De toorn van God

Wanneer we tegenwoordig spreken over de toorn van God zullen velen, zelfs in kerkelijke kringen, verbaasd zijn, of onrustig worden. Maar niemand kan ontkennen dat de toorn van God een belangrijk onderwerp in de Bijbel is. Het zou daarom redelijk zijn te aanvaarden dat er zoiets is als deze toorn van God, en te proberen te begrijpen wat hiermee wordt bedoelt. Want over het algemeen wordt verwaarloosd, en zelfs ontkend wat de Bijbel over dit onderwerp leert. In sommige kringen wordt weliswaar nog steeds de nadruk gelegd op Gods toorn, maar dat gebeurt veelal zo eenzijdig dat de liefde van God daardoor op de achtergrond dreigt te raken. Maar anderzijds is door de geringschatting en ontkenning van de toorn van God, de nadruk volledig gaan liggen op Gods liefde voor de wereld. En dat is even eenzijdig. Laten we eens kijken wat Paulus in zijn brief aan de Romeinen hierover schrijft.

Paulus leidt het eerste deel van zijn uiteenzetting van het evangelie in zijn brief in met twee openbaringen, die met elkaar contrasteren:

Rom. 1:17: “Want gerechtigheid Gods wordt daarin (in het evangelie) geopenbaard”.

Rom. 1:18: “Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen”.

Volgens deze voorstelling, die hij vervolgens uitwerkt, is God op tweeërlei wijze werkzaam in de wereld:

1.Door middel van de verkondiging van het evangelie roept Hij mensen op in Hem en Zijn heilsplan te geloven, zodat zij op grond daarvan nu en op de dag van het oordeels, vrijgesproken kunnen worden van hun zonden.

2.Mensen die schuldig zijn aan afgoderij en grove schending van de door Hem ingestelde orde in de natuurwereld, ervaren de uitwerking van Zijn toorn.
De aard hiervan wordt tot drie maal toe aangegeven in het gebruik van het woord over geven in Romeinen 1:24-28:

“Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid”

“Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten”

“En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt”

In zijn brief aan de Efeze merkt Paulus, in een beschrijving van de ontaarding in de heidenwereld, op:

“want door zulke dingen komt de toorn van God over de kinderen der ongehoorzaamheid” (Efez. 5:6, Col. 3:5 en 6).

Maar ook uit de mond van de Here Jezus zelf zijn er voorbeelden te vinden: In Johannes 3:36 over allen aan wie het evangelie is bekendgemaakt:

“Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem”.

En in Lucas 21:22 en 24 over Israël:

“want dit zijn de dagen van vergelding …. Want er zal grote nood zijn over het land en toorn over dit volk”.

Naast dergelijke passages, waarin de toorn van God wordt beschouwd als een straffend gericht dat nu al in de wereld werkzaam is, zijn er andere die waarschuwen voor de openbaring van de toorn van God op de grote dag van het oordeel. Bij de voortzetting van zijn uitleg zegt Paulus in Romeinen 2: 5 en 8:

“Maar in uw weerbarstigheid en onboetvaardigheid van hart hoopt u zich toorn op tegen de dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardige oordeel van God … hun, die zichzelf zoeken,aan de waarheid ongehoorzaam zijn, wacht toorn en gramschap”.

En op positieve wijze in 5:9

“veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn”.

In de brief aan de Thessalonicenzen wijst Paulus op

“Jezus, die ons verlost van de komende toorn” (1:10).

In het licht van dergelijke en andere passages kunnen we vaststellen dat de toorn van God een straffende werking is, die nu al merkbaar is in een zondige wereld, maar die vooral op de komende dag des Heren openbaar zal worden.

De mens die de boodschap van de apostelen aangaande Christus’ komst, kruisdood, opstanding en verhoging verwerpt, verbeurt daarmee de mogelijkheid eeuwig leven te ontvangen. Een Jood die naar Paulus’ scherpe beschuldigingen tegen de heidenwereld in hoofdstuk 1 had geluisterd, zou daar zonder meer mee instemmen. Als lid van Gods verbondsvolk, nageslacht van Abraham, besneden op de achtste dag en in het bezit van kennis van de wet van Mozes, meende hij dat hij zelf niet het onderwerp van dergelijke beschuldigingen zou kunnen zijn. Hij leefde immers niet in de duisternis van een van God vervreemde wereld, maar kon zich koesteren in het licht van de wet en de profeten. Paulus doet echter een scherpe aanval op zo’n zelfverzekerde Jood. Hij gaat daarbij uit van het Schriftprincipe, dat het in de relatie met God en de verwachting van eeuwig heil, niet slechts aankomt op kennis van de wet, maar juist op gehoorzaamheid daaraan. Want zegt hij in 2:13:

“niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders van de wet zullen gerechtvaardigd worden”.

Deze gehoorzaamheid heeft echter twee kanten. De wet van Mozes regelde niet alleen de uitwendige omgang in de samenleving, maar ook de innerlijke gesteldheid van de individuele mens. Pas dan verwijst Paulus naar de noodzaak gehoorzaam te zijn aan de verboden, gericht op uitwendige daden:

“U zult niet echtbreken; u zult niet doodslaan” (Ex. 20:14en 15).

Later in zijn betoog komt hij op een gebod dat direct te maken heeft met de inwendige mens:

“U zult niet begeren” (Ex. 20:17),

en uitgaande van zijn persoonlijke ervaring en ernstige strijd, legt hij uit hoe alle mensen het onderspit delven en daarom de eeuwige dood verdienen:

“Want allen hebben gezondigd en derven (lopen mis) de heerlijkheid van God” (3:23).

Daarmee doelend op het plan van God mensen te scheppen naar Zijn beeld en als Zijn gelijkenis. Zo beschuldigt hij dus Jood en Griek dat allen onder de zonde zijn, dat niemand rechtvaardig is en de gehele wereld strafwaardig is voor God (Rom 3:9,10 en 19). Dan wordt de evangelieboodschap des te dringender. Want alleen op grond van geloof in dat evangelie, kunnen wij ontkomen aan de toorn van God. Zoals Paulus schrijft aan de Galaten:

“De Schrift heeft alles besloten onder de zonde, opdat ten gevolge van het geloof in Jezus Christus de belofte het deel zou worden van hen die geloven” (3:22).

J.K.D.

Over Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
Dit bericht werd geplaatst in Bijbel of Heilige Schrift, Christen zijn, Christenheid, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Kerkopbouw en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.