Ik ben de ware wijnstok

De apostel Johannes vertelt dat Jezus zei dat hij in de Vader is en zijn discipelen in hem (Jezus) moeten zijn en blijven. Om dit te illustreren wijst hij hen in hoofdstuk 15 op de treffende gelijkenis met een wijnstok. Een wijnstok is een bijzondere plant, die God wel geschapen moet hebben om ons mensen iets te leren over Zijn relatie en handelwijze met ons.

File:Grape vines above Beilstein.jpg

Wijngaard nabij Beilstein, Moezel, Duitsland

Een wijnbouwer plant met veel zorg een jonge wijnstok. Daarvoor zoekt hij een geschikte bodem, die veel mineralen bevat, op bepaalde tijden vocht ontvangt, en voldoende zonlicht en warmte krijgt, om vruchten te kunnen laten groeien en rijpen. Je kunt een wijnstok na het planten niet aan zijn lot overlaten. Hij moet bijvoorbeeld regelmatig en zorgvuldig gesnoeid worden, wanneer je een zo groot mogelijke opbrengst van goede druiven wilt krijgen. In zijn gelijkenis stelt Jezus God voor als de boer die een wijnstok heeft geplant: Jezus. God omringt hem met veel zorg, zodat hij een volmaakte wijnstok kan worden, met alles in zich om veel vrucht voort te brengen. Dat doet hij door middel van ranken, die uit hem voortkomen en waaraan uiteindelijk trossen druiven groeien. Die ranken, zegt Jezus, zijn zijn discipelen vers 5:

“Ik ben de wijnstok, u bent de ranken”.

De ranken moeten zorgvuldig gesnoeid worden, vers 2:

“Elke rank aan mij die geen vrucht draagt, neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht zaldragen”.

De wijngaardenier doet dus twee dingen: bijsnoeien, om meer vruchten van die ranken te krijgen, en wegsnoeien. In dit laatste ligt een waarschuwing: een rank zijn aan de wijnstok garandeert nog geen vrucht. Er zitten ook wilde loten aan een wijnstok, die geen (goede) vruchten opleveren, maar die wel belangrijke voedingstoffen gebruiken ten koste van de wèl vruchtdragende ranken. Ze moeten daarom worden verwijderd. Hier hebben we een overeenkomst met de gelijkenissen over het zaaien en over het onkruid in de akker: in de ene komt het op onvruchtbare plaatsen gezaaide nooit tot volle groei, en in de andere wordt tijdens het opgroeien zichtbaar wat koren en wat onkruid is, zodat het onkruid kan worden uitgetrokken en verbrand.

Dus niet het groeien aan de wijnstok op zich bepaalt of wij eeuwig leven ontvangen, maar of wij aan die wijnstok vruchten voortbrengen. In dit verband is er nog een tweede waarschuwing: In vers 3 zegt Jezus:

“blijf in Mij, gelijk ik in U”.

Het is dus mogelijk niet in hem te blijven. Jezus’ woorden maken ons duidelijk, dat alleen wie deel uit blijft maken van de wijnstokhin Christushis en dat wij alleen door hem toegang hebben tot het eeuwig leven. Deze woorden passen bij de andere “Ik ben” woorden in dit Evangelie, waarmee Jezus wilde leren dat er geen andere weg is tot God en het eeuwige leven dan door Hem:

“Ik ben de weg”,
“Ik ben de deur”,
“Ik ben deopstanding en het leven”,
“Ik ben het ware brood”.

Wie buiten hem om denkt te kunnen gaan, zal geen vruchten voortbrengen, maar geestelijk dood zijn, omdat hij of zij geen deel heeft aan wat Paulus noemt

“de saprijke wortel” (Rom. 8).

Zo iemand krijgt dan niet de nodige voeding voor zijn of haar geestelijk leven, zodat hij of zij achterblijft in de ontwikkeling. Opmerkelijk is dat de schrijvers van de brieven in het Nieuwe Testament geen gebruik maken van dit beeld. Het was kennelijk duidelijk en volledig genoeg voor de mensen van hun tijd. Daarom gaan wij naar het Oude Testament om te zoeken naar de mogelijke achtergrond van Jezus’ woorden.

Is het u opgevallen dat hij in vers 1 zegt:

Ik ben de ware wijnstok?

Bedoelt hij met ‘ware’ dat er ook een niet-ware, onechte wijnstok is?
Neen.
Jezus spreekt vaak op deze wijze. Bijvoorbeeld waar hij zich vergelijkt met het manna in de woestijn:

“Mijn Vader geeft u het ware brood” (Joh. 6:32).

Het manna was het door God gegeven voedsel waarmee Hij het lichaam van de Israëlieten in de woestijn in stand hield, zodat hun natuurlijk leven niet tot een einde kwam. Maar voor het eeuwig leven is iets anders nodig dat meer is dan het manna, want met ons sterfelijk lichaam kunnen wij het Koninkrijk niet binnengaan. Het geestelijke voedsel dat God ons door Zijn Zoon geeft, verandert ons tot geestelijke mensen, die steeds dichter naar Hem toegroeien, totdat wij de volmaaktheid bereikt hebben. Zijn woord is het ware brood. In het Oude Testament wordt het volk Israël voorgesteld als wijnstok. Hosea zei

“Israël is een welige wijnstok” (10:1).

In Psalm 80: 9 staat:

“U (God) hebt een wijnstok uit Egypte opgegraven, U hebt volken verdreven en hem geplant. U hebt (de grond) voor hem toebereid, zodat hij wortelen schoot enhet land vulde.”

Mogelijk is deze psalm een herinnering aan wat Jesaja zei in hoofdstuk 5:1-7:

“Mijn geliefde had een wijngaard op een vruchtbare heuvel; hij spitte hem om … beplantte hem met edele wijnstokken … En hij verwachtte dat de wijngaard goede druiven zou voortbrengen, maar hij bracht wilde druiven voort …”

Joël sprak namens God zijn afschuw uit over wat de koning van Babel deed met Gods volk: hij

“heeft mijn wijnstok tot een voorwerp van ontzetting gemaakt, de schors geheel en al afgeschild en weg geworpen; zijn ranken zijn wit geworden” (1:7).

Het volk Israël was de wijnstok, waarvan God goede vruchten verwachtte, gezien Zijn liefde en zorg voor hen. Maar zij brachten geen goede vruchten op. Jezus deed dat wel, en daarom is hij de ware wijnstok, de ware Israël. Niet wie deel uitmaakt van het volk Israël, maar wie verbonden is met Jezus heeft het ware leven.

De les die wij leren uit Jezus’ gelijkenis, is dat wij vruchtbare ranken moeten zijn, verbonden aan Jehovah God en Zijn zoon, dagelijks door hen gevoed met het levende water, vol geestelijke voedingsstoffen, zodat wij rijke vrucht voortbrengen tot heerlijkheid van hem en onze God en Vader in de hemel.

J.K.D.

+

Voorgaand

Gods vergeten Woord 25 Varen op Bijbels Kompas 5 Leven naar de Bijbel

++

Aanverwant

  1. Filippenzen 1 – 2
  2. Zoek uw Toevlucht bij God
  3. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  4. Jezus volgen bevrijdt van faalangst en prestatiedruk
Geplaatst in Bijbel of Heilige Schrift, Christen zijn, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Ontmoeting met: De vrouw uit Sunem

Kennismaking met bijzondere vrouwen en mannen in de Bijbel

In de buurt van de berg Karmel lag het landelijke plaatsje Sunem(wat betekent: dubbele rust). Reizigers konden hier heerlijk uitrusten. Ook de profeet Elisa kwam op zijn reizen vaak langs dit plaatsje. Hier woonde een voorname vrouw, die er bij hem op aandrong dat hij zou blijven eten. En elke keer als hij daar langs kwam, was hij welkom om te eten en te rusten. Zij wist dat Elisa een profeet was. De vrouw zei tegen haar man:

‘Die godsman … is beslist heilig. Laten wij op het dak een kamer voor hem maken …’ (2 Kon.4:10).

Elisa maakte dankbaar gebruik van deze kamer. Hij wilde graag iets voor deze vrouw doen. Zij had het uit liefde voor de Heer gedaan, niet om iets te ontvangen. Maar Gehazi, de knecht van Elisa, wist dat zij een groot verdriet had: zij had geen kinderen, en haar man was al oud. Dan mag Elisa, namens de Heer, tegen haar zeggen:

vandaag over een jaar zult u een zoon in uw armen houden (vers 16).

Nee, antwoordde zij, spiegelt u me toch niets voor. Precies een jaar later wordt haar zoon geboren. Het kind is een grote vreugde voor de ouders. Dan slaat het noodlot toe. De jongen krijgt een zonnesteek en sterft op de schoot van zijn moeder. Haar houding getuigt van groot geloof. Ze is niet opstandig, ze schreeuwt niet, jammert niet, nee ze vertrouwt ook nu op de Heer. De Heer heeft haar immers deze zoon gegeven. Ze brengt het kind naar de kamer van Elisa. Ze is ervan overtuigd dat Elisa hier kan helpen. Zelfs haar man vertelt ze niets, ze stelt hem zelfs gerust. Ze regelt niets voor een begrafenis, die gewoonlijk dezelfde dag moest plaatsvinden. Zonder aarzelen gaat ze zo snel mogelijk naar Elisa. Pas hier geeft ze uiting aan haar verdriet. Heb ik u soms om een zoon gevraagd (vers 28). Elisa gaat met haar mee, strekt zich uit over de jongen, bidt en smeekt de Heer om het leven van dit kind.

Gehazi (alternatieve spelling: Gechazi) is de knecht van de Bijbelse profeet Elisa. Volgens het Bijbelse verhaal bedriegt Gehazi God en Elisa door geld aan te nemen van de Aramese legeroverste Naäman. Als Gehazi terugkomt, vraagt Elisa: Vanwaar Gehazi? Gehazi antwoordde: Uw knecht is her-noch derwaarts geweest.

In plaats van een begrafenis is er nu een opstanding. Deze vrouw, waarvan wijde naam niet weten, laat zien dat we op de Heer mogen vertrouwen, al is het verdriet nog zo groot.

N.D.

Geplaatst in Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

2e gedachte voor vandaag ‘Prijs Jehovah God die schept en redt’ (16 januari)

De afgelopen dagen hebben we gezien hoe de mens kan worden verleid en in zijn eigen problemen kan verdrinken, maar hoe hij zijn toevlucht tot de Schepper-God kan vinden. Wanneer je, nadat je hebt gezien waar je eigen fouten zijn en bereid bent ze te belijden, kun je bevrijd raken van die zonden en reden vinden om je te verheugen en God te prijzen.

David vraagt ​​de rechtvaardigen om vreugde te zingen voor Adonai, omdat lof past bij de oprechte en bij het aangename en mooie.

“ Verheft, vromen, met jubel de Heer, wel voegt de oprechten een loflied!” (Ps 33:1 WV78)

“(31:12) Door mijn kwellers word ik gehoond, voor mijn naburen ben ik een afschrik, ik wek bij mijn vrienden ontzetting. Wie mij ziet op straat neemt de wijk.” (Ps 31:11 WV78)

“ Een psalm. Een lied voor de sabbatdag. (92:2) Heerlijk is het te loven de Heer, te bezingen uw naam, Allerhoogste,” (Ps 92:1 WV78)

“ Godlof! Een psalm voor onze God: dat is vreugde, dat is feest: wel voegt ons een loflied -” (Ps 147:1 WV78)

“ Ten slotte, broeders, verheugt u in de Heer… U nogmaals hetzelfde te schrijven is voor mij een kleine moeite en u geeft het zekerheid.” (Flp 3:1 WV78)

“ Verheugt u in de Heer te allen tijde. Nog eens: verheugt u!” (Flp 4:4 WV78)

David vraagt ​​om naar de Allerhoogste te komen, want het woord van de Eeuwige Adonai is oprecht, volmaakt en waar, en al zijn werk wordt gedaan in trouw. Hoewel velen zeggen dat er geen god is of dat het een wrede God zou zijn, moeten we zien dat het de mens is die wreedheid in de wereld brengt en dat God Zijn daden altijd getrouw en juist zijn.
De Elohim Hashem Jehovah houdt van rechtvaardigheid en gerechtigheid. Op dit moment is de aarde niet vol van de liefde van Adonai, maar we kunnen er op een dag zeker van zijn dat de liefde van de Eeuwige (verbondsliefde) zijn loyaliteit de hele aarde zal vervullen.

“3 zingt ter ere van Hem een nieuw lied, paart uw tokkelspel aan de bazuinen. 4 Volstrekt is het woord van de Heer, heel zijn handelen voltrekt zich in waarheid; 5 Hem behaagt de orde des rechts, zijn genade vervult heel de aarde.” (Ps 33:3-5 WV78)

“(40:4) Hij gaf mij een nieuw lied in de mond: de lofzang voor wie onze God is. O, mocht elk dit verstaan in ontzag, op de Heer zich leren verlaten:” (Ps 40:3 WV78)

“ Zingt nu de Heer een nieuw lied, zingt de Heer, aarde alom;” (Ps 96:1 WV78)

“ Een psalm. Zingt voor de Heer een nieuw lied, want wonderen heeft Hij gedaan; triomf heeft zijn hand Hem gebracht, overwinning zijn heilige arm.” (Ps 98:1 WV78)

“ Juich, aarde alom, voor de Heer, zet de zang in, speelt op de snaren,” (Ps 98:4 WV78)

“ Een nieuw lied, God, wil ik U zingen, een psalm bij de tiensnarige harp.” (Ps 144:9 WV78)

“ Zingt een nieuw lied, Jahwe ter eer, zijn lof moet weerklinken van de verste hoeken der aarde; laat ruisen de zee met al wat er leeft, de eilanden en hun bewoners.” (Jes 42:10 WV78)

“ En zij zongen een nieuw lied: Waardig zijt Gij het boek te nemen en zijn zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt hen gekocht voor God met uw bloed uit elke stam en taal en volk en natie.” (Opb 5:9 WV78)

We moeten weten dat de raad van de Heer voor altijd staat. De doelen van de Eeuwige waren er vanaf het begin der tijden en zullen duren tot het einde der tijden.
De gedachten van Zijn hart en Zijn raadgevingen en ideeën [De plannen van zijn hart] zullen vanaf nu standhouden en voor altijd standhouden.

“ doch zijn beraad staat voor eeuwig, zijn besluiten geslacht op geslacht.” (Ps 33:11 WV78)

“ liet zijn geboden niet los, ik bewaarde ze diep in mijn hart.” (Job 23:12 WV78)

“ In het hart van een man gaan veel plannen om, maar wat Jahwe besluit, dat komt tot stand.” (Spr 19:21 WV78)

“(40:6) Hoe ontelbaar, Heer onze God, zijn de wonderen die Gij verricht hebt, uw bestemmingen om onzentwille; uw grootheid is onvergelijkelijk: wilde ik die onthullen met woorden, het was boven de macht van mijn taal.” (Ps 40:5 WV78)

“(92:6) Hoe groots is uw schepping, o Heer, hoe grondeloos zijn uw gedachten,” (Ps 92:5 WV78)

“ Te groots voor mij, God, uw gedachten, te machtig daarvan de som,” (Ps 139:17 WV78)

“ Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen niet mijn wegen, zo luidt de godsspraak van Jahwe,” (Jes 55:8 WV78)

Gezegend [gelukkig, voorspoedig en begunstigd door God] is de natie wiens God de Allerhoogste Heer is, samengesteld door de mensen die Hij heeft gekozen als Zijn eigen erfdeel.

“ Gelukzalig Jahwe’s volk, het godsvolk, de stam die als zijn erfdeel Hij koos.” (Ps 33:12 WV78)

Jehovah kijkt neer vanuit de hemel en ziet alle mensenzonen. Niemand kan aan zijn ogen ontsnappen.
Vanuit zijn woonplaats kijkt hij naar alle bewoners van de aarde. Hij die de harten van allen vormt, die al hun daden onderscheidt, is Degene naar wie we moeten kijken en lof brengen.

“13 De Heer ziet uit de hemelen neder, heeft elk mensenkind in het oog; 14 zijn aandacht gaat, vanwaar Hij zetelt, over al wat de aarde bevolkt; 15 aller harten heeft Hij geformeerd, van een ieder doorgrondt Hij het handelen:” (Ps 33:13-15 WV78)

Veel mensen kunnen op God wachten en hopen dat Hij hun hulp en hun schild zal zijn. Ze kunnen Hem vertrouwen en hebben een goede reden om hun hart te verheugen in Hem, omdat ze vertrouwen op Die heilige Naam die aan Slechts Eén toebehoort. Ze kunnen vragen, zoals David deed, om Zijn liefhebbende goedheid op hen te laten rusten,
terwijl ze proberen hun best te doen om volgens de Wet van God te leven en op Hem te wachten.

“20 Ons hart wacht de komst van de Heer: ‘onze hulp en ons schild dat is Hij!’ 21 Onze diepste vreugd rust in Hem, ons vertrouwen in zijn naam hoogheilig. 22 Uw genade, Heer, zij over ons, gelijk wij U hoopvol verbeiden.” (Ps 33:20-22 WV78)

“ dat mijn vijand niet roept: ‘nu heb ik hem in mijn macht!’, mijn belagers niet juichen omdat ik aanvang te wankelen.” (Ps 13:5 WV78)

“ de Heer is mijn sterkte, mijn schild, op Hem is mijn diepste vertrouwen. Hulp gewerd mij – mijn hart is herleefd; ik mag met mijn lied Hem weer loven.” (Ps 28:7 WV78)

“ De mannen van Efraim zullen zijn als helden, hun hart verheugd als van wijn; hun zonen zullen het zien en zich verheugen en hun hart zal jubelen om Jahwe.” (Zac 10:7 WV78)

“ Zo zijt ook gij nu wel bedroefd, maar wanneer Ik u zal weerzien, zal uw hart zich verheugen en uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen.” (Joh 16:22 WV78)

“ Ook op de dagen van vreugde, op de feesten en bij nieuwe maan moet gij bij uw brandoffers en slachtoffers op de trompetten blazen. Zij zullen de aandacht van God op u vestigen. Ik ben Jahwe, uw God.” (Nu 10:10 WV78)

“16  Weest altijd blij. 17 Bidt zonder ophouden. 18 Dankt God voor alles. Dit is het wat God van u verlangt in Christus Jezus.” (1Th 5:16-18 WV78)

+

Engelse versie / English version: 2nd thought for today “Praise Jehovah God Who Creates and Saves” (January 16)

Voorgaande:

Gedachte voor vandaag “Overtreding wordt vergeven” (15 januari)

Eerste gedachte voor vandaag “De wereld is misschien slecht” (16 januari)

Relatie met God gaat twee kanten op

Kroniekschrijvers en profeten #3 Poëtische boeken

Gedachte voor vandaag “Bedanken en prijzen voor Gods gerechtigheid” (4 januari)

++

Aansluitende lectuur

  1. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #6 Woorden tot voedsel en communicatie
  2. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #4 Vergankelijkheid #2 Zuiverheid
  3. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #4 Vergankelijkheid #3 Behaging in Volhouding
  4. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #5 Gebed #1 Luisteren naar de Souvereine Maker
  5. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #13 Gebed #11 Naam om apart geplaatst te worden
  6. Bereid zijn toegang te krijgen tot vreugde in het aangezicht van tegenspoed
  7. God mijn schutting, mijn hoop voor de toekomst
  8. Vreugde is niet in dingen, het is in ons
  9. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  10. Bewijs de Heer die hem toekomt
  11. Looft Jehovah
  12. Zingen over moeilijkheden en lijden ook noodzakelijk in kerkgemeenschap
  13. Aanbiddingsmuziek en opzweping in kerken
  14. Prijs en zeg dank tot God de Allerhoogste
  15. Begrijpend Zingen – Psalm 1
  16. Looft Jehovah en bezingt Hem met melodieën
  17. Ek sal u prys, o Jehovah, met my hele hart
Geplaatst in Bedenking, Christen zijn, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Eerste gedachte voor vandaag “De wereld is misschien slecht” (16 januari)

De wereld van vandaag is niet erg geïnteresseerd in God en door de vele mensen die beweren dat ze in God geloven wordt er heel wat haat gezaaid, door alle naties, tegen andere gelovigen in God. Zoals voorspeld in de Geschriften kunnen we zien dat de laatste paar jaar vele zogenaamde religieuze mensen opkwamen tegen andere religieuze mensen en leugens en haat tegen de anderen verspreidden.

Hoewel het woord van de Elohim Hashem Jehovah oprecht is en al zijn werk in getrouwheid wordt gedaan, kan dit niet worden gezegd over de werken van de mens en de werken van het vlees. Als goede mensen dingen regelen, is iedereen blij, maar als de heerser slecht is, kreunt iedereen. Nu we dichter bij de eindtijd komen,
kunnen we zien hoe de slechtheid toeneemt en hoe bepaalde mensen zelf heersers van de aarde willen worden.

“1  Een man, die ondanks veel berispingen halsstarrig blijft, zal plotseling gebroken worden, en hij zal niet meer genezen. 2  Als de rechtvaardigen aan de macht zijn, verblijdt zich het volk, maar als de zondaars heersen, jammert het volk.” (Spr 29:1-2 WV78)

“ De stad is verheugd over het geluk van de rechtvaardigen, maar bij de ondergang der zondaars klinkt gejuich.” (Spr 11:10 WV78)

“ Als de rechtvaardigen juichen, is de bijval groot, maar als de zondaars zich verheffen, verbergt zich iedereen.” (Spr 28:12 WV78)

In tijden wanneer er meer slechte mensen opkomen, moeten degenen die van God houden meer geïnteresseerd zijn om de handen ineen te slaan in plaats van divisies te vormen door mensen van andere denominaties aan te vallen of andere geloofsgroepen aan te vallen.
Degenen die God liefhebben en in Zijn gezondene geloven, moeten de houding en de leer van de zoon van God volgen.
Ze zouden dezelfde liefde moeten verspreiden als Jezus Christus aan degenen om hem heen vertoonde en zelfs over had voor degenen die hij nog niet kende. Ze moeten hun hoop op die mensenzoon stellen en geloven dat er een tijd zal komen dat de bevolking schoongewassen en als nieuw zal worden gemaakt. Maar toch moeten we niet vergeten dat de goddelozen gewoon goddeloos zullen blijven, zonder een idee te hebben van wat er gebeurt, en dat ze anderen zullen blijven beoordelen en anderen alle ongerechtvaardigde dingen vertellen, in een poging hen weg te krijgen van zulke gelovigen in de zoon van de enige Ware God. Degenen die wijs leven, zullen zien wat er gebeurt en zullen hun eigen conclusies trekken.
Ze zullen weten dat God het hart kent en zal begrijpen wat er aan de hand is. De wijzen zullen komen om de Enige te erkennen die Eén Ware God is en Hem boven de wereld te dienen. Alles wat ze doen, als verfijnde mensen, zal dan in overeenstemming zijn met hun geloof en volgens Gods wil.

“ Maar Jahwe zei tot Samuel: ‘Ga niet af op zijn voorkomen of zijn rijzige gestalte; hem wil ik niet. Want God ziet niet zoals een mens ziet; een mens kijkt naar het uiterlijk, maar Jahwe naar het hart.’” (1Sa 16:7 WV78)

“ Heel het gedrag van een mens mag in zijn eigen ogen rechtschapen zijn, maar Jahwe toetst de harten.” (Spr 21:2 WV78)

“ Ik Jahwe, doorgrond hart en nieren, Ik vergeld ieder naar zijn gedrag. naar de vrucht van zijn werk.” (Jer 17:10 WV78)

“ Dan zullen de wijzen stralen als de glans van het uitspansel en degenen die de mensen tot gerechtigheid hebben gebracht zullen schitteren als de sterren voor eeuwig en immer.” (Da 12:3 WV78)

“ Velen zullen gezift, gezuiverd en gelouterd worden, maar de kwaden zullen kwaad blijven doen; doch terwijl de kwaden er niets van zullen begrijpen, zullen de wijzen inzicht krijgen.” (Da 12:10 WV78)

“ die derde zal Ik brengen in het vuur en smelten zoals zilver wordt gesmolten en louteren zoals goud wordt gelouterd. Dan zal hij mijn naam aanroepen en Ik zal hem verhoren. Dan zal Ik zeggen: ‘Dit is mijn volk.’ En zij zullen zeggen: ‘Jahwe is mijn God.’” (Zac 13:9 WV78)

“6 Want een dwaas vertelt maar dwaasheid en zijn hart zint op kwaad; snode daden begaat hij en predikt afval van Jahwe. Hongerigen geeft hij niets te eten en dorstigen weigert hij een dronk. 7 De middelen van de bedrieger zijn bedrieglijk, hij broedt op plannen, om de armen door leugens om te brengen wanneer de behoeftige opkomt voor zijn recht.” (Jes 32:6-7 WV78)

“(14:10) Wie is zo wijs dat hij dit beseft, wie is zo verstandig dat hij dit inziet? Inderdaad, recht zijn de wegen van Jahwe; de rechtschapenen bewandelen die, maar rebellen komen er ten val.” (Hos 14:9 WV78)

“ Als iemand bereid is zijn wil te doen, zal hij van deze leer weten of zij uit God voorkomt of dat Ik haar uit Mijzelf verkondig.” (Joh 7:17 WV78)

“ Wie uit God is, luistert naar Gods woorden. Daarom luistert gij niet, omdat gij niet uit God zijt.’” (Joh 8:47 WV78)

“ Laat de zondaar nog meer zondigen en de onreine zich nog meer verontreinigen; laat de vrome volharden in zijn deugd en de heilige nog heiliger worden.’” (Opb 22:11 WV78)

De hemelen, wateren en land werden gemaakt op bevel van de Adonai [woord; Gen. 1: 8]. Door de adem uit Zijn mond maakte Hij alle sterren [gastheren; Gen. 1:16].

“ Door zijn woord zijn de hemelen gemaakt, door zijn ademtocht heel hun heir;” (Ps 33:6 WV78)

Hoewel, op dat moment kan die wereld in handen zijn van de goddeloze. We weten dat geen enkele persoon die uit of van God is zonden beoefent, of door volledig besef, of bij toeval, of onbewust, fatale zonden doet. De door God verwekte mensen zijn ook door God beschermd en wanneer ze iets verkeerd doen, zullen ze het toegeven en proberen het goed te maken, eerst door excuses te vragen aan degenen die ze onrecht hebben aangedaan en daarna door anderen duidelijk te maken dat ze ongelijk hadden. De ‘Slechterik’ of ‘Duidel’ kan hen niet de hand opleggen. Alleen de mensen van de wereld die in de greep blijven van de boze, de satan of de duivel, als slaven van de dood en van satan, zullen hun weg van het vlees voortzetten.

“18  Wij weten dat een kind van God niet zondigt; de Zoon van God behoedt hem, en de boze heeft geen vat op hem. 19 Wij weten dat wij bij God horen, terwijl de hele boze wereld in de macht van de boze ligt. 20 Wij weten dat de Zoon van God gekomen is, en ons inzicht gegeven heeft om de waarachtige God te kennen, en wij zijn in de waarachtige God, want wij zijn in Jezus Christus, zijn Zoon. Dit is de ware God, dit is eeuwig leven!” (1Jo 5:18-20 WV78)

We moeten allemaal de boze overwinnen en ervoor zorgen dat we vrij blijven van onaanvaardbare daden voor een christen. In de wereld zijn er genoeg atheïsten die zeer goede werken doen, maar er zou een verschil moeten zijn tussen hen en een christen of een geliefde van God. Het moet voor de buitenwereld duidelijk zijn dat wij die de boze hebben overwonnen, apart zijn  gezet als ‘verwekt door God’.

“ Een kind van God zondigt niet, want de goddelijke levenskiem blijft werkzaam in hem; hij kan zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren.” (1Jo 3:9 WV78)

“ Maar wij horen bij God, en wie God werkelijk kent luistert naar ons. Wie niet van God is weigert naar ons te luisteren. Zo onderscheiden wij de geest der waarheid van de geest der dwaling.” (1Jo 4:6 WV78)

“ Zuivere en onbevlekte vroomheid in de ogen van onze God en Vader is dit: wezen en weduwen opzoeken in hun nood, en zichzelf vrijwaren voor de besmetting van de wereld.” (Jak 1:27 WV78)

“ bewaart uzelf in Gods liefde, in afwachting van de barmhartigheid van onze Heer Jezus Christus, die u het eeuwige leven zal schenken.” (Jds 1:21 WV78)

“ Ik schrijf u, vaders, dat gij Hem kent die er was vanaf het begin. Ik schrijf u, jonge mannen, dat gij de boze overwonnen hebt.” (1Jo 2:13 WV78)

Wanneer we met deze slechte wereld worden geconfronteerd, moeten we tot God bidden, niet dat die slechte mensen worden gestraft, maar dat ze de Bijbelse waarheid kunnen vinden en veranderen of zich bekeren om gered te worden. In de tussentijd moeten we proberen ons uiterste best te doen dat degenen om ons heen, of ze nu gelovig zijn of niet, beschermd kunnen worden tegen het kwaad.
We moeten het leven voor anderen niet moeilijker maken dan het al is. We moeten niet meer problemen over hen brengen, maar moeten proberen vrede en goedheid te brengen.

“ Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor het kwaad.” (Joh 17:15 WV78)

Als we onszelf vrij houden van slechtheid en wangedrag, kunnen we proberen anderen ook Christus te laten leren kennen en wat hij voor ons heeft. Als liefhebbende broeders en zusters in Christus moeten we de handen ineen slaan met al diegenen die Jezus herkennen als hun redder. Waar we kunnen zijn in de wereld, moeten we  de handen ineen slaan en ons verenigd voelen in het Lichaam van Christus. Als deelnemers aan het Lichaam van Christus zouden we ons moeten verzamelen in eenheid en niet in verdeeldheid, om onze Allerhoogste Heer, de Elohim Hashem Jehovah, te prijzen die onze enige ware God zou moeten zijn. Het is aan die God boven alle goden dat we lof en glorie moeten brengen. Naar hem,  moeten we onze vreugde in zoete muziek loslaten.

“ Verheft, vromen, met jubel de Heer, wel voegt de oprechten een loflied!” (Ps 33:1 WV78)

+

Engelse versie / English version: 1st thought for today “The world may be wicked” (January 16)

Voorgaande

Fragiliteit en actie #10 Voor het nageslacht

Gedachte voor vandaag “Dwaasheid en slechtheid van de mens” (06 januari)

Gedachte voor vandaag “Overtreding wordt vergeven” (15 januari)

De nacht is ver gevorderd 2 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 1 Intro

De nacht is ver gevorderd 18 Studie 3 Lessen uit het verleden 7 Conclusie

De nacht is ver gevorderd 19 Studie 4 Wat te doen

Gods vergeten Woord 22 God en de Keizer 5 Voorbeeld van Daniël en Naar Gods beeld

Gods vergeten Woord 24 Getuigen 5 Een getuigende Heer en getuigende dienaren

++

Aanvullende lectuur

  1. Opgetekend in je hoofd wat is neergetekend
  2. Bijbelgezegden over God
  3. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #4 Vergankelijkheid #1 Welvaart
  4. Macht van het verkeerdlopende
  5. Gedachte voor 05 januari “Overstromingen kwamen en winden bliezen”
  6. Begrijpend Zingen – Psalm 1
  7. Leren kennen van Hem die het hart kent
  8. Een vergadering omtrent aan te houden gedrag en te houden handelingen
  9. Beter een arme die in oprechtheid wandelt
  10. Vraag: Als men uit God geboren zou zijn waarom zouden wij dan nog vergiffenis moeten vragen?
  11. Verschil in woordbetekenis doorheen de tijd 2 Liefhebben en Geloven
  12. Een liefde die ons niet vrijstelt van verzoeking
  13. Karakter omgezet door de invloed van onze omgang
  14. Een norm waaraan de verstandigen en eerlijken zich kunnen herstellen optrekken
  15. Karakter wordt opgebouwd
  16. Groei in karakter
  17. Schoonheid van heiligheid
  18. Als u integriteit hebt
  19. Van gedachten naar woorden en acties tot aan je bestemming
  20. Leef zodat wanneer uw kinderen denken aan eerlijkheid en integriteit, ze aan jou denken
  21. Collectieve druppels die een verschil maken
  22. Kerkzijn in een ik-gerichte tijd
  23. Slaaf voor mens en God
  24. Ware Christenen of volgers van de ware Christus Jezus of volgers van Jeshua #1 Verontreiniging
  25. Gedachte voor 2 januari 2018
  26. Overdenking: De vertrouwelijke omgang van God is met wie Hem vrezen (Psalm 25:14)
Geplaatst in Bedenking, Broeders, Christen zijn, Christendom, Christenheid, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Kerkopbouw, Levensvragen, Religie, Wereld, Woord van God | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Gedachte voor vandaag “Overtreding wordt vergeven” (15 januari)

Wij zijn allemaal feilbare mensen. Geen enkele man is onfeilbaar, behalve één man die kon zondigen maar dat nooit deed, Jeshua (Jesjoea), de gezondene van God, een mensenzoon en een zoon van God.

Vandaag komen we een contemplatief lied van David te lezen.

De psalmen vieren Gods vergeving die komt door belijdenis en berouw.
Sommige tolken koppelen psalm 32 aan Davids zonde met Bathseba nadat Nathan zijn overtreding had geopenbaard, maar de koning had zeker andere tekortkomingen. Zelfs als we deze psalm niet associëren met enige persoonlijke overtreding door David, dient het goed als een modelbelijdenis voor degenen die zich pijnlijk bewust zijn van hun zonde.

Toen David zweeg, voelde hij alsof zijn botten broos werden door zijn gekreun de hele dag lang. Ook al voelde hij dat de Elohim naar hem keek en dat dag en nacht Gods hand zwaar op hem rustte. Zijn kracht was uitgeput als in de droogte van de zomer.

“3 Want zolang ik zweeg, teerde mijn kracht weg, mijn snikken brak los, elke dag; 4 dag en nacht bleef uw hand op mij wegen: ik verschrompelde tot in het merg, of mij midzomerhitte verschroeid had.” (Ps 32:3-4 WV78)

David had een tijd lang gezwegen, maar het hielp hem niet. Hoe langer hij zweeg, hoe erger het werd en zijn angst nam toe.

“(39:3) Dus zwijg ik, met stomheid geslagen, zie af van elk woord dat verlicht: maar nu is mijn pijn slechts verergerd,” (Ps 39:2 WV78)

David zijn leven lekte weg, verteerd door angst en zijn jaren door kreunen. Zijn problemen hadden hem versleten, zijn kracht faalde vanwege zijn ellende, terwijl hij zwak werd. David zijn energie (vitaliteit, kracht) werd afgevoerd zoals bij de brandende hitte van de zomer. Ook wij kunnen ons erg zwak en bedroefd voelen.

“(31:11) of geheel mijn leven in kommer, of mijn jaren in zuchten vergaan; mijn kracht begeeft van ellende, moe ben ik – tot in het merg.” (Ps 31:10 WV78)

“(38:9) verlamd ben ik, stukgebroken – ik kan schreeuwen, zo hamert mijn hart.” (Ps 38:8 WV78)

Toen kwam het moment dat David zag hoe hij zijn overtreding had bedekt. (Hij verbergde zijn ongerechtigheid in zijn boezem.) Hij was klaar om zijn verhaal van mislukking te vertellen, niet langer zijn zonde in te smokkelen. Hij erkende zijn ongerechtigheid en hoopte dat zijn hemelse Vader hem niet zou teleurstellen bij het toegeven van zijn zonden.
Hij was ervan overtuigd dat God trouw aan zichzelf zou zijn en zijn zonden zou vergeven, hem zuiverend van alle wandaden.

“ Tot ik U mijn zonde bekend heb, mijn kwaad niet langer verzweeg, wist: de Heer biecht ik mijn overtreding. Toen vergaaft Gij mijn zonde, mijn schuld.” (Ps 32:5 WV78)

“(38:19) Zie, ik wil bekennen mijn schuld, bekommerd ben ik om mijn zonde.” (Ps 38:18 WV78)

“ Wie zijn zonden verheelt, zal geen voorspoed kennen, maar wie ze belijdt en ze nalaat, zal barmhartigheid ondervinden.” (Spr 28:13 WV78)

Om deze reden moeten allen die de Elohim Hashem Jehovah God gehoorzamen, bidden. Laat iedereen die toegewijd is aan de Allerhoogste Elohim eerlijk met de Hashem spreken. Wanneer mensen tot Jehovah bidden in een tijd dat Hij nabij is en gevonden kan worden, zal Hij luisteren. Maar dan zijn ze misschien niet zoals het paard of de muilezel, die geen begrip hebben, en moeten worden vastgehouden met een zweep voor het paard, een hoofdstel voor de ezel en een stang voor de rug van dwazen (Spr 26: 3).

“9 Weest daarom niet als een paard, niet een redeloos muildier gelijk; men moet met toom en met bit zijn koppigheid weten te breken. Want anders komt het u te na! 10 Slagen talloos wachten wie kwaad zoekt, doch wie zijn rust weet in de Heer, hem zal Gods genade omgeven.” (Ps 32:9-10 WV78)

Met God als onze schuilplaats zullen we ons kunnen verheugen.

“ Gij, mijn schutse, ontheft mij van druk, bevrijding schept Gij rondom mij.” (Ps 32:7 WV78)

“ Verblijdt u: want Hij is de Heer. Zingt, vromen, Hem van uw vreugde, zingt, oprechten van hart, uw vervoering!” (Ps 32:11 WV78)

De goedhartige mensen moeten prijzen hun gewoonte maken. Alsook moeten zij er een gewoonte van maken hun vertrouwen in de Almachtige God, die alles en iedereen kent (van binnen en buiten) te tonen. Als we de Rechtvaardige God in actie zien, hebben we alle reden om tevreden te zijn en ons geluk aan anderen bekend te maken. Dus, Gods volk, roep Jehovah God, bedank onze Heilige God!

“(64:11) Hij die rechtvaardig leeft vindt zijn geluk in God, weet zich bij Hem geborgen: hun vreugde mogen vieren alwie oprecht van hart zijn.” (Ps 64:10 WV78)

“(68:4) De rechtvaardigen echter – met jubel verblijden zij zich voor Gods aanschijn, vieren in vervoering hun vreugde.” (Ps 68:3 WV78)

“ Viert, rechtvaardigen, met vreugde de Heer: looft Hem, dien heilig wij heten.” (Ps 97:12 WV78)

“(7:11) Mijn schild – dat is Gods bescherming, Hij bevrijdt de oprechten van hart;” (Ps 7:10 WV78)

+

Engelse versie / English version: Today’s thought “transgression to be forgiven” (January 15)

Voorgaande

Gedachte voor vandaag “Bedanken en prijzen voor Gods gerechtigheid” (4 januari)

Geplaatst in Bedenking, Christen zijn, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Overdenking: Geluk

Wij hechten allemaal veel waarde aan geluk. Tegelijk beseffen wij dat geluk niet komt aanwaaien. Het is niet een gevoel dat je alleen maar even hoeft te pakken en stevig vast te houden. Het kan zo tussen je vingers wegglippen. Er zijn niet voor niets vele boeken over dit thema geschreven.

Wij kennen gelukkige en minder gelukkige perioden in ons leven.
Soms breken ronduit ongelukkige tijden aan. Wanneer het noodlot, bijvoorbeeld in de vorm van een ernstige ziekte je onverwachts treft, dan kan het leven moeilijk worden, erg moeilijk. Want zo’n ziekte komt altijd ongelegen, wij zijn er niet op voorbereid. Wij kunnen ons op dat moment nauwelijks voorstellen dat wij ooit zullen opkrabbelen uit het diepe dal van ellende waarin wij zijn terecht gekomen.
Wat wij ondergeluk verstaan, lijkt ongrijpbaar geworden. Als je ernstig ziek bent, associeer je geluk al gauw met gezondheid. Een normale (en gezonde) gedachte. ‘Een gezond jaar toegewenst’, op hoeveel nieuwjaarskaarten staat deze wens niet gedrukt of geschreven. Staan wij er wel eens bij stil dat er onder kaarten verstuurders ook zieke mensen moeten zitten? Het lijkt alsof achter dat diep gekoesterde verlangen een nog dieper verborgen angst schuil gaat. Laten wij niet denken dat ongeluk alleen gewone mensen treft. Rijke mensen kunnen ook ziek worden. Sommigen zouden maar wat graag al hun geld willen geven om nog slechts één jaar in leven te blijven. Maar die ruil is onmogelijk. Niemand kan door geld zijn leven onbeperkt veilig stellen.

Jezus waarschuwde eens iemand die erg aan zijn erfenis hing:

“Pas op, hoed je voor iedere vorm van hebzucht, want iemands leven hangt niet af van zijn bezittingen, zelfs niet wanneer hij die in overvloed heeft” (Luc. 12:35).

Er zijn rijke artiesten die zich staande houden met antidepressiva en drugs. Zich gelukkig voelen en zich staande houden, dat zijn twee totaal verschillende dingen. Geld maakt niet gelukkig. Wel kan het de voorwaarden scheppen om zorgeloos te leven. Stel dat wij het zelf goed hebben en een goede gezondheid genieten. Maar hoe kunnen wij dan gelukkig zijn in de wetenschap dat velen in de wereld gebrek lijden en ziek zijn?

De dood ligt overal op de loer.
De wetenschap kan dit grote probleem niet voor ons oplossen. Er wordt wel eens denigrerend over de angst van gelovigen gesproken, maar wist u dat angst de drijfveer is van alle mensen! Angst voor de dood is het meest basale instinct van de mens. De een lijkt kwetsbaarder dan de ander, maar in wezen zijn wij allemaal diep van binnen heel erg kwetsbaar.
Zonder angst kunnen wij niet leven, want angst behoedt ons voor gevaren. Iemand die zegt dat hij geen angst kent, zou er beter aan doen nog eens goed na te denken. En dat gelovigen angstiger zouden zijn dan ongelovigen is niet perse waar. Alleen, zij zijn zich bewust van de ernst van hun sterfelijkheid. Zij hebben weet van de oorzaak, namelijk de ongehoorzaamheid van de eerste mens. Maar zij geloven ook dat er in liefde geen plaats is voor vrees.

Godskinderen leden ooit onder hun angst voor de dood, maar zij zijn nu van die angst bevrijd!

“Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deelhebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren” (Hebr. 2:14,15).

Voor gelovigen is het goede nieuws ‘bevrijding’.
Bevrijding van de ergste vijand: de dood. Maar dan kunnen wij niet om Jezus heen. Want hij en hij alleen geeft het antwoord op de precaire toestand waarin de onbevrijde mens gevangen zit. Jezus heeft net als wij deel gekregen aan bloed en vlees. Ook hij kende angst voor de dood.

“Hij begon bedroefd en beangst te worden” (Mat. 26:37).

Hierin verschilde hij niet van ons. Het verschil was dat de zondemacht geen vat op hem kreeg, niet één keer! Hij was niet minder mens dan wij, hij was een betermens! Door zijn verzoekingen te overwinnen heeft hij de zonde verslagen! Iemand die groter is (God zelf) heeft deze betere mens van de dood verlost: dat is de betekenis van de opstanding. En allen die met hem zijn verbonden, mogen delen in zijn overwinning, dus ook in die overwinning!

Er bestaat Geluk dat met een hoofdletter moet worden geschreven. Niets of niemand kan ons daarvan scheiden. Alleen God kan ons dat geluk schenken.

“Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn” (Openb.21:1-7).

Als je hierover diep nadenkt, ga je inzien hoe onmetelijk rijk deze belofte is. Wat God de gelovigen aanbiedt, overstijgt alles wat de wereld kan bieden. Deze woorden zijn feitelijk een samenvatting van Gods rijke heilsplan. Ze staan geschreven op Gods ‘nieuwjaarskaart’. God stuurt die kaart niet één maal per jaar, want iedereen kan dagelijks in de Bijbel kennis nemen van Gods grote wens voor de mensen.

God wil een volk op aarde scheppen dat vrij zal zijn van zonde, dood en verdriet. God wil een gelukkig volk zien. Feitelijk gaat Gods goede nieuws nog veel dieper: het grootste geluk is namelijk het kennen van God. Zo drukt de apostel Johannes het uit:

“Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die U gezonden heeft” (Joh. 17:3).

Wát mooi wanneer een geldwolf tot dit geweldige inzicht komt!
Ik denk aan de rijke Zacheüs. Hij zou nooit zijn veranderd als hij niet Jezus had leren kennen!

“Kijk Heer, de helft van mijn bezittingen geef ik aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst vergoed ik het viervoudig” (Luc. 19:8).

Let wel: dit was geen groots gebaar van een filantroop, zo goed was hij niet — het was een daad van geloof. Zijn geloof in Jezus! Hij zal lang niet alles over Jezus hebben geweten. Wie doet dat trouwens wel! Het was ook nog niet nodig, dat kwam later wel. Ook Zacheüs heeft geleerd dat de enige ware God op wonderbaarlijke wijze Jezus heeft doen geboren worden (Luc. 1:35). En hij heeft geleerd dat

“God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was” (2 Cor.5:19).

Deze mens heeft nooit bekering nodig gehad, zijn opdracht was om de duivel (allegorische taal voor de zondemacht) van zijn troon te stoten. Gelukkig (!) is het hem gelukt, volledig. Daarom kan de apostel Paulus schrijven:

“Wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?
God zij dank door Jezus Christus, onze Here!” (Rom.7:24,25).

Alleen op die manier kon hij de mens worden die God had bedoeld, de tweede Adam, de nieuwe mens. En allen die met hem zijn verbonden door geloof en doop, zijn vernieuwde mensen, kinderen van God die straks mogen delen in die grote geestelijke erfenis waarvan het eenentwintigste hoofdstuk van het boek Openbaring getuigt.

Gods kinderen hebben weliswaar ooit geleden onder angst voor de dood, maar het is even waar dat zij nu van die angst zijn bevrijd.

In Lucas 13:35 vinden wij de woorden van de heer Jezus:

Baruch HaBa S’Hem Adonai,

Gezegend hij die komt in de naam van de Heer.

Het Hebreeuwse woord ‘baruch’ betekent ‘gezegend’ of ‘gelukkig’. Het is niet geluk zoals de wereld het ziet. Het is geluk dat diep verankerd is in Gods woord, in zijn beloften van heil. De heer Jezus verwijst in deze tekst naar zijn tweede komst. Zijn komende verschijning betekent geluk en blijdschap. In de eerste plaats voor zichzelf!

Baruch HaBa.
Eindelijk zal de tijd zijn aangebroken dat de Messiaanse vredevorst de gezegende toestand op aarde tot stand zal brengen, die God altijd al voor ogen stond. Natuurlijk zal dat geluk niet op de allereerste dag van het duizendjarige rijk volledig worden gerealiseerd; onder de heilzame leiding van Jezus Christus zal veel puin moeten worden geruimd. Maar het uitoefenen van zijn heerschappij zal onweerstaanbaar leiden tot de schepping van een mondiaal paradijs.
In de tweede plaats voor allen die hem toebehoren. Zij zullen ook baruch zijn. Want zij mogen delen in zijn geluk. Vrij zijn van beproeving en strijd, wat zal dat een vreugde zijn! Zij mogen bijdragen aan de grote Wederopbouw van de samenleving die nu nog gebouwd is op onrecht en valse hoop.
In de derde plaats voor het nu nog ongelovige Israël. God heeft zijn oude verbondsvolk nooit verstoten, al denken velen van wel. Wat mooi dat zelfs in deze tijd, de tijd die vooraf gaat aan de terugkeer van Jezus Christus, sommige Joden in Israël al tot het inzicht komen dat Jezus inderdaad hun Messias is. Zij waren geëmigreerd naar ‘hun’ land en ontdekken nu dat zij door hun nieuwe geloof anders zijn dan hun volksgenoten. Een vervreemdende ervaring! Ongetwijfeld gepaard gaande met pijn en verdriet. Maar eens zal ‘heel Israël’ tot bekering komen. Hun ogen zullen worden geopend.

“Zie uw huis wordt aan u overgelaten. Maar ik zeg u, u zult mij niet meer zien tot het ogenblik komt dat u zegt:

Gezegend Hij die komt in de naam van Adonai”.

Wat zal een gelukkiger gevoel geven dan het besef dat Jezus de Gezegende is!
In de vierde plaats voor de hele wereld, de goyimwereld. Want allen zullen hun knieën buigen voor Adonai. De mensen zullen dan inzien dat het geluk dat zij nastreefden in wezen een leeg leven was. Uiteindelijk zal de wereld, althans degenen die tot bekering komen, begrijpen dat ware vrede en het werkelijk geluk alleen door de Almachtige God kan worden geschonken.

De nieuwe wereld zal gelukkig zijn.

Gelukkig jullie die arm zijn, want van jullie is het koninkrijk van God.
Gelukkig jullie die nu honger hebben, want je zult verzadigd worden.
Gelukkig wie nu huilt, want je zult lachen.
Gelukkig zijn jullie wanneer de mensen jullie omwille van de Mensenzoon haten en buitensluiten en beschimpen en je naam door het slijk halen.

Maar wee jullie die rijk zijn, jullie hebben je deel al gehad. Wee jullie die nu verzadigd zijn, want je zult treuren en huilen. Lucas 6:20,21,24 (NBV)

M.R.

Geplaatst in Bedenking, Christen zijn, Christenheid, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Religie, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Gedachte voor vandaag “Geloof in moeilijke tijden” (14 januari)

Hoe vaak moeten we geconfronteerd worden met moeilijkheden of moeilijke tijden doorstaan?

Bij het lezen van het boek Psalmen voor vandaag, zien we dat David tot zijn Allerhoogste God bidt, op wie hij bereid is al zijn vertrouwen te stellen.

David geeft toe dat hij in moeilijkheden zit en dat hij de Eeuwige Elohim Jehovah herkent als zijn schuilplaats, het heiligdom van zijn ziel. Hij vraagt ​​God om hem te beschermen tegen schaamte, nooit te worden beschaamd. Hij pleit voor God als een toevluchtsoord, een bolwerk voor zijn verlossing, omdat Jehovah zijn rots en zijn vesting is,
bereid om David te leiden en te leiden omwille van Zijn Naam.

“1  Voor de koorleider. Een psalm van David. (31:2) Bij U, o Heer, zoek ik toevlucht, laat mij niet voor immer vernederd, geef mij door uw gerechtigheid uitkomst; 2 (31:3) hoor mij, kom mij ijlings te hulp. Wees mij tot een onneembare rots, tot een burchtmuur die mij beveiligt. 3 (31:4) Mijn vesting op rotsgrond zijt Gij. Gij vermoogt het, getrouw aan uw naam, mij te leiden, mijn schreden te hoeden; 4 (31:5) Gij kunt mij bevrijden uit het net dat zij heimelijk mij uitgezet hadden. Mijn sterkte zijt Gij.” (Ps 31:1-4 WV78)

“1  Heer, bij U zoek ik toevlucht, laat mij niet voor immer vernederd. 2 Gij die rechtvaardig zijt, ontzet mij toch, geef mij uitkomst. Neig uw oor tot mij, schenk mij uw heil. 3 Wees mij tot een rots, tot een burcht waarheen ik immer mag komen, waar Gij mij stelt in uw heil. Mijn rots, mijn bergvesting zijt Gij.” (Ps 71:1-3 WV78)

We kunnen vertrouwen op de Onderhouder van het leven dat Hij bereid is om iedereen te helpen die bereid is om Hem als hun enige God te nemen. Zoals zoveel gezondenen en mannen van God op Hem vertrouwden en probeerden te leven volgens Zijn Wil, zouden wij, net als zij, niet bang moeten zijn dat God ons zou verlaten en ons zou laten koken in onze problemen. God zal ons niet beschamen.

“ Op U, mijn God, is mijn vertrouwen: laat mij dan niet worden beschaamd, laat mijn vijanden niet triomferen;” (Ps 25:2 WV78)

Meer dan eens baden mensen van God tot Hem en vroegen om gehoor te geven aan de smeekbeden. Zij hopten dan ook dan God zou gaan antwoorden in Zijn trouw en in Zijn gerechtigheid.

“ Een psalm van David. Heer, hoor mijn gebed, luister naar mijn smeken om ontferming en antwoord mij in uw trouw: om uwer gerechtigheid wille.” (Ps 143:1 WV78)

Misschien zeg je tegen God:

“Jij bent mijn God.” Hoor, HEER, mijn roep om genade. “(Ps 140:6)

Ook wij zouden voor altijd van de grote liefde van de Elohim moeten zingen. Met onze mond moeten we ook God Zijn trouw door alle generaties bekendmaken en verklaren dat zijn liefde voor altijd standhoudt.

“(89:3) En het luidt: ‘de genade staat eeuwig; in de hemel fundeert Gij uw trouw.’” (Ps 89:2 WV78)

Wanneer we onze geest aan God Zijn handen toevertrouwen, kan de God van waarheid en trouw ons uit een krappe plek halen en onze voeten op een wijd open plek zetten.

“(31:10) Heb ontferming, Heer, ik ben belaagd; mijn oog is mat van verdriet, mijn ziel is mat en mijn lichaam;” (Ps 31:9 WV78)

We moeten onszelf niet verbergen voor anderen of voor God, die bereid is te luisteren naar alles wat tot Hem wil komen en naar allen die in moeilijkheden verkeren. Zelfs als onze ogen zwak worden van verdriet en falen vanwege al onze vijanden, moeten we naar God durven komen zoals David deed.

“(6:8) mijn ogen, van wanhoop half blind, staren dof op al mijn belagers.” (Ps 6:7 WV78)

We moeten God echt zoeken. Net als David heeft onze ziel dorst naar Hem die boven alle koningen en andere goden staat.

“ Een psalm van David. Toen hij in de woestijn van Juda was. God, mijn God, naar u blijf ik zoeken, mijn ziel dorst van verlangen naar U; (63:2) al wat ik ben smacht naar U in een troosteloos dor land zonder water.” (Ps 63:1 WV78)

Houd van de Eeuwige, jullie allemaal, en zorg ervoor dat je tot Zijn trouwe mensen behoort! Wees ervan verzekerd dat Hij Degene is die degenen beschermt die Hem trouw zijn, maar Hij betaalt de trotse in natura terug. Prijs daarom Jehovah God, Zijn heilige Naam, kom samen als broeders en zusters om elkaar aan te moedigen en sterk te zijn. Leef moedig, jullie allemaal die je hoop op het eeuwige en Dé Eeuwige vestigen!

“(30:5) Eert dan met zang en harp Jahwe, gij zijn getrouwen, looft zijn hoogheilige naam:” (Ps 30:4 WV78)

“ De Heer staat aan de kant van het recht, nooit zal Hij zijn getrouwen begeven, zij worden behouden voor eeuwig, en verdelgd het geslacht van Gods haters.” (Ps 37:28 WV78)

“ ’Vergadert Mij mijn getrouwen, hen die Mij brachten hun offers, zich plechtig met Mij verbonden.’” (Ps 50:5 WV78)

“23 (31:24) Hangt de Heer aan, gij die Hem behoort, de Heer behoedt wie Hem trouw zijn, doch wie zich uitviert in hoogmoed doet Hij het betalen: veelvoudig! 24 (31:25) Weest sterk, onverslagen van hart: gij allen die hoopvol de Heer wacht.” (Ps 31:23-24 WV78)

+

Engelse versie /English version: Today’s thought “Faith in Troubled Times” (January 14)

Geplaatst in Bedenking, Broeders, Gebed, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen, Religie, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Gedachte voor vandaag “Dwaasheid en slechtheid van de mens” (06 januari)

Door de tijd heen zijn er altijd ruzies geweest over hoe alles tot stand is gekomen en of er al of niet goden zijn, of er wezens bestaan die het recht hebben zichzelf god of de eerste god te noemen.

Voor David, die treurt over de doordringende kracht van zonde en de droevige gevolgen ervan, is het duidelijk dat het dwazen zijn die zeggen dat er geen God is. Voor hem zijn zulke mensen corrupt. Meestal kunnen mensen ook zien dat zulke mensen verschrikkelijke daden hebben begaan, hoewel we allemaal in werkelijkheid wel eens fouten hebben begaan. Niemand kan ontsnappen aan het soms verkeerd handelen.

“1  Voor de koorleider. Van David. De dwaas zegt bij zichzelf: ‘welneen! er is geen God!’ Stuitend, verfoeilijk kwaad wordt overal begaan: geen mens handelt oprecht. 2 God, uit zijn hemel, ziet op Adams kinderen neer, speurend of er soms is een sterveling met verstand, een die nog vraagt naar God. 3 Doch allen zwerven af, verdorven met elkaar! Geen mens handelt oprecht: geen enkele. Geen een.” (Ps 14:1-3 WV78)

“ Zo’n schurk verbeeldt zich heel wat: ‘Hij zoekt geen verhaal!’ de som van wat hij denkt: ‘Welneen! Er is geen God!’” (Ps 10:4 WV78)

“ Voor de koorleider. Op de wijze van Machalat. Een compositie van David. (53:2) De dwaas zegt bij zichzelf: ‘welneen! Er is geen God!’ Stuitend, verfoeilijk kwaad wordt overal begaan: geen mens handelt oprecht.” (Ps 53:1 WV78)

“ Onthield Gij de schulden, o God, wie hield stand in uw oordeel?” (Ps 130:3 WV78)

“10 Of met de woorden van de Schrift: Er is geen rehchtvaardige, zelfs niet een, 11 niemand die verstandig is, niemand die God zoekt. 12 Allen zijn afgedwaald, allen verdorven; niemand is er die het goede doet, zelfs niet een.” (Ro 3:10-12 WV78)

We moeten weten dat de Adonai vanuit de hemel neerkijkt op de mensenkinderen, om te zien of er mensen zijn die het begrijpen, die God zoeken. (Psalm 14:2)

“13 De Heer ziet uit de hemelen neder, heeft elk mensenkind in het oog; 14 zijn aandacht gaat, vanwaar Hij zetelt, over al wat de aarde bevolkt;” (Ps 33:13-14 WV78)

“(102:20) dat van heilige hoogten Hij schouwde, neerzag uit de hemel op aarde” (Ps 102:19 WV78)

“(92:7) al beseft wie te bot is dit nimmer, al heeft de dwaas daarvoor geen oog.” (Ps 92:6 WV78)

“ Richt dus uw hart en uw geest op de dienst van Jahwe, uw God, en begin met de bouw van het heiligdom voor Jahwe God; dan kunnen de ark van het verbond en de heilige vaten overgebracht worden naar het huis dat voor de naam van Jahwe gebouwd wordt.’” (1Kr 22:19 WV78)

David vraagt ​​zich af of boosdoeners het ooit zouden begrijpen. Degenen die leven zoals ze willen en nooit een beroep doen op Adonai, Jehovah God, zijn in grote angst en zullen komen met grote angst beven. (Psalm 14:4-5)

“4  Weten zij dan van niets, de stichters van dit kwaad, uitvreters van mijn volk? Dat vindt zijn brood gereed en kent Gods naam niet meer! 5 Totdat de schrik hen slaat: God staat zijn vromen bij.” (Ps 14:4-5 WV78)

“ Geen besef is er meer en geen oordeel: in duisternis wandelen zij om. Alom wankelt de grondslag der aarde.” (Ps 82:5 WV78)

“ Komen mij mijn belagers te na – en zij kunnen mij levend verscheuren, zo vijandig vervolgen zij mij – zij struikelen, zij vallen.” (Ps 27:2 WV78)

“ Stort uw woede uit over de volken die U niet kennen, over de naties die uw naam niet vernoemen. Want ze hebben Jakob verdelgd, verdelgd en uitgeroeid, van zijn weiden een wildernis gemaakt.” (Jer 10:25 WV78)

“ Stort uw gramschap uit over volken die U niet willen erkennen, over koninkrijken waar nimmer de aanroep van uw naam heeft verluid:” (Ps 79:6 WV78)

“(64:6) Niemand is er, die uw naam nog aanroept, niemand, die de moed heeft te steunen op U; want Gij hebt uw gelaat voor ons verborgen, en ons prijsgegeven vanwege onze schuld.” (Jes 64:7 WV78)

“ Doch zei ik: ‘voortaan spreek ik hun taal’, zie! ik pleegde, verholen, verraad tegenover het volk van uw zonen.” (Ps 73:15 WV78)

“ zijn stam zal sterk wezen op aarde, het geslacht der oprechten is gezegend.” (Ps 112:2 WV78)

Bij de tweede psalm die we in ons dagelijkse leesplan lezen, vinden we het terugkerende thema in de psalmen van de woonplaats van God en het belang ervan in aanbidding. Psalm 15 beschouwt de morele kwaliteiten van de persoon die God wil benaderen.

David vraagt ​​God wie in zijn tent mag wonen en wie op zijn heilige berg mag wonen. (Psalm 15:1)

“ Een psalm van David. Heer, wie mag toeven binnen uw tent, wie wonen op uw heilige berg?” (Ps 15:1 WV78)

“5 Hij doet onder zijn schaduwdak mij schuilen in dagen van dreiging, beveiligt mij binnen zijn veilige tent. Hij stelt mij hoog op een steenrots. 6 Zo mag ik heffen het hoofd hoog boven de vijand rondom mij. voltrek ik in zijn domein bij geschal van bazuinen de offers. Voor de Heer is mijn harpspel, mijn lied.” (Ps 27:5-6 WV78)

“(61:5) Laat in uw tent mij wijlen voor immer, schuilen waar mij uw vleugelen beschutten.” (Ps 61:4 WV78)

“ Wie mag dan bestijgen de berg van de Heer, wie mag staan in zijn heilig domein?” (Ps 24:3 WV78)

In Psalm 15 krijgen we het antwoord. Degene die met integriteit leeft en wandelt, doet wat juist is en eerlijk met waarheid spreekt vanuit het hart, is degene die in de buurt van de Allerhoogste en Enige Ware God kan komen. (Psalm 15:2)

“ Die wandelt oprecht en gerechtigheid doet, die de waarheid hartgrondig belijdt,” (Ps 15:2 WV78)

“ Die rein is van handen en zuiver van hart, die zijn ziel aan valsheid niet biedt, die zijn eed aflegt zonder arglist.” (Ps 24:4 WV78)

“ Hij die de wegen van het recht gaat, die waarheid spreekt, die een afschuw heeft van gewelddadig gewin, die zijn handen weerhoudt om steekpenningen te aanvaarden, zijn oren toedrukt om bloeddorstige plannen niet te horen en de ogen sluit om geen deel te hebben aan het kwaad.” (Jes 33:15 WV78)

“ En wat gij doen moet is het volgende: Spreekt de waarheid tegen elkander. Velt in uw poorten eerlijke vonnissen, vonnissen die vrede stichten.” (Zac 8:16 WV78)

“ Daarom, doet de leugen weg en laat ieder met zijn naaste de waarheid spreken, want wij zijn elkanders ledematen.” (Efe 4:25 WV78)

Hoewel we niet mogen vergeten dat degenen die Kinderen van God willen zijn, of zichzelf Jood, Jeshuaist of Christen willen noemen, moeten mensen zijn die een goed karakter hebben en niet kwaad spreken tegen anderen. Voor een minnaar van God of voor degene die een kind van God wil zijn, is er geen plaats om zijn naaste kwaad te doen,
of om zijn vrienden te schande te maken of te belasteren. (Psalm 15:3)

“ die niet rondbrengt wat hem op de tong komt. Zijn medemens brengt hij geen kwaad toe, hij laadt geen smaad op zijn naaste.” (Ps 15:3 WV78)

“ Waar ge zit bepraat ge uw broeder, brengt de zoon van uw moeder in opspraak.” (Ps 50:20 WV78)

“ Werp mij niet weg met de verstoorders, met hen die het kwade bedrijven, die hun naaste spreken van vrede, doch boosheid heerst in hun hart.” (Ps 28:3 WV78)

“ Laat u niet leiden door loze geruchten en kom geen schuldige te hulp door te getuigen ten gunste van onrecht.” (Ex 23:1 WV78)

Iemand die geen leugens over anderen vertelt, doet geen kwaad, roddelt niet [of rijst geen verwijtende zaak met zijn metgezellen] maar eert [of vreest] Jehovah en houdt zich aan Zijn geboden. Eveneens houdt hij zich aan zijn beloften aan de buren, zelfs als het pijn doet (Psalm 15:4), en neemt geen geld [omkoping] aan om onschuldige mensen pijn te doen [Ex. 23: 8; Deut. 16:19],
Wie al deze dingen doet, zal nooit worden vernietigd of verwijderd. (Psalm 15:3-5)

“4 De nietswaardige ziet hij met verachting, maar die de Heer vrezen, hem eert hij. Zwoer hij tot zijn schade, hij wijzigt het niet; 5 hij leent zonder rente te vragen, neemt niets aan tegen wie in zijn recht staat. Die aldus handelt, hij zal niet wankelen in eeuwigheid.” (Ps 15:4-5 WV78)

“(22:24) Als gij aan iemand van mijn volk geld leent, aan een noodlijdende in uw omgeving, gedraag u dan niet als een geldschieter. Ge moet geen rente van hem eisen.” (Ex 22:25 WV78)

“ Gij zult geen geschenken aannemen, want geschenken maken de zienden blind en de rechtvaardigen tot leugenaar.” (Ex 23:8 WV78)

“ Gij moogt het recht niet verdraaien, niemand naar de ogen zien en geen steekpenningen aannemen, want steekpenningen verblinden de ogen van wijzen en geven de zaak van rechtvaardigen geen kans.” (De 16:19 WV78)

“ Uit eerbied voor uw God moogt gij van uw broeder geen rente of toeslag vragen, zodat hij bij u kan blijven leven.” (Le 25:36 WV78)

“(23:21) Ge moogt wel rente vragen van een buitenlander, maar niet van uw broeder. Dan zal Jahwe uw God u zegenen bij al uw ondernemingen, in het land dat gij in bezit gaat nemen.” (De 23:20 WV78)

“ niet uitleent tegen rente, geen woekerwinst neemt, zich van onrecht onthoudt en een eerlijk vonnis velt tussen twee partijen,” (Eze 18:8 WV78)

“ Gij zult geen geschenken aannemen, want geschenken maken de zienden blind en de rechtvaardigen tot leugenaar.” (Ex 23:8 WV78)

“ Gij moogt het recht niet verdraaien, niemand naar de ogen zien en geen steekpenningen aannemen, want steekpenningen verblinden de ogen van wijzen en geven de zaak van rechtvaardigen geen kans.” (De 16:19 WV78)

“ Daarom, broeders, doet uw best om steeds meer aan Gods roeping en uitverkiezing te beantwoorden. Als ge zo handelt, zult ge nooit ten val komen,” (2Pe 1:10 WV78)

*
Psalm 14 wordt herhaald met kleine veranderingen in Psalm 53. Paulus verwijst naar deze Davidische psalm om uit te leggen hoe de hele mensheid door zonde is aangetast (Romeinen 3:1–12).

“1  Wat heeft de Jood dan voor op de anderen? Wat voor nut heeft het besneden te zijn? 2 Velerlei, in ieder opzicht. En wel in de eerste plaats dit, dat hun de godsspraken werden toevertrouwd. 3 Gij zegt dat sommigen van hen ontrouw zijn geworden? Dan vraag ik u: kan hun ontrouw Gods trouw tenietdoen? 4 Dat nooit! Ook al is elke mens een leugenaar, God is waarachtig, want er staat geschreven: Gij wordt gerechtvaardigd in uw uitspraken en overwint, als men U wil oordelen. 5 Indien echter onze ongerechtigheid Gods gerechtigheid in het licht stelt, volgt daaruit dan niet ik spreek nu erg menselijk dat God onrechtvaardig is, als Hij zijn straf oplegt? 6 Volstrekt niet! Hoe zou God anders de wereld kunnen oordelen? 7 En als het waar was dat menselijke leugens de waarachtigheid van God deden toenemen en zijn glorie vermeerderen, waarom zou dan nog iemand als zondaar veroordeeld worden? 8 Of geldt soms het woord, dat sommige lieden mij lasterlijk toeschrijven: ‘Laat ons het kwade doen om het goed dat eruit volgt?’ Dezen hebben hun vonnis wel verdiend. 9 Hoe dan? Hebben wij, Joden, iets voor op de anderen? Helemaal niets. Ik heb immers reeds vastgesteld, dat allen, Joden zowel als heidenen, zich in de macht der zonde bevinden. 10 Of met de woorden van de Schrift: Er is geen rehchtvaardige, zelfs niet een, 11 niemand die verstandig is, niemand die God zoekt. 12 Allen zijn afgedwaald, allen verdorven; niemand is er die het goede doet, zelfs niet een.” (Ro 3:1-12 WV78)

+

Engelse versie / English version: Today’s thought “Folly and Wickedness of Men” (January 06)

++

Aansluitend

  1. Betreffende Christus # 1 Een god of de God, een mensenzoon en zoon van God
  2. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #4 Vergankelijkheid #2 Zuiverheid
  3. Een liefde die ons niet vrijstelt van verzoeking
  4. Karakter omgezet door de invloed van onze omgang
  5. Een norm waaraan de verstandigen en eerlijken zich kunnen herstellen optrekken
  6. Karakter wordt opgebouwd
  7. Groei in karakter
  8. Schoonheid van heiligheid
  9. Als u integriteit hebt
  10. Van gedachten naar woorden en acties tot aan je bestemming
  11. Leef zodat wanneer uw kinderen denken aan eerlijkheid en integriteit, ze aan jou denken
Geplaatst in Bedenking, Christen zijn, Christenheid, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen, Religie, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Gedachte voor vandaag “Bedanken en prijzen voor Gods gerechtigheid” (4 januari)

Wanneer je om je heen kijkt en terugkijkt op het voorgaande jaar, herken je dan hoeveel je werd geleid door de Allerhoogste Heer God en hoe Hij er altijd was om bij je te zijn, ook op die slechte momenten van het jaar?

Hebt u genoeg momenten genomen om de Heer met heel uw hart te danken, de Adonai prijzend voor zijn bereidheid om bij u te zijn en u te allen tijde te helpen?
Hoeveel van ons zijn bereid om overal de Elohim Hashem Jehovah zijn wonderen te vertellen?

Vandaag zien we dat David lof zingt over God, zijn vaste (apart geplaatste of heilige) Naam, en vertelt over al zijn wonderen en prachtige daden. Hij is blij en verheugt zich in Jehovah voor Wie hij Elyon Zijn Naam zingt. Het zal niet de eerste of de laatste keer zijn dat David hardop lof verkondigt en vertelt over al Gods prachtige daden.

“1  Voor de koorleider. Op de wijze van ‘mutlabben’. Een psalm van David. (9:2) Heer, ik wil U met heel mijn hart loven, al uw wonderen wil ik verhalen, 2 (9:3) vreugde dragen, in U mij verblijden, zingen uw naam ter eer, Allerhoogste;” (Ps 9:1-2 WV78)

“ dat mijn stem zich verheft in het danklied, ik de reeks uwer wonderen noem.” (Ps 26:7 WV78)

“ Zo loof ik U, mijn god, in oprechtheid, verheerlijk uw naam ik – voor immer.” (Ps 86:12 WV78)

In het hoofdstuk van vandaag herinnert David ons eraan dat de Adonai voor altijd regeert (Koning is voor altijd tot in eeuwigheid). Hij liet ons weten dat Jehovah Zijn troon voor het oordeel heeft gevestigd en de wereld oordeelt in gerechtigheid, vol liefde en trouw die voor hem uitgaan en de volkeren rechtvaardig regeren.

“7 (9:8) Zo troont Hij voor eeuwig, de Heer, heeft zijn zetel gegrond ten gerichte: 8 (9:9) Hij toch oordeelt de wereld rechtvaardig, richt de volken naar ongekromd recht.” (Ps 9:7-8 WV78)

“ De Heer zal koning zijn in tijd en eeuwigheid; dan zijn de heidenen verdwenen uit zijn land.” (Ps 10:16 WV78)

“(89:15) en de orde des rechts schraagt uw troon, voor U uit gaan genade en waarheid.” (Ps 89:14 WV78)

Ochtend (Psalm 3) of dag na dag (Psalm 5) bracht David, in de vorige hoofdstukken, zijn gebeden voor verlossing door God. Hij vraagt ​​God om genadig voor hem te zijn en zijn ellende te zien van degenen die hem haten. Hij is zich er ook heel goed van bewust dat het aan Die God Die Eén is, moet opkijken, omdat Hij het is die mensen opheft uit de poorten van de dood.

“(9:14) Ontferm U dan over mij, Heer, zie hoe diep mij mijn haters doen bukken, draag mij weg van de drempel des doods,” (Ps 9:13 WV78)

“(9:10) In waarheid betoont zich de Heer een vaste burcht voor de verdrukte, een burcht in tijden van nood.” (Ps 9:9 WV78)

“(38:20) Maar springlevend mijn vijanden, weerbaar, ongeteld die vol arglist mij haten,” (Ps 38:19 WV78)

“(30:4) Jahwe, Gij deed herrijzen mijn leven uit de doden; of Gij mij had herschapen ben ik het graf ontgaan.” (Ps 30:3 WV78)

“ Groot over mij was uw ontferming, Gij, die mijn leven bewaard hebt voor het dodenrijk daar beneden.” (Ps 86:13 WV78)

“(5:4) Heer, des morgens hoort Gij mijn stem, des morgens breng ik het voor U; wachtende zie ik uit.” (Ps 5:3 WV78)

“8 (5:9) Leid mij door uw gerechtigheid, Heer, ten spijt van wie mij belagen; bewerk dat ik uw weg kan gaan. 9 (5:10) In hun mond is elk woord onoprecht, want bederf huist bij hen van binnen; een gapend graf is de keel van wie vleierig glad met de tong zijn. 10 (5:11) Tref hen met vergelding, o God, laat hen struikelen over hun plannen; om al wat zij begingen: stoot toe! Tegen u is hun rebelleren.” (Ps 5:8-10 WV78)

“8  (6:9) Komt mij met uw verraad niet te na! Want de Heer heeft mijn schreien gehoord. 9 (6:10) Hij heeft acht op mijn smeken geslagen, mijn gebed – de Heer neemt het aan. 10 (6:11) Hoe smadelijk verslagen weldra mijn vijanden alle te zamen: in een oogwenk met schande op de aftocht!” (Ps 6:8-10 WV78)

We kunnen er zeker van zijn dat onze Adonai een bolwerk is voor de onderdrukten, een hoge toren in tijden van problemen. Voor degenen die God kennen, van Hem houden, Zijn Naam gebruiken en verkondigen, is er voldoende reden om Hem te vertrouwen, want Jehovah heeft nooit degenen verlaten die Hem zoeken.

“9 (9:10) In waarheid betoont zich de Heer een vaste burcht voor de verdrukte, een burcht in tijden van nood. 10 (9:11) Die uw naam kennen bouwen op U, nooit begeeft Gij, Heer, die U zoeken.” (Ps 9:9-10 WV78)

“ Gij, mijn schutse, ontheft mij van druk, bevrijding schept Gij rondom mij.” (Ps 32:7 WV78)

“(59:10) Op u blijf ik zien, o mijn sterkte, een vaste burcht heb ik: God.” (Ps 59:9 WV78)

“16 (59:17) Laat mij van uw macht mogen zingen, van uw goedheid een morgenlied, jubelend: een vaste burcht zijt Gij mij, in het uur van mijn nood mij een toevlucht. 17 (59:18) O mijn sterkte, voor U zij mijn harplied: ‘een vaste burcht heb ik: God. Hij is de God die mij aanneemt.’” (Ps 59:16-17 WV78)

Laten we daarom lof zingen voor Adonai, die in Sion woont. Laten we, zoals David ook Jehovah Zijn daden onder de volken verkondigen.

“(9:12) Zingt uw psalmen tot eer van Jahwe, die zijn woonstede heeft op de Sion, boodschapt onder de volken zijn daden.” (Ps 9:11 WV78)

+

Voorgaand

Kroniekschrijvers en profeten #3 Poëtische boeken

Overdenking: David: Geloof leren door beproeving

Geloof in God nodig om te slagen

Relatie met God gaat twee kanten op

Gedachte voor vandaag: “Vijanden beschaamd en enorm ontmoedigd makend” (03 januari)

Engelse versie / English version: Today’s thought “Thanksgiving for God’s Justice” (January 04)

++

Aanvullende lectuur

  1. Donkere tijden, droge plekken, hijgende harten, dorstigen, neergeworpenen en geduld
  2. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #13 Gebed #11 Naam om apart geplaatst te worden
  3. Een sacrament aan de kant van de weg
  4. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God
  5. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #16 Voordelen van het bidden
  6. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #17 Soorten van gebed
  7. Christelijke Overdenking: God dankend bij het denken aan mensen
  8. Bid om God te danken
  9. Zingen over moeilijkheden en lijden ook noodzakelijk in kerkgemeenschap
  10. Prijs en zeg dank tot God de Allerhoogste
  11. Begrijpend Zingen – Psalm 1
  12. Begrijpend zingen: Psalm 55: Werp uw bekommernis op Jehovah God
  13. Begrijpend zingen: Psalm 56: Vertrouwen op God
  14. Vinden om gelukkig te zijn
Geplaatst in Bedenking, Gebed, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Gedachte voor vandaag: “Vijanden beschaamd en enorm ontmoedigd makend” (03 januari)

In de bijbellezing voor vandaag, van psalm 6, kunnen we David vinden die zijn en onze God, de Elohim Hashem Jehovah smeekt.

Gebed om genade in tijden van moeilijkheden.

In de lezing van vandaag vinden we David, die zijn pijn en onrust zowel intern (v.2) als extern (v.7) uitdrukt. Hij vraagt ​​de Adonai om hem niet te berispen in Zijn woede en hem niet te disciplineren in Zijn toorn.

“1  Voor de koorleider. Met begeleiding van snaarinstrumenten. Op de achtste wijze. Een psalm van David. (6:2) Heer, straf mij niet in uw toorn, tuchtig mij niet in uw gramschap. 2 (6:3) Heer, erbarm U, mijn bloei is vergaan, Heer, genees mij, mijn kracht is teniet” (Ps 6:1-2 WV78)

Meer dan eens voelen we ons als gelovigen bespot, bedreigd en uitgedaagd. Vaak voelen we ons oh zo zwak. We moeten weten dat wij, net als David, God kunnen vragen om ons genadig te zijn, zelfs als we verzwakt zijn van verdriet, maar onze botten nog niet zouden  huiveren van angst. Meer dan eens in ons leven hopen we dat degenen die tegen ons zijn, van ons zullen weg gaan of ons gerust zouden laten, omdat de Elohim onze kreet hoort en ons wenen ziet.

“(6:4) en ontrust is mijn ziel bovenmate. En Gij, Heer, Gij – tot hoe lang?” (Ps 6:3 WV78)

“7 (6:8) mijn ogen, van wanhoop half blind, staren dof op al mijn belagers. 8  (6:9) Komt mij met uw verraad niet te na! Want de Heer heeft mijn schreien gehoord.” (Ps 6:7-8 WV78)

We kunnen de Adonai vragen om bij ons te zijn. Hij zal zich wenden tot hen die Zijn geboden zullen volgen. Hij zal bereid zijn hen te redden vanwege Zijn genade.

“(6:5) Keer weder, Heer, maak mij weer vrij, verlos mij krachtens uw goedheid:” (Ps 6:4 WV78)

Laten we de Allerhoogste Adonai vragen om het geluid van ons geween te horen. Laten we onze hoop op Hem vestigen en onze roep om genade horen en ons gebed aanvaarden, zodat al onze vijanden zich schamen, en getroffen door angst en zich terugkeren in plotselinge schande.

“7 (6:8) mijn ogen, van wanhoop half blind, staren dof op al mijn belagers.
8  (6:9) Komt mij met uw verraad niet te na! Want de Heer heeft mijn schreien gehoord. 9 (6:10) Hij heeft acht op mijn smeken geslagen, mijn gebed – de Heer neemt het aan. 10 (6:11) Hoe smadelijk verslagen weldra mijn vijanden alle te zamen: in een oogwenk met schande op de aftocht!” (Ps 6:7-10 WV78)

+

Engelse versie / English version: Today’s thought “Not abstract ideals” (January 03)

Voorgaande

Uw vertroostingen verkwikken mijn ziel

++

Aanvullende lectuur

  1. Jehovah is goed naar hen die op Hem wachten
  2. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #7 Gebed #5 Luisterend Oor
  3. Zeker zijnde van Bevrijding
  4. Kracht van het gebed
  5. Als je denkt dat je te klein bent om effectief te zijn
Geplaatst in Bedenking, Christadelphian, Christen zijn, Christenheid, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie