Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 3 Tien geboden

De tien geboden

 

10 Geboden – Dekaloog perkament van Jekuthiel Sofer

De meeste christenen zijn er wel van doordrongen dat zij niet meer ‘onder de wet’ zijn, maar maken een uitzondering voor de tien geboden, die zij een wet van alle tijden achten. In zijn algemeenheid is dat misschien nog niet eens zo slecht gezien, maar er vallen wel enige kanttekeningen bij te maken. De tien geboden zijn net als de rest van de Wet van Mozes gegeven op Sinaï. Ze staan niet los van de rest van de Wet; veeleer vormen zij de samenvatting daarvan. Nu hebben wij boven al gezien dat de principes achter de Wet fundamenteel zijn, en als zodanig zijn die inderdaad van alle tijden. Het zou natuurlijk onzin zijn te beweren dat wij, in tegenstelling tot de Israëliet, wel doodslag zouden mogen plegen. Nog afgezien van andere overwegingen, zou dat in strijd zijn met het principe dat wij onze naaste moeten liefhebben als onszelf. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat Jezus in zijn prediking vrijwel alle tien geboden in de een of andere vorm herhaalt. Strikt genomen betekent dat echter dat we die geboden eerbiedigen, niet omdat de tien geboden als zodanig los zouden staan van de Wet, maar omdat ze elk voor zich iets te vertellen hebben dat fundamenteel is en dat ons leven in Christus raakt.

+

Voorgaande

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 1 Wet van Mozes

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 2 Jezus en de Wet

++

Aansluitend

  1. Voorschriften ons gegeven
  2. Wetten en regels ter onderwijs
  3. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  4. Relevantie van de de Tien Geboden bij Britten anno 2017

+++

Advertenties
Geplaatst in Christen zijn, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Religie | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 2 Jezus en de Wet

Jezus en de Wet

 

De Bergrede, door Carl Bloch

Zoals gezegd heeft Paulus veel te vertellen over het feit dat wij vrijgekocht zijn van de ‘slavernij’ van de wet. En toch spreekt hij van de ‘wet van Christus’ (1 Kor. 9:21). Dat maakt het zinvol om eerst eens te gaan zien wat Jezus’ houding was tov. de Wet. Hij spreekt daarover in de bergrede. In Matt. 5 vinden we een betoog dat we bij oppervlakkig lezen zouden kunnen houden voor een afwijzing van de Wet. Bij nader toezien blijkt het echter om het volgende te gaan:

  • Jezus breidt de bepalingen van de wet uit tot bedoelingen en gedachten (toorn ipv. doodslaan, sexuele begeerte ipv. echtbreuk).
  • Jezus verbiedt echtscheiding ipv. een zorgvuldige regeling daarvan.
  • Jezus ontraadt het zweren van overbodige en ondoordachte eden, ipv. de verplichting om zulke eden gestand te doen.
  • Jezus predikt meegaandheid ipv. de evenredige genoegdoening van de wet.
  • Jezus hekelt de inperking door de Farizeeën van het gebod om je naaste lief te hebben (door het begrip ‘naaste’ in te perken) en breidt het uit tot iemands vijanden.

Samengevat komt het neer op de volgende zaken:

  1. Het gaat er niet alleen om wat je daadwerkelijk doet, maar om wat er in je hart is. Dat spreekt je aan op hoe je werkelijk bent, niet op hoe je overkomt. Voor een goed begrip: een gedachte zelf (het ondergaan van een verzoeking) is nog geen zonde; het is het koesteren van die gedachte dat leidt tot zonde (Jak. 1:14-15).
  2. De wet sprak tot de schuldige en vertelde hem wat zijn plicht was tegenover degene wie hij onrecht aangedaan had. Jezus spreekt tot degene die onrecht aangedaan is en vertelt hem dat hij niet op grond van diezelfde wet genoegdoening mag eisen. Ook hijzelf staat schuldig tegenover God en hij dient dus barmhartigheid te tonen (zie Matt. 18:21-35); God zal hem uiteindelijk genoegdoening geven.
  3. De Farizeeën hadden niet altijd de juiste interpretatie gegeven van de Wet. Op dat punt ligt er een duidelijk verschil tussen “Gij hebt gehoord dat er gezegd is…” en “Maar Ik zeg u …”. Hun instructie was mondeling geweest en gekleurd door de interpretatie van hun schriftgeleerden. De vertalers van de moderne vertaling, die de frase “Gij hebt gehoord dat er gezegd is…” vervingen door “Vroeger gold…” hebben dus iets niet goed begrepen. Ook vroeger gold niet dat zij hun vijanden moesten haten.

In de loop van zijn prediking heeft Jezus veel te vertellen over hoe wij moeten leven. Daarbij geeft ook Hij ‘geboden’. Maar ze vallen allemaal onder de bovengenoemde drie punten.

 

+

Voorgaande

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 1 Wet van Mozes

De Verlosser 1 Senior en junior

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 1 Levensadem en ziel

De Ekklesia #5 Gods getuigen

De Ekklesia #6 Bad der Wedergeboorte

++

Aansluitende lectuur

  1. Zo maar gerechtvaardigd?
  2. Dienaar van zijn Vader
  3. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  4. Wettisch tegenover wet
  5. De Tora is niet medegekruisigd, maar mijn strafblad
  6. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 4 Verzet tegen God en Overeenkomstige prijs

+++

Verder gerelateerde berichten

  1. God – my grootste begeerte
  2. Onverdiende
  3. Gij zijt de zout der aarde
  4. Het die Here poligamie aanbeveel?
Geplaatst in Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 1 Wet van Mozes

Christus heeft ons niet belast met een groot aantal ge- en verboden zoals de Wet van Mozes deed. Toch gaan zijn geboden in feite veel verder, want ze gaan over de vraag wat er in ons hart is. Het gaat om onze houding en niet om wat we precies doen of niet doen. Dat lukt ons alleen als we leven met Christus, maar dat is een onderdeel van ons leerproces.

 

De apostel Paulus heeft in zijn brieven veel te vertellen over de Wet van Mozes. Hij maakt duidelijk dat de gelovigen onder het  Oude Verbond ahw. ‘slaven van de Wet’ waren en dat de Wet niet kan redden. Bij de Wet ging het om ‘werken’ en de mens wordt niet uit ‘werken’ gerechtvaardigd. Christus heeft weliswaar de Wet niet afgeschaft, maar Hij heeft de Wet vervuld (Matt. 5:17). Daarmee is Hij het ‘einde der Wet’:

“Want Christus is het einde der wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft” (Rom. 10:4).

Dat betekent niet dat de Wet verkeerd was. Wij zijn ‘losgekocht’ van de bepalingen van de Wet, maar de principes achter die bepalingen blijven recht overeind. We hebben in hoofdstuk 6 (‘De verlossing’) gezien dat de Wet een ‘tuchtmeester’ (pedagoog) was, die ons ahw. normen en waarden bij moest brengen. En ook al zijn de strikte bepalingen vervallen, die normen en waarden blijven. De geest van de Wet wordt in het NT meerdere malen samengevat als:

‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand; en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf’ (zie bijv. Matt. 22:34-40, Luc. 10:27, Rom. 13:9-10, Gal. 5:14 en Jak. 2:8).

Allereerst kan hierover worden gezegd dat de meeste mensen zullen instemmen met het tweede van deze twee geboden. Maar dat brengt ons niet verder dan een soort humanistisch geloof. Het andere gebod is er ook nog en het is niet zonder reden het eerste. Bovendien volgt het tweede automatisch uit het eerste:

als wij God liefhebben kunnen wij niet nalaten die liefde ook uit te breiden tot zijn schepselen die Hij  liefheeft:

“Indien iemand zegt: Ik heb God lief, doch zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar; want wie zijn broeder, die hij gezien heeft, niet liefheeft, kan ook God, die hij niet gezien heeft, niet liefhebben” (1 Joh. 4:20).

Het omgekeerde is echter niet noodzakelijk het geval. Er zijn humanisten genoeg die het Christendom beschouwen als het ‘rottend karkas’ van een voorbije ideologie, die liever nog vandaag dan morgen plaats zou moeten maken voor een in hun ogen ‘betere’.

+

Voorgaand

Kroniekschrijvers en profeten #2 De Wet

Mondelinge of schriftelijke overlevering en aantal auteurs

Verlossing #8 Gerechtigheid door geloof

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 4 Leiding door de Geest

De nacht is ver gevorderd 23 Studie 4 Nu actueel: Daad van geloof

++

Aanvullende teksten

  1. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  2. Een vergadering omtrent aan te houden gedrag en te houden handelingen
  3. Angst voor ouderwetse regels en verlies van christenen
  4. Als u integriteit hebt
  5. Godsgebeuren en Kerk in Europa

+++

Verder aanverwante lectuur

  1. de Hypocriet: der Heuchler, der Scheinheilige
  2. Ben je een filistijn?
  3. De #terreur aanslag op de Kerstmarkt in
  4. De paus over geweldloosheid
Geplaatst in Christen zijn, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 4 Leiding door de Geest

De leiding door de Geest

 

In de lijst met ‘gaven’ hebben we niet alles weergegeven dat in de betrokken passages genoemd is. Er staan ook nog de volgende dingen:

  • Geloof
  • Helpen/dienen (het Griekse woord is diakonia, diakonie)
  • Mededelen (lett.: het meegeven van iets aan iemand)
  • Barmhartigheid bewijzen

Dit zijn algemene christelijke deugden, die van alle tijden zijn en waar ieder naar zou moeten streven. Ze worden niet doorgegeven door handoplegging, maar ze zijn wel vruchten van de Heilige Geest. Zelfs geloof is uiteindelijk niet iets van onszelf maar een gave van God. We verwerven deze gaven als we de werking van de Geest toelaten in ons leven. Over deze werking van de Geest heeft de Bijbel ons ook veel te vertellen.

 

In het NT is het geleid worden door de Geest niet het exclusieve voorrecht van een priesterklasse (die er toen nog niet eens was), die zo de macht van onfeilbaarheid zou bezitten. De leiding van de Geest heeft betrekking op elke gelovige. Deze leiding leidt hem op Gods weg, mits hij die leiding maar in zijn leven toelaat (niemand wordt tegen zijn wil behouden; er is nog steeds sprake van een keuze op basis van onze eigen vrije wil). In zijn brief aan de Romeinen vermaant Paulus zijn lezers (en ons) daarom om in die Geest te wandelen:

“Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe” (Rom. 8:9).

We zien hier overigens dat Paulus de begrippen ‘Heilige Geest’, ‘Geest van God’ en ‘Geest van Christus’ zonder onderscheid door elkaar gebruikt. Gods Geest staat voor Gods kracht (zie Luc. 1:35, waar ‘Heilige Geest’ en ‘kracht des Allerhoogsten’ parallel gebruikt worden). En Gods kracht is, na Jezus’ verhoging tot Gods rechterhand, uiteraard ook Jezus’ kracht. Paulus gaat verder met een beeld dat wij intussen kennen:

“Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam dood vanwege de zonde, maar de geest [van de mens] is leven vanwege de gerechtigheid. En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn  Geest die in u woont” (vs. 10-11).

Het is duidelijk: als wij van Christus zijn dan moet de Geest in ons wonen, maar dat zal hij ook doen, want dat is Gods belofte. Het is nog steeds waar dat wij gedoopt moeten worden met water en Geest. Maar dat inwonen van de Geest in ons is niets nieuws. We hebben hetzelfde principe al eerder gezien als ‘Christus in ons’, of zoals we het toen hebben geciteerd: ‘Christus moet in ons gestalte verkrijgen’. Alleen hebben we het toen bekeken vanuit het standpunt van wat wij moeten doen; nu bekijken we het vanuit het standpunt van wat God voor ons doet:

“Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba [Abba is Aramees voor: pappa], Vader. Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn” (vs.15-16).

 

We hebben eerder gesproken van de gemeente als een tempel Gods, maar dat geldt ook voor de individuele gelovige:

“Weet gij niet dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? (1 Kor. 3:16).

En opnieuw, in een vermaning tegen hoererij:

“Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt?” (1 Kor. 6:19).

 

Wij zijn door of in de Heilige Geest gedoopt en verzegeld. In zijn betoog over de gemeente als het lichaam van Christus (zie hoofdstuk 19) zegt Paulus:

“Want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken [dat staat hier voor niet-Joden], hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt” (1 Kor. 12:13).

Bij het woord gedrenkt denkt Paulus wellicht aan de praktijk van doop door onderdompeling; maar het is ook mogelijk dat hij denkt aan de praktijk van zalving (Jezus was met de Heilige Geest ‘gezalfd’). In zijn brief aan de Efeziërs schrijft hij:

“In Hem [Christus] zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte, die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid” (Efez. 1:13-14).

Hier zit erg veel in. Dit vertelt ons dat wij door de Heilige Geest verzegeld zijn (later, in het boek Openbaring, lezen wij dat de door God verzegelden worden behouden uit alle verdrukking). Het vertelt ons ook dat de Geest ons is beloofd, nl. bij onze doop; het is Gods aandeel in het Verbond dat Hij dan met ons sluit. Maar het herinnert ons ook aan de beloften van een erfenis in Genesis (zie hoofdstuk 5, ‘Een goddelijk plan’). Tenslotte herinnert het ons aan het feit dat God dit volk heeft uitgekozen om zijn heerlijkheid te verkondigen (zie eveneens hoofdstuk 5 over ‘Gods doel met de Schepping’). Maar als dat Gods doel is met zijn volk dan is dat voor ons de garantie dat Hij dat doel ook in ons zal verwezenlijken, als wij hem dat maar toelaten. En ook dat vertelt deze passage ons: de Geest is een ‘onderpand voor onze erfenis’. Dat is onze zekerheid maar ook onze verantwoordelijkheid:

“Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, maar een vreselijk uitzicht op het oordeel” (Hebr. 10:26-27).

Dat God ons zijn Geest gegeven heeft geeft ons dus een grote verantwoordelijkheid. Maar ook een grote gerustheid, omdat wij met die Geest alle aanvallen van de zonde kunnen afslaan:

“Doch wij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt” (Hebr. 10:39).

En dat geloof is, zoals wij hebben gezien, een van de gaven van de Geest die blijvend zijn.

+

Voorgaande

Verlossing #7 Christus levend in de gelovige

Gods vergeten Woord 14 Schepping 6 De Schepping als doel en garantie

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 1 Waterdoop en Vuur

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 2 De gift en de gaven

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 3 Einde van de gaven

++

Aansluitend

  1. Woord zonder boeien vol van kracht
  2. Verzoening en Broederschap 3 Verenigen onder de Hoeksteen
  3. Ook behoort gij Uzelf niet toe, want gij werd met een prijs gekocht
  4. Verzoening en de gekochte race
Geplaatst in Christen zijn, Christendom, Geschiedenis, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 3 Einde van de gaven

Het einde van de gaven

 

In zijn brief aan de gemeente te Korinte duidt Paulus, als ondersteuning van zijn betoog om niet al te zeer te vertrouwen op de gaven van de Geest, aan dat deze gaven maar tijdelijk zijn. In zijn bekende hoofdstuk over de liefde als hoogste ‘gave’ zegt hij:

“De liefde vergaat nimmermeer; maar profetieën zij zullen afgedaan hebben; tongen zij zullen verstommen; kennis zij zal afgedaan hebben. Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren. Doch als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben” (1 Kor. 13:8-9)

Waarschijnlijk doelt Paulus hier in eerste aanleg op het gereedkomen van het NT dat de rol van profeteren en spreken in tongen over zal nemen. Maar er zijn redenen om te menen dat Paulus ook verder kijkt dan de onmiddellijke toekomst, naar de vervulling in Gods Koninkrijk. Want aan het eind van het hoofdstuk zegt hij:

“Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen [spiegels in die tijd waren gepolijste koperplaten], doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben” (vs. 12).

Zijn betoog is dat de gaven, waar zij zoveel waarde aan hechtten, slechts van die tijd waren en dat die hen niet in het Koninkrijk konden brengen.

File:Peter and John laying their hands on the disciples.jpg

Het opleggen der handen door Petrus en Johannes op hun leerlingen. (Peter and John laying their hands on the disciples. – 1873 – The story of the Bible from Genesis to Revelation)

Maar het is ook los van deze aankondiging duidelijk dat er een eind moest komen aan de gaven. We hebben al vastgesteld dat de gaven alleen doorgegeven konden worden door middel van handoplegging door de apostelen. Als de evangelist Filippus in Samaria vele bekeerlingen heeft gemaakt , moeten de apostelen Petrus en Johannes uit Jeruzalem komen om hun de handen op te leggen (Hand. 8:14-17). Als één van de bekeerlingen, de voormalige tovenaar Simon, ziet dat de apostelen door handoplegging de Geest door kunnen geven, biedt hij Petrus geld aan om ook zelf die mogelijkheid, die hij ook toen kennelijk nog niet bezat, te verkrijgen:

“Geef ook mij deze macht, opdat, als ik iemand de handen opleg, hij de Heilige Geest ontvange” (Hand. 8:19).

Het is duidelijk dat alleen de apostelen zelf de gaven zo door konden geven. Met de dood van de apostelen is deze mogelijkheid verdwenen en een generatie later moeten de gaven tot een einde zijn gekomen. Er was toen geen mogelijkheid meer om de gaven te verlenen. Maar er was ook geen noodzaak meer toe. Het NT was toen gecompleteerd en had de taak van de apostelen overgenomen.

+

Voorgaande

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 1 Waterdoop en Vuur

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 2 De gift en de gaven

Geplaatst in Christen zijn, Geschiedenis, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 2 De gift en de gaven

De gift en de gaven

 

Omdat er van sommige kanten de nadruk op wordt gelegd dat wat toen gebeurde nog steeds een kenmerk moet zijn van de ware gemeente vandaag (en omdat we zijn begonnen met te zeggen dat we terug willen naar het geloof van de eerste eeuw) moeten we nu gaan bezien in hoeverre deze dingen ook vandaag nog van toepassing zijn. Daarbij moeten we een onderscheid maken tussen wat ik zou willen noemen de ‘gift’ van de Heilige Geest (dwz. De gift die bestaat uit de Geest) en de ‘gaven’ van de Heilige Geest (dwz. de door de Geest geschonken gaven). We zullen ons eerst bezig houden met het laatste.

 

De speciale gaven die mensen konden bezitten waren niet zomaar bedoeld voor amusement. Ze dienden een speciaal doel. Aan het eind van het evangelie van Marcus lezen we:

“Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping … Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden” (Marc. 16:15, 17).

De gaven dienden een doel; zij waren bedoeld als tekenen of als hulp. Om dat te begrijpen zullen we eerst zien om welke gaven het ging. We komen ze op diverse plaatsen tegen, maar we vinden iets van een opsomming in 1 Kor. 12:4-6 en 28-30, Rom. 12:6-8 en Efez. 4:11. In Korintiërs worden ze samengevat als “genadegaven, bedieningen en werkingen”. In Efeziërs wordt hun doel aangegeven als “om heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus (dwz. de gemeente)”. De verschillende genoemde gaven en bekwaamheden, waaronder taken en functies, zijn dan:

  • Apostelen (lett.: gezondenen) wier taak het was het evangelie te verkondigen. Zij bezaten bijzondere gaven, en konden de gaven van de Geest ook doorgeven aan anderen.
  • Evangelisten: eveneens predikers, maar zonder de speciale gaven van de apostelen. Zij konden de gaven niet doorgeven.
  • Leraars/onderwijzen: Hun taak was het evangelie uit te leggen aan de leden van de gemeente; ook aangeduid als het ‘spreken met kennis’.
  • Vermanen: pastoraal werk (vermanen in het NT betekent ‘bemoedigen’ of ‘vertroosten’), ook aangeduid als ‘spreken met wijsheid’.
  • Herders/besturen/leiding geven: Het dagelijkse leiden van de gemeente.
  • Profeten: Zorgen voor Gods directe leiding in een tijd waarin het NT nog bezig was te ontstaan.
  • Het onderscheiden van geesten: Hierbij ging het erom de profetieën te beoordelen, of zij echt van God kwamen (zie 1 Tess. 5:19-21).
  • Spreken in tongen: De gave om in andere talen te spreken, bedoeld voor prediking aan andere volken, maar enigszins misbruikt in de gemeente te Korinte.
  • Vertolken van tongen: De gave om boodschappen, door anderen uitgesproken in ‘tongen’, te vertalen in verstaanbare taal.
  • Genezingen: Bedoeld als teken aan ongelovigen dat de prediker met een boodschap van God Zelf kwam.
  • Krachten: De kracht om verschillende wonderen te kunnen doen.

 

File:Pentecostales orando.JPG

sprekers in tongen bij een Pinkstergemeente

Zoals gezegd waren deze gaven bedoeld om hetzij de prediking te ondersteunen, hetzij de gemeente op te bouwen. Als gelovigen te Korinte wat al teveel belangstelling hebben voor de gave van tongen, die zij kennelijk erg interessant vonden en waarop de bezitters zich danig lieten voorstaan, moet Paulus hen ernstig vermanen dat uitoefening daarvan in de gemeente van weinig nut is. Als niemand je kan verstaan heeft het erg weinig nut om je mond open te doen. Hij raadt hun daarom aan te streven naar de gave van profetie, waar anderen door opgebouwd worden (1 Kor. 14:1-3, 23-25). In vers 12 zegt hij:

“Zo moet ook gij, omdat gij naar geestelijke gaven streeft, trachten uit te munten tot stichting [opbouw] van de gemeente.”

Genezingen en wonderen ondersteunden het gezag van een prediker als afgezant van God. Zo vinden we het in Hand. 3 en 4. Na Petrus’ genezing van een verlamde klagen de autoriteiten, die hun het prediken willen beletten:

“Wat moeten wij met deze mensen beginnen? Want dat er een kennelijk wonderteken door hen verricht is, is duidelijk aan allen, die te Jeruzalem wonen, en wij kunnen het niet loochenen” (Hand. 4:16).

Ook later in Handelingen vinden we genezingen en wonderen als ondersteuning van het gezag van de prediking. Maar in zijn brief aan Timoteüs moet Paulus hem melden:

“Trofimus heb ik ziek achtergelaten te Milete.”

Zelfs de apostel kon kennelijk niet naar willekeur genezen zolang niet zijn gezag als apostel in het geding was.

+

Voorgaande

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 1 Waterdoop en Vuur

Fragiliteit en actie #12 Beperking

++

Aansluitend

  1. Schijnbaar onmogelijke opdracht
  2. Op de Dag van het Pinksterfeest
  3. In Talen sprekend
  4. Teken van authenticiteit of goddelijke backing
  5. Betekenis van ‘Spreken in Tongen’ en ‘Uitstorting van de Geest’
  6. Onder de Geest blijven
Geplaatst in Christen zijn, Geschiedenis, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Gods vergeten Woord 17 Geleid door de Geest 1 Waterdoop en Vuur

Geleid door de Geest

 

De leiding van Gods Geest in de eerste eeuw kenmerkte zich door ‘gaven’ die de gelovigen in staat stelden tot bijzondere dingen. Deze gaven waren in de eerste gemeenten nodig om te prediken en de gelovigen leiding te geven. Deze gaven konden alleen worden doorgegeven door de apostelen. Ze zijn dan ook met de apostelen verdwenen. Wat blijft is Gods leiding van de gelovigen door zijn Geest en zijn Woord.

 

Toen Johannes de Doper predikte in de woestijn en een doop doopte ter bekering, moest hij duidelijk maken dat hijzelf niet de beloofde Messias was. Hij zei:

“Doch Hij komt, die sterker is dan ik … ; die zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur” (Luc. 3:16).

Het is duidelijk dat Johannes verwachtte dat de Messias na hem met oordeel (vuur) zou komen om alle ongerechtigheid weg te doen. De profeet Maleachi had immers gezegd:

“Doch wie kan de dag van zijn komst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van de smelter” (Mal. 3:2).

En:

“Want zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken” (Mal. 4:1).

In overeenstemming daarmee sprak Johannes:

“De wan is in zijn hand om zijn dorsvloer geheel te zuiveren en het graan in zijn schuur bijeen te brengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur” (Luc. 3:17).

De laatste kans die de mensen hadden, zo meende Johannes, was zich te bekeren en zich als teken daarvan door hem te laten dopen. Ook hij moest nog leren dat de eerste komst van de Messias nog een laatste oproep tot bekering zou zijn, en dat deze woorden pas in vervulling zouden gaan bij zijn tweede komst. Maar niettemin blijft zijn woord waar dat Jezus zou dopen met de Heilige Geest. Als Petrus op de pinksterdag zijn eerste toespraak tot het volk houdt, zegt hij, als antwoord op de vraag “Wat moeten wij doen?”:

“Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen” (Hand. 2:38).

Als Paulus later in Efeze discipelen aantreft die gedoopt zijn door een ijverige prediker die een volgeling van Johannes de Doper was, lezen we het volgende:

“En hij zeide tot hen: Hebt gij de Heilige Geest ontvangen, toen gij tot het geloof kwaamt? Doch zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord dat er een Heilige Geest is. En hij zeide tot hen: Waarin zijt gij dan gedoopt? En zij zeiden: In de doop van Johannes. Maar Paulus zeide: Johannes doopte een doop ter bekering en zeide, dat zij moesten geloven in Hem, die na hem kwam, dat is Jezus. En toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen in de naam van de Here Jezus. En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen, en zij spraken in tongen en profeteerden” (Hand. 19:2-6).

Zo lezen we herhaaldelijk dat mensen die gedoopt werden, na handoplegging door een van de apostelen ‘de Heilige Geest ontvingen’ en als gevolg daarvan tot bijzondere dingen in staat waren.

+

Voorgaande: Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 5 Gemeenschap

Geplaatst in Geschiedenis, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 5 Gemeenschap

Gemeenschap

Volgens Paulus’ betoog in zijn brief aan de Korintiërs heeft het breken van het brood en het drinken van de wijn te maken met het gedenken en ‘verkondigen’ van zijn offerdood. Dat is het kennelijk wat wij daarmee gedenken. Maar er is meer. In zijn toespraak in de synagoge te Kafarnaüm had Jezus gezegd:

Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem” (Joh. 6:56).

De betekenis van het ritueel van brood en wijn heeft dus kennelijk ook te maken met gemeenschap met Hem. Door deel te nemen drukken wij een eenheid met Hem uit:

“Is niet de beker der dankzegging, waarover wij de dankzegging uitspreken, een gemeenschap met het bloed van Christus? Is niet het brood, dat wij breken, een gemeenschap met het lichaam van Christus?” (1 Kor. 10:16).

Dat houdt in dat alleen zij die zijn toegetreden tot zijn gemeente daaraan deel kunnen hebben. Toch blijft het ook daar niet bij. Paulus voegt er nog iets aan toe:

“Omdat het één brood is, zijn wij, hoe velen ook, één lichaam; wij hebben immers allen deel aan het ene brood” (vs. 17).

Op de symboliek van de gemeente als het lichaam van Christus komen we in hoofdstuk 19 nog uitgebreid terug. Hier willen we volstaan met erop te wijzen dat het ritueel van het ‘breken van het brood’ kennelijk ook betrekking heeft op de eenheid van zijn gemeente.

 

Uiteraard moeten wij er ons voortdurend bewust van zijn dat dit alles slechts symboliek is, hoe krachtig ook. Er kan geen sprake van zijn dat het deelhebben aan brood en wijn, evenmin als de doop, op zichzelf enige magische uitwerking op de gelovige zou kunnen hebben, of dat er enige bijzondere kracht of heiligheid in het brood of de wijn zou schuilen zodra daar een gebed over is uitgesproken. Dat is een verwording van de sacrale kerk van na de constantinische omwenteling. En het is buitengewoon jammer dat deze gedachte dat een gebed iets magisch zou doen met de wijn er in de grootste ‘christelijke’ kerk vervolgens toe heeft geleid om die wijn dan maar aan het volk te onthouden, om te voorkomen dat er gemorst zou worden met het ‘echte’ bloed van Christus. De gedachte dat brood en wijn zouden transformeren in het echte vlees en bloed van Christus berust op een al te letterlijk nemen van Jezus’ woorden in Johannes, zoals ook de Joden van zijn dagen in hun onbegrip deden. Toen Jezus zei “dit is mijn lichaam” en “dit is mijn bloed” was Hij zelf nog lichamelijk aanwezig, dus de oorspronkelijke woorden konden alleen al om die reden onmogelijk letterlijk bedoeld zijn. Er is geen reden om aan te nemen dat dat later wel zo zou zijn. En de gedachte dat Jezus ‘volledig aanwezig is in zowel het brood als de wijn’, zodat alleen het brood wel voldoende is, ontkent het feit dat onze Heer het ritueel zó ingesteld heeft en dat derhalve geen element daarvan overbodig geacht mag worden. De ware gelovige onderkent de symboliek en wordt geestelijk gesterkt door het regelmatig deel hebben aan brood en wijn.

+

Voorgaande

Het Avondmaal des Heren

Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 1 Schendingen van het Oude Verbond

Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 2 bloed van het Verbond

Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 3 Christus’ vlees en bloed

Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 4 Zo dikwijls gij dit doet

Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren

Samen komen in huizen

Materialisme, “would be” leven en aspiraties #5

Gods vergeten Woord 4 Verloren Wetboek 3 Vroege afdwalingen en de ‘Constantinische’ omwenteling

++

Aanvullende lectuur

  1. Jezus is verrezen
  2. Openbare Samenkomsten
  3. Vergadering – Meeting
  4. Zichtbaar houden van oudste kerken
  5. Wereld van een Bijbels analfabetisme is ontstaan
  6. Vernieuwing in de kerk en verzoek om terug naar de bron te gaan
  7. Volharden in het Avondmaal regelmatig vieren
  8. Communie en dag des Heren
  9. Hostie via de post
  10. Verzoening en Broederschap 1 Getrouwheid en vergoeding
  11. Verzoening en Broederschap 4 Deelgenoten in Christus
  12. Verzoening en Broederschap 6 Geestelijk tabernakel
  13. Verzoening en Broederschap 7 Eén zijn
  14. Verzoening en Broederschap 8 Samenkomende deelgenoten
  15. Barstende wereld
  16. Fundamentalisme en religie #6 Versplintering
  17. Kleine gemeenschap in ongeïnteresseerde wereld
  18. Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #1 Stromen van gelovigen

+++

Aanverwante lectuur in het Engels / Further literature

  1. A Living Faith #12 The Love for Jesus
  2. Jesus is risen
  3. Observance of a day to Remember
  4. Communion and day of worship
  5. Bread and Wine
  6. Integrity of the fellowship
  7. Deliverance and establishement of a theocracy
  8. The Ecclesia
  9. An ecclesia in your neighborhood
Geplaatst in Christen zijn, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 4 Zo dikwijls gij dit doet

Zo dikwijls gij dit doet

Uit het boek Handelingen weten wij dat de eerste gemeente gewoon was dit ritueel van ‘het breken van het brood’ dagelijks te herhalen, als deel van hun dagelijkse maaltijden:

“En zij bleven volharden bij het onderwijs van de apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden … en voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten” (Hand. 2:42, 46).

Wat later, in de tijd dat Paulus zijn zendingsreizen heeft ondernomen en gemeenten heeft gesticht in heidense landen, lijkt het erop dat zij wekelijks bijeen kwamen op speciale bijeenkomsten:

“En toen wij op de eerste dag der week samengekomen waren om brood te breken, … “ (Hand. 20:7).

Breaking of the bread. Español: Fracción del p...

het breken van het brood (Foto credit: Wikipedia)

Overigens blijkt uit het daarop volgende verslag dat die bijeenkomst begon in de avond (men heeft wel voorgesteld dat dat was om ook de slaven de gelegenheid te geven om aanwezig te zijn; zij zouden overdag geen vrije tijd hebben). Gezien de Joodse dagindeling, die begon bij zonsondergang, moet dit dus de zaterdagavond zijn geweest. Aan de gemeente te Korinte schrijft Paulus aangaande de collecte voor de armen te Jeruzalem:

“Wat nu de inzameling voor de heiligen betreft, doet ook gij, evenals ik het in de gemeenten te Galatië geregeld heb: elke eerste dag der week legge ieder uwer naar vermogen thuis iets weg, en hij spare dit op, opdat er niet eerst na mijn komst inzamelingen moeten gehouden worden” (! Kor. 16:1-2).

Ook dit lijkt te wijzen op wekelijkse bijeenkomsten. In dit licht gezien is het jammer dat de praktijk van vele kerken is om weliswaar wekelijks bijeen te komen, maar het ‘breken van het brood’ te beperken tot enkele speciale gelegenheden.

English: Baptist communion elements

Communie onderdelen: de wijn en het brood (Foto credit: Wikipedia)

+

Voorgaande

Het Avondmaal des Heren

Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 1 Schendingen van het Oude Verbond

Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 2 bloed van het Verbond

Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 3 Christus’ vlees en bloed

Volgende: Gemeenschap

++

Aansluitende lectuur

  1. Het Avondmaal des Heren
  2. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  3. Op de eerste dag voor matzah
  4. Jezus laatste avondmaal
  5. Een Feestmaal en doodsherinnering
  6. Jezus is verrezen
  7. Geestelijke vorming tot heiligheid #3
  8. Belangrijkste weekend van het jaar 2016

+++

  1. Blood and Water
  2. The Word of God is active and alive
  3. The Seven Sacraments of the Church
  4. Thinking about Eucharist in the Early Church 5: Transformed Memory
  5. Coming to the Table
  6. Dining with JesusBread of Life
    Bread in a Time of Hunger
  7. Communion Meditation 38: The Empowerment of the Supper
  8. Oct. 8 Gathering: Living Eucharistically
  9. “The Cup of Salvation”
  10. Sermon: Food
  11. Profaning Our Eucharistic Lord Piece by Piece
  12. On ‘Transcendence’ and Christianity: A Philosophical Reflection
  13. The Real Presence Of Jesus In the Holy Eucharist Is Reality, A True Miracle
  14. Carl Trueman on the Reformation: Part Sixteen
  15. Intermission: Luther v Zwingli on the Eucharist28th Sunday of the Year: Welcome to the Feast.Afro-catholic – why Fresh Expressions of Church are failing to make an impact on Anglicans in South Africa
  16. The Eucharist in the Catacombs
  17. Sitting in the Son
  18. The Message We Send
  19. The First Adoration
  20. So, What Do You Do At Adoration?
  21. Christ Mirrors, by Kris Rooney
  22. One Hour
Geplaatst in Uncategorized | Tags: , , , | 1 reactie

Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 3 Christus’ vlees en bloed

Christus’ vlees en bloed

 

In een van zijn toespraken in Kafarnaüm aan de oever van het meer van Galilea zei Jezus:

“Ik ben het brood des levens. Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn [desondanks] gestorven; dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet sterve. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld” (Joh. 6:48-51).

Vervolgens vinden wij de reactie die wij gewoonlijk vinden in het evangelie van Johannes: zijn gehoor begrijpt zijn symbolisch taalgebruik niet en vat zijn woorden letterlijk op:

“Hoe kan deze ons zijn vlees te eten geven?”

Jezus refereert hier echter aan de gewoonte onder de Wet dat degene die een offer bracht, van dat offer at in een offermaaltijd, als een teken van zijn Verbond met God. Wat Hij hier bedoelt is wat wij eerder hebben besproken (hoofdstuk 6, ‘De verlossing’) dat wij ahw. moeten sterven en dat Christus in ons moet gaan leven, in ons gestalte moet krijgen. Hij gaat dan door met zijn beeld:

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in uzelf. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage” (vs. 53-54).

Dat maakt het voor de Joden alleen maar erger, want het ‘eten’ van bloed was onder de Wet ten strengste verboden. God had te Sinaï gezegd:

“De ziel [in de Bijbel: het leven] van het vlees is in het bloed en Ik heb het u op het altaar gegeven om verzoening over uw zielen te doen, want het bloed bewerkt verzoening door middel van de ziel” (Lev. 17:11).

Dat verklaart de nadruk op bloed bij het sluiten van het Verbond. Dat het deelhebben aan het bloed echter verboden was, had ten doel de Israëliet te leren dat het bloed van dieren hem niet echt kon reinigen, dat dat niet echt eeuwig leven kon brengen. Alleen het bloed van het volmaakte offer zou daar toe in staat zijn. Maar tegen de tijd van het NT waren de Joden al zo geconditioneerd ten aanzien van bloed dat alleen al de gedachte aan het eten van bloed hun geest blokkeerde. En hun reactie was:

“Deze rede is hard ; wie kan haar aanhoren” (vs. 60).

 

Bij zijn afscheidsmaal in de bovenzaal komt Jezus terug op deze leer. Volgens het verslag dat Paulus er later van geeft aan de gemeente te Korinte:

“Want zelf heb ik bij overlevering van de Here ontvangen, wat ik u weder overgegeven heb, dat de Here Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, een brood nam, de dankzegging uitsprak, het brak en zeide: Dit is mijn lichaam voor u, doet dit tot mijn gedachtenis. Evenzo de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zeide: Deze beker is het  Nieuwe Verbond in mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis. Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt” (1 Kor. 11:23-26).

De Evangelist Johannes

De evangelist Johannes met de Beker van het Nieuwe Verbond

Dat betekent dat Jezus in de bovenzaal een ritueel heeft ingesteld voor de zijnen waarmee zij zijn offerdood gedenken. Drie van de vier evangeliën vermelden dan ook de instelling daarvan. Het vierde, dat van Johannes, heeft in plaats daarvan bovengenoemde rede in de synagoge te Kafarnaüm als alternatief. Dat is in overeenstemming met het feit dat het evangelie van Johannes veel later is geschreven dan de andere drie, toen dit ritueel van brood en wijn al overal bekend was, en dat de taak die Johannes zich gesteld had meer bestond uit het verklaren van de diepere achtergronden van het evangelie, en dus ook van dit ritueel.

 

+

Voorgaande

De Ekklesia #2 De Gemeente van het Oude Verbond

Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 1 Schendingen van het Oude Verbond

Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 2 bloed van het Verbond

Verlossing #1 Bijbelse leer van verlossing

Verlossing #2 De Bijbelse oplossing

Verlossing #6 Deel hebben aan zijn offer

Geplaatst in Geschiedenis, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties