Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 7 Omgaan met risico’s

Addendum: omgaan met risico’s

 

Ik wil dit hoofdstuk niet afsluiten zonder nog in te gaan op de argumenten van sommigen die menen dat de Bijbel het toepassen van preventieve geneeskunde verbiedt. Hiervoor wordt soms het vers geciteerd waar Jezus zegt:

“Zij, die gezond zijn, hebben geen geneesheer nodig, maar zij, die ziek zijn” (Matt. 9:12).

Jezus zei dat in antwoord op de mening van de Farizeeën dat als Hij de echte Messias was Hij zich niet zou inlaten met zondaars, maar met hen, de rechtvaardigen. Hij maakt dat duidelijk als Hij eraan toevoegt:

“Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.”

Het is dus in de eerste plaats een beeld. Maar voor dat beeld gebruikt Hij een algemeen vaststaand principe: in een tijd waarin geneeskunde uitsluitend curatief (achteraf genezend) was, en preventieve geneeskunde nog niet bestond, zou je de dokter inderdaad pas roepen als er iemand ziek was. Dit was geen gebod, maar een verwijzing naar iets dat even voor de hand liggend was als een open deur. Het gaat niet aan om al zulke uitspraken van Jezus (of anderen in de Bijbel) te verheffen tot dwingende geboden. Daarnaast hoort men wel eens het argument dat God een doel heeft als Hij tegenspoed over ons brengt (wat ontegenzeggelijk waar is) en dat men Hem die mogelijkheid dus niet mag ontnemen (alsof wij dat zouden kunnen!) door vooraf maatregelen te nemen. Op dezelfde gronden zijn bijvoorbeeld in Zeeland bezwaren geopperd tegen dijkverzwaring. We moeten daar verder op ingaan, want hier speelt een principe dat verder gaat dan preventieve geneeskunde.

 

De vraag die hier speelt is:

in hoeverre moet of mag een christen zich wapenen tegen mogelijk onheil dat hem zou kunnen overkomen.

Brand is de belangrijkste dekking van de inboedelverzekering

Laten we eerst de grenzen eens afbakenen. Ieder van ons die een weg wil oversteken zal, als hij niet al te verstrooid is, eerst kijken of er geen auto aankomt. Dat beschouwen wij als normale voorzorg. Sterker nog wij zouden het bijzonder dom vinden als iemand het niet deed en daardoor aangereden werd. ‘Eigen schuld’ zouden wij zeggen, ‘had je maar moeten opletten’. We zouden het (terecht) ook niet accepteren als iemand ons zou willen aanpraten dat je, in plaats van te kijken, op God zou moeten vertrouwen, dat die je veilig aan de overkant brengt. We zouden dat beschouwen als God verzoeken, wat een vorm van zonde is. Anderzijds kun je, bijbels gezien, vraagtekens plaatsen bij het gedrag van iemand die, bijvoorbeeld, altijd achterin een vliegtuig wil zitten, omdat dat statistisch gezien de grootste overlevingskans geeft bij een onverhoopt ongeluk. Of bij iemand die al zijn geld besteedt om zich tegen van alles en nog wat te verzekeren. En dan bedoel ik niet de ‘normale’ verzekeringen tegen ziekte of brand. Zulke verzekeringen zijn gebaseerd op het uitsmeren van de kosten van diegenen die het overkomt (en het overkomt nu eenmaal een bepaald percentage van de bevolking) over het totaal van alle deelnemers. Dat is een vorm van solidariteit.
In een gesloten gemeenschap zou je zulke risico’s kunnen opvangen door, als het iemand overkomt, de schade gemeenschappelijk te dragen, als een vorm van solidariteit achteraf. In een onpersoonlijk geworden maatschappij kan dat niet meer. Maar wat wel kan is deze vorm van solidariteit vooraf. Daar is niets mis mee. En dan ga ik nog even niet in op mensen die op principiële gronden weigeren zich te verzekeren tegen wettelijke aansprakelijkheid. Die maken naast zichzelf ook hun eventuele schuldeiser tot lijdend voorwerp van hun overtuiging. Reeds de Wet van Mozes was geënt op de zorg en aansprakelijkheid voor de medemens. Nee, wat ik bedoel zijn verzekeringen tegen de meest onwaarschijnlijke of onbenullige risico’s. Als we die aangaan zouden we vertrouwen op onze verzekeringen in plaats van op God:

‘Mij kan niets gebeuren, want ik ben verzekerd’.

Het probleem zal intussen duidelijk zijn. We moeten een middenweg zien te vinden tussen het nemen van normale voorzorg en het willen uitsluiten van elk mogelijk risico ten koste van inspanningen die wij in Christus’ dienst nuttiger hadden kunnen besteden.

Terug naar ons dilemma: Je laten inenten tegen bestaande ziekten of je verzekeren tegen reële risico’s, die nu eenmaal bestaan, is één ding. Proberen absolute zekerheid te verwerven, buiten God om, een ander. En dat er geen harde scheidslijn ligt tussen die twee betekent alleen maar dat we zullen moeten leren nadenken. Dat we ons bij al ons handelen zullen moeten afvragen:

‘Wat verwacht God van mij?’

Dat is een onderdeel van ons leerproces. En als niet ieder van ons in een gegeven situatie tot dezelfde conclusie komt zullen we dat van elkaar moeten leren accepteren, zolang er maar serieus over nagedacht is.

+

Voorgaande

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 1 Wet van Mozes

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 2 Jezus en de Wet

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 3 Tien geboden

 Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 4 De sabbatdag

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 5 De Ware sabbatdag

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 6 Voorschriften van het apostelconcilie

De nacht is ver gevorderd 9 Studie 2 Schrik of troost 5 Menselijke politiek of Gods hand

Tekenen der Laatste Dagen

++

Aanverwant

  1. God meester van goed en kwaad

+++

Verder gerelateerd

  1. Geseënd
  2. Alive To God – Daily Thought 1 Chronicles 10:12
  3. Pad van Beproewing
  4. Ziek zijn is een full-time baan / being sick is a full time job
Advertenties
Geplaatst in Christen zijn, Christendom, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Religie, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 6 Voorschriften van het apostelconcilie

De voorschriften van het apostelconcilie

 

Wanneer er in de eerste gemeente onenigheid ontstaat over de vraag in hoeverre christenen verplicht zijn de Wet te houden, roepen de apostelen een soort concilie bijeen te Jeruzalem om de zaak te bespreken. Wij vinden het verslag hiervan in Hand. 15. De uitkomst is dat niet-Joden zich niet hoeven te laten besnijden maar dat hun wordt geboden zich aan vier voorschriften te houden:

  • Zich onthouden van wat door afgoden bezoedeld is.
  • Zich onthouden van ‘hoererij’.
  • Zich onthouden van het verstikte.
  • Zich onthouden van bloed.

Het eerste punt heeft betrekking op het eten van vlees dat oorspronkelijk in afgodentempels is geofferd. Dit werd later een fel bediscussieerd punt in de heidengemeenten, waarbij het lijkt alsof Paulus zich weinig aantrekt van de conclusie van deze bijeenkomst. We komen hier op terug in het volgende hoofdstuk. Het tweede punt betreft vermoedelijk het trouwen met al te nauwe familierelaties, wat volgens de Wet verboden was (zie Lev. 18 en 20), maar op welk punt de Romeinse wereld veel ruimere normen hanteerde. Het derde en vierde punt betreffen niet-kosher geslacht vlees, dwz. het consumeren van vlees dat niet volgens de voorschriften van de Wet was uitgebloed, respectievelijk het bloed zelf. In hoofdstuk 16 zagen we reeds dat de Joden bijzonder gevoelig waren op dit punt. Het argument voor deze voorschriften was dan ook:

“Immers Mozes heeft van oudsher in iedere stad, die hem prediken, daar hij elke sabbat in de synagogen wordt voorgelezen” (Hand. 15:21).

Men wilde kennelijk de Joodse gelovigen niet voor het hoofd stoten met praktijken die voor hen buitengewoon aanstootgevend zouden zijn. Dat houdt op zich al in dat deze voorschriften slechts bedoeld konden zijn voor een overgangstijd. Toen de scheiding tussen Jodendom en Christendom eenmaal een feit was, hadden deze voorschriften hun betekenis verloren.

 

Volgens de principes van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan wordt elke persoon die om humanitaire redenen bloed geeft op basis van vrijwilligheid, vrijheid, anonimiteit en solidariteit als een vrijwillige donor beschouwd.

Toch is niet iedereen het met bovenstaande conclusie eens. Er zijn mensen die menen dat de voorschriften van Hand. 15 dwingend zijn, maar daarbij beperken zij zich tot het vierde, het eten van bloed. En zij breiden dat uit tot een verbod op bloedtransfusies, wat in hun ogen een vorm van het ‘nuttigen’ van bloed is.
We hebben al gezien dat het in feite gaat om voorschriften uit de Wet betreffende niet-kosher geslacht vlees. Uit Paulus brieven aan de gemeenten te Korinte blijkt dat hij daar zelf verder niet aan tilt, wat de indruk versterkt dat het niet om een dwingend voorschrift gaat, maar om het ontzien van de gevoeligheden van zwakkere leden van de gemeente. Natuurlijk kan men Paulus’ argumenten ook zo uitleggen dat men de ruimte moet geven aan diegenen die voor hun geweten moeite hebben met het eten van bloed. Of men daarbij dat ‘eten’ moet oprekken tot het ondergaan van bloedtransfusies moet ieder dan maar voor zichzelf uitmaken. Maar wat zeker niet consequent, en dus niet toelaatbaar, is, is de neiging om het voorschrift tot bloedtransfusies te beperken. Daarvoor kan het voorschrift in de eerste eeuw niet gegeven zijn. Dat is alleen maar de arrogante houding van sommigen die menen dat de Bijbel er uitsluitend voor hèn is, en niet voor vroegere generaties. Wie meent gewetensbezwaren te hebben tegen het eten van bloed heeft geen andere keus dan zijn vlees te betrekken van de Joodse slager.

+

Voorgaande

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 1 Wet van Mozes

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 2 Jezus en de Wet

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 3 Tien geboden

 Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 4 De sabbatdag

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 5 De Ware sabbatdag

++

Aanverwante lectuur

  1. Echte boodschap van redding niet ver te zoeken
  2. Wat betreft ‘Bloodless’ surgery avoids risks of transfusion – Health Care
  3. Bloedvrije operaties
  4. Engelse jongen van 15 overlijdt na weigering bloed

+++

Verder gerelateerd

  1. Vegan for the animals: 10 quotes die je aan het denken zetten
  2. Vegan Challenge
  3. Signal 7 – Alternative Bacon
Geplaatst in Christen zijn, Christendom, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 5 De Ware sabbatdag

De ware sabbat

In de vorige artikel hebben wij gezien dat de sabbat als een teken van het Verbond tussen God en zijn volk kan aanzien worden, geldend voor Israël en zijn nageslacht. Ook zagen wij hoe de verandering van sabbat naar zondag (eigenlijk de de eerste dag der week) niet bijbels is maar teruggaat op de noden van de sacrale kerk van na Constantijn de Grote.

Maar dat is niet alles wat er over de sabbat te zeggen valt. In Jes. 58 vinden we een betoog over de ware betekenis van het vasten en de sabbatdag:

“Is dit niet het vasten dat Ik verkies: de boeien der goddeloosheid los te maken, de banden van het juk te ontbinden, verdrukten vrij te laten en elk juk te verbreken? Is het niet dat gij voor de hongerige uw brood breekt en arme zwervelingen in uw huis brengt, ja, als gij een naakte ziet, dat gij hem bekleedt en u niet onttrekt aan uw eigen vlees en bloed… Indien gij niet over de sabbat heenloopt door uw zaken te doen op mijn heilige dag, maar de sabbat een verlustiging noemt, de heilige dag des Heren van gewicht, … dan zult gij u verlustigen in de Here” (Jes. 58:6-7, 13-14).

De vastendag was bedoeld, niet om zomaar te hongeren, maar om het uitgespaarde voedsel te geven aan anderen die niets hadden. De sabbatdag was niet zomaar een rustdag, maar een dag om Gods werk te doen in plaats van zijn eigen werk. Dat werd ook bedoeld toen God op Sinaï zei:

“Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt”.

Geschil tussen Jezus en de Farizeeën

Heiligen betekent apart zetten voor de dienst aan God. Helaas blijkt het menselijk om het sabbatgebod zo op te vatten dat men op die dag in het geheel niets mag doen. De Farizeeën hebben die uitleg geïntroduceerd en Jezus verzette zich daar fel tegen. Om hun huichelarij aan te tonen verrichtte Hij opzettelijk een aantal genezingen op sabbat. Dat was uiteraard in overeenstemming met de uitleg die Jes. 58 geeft van de sabbat, maar het botste met de starre opvattingen van de Farizeeën en schriftgeleerden. Maar het heeft de mensheid niets geleerd. Nog heden ten dage menen orthodoxe christenen dat de voornaamste regel is dat men op ‘sabbat’ niet moe mag worden, en men kan zich hun Farizeeïsche toorn op de hals halen door op die (vermeende) sabbat Gods werk te doen.

 

De sabbat was dus bij uitstek een dag om Gods werk te doen, maar als zodanig was dat slechts een symbool. De christen kan zich niet permitteren om slechts één dag in de week met God bezig te zijn. In overeenstemming met het principe van ‘de wet van Christus’, dat niet telt hoe wij overkomen, maar dat het er om gaat wat er in ons hart is, dienen wij zeven dagen in de week bezig te zijn met Gods werk. Voor de christen is het alle dagen ‘sabbat’.

+

Voorgaande

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 1 Wet van Mozes

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 2 Jezus en de Wet

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 3 Tien geboden

 Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 4 De sabbatdag

++

Aansluitend

  1. Op de zevende dag een rustende God
  2. Heiliging of apart plaatsing
  3. De verdwijnende heerlijkheid
  4. Zeven Feesten van God de belangrijkste feesten van de hele Bijbel
  5. Zeven sabbatten
  6. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  7. De eerste christenen hun vieringen
  8. Wettisch tegenover wet
  9. Moeten wij ons aan de zondagsplicht houden
  10. Zondag, zonnegodsdag en zonnepartnersdag
  11. Volharden in het Avondmaal regelmatig vieren
  12. Communie en dag des Heren
  13. Avondmaal des Heren
  14. Teken van het verbond
  15. Sabbat of zondag
  16. Zondagrust of sabbatviering
  17. Zo maar gerechtvaardigd?

+++

Verder gerelateerd

  1. Woorde uit die kombuis – God sing
  2. Maar Here, ek is te besig ….
  3. A life with God (English & Dutch)
Geplaatst in Christendom, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 4 De sabbatdag

De sabbatdag

 

Tot zover is er dus geen probleem. Maar er is niettemin toch een probleem met het zogenaamde sabbatgebod, dat veel christenen aan de ene kant dwingend achten, maar dat zij niettemin hebben overgedragen op een andere dag in de week. Daar is dus kennelijk iets merkwaardigs mee aan de hand. We zullen dat nader bekijken.

Schelfzee of rietzee ook Rode Zee (eruthra thalassa) genoemd, naar weerspiegelingen van de rondom gelegen roodgranieten rotsformatie in het water of aan het rode koraal, dat bij laag water zichtbaar werd. – Rechts de Golf van Akaba in het oosten, en in het westen de Golf van Suez (links). Daartussen ligt het schiereiland Sinaï.

De eerste maal dat het woord sabbat in de Bijbel voorkomt is in Exodus na de doortocht door de Schelfzee. Als God de Israëlieten het manna als voedsel geeft, blijkt dat telkens voldoende voor een dag. Diegenen die meer proberen te verzamelen, ontdekken dat het niet houdbaar is. Maar op de zesde dag blijkt er tweemaal zoveel te zijn, en het is wel houdbaar tot de volgende dag. Mozes vertelt het volk dan:

“Dit is wat de Here gezegd heeft: een rustdag, een heilige sabbat is het morgen voor de Here” (Ex. 16:23).

Dit leest alsof de sabbat hier voor het eerst voor het volk wordt ingesteld. In de erop volgende verzen komt het woord nog driemaal voor. Eerder is er in de Bijbel niet over een sabbat gesproken. Ten tijde van Abraham lezen we bijv. niets over een sabbat. De tweede maal dat het voorkomt is bij het geven van de tien geboden, bij de wetgeving op Sinaï:

“Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt; zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here, uw God” (Ex. 20:8-10).

Dit plaatst het gebod in het kader van de totale wetgeving te Sinaï. De derde maal is een herinnering aan dit gebod:

“Gij dan, spreek tot de Israëlieten: maar mijn sabbatten moet gij onderhouden, want dat is een teken tussen Mij en u, van geslacht tot geslacht, zodat gij weet dat Ik de Here ben, die u heilig… De Israëlieten zullen de sabbat onderhouden, door de sabbat te vieren, zij en hun nageslacht, als een altoosdurend verbond. Tussen Mij en de Israëlieten is deze een teken voor altoos” (Ex. 31:12, 16-17).

Deze verzen geven duidelijk aan dat de sabbat een teken was van het Verbond tussen God en zijn volk, geldend voor Israël en zijn nageslacht. Dit zijn de eerste drie passages waar het woord voorkomt en die leren ons duidelijk dat de sabbat alles te maken had met dat Verbond. Nergens blijkt dat dit een universeel gebod was. Jezus heeft dit gebod ook nergens herhaald voor de zijnen.
We zagen in hoofdstuk 16 al dat de eerste gemeenten na verloop van tijd de gewoonte hadden bijeen te komen op de eerste dag der week. Ook dat geeft aan dat zij het sabbatgebod kennelijk niet als een dwingend gebod zagen dat ook nog voor hen geldig was. Paulus gaat zelfs nog verder. Hij schrijft dan ook aan de Galaten, dat wie zich inlaat met dwingende geboden op dat punt, nog niets heeft begrepen van de vrijheid in Christus:

“Dagen, maanden, vaste tijden en jaren neemt gij waar. Ik vrees, dat ik mij wellicht tevergeefs voor u ingespannen heb” (Gal. 4:10-11).

En aan de Kolossenzen schrijft hij:

“Laat dan niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkelijkheid van Christus is” (Kol. 2:16-17).

 

Zelfs in de voorschriften uitgevaardigd door het apostelconcilie in Hand. 15, uitgevaardigd om de gevoeligheden van de Joodse broeders te ontzien (waarover straks meer), zoeken we zo’n gebod tevergeefs. Opnieuw moeten wij constateren dat de uitroeping van de eerste dag der week tot de dag waar een dwingend en universeel sabbatgebod betrekking op zou hebben (in feite een contradictio in terminis) teruggaat op de noden van de sacrale kerk van na Constantijn. Met bijbelse leer heeft dat niets te maken. Er zijn voor christenen goede redenen om bijeen te komen op de eerste dag der week; maar met een sabbatgebod heeft dat niets te maken.

+

Voorgaande

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 1 Wet van Mozes

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 2 Jezus en de Wet

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 3 Tien geboden

De Ekklesia #10 Addendum 1: een moderne theocratie?

Vervolg: De Ware sabbatdag

++

Aansluitend

  1. Op de zevende dag een rustende God
  2. Heiliging of apart plaatsing
  3. De verdwijnende heerlijkheid
  4. Zeven Feesten van God de belangrijkste feesten van de hele Bijbel
  5. Zeven sabbatten
  6. De eerste christenen hun vieringen
  7. Wettisch tegenover wet
  8. Moeten wij ons aan de zondagsplicht houden
  9. Zondag, zonnegodsdag en zonnepartnersdag
  10. Volharden in het Avondmaal regelmatig vieren
  11. Communie en dag des Heren
  12. Avondmaal des Heren
  13. Teken van het verbond
  14. Sabbat of zondag
  15. Zondagrust of sabbatviering

+++

Verder gerelateerd

  1. Waarom vier die Kerk van die Nuwe Testament die Sabbat op die eerste dag van die week ?
  2. Die nuwe testament sabbat – saterdag of sondag
  3. ‘n Sabbat vir die land – Totius
  4. Godsdienstige feesdae in die nuwe nie-Christelike SA
  5. Tabernakel in die woestyn!
  6. ‘n Gelofte
  7. Sabbatsgedachten – Martha Dane
  8. 60 vragen van christenen. Over opvattingen, gebruiken en tradities binnen het Jodendom – M.L. Brown
  9. Six ethics of life // Zes ethise levensprincipes
  10. Chag Sukkot Sameach
  11. The relevance of the Sabbath
  12. Sabbath Rest
  13. Carry Us to Sabbath
  14. Lord of the Sabbath 1
  15. Lord of the Sabbath 2
  16. Shabbat Shalom, Good Sabbath to All.
  17. Sabbath: space to rest, breathe and be still #thedailyhaiku 28
Geplaatst in Christen zijn, Christendom, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 3 Tien geboden

De tien geboden

 

10 Geboden – Dekaloog perkament van Jekuthiel Sofer

De meeste christenen zijn er wel van doordrongen dat zij niet meer ‘onder de wet’ zijn, maar maken een uitzondering voor de tien geboden, die zij een wet van alle tijden achten. In zijn algemeenheid is dat misschien nog niet eens zo slecht gezien, maar er vallen wel enige kanttekeningen bij te maken. De tien geboden zijn net als de rest van de Wet van Mozes gegeven op Sinaï. Ze staan niet los van de rest van de Wet; veeleer vormen zij de samenvatting daarvan. Nu hebben wij boven al gezien dat de principes achter de Wet fundamenteel zijn, en als zodanig zijn die inderdaad van alle tijden. Het zou natuurlijk onzin zijn te beweren dat wij, in tegenstelling tot de Israëliet, wel doodslag zouden mogen plegen. Nog afgezien van andere overwegingen, zou dat in strijd zijn met het principe dat wij onze naaste moeten liefhebben als onszelf. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat Jezus in zijn prediking vrijwel alle tien geboden in de een of andere vorm herhaalt. Strikt genomen betekent dat echter dat we die geboden eerbiedigen, niet omdat de tien geboden als zodanig los zouden staan van de Wet, maar omdat ze elk voor zich iets te vertellen hebben dat fundamenteel is en dat ons leven in Christus raakt.

+

Voorgaande

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 1 Wet van Mozes

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 2 Jezus en de Wet

++

Aansluitend

  1. Voorschriften ons gegeven
  2. Wetten en regels ter onderwijs
  3. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  4. Relevantie van de de Tien Geboden bij Britten anno 2017

+++

Geplaatst in Christen zijn, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Religie | Tags: , , , , , , | 4 reacties

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 2 Jezus en de Wet

Jezus en de Wet

 

De Bergrede, door Carl Bloch

Zoals gezegd heeft Paulus veel te vertellen over het feit dat wij vrijgekocht zijn van de ‘slavernij’ van de wet. En toch spreekt hij van de ‘wet van Christus’ (1 Kor. 9:21). Dat maakt het zinvol om eerst eens te gaan zien wat Jezus’ houding was tov. de Wet. Hij spreekt daarover in de bergrede. In Matt. 5 vinden we een betoog dat we bij oppervlakkig lezen zouden kunnen houden voor een afwijzing van de Wet. Bij nader toezien blijkt het echter om het volgende te gaan:

  • Jezus breidt de bepalingen van de wet uit tot bedoelingen en gedachten (toorn ipv. doodslaan, sexuele begeerte ipv. echtbreuk).
  • Jezus verbiedt echtscheiding ipv. een zorgvuldige regeling daarvan.
  • Jezus ontraadt het zweren van overbodige en ondoordachte eden, ipv. de verplichting om zulke eden gestand te doen.
  • Jezus predikt meegaandheid ipv. de evenredige genoegdoening van de wet.
  • Jezus hekelt de inperking door de Farizeeën van het gebod om je naaste lief te hebben (door het begrip ‘naaste’ in te perken) en breidt het uit tot iemands vijanden.

Samengevat komt het neer op de volgende zaken:

  1. Het gaat er niet alleen om wat je daadwerkelijk doet, maar om wat er in je hart is. Dat spreekt je aan op hoe je werkelijk bent, niet op hoe je overkomt. Voor een goed begrip: een gedachte zelf (het ondergaan van een verzoeking) is nog geen zonde; het is het koesteren van die gedachte dat leidt tot zonde (Jak. 1:14-15).
  2. De wet sprak tot de schuldige en vertelde hem wat zijn plicht was tegenover degene wie hij onrecht aangedaan had. Jezus spreekt tot degene die onrecht aangedaan is en vertelt hem dat hij niet op grond van diezelfde wet genoegdoening mag eisen. Ook hijzelf staat schuldig tegenover God en hij dient dus barmhartigheid te tonen (zie Matt. 18:21-35); God zal hem uiteindelijk genoegdoening geven.
  3. De Farizeeën hadden niet altijd de juiste interpretatie gegeven van de Wet. Op dat punt ligt er een duidelijk verschil tussen “Gij hebt gehoord dat er gezegd is…” en “Maar Ik zeg u …”. Hun instructie was mondeling geweest en gekleurd door de interpretatie van hun schriftgeleerden. De vertalers van de moderne vertaling, die de frase “Gij hebt gehoord dat er gezegd is…” vervingen door “Vroeger gold…” hebben dus iets niet goed begrepen. Ook vroeger gold niet dat zij hun vijanden moesten haten.

In de loop van zijn prediking heeft Jezus veel te vertellen over hoe wij moeten leven. Daarbij geeft ook Hij ‘geboden’. Maar ze vallen allemaal onder de bovengenoemde drie punten.

 

+

Voorgaande

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 1 Wet van Mozes

De Verlosser 1 Senior en junior

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 1 Levensadem en ziel

De Ekklesia #5 Gods getuigen

De Ekklesia #6 Bad der Wedergeboorte

++

Aansluitende lectuur

  1. Zo maar gerechtvaardigd?
  2. Dienaar van zijn Vader
  3. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  4. Wettisch tegenover wet
  5. De Tora is niet medegekruisigd, maar mijn strafblad
  6. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 4 Verzet tegen God en Overeenkomstige prijs

+++

Verder gerelateerde berichten

  1. God – my grootste begeerte
  2. Onverdiende
  3. Gij zijt de zout der aarde
  4. Het die Here poligamie aanbeveel?
Geplaatst in Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 5 reacties

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 1 Wet van Mozes

Christus heeft ons niet belast met een groot aantal ge- en verboden zoals de Wet van Mozes deed. Toch gaan zijn geboden in feite veel verder, want ze gaan over de vraag wat er in ons hart is. Het gaat om onze houding en niet om wat we precies doen of niet doen. Dat lukt ons alleen als we leven met Christus, maar dat is een onderdeel van ons leerproces.

 

De apostel Paulus heeft in zijn brieven veel te vertellen over de Wet van Mozes. Hij maakt duidelijk dat de gelovigen onder het  Oude Verbond ahw. ‘slaven van de Wet’ waren en dat de Wet niet kan redden. Bij de Wet ging het om ‘werken’ en de mens wordt niet uit ‘werken’ gerechtvaardigd. Christus heeft weliswaar de Wet niet afgeschaft, maar Hij heeft de Wet vervuld (Matt. 5:17). Daarmee is Hij het ‘einde der Wet’:

“Want Christus is het einde der wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft” (Rom. 10:4).

Dat betekent niet dat de Wet verkeerd was. Wij zijn ‘losgekocht’ van de bepalingen van de Wet, maar de principes achter die bepalingen blijven recht overeind. We hebben in hoofdstuk 6 (‘De verlossing’) gezien dat de Wet een ‘tuchtmeester’ (pedagoog) was, die ons ahw. normen en waarden bij moest brengen. En ook al zijn de strikte bepalingen vervallen, die normen en waarden blijven. De geest van de Wet wordt in het NT meerdere malen samengevat als:

‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand; en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf’ (zie bijv. Matt. 22:34-40, Luc. 10:27, Rom. 13:9-10, Gal. 5:14 en Jak. 2:8).

Allereerst kan hierover worden gezegd dat de meeste mensen zullen instemmen met het tweede van deze twee geboden. Maar dat brengt ons niet verder dan een soort humanistisch geloof. Het andere gebod is er ook nog en het is niet zonder reden het eerste. Bovendien volgt het tweede automatisch uit het eerste:

als wij God liefhebben kunnen wij niet nalaten die liefde ook uit te breiden tot zijn schepselen die Hij  liefheeft:

“Indien iemand zegt: Ik heb God lief, doch zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar; want wie zijn broeder, die hij gezien heeft, niet liefheeft, kan ook God, die hij niet gezien heeft, niet liefhebben” (1 Joh. 4:20).

Het omgekeerde is echter niet noodzakelijk het geval. Er zijn humanisten genoeg die het Christendom beschouwen als het ‘rottend karkas’ van een voorbije ideologie, die liever nog vandaag dan morgen plaats zou moeten maken voor een in hun ogen ‘betere’.

+

Voorgaand

Kroniekschrijvers en profeten #2 De Wet

Mondelinge of schriftelijke overlevering en aantal auteurs

Verlossing #8 Gerechtigheid door geloof

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 4 Leiding door de Geest

De nacht is ver gevorderd 23 Studie 4 Nu actueel: Daad van geloof

++

Aanvullende teksten

  1. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  2. Een vergadering omtrent aan te houden gedrag en te houden handelingen
  3. Angst voor ouderwetse regels en verlies van christenen
  4. Als u integriteit hebt
  5. Godsgebeuren en Kerk in Europa

+++

Verder aanverwante lectuur

  1. de Hypocriet: der Heuchler, der Scheinheilige
  2. Ben je een filistijn?
  3. De #terreur aanslag op de Kerstmarkt in
  4. De paus over geweldloosheid
Geplaatst in Christen zijn, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , | 6 reacties

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 4 Leiding door de Geest

De leiding door de Geest

 

In de lijst met ‘gaven’ hebben we niet alles weergegeven dat in de betrokken passages genoemd is. Er staan ook nog de volgende dingen:

  • Geloof
  • Helpen/dienen (het Griekse woord is diakonia, diakonie)
  • Mededelen (lett.: het meegeven van iets aan iemand)
  • Barmhartigheid bewijzen

Dit zijn algemene christelijke deugden, die van alle tijden zijn en waar ieder naar zou moeten streven. Ze worden niet doorgegeven door handoplegging, maar ze zijn wel vruchten van de Heilige Geest. Zelfs geloof is uiteindelijk niet iets van onszelf maar een gave van God. We verwerven deze gaven als we de werking van de Geest toelaten in ons leven. Over deze werking van de Geest heeft de Bijbel ons ook veel te vertellen.

 

In het NT is het geleid worden door de Geest niet het exclusieve voorrecht van een priesterklasse (die er toen nog niet eens was), die zo de macht van onfeilbaarheid zou bezitten. De leiding van de Geest heeft betrekking op elke gelovige. Deze leiding leidt hem op Gods weg, mits hij die leiding maar in zijn leven toelaat (niemand wordt tegen zijn wil behouden; er is nog steeds sprake van een keuze op basis van onze eigen vrije wil). In zijn brief aan de Romeinen vermaant Paulus zijn lezers (en ons) daarom om in die Geest te wandelen:

“Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe” (Rom. 8:9).

We zien hier overigens dat Paulus de begrippen ‘Heilige Geest’, ‘Geest van God’ en ‘Geest van Christus’ zonder onderscheid door elkaar gebruikt. Gods Geest staat voor Gods kracht (zie Luc. 1:35, waar ‘Heilige Geest’ en ‘kracht des Allerhoogsten’ parallel gebruikt worden). En Gods kracht is, na Jezus’ verhoging tot Gods rechterhand, uiteraard ook Jezus’ kracht. Paulus gaat verder met een beeld dat wij intussen kennen:

“Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest [van de mens] is leven vanwege de gerechtigheid. En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn  Geest die in u woont” (vs. 10-11).

Het is duidelijk: als wij van Christus zijn dan moet de Geest in ons wonen, maar dat zal hij ook doen, want dat is Gods belofte. Het is nog steeds waar dat wij gedoopt moeten worden met water en Geest. Maar dat inwonen van de Geest in ons is niets nieuws. We hebben hetzelfde principe al eerder gezien als ‘Christus in ons’, of zoals we het toen hebben geciteerd: ‘Christus moet in ons gestalte verkrijgen’. Alleen hebben we het toen bekeken vanuit het standpunt van wat wij moeten doen; nu bekijken we het vanuit het standpunt van wat God voor ons doet:

“Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba [Abba is Aramees voor: pappa], Vader. Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn” (vs.15-16).

 

We hebben eerder gesproken van de gemeente als een tempel Gods, maar dat geldt ook voor de individuele gelovige:

“Weet gij niet dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? (1 Kor. 3:16).

En opnieuw, in een vermaning tegen hoererij:

“Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt?” (1 Kor. 6:19).

 

Wij zijn door of in de Heilige Geest gedoopt en verzegeld. In zijn betoog over de gemeente als het lichaam van Christus (zie hoofdstuk 19) zegt Paulus:

“Want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken [dat staat hier voor niet-Joden], hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt” (1 Kor. 12:13).

Bij het woord gedrenkt denkt Paulus wellicht aan de praktijk van doop door onderdompeling; maar het is ook mogelijk dat hij denkt aan de praktijk van zalving (Jezus was met de Heilige Geest ‘gezalfd’). In zijn brief aan de Efeziërs schrijft hij:

“In Hem [Christus] zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte, die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid” (Efez. 1:13-14).

Hier zit erg veel in. Dit vertelt ons dat wij door de Heilige Geest verzegeld zijn (later, in het boek Openbaring, lezen wij dat de door God verzegelden worden behouden uit alle verdrukking). Het vertelt ons ook dat de Geest ons is beloofd, nl. bij onze doop; het is Gods aandeel in het Verbond dat Hij dan met ons sluit. Maar het herinnert ons ook aan de beloften van een erfenis in Genesis (zie hoofdstuk 5, ‘Een goddelijk plan’). Tenslotte herinnert het ons aan het feit dat God dit volk heeft uitgekozen om zijn heerlijkheid te verkondigen (zie eveneens hoofdstuk 5 over ‘Gods doel met de Schepping’). Maar als dat Gods doel is met zijn volk dan is dat voor ons de garantie dat Hij dat doel ook in ons zal verwezenlijken, als wij hem dat maar toelaten. En ook dat vertelt deze passage ons: de Geest is een ‘onderpand voor onze erfenis’. Dat is onze zekerheid maar ook onze verantwoordelijkheid:

“Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel” (Hebr. 10:26-27).

Dat God ons zijn Geest gegeven heeft geeft ons dus een grote verantwoordelijkheid. Maar ook een grote gerustheid, omdat wij met die Geest alle aanvallen van de zonde kunnen afslaan:

“Doch wij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt” (Hebr. 10:39).

En dat geloof is, zoals wij hebben gezien, een van de gaven van de Geest die blijvend zijn.

+

Voorgaande

Verlossing #7 Christus levend in de gelovige

Gods vergeten Woord 14 Schepping 6 De Schepping als doel en garantie

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 1 Waterdoop en Vuur

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 2 De gift en de gaven

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 3 Einde van de gaven

++

Aansluitend

  1. Woord zonder boeien vol van kracht
  2. Verzoening en Broederschap 3 Verenigen onder de Hoeksteen
  3. Ook behoort gij Uzelf niet toe, want gij werd met een prijs gekocht
  4. Verzoening en de gekochte race
Geplaatst in Christen zijn, Christendom, Geschiedenis, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 3 Einde van de gaven

Het einde van de gaven

 

In zijn brief aan de gemeente te Korinte duidt Paulus, als ondersteuning van zijn betoog om niet al te zeer te vertrouwen op de gaven van de Geest, aan dat deze gaven maar tijdelijk zijn. In zijn bekende hoofdstuk over de liefde als hoogste ‘gave’ zegt hij:

“De liefde vergaat nimmermeer; maar profetieën zij zullen afgedaan hebben; tongen zij zullen verstommen; kennis zij zal afgedaan hebben. Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren. Doch als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben” (1 Kor. 13:8-9)

Waarschijnlijk doelt Paulus hier in eerste aanleg op het gereedkomen van het NT dat de rol van profeteren en spreken in tongen over zal nemen. Maar er zijn redenen om te menen dat Paulus ook verder kijkt dan de onmiddellijke toekomst, naar de vervulling in Gods Koninkrijk. Want aan het eind van het hoofdstuk zegt hij:

“Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen [spiegels in die tijd waren gepolijste koperplaten], doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben” (vs. 12).

Zijn betoog is dat de gaven, waar zij zoveel waarde aan hechtten, slechts van die tijd waren en dat die hen niet in het Koninkrijk konden brengen.

File:Peter and John laying their hands on the disciples.jpg

Het opleggen der handen door Petrus en Johannes op hun leerlingen. (Peter and John laying their hands on the disciples. – 1873 – The story of the Bible from Genesis to Revelation)

Maar het is ook los van deze aankondiging duidelijk dat er een eind moest komen aan de gaven. We hebben al vastgesteld dat de gaven alleen doorgegeven konden worden door middel van handoplegging door de apostelen. Als de evangelist Filippus in Samaria vele bekeerlingen heeft gemaakt , moeten de apostelen Petrus en Johannes uit Jeruzalem komen om hun de handen op te leggen (Hand. 8:14-17). Als één van de bekeerlingen, de voormalige tovenaar Simon, ziet dat de apostelen door handoplegging de Geest door kunnen geven, biedt hij Petrus geld aan om ook zelf die mogelijkheid, die hij ook toen kennelijk nog niet bezat, te verkrijgen:

“Geef ook mij deze macht, opdat, als ik iemand de handen opleg, hij de Heilige Geest ontvange” (Hand. 8:19).

Het is duidelijk dat alleen de apostelen zelf de gaven zo door konden geven. Met de dood van de apostelen is deze mogelijkheid verdwenen en een generatie later moeten de gaven tot een einde zijn gekomen. Er was toen geen mogelijkheid meer om de gaven te verlenen. Maar er was ook geen noodzaak meer toe. Het NT was toen gecompleteerd en had de taak van de apostelen overgenomen.

+

Voorgaande

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 1 Waterdoop en Vuur

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 2 De gift en de gaven

Geplaatst in Christen zijn, Geschiedenis, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 2 De gift en de gaven

De gift en de gaven

 

Omdat er van sommige kanten de nadruk op wordt gelegd dat wat toen gebeurde nog steeds een kenmerk moet zijn van de ware gemeente vandaag (en omdat we zijn begonnen met te zeggen dat we terug willen naar het geloof van de eerste eeuw) moeten we nu gaan bezien in hoeverre deze dingen ook vandaag nog van toepassing zijn. Daarbij moeten we een onderscheid maken tussen wat ik zou willen noemen de ‘gift’ van de Heilige Geest (dwz. De gift die bestaat uit de Geest) en de ‘gaven’ van de Heilige Geest (dwz. de door de Geest geschonken gaven). We zullen ons eerst bezig houden met het laatste.

 

De speciale gaven die mensen konden bezitten waren niet zomaar bedoeld voor amusement. Ze dienden een speciaal doel. Aan het eind van het evangelie van Marcus lezen we:

“Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping … Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden” (Marc. 16:15, 17).

De gaven dienden een doel; zij waren bedoeld als tekenen of als hulp. Om dat te begrijpen zullen we eerst zien om welke gaven het ging. We komen ze op diverse plaatsen tegen, maar we vinden iets van een opsomming in 1 Kor. 12:4-6 en 28-30, Rom. 12:6-8 en Efez. 4:11. In Korintiërs worden ze samengevat als “genadegaven, bedieningen en werkingen”. In Efeziërs wordt hun doel aangegeven als “om heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus (dwz. de gemeente)”. De verschillende genoemde gaven en bekwaamheden, waaronder taken en functies, zijn dan:

  • Apostelen (lett.: gezondenen) wier taak het was het evangelie te verkondigen. Zij bezaten bijzondere gaven, en konden de gaven van de Geest ook doorgeven aan anderen.
  • Evangelisten: eveneens predikers, maar zonder de speciale gaven van de apostelen. Zij konden de gaven niet doorgeven.
  • Leraars/onderwijzen: Hun taak was het evangelie uit te leggen aan de leden van de gemeente; ook aangeduid als het ‘spreken met kennis’.
  • Vermanen: pastoraal werk (vermanen in het NT betekent ‘bemoedigen’ of ‘vertroosten’), ook aangeduid als ‘spreken met wijsheid’.
  • Herders/besturen/leiding geven: Het dagelijkse leiden van de gemeente.
  • Profeten: Zorgen voor Gods directe leiding in een tijd waarin het NT nog bezig was te ontstaan.
  • Het onderscheiden van geesten: Hierbij ging het erom de profetieën te beoordelen, of zij echt van God kwamen (zie 1 Tess. 5:19-21).
  • Spreken in tongen: De gave om in andere talen te spreken, bedoeld voor prediking aan andere volken, maar enigszins misbruikt in de gemeente te Korinte.
  • Vertolken van tongen: De gave om boodschappen, door anderen uitgesproken in ‘tongen’, te vertalen in verstaanbare taal.
  • Genezingen: Bedoeld als teken aan ongelovigen dat de prediker met een boodschap van God Zelf kwam.
  • Krachten: De kracht om verschillende wonderen te kunnen doen.

 

File:Pentecostales orando.JPG

sprekers in tongen bij een Pinkstergemeente

Zoals gezegd waren deze gaven bedoeld om hetzij de prediking te ondersteunen, hetzij de gemeente op te bouwen. Als gelovigen te Korinte wat al teveel belangstelling hebben voor de gave van tongen, die zij kennelijk erg interessant vonden en waarop de bezitters zich danig lieten voorstaan, moet Paulus hen ernstig vermanen dat uitoefening daarvan in de gemeente van weinig nut is. Als niemand je kan verstaan heeft het erg weinig nut om je mond open te doen. Hij raadt hun daarom aan te streven naar de gave van profetie, waar anderen door opgebouwd worden (1 Kor. 14:1-3, 23-25). In vers 12 zegt hij:

“Zo moet ook gij, omdat gij naar geestelijke gaven streeft, trachten uit te munten tot stichting [opbouw] van de gemeente.”

Genezingen en wonderen ondersteunden het gezag van een prediker als afgezant van God. Zo vinden we het in Hand. 3 en 4. Na Petrus’ genezing van een verlamde klagen de autoriteiten, die hun het prediken willen beletten:

“Wat moeten wij met deze mensen beginnen? Want dat er een kennelijk wonderteken door hen verricht is, is duidelijk aan allen, die te Jeruzalem wonen, en wij kunnen het niet loochenen” (Hand. 4:16).

Ook later in Handelingen vinden we genezingen en wonderen als ondersteuning van het gezag van de prediking. Maar in zijn brief aan Timoteüs moet Paulus hem melden:

“Trofimus heb ik ziek achtergelaten te Milete.”

Zelfs de apostel kon kennelijk niet naar willekeur genezen zolang niet zijn gezag als apostel in het geding was.

+

Voorgaande

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 1 Waterdoop en Vuur

Fragiliteit en actie #12 Beperking

++

Aansluitend

  1. Schijnbaar onmogelijke opdracht
  2. Op de Dag van het Pinksterfeest
  3. In Talen sprekend
  4. Teken van authenticiteit of goddelijke backing
  5. Betekenis van ‘Spreken in Tongen’ en ‘Uitstorting van de Geest’
  6. Onder de Geest blijven
Geplaatst in Christen zijn, Geschiedenis, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties