Van harte welkom – Welcome to this site

Fijn dat u op deze site rond geloof, God en Christus terecht bent gekomen. Wij wensen u hier veel leesplezier.

*

Thank you for visiting this site about faith, God and Christ. We wish you a lot of reading pleasure here.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De wereld van Lucas #2 Geschiedschrijver en evangelist

Lucas als academicus

We hadden het al over Lucas als academicus. Vaker dan anderen beschrijft hij kwalen, van mensen die ziek waren, met voor die tijd vak-technische medische termen. Hij neigt ook naar concrete details. De ‘koorts’ van Petrus’ schoonmoeder is bij hem ‘zware koorts’. Als medicus gaat hij net dat beetje dieper in op de aard van haar probleem. Bij de man met de verschrompelde hand specificeert hij dat het zijn rechterhand is. Zulk oog voor detail typeert hem.

Lucas als reiziger

Ook de oversteek van Troas naar Macedonië krijgen we met het nodige detail:

We zetten rechtstreeks koers naar Samotrake; de dag daarop voeren we verder naar Neapolis. Van daar reisden we naar Filippi (Hand. 16:11-12).

Van Filippi vermeldt hij dan dat het ‘een belangrijke stad in dat deel van Macedonië’ is, en dat het ‘volgens Romeins recht wordt bestuurd’. Ook van de tocht van Filippi naar Tessalonica krijgen we de details van de reisroute:

Via Amfipolis en Apollonia reisden ze naar Tessalonica, waar de Joden een synagoge hadden (17:1).

Dit laatste detail geeft een contrast met Filippi, waar geen synagoge was: het verklaart Paulus’ verschillende aanpak in beide steden. Over de zeereis van Macedonië terug naar Judea lezen we:

… we zetten rechtstreeks koers naar Kos. De dag daarop bereikten we Rhodos, en van daar voeren we naar Patara. Daar vonden we een schip dat de oversteek naar Fenicië zou maken (Hand. 21:1-2).

Die tweede etappe leidde langs Cyprus, dat op ruime afstand (aan de zuidzijde) werd gepasseerd:

We kregen Cyprus in zicht, maar lieten het links liggen en zeilden verder naar Syrië, waar we de haven van Tyrus binnenliepen.

Daar moest het schip zijnlading lossen (vs 3). Twee jaar later moeten ze juist aan de noordzijde dicht onder de kust zeilen:

Nadat we uit Sidon vertrokken waren hadden we met veel tegenwind te kampen, en daarom voeren we om Cyprus heen. We doorkruisten de zee bezuiden Cilicië en Pamfylië en liepen Myra in Lycië binnen (Hand. 27:4-5)

Het lijkt van weinig belang, maar het typeert Lucas die streeft naar nauwkeurigheid. En dat schenkt ons vertrouwen in de rest van zijn verhaal: Lucas is een man die graag tot in alle details correct is en als een goed wetenschapper alles controleert wat hij opschrijft. Ook wat hij van anderen hoort, neemt hij niet zomaar over: hij heeft

‘alles van de aanvang af nauwkeurig nagegaan’ (Luc. 1:1).

Lucas als historicus

In zijn historische feiten vinden we diezelfde neiging tot detail en nauwkeurigheid. Hij begint het verhaal over Jezus’ prediking (Luc. 3) met het optreden van Johannes de Doper, en dateert dat dan met de grootst mogelijke accuratesse:

In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius,
toen Pontius Pilatus Judea bestuurde,
en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippus over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene,
en toen Annas en Kajafas hogepriester waren

De profetie van Agabus door Louis Cheron (Notre-Dame van Parijs)

In Handelingen vermeldt hij de aankondiging van een komende hongersnood door de profeet Agabus, en de vervulling daarvan:

In diezelfde tijd (voorspelde een profeet), die Agabus heette, door de Geest dat de wereld door een grote hongersnood zou worden getroffen, iets dat tijdens de regering van Claudius inderdaad gebeurd is (Hand. 11:27-28).

Diezelfde keizer Claudius komen we opnieuw tegen als Paulus in Korinte is:

… een Jood, genaamd Aquila, van geboorte uit Pontus, die juist uit Italië gekomen was met Priscilla, zijn vrouw, omdat Claudius bevolen had, dat alle Joden Rome zouden verlaten (Hand. 18:2).

Die nauwgezetheid zien we ook wanneer hij ons meteen na Jezus’ doop het geslachtsregister geeft van Jozef, de man van Maria, die hij tekent als directe afstammeling van David (en dus degene die eigenlijk op de troon hoorde te zitten in plaats van het geslacht van Herodes), maar ook als nakomeling van Adam en (als ‘zoon’ van God) daarmee een ‘tweede Adam’. Zo’n geslachtsregister zou wellicht te vinden zijn geweest in de verslaglegging van die volkstelling die hij noemt in hoofdstuk 2, maar in elk geval heeft hij moeite moeten doen om die informatie uit te zoeken. Hij citeert ook de brief van de legeroverste Claudius Lysias aan de stadhouder Felix, waarin de garnizoenscommandant zijn superieur heel slim opzadelt met een probleem waaraan hij zich zelf dreigt te vertillen en waarin hij bovendien zijn eigen blunder (mishandeling van iemand met Romeins burgerrecht) juist weet voor te stellen als een actie gericht op de veiligheid van die burger (Hand. 23:26-30). We weten hier niet hoe Lucas er in is geslaagd inzage te krijgen in deze brief, maar hij heeft er kennelijk voldoende moeite voor gedaan.

Lucas als evangelist

En die nauwgezetheid zien we dus ook in de aanpak van zijn evangelie:

Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om een verslag te schrijven over de gebeurtenissen … die ons zijn overgeleverd door degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest … leek het ook mij goed om alles van de aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor u, hooggeachte Theofilus, op schrift te stellen (Luc. 1:1-3).

De woorden en uitdrukkingen die ons hier moeten opvallen zijn:

ooggetuigen (van het begin af), nauwkeurig nagaan (van de aanvang af), en ‘in ordelijke vorm’.

De eerste twee vallen overal op: dit leest inderdaad als een verslag van ooggetuigen. Lucas mag dan zelf geen ooggetuige zijn geweest, zijn verhaal komt volledig van mensen die dat wel waren. Het derde punt vraagt wat meer aandacht. Dit betekent niet: in chronologische volgorde, want die is er niet, zoals velen hebben opgemerkt. Het betekent: gerangschikt naar thema, zodat de boodschap duidelijk overkomt. Want dat is zijn doel (vs 4). Daarom mag je hem hier ook geen onnauwkeurigheid verwijten: als goed wetenschapper geeft hij aan wat zijn doel en zijn aanpak zijn, en daar houdt hij zich wel degelijk aan.

De volkstelling

Daarom is het zo ironisch dat juist deze ijver tot nauwkeurigheid zich tegen hem heeft gekeerd. Het bekende geboorteverhaal begint hij met:

In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven.

Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië (Luc. 2:1-2). Dit is een van de felst bediscussieerde verzen van de Schrift. Eerst zou er historisch niets bekend zijn van zulke volkstellingen in het Romeinse rijk, maar later bleek dat er in Egypte elke 14 jaar zo’n telling werd gehouden, dus waarom niet ook elders?
Inderdaad lijkt dat ‘eerste’ (NBG’51: voor het eerst) in die richting te wijzen. Ernstiger was echter dat Publius Sulpicius Quirinius ‘keizerlijk legaat’ over Syrië is geweest in de periode 6-9 na Chr. Inderdaad is er toen (meteen in 6 na Chr.) een volkstelling geweest (die Lucas noemt in Hand 5:37). Maar in Judea regeerde toen al Herodes’ zoon Archelaüs (Matt. 2:22); Jezus’ geboorte kan niet later hebben plaats gehad dan 4 v. Chr., het sterfjaar van Herodes de Grote, en meer waarschijnlijk in 6 á 5 v. Chr. Sommigen betogen dat Quirinius al eens eerder een ambtstermijn in Syrië zou hebben gehad, maar dat is niet echt hard te maken. Anderen menen echter dat Lucas met prōtè (eerst) in feite bedoelt: Deze volkstelling vond eerder plaats dan die tijdens het bewind van Quirinius over Syrië (dus die van Hand. 5:37). De ironie is dat Lucas dan zegt dat je die twee volkstellingen niet moet verwarren, maar dat juist die mededeling er de oorzaak van is dat moderne lezers dat nu precies wel doen, om hem dan vervolgens te beschuldigen van onbetrouwbaarheid.

R.C.R.

+

Voorgaand

De wereld van Lucas #1 Intro – Geneesheer, academicus en evangelist Lucas

2020 jaar geleden werd de weg geopend

Jezus Christus De Zoon van Adam, de Zoon van God

++

Aanvullend

  1. Enkele kernpunten van het Christelijk geloof
  2. Effectief Bijbellezen: De Taal van de Bijbel en Wijzen uit het Oosten
  3. Verwaarloosde geboortedag en sterfplaats 1 Rabbijn Jeshua en Romeinse weerstand
  4. Het feest van de huidige geldgod
  5. Azteekse en Romeinse tradities die ons nog steeds beïnvloeden
  6. Saturnus, Janus, Zeus, Sol, donkerte, licht, eindejaarsfeesten en geschenken
  7. Voorwerpen rond de geboorte en dood van Jezus
  8. Na 2020 jaar

+++

Ostracon met registratie van een Romeinse volkstelling (Nationalbibliothek, Wenen)

Verwant

  1. Lukas, arts en evangelist?
  2. Verhaal in een notendop
  3. Quirinius
  4. Quirinius’ volkstelling
  5. De volkstelling van Quirinius
  6. Lukas en de voorouders van Jezus
  7. Feestvieren met Jezus!
  8. Bybelstudie – Lukas en Handelinge deel 1
Geplaatst in Bijbelonderzoek, Geschiedenis, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Hoe leest u? Christus is gestorven en na drie dagen opgewekt

Jezus vroeg zijn tijdgenoten: ‘Hebt u niet gelezen’ en ‘Staat er niet geschreven?’ Zo maakte Hij duidelijk dat het geschreven woord van God boven alles staat, en dat het belangrijk is onderscheid te maken tussen wat God heeft gesproken en de menselijke opvattingen daarover.

Christus is gestorven voor onze zonden naar de Schriften en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften” (1)

Jezus is gestorven

De traditie wil dat Jezus is gestorven op een vrijdag, laat in de middag, en opgestaan op de zondag, rond zonsopgang. Maar regelmatig komen mensen met andere berekeningen, en zo op het oog zelfs met waterdichte argumenten.

Aangezien er weinig twijfel is over de dag van zijn opstanding, betekent dat, dat zijn sterven dan wordt ‘vervroegd’ naar de donderdag, of zelfs naar de woensdag. Hoe zit dat?

We zitten schijnbaar met de volgende problemen:

• Waar op de ene plaats wordt gezegd dat Jezus ‘op de derde dag’ zou opstaan, vinden we op de andere plaats dat dat zou gebeuren ‘na drie dagen’. Dat laatste zou voor ons betekenen: op de vierde dag.

• Jezus heeft het in Matteüs 12 over ‘drie dagen en drie nachten’, wat moeilijk lijkt te rijmen met elk van deze beide tijdschalen. En dan is er nog de vraag hoe het rijmt met de gang van zaken op het Joodse Paasfeest.

Veel blijkt echter terug te voeren op onze westerse wijze van denken. Wij lezen het met onze logica, en hebben onvoldoende oog voor de typische kenmerken van het Joodse taalgebruik van 20 eeuwen geleden.

Drie dagen

Die drie dagen vinden we meerdere malen in Matteüs, Marcus en Lucas. De uitdrukking ‘op de derde dag’ vinden we uit de mond van Jezus in Matteüs 16:21, 17:23 en 20:19 en in Lucas 9:22 en 18:33, van een engel in 24:7, de Emmaüsgangers in 24:21 en opnieuw Jezus in 24:46. Verder vinden we hem nog van Petrus in Hand 10:40 en van Paulus in 1 Kor. 15:4. De uitdrukking ‘na drie dagen’ vinden we bij Markus in 8:31, 9:31 en 10:34, hoewel sommige handschriften daar tweemaal ‘op de derde dag’ hebben. Deze plaatsen bij Marcus komen overeen met die waar de beide andere evangelisten ‘op de derde dag’ hebben, waaruit we wel moeten concluderen dat het om dezelfde uitspraak van Jezus gaat. Maar dan gaat het ook om dezelfde tijdsperiode. Dat blijkt ook uit de vraag van de leden van het Sanhedrin aan Pilatus om het graf te bewaken ‘tot de derde dag’, omdat Jezus had gezegd dat hij ‘na drie dagen’ zou opstaan (Matt. 27:62-64). We moeten hier wel dezelfde periode bedoelen want het zou een beetje dom zijn om de bewaking op te heffen op de dag voorafgaand aan die aangekondigde opstanding.

Allereerst: hoe werd in die tijd een periode berekend.

Stel we beginnen op een vrijdag; dan is zondag voor ons: na twee dagen (zaterdag, zondag) maar voor die tijd was het: na drie dagen (vrijdag, zaterdag, zondag). Dat lijkt misschien vreemd, maar ze telden in die tijd nu eenmaal zowel de eerste als de laatste dag mee. Vergelijk het maar met de situatie waarin je op ‘de tweede verdieping’ moet zijn: in ons land moet je dan twee trappen op, maar in Engeland maar één (de 1e verdieping is daar de onderste, dus de begane grond). We zien dat ook aan het Pinksterfeest dat 7 weken na Pasen moest worden gevierd. Voor de Jood was dat echter de 50e dag, niet de 49e. De Griekse naam van dat feest is er zelfs van afgeleid: Pentakosta, Grieks voor vijftig. Zo werd in Israël ook iedere 7 jaar een sabbatsjaar gevierd, maar elk 7e sabbatsjaar was een jubeljaar. Voor ons zou dat het 49e jaar zijn, maar de Wet noemt dat het 50e jaar. Maar ‘op de derde dag’ is voor ons allebei wel de zondag.

Voor en na de sabbat

Jezus werd kort voor een sabbat begraven, en de vrouwen gingen meteen ‘na de sabbat’ naar het graf. Zij die een langere periode voorstaan, verlengen die daarom door een extra sabbat in te voegen. De ene zou dan die van het Paasfeest zijn, en de andere een er toevallig meteen op volgende gewone sabbat, soms zelfs nog met een veronderstelde normale dag daar weer tussen, waarop de vrouwen dan hun inkopen hebben gedaan. En soms wordt dan ook nog verondersteld dat Jezus al op de avond van die ‘tussendag’ (dus weer een dag eerder) zou zijn opgestaan, en niet pas de volgende morgen. Maar dan is die zondag intussen wel de vierde of zelfs de vijfde dag. Terwijl de Emmaüsgangers duidelijk aangeven:

‘maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles [de kruisiging] gebeurd is’.

Tenslotte weten we dat Martha had geprotesteerd tegen het weer openen van Lazarus’ graf, omdat er ‘al een lijklucht’ zou zijn, want het was ‘al de vierde dag’, en de ontbinding was dus al begonnen. Terwijl van de Christus stond geprofeteerd dat zijn lichaam ‘geen ontbinding zou zien’.

We kunnen dus alleen maar constateren dat hij inderdaad op de derde dag moet zijn opgestaan. Volgende keer zullen we dan kijken wat we met die drie dagen en drie nachten in Matteüs 12 aan moeten.

R.C.R

+

Voorgaand

Hoe leest u? Om het koninkrijk van God binnen te gaan

 

+++

Gerelateerd

  1. Joodse tijden.
  2. Preek Goede Vrijdag 2020 – waaraan de Zoon van God hing, veranderde de wereld.
  3. Preek zondag 28 maart 2021 – Christus werd gebonden, om ons te ontbinden.
  4. Pinksterenvijftigste Paasdag en dat is in feite het joodse Wekenfeest ofwel Sjavoeot. Het was van oorsprong een oogstfeest – zo wordt het beschreven in Leviticus 23 – maar was losgeraakt van die wortels.
  5. Pinksteren
  6. Een boodschap voor Shavuot
  7. Preek Tweede Pinksterdag 2021
  8. De overweldigende kracht van Pinksteren
  9. Liturgie en de Heilige Geest: de ‘Al Wel’ en ‘Nog Niet’ onder ons
  10. Talenwonder
Geplaatst in Bijbelonderzoek, Geschiedenis, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Taal & woordgebruik | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Opgaan naar Jeruzalem 2: Abraham en Isaak

‘Onze voeten staan in uw poorten, o Jeruzalem’(Ps. 122:2)

De noodzaak van beproeving

De reis naar Jeruzalem begint met geloof. Maar geloof op zich is niet genoeg. Jacobus waarschuwde ons, dat geloof zonder werken eigenlijk dood is (Jakobus 2:14-17). En als voorbeeld noemde hij deze geloofsdaad van Abraham, toen hij bereid was zijn zoon te offeren:

“Werd het onze voorvader Abraham niet als een rechtvaardige daad toegerekend dat hij zijn zoon Isaak op het altaar wilde offeren? U ziet hoe geloof en handelen daar hand in hand gaan, en hoe het geloof vervolmaakt wordt door daden” (verzen 21-22).
God stelde Abraham op de proef, en dat doet Hij met al zijn dienaren. Hij leidt niemand in verzoeking maar ons geloof moet wel getoetst worden. Beproeving is een noodzakelijk proces om je geloof te ontwikkelen. Door de Bijbel heen geldt dit principe:

zonder beproeving ben je geen kind van God.

In het boek Job noemde Elifaz de tuchtiging van God een zegen, en Salomo beaamde dit, met de toevoeging dat God niet uit willekeur maar uit liefde handelt (Job 5:17-18; Spreuken 3:11-12).

“17  Ja, kastijding van de Almachtige is de mens een zegen; wijs dan ook zijn straffende hand niet af. 18 Hij wondt, maar verbindt ook, slaat, maar heelt eveneens.” (Job 5:17-18 WV78)

“11 De terechtwijzing van Jahwe, mijn zoon, moet gij niet versmaden en gij moet om zijn kastijding niet neerslachtig worden, 12 want Jahwe kastijdt die Hij liefheeft, zoals een vader doet met zijn geliefde zoon.” (Spr 3:11-12 WV78)

Iedere gelovige moet deze leerschool doorlopen en telkens getoetst worden (Hebreeën 12:5-8).

“5 Zijt ge al het Schriftwoord vergeten dat u als kinderen aanspreekt en aanmoedigt: Kind, minacht de tucht van de Heer niet, laat u door zijn straf niet ontmoedigen. 6 Want de Heer tuchtigt hen die Hij liefheeft, Hij straft ieder die Hij als zijn kind erkent. 7 Het lijden dient om u te verbeteren en op te voeden; God behandelt u als kinderen. Ieder kind wordt wel eens door zijn vader gestraft. 8 Tucht is het deel van allen; zou u elke kastijding bespaard blijven, dan waart gij bastaards, geen echte kinderen.” (Heb 12:5-8 WV78)

En zoals je op school steeds moeilijkere opdrachten krijgt, zo gaat het ook met het geloof. Je begint niet met het moeilijkste maar met het eenvoudigste; eerst met een basis-geloof in God, om Hem daarna door ervaring steeds meer te leren vertrouwen, zelfs in de meest onmogelijke situaties.

Abraham continu beproefd

De eerste grote toets voor Abraham (toen nog Abram) was zijn geboortestaden zijn familie te verlaten en naar een nog niet te bepalen land te gaan:

“Hij ging op weg zonder te weten waarheen” (Hebreeën 11:8).

Hij gehoorzaamde God en bewees daarmee dat hij voor zijn geloof durfde uit te komen, want de burgers van Ur, zelfs zijn eigen vader Terah, waren aanbidders van de maan-god Nanna (Jozua 24:2). Zijn geloof ontwikkelde zich steeds verder, nadat hij eenmaal in het land Kanaän gekomen was, want al beloofde God hem dat land als eeuwige erfenis, hij kreeg er tijdens zijn leven geen voet van, en moest er als vreemdeling verblijven (Handelingen 7:5).

“ Wel gaf Hij hem daarvan geen deel in eigendom, zelfs geen voetbreed, maar beloofde het in bezit te zullen geven aan hem en aan zijn nageslacht, hoewel hij geen kinderen had.” (Hnd 7:5 WV78)

Het ging pas mis toen hij zijn eigen oplossingen voor problemen verzon, eerst in Egypte vanwege hongersnood, daarna bij de Filistijnen. Zijn vrouw Sara(i) was heel mooi en Abram was bang dat zij in de harem van de Farao of de Filistijnse koning opgenomen, en hij gedood zou worden. Hij droeg haar daarom op zich voor te stellen als zijn zus, wat een halve waarheid was. In beide gevallen moest God ingrijpen om hem uit de handen van verontwaardigde heren te redden!

Onvanzelfsprekendheid

Geloof is dan ook niet vanzelfsprekend, maar moet met vallen en opstaan worden ontwikkeld. Abraham was een goede leerling. Toen hij op hoge leeftijd van God te horen kreeg dat hij een lijfelijke zoon uit zijn vrouw Sara zou hebben, verslapte hij niet in geloof, maar was er zo van overtuigd dat zelfs dit mogelijk was, dat zijn geloof daardoor versterkt werd.

“Zijn geloof verzwakte niet toen hij, ongeveer honderd jaar oud, besefte dat zijn krachten hem hadden verlaten en Sara niet langer vruchtbaar was. Hij twijfelde niet aan Gods belofte; zijn geloof verloor hij niet, integendeel, hij werd er in versterkt en bewees zo eer aan God” (Romeinen 4:19-20).

Hoe meer je vertrouwt, hoe meer je gelooft.

De grote toets

En zo gebeurde het op zekere dag dat God hem tot het uiterste beproefde.

God achtte hem klaar voor zijn eindexamen.

“Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak, en ga met hem naar het gebied waarin Moria ligt. Daar moet je hem offeren op een berg die Ik je wijzen zal” (Genesis 22:2).

Let wel: Isaak was de zoon van zijn ouderdom, het wonderkind, en degene die Gods beloften zou beërven. Als Isaak zou sterven, was er geen andere nakomeling in wie de beloften voortgezet konden worden, want God had andere beloften aan Ismaël gegeven:

“Wat Ismaël betreft, Ik verhoor je: ik zal hem zegenen …maar mijn verbond zal ik voortzetten met Isaak” (Genesis 17:20-21).

Was God van plan veranderd? Welke gedachten gingen er op dat moment door Abrahams hoofd? Hoe zwaar hij ook met zichzelf zal hebben geworsteld, hij aarzelde niet om God te gehoorzamen.

“De volgende morgen stond Abraham vroeg op”

staat er. Kennelijk had hij alle twijfels opzij gezet. De woorden

“die Ik je wijzen zal”

waren een weerklank van zijn eerste roeping om uit Ur tevertrekken, en God had hem in al die tijd nooit in de steek gelaten. Het was een lange reis van Berseba naar Moria. Pas op de derde dag bereikte Abraham zijn doel. Hier hebben wij één van de vele voorafschaduwingen van de laatste reis van Jezus naar Jeruzalem, want Hij zei:

“Ik moet vandaag en morgen en de volgende dag op weg blijven, want het gaat niet aan dat een profeet omkomt buiten Jeruzalem” (Lucas 13:33).

Abraham was op alles voorbereid: hout, vuur en een mes had hij bij zich, en zijn zoon Isaak liep mee. Toch blijkt uit zijn woorden tegen de twee knechten dat hij in een bevredigende afloop geloofde:

“Blijven jullie hier met de ezel. Ikzelf ga met de jongen verder om daarginds neer te knielen. Daarna komen wij naar jullie terug” (Genesis 22:5).

Isaak als beeld van Christus

Maar waar was het offerlam? Dat was de vraag van Isaak, waarop zijn vader de profetische uitspraak deed:

“God zal Zich zelf van een offerlam voorzien”.

En hoe! Niemand minder dan Zijn eigen Zoon zou God later voor de zonden van de wereld offeren. Maar kennelijk koesterde Abraham opdat moment de hoop dat God voor een ander offerlam dan zijn lijfelijke zoon zou zorgen, en achteraf bleek dat het geval te zijn. Maar voor Jezus was er geen vervangend offerlam, al bad hij nog zo vurig of die beker aan hem mocht voorbijgaan.
Isaak was de voorafschaduwing, Jezus de werkelijkheid.

Laten wij eerlijk zijn, Abraham was bereid Isaak te slachten, en pas toen hij het mes pakte hield de engel hem tegen. Feitelijk wilde God niet dat Isaak als brandoffer zou sterven; Hij wilde alleen bewijzen dat Abraham zover in zijn geloof gevorderd was, dat hij God zelfs zijn zoon niet onthield. Met vlag enwimpel is hij daarin geslaagd!

De schrijver van de brief aan de Hebreeën zei later over deze geloofsdaad van Abraham:

“Door zijn geloof kon Abraham,toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen” (Hebr. 11:17).

Isaak werd door een wonder ter wereld gebracht; hij is door een wonder vande dood gered. Met God is alles mogelijk. Het commentaar van de Hebreeën-brief is dan ook verhelderend:

“Terwijl er tegen hem gezegd was: ‘Alleen door Isaak zul je nageslacht krijgen,’ zei hij bij zichzelf dat het voor God mogelijk moest zijn iemand uit de dood op te wekken, en daarom kreeg hij hem ook terug, bij wijze van voorafbeelding.” (Hebreeën 11:18-19).

Deze zware beproeving leidde, zoals later bij Job, tot de overtuiging dat een opstanding uit de dood mogelijk moest zijn. Want God zou zijn beloften nakomen, zo niet in dit leven, dan in het toekomstige.

“Bij wijze van voorafbeelding” – eens zou een andere Zoon letterlijk uit de dood opstaan tot een leven zonder einde. En niet alleen hij, maar allen die in hem hun heil hebben gezocht en gehoorzaamd.

De beloften bekrachtigd.

Abraham kreeg zijn beloning, want

“wie Hem zoekt zal door Hem worden beloond” (Hebreeën 11:6).

De engel van de HEER bevestigde met een eed de beloften die Abraham eerder ontvangen had (Genesis 22:15-18). De tekst hier in de verzen 17b en 18 is in de NBV minder duidelijk. De NBG ’51 zegt:

“en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen. En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem geluisterd hebt.”

Nageslacht is hier in enkelvoud bedoeld, en wordt zo in het N.T. door Paulus geciteerd en op Christus toegepast (Galaten 3:16).

“ Nu zijn de beloften aan Abraham aangezegd en aan zijn nageslacht. (Het woord staat niet in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw nageslacht en dat nageslacht is Christus).” (Ga 3:16 WV78)

En één van de zegeningen die door dat zaad over alle volken zou komen, zou de vergeving van zonden zijn (Handelingen 3:25-26). Wij zien dus hoe Abraham vanwege zijn geloof uitermate kostbare beloften ontving; beloften die ook voor ons zeer kostbaar zijn. En Jezus verwees naar de vreugde van Abraham bij het ontvangen van deze beloften, toen hij zei:

“Abraham, uw vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte was hij blij” (Johannes 8:56).

De opdracht was voltooid. God had inderdaad in een offer voorzien: een ram die in de struiken verstrikt was geraakt. Abraham noemde die plaats daarop

“JHWH-Jireh (DeHEERzal erin voorzien)”.

Wij hebben hier een prachtig voorbeeld van waarheid van de bewering van de apostel Paulus:

“God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: Hij geeft u met de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan” (1 Korintiërs 10:13).

Opgelucht ging hij met zijn zoon en de knechten terug naar zijn tent. Voortaan zou hij de vriend van God worden genoemd (2 Kronieken 20:7; Jesaja41:8; Jakobus 2:23).

Abraham blijft het voorbeeld bij uitstek voor alle gelovigen. Misschien denken wij bij onszelf dat wij nooit zo’n geloofsniveau zullen of kunnen bereiken. Maar wij hebben geprobeerd te bewijzen, dat wat voor Abraham gold, voor iedere gelovige geldt, namelijk dat als wij stap voor stap leren vertrouwen op God, ons geloof gestaag zal groeien. In zekere zin is het hele leven van een gelovige een reis naar Jeruzalem, een opwaarts volgen van de Heiland naar verlossing en verheerlijking. Niets staat ons in de weg, als wij maar willen. De leermeester Jezus moest zijn discipelen het verwijt maken dat zij, ondanks alles wat zij hadden gehoord en meegemaakt, kleingelovig waren. Als zij maar geloof zo groot als een mosterdzaadje hadden, zouden ook zij wonderen kunnen doen als hun heer! (Lucas 17:5-6). Waar wij voor moeten oppassen, is dat wij de kleine dingen in het leven verwaarlozen. Het is vaak juist in de gewone situaties in ons leven dat God ons op de proef stelt.

Mogen wij uit het voorbeeld van Abraham het nodige inzicht en vertrouwen krijgen, om ons leven in de handen van God te geven en op zijn beloften te wachten. Zoals de Psalmist het uitdrukte:

Wij verwachten vol verlangen de HEER, hij is onze hulp en ons schild. Ja, om hem is ons hart verblijd, op zijn heilige naam vertrouwen wij.
Schenk ons uw trouw, HEER, op u is al onze hoop gevestigd.(Psalm 33: 20-22)

C.T.

+

Voorgaand

Opgaan naar Jeruzalem 1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning #1 Fundament van vrede in Gods Plan

Opgaan naar Jeruzalem 1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning #2 Verwoesting en herstel

Opgaan naar Jeruzalem 1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning #3 De komst van de Messias en het hemelse Jeruzalem

Overdenking: God berispt wie hij liefheeft, straft elke zoon waar hij van houdt

++

Aanvullende lectuur

  1. Geloof
  2. Geloof en geloven
  3. Geloof in slechts één God
  4. Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God
  5. De te volgen Weg van God
  6. Verschil in woordbetekenis doorheen de tijd 2 Liefhebben en Geloven
  7. Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God
  8. Jezus’ laatste reis Opgaan naar Jeruzalem
  9. Wanneer men geloof gevonden heeft door de studie van de Bijbel moet men werken van geloof verwezenlijken
  10. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen

+++

Gerelateerd

  1. Is het God die ons in verzoeking leidt?
  2. Abraham uit het Ur der Chaldeeën
  3. Abraham: Aartsvader van vele volken
  4. Abraham, ons aller vader
  5. Wat is de betekenis van de Joodse naam Abraham?
  6. Sara: Vrouw die door God gezegend werd
  7. Isaak: Gered door een engel van de Heer
  8. Zondags woord en beeld – 1
  9. Twee wijsheden in oorlog
  10. Die ware weg tot die lewe
Geplaatst in Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Naar uw geloof zal het gebeuren

In het 4de hoofdstuk van Mattheüs konden wij enkele dagen geleden al lezen dat meerdere berichten over Jezus tot in Syrië circuleerden en dat veel mensen naar Jezus toe wilden komen om zijn wonderen te zien.

Er werden allerlei zieken naar Jezus gebracht. Mensen die het slecht hadden, allerlei ziekten en kwellingen hadden, mensen die door demonen bezeten waren, maanzieken en verlamden kwamen allemaal af omdat ze de verhalen rond Jezus geloofden en hun hoop stelden in zijn wonderbaarlijke krachten.

File:Healing of the demon-possessed.jpg

Een middeleeuwse illustratie van Jezus die de door demonen bezeten man uit Gerasene geneest.

In de lezing van vandaag merken we dat sommigen van het volk weggingen,  terwijl anderen Jezus naderden met een door demonen bezeten man, die stom was. (Mattheüs 9:32) Nadat de demon was uitgedreven, sprak de doofstomme man. En de menigte was vol ontzag en zei,

“Nooit in Israël is zoiets gezien.” (Mt 9:33)

Voor de religieuze leiders kon het echt niet dat die Nazarener zo veel mensen naar zich toe trok terwijl hij veel ongelofelijke dingen deed, welke een normaal mens op zich niet zou kunnen doen. Volgens hen kon het niet anders dat deze man allerlei trucjes gebruikte.

De religieuze leiders probeerden ze af te wijzen door te beweren dat hij een soort magie gebruikte. In hoofdstuk 9 van vandaag beweren ze,

“Hij drijft demonen uit door de vorst der demonen” (vers 34).

Het meest uitdagende van al zijn wonderen was voor hen toen hij iemand opwekte die gestorven was. Vers 18 vertelt ons dat

“een heerser kwam binnen en knielde voor hem neer, zeggende: mijn dochter is zojuist gestorven”,

maar hij was zo overtuigd van de krachten van Jezus dat hij zei,

“maar kom en leg uw hand op haar en zij zal leven”.

Zo groot was het geloof van die overste (een leider van de synagoge) dat hij het volste vertrouwen had in de kracht van Jezus.

Terwijl hij op weg was naar de man zijn huis was er een vrouw, die al twaalf jaar lang aan een bloedvloeiing leed, die naar hem toe trad en de zoom van zijn kleed aanraakte, met de gedachte dat ze dan wel genezen zou zijn. (Mt 9:20-21)

“18  Terwijl Hij zo tot hen sprak, kwam er een overste naar Hem toe, wierp zich voor Hem neer en zei: ‘Mijn dochter is zo juist gestorven: maar kom haar de hand opleggen, dan zal zij weer levend worden.’ 19 Jezus stond op en ging met hem mee, vergezeld van zijn leerlingen. 20 Plotseling naderde Hem van achteren een vrouw die al twaalf jaar lang aan vloeiingen leed, en raakte de zoom van zijn mantel aan. 21 Want ze zei bij zichzelf: ‘Als ik alleen maar zijn mantel kan aanraken, zal ik al genezen zijn.’ 22 Maar Jezus keerde zich om, en toen Hij haar zag sprak Hij: ‘Heb goede moed, dochter, uw geloof heeft u genezen.’ En vanaf dat ogenblik was de vrouw gezond.” (Mt 9:18-22 WV78)

De vrouw was genezen en de mensen konden nog over vele andere genezingen horen. Ook over dat meisje dat men dood waande en sommigen de spot dreven met Jezus dat hij haar weer zou laten leven, deed de ronde toen men haar kon zien buiten wandelen.

“23 Toen Jezus in het huis van de overste kwam en de fluitspelers en het misbaar makende volk zag, sprak Hij: 24 ’Gaat heen, want het meisje is niet gestorven maar slaapt.’ Doch ze lachten Hem uit. 25 Toen al dat volk buitengezet was, trad Hij naderbij, greep haar hand en het meisje stond op. 26 Het verhaal hiervan deed de ronde door heel die streek.” (Mt 9:23-26 WV78)

Ook vandaag zijn er heel wat mensen die spotten met diegenen die geloof in Jezus Christus stellen. De toename van spot is zelfs een teken van de nakende tijd der Laatse dagen. Toch is dat geen blind geloof, want wij hebben er alle reden toe om in hem te geloven. Als gezondene van God en voorspreker bij God is hij de meest geschikte persoon om ons bij de Allerhoogste God te verdedigen en verzoeken in onze naam in te dienen. Daarom kunnen wij best als wij tot God bidden ons gebed eindigen met de woorden:

“In naam van Jezus Christus.”

In Jezus hebben wij ook een prachtig vooruitzicht. Het is namelijk zo dat de dood van gelovigen op veel plaatsen wordt beschreven als een slaap. Denk aan wat Paulus schreef,

“Want dewijl wij geloven, dat Jezus gestorven en wederopgestaan is, alzo zal God door Jezus hen, die ontslapen zijn, met zich brengen” (1 Tessalonicenzen 4:14).

Dit is een wonderlijke les – zij die sterven zijn in slaap gevallen – zij gaan over in Gods tijd, en hebben geen enkel besef van voorbijgaande tijd!

Verreweg het grootste wonder van alles zal zijn wanneer Jezus wederkomt en “hen die ontslapen zijn” tot leven wekt. Heb je geloof dat dit zal gebeuren?

Ja!

Wat is de kwaliteit van uw geloof, mijn geloof?

Hoe sterk is uw geloof?

In hoeverre wordt het weerspiegeld in de manier waarop u uw leven leidt?

Geloof moet een actief ingrediënt zijn in elk aspect van ons leven, het zal “naar uw geloof” zijn dat Jehovah zal handelen – en wij zullen deel uitmaken van de heerlijkheid die God voor deze aarde in petto heeft en; zegt de profeet,

“gij zult hem ontmoeten die met vreugde gerechtigheid werkt, zij die u gedenken op uw weg”.

We lezen dit vandaag in Jesaja 64:5. Laten wij samen op weg gaan met een sterk geloof in de gezonden zoon van God. Laten wij ook vreugde vinden in onze gebondenheid onder Christus. Vreugde en geloof gaan samen – ervaar jij dat ook?

+

Lees ook:

Tekenen der Laatste Dagen

Christus in Profetie #10 De psalmen (4)

Toekomstverwachting nog steeds onder vuur

Overdenking: “Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij …” (Op. 22:12)

++

Aanvullende lectuur

  1. Gezondene van God
  2. Verzoening en Broederschap 7 Eén zijn
  3. Op weg naar het eindstation
  4. Bescherming door leven in Christus
  5. Dood
  6. Dood – doden
  7. Geloof
  8. Geloof en Geloven
  9. Zoon van God
  10. Zoon van God – de weg naar God
  11. Zoon van God – Vleesgeworden woord
Geplaatst in Bedenking, Christen zijn, Godsdienst, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Religie | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Onesimus

Onesimus was still a heathen when he defrauded his master and ran off from Colosse. He found his way to Rome, where evil men tended to flock as to a common centre, as Tacitus tells us they did at that period.
It was there in Rome that he came into contact with Paul, who was then in his own hired house, in military custody. He could not forget that his master’s house in Colosse was the place where the Christians met in their weekly assemblies for the service for Christ and worship of God. Neither could he forget how Philemon had many a time spoken of Paul, to whom he owed his conversion.

The apostle Paul got him converted to Christianity, and furnishes Onesimus with a letter written by himself to Philemon. Returning to a city where it was well known that he had been neither a Christian nor even an honest man, he needed someone to vouch for the reality of the change which had taken place in his life. And Paul does this for him both in the Epistle to the Colossians and in that to Philemon.

“The man whom the Colossians had only known hitherto, if they knew him all, as a worthless runaway slave, is thus commended to them, as no more a slave but a brother, no more dishonest and faithless but trustworthy; no more an object of contempt but of love” (Lightfoot’s Commentary on Col, 235).

 

++

Additional reading

Today’s Thought “Refresh my heart in Christ” (May 29)

+++

Related

  1. Our Friend
  2. Today’s Scripture – December 10, 2020 – Colossians 1:1-2
  3. Today’s Scripture – January 13, 2021 – Colossians 4:7-9
  4. Paul’s Letter To One Colossian Friend
  5. A Missionary’s Reflection on Paul’s Letter to Philemon
  6. Philemon 1:13-16
  7. Tychicus and Onesimus
  8. The story we never heard: Onesimus

Linda's Bible Study

Col. 4:9. With Onesimus, a faithful and beloved brother, who is one of you. They shall make known unto you all things which are done here.

Onesimus with Paul

Onesimus was to travel with Tychicus to take news of Paul to the churches in Colosse. He has quite a story of his own, which I’m considering making my next study. We’ll see.

Onesimus was an escaped slave. He belonged to a believer named Philemon. Paul had counseled him to return, and that’s the core of his story.

Paul calls Onesimus a faithful and beloved brother, one of you.

Clearly, Paul expected Onesimus to be received with the same hospitality as Tychicus would receive, and to be recognized as a fellow believer. Some believe that Paul condoned slavery. He did not. In Galatians 3:28 he wrote, There is neither Jew nor Greek, there is neither bond nor free, there is neither male nor female: for ye are all one inChrist Jesus.

View original post 131 woorden meer

Geplaatst in Church building, Portrait - Biblical figures, Re-blogs & Thoughts of others, Religion | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Ontmoeting met: Cornelius

Kennismaking met bijzondere vrouwen en mannen in de Bijbel

Cornelius

Lucas laat in Handelingen zien hoe de laatste opdracht van de Heer werd vervuld:

“… wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde” (1: 8).

In hoofdstuk 10 leren we de eerste bekeerling uit de heidenen kennen.

“Een van de inwoners van Caesarea was een centurio van de Italiaanse cohort, die Cornelius heette” (vs:1).

Een centurio was als hoofdman verantwoordelijk voor 100 soldaten. Hij moest een goede leider, betrouwbaar en voorzichtig zijn en geen waaghals. Cornelius voldeed aan al deze eisen. Hij was een geboren Romein, maar, onder de indruk gekomen van de God van Israël, een bekeerling tot het joodse geloof geworden:

“een godvruchtig man, een vereerder van God met zijn gehele huis, die vele aalmoezen aan het volk gaf en geregeld tot God bad” (vs 2).

Door zijn vele aalmoezen stond hij goed bekend onder het joodse volk. Cornelius zag in een visioen een engel van God bij hem binnenkomen. Hij sprak de engel met grote eerbied en vrees aan als heer (kurios), een koninklijke aanspreektitel.

“Je gebeden en aalmoezen zijn door God als offer aanvaard’ (vs 3).

Wat zouden de gebeden van Cornelius zijn geweest?

Uit wat volgt kunnen we veel opmaken. Cornelius vereerde God, hij gaf veel aalmoezen, hij stond goed bekend bij het joodse volk, toch bleef hij vanwege zijn afkomst en onbesnedenheid apart staan van het uitverkoren volk. Hij had ‘geen deel aan het burgerschap van Israël’ (Efez. 2:2). De engel gaf hem een opdracht, zonder verdere uitleg.

“Stuur daarom een paar van je mannen naar Joppe om Simon te halen” (vs 5).

Cornelius getuigde van groot geloof. Zonder aarzelen, deed hij onmiddellijk wat de engel vroeg. Hij was gewend dat zijn opdrachten direct werden uitgevoerd, want een centurio werd gehoorzaamd.

“Want ik ben zelf een ondergeschikte met soldaten onder mij, en ik zeg tot de een: Ga heen, en hij gaat heen, en tot een ander: Kom, en hij komt, en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het” (Mat. 8:9).

Nu liet hij zien, dat hij nederig was en zich als dienaar opstelde. Zorgvuldig koos hij twee van zijn vrome dienaren (allen in zijn huis dienden God) en een vrome soldaat om de opdracht van de engel uit te voeren.
Tezelfdertijd kreeg ook Petrus een visioen, dat hem op beeldende wijze een ingrijpende les moest leren. Hij zag reine en onreine dieren, waarvan hij moest eten. Hij had wèl bezwaren: iets onreins eten? Dat nooit! Na drie keer hetzelfde gezien en gehoord te hebben, was Petrus verbijsterd: wat moest dit toch betekenen?
Toen de mannen uit Caesarea aan de deur kwamen, zei de Geest

“Er zijn hier drie mannen die naar je op zoek zijn. Ga meteen naar beneden en ga zonder aarzelen met hen mee, want ik heb hen gezonden” (vs 20).

Petrus begon de les te begrijpen. Zonder bezwaar te maken ging hij mee, nadat hij ook een aantal broeders daartoe had overgehaald.

Cornelius had, verlangend naar het woord van God, snel zijn hele familie en naaste vrienden uitgenodigd. Petrus vertelde hen:

“U weet dat het Joden verboden is met niet–Joden om te gaan … maar God heeft me duidelijk gemaakt dat ik geen enkel mens als verwerpelijk of onrein mag beschouwen” (vs 28).

Maar ook

“Nu begrijp ik pas goed dat God geen onderscheid maakt tussen mensen, maar dat hij zich het lot aantrekt van iedereen, uit welk volk dan ook, die ontzag voor hem heeft en rechtvaardig handelt. Deze Jezus is de Heer van alle mensen” (vs 35,36).

Terwijl Petrus nog sprak ontvingen de aanwezigen de heilige Geest, waarop Petrus zei:

“Zou iemand het water kunnen weren, om dezen te dopen, die evenals wij de Heilige Geest hebben ontvangen? En hij beval hen te dopen in de naam van Jezus Christus” (vs 48, 49).

We lezen dat dit gebeurde in het begin bij de apostelen en nu ook bij Cornelius. Daarom zei Petrus

“gelijk ook op ons in het begin” (11:15).

Hij zei niet zoals sedert het begin bij iedere bekeerling gebeurt, maar op dezelfde wijze als in het begin bij ons (de apostelen) gebeurde. De uitstorting van de heilige Geest was iets dat bij het ontstaan van de gemeente gebeurde en sindsdien niet meer. De reden waarom dit bij Cornelius gebeurde was de Joden ervan te overtuigen dat heidenen ook tot Christus konden komen; niet om Cornelius en de zijnen te overtuigen.

Cornelius liet een groot geloof zien. Als wij net als hij ons geloof belijden zijn wij

“geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God” (Efez. 2: 19).

N.D.

+

Voorgaand

Ontmoeting met: Adam en Eva

De wereld van Lucas #1 Intro – Geneesheer, academicus en evangelist Lucas

Cornelius

++

Additionele lectuur

  1. Vertrouwelijke geschriften
  2. Dit is het Land: Caesarea
  3. Een vergadering omtrent aan te houden gedrag en te houden handelingen
Geplaatst in Christenheid, Kerkopbouw, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Overdenking: Ik bid niet alleen voor hen, maar ook voor allen…

Vóór zijn arrestatie voerde Jezus, vele prachtige gesprekken met zijn apostelen, vooral tijdens het Pesachfeest, vol liefde en hoop. Zij zijn voor ons bewaard in de hoofdstukken 14, 15 en 16 van het Johannes evangelie. Het laatste gesprek – eigenlijk een gebed – is opgetekend in hoofdstuk 17. Een hoogtepunt! Maar het werkelijke hoogtepunt van Jezus’ ongeëvenaarde leven moest nog komen – het zou niet lang meer
duren. Op een gegeven moment hield Jezus plotseling op met spreken.
Zij zagen dat hun Meester zijn blik van hen afwendde en zijn ogen opsloeg naar de hemel. In gedachten zie ik de apostelen kijken en denken. Wat zou hun Meester nu gaan doen? De stilte werd verbroken. Jezus sprak hardop, zodat allen hem konden horen:

“Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen” (NBV).

Maar horen is iets anders dan begrijpen. Hoe dikwijls horen wij zonder dat wij begrijpen? Jezus’ woorden moeten voor de apostelen raadselachtig hebben geklonken. Zij begrepen immers niet wat hun Heer moest ondergaan. Zij hadden heel andere gedachten. Maar daarin heerste ook verwarring. Ja, Jezus had al meerdere keren over zijn dood gesproken. Die woorden hadden hen bedroefd gemaakt (Matteus 17:23).

“ en ze zullen hem doden, maar op de derde dag zal Hij verrijzen.’ Zij werden zeer bedroefd.” (Mt 17:23 WV78)

Zij banden ze het liefst uit hun gedachten, want dat kon toch niet waar zijn. Drie dagen later hoorden twee andere leerlingen Jezus tot hen zeggen:

“Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?” (Lucas 24:26).

Jezus verklaarde hun wat er in al de Schriften over hem geschreven stond, en hij begon
bij Mozes en de Profeten. Maar nog steeds herkenden zij hem niet.

Tweeduizend jaar later lijkt het gebed van Jezus voor ons geen verrassing meer te hebben. Toch kan het wijs zijn om onszelf af te vragen of de werkelijke betekenis van sommige woorden ook ons wellicht is ontgaan! Het zou zo maar kunnen. Daarom kan het verhelderend zijn die ons misschien overbekende woorden van de Heer Jezus nog eens goed tot ons te laten doordringen. En erover na te denken.

“Nu is de tijd gekomen …”.

Over welke tijd had Jezus het?
Wat is de grootheid van Gods Zoon?
En wat is de grootheid van de Vader?

De kruisiging zou weldra een feit zijn. Wij denken bij zijn grootheid misschien liever aan de verhoging van Jezus in de hemel. Maar de kruisdood kan ook als een verhoging worden gezien. Johannes heeft daar voldoende over geschreven. Om een voorbeeld te noemen:

“Wanneer ik van de aarde omhooggeheven wordt, zal ik iedereen naar mij toe halen” (Johannes 12:32).

Want Golgota was de kroon op het leven van Jezus. DAAR overwon Jezus de zondemacht. En vanwege zijn overwinning, werd het mogelijk mensen naar zich toe te halen. Maar zover was het nog niet In zijn gebed legde Jezus ‘zijn grootheid’ niet uit. Het was nog een geheim, als het ware verborgen in een envelop. Ja, het ging om de
grootheid van zijn offerdood, die niet op zichzelf stond. Een heel leven was eraan voorafgegaan. Precieser gezegd: zonder zijn beproevingen en overwinnend leven zou de kruisdood van deze Mens nooit de triomf hebben kunnen worden, die tot heil en zegen van de gelovigen is!
Maar de grootheid van Jezus was meer dan zijn verhoging op Golgota.
Want hij zei:

“Vader, verhef mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die ik bij u had, voordat de wereld bestond” (Johannes 17:5).

Had Jezus dan een grootheid voordat de wereld bestond? Jazeker… in Gods plan! Want daarover kunnen wij lezen in de oudtestamentische Schriften. David zei:

“De HEER spreekt tot mijn heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, ik maak van je vijanden een bank voor je voeten.’ (Psalm 110:1).

Wat profetisch gezien al realiteit was, zou spoedig in het echt gebeuren. Toen Petrus eenmaal Gods heilsplan begreep, verkondigde hij zeven weken later in Jeruzalem:

David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd’” (Handelingen 2:34,35).

Jezus vroeg dus aan de Vader hem te verhogen tot Gods majesteit, tot de heerlijkheid of
grootheid die de Vader al lang voor zijn eniggeboren zoon in gedachten had. Deze grootheid is aan Gods rechterhand, dus bij de Vader. Het woordje ‘bij’ (Grieks ‘para’) kan ook worden vertaald met ‘naast’. Dat komt praktisch overeen met ‘aan Gods rechterhand’ (naast God in de hemel). Dat moet de juiste uitleg zijn, want anders zou Jezus precies dezelfde grootheid hebben gekregen die hij al eerder had, dus niets meer of minder. Stel dat dit het geval zou zijn geweest… dan zou zijn sterven aan de houten paal helemaal niets hebben toegevoegd aan zijn grootheid! De waarheid is dat zijn gehoorzaamheid ‘tot de dood van het kruis’ ALLES uitmaakte. Op grond daarvan heeft de Vader zijn geliefde zoon zeer verheven:

“Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat” (Filippenzen 2:9).

Want juist op grond van zijn kostbare vergoten bloed heeft God Zijn zoon zulk een grote eer en verhevenheid toegekend! Niet alleen de hof was verduisterd, maar ook het verstand van de leerlingen was voor deze waarheid toegesloten. Wat zij zagen en beleefden was iets anders: hun droom viel in duigen! Terwijl Jezus hen in die bovenzaal binnen de oude stadsmuren nog wel had voorbereid:

“En ze zouden niet schuldig zijn als ik niet bij hen had gedaan wat niemand anders ooit heeft gedaan. Maar ze hebben het gezien en toch mij en mijn Vader gehaat” (let op de eensgezindheid van de Vader en de zoon!).

Zo ging in vervulling wat in hun wet geschreven staat:

“Ze hebben mij zonder reden gehaat” (Johannes 15:24,25).

De verraderskus luidde het begin in van een afschuwelijke gang naar de residentie van
stadhouder Pilatus. Wij kennen de afloop. Als ooit in de geschiedenis
het recht met voeten werd getreden, dan was het daar wel.
De volgende woorden getuigen van Jezus’ vertrouwen in de Vader, en zelfs in zijn discipelen:

“Ik heb aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt. Zij waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw woord bewaard, en nu begrijpen ze dat alles wat u mij hebt gegeven, van u komt. Ik heb de woorden die ik van u ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat ik van u gekomen ben, en ze geloven dat u mij hebt gezonden” (Johannes 17:6-8).

Geweldige woorden, want op dat moment was de kolossale waarheid van wat hun Meester bad nog steeds niet tot hen doorgedrongen. Maar drie dagen later zou een nieuwe wereld voor hen opengaan. Jezus bad voor hen:

“Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die u mij hebt gegeven, omdat zij van u zijn …” (vers 9).

Jezus zou iedereen naar zich toehalen.
Niet de wereld, maar wel zijn leerlingen. Toen zei Jezus iets waarvoor wij heel dankbaar mogen zijn:

“Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven” (vers 20).

Twee opmerkingen: 1. Jezus bad voor allen. 2. Deze ‘allen’ worden omschreven als
degenen die door het woord van de apostelen in Jezus geloven.

De elf in de hof hadden Gods boodschap van Jezus gehoord en kregen de opdracht deze boodschap in de wereld te verkondigen.
De wereld heeft niet alleen Jezus gehaat, maar ook de apostelen:

“Ik heb hun uw woord gegeven. De wereld haat hen, omdat ze niet bij de wereld horen, zoals ook ik niet bij de wereld hoor” (Johannes 17:14).

Even later vroeg Jezus aan zijn Vader:

“Heilig hen dan door de waarheid. Uw woord is de waarheid” (vers 16).

De discipelen moeten dezelfde gezindheid hebben die de Vader en de zoon hebben:

“Laat hen allen een zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden” (vers 21).

De wereld van onze dagen gelooft steeds minder in God en zijn zoon. Eén van de oorzaken is ongetwijfeld dat de Bijbel een verguisd en veracht boek is geworden. Velen zoeken hun heil in andere religies. Anderen zoeken helemaal niet meer. De meest wilde ideeën vinden bij sommigen ingang. Zoals het absurde idee dat Judas geen verrader was maar held.

Zoals het even absurde idee dat Julius Caesar staat voor Jezus Christus. Jezus bad tot de Vader:

“Ik heb hen (de apostelen) laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen een zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij lief had” (verzen 22 en 23).

God had zijn zoon lief voordat de wereld gegrondvest werd (vers 24). Aan het eind van zijn gebed zei Jezus:

“Rechtvaardige Vader, de wereld kent u niet, maar ik ken u, en zij weten dat u mij hebt gezonden. Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen” (verzen 25 en 26).

Wat is er mooier voor een gelovige discipel dan te mogen ervaren dat hun Heiland en Koning in de hemel voor hem of haar blijft bidden.
Niets of niemand kan de verbondenheid met Jezus Christus verbreken.
Jezus is de Pastor die zijn schapen kent en niet in de steek laat.

Nadat Jezus dit alles had gezegd, verliet hij de bovenzaal en ging met zijn leerlingen door een van de stadspoorten naar de overkant van de Kidronbeek. Vlakbij het Kidrondal, niet ver van waar de klim naar de top van de Olijfberg begint, lag een olijfgaard, de hof van Getsemane. Een wandeling naar deze top duurt niet lang. Dat is tegenwoordig Oost-Jeruzalem. Ik ben daar eens uitgenodigd door Libanese christenen, die temidden van Palestijnen in een klein huisje leefden. Jezus ging met zijn nietsvermoedende leerlingen de hof in, waar zij al eerder waren geweest. In het aardedonker zagen zij geen hand voor ogen. Er was ook een cohort soldaten en dienaren van de hogepriesters en de Farizeeën onderweg. Onder hen bevond zich Judas, eens dienaar maar nu verrader. De Meester en zijn leerling zouden elkaar voor de allerlaatste keer zien. Lichten in de verte kwamen steeds dichterbij. Het moet een angstaanjagend gezicht zijn geweest, al dat bewegende vuur van fakkels in die pikdonkere hof. Jezus wist, zoals altijd, precies wat er ging gebeuren. Zijn ‘uur’ naderde nu met rasse schreden. Jezus vroeg:

Wie zoeken jullie?

Als uit één mond klonk het:

“Jezus uit Nazaret.”

Op zijn antwoord

“Ik ben het”

deinsden ze achteruit. Weer vroeg Jezus:

“Wie zoeken jullie?”

En weer zeiden ze:

“Jezus uit Nazaret.”

“Ik heb jullie al gezegd: ‘Ik ben het’”,

zei Jezus.

“Als jullie mij zoeken, laat deze mensen dan gaan.”

Zo gingen de woorden in vervulling die hij gesproken had:

“Geen van hen die u mij gegeven hebt, heb ik verloren laten gaan”.

En deze verzekering geldt allen die door hun apostolische verkondiging in Jezus geloven.

M.R

+

Voorgaand

De Verlosser 3 Zijn menselijke kant

Jezus Christus De Zoon van Adam, de Zoon van God

Voorbeeld van hem die zijn leven gaf voor velen

Psalm 59 David in grote moeilijkheden #2 Waarom de ene keer wel en de andere keer niet

Verlossing #6 Deel hebben aan zijn offer

++

Aanvullende lectuur

  1. Christus in Profetie #5 De Knecht in Jesaja (5) Verhoging van de Knecht
  2. Overdenking: De vertrouwelijke omgang van God is met wie Hem vrezen (Psalm 25:14)
  3. Enkele kernpunten van het Christelijk geloof
  4. Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God
  5. Antwoord op Vragen van lezers: Gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden
Geplaatst in Bedenking, Bijbelcitaten, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Een Vader die te vertrouwen valt

Als kinderen willen wij ons toevertrouwen op onze wereldse ouders. Zolang het vertrouwen niet geschonden wordt stellen wij alle vertrouwen in onze wereldse vader. Zeker wanneer wij het moeilijk hebben of met problemen zitten willen wij graag bij onze ouders terecht kunnen. Een kind kijkt dikwijls op naar zijn of haar vader en hoopt dat die hem of haar kan helpen wanneer het moeilijkheden tegen komt. Het kind rekent op de vader dat deze klaar staat om op te vangen als er iets verkeerds zou gaan.

Zoals wij onze wereldse vader nodig hebben, hebben wij ook onze hemelse vader nodig. Wij moeten beseffen dat onze hemelse Vader meer dan enige andere vader of wereldse persoon alle vertrouwen waard is. Op Hem kunnen wij steeds vertrouwen.

Vertrouw op Jehovah, die belooft in al onze geestelijke, emotionele en materiële behoeften te voorzien ‘als we hulp nodig hebben’

“ Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te verkrijgen en tijdige hulp.” (Heb 4:16 WV78)

“ Leeft niet alleen voor geld, weest tevreden met wat ge hebt. God zelf heeft gezegd. Ik laat u niet alleen, Ik zal u nooit in de steek laten.” (Heb 13:5 WV78)

Zoals wij bij onze wereldse vader gaan aankloppen indien wij problemen hebben of een last dragen kunnen wij ook bij onze hemelse Vader terecht met onze lasten.

“ (55:23) Werp wat u bezwaart op de Heer, Hij zelf zal zorg voor u dragen: Hij gedoogt in de eeuwigheid niet dat een rechtvaardige ten val komt.” (Ps 55:22 WV78)

Zels met onze emotionele pijnen kunnen wij bij Jehovah terecht. God is de enige Die ons helemaal kent. Voor Hem kunnen wij niets verborgen houden, maar Hij begrijpt ook waarmee wij te kampen hebben. Hij weet wat onze beperkingen zijn en wat wij denken en voelen. Regelmatig kunnen wij iets verkeeerds doen, maar toch hoeft dat ons niet tegen te houden om God naderbij te komen. Bij Hem is er steeds mogelijkheid tot begrip en vergeving.

“ Hij immers weet van ons maaksel, Hij gedenkt dat wij stof zijn.” (Ps 103:14 WV78)

“3 Onthield Gij de schulden, o God, wie hield stand in uw oordeel? 4 Doch vergeving is er bij U, want zo wilt Ge gevreesd zijn.” (Ps 130:3-4 WV78)

Als je op Jehovah vertrouwt, zal Hij je helpen om te gaan met problemen die stress veroorzaken. Stress kan maken dat je negatief gaat denken en daardoor gedemotiveerd raakt. Bedenk in dat geval dat Jehovah je zal helpen met de stress om te gaan. Hoe?
Hij nodigt je uit je zorgen met Hem te delen. En hij zal je noodkreet beantwoorden.

“ (5:4) Heer, des morgens hoort Gij mijn stem, des morgens breng ik het voor U; wachtende zie ik uit.” (Ps 5:3 WV78)

“ Schuift al uw zorgen op Hem af, want Hij heeft zorg voor u.” (1Pe 5:7 WV78)

Zoals wij bij onze wereldse vader kunnen gaan om onze problemen voor te leggen, hoeven wij niet bevreesd te zijn om bij onze hemelse Vader te gaan. Hij zal gehoor willen geven aan onze kopzorgen. Daarom moeten wij in onze gebeden Hem willen benaderen en Hem durven toespreken over wat er op onze lever ligt. Wij moeten niet bang zijn om God lastig te vallen met onze problemen.

Ook al zal Hij niet rechtstreeks met je praten, zal u er toch op aan kunnen dat Hij bereid is te luisteren en antwoord zal geven. Hij zal tot je spreken via Zijn Woord, de Bijbel. Ook de getrouwen van God zullen jou bij je problemen kunnen helpen. Tesamen moeten jullie durven de antwoorden uit de Heilige Schrift ontrafelen.
Wat je in de Bijbel leest kan je troost en hoop geven. Daarnaast kunnen je broeders en zusters je aanmoedigen.

“ Want alles wat eertijds is opgeschreven, werd opgetekend tot onze lering, opdat wij door de volharding en de vertroosting die wij putten uit de Schrift in hoop zouden leven.” (Ro 15:4 WV78)

“24 Laten we elkaar in het oog houden om met elkaar te wedijveren in liefde en daden van liefde. 25 Wij moeten niet wegblijven van onze bijeenkomsten, zoals sommigen gewoon zijn te doen; laten we elkaar moed inspreken, en dit te meer naarmate gij de grote dag dichterbij ziet komen.” (Heb 10:24-25 WV78)

+

Voorgaand

Om te onthouden (of niet te vergeten): God is!

Gods vergeten Woord 25 Varen op Bijbels Kompas 2 God op de eerste plaats

Een Vader Die ons heeft uitgenodigd om zich bij Zijn familie aan te sluiten

Gedachte voor vandaag: “God vragen tegen de vijanden op te staan” (03 januari)

Overdenking: God berispt wie hij liefheeft, straft elke zoon waar hij van houdt

Overdenking: David: Geloof leren door beproeving

Gedachte voor vandaag “Geloof in moeilijke tijden” (14 januari)

Gedachte voor vandaag “Overtreding wordt vergeven” (15 januari)

‘N Vader wat ons genooi het om by sy familie aan te sluit

Ons gebed en ’n luisterende vader

Ons gebed en een luisterende Vader

Toekomstverwachting nog steeds onder vuur

++

Aansluitend

  1. Omgaan met zorgen in ons leven
  2. Vaderschap complex en uniek verschijnsel 1/2
  3. Fundamenten van het Geloof 2: De levende en waarachtige God
  4. Fundamenten van geloof 3: De Persoonlijkheid van God
  5. Twijfelende aan de werkelijkheid, echtheid en de effectiviteit van Gods liefde
  6. Geloof in God nodig om te slagen
  7. Kwetsbaarheid en vertrouwen samen gaand
  8. Het niemand of niets in de duisternis
  9. Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God
  10. Vertrouwelijke geschriften
  11. Geloof in dingen van God
  12. Wie zijn verlangen opvolgen
  13. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #5 Gebed #1 Luisteren naar de Souvereine Maker
  14. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #7 Gebed #5 Luisterend Oor
  15. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #8 Gebed #6 Communicatie en manifestatie
  16. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #9 Gebed #7 Reden voor gebed
  17. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #10 Gebed #8 Voorwaarde
  18. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #12 Gebed #10 Gesprek met een Vriend
  19. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #15 Expositie voor de Schepper
  20. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #16 Voordelen van het bidden
  21. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #17 Soorten van gebed
  22. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #18 Volbrenging
  23. Erkenning van Jehovah’s soevereiniteit
  24. Daden verricht in vertrouwen
  25. Alleenvoelend bang om met anderen te verbinden om te groeien in geloof
  26. Begrijpend zingen: Psalm 25
  27. Begrijpend zingen: Psalm 55: Werp uw bekommernis op Jehovah God
  28. Begrijpend zingen: Psalm 56: Vertrouwen op God
  29. Voor hen die God vrezen en bij Hem beschutting zoeken
  30. Als je je geloof en vertrouwen behoudt in God
  31. Steeds vertrouwen op Hem Die alles in zijn handen heeft
  32. Zelfs wanneer de wereld tegen jou is hebt geen vrees
  33. Op Gods beloften vertrouwen
Geplaatst in Bedenking, Christen zijn, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Notre prière un Père à l’écoute

Nous sommes tous les enfants d’un père mondain, mais nous pouvons aussi, comme Jésus, avoir un œil sur le Père céleste qui est prêt à venir vers quiconque veut venir à lui.

Lorsque nous regardons Jésus et ses disciples, nous pouvons voir quelle différence le fait de s’approcher ou non de Dieu peut faire. Dans les dernières heures de sa vie, Jésus a demandé à ses disciples de prier avec lui son Père céleste, le Dieu d’Israël.

Priez constamment (1 Thess. 5:17).

Jésus a beaucoup prié au cours de son dernier jour sur la terre. Quand il a montré à ses disciples comment ils devraient commémorer sa mort, il a prié au sujet du pain et du vin (1 Cor. 11:23-25). Avant de quitter l’endroit où ils avaient célébré la Pâque, il a prié avec ses disciples (Jean 17:1-26). Un peu plus tard ce soir-​là, quand ils étaient dans le jardin de Gethsémani, il a prié plusieurs fois (Mat. 26:36-39, 42, 44). Et les tout derniers mots qu’il a prononcés avant de mourir étaient une prière (Luc 23:46).

Ainsi, Jésus a fait en sorte que Jéhovah soit présent à chaque étape de cette journée décisive. Une des raisons pour lesquelles Jésus a pu endurer son épreuve est qu’il a recherché l’aide de son Père en le priant.

Les apôtres, eux, n’ont pas persévéré dans la prière. C’est pourquoi ils ont manqué de courage face à l’épreuve (Mat. 26:40, 41, 43, 45, 56).

Nous ne pourrons rester fidèles dans les difficultés que si nous suivons l’exemple de Jésus en ‘priant sans cesse’. w19.04 8-9 § 4-5.

+

Précédent

Un Père qui nous a invités à rejoindre sa famille

Geplaatst in Articles en Français, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jesus Christ Jeshua Messiah | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Our prayer and a listening Father

We are all children of a worldly father, but we can also, like Jesus, have an eye for the heavenly Father who is ready to come to anyone who wants to come to Him.

When we look at Jesus and his disciples, we can see what a difference approaching God or not can make. In the last hours of his life, Jesus asked his disciples to pray with him to his heavenly Father, the God of Israel.

Pray constantly.​—1 Thess. 5:17.

Jesus prayed often throughout the last day of his life on earth. When he instituted the commemoration of his death, he prayed over the bread and the wine. (1 Cor. 11:23-25) Before leaving the place where they had held the Passover, he prayed with the disciples. (John 17:1-26) When he and the disciples arrived at the Mount of Olives that night, he prayed repeatedly. (Matt. 26:36-39, 42, 44) And the very last words Jesus spoke before dying were uttered in prayer. (Luke 23:46)

Through prayer, Jesus included Jehovah in every major event on that momentous day. One reason why Jesus could endure his trial was that he turned to his Father in prayer.
The apostles, on the other hand, failed to persevere in prayer that night. As a result, their courage weakened when the hour of test arrived. (Matt. 26:40, 41, 43, 45, 56) When we face trials, we will remain faithful only if we follow Jesus’ example and “pray continually.” w19.04 9 ¶4-5

+

Preceding

A Father Who has invited us to join His family

Geplaatst in Jehovah Yahweh God - English articles, Jesus Christ Jeshua Messiah | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen