Evangeliën nog een keer tegen; in die gelijkenis van de talenten bij Matteüs:

Het (koninkrijk van God) zal zijn als een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf … Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. (Matt. 25:14,19)

De eerste twee hebben goed hun best gedaan en krijgen te horen:

“Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” (vs 21).

De laatste heeft minder zijn best gedaan, en had daar zijn reden voor:

“Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” (vs 24-25)

Hij had het geld niet verkwist maar er echt wel goed zorg voor gedragen. Maar eigenlijk vond hij het maar een corvee, en hij was dus ook nooit van plan geweest zich er bijzonder voor in te spannen. Die baas van hem kon de boom in:

‘man, je deugt van geen kant; hier heb je het terug en verder niet zeuren’.

En daar wordt hij vervolgens voor gestraft:

“Werp die onnutte slaaf uit in de buitenste duisternis” (vs 30, NBG-51).

Ook dit is een ‘onnutte’ slaaf. Hij heeft alleen maar gedaan wat minimaal van hem mocht worden verwacht, en echt niets méér. Maar is dat nu echt ernstig genoeg voor zo’n zware straf?
Voor het antwoord hierop moeten we bedenken dat deze hoofdstukken van Matteüs allemaal gaan over Jezus’ wederkomst en het oordeel dat dan zal plaatsvinden. De Farizeeën en schriftgeleerden gingen er prat op dat zij pijnlijk nauwkeurig de Wet hielden, en meenden daarmee eeuwig leven te zullen verwerven. Maar het houden van de Wet was niets bijzonders, dat was gewoon het minimum dat van ze verwacht mocht worden. Juist in verband met de sabbat (zoals bij die genezing, waar we het hierboven over hadden) had Jezus ze verweten dat ze tekort schoten in dat ‘extra’:

‘Als u begrepen had wat bedoeld wordt met: “Barmhartigheid wil ik, geen offers” dan zou u geen onschuldigen hebben veroordeeld’ (Matt. 12:7).

Wie alleen maar het vereiste minimum opbrengt, kan dat eeuwige leven wel vergeten. Het gaat niet om het houden van geboden, maar om die barmhartigheid.

Trouw en ontrouw: geloof of ongeloof

Een hoofdstuk eerder in diezelfde reeks over wederkomst en oordeel lezen we net zo’n dringende waarschuwing over de noodzaak waakzaam te blijven, als die waarmee we deze overdenking openden:

Wie is die betrouwbare en verstandige dienaar [Grieks: doulos, slaaf of dienaar] die de heer heeft aangesteld over zijn huispersoneel …?

Gelukkig de dienaar die daarmee bezig is wanneer zijn heer komt. Ik verzeker jullie: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. (Matt. 24:44-47)

Deze uitspraak vinden we vrijwel letterlijk terug in Lucas 12, al spreekt Jezus daar van een rentmeester. Tegenover betrouwbaar staat echter trouweloos en we vinden ook aan dat adres een aankondiging:

Dan komt de heer van die dienaar [ook Lucas heeft hier doulos!] op een dag waarop hij het niet verwacht … en dan zal hij … hem het lot van de trouwelozen doen ondergaan (Luc. 12:46).

Matteüs heeft hier ‘huichelaar’ i.p.v. trouweloze; het Griekse woord daarvoor is hupokritos, wat eigenlijk een toneelspeler aanduidt, iemand die alleen maar ‘doet alsof’.
De tegenstelling bestaat dus uit ‘trouw’ (getrouw, betrouwbaar) enerzijds en ‘ontrouw’ (trouweloos, onbetrouwbaar, etc.) anderzijds. Het ene beschrijft een dienaar (slaaf) die oprecht is en in alle gevallen bedacht op het belang van zijn heer. Het andere beschrijft zowel de dienaar die wel doet wat hij verplicht is te doen maar niet met hart en ziel, als de dienaar die alleen maar ‘doet alsof’. Het interessante is echter dat het Grieks voor ‘trouw’ het woord pistis heeft, gewoonlijk vertaald met geloof of gelovig, en voor ‘ontrouw’ apistis, ongelovig.
Wie trouw is, gelooft in zijn heer: hij acht zijn heer betrouwbaar, dat die zijn beloften voor de toekomst waar zal maken. Hij vertrouwt daar onvoorwaardelijk op. Wie ontrouw is, richt zich in de eerste plaats op dit leven. Wat later komt is van later zorg. Misschien heeft hij er nog wel een soort vage verwachting van, maar het leeft voor hem niet echt. Maar wanneer dat voor hem niet echt realiteit is, komt dat per saldo toch neer op ongeloof: hij
heeft niet dat rotsvaste onwankelbare vertrouwen in die beloften voor de toekomst of in het oordeel dat dan zal plaatsvinden. Of hij twijfelt aan de almacht van die heer: hij kan die best om de tuin leiden. Wanneer hij dat slim aanpakt zal zijn heer het niet merken. Daar kun je mee wegkomen. Samengevat betekent dat, dat het niet in de eerste plaats gaat om wat je precies doet, maar waarom je dat doet, je gezindheid ten opzichte van je heer. Dat is het waarop je afgerekend gaat worden. En per saldo is dat inderdaad een kwestie van geloof.

De dienende Heer

Terug naar die waakzaamheid. In Lucas 17 wijst Jezus zijn gehoor op datgene wat onder mensen de normale situatie is. Maar wat God doet is, naar gangbare menselijke maatstaven, absoluut niet normaal! En dat is het wat we vinden in Lucas 12:

Sta klaar, heb je gordel om en houd de lampen brandend, en wees als knechten die hun heer opwachten … Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft (Luc. 12:35-37).

En dan volgt die verbijsterende uitspraak:

Ik verzeker jullie: hij zal zijn (eigen) gordel omdoen, hen aan tafel nodigen en hen bedienen (vs 37).

Maar deze situatie zal zich pas voordoen bij Jezus’ wederkomst en het daarop volgende oordeel; geen dag eerder. Toch vinden we in de Evangeliën wel degelijk een situatie die we kunnen opvatten als een voorafschaduwing daarvan. In Lucas 22 lezen we hoe Jezus in de bovenzaal zijn gedrag daar contrasteert met die ‘normale’ gang van zaken:

Want wie is belangrijker, degene die aanligt om te eten of degene die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar ik ben in jullie midden als iemand die dient (Luc. 22:27).

Hier bij Lucas lezen we dat wellicht in algemene zin, van zijn verlossingswerk, maar Johannes vertelt ons wat daar gebeurde:

Jezus … stond [als een van hen die aanlag] tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om [NBG’51: omgordde Zich daarmee] en goot water in een waskom. Hij begon [als een dienaar] de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had (Joh. 13:3-5).

Maar het is wel weer Lucas waar we de les vinden, die in dit geval aan zijn uitspraak voorafgaat in plaats van erop te volgen:

Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. Laat dat bij jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar (Luc. 22:26).

Wie nu, in dit leven, een trouwe dienaar is zal straks, in het Koninkrijk, bediend worden, door de heer zelf! Maar zo niet, dan niet.

R.C.R

+

Voorgaand

Niemand leeft voor zichzelf

Schapen en bokken 1 Aangenomen, verworpenen en slaven

Het begin van Jezus #4 Aangekondigde te komen Verlosser

Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God

Het begin van Jezus #10 Een Heraut kondigt aan

Gods vergeten Woord 19 Geopenbaarde Woord 4 Het ware licht

De Verlosser 3 Zijn menselijke kant

Opgaan naar Jeruzalem: Jezus’ laatste reis #1

De Ekklesia #4 De troon van David en De gezalfde des Heren

++

Aanvullend

  1. Hoe leest u? – Wat leest u?: Wie achter Mij aan wil komen moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis op zich nemen en Mij volgen
  2. Dienaar van zijn Vader
  3. Slaaf voor mens en God
  4. Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God
  5. Christus in Profetie #1 De Knecht in Jesaja (1)
  6. Christus in Profetie #2 De Knecht in Jesaja (2) Behoefte aan Verlossing
  7. Christus in Profetie #4 De Knecht in Jesaja (4) Heilbezorger, Knecht en Messias
  8. Christus in Profetie #5 De Knecht in Jesaja (5) Verhoging van de Knecht
  9. Christus in Profetie #6 De Knecht in Jesaja (6) Gezalfde voorzegd
  10. Effectief Bijbellezen: Het evangelie van Marcus
  11. Filippenzen 1 – 2

+++

Gerelateerd

  1. Mijmeringen bij een afbeelding
  2. Psalm 123 – Heer Wees Goed voor Ons
Geplaatst in Bedenking, Bijbelcitaten, Christen zijn, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De laatste dagen voor broeders en zusters in Afghanistan

In de Bijbellezing voor vandaag lezen wij hoe de apostel Paulus aan zijn mede broeders en zusters dacht:

“4 Steeds weer zeg ik God dank voor zijn genade, die u in Christus Jezus is gegeven. 5 Want in Christus zijt ge, naarmate zijn getuigenis bij u ingang vond,” (1Co 1:4-5 WV78)

Na een bliksemsnelle opmars konden de Taliban op 15 augustus 2021 vlugger dan verwacht de hoofdstad Kabul innemen en daarmee vrijwel het hele land als veroverd beschouwen buiten een klein stuk in het Noorden waar een verzetsgroep zich niet zo maar gewonnen geeft.

Al twee decennia waren er Amerikaanse en Nato troepen die probeerden vrede te bewaren in het land. In een overeenkomst tussen de toenmalige president Trump en de Taliban werd besloten dat de Amerikaanse troepen zich zouden terugtrekken. Daarop tegemoet komend kondigde de nieuwe president Biden in april aan dat de volledige terugtrekking aanstaande september voltooid zou zijn. Na deze aankondiging volgde een ongekend snelle opmars van de Taliban, die in augustus in een stroomversnelling kwam met de inname van een groot aantal provinciehoofdsteden en uiteindelijk ook Kabul. Daarmee werd de verdrijving van de Taliban, na de aanslagen op de Twin Towers in 2001, teniet gedaan.

In de voorbije jaren stonden evangelie predikers niet stil. Zo kwamen mensen in Iran, Irak, Syrië, Pakistan en Afghanistan de Blijde Boodschap te kennen. Meerderen die dat Goede Nieuws leerden kennen moesten echter vrezen dat Islamieten wraak op hun zouden nemen. Velen moesten daarom uit hun land weg vluchten. Gelukkig konden meerdere ecclesiae van onze broederschap zorgen voor een veilige vluchthaven en onderdak in Groot-Brittannië. Maar de laatste weken zitten de Afghaanse broeders en zusters werkelijk in de rats. Zij kunnen zich niet beroepen mee gewerkt te hebben met de geallieerden en kunnen daardoor zich niet aanbieden om een vlucht te krijgen naar een Europees opvangland.

Voor die Afghanen die van godsdienst verandert zijn komen mogelijks heel donkere tijden aan. Elke keer als we aan hen denken, beseffen wij maar al te goed welk een angsten zij nu moeten doorstaan. Ook onze Iraakse en Iraanse vrienden weten welke moeilijkheden en verschrikkingen zij moeten ondergaan.

Zij danken met ons God voor hun leven van vrije en open toegang tot God, gegeven door Jezus, en zien er naar uit dat onze Afghaanse broeders en zusters aan de terreur van de Taliban zullen kunnen ontsnappen.

Wij durven God vragen om in het bijzonder met hen te zijn. Er is geen einde aan wat er in hen is gebeurd – het gaat spraak te boven, gaat kennis te boven.

Laten onze gedachten bij hen zijn, en laten wij bidden dat zij veiligheid zullen vinden in hun eigen land of dat zij een weg zullen vinden om in veiligheid te komen in het westen.

+

Voorgaand

Wanhoop in Afghanistan en Opvang in West Europa

++

Vindt ook te lezen:

  1. Uit de oude doos: Soennitische en Shiitische Moslims
  2. Uit de oude doos: Soennitische en Shiitische Moslims #2
  3. Fundamentalisme en religie #3 Vluchtelingen en racismeGedachten en gebeden bij de Afghaanse burgers
  4. Een leven terug onder taliban
  5. Niet “de Moslims” maar de fundamentalisten zijn een probleem
  6. Duizenden op de vlucht voor Taliban
  7. Medische zorg in de Afghaanse frontlinie draaiende houden
Geplaatst in Bedenking, Broeders, Christadelphian, Gebed, Geschiedenis & Gebeurtenissen, Levensvragen, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Van overvloed naar beperking

Gisteren keken wij naar een toestand in 2008 over voedselverdeling maar ook over de economie en onderling verband.

Men kan stellen dat vandaag de toestand nog erger is dan toen en dat wij naar de toekomst toe met nog grotere kopzorgen zullen zitten omtrent een goede voedselverdeling in de wereld. Er is de laatste jaren nog een grotere bedreiging bij gekomen, waarbij de weerslag te voelen is van ons slecht omgaan met de natuur. Voor het eerst dit jaar hebben België en Duitsland het rampzalige van de opwarming der aarde moeten voelen door een watersnood die zijn gelijke nog niet had gehad hier in België.

Na Gouden Jaren

Population growth rate 2007-de.svg

Vandaag vinden wij vele kleinkinderen van hen die opgroeiden in de gouden jaren 60. Hun Ouders en grootouders hadden toen geen tekorten en sommigen dachten dat alles zo maar te krijgen was. De consumptie van voedsel nam enorm toe en de winkels die alsmaar groter werden hielpen er aan mee door het aanbod te vergroten door meer en meer voedsel uit andere landen in te voeren. Niemand leek stil te staan bij de ecologische voetafdruk. Al 3,25 miljard inwoners mochten deze aardbol toen bevolken en de wereld stevende toen af op een explosieve aangroei. Vandaag zijn er over het 8,8 miljard mensen die allemaal moeten gevoed worden en aan hun trekken moeten komen.

Voedseltekorten en honger

In 2011 moest men al vaststellen dat één op zes mensen chronisch honger had en dat dit aantal maar bleef stijgen. Met de jaren moest men ook vaststellen dat duizende mensen hun streken moesten ontvluchten niet enkel omdat er oorlog woede maar ook omdat er gewoon niets meer te eten viel. Door verdroogde landschappen, maar ook door verzilt land, door verhoging van de zeespiegel, zagen vele mensen zich genoodzaakt andere oorden op te zoeken om terug gewassen te kunnen kweken. Maar in die streken waar gewas makkelijker kon opgroeien kwamen stormen roet in het eten strooien en werden heel wat oogsten vernietigd.

De migratie die plaats greep kon deels de verschillen in bevolkingsgroei opvangen, terwijl de economische groei ook de vraag naar mensen deed toenemen. Door die economische groei hadden wij trouwens in de jaren zestig ook al een grote migratie mogen meemaken naar West-Europa vanuit Zuid-Europa, Turkije en Noord-Afrika. In de Verenigde Staten vervijfvoudigde de legale immigratie tussen 1965 en 1995, vooral bestaand uit hoger opgeleide Aziaten.

Laten we niet vergeten dat het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) heeft berekend dat er vorig jaar 7,2 miljard mensen op aarde waren, maar als wij kijken naar de hoeveelheid mensen nu rekent UNEP dat er tegen 2050 naar schatting nog eens 2,5 miljard mensen bij zullen zijn gekomen.

Een van de grootste problemen waarmee de wereld in de loop der tijd te kampen heeft gehad, is voedselonzekerheid, waarbij de grenzen van het land niet voldoende worden beschermd en er niet voldoende aandacht wordt besteed aan landbouwproducten, vanaf het moment dat ze op de boerderij worden verbouwd tot het moment dat ze worden geoogst en naar de markt worden vervoerd. In bepaalde landen kan men zien dat corruptie er toe bijdraagt dat een deel van de bevolking in armoede blijft leven en onvoldoende mogelijkheden krijgt om een juiste hoeveelheid gebalanceerde voeding te verkrijgen.

Fraude en corruptie in vele landen en op vele gebieden

De United States Environmental Protection Agency, EPA, heeft erkent dat er op vele vlakken fraude wordt gepleegd en gestaafd dat veel van deze producten ook bedorven geraken voordat ze de plaats bereiken waar ze kunnen worden verkocht. Dit maakt dat zij geloven dat volgens een schatting een derde van het wereldwijd geproduceerde voedsel wordt verspild. Volgens de schatting van de EPA vormde voedselverspilling in 2018 de op drie na grootste materiaalcategorie gemeentelijk vast afval. In de geïndustrialiseerde landen merkt men ook op dat dit restafval enorm toegenomen is de laatste jaren. Vooral in de Coronaperiode bleken veel mensen voedselvoorraden aan te leggen, maar ook vlugger weg te gooien.

Vervuiling tegen gaan

Iedereen van ons kan een kleine bijdrage leveren om alle soorten van vervuiling tegen te gaan. Wat te voet of met de fiets kan afgelegd worden kunnen wij dan ook beter zo doen voor onze verplaatsingen die wij zo veel mogelijk moeten co-ordineren.
Betreft de goederen die wij aanschaffen, laten wij zoveel mogelijk deze van natuurlijke oorsprong zijn zonder enige toevoeging van onnodige en/of giftige stoffen.
Laten we het ook tot de basis brengen, koken we thuis met mate of koken we liever overdadig en gooien we de restjes in de prullenbak. Hoe kan voedselverspilling worden voorkomen? Hoe kunnen we voedselverspilling in het algemeen voorkomen?

Wij moeten ook beseffen dat voedseltekort zich voor doet wanneer de voedselvoorraden binnen een afgebakend gebied niet de energie en voedingsstoffen leveren die de bevolking van dat gebied nodig heeft. Voedseltekort kan het gemakkelijkst worden opgevat als een productieprobleem, maar ook beperkingen bij de invoer en bij de opslag kunnen een voedseltekort veroorzaken of ertoe bijdragen. Daarom is het belangrijk om er voor te zorgen dat in de streken waar er voedsel wordt geproduceerd er alles aan gedaan wordt om dit op een zo natuurlijk mogelijke wijze te doen. Maar eveneens moet men er op toe zien dat alle handelsvoorwaarden gerespecteerd worden. Hiertoe moet men ook voorzien dat iedereen eerlijk vergoed wordt. Het kan niet opgaan dat supermarkten, die er het minst voor doen met de meeste winst gaan lopen.

Heden is er ook een groot probleem met de veiligheid in bepaalde voedsel voorzienende en voedselarme gebieden. De onveiligheid over de hele linie is namelijk een ander probleem dat voedsel schaars heeft gemaakt, zelfs nu mensen uit hun huizen worden verdreven, de honger toeneemt en het aantal ondervoede kinderen dagelijks toeneemt.
In november 2020, konden we een tekort ervaren aan verscheidene basisprodukten zoals uien, aardappelen en meel in meerdere Afrikaanse landen.

Oplossingen zijn mogelijk

De Schepper heeft aan de mens de opdracht gegeven voor deze aarde te zorgen. Die mens heeft bewezen hoe onmachtig en hoe egoïstisch hij op bepaalde momenten is. Met al de wetenschap die de mens heeft kunnen verwerven hebben ze meermaals misbruik gemaakt om hun hebberigheid tegoed te doen, dit ten nadele van de natuur. Hierdoor moeten wij stilaan meer schade van ondervinden. Onze gebreidelde uitstoot van giftige gassen en giftige vloeistoffen, heeft onze omgeving geen goed gedaan. Op vele plaatsen komen wij vergiftigde gronden tegen. Door de broeikasgassen is er een algemene opwarming van de aarde die over heel de aardbol natuurrampen teweeg brengt en mensen op de clucht doet slaan.

Velen vonden zich boven alles staan en gedroegen zich als een god in hun land. Zij probeerden alles te manipuleren, tot zelfs de mens. Op sommige punten sloegen zij er in om veranderingen aan te brengen aan mens en gewas, zonder echter rekening te houden met de gevolgen er van.

Voor het echter te laat is en de opwarming der aarde zich gevaarlijk voortzet, moeten wij zelf er alles aan doen om die klok terug te draaien en onze verantwoordelijkheid te nemen om de natuur, maar ook onszelf te beschermen.

De watersnoodrampen die Wallonië, West-Duitsland, Oostenrijk en andere landen mochten meemaken in juli zijn maar één van de vele tekenen dat het hoog tijd is om er iets aan te doen.

Laten wij niet aan de zijlijn blijven staan om rustig toe te kijken. Maar laat ons de handen uit de mouwen steken om eindelijk werk te maken van een herstel van onze omgeving en laat ons niet te veel van moeder natuur vragen maar gelukkig worden met datgene wat wij werkelijk nodig hebben, zonder alsmaar meer te willen.

+

Voorgaande

Uit de oude doos: Volle tanks en lege magen

++

Aanvullend

  1. Energie met vergiftigd geschenk
  2. Uit de Oude doos: In het Nieuws – Honger en bevolkingsgroei
  3. Mogelijkheid tot wereldwijde voedselcrisis
  4. Democratische ondergang
  5. De mens als God
  6. Tot de 99% of de 53% behorende
  7. Schoonheid van de natuur
  8. Kijk op het Vrije Wereld Handvest
  9. Organisch voedsel en toezien dat er later nog iets te rapen zal zijn
  10. Niet aangevreten oogst en bulkvoorziening
  11. Hongerwapen
  12. Nucleaire lente in de BRICs
  13. Niet aangevreten oogst en bulkvoorziening
  14. Draag zorg voor je eigen immuunsysteem
  15. Bijbels dieet was niet zo gezond
  16. Corona tijd, slechte, goede en betere tijden
  17. voedselverdeling
  18. Met minder is… nog genoeg
  19. De Europese Unie – de Milieu-uitdagingen en uw stem
  20. Wateroverlast in het midden van de zomer
  21. Kolkende watermassa’s doorheen de straten
  22. Waterramp voor Wallonië, Vlaams-Brabant en Limburg
  23. Maas niet bevaarbaar door drijfhout en de te sterke stroming
  24. Faalt de overheid in aanpak van de overstromingen?
  25. Hoe Gaan We Dit Uitleggen – Jelmer Mommers (boekbespreking)

+++

Gerelateerd

  1. Hevige regenval zorgt voor overstromingen in Zuid-Duitse plaats
  2. Drone filmt ravage in Duitsland na zware overstromingen
  3. Heftige overstroming in Duitsland: huizen weggevaagd, doden en vermisten
  4. Duitsland, video verwoeste dorpen aan de Ahr: Mayschoss, Laach, Reimerzhoven, Altenahr
  5. Overstroming
  6. Nog nooit maakte we dit mee.
  7. Extra rubriek – extreem weer
  8. Watersnood gouden kans voor Belgische miljonairs
  9. ‘Altijd lopen we één ramp achter’
  10. Wat houdt de term ‘ecologische voetafdruk’ in?
  11. Consumentisme en onze wegwerp-maatschappijGek Plastic
  12. De luchtvaartlobby verkwanselt al jarenlang geruisloos onze stilte en het klimaat
  13. De gevolgen van klimaatverandering
  14. Unicef rapport over de gevolgen van klimaatverandering op kinderen, mede opgesteld door Greta Thunberg!
  15. Het IPCC legt het nog één keer uit
  16. Ondervoeding bij kinderen bereikt nieuwe hoogtepunten in delen van Jemen
  17. Hongersnood
  18. VN-hulpchef dringt er bij Golfstaten op aan om op te treden om de ‘door de mens veroorzaakte’ hongersnood te verhelpen
  19. Omgevingsplan en klimaat
  20. Last van een beetje klimaatstress lees dan dit!
  21. Ja, maar zonnepanelen vervuilen ook
  22. Onevenredigheid
  23. Wel/geen/soms, vis of vlees
  24. Waarom minder vlees eten beter is voor het milieu
  25. Flexitariër zijn is makkelijker dan het lijkt!
  26. “Laat voedsel uw medicijn zijn” – Hippocrates
  27. Duurzamer eten? Hoe dan?
  28. Koudmaken of weggooien?
  29. Al die vormen en smaken!
  30. Op de markt gebeurt het
  31. Gezond willen leven, maar verslaafd zijn aan chips.
  32. Bewust eten
  33. Hedonistische honger
  34. Natuur en Milieufederaties lanceren fietsroutes langs duurzame landwinkels
  35. Genoeg, precies wat je nu nodig hebt!
  36. Genieten van genoeg
  37. Wees tevreden
  38. Vergeet de bemoediging niet!
  39. 10 manieren om je huishouden te vergroenen
Geplaatst in Christen zijn, Geschiedenis & Gebeurtenissen, Levensvragen, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie