Overdenking: “Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij …” (Op. 22:12)

Jezus heeft zich eens hardop afgevraagd

“… als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?”

Op dat moment was hij bezig zijn discipelen ervan te doordringen dat zij elke dag opnieuw tot God moeten bidden om hun verlossing uit een wereld, die geen of maar half rekening houdt met God of gebod.

Met andere woorden om Gods ingrijpen ten gunste van Zijn vernederde en verdrukte kinderen.

“Zal God … Zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen en laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hen spoedig recht zal verschaffen” (Luc. 18:7)

Het is eigenlijk heel opmerkelijk wat Jezus zei. Hij trok rond door het Judees-Galilese land, predikend dat

“Het Koninkrijk van God is nabij gekomen”.

Hij nodigde iedereen uit daar binnen te gaan, door hem te volgen. In antwoord op de vraag van zijn discipelen, wanneer dit Koninkrijk openbaar zal worden, antwoordde hij met zoveel woorden, dat het niet zo belangrijk is uit te zoeken op welk moment dat zal zijn, maar wel dat iemand, die verlangt daar binnen te gaan, moet weten wat van hem wordt verwacht. En wel te beginnen met te geloven dat hij die recht heeft op de troon in Jeruzalem gekomen was en in hun midden stond, zoals Johannes de Doper zei en de wonderen van Jezus lieten zien:

“Want zie het Koninkrijk van God is bij u” (Luc. 17:21),

of zoals Johannes zei:

“Midden onder u staat Hij … Wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken” (Joh. 1:26/27).

En de discipelen beleden dat hij de Christus, de Gezalfde, de Zoon van de levende God is (Matth. 16:16). Zij verwachtten dat Jezus elk ogenblik zou zeggen

“Kom we gaan naar Jeruzalem want nu is het moment gekomen om het Koningschap in Israël te herstellen en de troon op te eisen”.

Maar dat zei hij niet. En evenmin dat het nu niet lang meer zou duren voordat dit zou gebeuren, en dat zij dus nog even geduld moesten hebben.
Integendeel hij bereidde hen voor op een tijd dat hij niet meer bij hen zou zijn. De woorden

“Doch als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde”

impliceren dat er een tijd zou zijn, dat hij niet meer op aarde is en er een moment komt dat hij hier zal terugkeren. Omdat hij dit in verband bracht met zijn onderwijs over het gebed om Gods ingrijpen in het lot van Zijn volk, liet hij dit samen vallen met zijn eigen komst als de Koning. Hoewel we niet weten of er altijd een duidelijke tijdsvolgorde in het Evangelie naar Lucas is, is het mogelijk dat de eerste 8 verzen van hoofdstuk 18 in direct verband staan met de laatste woorden van hoofdstuk 17, over de dag van de Zoon des mensen. Want hier zei Jezus:

“Er zullen dagen komen, dat u zult begeren één van de dagen van de Zoon des mensen te zien en u die niet zult zien”.

Waarom niet? In de gelijkenis van de ponden die Jezus later uitsprak, naar aanleiding van de verwachting onder zijn discipelen dat het Koninkrijk nu wel spoedig zou worden opgericht (vooral door de opwekking van Lazarus en de genezing van de blinde Bartimeüs in Jericho), vestigde Jezus de aandacht op zichzelf als een man van hoge geboorte, die naar een ver land trekt. Maar pas in de bovenzaal, vlak voor zijn kruisdood zei hij onomwonden tegen zijn discipelen:

“Ik ga tot de Vader” (Joh. 14:12b)

en

“U hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb: Ik ga heen en kom tot u. Indien jullie mij liefhadden, zouden jullie je verblijd hebben, omdat ik tot de Vader ga, want de Vader is meer dan Ik. En nu heb Ik het jullie gezegd, eer het geschiedt, opdat jullie geloven mogen, wanneer het geschiedt” (Joh. 14:28-29).

Onderweg naar Getsemané – de tuin in het Kidrondal bij Jeruzalem, waar hij waarschijnlijk vaker heen ging om in de stilte te kunnen bidden, zijn discipelen te leren en het tumult in de stad te ontvluchten – kwam Jezus hier op terug:

“Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; Ik verlaat de wereld weder en ga tot de Vader” (Joh. 16:28).

Eén van de belangrijkste onderwerpen van het gebed van een discipel van Jezus, is de bede

“Kom Here Jezus”

als gelovig en verlangend antwoord op zijn woorden

“Zie Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij” (Op. 22:12).

Maar deze woorden zijn niet alleen troostend en bemoedigend. Er ligt ook een ernstige vermaning in door wat volgt:

“om een ieder te vergelden naar dat zijn werk is”.

Dit brengt de komst van onze leermeester veel dichterbij. Indien niet in de tijd gezien, dan toch wel omdat de gevolgen van zijn komst voor onze toekomst, voortvloeiend uit ons leven nu. Daarom gaf hij in zijn laatste rede, toen hij op de Olijfberg sprak over de dag des Heren en zijn komst in heerlijkheid, het ernstige vermaan:

“Ziet toe blijft waakzaam” (Marc. 13:33).

En dat was niet alleen bestemd voor zijn discipelen van dat moment:

“wat Ik ù zeg, zeg Ik àllen: Waakt!” (vers 37).

Hij stelt de tijd tot zijn komst voor als een dag. Je weet dat de heer die dag terugkomt, maar je weet niet hoe laat: bij het ochtendgloren, ’s morgens, ’s middags, ’s avonds of diep in de nacht. Naarmate het later wordt, weet je dat het moment steeds dichterbij komt. Op die manier kan ook ons leven als een dag worden gezien, die wij goed moeten gebruiken om het eeuwige leven te grijpen, zoals God zegt:

“Nú is het de dag van het heil” (2 Kor. 6:2b).

Wanneer wij het zo zien, is de komst van Jezus iets dat deel uitmaakt van ons leven. Evenzo kunnen wij Jezus’ gebruik van het woord ‘spoedig’ verstaan:

“Zie Ik kom spoedig” (Openb. 22:7),

“Ik zeg u dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen”,

terwijl hij tezelfdertijd dingen zei, die erop wezen dat het nog lang zou duren voordat hij zou komen.
Spoedig is geen exacte aanduiding, maar een betrekkelijk begrip; de spreker weet misschien wat het in tijd gezien betekent, maar de hoorder niet. Het wekt wel een gespannen verwachting. Een gelovige discipel van Jezus moet dan ook bidden in die gespannen verwachting, met het geloof dat God de wil en de kracht heeft het gebed van Zijn kinderen te verhoren. Dus niet in een soort van gelatenheid van

‘nou dan zien we wel wanneer het gebeurt’,

of teleurgesteld, misschien zelfs wat mokkend

‘ik heb nu al zo vaak gebeden en ik wordt maar steeds niet verhoord’,

of ongelovig:

‘het heeft nu al zolang geduurd en er is al eeuwenlang om gebeden, gebeurt het eigenlijk nog wel’.

Wie tot God komt, moet dat doen in de vaste overtuiging en stellige verwachting

‘nú zal God het gebed van Zijn kinderen verhoren’,

elke dag opnieuw. En verder leeft een gelovige discipel van Jezus vanuit de gedachte dat Jezus op ditzelfde moment kan terugkomen, in het besef dat hij dan voor hem verantwoording zal moeten afleggen. Er is genoeg reden aan te nemen dat de komst van Jezus nu in de tijd dichtbij is gekomen. De tekenen die in de Schriften zijn gegeven, wijzen daarop. Want ondanks dat de wereld zich uit eigen belang inspant vrede tot stand te brengen in het Midden Oosten, weten wij uit de Bijbel dat Jeruzalem de steen is waaraan alle volken zich uiteindelijk zullen verwonden. De kwestie Jeruzalem is immers niet op te lossen, wanneer twee volken deze stad beschouwen als hun hoofdstad en drie wereldgodsdiensten als hun heiligste plaats. Het ingrijpen van de wereld om uit eigenbelang (olie en gas) de problemen in het Midden-Oosten met militair geweld te regelen en ‘deze roerige stad’, zoals zij al in het Oude Testament werd genoemd, aan te vallen, zal leiden tot de komst van Jezus om zijn volk te verlossen. Dan is er voor ons geen gelegenheid meer ernst te maken met onze ontmoeting met Jezus, zoals de vijf dwaze maagden in de gelijkenis geen olie meer konden kopen, voordat de deur van de bruiloftszaal werd gesloten. De vermaning van Jezus is, altijd gereed te zijn hem te ontmoeten, zodat wij, wanneer wij de roep horen

“de bruidegom, zie, gaat uit Hem tegemoet!” (Matth. 25:6),

niet tot onze schrik en schaamte bemerken dat er alle reden is om aan te nemen dat wij niet zullen worden toegelaten tot het feest van de vereniging van Jezus met zijn volgelingen, omdat onze lamp niet brandt, en wij niet herkend zullen worden als bruiloftsgangers omdat wij geen nieuw en schoon kleed dragen; maar bij het klinken van die roep vol vertrouwen mogen zijn op zijn genade bij het oordeel, onze verlossing uit de beproeving van dit leven en de vreugde van eeuwig leven met Jezus in het vooruitzicht. De ernstige vermaning waakzaam te zijn, stemt tot nadenken en brengt ons tot het besef dat wij handelend moeten optreden.

Wij kunnen ons hoofd niet in het zand steken, als struisvogels, en zeggen:

‘daar wil ik nu nog even niet aan denken, daar ben ik nog niet aan toe’.

Immers dat Jezus komt staat vast als een huis. Wij kunnen niet tegen elkaar zeggen:

‘waarschuw me even als het zover is’.

Een ieder is zelf verantwoordelijk voor de toestand waarin Jezus ons zal aantreffen bij zijn komst en mede-verantwoordelijk voor die van andere gelovigen. Om de zwakheid van ons vlees is er daarom altijd reden bij onszelf na te gaan, of wij wel beantwoorden aan de wil van God en Zijn zoon. De Bijbel is vol van voorbeelden, gelijkenissen, uitleggingen en vermaningen die daarbij onze leidraad zijn. Hieruit kunnen wij dagelijks putten en daarover kunnen wij peinzen. Het is onze eigen verantwoordelijkheid onszelf hiermee ernstig op de proef te stellen, of wijwel, zoals Paulus schreef, in het geloof zijn. Onszelf te onderzoeken om er zeker van te zijn of Christus Jezus wel in ons is; of hij gezien onze levenswandel wel in ons kàn en wil wonen. En indien het antwoord tot onze schaamte ‘nee’ is, of ‘dat weet ik niet’, dan doen wij er goed aan in berouw tot hem te gaan en hem te bidden om zijn genadige vergiffenis en zijn leiding in een heilige, hem welgevallige levenswandel (2 Kor. 13:5). In het vertrouwen dat wij door een leven van liefdevolle en bereidwillige gehoorzaamheid aan de wil van God, deel hebben aan het heil dat Hij bewerkt heeft in Zijn zoon en dat voor anderen verborgen is in hem, wachtend op zijn komst uit de hemel.

Geloof is geen dode theorie, een kennen van heilsfeiten. Geloof dient deel uit te maken van ons gehele leven. Het is een overtuiging en een vertrouwen. Het vervult ons leven omdat het betekenis en waardevoor ons heeft, zodat wij onszelf en anderen aansporen het niet te verliezen. Ook al wordt ons geduld op de proef gesteld omdat het wachten ons soms lang valt. Jezus houdt zijn discipelen wakker met de woorden

“Waakt dan”.

J.K.D

+

Voorgaande:

Hoe leest u? Om het koninkrijk van God binnen te gaan

Redding, vertrouwen en actie in Jezus #1 Bedekking Lijden

Redding, vertrouwen en actie in Jezus #3 Zoals Jezus

Overdenking: De ware Christus: een mens als wij en toch volmaakt

Ik ben de ware wijnstok

Opgaan naar Jeruzalem: Jezus’ laatste reis #2

Begrijpend Zingen: Psalm 8: Wat is de mens…?

De Ekklesia #7 De vrijwillige toetreding

De nacht is ver gevorderd 4 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 3 Hoe pakken we het aan?

De nacht is ver gevorderd 19 Studie 4 Wat te doen

++

Aanvullende teksten

  1. Geloofsnoodzaak
  2. Verschil in woordbetekenis doorheen de tijd 2 Liefhebben en Geloven
  3. Geloof en vertrouwen in Jeshua opening naar Gods Rijk
  4. Geloof in God nodig om Hem te kunnen naderen
  5. Geloof in zoon van God opening naar eindeloos leven
  6. Geloof in Jeshua als de Messias
  7. Geloofsleven en dienst in het geloof
  8. Het juiste perron vinden
  9. Zoon van de levende God
  10. Christus, de Moshiach of Gezalfde van God = lang beloofde Messias of Verlosser
  11. Christen worden iets anders dan lid worden van een kerk.
  12. Bouwend op de leermeester van God
  13. Jezus volgen en zijn woorden in ons laten doordringen
  14. Jezus’ laatste reis Opgaan naar Jeruzalem
  15. Jezus priesterlijke koning door God aangesteld
  16. Jeshua door Jehovah aangesteld als Christus Koning
  17. Paul’s Gebedsverzoeken Doorzetten
  18. Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen. #4 Volgelingen van Jezus
  19. Samen deel uitmakend van het Lichaam van Christus
  20. Uitstappen aan het hek
  21. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  22. Fundamenten van het Geloof 4: Engelen. Gods volmaakte dienaren
  23. Wonderen van de Schepping: De raaf
  24. Voorbereiden op het Koninkrijk
  25. Weest gezond van verstand en weest waakzaam met het oog op gebeden
  26. Weest waakzaam met het oog op gebeden
  27. Blijf waakzaam nu einde nabij komt
  28. De Dag is nabij #8 Overzicht
  29. Tekenen te herkennen in Tijden der Laatste dagen
  30. Tekenen van de laatste dagen wanneer moeilijke tijden zullen komen

Over Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
Dit bericht werd geplaatst in Bedenking, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.