Begrippen satan en duivel in de Bijbel

In de vorige artikelen hebben wij naar het ontstaan van de mens gekeken en de verleiding die hij onderging, uitgebeeld door een slang rond de Boom van Kennis van Goed en Kwaad.

Addendum: de begrippen satan en duivel in de Bijbel

Het bijbelse begrip ‘satan’

File:Hugo Simberg - Tienhaarassa (1896).jpg

Bekoring of verleiding – At the Crossroads – Hugo Simberg – Valtion taidemuseo

Toch kunnen we dit hoofdstuk niet afsluiten zonder enige aandacht te besteden aan de bijbelse begrippen ‘satan’ en ‘duivel’. Het woord satanas is een Hebreeuws woord dat ‘tegenstander’ betekent. In het OT komt het zes maal voor als werkwoord (een tegenstander zijn) en 27 maal als zelfstandig naamwoord. Vaak wordt het vertaald als ‘tegenstander’ of ‘aanklager’, waarbij het in die gevallen duidelijk om menselijke tegenstanders gaat. In één geval duidt het echter een engel aan die zich presenteert als een tegenstander ‘ten goede’ tegen Bileam die een ongoddelijke missie heeft aanvaard (Num. 22:22). In 17 gevallen hebben de vertalers verkozen het onvertaald te laten en het te beschouwen als een eigennaam van ‘de grote tegenstander’. Dit betreft echter slechts drie situaties. Het woord komt 14 maal voor in de eerste twee hoofdstukken van het boek Job. We hebben al geconstateerd dat het verhaal daar een sterk gedramatiseerd karakter bezit. De uitdrukking ‘satan’ slaat daarbij kennelijk op de tegenstand die Job ondervindt, oa. van de mensen in zijn omgeving (“Is het om niet, dat Job God vreest?”) en van zijn ‘vrienden’ (“Gij zegt: Mijn leer is zuiver, en ik ben rein in uw ogen. Maar och, of God zelf eens sprak en zijn lippen tegen u opende.”). Na de eerste twee hoofdstukken, als het zo sterk gedramatiseerde verhaal plaats maakt voor een meer gebruikelijke vorm van vertelling, horen we niet meer van deze ‘satan’. Wat we wel lezen is dat zijn broers en zusters en al zijn vroegere bekenden hem na afloop “beklaagden en troostten over al het onheil dat de Here over hem gebracht had” (Job 42:11). Vervolgens komt het woord nog tweemaal voor in Zach. 3, waar sprake is van een visioen, waarin de hogepriester kennelijk staat  voor het volk als geheel, en de ‘satan’ de rol speelt van aanklager, ten dele zoals belichaamd in de volken rondom (de passage slaat terug op de situatie zoals beschreven in Ezra 4). De overige keer staat het woord (in 1 Kron 21:1) voor een ‘tegenstander’ van David, die blijkens de parallelpassage in 2 Sam. 24:1 in feite God zelf is.

In het NT komt het woord 34 maal voor; het is daarbij één van die Hebreeuwse woorden die in het Griekse NT onvertaald zijn gelaten. Het woord heeft in het NT een aantal betekenissen. In de eerste plaats duidt het de neiging tot zonde in de mens aan, ons slechtere ‘Ik’, zoals het woord ‘geweten’ onze aandrang tot het goede, ons betere ‘Ik’ aanduidt. Maar terwijl de meeste mensen er geen bezwaar tegen hebben hun geweten als iets essentieels van henzelf te beschouwen, geven zij er de voorkeur aan hun neiging tot zonde te zien als iets ‘van buiten’. Dat is echter niet het beeld dat de Bijbel ons geeft. Ook bij Jezus’ verzoeking in de woestijn duidt het kennelijk op zijn menselijke natuur, die Hem wil overhalen om de gemakkelijke weg te nemen. Vanuit deze neiging tot zonde kan het dan ook de wijdere tegenstand van mensen tegen God aanduiden. Dit is vooral het geval bij het gebruik van het woord in het boek Openbaring. Soms duidt het, als afgeleide daarvan, vervolgers aan, of anderen die het de gelovigen moeilijk maken en daarmee hun geloof op de proef stellen. In één geval duidt Jezus er Petrus mee aan, wanneer die hem tracht af te brengen van zijn missie en zo een tegenstander (en een verleiding tot zonde) voor Hem is.

 

Het bijbelse begrip ‘duivel’

Het woord ‘duivel’ ontmoeten wij uitsluitend in het NT (Gr.: diabolos). De grondbetekenis is ‘kwaadspreker’ of ‘lasteraar’. In die zin komen we het tegen van de zusters waar Paulus over spreekt in zijn eerste brief aan Timotheus (1 Tim. 3:11). Het woord komt voor in de verzoeking van Jezus in de woestijn in Matt. 4, en heeft daar kennelijk de betekenis die wij boven hebben aangegeven als eerste betekenis voor satan in het NT. Ook op de meeste andere plaatsen komt het overeen met één van de boven aangeduide betekenissen van het woord satan in het NT. Het staat echter ook voor de zonde in het algemeen, wanneer gezegd wordt dat Jezus door zijn kruisdood de “duivel heeft onttroond” (Hebr. 2:14, het Hebreeuws betekent letterlijk: ‘krachteloos gemaakt’). De schrijver aan de Hebreeën wil daarmee zeggen dat zonde en dood niet langer onbetwist in de wereld heersen. In de symbolische taal van het boek Openbaring zal deze duivel in ‘de poel van vuur’ geworpen worden, evenals ‘de dood en het dodenrijk’, om zo voor eeuwig vernietigd te worden (Op. 20:10,14). Het gebruik van dit woord duivel (‘lasteraar’) gaat mogelijk terug op de passage in Numeri die zegt:

“Maar wie iets met voorbedachten rade doet, hetzij geboren Israëliet, hetzij vreemdeling, die zal een lasteraar van de Here zijn, die zal uit zijn volk worden uitgeroeid, want hij heeft het woord des Heren veracht en zijn gebod geschonden” (Num. 15:30).

Tenslotte slaat het gebruik in Judas 9 kennelijk terug op het gebruik van het woord satan in Zach. 3.

*

1)  Korte Verklaring der Heilige Schrift (Deel 1)

2)  Dr. A de Bondt, De Satan.

+

Voorgaande

De Voltooiing van de schepping 1 Beproeving – Op weg naar volmaaktheid

De Voltooiing van de schepping 2 Goden van licht en duisternis

De Voltooiing van de schepping 3 Noodzakelijke beproeving

De Voltooiing van de schepping 4 Buitenbijbelse leer

Vervolg: Dienende geesten

++

Aanvullende lectuur

  1. Elohim’s keuze in de wereld
  2. vrijëwil
  3. Satan het kwaad in ons
  4. Hoe de Satan vandaag rond toert
  5. Duivel, Satan, Lucifer, Demon, Goed en Kwaad en God
  6. God meester van goed en kwaad
  7. Gevallen Engelen
  8. Gevallen engelen en hun verblijf
  9. Hellevuur
  10. Hemel en Hel
  11. Meeslepen of laten verleiden
  12. Waarom is er zo veel kwaad in de wereld?
  13. Wrevel vermoordt de dwaas, gramschap doodt de zot
  14. Media geen werk van Satan, een duivelse engel
  15. Wat Jezus Deed: Wanneer waarheid niet het doel is & Belangrijkste dingen eerst
  16. Dominee Bekker verdreef Duitse duivels

+++

Aanverwant

Geplaatst in Bijbelonderzoek, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 4 reacties

De Voltooiing van de schepping 4 Buitenbijbelse leer

Zo werd ook het eerste mensenpaar beproefd, opdat de mate van hun geloof en gehoorzaamheid ook onder beproeving zou blijken. De suggestie voor de overtreding kwam van buiten, maar het was de mens zelf die faalde. Die suggestie kwam voorts, volgens het bijbelverhaal zelf, van een medeschepsel dat wordt omschreven als “het listigste van alle dieren des velds”. Een buitengewoon intelligent schepsel, maar nog geen bovennatuurlijke macht. In feite ontbreekt iedere aanduiding dat hier een strijd op hoger niveau, tussen licht en duisternis, gaande zou zijn. Terwijl dat, als dat zo was, toch van fundamentele betekenis voor het begrip van deze situatie zou zijn geweest.

File:Snake with Tree PC160220.jpg

De slang rond de boom van Kennis van Goed en Kwaad

Dat is ook het probleem met de hele satans­leer: hij steunt niet op een duidelijke bijbelse leer. Theologen voeren veeleer aan dat we te maken hebben met een mondelinge overlevering, waarvan we alleen de weerslag vinden in enkele verzen hier en daar verspreid over de Bijbel. Deze verzen moeten het verhaal dan illustreren maar ze zijn niet toereikend om het verhaal zelf uit te reconstrueren. Een commentaar op de gebeurtenis in Genesis 3 zegt enerzijds over de beschrijving van de slang:

‘Daarmee wordt duidelijk gezegd dat de slang tot de “dieren” behoorde; en elke poging zoals er in de loop der tijden zovele zijn gedaan, om deze slang niet als een dier te beschouwen, moet hierop onherroepelijk afstuiten.’1)

Om even verderop toch weer aan te voeren:

‘Worden wij niet gedrongen tot het ver­moeden (cursivering van mij, RR) dat achter dit dier zich een boze, geestelijke macht verbergt, die door dit dier werkt en zich daarvan bedient om haar godde­loze oogmerken na te jagen?’

Maar tot zo’n uitleg kom je alleen als je daar om andere redenen al van overtuigd bent. Het zit, zoals de schrijver zelf constateert, niet echt in de tekst. Een andere theoloog constateert over de gehele satans­leer:

‘Reeds in het Paradijs heeft God Zichzelf geopenbaard. Ongetwijfeld heeft Hij ook aan Adam een openbaring gegeven aan­gaande de satan. Over deze openbaring kunnen wij verder niets zeggen, omdat de Schrift ons daarover niet inlicht.’ 2)

Op zichzelf is het uiteraard waarschijn­lijk dat mensen in vroege tijden beschikt heb­ben over een eigen mondelinge (profetische) openbaring. Het geheel van Gods handelen met de mensen, zoals weergege­ven in de Bijbel, maakt dat waarschijnlijk. Maar het is onwaarschijnlijk dat een zo fundamenteel punt niet daarna ook op schrift zou zijn gesteld en dat we het moeten hebben van enkele terloopse toespelin­gen verspreid over de Schrift. Dezelfde schrijver constateert met betrekking tot het scheppingsverhaal:

‘Onder alle volken is b.v. een scheppings- en een Paradijstraditie. Deze tradities wijzen op een gemeenschappelijke bron. Die bron is de openbaring, die God aan de mens gaf. Maar de men­selijke kennis, die aan die bron te dan­ken was, werd niet zuiver doorgegeven. Ze verbasterde op ontstellende wijze. Toen God later de heilige mannen zijn openbaring schriftelijk liet vastleggen, was een nieuwe openbaring nodig.’

Toch gaat hij ervan uit dat we door de traditie wel voldoende zijn ingelicht over de satan, en dat die leer niet ‘op ontstellende wijze is verbasterd’. En deze houding is karakteristiek voor die van vele theologen ten aanzien van dit punt. Er wordt in elk geval mee toegegeven dat de satansleer niet steunt op de Bijbel, maar op een buitenbijbelse traditie. Wel meent men de weerslag van deze traditie terug te vinden in bepaalde passa­ges, maar de leer is daar niet op gegrondvest.

We moeten dus tot de slotsom komen dat de leer van een zelfstandige macht van het kwaad tegenover God weliswaar redelijkerwijs in strijd is met de almacht van God, maar dat deze leer niet bijbels is. Hij is afgeleid van het Perzisch dualisme en wordt in de Bijbel nadrukkelijk verworpen. De bijbelse ‘beproever’ staat in dienst van God en werkt mee om de gelovigen op te voeden tot geestelijke volmaaktheid en vertrouwen in God. Voor het uiteenzetten van de populaire christelijke satansleer zijn theologen genoodzaakt zich te beroepen op een veronderstelde buitenbijbelse traditie. De conclusie kan daarom zijn dat het geloof ook op dit punt redelijk en logisch is, maar alleen als men terugkeert tot de bijbelse leer en afziet van ingeslopen opvattingen van andere (hier Perzische) oorsprong.

  • Rudolf Rijkeboer

*

1)  Korte Verklaring der Heilige Schrift (Deel 1)

2)  Dr. A de Bondt, De Satan.

 +

Voorgaande

Verlossing #2 De Bijbelse oplossing

Vervolg

Addendum: de begrippen satan en duivel in de Bijbel > 1. Het bijbelse begrip ‘satan’ 2. Het bijbelse begrip ‘duivel’

++

Aanvullende lezing

  1. Op zoek naar antwoorden op de vraag Is er een God # 1 Veel goden
  2. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #15 Expositie voor de Schepper
  3. Satan of duivel
Geplaatst in Bedenking, Bijbelonderzoek, Geschiedenis, Godsdienst, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

De Voltooiing van de schepping 3 Noodzakelijke beproeving

Beproeving is noodzakelijk

De Bijbel heeft dan ook een ander verhaal te vertellen over goed en kwaad. Het kwaad in de wereld is niet geïntroduceerd door een grote tegenstander, maar door de mens zelf. De apostel Paulus zegt:

“Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben” (Rom. 5:12).

Geen spoor hier van een grote verleider; de mens is zelf verantwoordelijk. Eerder heeft hij (met citaten uit de psalmen) de mens­heid in het algemeen gekarakteriseerd met de volgende woorden:

“Niemand is rechtvaardig, ook niet één, er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt; allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut ge­worden; er is niemand die doet wat goed is, zelfs niet één” (Rom. 3:10-11).

De oorsprong van het kwaad ligt bij de mens zelf en hij kan zich niet beroepen, of zijn verantwoordelijkheid afwentelen, op een bovennatuurlijke verleider. Jacobus schrijft:

“Zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde” (Jak. 1:14-15).

Daar en nergens anders ligt de oorsprong van het kwaad.

 

Maar waarom laat God dan toe (want dat doet Hij kennelijk) dat de mens in om­standigheden komt die hem verleiden? Het bijbelse antwoord daarop is dat de mens beproefd wordt. God had de mens zo kun­nen scheppen dat deze niet tot zonde in staat zou zijn geweest. Maar God heeft verkozen dat Hij gediend wil worden uit vrije wil. Maar die vrije wil moet zich ook tonen in tegenspoed. Van Job wordt door anderen gezegd:

“Is het om niet, dat Job God vreest? Hebt Gij [God] zelf niet hem en zijn huis en al wat hij bezit aan alle kanten be­schut?… Strek daarentegen uw hand uit en tast alles aan wat hij bezit – of hij U dan niet openlijk zal vaarwel zeg­gen!” (Job 1:9-11).

Youth mens 8+ tampa

Youth mens 8+ tampa (Photo credit: Wikipedia)

Pas in tegenspoed blijkt de echtheid van Jobs geloof. We gaan op dit moment bewust nog niet in op de rol van de ‘satan’ in dit hoofdstuk, an­ders dan door er op te wijzen dat deze ook in deze sterk dramatisch gepresenteerde voorstelling voorgesteld wordt als iemand die niets kan doen buiten datgene wat God hem toestaat. En dat is: Job beproeven, zodat zijn geloof wordt gelouterd en hij tot dieper inzicht komt. Job wordt er, per saldo, beter van (en dat niet in louter materiële zin). Zo spreekt ook Mozes tot het volk, aan het eind van de woestijnreis:

“Gedenk dan heel de weg, waarop de Here, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn heeft geleid, om u te veroot­moedigen en u op de proef te stellen ten einde te weten, wat er in uw hart was: of gij al dan niet zijn geboden zoudt onderhouden” (Deut. 8:2).

Zo moest ook Jezus zelf veertig dagen in de woestijn beproefd worden om Hem voor te bereiden op de beproevingen tijdens zijn komende taak. Beproeving is kennelijk een noodzakelijk onderdeel van de opvoeding van een mens in zijn weg tot God. En een ‘satan’ die beproeving brengt, wel verre van Gods werk te dwarsbomen, is kennelijk bezig een mens nader tot God te brengen en hem op te bouwen in geloof. In dat licht moeten we dan kennelijk ook Paulus’ advies verstaan met betrekking tot een zondaar in de gemeente van Korinte:

“(dan) leveren wij in de naam van de Here Jezus die man aan de satan over tot verderf van zijn vlees, opdat zijn geest behouden worde in de dag des Heren” (1 Kor. 5:5).

Een gelijke uitdrukking vinden we in 1 Timotheüs 1:20.

“19 toegerust met geloof en een zuiver geweten, moet voeren. Doordat sommigen hun geweten hebben verloochend, heeft hun geloof schipbreuk geleden. 20 Onder hen bevinden zich Hymeneüs en Alexander,

die ik aan Satan heb overgeleverd om hun te leren dat ze God niet moeten lasteren.” (1 Timotheüs 1:19-20 NBV)

+

Voorgaande

De Voltooiing van de schepping 1 Beproeving – Op weg naar volmaaktheid

De Voltooiing van de schepping 2 Goden van licht en duisternis

In de hand #3 Vertrouwen in de Juiste

Een goddelijk Plan #3 Vervolmaking volgens blauwdruk

Verlossing #5 Het volmaakte offer

Vervolg: De Voltooiing van de schepping 4 Buitenbijbelse leer

++

Aanvullende lectuur

  1. Wie brengt het Kwaad over ons
  2. Mens en leed
  3. Omgaan met zorgen in ons leven
  4. Doemdenkers en ons lijden
  5. Wordt verlicht met betrekking tot de betekenis van de tijd waarin we nu leven
  6. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen
  7. Lam van God #3 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #2

+++

Geplaatst in Christen zijn, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , | 4 reacties

De Voltooiing van de schepping 2 Goden van licht en duisternis

Er is een wereld geschapen die door de rebellie van de eerste mensen beschadigd is geworden. In die wereld verkoos de mens zelf voor zich in te staan en beslissingen te nemen, wat noodzakelijk maakte dat die mens regelmatig dan ook zelf keuzes moet maken. Hierbij zijn er velen die wat graag die eigen keuzes afwimpelen op anderen en dan ook graag de anderen schuld geven wanneer er iets mis gaat. Er zijn verantwoordelijkheden die wij als onderdeel van de schepping moeten nemen. Tot nu toe zijn wij zo onvolmaakt, vol met gebreken, waar nog steeds aan gewerkt moet worden. Hiervoor krijgen wij een leerschool aangeboden. Wij kunnen niet ontsnappen aan de verantwoordelijkheid die elk van ons moet nemen.

Om de schuld van zich af te wimpelen heeft de mens zich een figuur genomen waarop zij de schuld kunnen steken en hun handen witwassen. Zij vergeten hierbij dat zij hierbij zelf zulk een figuur worden en met zulk een valse leerstelling zelf tegenstander of een satan worden.

Goden van licht en duisternis

Cyrus II de Grote

Eerste heerser uit de dynastie van de Achaemeniden en stichter van het Perzische Rijk: Cyrus II de Grote ook wel Kores of Cores genoemd. (Jesaja 44:28 en 45:1)

Wie nog wat langer nadenkt zal zien dat de in vorig hoofdstuk geschilderde situatie gaat in de richting van een tweegodendom met een god van het goed en een god van het kwaad. Je hebt dan een aannemelijke grond voor het kwaad hoewel (de ene) God goed is, maar de soevereiniteit van die ene God heb je daar wel voor opgeofferd, al wordt dat in de praktijk niet als zodanig toegegeven. Zulk tweegodendom kenmerkte de leer van de Perzen met hun goden Ormoezd en Ahriman. Nu is het opvallend dat de Bijbel deze leer nadrukkelijk verwerpt. Niet zodra komen in de profetische boeken de Perzen ten tonele (dat is ruim een eeuw vóór hun werkelijk historisch optreden) of er wordt tegen deze leer gewaarschuwd. De Pers Cyrus (Cyrus II de Grote – in de Bijbel Kores genoemd) was degene die het volk Israël vrijliet uit hun ballingschap en het naar huis terug liet keren. Hij wordt in Jesaja geschilderd in termen die aan de komende Messias doen denken. Des te groter was echter het gevaar dat de Joden de Perzische tweegodenleer zouden overnemen. En dus lezen we in diezelfde sectie van Jesaja:

“Ik ben de Here, en er is geen ander, die het licht formeer en de duisternis schep, die het heil bewerk en het onheil schep; Ik, de Here, doe dit alles” (Jes. 45:6-7).

Duidelijker zou de boodschap niet kun­nen zijn: er zijn geen twee machten, maar slechts één. Zowel licht als duisternis, zowel heil als onheil komen van Hem. De passage schreeuwt het als het ware uit:

Ja, Ik ga Kores gebruiken als mijn uitvoerder (vs 1-2), maar bezondig u toch niet aan zijn godsdienstige leer.

Satan Is Real

Satan Is Real (Photo credit: Wikipedia)

Nochtans vinden wij ook in het Christendom gelovigen die én die tweegodenheersers aanschouwen en daarnaast ook nog een drievoudige godheid aanbidden waarbij dan wel op valt dat deze drie goden niet evenwaardig zijn en daar de god zoon de mindere van de drie is. Die Christenen of Drie-eenheidsbelijders, aanbidden daarbij een god de zoon die minder weet en minder kan dan die God de Vader en de andere godheid God de Heilige Geest. Die tweede godheid is zelfs sterfelijk, tenzij hij maar gedaan heeft alsof hij ‘stierf aan het kruis’ (zoals zij beweren). Die tweede godheid is ook een godheid die dan weer door die godheid van het kwaad kan lastig gevallen worden. Terwijl de eerste godheid niet kan verleid worden, is er voor die trinitarische Christenen Jezus die dan wel verleid kan worden door de ‘Satan‘.

Ware Christenen en Bijbelgetrouwen weten natuurlijk dat satan de tegenstand is tegen eender wie (mensen zowel als God) en het gevolg is van het innerlijk denken dat goed of kwaad teweeg kan brengen. Indien men in gaat op de verleiding zal men over gaan tot kwaad.

Jezus kon verleid worden en zou hebben kunnen over gaan tot kwaad, maar deed dat niet. De Almachtige God echter kan niet verleid worden en kan ook niet zondigen. Wij echter als feilbare mensen kunnen wel zondigen en zijn sinds de zondeval onderworpen aan die zonde of het indruisen tegen Gods geboden.

Velen die in de drie-enige godheid geloven houden zich meestal ook nog bezig met heidense rituelen en heidense feesten, zoals de seizoensfeesten (Pasen en Kerstmis) en zijn daar zo door ingenomen om niet onder te doen voor buren, dat zij verblind door de wereld meestal het licht van de Bijbelse boodschap en Bijbelse Waarheid niet kunnen zien.

+

Voorgaande

De Voltooiing van de schepping 1 Beproeving – Op weg naar volmaaktheid

Kroniekschrijvers en profeten #3 Poëtische boeken

Addendum 2: Vlees geworden woord

++

Verdere lectuur

  1. Jood of Christen zijn
  2. Christenen
  3. Christen genoemd
  4. Christendom
  5. Satan of duivel
  6. Sterfelijkheid
  7. Trots blokkade tot geloof
  8. Waarom laat God het kwade toe
  9. Wat te vinden in de Bijbel
  10. De gezondene
  11. De onschuldige
  12. Niet goddelijkheid van Christus toch
  13. God of een god
  14. Zoon van God
  15. Christus Jezus: de Zoon van God
  16. Christus koning
  17. Met wie kan je hem vergelijken
  18. Christus toebehorenden
  19. Bestaat er een God die Zich om ons bekommert?
  20. Bekommerende God
  21. Voor hen die beweren dat Jezus God is
  22. Een Drievoudige God of simpelweg een éénvoudige God
  23. Heidense invloeden op het trinitarisme
  24. Hoe kijken trinitariërs op tegen het gelijk christus worden
  25. Calvijn worstelde ook met de drie-eenheidsleer
  26. Eigenheden aan God toegeschreven
  27. Eigenheden aan Jezus toegeschreven
  28. God is geen mens
  29. Jezus van Nazareth #5 Zijn Unieke persoonlijkheid
  30. Geloof in Jezus Christus
  31. Wie is Jezus volgens Prof. Buzzard
  32. Wie zijt Gij, Here?
  33. Doctrine van de Drievuldigheid
  34. Geloof in slechts één God
  35. Geloof voor God aanvaardbaar
  36. God, Jezus Christus en de Heilige Geest
  37. De zoeker naar God en wereldse schatten
  38. Is er een verbinding tussen God en mens?
  39. Goeden, slechten en het zichtbare en onzichtbare
  40. Woorden gesproken door de Eeuwige tot de mensheid
  41. Zuivere woorden vol Adem van de Allerhoogste
  42. Heeft Bijbel voor de mens van vandaag nog betekenis
  43. Bijbel Woord van God tot lering en opvoeding
  44. De Bijbel 7: Boeken voor de juiste houding en keuze
  45. De Bijbel 9: Geheel nuttig
  46. De Plannenontwerper laat kaarthouders of klanten vrij kiezen
  47. Opgetekend in je hoofd wat is neergetekend
  48. Op zoek naar antwoorden op de vraag Is er een God # 2 Pantheon van goden en feesten
  49. Een 1ste antwoord op de 4e vraag Wie God is 1 Een scheppend Wezen om aanbeden te worden
  50. Een 1ste antwoord op de 4e vraag Wie God is 2 Een Enkelvoudig Geestelijk Opper Wezen

+++

Verdere aanverwante lectuur

  1. Besef je eigen verantwoordelijkheid!
  2. Wat is moraliteit?
  3. Ben ik een goed persoon?
  4. Naïef
  5. Hey Evangelical Christians, or On Antichrist(s)

+++

Save

Save

Geplaatst in Christendom, Drie-eenheid, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

De Voltooiing van de schepping 1 Beproeving – Op weg naar volmaaktheid

De Voltooiing van de schepping

     Op weg naar volmaaktheid

In Gods plan is het leven een leerschool. God is bezig de mens naar de volmaaktheid te leiden. Want de mens is nog niet ‘af’; hij heeft nog verdere vervolmaking nodig. De mens moet door beproeving opgroeien tot een bruikbare dienaar. Hij moet leren zijn vrije wil in dienst te stellen van God. Het leven dat hij nu heeft, heeft hij op proef. Pas als hij zijn proeftijd heeft doorstaan wordt hem de volledige volmaaktheid geschonken en ontvangt hij eeuwig leven.

Beproeving

De mens is niet geschapen als een volmaakt wezen. Hij heeft de mogelijkheden in zich, maar moet deze door beproeving ontwikkelen. De leer dat beproeving afkomstig is van een ‘grote verleider’ is niet bijbels en miskent zowel Gods almacht als zijn werken met ons.

COLLECTIE TROPENMUSEUM Voorstellingen uit de R...

een wereld vol hinderpalen – Collectie ropenmuseum – Voorstellingen uit de Ramayana-cyclus. De brug die India en Ceylon verbindt met Rama Laksmana Hanuman en andere figuren. TMnr 1243-20 (Photo credit: Wikipedia)

Het bestaan van kwaad in de wereld is een van de grote vraagstukken waar elke gods­dienst op zijn eigen wijze een ant­woord op tracht te geven. Als God goed is, waarom is dan niet alles goed? Populair Christendom probeert dit te beantwoorden door te spre­ken van ‘de grote tegenstander’, die er op uit is alles af te breken wat God opbouwt, alles teniet te doen wat God doet, alles te dwarsbomen wat God tracht te bereiken. Deze tegenstander heet dan Satan of Duivel. Er is een complete leer over hoe hij eens in de hemel was en daar naar overname van de macht streefde, hoe hij uit de he­mel neergeworpen is, en hoe hij sindsdien in alles tracht God tegen te streven, daarbij gesteund door bovenna­tuurlijke krachten als ware hij God zelf. De mens wordt daarbij voorgesteld als een speelbal in dit krachtenveld: zijn eeuwig heil wordt over zijn rug uitgevochten door twee hoge­re machten waarop hij nauwelijks of geen vat heeft.

Wie een ogenblik nadenkt zal beseffen dat hier van iets merkwaardigs sprake is. De christen beweert dat God almachtig is. Toch gelooft hij in een macht van het kwaad die ergens in een hoekje van de Schepping voor zichzelf begonnen is zonder dat God daar kennelijk vat op heeft. Die macht en God zijn gewikkeld in een strijd om menselijke zielen waarbij kennelijk regels gelden waar beiden zich aan te houden hebben, zonder dat overigens duidelijk is wie die regels dan heeft opgesteld. Dit kan natuurlijk niet: óf de tegenstander heeft inderdaad macht en rechten waar God aan gebonden is, óf God is almachtig en de tegenstander heeft hooguit alleen die ruimte die hem gegund wordt (maar waar hij geen recht op kan doen gelden). Iedere combinatie daarvan is absurd.

+

Vind meer hier over in het vervolg: Goden van licht en duisternis

Voorgaande

Materialisme, “would be” leven en aspiraties #5

De Falende mens #2 Vrije keuze

Een goddelijk Plan #3 Vervolmaking volgens blauwdruk

In de hand #3 Vertrouwen in de Juiste

Verlossing #2 De Bijbelse oplossing

Verlossing #5 Het volmaakte offer

++

Aanvullende lezing

  1. Waarom is er zo veel kwaad in de wereld?
  2. Tot bewust zijn komen voor huidig leven
  3. Omgaan met zorgen in ons leven
  4. Bereid zijn toegang te krijgen tot vreugde in het aangezicht van tegenspoed
  5. Wees niet bang van die proeven die God op u wenst af te sturen
  6. Beproevingen en geloof
  7. Wordt verlicht met betrekking tot de betekenis van de tijd waarin we nu leven
  8. We horen vrolijk te zijn in het midden van onze beproevingen
  9. Zet het gehele pantser op van God
  10. Neem afstand van het kwade
  11. Kan men kwaad afwenden door te bidden
  12. Zij die distels zaait zal stekels plukken
  13. Woede en vertrouwen
  14. God en het kwaad
  15. Satan het kwaad in ons
  16. Laat u niet overwinnen door het kwade
  17. Heb het goede voor met alle mensen
  18. Overwin het kwade door het goede

+++

Verdere lezing

  1. Wat is moraliteit?
  2. Wat is jou probleem?
  3. Besef je eigen verantwoordelijkheid
  4. Vrouwen creëren hun eigen religie wel
  5. De ‘Voltooid leven wet’: niemand vraagt om te worden geboren

+++

Save

Geplaatst in Christendom, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

Addendum 2: Vlees geworden woord

Gewoonlijk wordt voor de zgn. preëxistentie (het voorbestaan) van Christus, dwz. de leer dat Hij reeds bestond vóór Hij werd geboren uit Maria, het begin van het evangelie van Johannes geciteerd:

“In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. (2) Dit was in den beginne bij God. (3) Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. (4) In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen; (5) en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen… (14) Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders, vol van genade en waarheid” (Joh. 1:1-5, 14).

Men heeft daarbij vs. 14 zo opgevat dat ‘Woord’ een naam of titel is van de Here Jezus (vandaar de hoofdletter), en dat vervolgens ingevuld in de passage vsn. 1-5. Dat zou dan bewijzen :

  • Dat Jezus bestond vanaf ‘den beginne’
  • Dat Hij vanaf ‘den beginne’ bij God was
  • Dat Hij vanaf ‘den beginne’ zelf God was
  • Dat in feite Hij de Schepper van alles is (vs. 3)

Men ziet soms hiervoor een bevestiging in vs. 5 (“de duisternis heeft het niet gegrepen”) dat zo wordt gelezen dat de zonde er niet in geslaagd is het Woord te ‘grijpen’, zoals het volk en zijn oversten niet in staat waren Jezus gedurende zijn leven op aarde te vernietigen. Maar dat alles is een onbegrijpelijk platvloerse manier om Johannes’ woorden te lezen. In hoofdstuk 2 zegt Jezus:

“Breekt deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen.”

De Joden vatten dat letterlijk op en antwoorden verbijsterd:

“Zesenveertig jaren is over deze tempel gebouwd en Gij zult hem binnen drie dagen doen herrijzen?”.

Maar Johannes vertelt ons dat Jezus het bedoelde

“van de tempel zijns lichaams.”

In hoofdstuk 3 vertelt Jezus aan Nicodemus dat hij wedergeboren moet worden en ook Nicodemus vat zijn woorden letterlijk op en begrijpt Hem dus evenmin (“Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden?”). Maar Jezus bedoelt het duidelijk in symbolische zin van de ‘wedergeboorte’ (zie hoofdstuk 13). In hoofdstuk 4 zegt Jezus tegen de Samaritaanse vrouw dat ieder die drinkt van het water dat Hij te geven heeft ‘geen dorst meer zal krijgen in eeuwigheid’. Opnieuw: de vrouw vat dat letterlijk op en vindt het een aantrekkelijk aanbod:

“Here, geef mij dit water, opdat ik geen dorst heb en niet hierheen behoef te gaan om te putten.”

Opnieuw bedoelt de Here het symbolisch van het ‘water’ van de Geest. In hoofdstuk 6 zegt Jezus:

“Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven.”

Alweer vat zijn gehoor het letterlijk op en neemt aanstoot aan zijn woorden, want de consumptie van bloed was onder de Wet ten strengste verboden en mensenvlees was niet kosher. Maar Jezus bedoelde dat wij deel moeten nemen aan Hem (zie het vorige hoofdstuk), wat wij uitdrukken door deel te nemen aan ‘brood en wijn’ (zie hoofdstuk 16, ‘Brood en wijn’). En zo zouden we kunnen doorgaan. Maar tot in onze dagen zijn er mensen die zo weinig gevoel hebben voor het verheven taalgebruik in Johannes dat zij menen dat het gebed van een priester brood en wijn kunnen veranderen in het ‘echte vlees’ en het ‘echte bloed’ van Christus. Mensen hebben het taalgebruik in het evangelie van Johannes altijd al misverstaan. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat ook de inleiding van Johannes’ evangelie niet wordt verstaan.

 

Johannes begint zijn evangelie door de verlossing te beschrijven als een parallel van de materiële schepping. Vandaar zijn gebruik van dezelfde uitdrukking ‘in den beginne’ waarmee ook in het OT het boek der ‘oorsprong’ (Genesis) begint. Maar in het begin van deze nieuwe schepping was er alleen maar het woord der belofte (zie het vorige hoofdstuk). In Johannes’ verheven taalgebruik beschrijft hij dat Woord echter als iets zelfstandigs, als een dienaar die Gods wil uitvoert. Het woord was ahw. als een engel Gods, Gods afgezant; en dus was het even machtig als God Zelf (zie hoofdstuk 9, ‘Dienende geesten’). In Johannes’ voorstelling is alles, de gehele Schepping, begonnen met dat woord Gods. Zoals de psalmist zegt (Ps.33:6):

“Door het woord des Heren zijn de hemelen gemaakt,

door de adem van zijn mond al hun heer.”

Ongetwijfeld denkt hij daarbij aan het herhaalde

“en God zeide …”

van Gen. 1. Maar, zoals gezegd, in datzelfde woord lagen ook de verlossing en het leven reeds opgesloten, ‘als een licht dat schijnt in de duisternis’, een licht van hoop en verlossing. Maar de duisternis (dwz. de zondige mensheid) heeft dat licht niet begrepen, of zich niet daaraan vastgeklampt (dat is een meer waarschijnlijke betekenis van het Griekse werkwoord, dat hier is gebruikt; zie bijv. de Statenvertaling, de Leidse Vertaling en de Petrus Canisius Vertaling). Maar in onze tijd, zegt Johannes, is dat woord van belofte ‘vlees geworden’, dwz. het is niet langer een woord dat geloofd moet worden, maar nu een vervulde belofte, en in zijn taalgebruik: een mens van vlees en bloed, die we hebben kunnen aanschouwen en horen. Wie ook maar een greintje gevoel heeft voor Johannes’ verheven taalgebruik moet inzien wat hij hier bedoelt. Maar de behoefte om althans nog enige ondersteuning te vinden voor een leerstelling die verder geen steun vindt in de Bijbel, heeft vrijwel alle theologen ertoe verleid om bovengenoemde platvloerse lezing van Johannes’ woorden te verkiezen boven de kennelijk door hem bedoelde majestueuze voorstelling. Alleen zo kon in Constantijns dagen de Christus voldoende worden vergoddelijkt, en de Hervormers hebben dat niet meer willen of durven rechtzetten.

 

– Rudolf Rijkeboer

+

Voorgaande:

Het begin van Jezus #2 Aller Begin

Het begin van Jezus #3 Voorgaande Tijden

Het begin van Jezus #4 Aangekondigde te komen Verlosser

Het begin van Jezus #5 Aankondigingsteksten uit de Schrift

Het begin van Jezus #6 Beloften van innerlijke zegeningen

Het begin van Jezus #7 Een Nieuwe Adam, zoon van Abraham

Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God

Het begin van Jezus #9 Een kwestie van Toekomst

Het begin van Jezus #11 Goddelijk verwezenlijkt en niet geïncarneerd

Het begin van Jezus #12 Gezalfd na Johannes de Doper

Addendum 1: de leer van de “antichrist”

++

Aanvullende lectuur

  1. Op zoek naar antwoorden op de vraag Is er een God # 2 Pantheon van goden en feesten
  2. Voorbestaan van Christus (Voorbestaan van Christus 2)
  3. Een man die de geschiedenis van het mensdom veranderde
  4. De Dag is nabij #5 Terugkijken naar verleden
  5. De Wederkomst en de Eindtijd #5 De Verlosser uit de hemel
  6. Horen bij Christus en één worden met Christus
  7. Overwinnen in wedergeboorte
  8. Na 2020 jaar

+++

Save

Geplaatst in Drie-eenheid, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua | Tags: , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Addendum 1: de leer van de “antichrist”

Het blijkt echter dat het pad van de juiste leer smal is en dat historisch gezien mensen daarvan naar twee kanten zijn afgeweken. Enerzijds zijn er de mensen die zijn godde­lijke natuur volledig ontkennen. Zij zien in Hem uitsluitend de mens. Maar dan is er geen afdoende verklaring voor het feit dat Hij slaagde, waar alle anderen falen. Ander­zijds zijn er de mensen die Hem volledig vergoddelijken. Maar die opvatting is zo mogelijk nog fataler, omdat de zonde dan nooit werkelijk zou zijn overwonnen. De eerste dwaling is gemakkelijk te doorzien, maar de tweede is verleidelijker en daarom altijd meer prominent geweest.

 

Reeds in de tijd van de apostelen ont­stond er een dwaling die leerde dat Jezus en de Christus niet dezelfde waren. Volgens die opvatting nam de (goddelijke) Christus bezit van de mens Jezus op het moment van zijn doop en stelde hem daarmee in staat om weerstand te bieden aan alle ver­leidingen. Maar omdat een god niet kan sterven verliet hij hem weer bij zijn kruisi­ging, zodat wat stierf alleen de mens Jezus was en niet de goddelijke Christus. De apostel Johannes verweert zich in zijn eerste brief fel tegen deze opvatting. En het is duidelijk waarom hij daar zo’n belang aan hecht. Als de mens Jezus alleen over de zonde heeft kunnen triomfe­ren doordat een deel van de godheid zelf bezit van hem heeft genomen, dan is de overwinning niet door een mens be­haald. En als degene die weerstand heeft geboden aan de zonde (nl. de goddelijke Christus) niet zelf is gestor­ven, is er slechts een feil­baar mens gestor­ven, zoals er zovele zijn gestorven, en is er dus geen offer ge­bracht voor de zonde. Dat zet de hele idee van de Bijbelse verlossing op losse schroe­ven. In verband met de ruimte moeten wij volstaan met enkele citaten. Zo zegt hij:

“Iedere geest, die belijdt, dat Jezus Chris­tus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere geest die Jezus niet be­lijdt [nl. als de Christus], is niet uit God” (1 Joh. 4:2-3a).

Johannes duidt deze ‘geest’, dwz. deze leer en zijn aanhangers, aan als de “anti­christ” (vs. 3b):

“En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld.”

Eerder heeft hij gezegd:

“Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is? Dit is de anti­christ, die de Vader en de Zoon loo­chent” (1 Joh. 2:22).

Want wie de door de Vader aangewezen Verlosser loochent, loochent de verlossing zelf en daarmee de Vader die deze verlos­sing heeft aangeboden.

Andrei Rublev's Trinity, representing the Fath...

Andrei Rublev’s Drievuldigheid welke de Vader, de zoon en heilige Geest voorstelt op een gelijkaardige wijze (Foto credit: Wikipedia)

Deze leer die scheiding maakt tussen Jezus en de Christus is intussen voldoende weer­legd. Maar daarvoor in de plaats is een leer gekomen die Jezus zelf tot God maakt, één met de Vader en God vanaf alle eeu­wig­heid. Maar deze leer gaat mank aan hetzelf­de euvel: er is geen verschil tussen de ‘wil’, de natuurlijke neiging, van de Verlosser en die van God; Hij is immers God zelf. En dus is er geen overwinning behaald. Wanneer zelfs de aandrang om van God af te wijken Hem vreemd is, is er geen strijd gestreden en geen overwinning behaald. Maar de Bijbel zegt (Rom. 5:15):

“Want indien door de overtreding van die ene [nl. Adam] zeer velen gestorven zijn, veel meer is de genade Gods en de gave, bestaande in de genade van de ene mens, Jezus Christus, voor zeer velen overvloedig geworden.”

En

“Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens” (1 Kor. 15:21).

En

“Want er is één God en ook één midde­laar tussen God en de mensen, de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen” (1 Tim. 2:5).

Die mens is

“in alle dingen op gelijke wijze als wij verzocht geweest” (Hebr. 4:14).

En hoe wij verzocht worden vertelt ons Jacobus (Jac. 1:14-15):

“Zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte. Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde.”

Bij Hem is de begeerte niet ‘bevrucht’, maar zij is er wel geweest.

“Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk ge­roep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoor­zaamheid geleerd” (Hebr. 5:7-8).

Hij heeft moeten leren te zeggen:

“Niet mijn wil, maar de uwe geschiede.”

Wie Jezus zodanig wil vergoddelijken dat Hij zelfs geen neiging tot zonde heeft kunnen voelen, lijkt Hem te eren, maar ontneemt Hem in feite zijn overwinning. Het goddelij­ke verlossingsplan in Oude en Nieuwe Testament vormt echter een samenhangend en begrijpelijk geheel, zolang we ons maar aan de Bijbel houden.

Waarom?

Dan blijft nog de vraag hoe deze leer in de wereld gekomen kan zijn. Het antwoord is onthutsend. De leer is langzamerhand ontstaan in de loop van de derde eeuw onder invloed van de Griekse filosofie. Dat leidde tot een conflict in de kerk dat in het begin van de vierde eeuw tot uitbarsting kwam. Er ontstond een felle strijd tussen twee partijen die overigens geen van beide met erg bijbelse ideeën in het strijdperk traden. Dat conflict werd tenslotte beslecht door de keizer! Constantijn de Grote, die vóór alles rust in zijn Rijk wilde, probeerde eerst de zaak te bagatelliseren. Toen dat niet lukte riep hij het concilie van Nicea bijeen en gebood de minderheid zich bij de meerderheid neer te leggen. Nadat hij zich ook nog had bemoeid met de formulering van de slotconclusie van het concilie beschouwde hij de zaak tenslotte als afgedaan. En zo zit de christenheid bijna 17 eeuwen later nog met een leerstuk dat is geformuleerd en doorgedrukt door een zich christelijk noemende keizer die op dat moment nog niet eens formeel tot het ‘Christendom’ was toegetreden. Wie werkelijk terug wil naar de oorspronkelijke leer van de Bijbel, zal dieper moeten graven dan dat.

+

Voorgaande

De Verlosser 1 Senior en junior

De Verlosser 2 Zijn goddelijke kant

De Verlosser 3 Zijn menselijke kant

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #6 Constantijn de Grote

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #7 Afstandelijken, donatisten en arianisten

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #8 Concilie van Constantinopel

Vervolg: Addendum 2: het vleesgeworden woord

++

Aansluitende lectuur

  1. Een koning die zijn onderdanen wetten oplegt waarvan hij weet dat zij zich er nooit aan kunnen houden
  2. Jezus van Nazareth #2 De zoon van Maria
  3. Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God
  4. Lam van God #3 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #2
  5. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #18 Volbrenging
  6. Politiek en macht eerste prioriteit # 3 Verhoging van Maria en de Heilige Geest
  7. Heeft Bijbel voor de mens van vandaag nog betekenis
  8. Wie is Jezus volgens Prof. Buzzard
  9. Voor hen die beweren dat Jezus God is
  10. Een Drievoudige God of simpelweg een éénvoudige God
  11. Doctrine van de Drievuldigheid
  12. Christenen

+++

Gerelateerde lectuur

  1. Die Kerk(11) – Die Kerk en die Drie-eenheid
  2. Die Kerk (12) – Die Kerk in die Brief aan die Filippense
  3. Holy Trinity
  4. The Triune God came in the Person of Christ
  5. Mystical Prayer and Biblical Christianity 1: Language and God
  6. Trinity, logically described
  7. Eastern-Rite Veneration: “Channels of Divine Grace”

+++

Geplaatst in Christen zijn, Drie-eenheid, Geschiedenis, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Deity manifested in Messiah

Geplaatst in Jehovah Yahweh God - English articles, Jesus Christ Jeshua Messiah, Re-blogs & Thoughts of others, Trinity | Tags: , , | 1 reactie

Omniscient God opposite a not knowing Jesus

Those people who say Jesus is God and say they are monotheists should wonder why they do not call the Hindu’s monotheists their different godheads having total equality as the main god, though by trinitarian Christians their second godhead not at all having the same qualities as the main God.

A monotheist should been an adherent of monotheism which is defined as the belief in the existence of only one god that created the world, is all-powerful and interferes in the world.

If Jesus was God, then he would know everything and would have nothing to learn. But after Jesus was born he had to learn everything.

Therefore the Lord himself shall give you a sign; Behold, a virgin shall conceive, and bear a son, and shall call his name Immanuel.

Butter and honey shall he eat, that he may know to refuse the evil, and choose the good.

For before the child shall know to refuse the evil, and choose the good, the land shall be forsaken of both her kings. (Isaiah 7:14-16)

God is an eternal God so is never born, but Jesus was born and received a title which indicate that it would be a messenger of God, having “God with us”. But he had to learn the difference between ‘good‘ and ‘evil‘ and had to learn to say ‘no’ to certain things or wants. If he is God he should not have to learn such things because God knows good and evil and never would do something bad or evil.

God being omniscient, which means he know everything is in contradiction with this passage teaching us that this special son, when he would be God, would have to go through a learning process like every other normal natural human being.

Isn’t it telling us that he at one time did not know the difference between good and evil? Isn’t it teaching us that he would have to learn to refuse the evil and choose the good?

The answer to these questions is obviously yes! It doesn’t take someone with a doctorate degree to answer them. In fact, the only too obvious answer to all of these questions destroys The Trinitarian concept of this special son. Furthermore, this conclusion from this passage is verified by what is said about The Lord Jesus Christ in The New Testament. Consider the following passages:

And the child grew, and waxed strong in spirit, filled with wisdom: and the grace of God was upon him. Luke 2:40.

And Jesus increased in wisdom and stature, and in favour with God and man. Luke 2:52.

But of that day and hour knoweth no man, no, not the angels of heaven, but my Father only. Matt. 24:36.

But of that day and that hour knoweth no man, no, not the angels which are in heaven, neither the Son, but the Father. Mark 13:32.

For the Father loveth the Son, and sheweth him all things that himself doeth: and he will shew him greater works than these, that ye may marvel. John 5:20.

And he said unto them, It is not for you to know the times or the seasons, which the Father hath put in his own power. Acts 1:7

The revelation of Jesus Christ which God gave unto him, to shew unto his servants things which must shortly come to pass; and he sent and signified it by his angel unto his servant John. Rev. 1:1.

At this point, let us briefly look at the implications of the above listed passages. We will take them in the order in which we quoted them.

In Luke 2:40, we have the natural process of growth in any descendant of Adam clearly set out and applied to the Lord Jesus Christ.

If the Lord Jesus Christ is God, then how can he be said to increase in strength? Does this mean that he became a weak human child? How can God lose His strength and still be called God? In this weakened state couldn’t the God of the Universe have been wiped out?
Next, how could Jesus , if he was God, need to increase in spirit? Does this mean God decreased His normal quantity of spirit? If so, then how did He refill Himself with it once again?
Again, wouldn’t this have exposed the God of the universe to the potential of being destroyed?
Now notice that the grace of God was upon him. If he was God, then why was the grace of God upon him? Doesn’t this show that God is God and separate from Jesus?
How can any other meaning be obtained from this statement?
Furthermore, why was God in need of grace? Doesn’t it seem strange that He would be extending grace to Himself? In that case, shouldn’t the grace be found in and not upon Himself? Also, remember that grace is unmerited divine favour. Was God placing favour that He did not earn upon Himself?

Doesn’t this reveal how fundamentally wrong The Doctrine of The Trinity is?

Now let us proceed to the next passage which will further reveal how wrong this doctrine is. In Luke 2:52 we are told that

“Jesus … increased in wisdom … increased in stature … increased in favour with God and man.

Jesus with a royal purple robe mocked and beat...

Jesus with a royal purple robe mocked and beaten as the King of the Jews, John 19:2-3. (Photo credit: Wikipedia)

If Jesus is God, how can he increase in wisdom?
Did God empty Himself of wisdom and have to be refilled with it all over again? How could He regain this wisdom once He had let go of it? How is it possible for Him to remove His wisdom and still be considered God?
Is there such a thing as an unwise God? It would seem to me that to ask such a question is to answer it! Furthermore, it seems to me that He would be exposing Himself to any crafty individual by doing such an obviously absurd thing. It definitely seems that He was opened up to being outsmarted by almost anyone wiser than He at the time. Also, who was maintaining His universe when he was in such a weakened and unwise state?
Now notice that he had to increase in favour with God. Does this mean that He had to increase in favour with Himself? How can it be said that he increased in favour with God unless he wasn’t God? Obviously, God is viewed as God in this passage and Jesus as separate from and in need of God’s favour like every other human being.
In fact, these passages are emphasizing how identical to us Jesus was at that time! This fact is important when we come to look at the atonement and what was accomplished in Jesus’ death. We will leave that for a future discussion. Notice, also, that it says Jesus increased in favour with man as well as with God. If Jesus is God, and, therefore, the Creator of man, then, why is it important for him to increase in favour with man who is His creation? None of this makes any sense if The Doctrine of The Trinity is true. If Jesus was really a man and had just come into existence at that time, then all of these passages make perfect sense. If you feel all of this creates insurmountable problems for this doctrine, then wait and see what is coming next!

In Matt. 24:36 and Mark 13:32, we are informed that there is knowledge which no one, man, or angel, or he, Jesus, possesses but only The Father! If Jesus is God, coequal with the Father, then, how is it that he acknowledges that the Father possesses knowledge that he himself, just like other men, does not possess?

How can one part of The Trinity be said to know something that the other part does not know? Isn’t this nonsensical to say the least? Notice Jesus puts himself in the same category with the rest of Adam’s race with respect to this knowledge. How can he still be God if he knows no more than other men on this subject? Doesn’t this show that God is separate and distinct from the son and superior to and not co-equal with him? Obviously, it does!

We now arrive at John 5:20 where we are informed that the Father loves the son. Does this really mean that He is in love with Himself? Isn’t this conceit? We are also informed that the Father was educating His son:

“and sheweth him all things that himself doeth: and he will shew him greater works than these, that ye may marvel.”

If Jesus is God, then why is it necessary to shew himself all things that he himself is doing? If he is omniscient, then, why does he have to be shown all things?

Doesn’t the Doctrine of The Trinity make a farce out of this very beautiful passage of The Father loving and educating His son? Again, doesn’t this passage demonstrate that The Father is separate from and superior to the son and not co-equal with him? It seems to us that it does if considered objectively and logically. By the way, being logical is being appealed to for this is the way The Creator made us so that He can reason with us in a very objective and sensible manner. Notice what He says in Isaiah 1:18,

“Come now, and let us reason together, saith Yahweh ….”

Also, in Rom. 12:1,

“I beseech you therefore, brethren, by the mercies of God, that ye present your bodies a living sacrifice, holy, acceptable unto God, which is your reasonable [LOGIKOS, pertaining to the reason, rational, (English, logical) …” E.W. Bullinger, A Critical Lexicon and concordance to the English and Greek New Testament, page 625.] service.”

Thus, The Doctrine of The Trinity defies the very fundamental way The Creator has made us. It is a totally illogical and irrational doctrine. It is a doctrine that must be offered without explanation because it can not be logically explained. In addition, Faith involves our capacity to reason logically on the evidence that God has offered to us so that we can be persuaded that He exists and is a rewarder of them that diligently seek Him. (Hebrews 11:6) Paul also informs us that we are saved by grace through faith in Ephesians 2:8. Grace is the means and faith is the channel. Thus, logically being persuaded of God’s provisions is the channel through which God’s grace proceeds! We will now proceed to the next passage.

In Acts 1:7, we are again confronted with a declaration that there is knowledge that is solely in the control of The Father.

“And he said unto them, It is not for you to know times or seasons, which the Father hath set within His own authority.” (Acts 1:7 ASV)

Remember, this declaration is being made after Jesus his resurrection and matches exactly what he had said before. He is no longer checked by mortality. He is immortal and incorruptible. He has been glorified. In spite of these facts, he clearly declares that there are things which are only in the power of the Father! How can this possibly be if he is co-equal with the Father and is the second person of The Trinity?

We have now arrived at the final passage in this series which is Rev. 1:1. Here again we are hit with a paradox if the Doctrine of The Trinity is true! Why? Well, consider carefully the full implications of what Jesus is saying in this passage. He says,

“The revelation of Jesus Christ, which God gave unto him,…”

Here, we have Jesus Christ glorified and in heaven and quite a few years after he left the earth. Yet, inspite of these facts, he is still telling us that God had to give him this book called by us The Revelation. He himself did not know this information about God’s future plan, as expressed previously in the passages already looked at, until God gave it to him! How can this be possible if he is the second person of the Trinity? Doesn’t this, once again, show us that God is the only God separate and distinct and superior to His son who is not God? Logically, how can we come to any other conclusion? Isn’t it obvious by now that the Doctrine of The Trinity destroys the correct understanding of

“… the ONLY true God, AND Jesus Christ, WHOM THOU (God) hast sent.” John 17:3.

Notice, that, in this verse, John tells us that the correct knowledge concerning this only true God and Jesus Christ is life eternal! Therefore, if we want life eternal, then we have to have a correct understanding on this subject. May it be said at this point that The Doctrine of The Trinity can not be that correct understanding? We feel feel that if you put all emotion aside, then you will have to agree with The Scriptural point of view which has been presented to you so far in these pages.

+

Preceding articles

Souls and Religions with Nirvana and light

The true light in recorded words

Who Is Jesus? God, or unique Man?

The saviour Jesus his godly side

The saviour Jesus his human side

Jesus the “God-Man”: Really?

The habitual misreading of John 1 and the ‘Word being God’ #1

The habitual misreading of John 1 and the ‘Word being God’ #2

Deity manifested in Messiah

++

Additional reading

  1. Trinity
  2. Trinity – Behind a false doctrine
  3. The Trinity – the truth
  4. Trinity – History
  5. Tri-union gods and Pagan, Christian, Muslim and Jewish views on the Creator God
  6. Are there certain books essential to come to faith
  7. Words of God to stand and to be followed and to believe
  8. A collection of holy writings to show God and His Works
  9. One God the Father, a compendium of essays
  10. Lovers of God, seekers and lovers of truth
  11. 4th Question: Who or What is God
  12. A 1st reply to the 4th Question Who is God 1 A Creating Being to be worshipped
  13. Have no other gods besides Me
  14. Daring to speak in multicultural environment
  15. A solution for a damaged relationship 3 Insight and prophesies given
  16. Jesus begotten Son of God #13 Pre-existence excluding virginal birth of the Only One Transposed
  17. Jesus begotten Son of God #19 Compromising fact
  18. Authority given to him To give eternal life
  19. Through faith in Jesus Christ for all those who believe
  20. Saved through grace not through keeping rituals
  21. Faith, storms and actions to be taken
  22. The longer you wait
  23. Looking for something or for the Truth and what it might be and self-awareness
  24. Using the gifts differing according to the grace

+++

Further reading

  1. World Religions: People of the Book
  2. Word of god? No – Pulp Fiction
  3. Essential Theology: God is One
  4. A Origins of Monotheism
  5. The Argument Against Polytheism Part 1
  6. The Argument Against Polytheism – Part 2
  7. Daoism and Monotheism
  8. Polytheism after MonotheismPagan and Monotheistic Violence
    Theology of monotheism is disguised materialism – Sita Ram Goel
    How Monotheism Fostered Science
  9. Follow-Up to the Argument Against Polytheism
  10. Jesus Monotheism
  11. Seeker Of Truth
  12. A European muses on goddesses
  13. Are all gods one god?
  14. Omniscient, Omnipresent and Completely Sovereign
  15. He’s Everywhere
  16. Things God Can’t Do
  17. Jesus – Omnipresent, Omniscient
  18. God is Enough!
  19. February 8, 2017
  20. February 17, 2017
  21. Yitro & Psalms 29, 82, & 97: Greater Than Other Gods
  22. Religion’s Final Quarter, Tie Score: Monotheism 1, Zero-theism 0…
  23. The Gods Before Allah — Gangleri’s Grove
  24. Islamophobia: Causes, Effects & Solutions
  25. Surah 16:75 How Could Allah Be Compared To the Creation – Parable
  26. Quran 30:28 The Rejection Of Polytheism – Parable
  27. Christianity – Nature of God
    Mark 9:37 Jesus and God as One?
  28. The Trinity
  29. Trinity is not Three
  30. Henotheology!
  31. Good Without God, or Elite Background
  32. The Kalam Cosmological Argument Adapted to The Origin of a Living God
  33. Krishna reveals the Universe (4)
  34. The Science of God
  35. God, Omnipotent, Good and evi – Philosophical point of view, by Matthew Adeleye
  36. The Small Stuff
  37. Scripture for Monday, January 23 (1/23)
  38. Our Competition With God

+++

Save

Geplaatst in Being Christian, Bible Study & Research, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jesus Christ Jeshua Messiah, Trinity | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

The habitual misreading of John 1 and the ‘Word being God’ #2

John very well knew that the promised breaker of the curse of death or the one to bring salvation from death was Jeshua, the Kristos or Christ, Messiah, the prophet and master teacher he had seen and followed and believed in, like we should also believe in that son of God the sent one from God.

“but when the fulness of the time came, God sent forth his Son, born of a woman, born under the law,” (Galatians 4:4 ASV)

English: Prologue of the gospel of St. John fr...

Prologue of the gospel of St. John from the Clementine Vulgate, edited by P. Michael Hetzenauer, O.M.Cap. Biblia Sacra, vol. V, Regensburg: Verlag Friedrich Pustet, 1922, p. 197. Français : Prologue de l’évangile selon saint Jean, Vulgate clémentine éditée par le P. Michael Hetzenauer, O.M.Cap. Biblia Sacra, vol. V, éd. Friedrich Pustet, Ratisbonne, 1922, p. 197. (Photo credit: Wikipedia)

Look very carefully at the word of John 1:1–2 which speak about the beginning of times and Moses tells us about a Voice speaking in the void, which resulted in words spoken by the Most High Elohim, Jehovah the God of gods. The text Trinitarians always love to quote to proof Jesus would be God, says

“In the beginning was the Word, and the Word was with God”

The famous Greek word logos — “word, speech, a...

The famous Greek word logos — “word, speech, argument, ratio, etc.” Deutsch: Das berühmte griechische Wort logos — „Wort, Rede, Argument, Berechnung usw.“ (Photo credit: Wikipedia)

implicating that it was a word or logos (the word “the Logos.” Gr., ho loʹgos; Lat., Verʹbum; J17,18,22(Heb.), had·Da·varʹ), not a person which was with God, namely God His speaking. It was God His speaking not a person “Word” = not a figure but a result of having a breath going out of the mouth and producing sounds which forms words. Then there is written about the Logos or word: “and the Word was God” yes it was God Who spoke and produced the sounds, presenting a divine Word or godly word.

In the Christian Greek Scriptures “the Word” (Gr., ho Loʹgos) also appears as a title. (#Joh 1:1,14; Re 19:13) John continued, saying:

“This one was in the beginning with God.”

because the speaking of God presenting a Word and offering words which brought into creation, was from eternity by God, in Him and from Him. Without God speaking nothing came about. At the beginning all things came into existence through God, but now John understood by the fall of man the world had lost its essence of being. By Christ who came into existence some 2020 years ago the Word of God brought the news to the virgin who became with child because of the speaking of God.

First God had spoken in the Garden of Eden about a solution against the curse of death. Now that promise became fulfilled by the Word (the speaking) of God. By Adam and Eve, death entered into the world, all became death according to the Holy Scriptures but now by the Word of God spoken to the virgin Miriam/Myriam (Mary/Maria) that one spoken about became alive and as such the Word of God became in the flesh. The apostle John identified the one to whom the title “Word” belongs, namely, Jesus, he being so designated during his ministry on earth as a perfect man that though he was first lower than angels became placed higher than them. (Remember God was, is, and always shall be the Most High).

It was the divine One Who had spoken from when there was void and by His Word came light and there came a rising of the sun

Psalm 50:1: 50 The Divine One,+ God, Jehovah,*+ has himself spoken,+ And he proceeds to call the earth,*+ From the rising of the sun until its setting.+

Trinitarians are looking at that word as being a person but than they should also look at whom it can refer and that the second word being spoken of is a word of which is not said that it is The God but that it is a god:

“The Word was a god.”

“In a beginning was the Word, and the Word was with the God, and a god was the Word.” (Emphatic Diaglott – interlineary side)

John says:

“In the beginning the Word was, and the Word was with God, and the Word was a god.” (#Joh 1:1)(NW)

The King James Version and the Douay Version read:

“In the beginning was the Word, and the Word was with God, and the Word was God.”

This would make it appear that the Word was identical with Almighty God, while the former reading, in the New World Translation and several other word for word literal translations, indicates that the Word is not the God, Almighty God, but is a mighty one, a god.

Those trinitarians seem to forget that even the judges of ancient Israel, who wielded great power in the nation, were called “gods.” [Ps 82:6; Joh 10:34, 35]) Actually, in the Greek text, the definite article ho, “the,” appears before the first “God,” but there is no article before the second.

When John says that word was in the beginning with God, you should think about two different words;

  • 1st The Word Word of The God i.e. the speaking of the Most High God and
  • 2ndly the Word spoken in the Garden of Eden at the beginning of times, the promise of a solution against the choice made by the first human beings. That word spoken or given to Adam and Eve was all about the Messiah, a promise or word which shall be given to more people and would be professed by several prophets (men of God). God haven given His Word in the Garden made that the one promised was recognised by God to be the one to bring the solution. Like you and us already known by God from the beginning of times, each of us also written down in the “Book of life and death”, Jeshua his name (or Jesus) also was already written down and God knew him to be the Kristos or Christ. As such like you and we being known by God already long before Abraham was born and also written down in the Book of life, Jesus too was known by God long before Abraham was born.

John believing in the Jesus he came to know, to be the Christ or Messiah, was convinced by this man of flesh and blood, who really died (remember God can not die) that the world could look at a new beginning or new creation. John 1:14 tells us, “And the Word became flesh and dwelt among us…” When the Word = the spoken word or promise of God, became flesh, Jeshua (Jesus) dwelt in the womb of Miriam or Mary and was born as Jesus.

You might consider ‘incarnation‘ as some returning from death or form an other state of being coming into the world (again) by becoming an other being or person (or animal) but many Trinitarians saying Jesus being “the incarnation of God”, has the term “incarnation” meaning “to become flesh” not according the Biblical teachings.  Not “Jesus is God in flesh” like they say, but having divine elements in him. Several Trinitarian preachers themselves come up with quoting Colossians 2:9 which says,

“for in him dwells all the fullness of deity in bodily form.”

They should look at their chosen text fragment in context:

8 Look out: perhaps there may be someone who will carry+ YOU off as his prey through the philosophy+ and empty deception*+ according to the tradition of men, according to the elementary+ things of the world and not according to Christ; 9 because it is in him that all the fullness+ of the divine+ quality*+ dwells bodily. 10 And so YOU are possessed of a fullness by means of him, who is the head of all government and authority.+ 11 By relationship+ with him YOU were also circumcised+ with a circumcision performed without hands by the stripping off the body of the flesh,+ by the circumcision that belongs to the Christ, 12 for YOU were buried with him in [his]* baptism,+ and by relationship with him YOU were also raised+ up together through [YOUR] faith+ in the operation+ of God, who raised him up from the dead.+ (Ref.B)

You might say that “in him (Jesus) that all the fullness  …  dwells bodily”:

(#Eph 1:23): 23 which is his body,+ the fullness+ of him who fills up all things in all.+

(#Col 1:19): 19 because [God]* saw good for all fullness+ to dwell in him,

(#Ros 11:25): 25 For I do not want YOU, brothers, to be ignorant of this sacred secret,+ in order for YOU not to be discreet in your own eyes: that a dulling of sensibilities+ has happened in part to Israel until the full number*+ of people of the nations has come in,+

(#Joh 1:16): 16 For we all received from out of his fullness,+ even undeserved kindness upon undeserved kindness.+

(#Col 2:3): 3 Carefully concealed in him are all the treasures of wisdom and of knowledge.+

and there is spoken of all the fullness of the divine quality which dwells bodily giving us to look at the fullness of the divine

(#Ac 17:29): 29 “Seeing, therefore, that we are the progeny of God,+ we ought not to imagine that the Divine Being*+ is like gold or silver or stone, like something sculptured by the art and contrivance of man.+

and at the divine quality = “Divine quality.” Lit., “godship.” Gr., the·oʹte·tos; Lat., di·vi·ni·taʹtis, dwelling bodily

(#Col 1:19): 19 because God was pleased to have all fullness to dwell in him,+

(#Col 2:3): 3 Carefully concealed in him are all the treasures of wisdom and of knowledge.+

A Lutheran priest wanted us to remind, but forget himself

Few more points about John 1:1. First, the words “in the beginning” in John 1:1 are translated from the Greek words en arche. It is highly significant that these are the very words that begin the Book of Genesis in the Septuagint (the Greek translation of the Hebrew Old Testament, which predates the time of Christ). The obvious conclusion we must draw is that John’s “beginning” is identical to the Genesis “beginning.”

that is just the whole point John looking at the books of Moses and the way he looked at the creation of the old world, now John looking at the creation of the new world.

(#1Joh 1:1): 1 That which was from [the] beginning, {See (#1Jo 3:11) ftn. }{(#1Jo 2:7; 2:24; 3:11) } which we have heard,+ which we have seen with our eyes,+ which we have viewed+ attentively and our hands felt,+ concerning the word of life,+

(#Pr 8:22) 22 “Jehovah himself produced me* as the beginning [“As the beginning of.” Heb., reʼ·shithʹ; Gr., ar·khenʹ; not bereʼ·shithʹ (Heb.) or en ar·kheiʹ (Gr.) as in (#Ge 1:1); Sy, “as the first”; TVgc(Lat., in i·niʹti·o), “in the beginning.”] of his way,+ the earliest of his achievements of long ago.+

(#Col 1:15): 15 He is the image+ of the invisible+ God, the firstborn+ of all creation;

(#Re 3:14): 14 “And to the angel of the congregation in La·o·di·ceʹa+ write: These are the things that the Amen*+ says, the faithful+ and true+ witness,+ the beginning of the creation by God,+

In several passages from the Scriptures you shall be able to find several people, not to say “all people” where created from the beginning. Man is being created by God and we only can exist because God allows us to exist. But life today can only come to us by the solution God provided for at the event when the first man and woman made the wrong choice and rebelled against God. The adversary caused a broken relationship with the Divine Creator which can only be restored by the Messiah. Now, only by Jesus life is possible for us.

by means of him is life and can we come to God:

#Joh 5:26): 26 For just as the Father has life in himself,*+ so he has granted also to the Son to have life in himself.+

(#Ac 3:15): 15 whereas YOU killed the Chief Agent of life.+ But God raised him up from the dead, of which fact we are witnesses.+

(#1Jo 1:2): 2 (yes, the life was made manifest,+ and we have seen and are bearing witness+ and reporting to YOU the everlasting life+ which was with the Father and was made manifest to us,)

(#1Jo 5:11): 11 And this is the witness given, that God gave us everlasting life,+ and this life is in his Son.+

(#Joh 11:25): 25 Jesus said to her: “I am the resurrection and the life.*+ He that exercises faith in me, even though he dies, will come to life;+

(#Re 1:18): 18 and the living one;+ and I became dead,+ but, look! I am living forever and ever,+ and I have the keys of death+ and of Haʹdes.*+

(#John 14:6): 6 Jesus said to him: “I am the way+ and the truth+ and the life.+ No one comes to the Father except through me.+

(#Col 3:4): 4 When the Christ, our life,+ is made manifest, then YOU also will be made manifest+ with him in glory.+

(#Joh 5:24): 24 Most truly I say to YOU, He that hears my word and believes him that sent me has everlasting life,+ and he does not come into judgment but has passed over from death to life.+

Further in the Bereshith or Genesis you can see how darkness came over mankind, but also how God’s promise was held, though did not bring light all over the world.

In verse 4 of John’s 1st chapter it is said

“the life was the light of men”

{The punctuation of vss 3 and 4 is according to WH, Vgww and The Greek New Testament by the United Bible Societies. }:

(#Joh 5:26): 26 For just as the Father has life in himself,*+ so he has granted also to the Son to have life in himself.+

(#Ac 3:15): 15 whereas YOU killed the Chief Agent of life.+ But God raised him up from the dead, of which fact we are witnesses.+

(#1Joh 1:2): 2 (yes, the life was made manifest,+ and we have seen and are bearing witness+ and reporting to YOU the everlasting life+ which was with the Father and was made manifest to us,)

(#1Joh 5:11): 11 And this is the witness given, that God gave us everlasting life,+ and this life is in his Son.+

It is not God Who incarnated like trinitarians insinuate. An incarnation is something against God His telling we should not consider beings to incarnate but should know that when we die we have paid for our sins and then we will know nothing any more, our life being finished and them decaying, becoming dust like man came from dust.

The Word, God’s Son, we must accept as the

“firstborn of all creation; because by means of him all other things were created in the heavens and upon the earth.”  —  (#Re 3:14; Col 1:15,16).

It may well be that some their translation gives in Colossians 1:16:

“By him [Christ] all things were made in the heavens and on the earth.”

To which a classic commentary on Colossians helpfully responds,

“This does not mean ‘by him’” (Expositors’ Greek Testament on Colossians, p.502).

The author cites Moule, Ellicott and Meyer in support of the idea that creation “depends causally on the Son,” that is, that all things were made “because of the Son” — not “by the Son.”

Thus also these two helpful translations: Complete Jewish Bible (Stern), Colossians 1:16:

“Because in connection with him were created all things — in heaven and on earth, visible and invisible, whether thrones, lordships, rulers or authorities — they have all been created through him and for him.”

MacDonald Idiomatic Translation:

“Because for him everything in the heavens and on earth was created, both phenomena and noumena, whether thrones, dominions, administrations, or authorities. All were created through him and for him.”

In Anthony Buzard’s translation, The One God, One Man Messiah Translation of the NT (Amazon.com or 800-347-4261):

“Because in him in intention everything was originally created by God, in heaven and on earth.”

“We must render ‘in [en] him’ as ‘because of’ in Col. 1:16” (Nigel Turner, A Grammar of NT Greek, Vol. 3, p.253).

Dr. James Dunn translates

“in him in intention” (Christology in the Making, p. 190).

Jesus was not the Creator of heaven and earth. He never claimed that, and he knew of Isaiah 44:24: Jehovah made everything alone and unaccompanied.

“Thus saith Jehovah, thy Redeemer, and he that formed thee from the womb: I am Jehovah, that maketh all things; that stretcheth forth the heavens alone; that spreadeth abroad the earth (who is with me?);” (Isaiah 44:24 ASV)

John believing Jesus is the solution to the curse of death, opening the gates to Kingdom of God as the Way to God, and not as God himself, sees in Jesus the special man bringing salvation and life. By him we can step out of the darkness, coming into the light of the new world. Jesus being the door or gate by which we can enter in God’s Kingdom, after Jesus has come to judge the living and the dead.

“Jesus saith unto him, I am the way, and the truth, and the life: no one cometh unto the Father, but by me.” (John 14:6 ASV)

“I am the door; by me if any man enter in, he shall be saved, and shall go in and go out, and shall find pasture.” (John 10:9 ASV)

“through whom also we have had our access by faith into this grace wherein we stand; and we rejoice in hope of the glory of God.” (Romans 5:2 ASV)

“for through him we both have our access in one Spirit unto the Father.” (Ephesians 2:18 ASV)

“by the way which he dedicated for us, a new and living way, through the veil, that is to say, his flesh;” (Hebrews 10:20 ASV)

Jesus is the one by whom we can come to God, not to himself (being God), but by being the sent one from God, who shows us the way. The son of God and not ‘god son‘.

“and lo, a voice out of the heavens, saying, This is my beloved Son, in whom I am well pleased.” (Matthew 3:17 ASV)

“For God so loved the world, that he gave his only begotten Son, that whosoever believeth on him should not perish, but have eternal life.” (John 3:16 ASV)

“Jesus therefore answered and said unto them, Verily, verily, I say unto you, The Son can do nothing of himself, but what he seeth the Father doing: for what things soever he doeth, these the Son also doeth in like manner.” (John 5:19 ASV)

“Jesus said unto them, If God were your Father, ye would love me: for I came forth and am come from God; for neither have I come of myself, but he sent me.” (John 8:42 ASV)

From the Bible texts, which we conceder the infallible Word of God, you should come to understand that Jesus is the given one by God and not God coming to earth, faking that He would be tempted (because God cannot be tempted) or faking His death (because God cannot die, being an eternal Spirit, not having flesh, bones nor blood — all things Jesus had).

John explains that the word or the speaking of God brought us Jesus and that Jesus was under them

“So the Word became flesh and resided among us [as the Lord Jesus Christ], and we had a view of his glory, a glory such as belongs to an only-begotten son from a father.” (#Joh 1:14)

By becoming flesh, the Word became visible whilst no man can see God and live, but Jesus was seen by many who staid alive and even came to life again.

“And he said, Thou canst not see my face; for man shall not see me and live.” (Exodus 33:20 ASV)

“He was not the light, but [came] that he might bear witness of the light.” (John 1:8 ASV)

“God is a Spirit: and they that worship him must worship in spirit and truth.” (John 4:24 ASV)

Jesus after he was resurrected by God, showed his disciples his wounds to proof he was no spirit at all. In case he would have been God he would have been a spirit, but worse than he would know everything (because God is omniscient or all-knowing), though he told he knew several things not; and then he would have lied (though we are told that Jesus was without sin and also that God does not tell lies and can not sin).

Though the scriptures indicate clearly that God declared Jesus not to be Him, having come down to earth, but to be His only begotten beloved son.

“and lo, a voice out of the heavens, saying, This is my beloved Son, in whom I am well pleased.” (Matthew 3:17 ASV)

“For God so loved the world, that he gave his only begotten Son, that whosoever believeth on him should not perish, but have eternal life.” (John 3:16 ASV)

“30 And the angel said unto her, Fear not, Mary: for thou hast found favor with God. 31 And behold, thou shalt conceive in thy womb, and bring forth a son, and shalt call his name JESUS. 32 He shall be great, and shall be called the Son of the Most High: and the Lord God shall give unto him the throne of his father David: 33 and he shall reign over the house of Jacob for ever; and of his kingdom there shall be no end. 34 And Mary said unto the angel, How shall this be, seeing I know not a man? 35 And the angel answered and said unto her, The Holy Spirit shall come upon thee, and the power of the Most High shall overshadow thee: wherefore also the holy thing which is begotten shall be called the Son of God.” (Luke 1:30-35 ASV)

“3 So we also, when we were children, were held in bondage under the rudiments of the world: 4 but when the fulness of the time came, God sent forth his Son, born of a woman, born under the law, 5 that he might redeem them that were under the law, that we might receive the adoption of sons. 6 And because ye are sons, God sent forth the Spirit of his Son into our hearts, crying, Abba, Father. 7 So that thou art no longer a bondservant, but a son; and if a son, then an heir through God.” (Galatians 4:3-7 ASV)

“21 Now it came to pass, when all the people were baptized, that, Jesus also having been baptized, and praying, the heaven was opened, 22 and the Holy Spirit descended in a bodily form, as a dove, upon him, and a voice came out of heaven, Thou art my beloved Son; in thee I am well pleased. 23 And Jesus himself, when he began [to teach], was about thirty years of age, being the son (as was supposed) of Joseph, the [son] of Heli,” (Luke 3:21-23 ASV)

Jesus also was placed on earth to declare his heavenly Father and to be a visible and hearable, feelable witnesses and presenter of God’s Power on earth. In this way men of flesh could have direct contact and association with “the word of life,” which, John says,

“was from the beginning, which we have heard, which we have seen with our eyes, which we have viewed attentively and our hands felt.”  —  (#1Jo 1:1-3).

The glorified Lord Jesus Christ continues to carry the title “the Word,” as noted in (#Re 19:11-16). There in a vision of heaven John says he saw a white horse whose rider was called “Faithful and True,” “The Word of God”; and

“upon his outer garment, even upon his thigh, he has a name written, King of kings and Lord of lords.”

Why God’s Son is called “the Word.”?

A title often describes the function served or the duty performed by the bearer. So it was with the title Kal-Hatzé, meaning

“the voice or word of the king,”

that was given an Abyssinian officer. Based on his travels from 1768 to 1773, James Bruce describes the duties of the Kal-Hatzé as follows. He stood by a window covered with a curtain through which, unseen inside, the king spoke to this officer. He then conveyed the message to the persons or party concerned. Thus the Kal-Hatzé acted as the word or voice of the Abyssinian king.  —  Travels to Discover the Source of the Nile, London, 1790, Vol. III, p. 265; Vol. IV, p. 76.

Recall, too, that God made Aaron the word or “mouth” of Moses, saying:

“He must speak for you to the people; and it must occur that he will serve as a mouth to you, and you will serve as God to him.”  —  (#Ex 4:16).

In a similar way God’s firstborn son doubtless served as the Mouth, or Spokesman, for his Father, the great King of Eternity. He was God’s Word of communication for conveying information and instructions to the Creator’s other spirit and human sons. It is reasonable to think that prior to Jesus’ coming to earth, on many of the occasions when God communicated with humans he used the Word as his angelic mouthpiece. (#Ge 16:7-11; 22:11; 31:11; Ex 3:2-5; Jg 2:1-4; 6:11,12; 13:3) Since the angel that guided the Israelites through the wilderness had ‘Jehovah’s name within him,’ he may have been God’s Son, the Word. (#Ex 23:20-23)

Jesus knew very well he could do nothing without the only One God Who is much grater than him.

“But we behold him who hath been made a little lower than the angels, [even] Jesus, because of the suffering of death crowned with glory and honor, that by the grace of God he should taste of death for every [man].” (Hebrews 2:9 ASV)

“Since then the children are sharers in flesh and blood, he also himself in like manner partook of the same; that through death he might bring to nought him that had the power of death, that is, the devil;” (Hebrews 2:14 ASV)

“Wherefore it behooved him in all things to be made like unto his brethren, that he might become a merciful and faithful high priest in things pertaining to God, to make propitiation for the sins of the people.” (Hebrews 2:17 ASV)

“17 But Jesus answered them, My Father worketh even until now, and I work. 18 For this cause therefore the Jews sought the more to kill him, because he not only brake the sabbath, but also called God his own Father, making himself equal with God. 19 Jesus therefore answered and said unto them, Verily, verily, I say unto you, The Son can do nothing of himself, but what he seeth the Father doing: for what things soever he doeth, these the Son also doeth in like manner. 20 For the Father loveth the Son, and showeth him all things that himself doeth: and greater works than these will he show him, that ye may marvel. 21 For as the Father raiseth the dead and giveth them life, even so the Son also giveth life to whom he will. 22 For neither doth the Father judge any man, but he hath given all judgment unto the Son; 23 that all may honor the Son, even as they honor the Father. He that honoreth not the Son honoreth not the Father that sent him. 24 Verily, verily, I say unto you, He that heareth my word, and believeth him that sent me, hath eternal life, and cometh not into judgment, but hath passed out of death into life. 25 Verily, verily, I say unto you, The hour cometh, and now is, when the dead shall hear the voice of the Son of God; and they that hear shall live. 26 For as the Father hath life in himself, even so gave he to the Son also to have life in himself: 27 and he gave him authority to execute judgment, because he is a son of man. 28 Marvel not at this: for the hour cometh, in which all that are in the tombs shall hear his voice, 29 and shall come forth; they that have done good, unto the resurrection of life; and they that have done evil, unto the resurrection of judgment. 30 I can of myself do nothing: as I hear, I judge: and my judgment is righteous; because I seek not mine own will, but the will of him that sent me.

31  If I bear witness of myself, my witness is not true. 32 It is another that beareth witness of me; and I know that the witness which he witnesseth of me is true. 33 Ye have sent unto John, and he hath borne witness unto the truth. 34 But the witness which I receive is not from man: howbeit I say these things, that ye may be saved. 35 He was the lamp that burneth and shineth; and ye were willing to rejoice for a season in his light. 36 But the witness which I have is greater than [that of] John; for the works which the Father hath given me to accomplish, the very works that I do, bear witness of me, that the Father hath sent me.” (John 5:17-36 ASV)

“Jesus said unto them, If God were your Father, ye would love me: for I came forth and am come from God; for neither have I come of myself, but he sent me.” (John 8:42 ASV)

“27 Peace I leave with you; my peace I give unto you: not as the world giveth, give I unto you. Let not your heart be troubled, neither let it be fearful.

28  Ye heard how I said to you, I go away, and I come unto you. If ye loved me, ye would have rejoiced, because I go unto the Father: for the Father is greater than I. 29 And now I have told you before it come to pass, that, when it is come to pass, ye may believe. 30 I will no more speak much with you, for the prince of the world cometh: and he hath nothing in me; 31 but that the world may know that I love the Father, and as the Father gave me commandment, even so I do. Arise, let us go hence.” (John 14:27-31 ASV)

“5 Have this mind in you, which was also in Christ Jesus: 6 who, existing in the form of God, counted not the being on an equality with God a thing to be grasped, 7 but emptied himself, taking the form of a servant, being made in the likeness of men; 8 and being found in fashion as a man, he humbled himself, becoming obedient [even] unto death, yea, the death of the cross.” (Philippians 2:5-8 ASV)

“But I would have you know, that the head of every man is Christ; and the head of the woman is the man; and the head of Christ is God.” (1 Corinthians 11:3 ASV)

“And when all things have been subjected unto him, then shall the Son also himself be subjected to him that did subject all things unto him, that God may be all in all.” (1 Corinthians 15:28 ASV)

It are all the Words from God in the Holy Scriptures, which we should take at heart, and we do hope you shall come to see and understand who Jesus really is and what he has done for mankind.

By not wanting to accept Jesus as a son of man and son of God, being a man of flesh and blood, people ignore not only God His Words and Jesus his words, but also minimises those actions Jesus did take or how he managed to set his will aside for doing the Will of God (namely if Jesus is God he would always have done his own will and would also have known that man can do him nothing, because man can do nothing to God and God can not die, having always eternal life). Also by denying Jesus his sacrificial offering trinitarians take away the hope we can have as human beings that it is really possible for man to come out of the dead. On the other hand if Jesus would be really God as trinitarians want us to believe, than they make Him a very cruel God, having given mankind commandments He knew they would never be able to keep, as well not having solved the problem directly after the fall of Adam and Eve, punishing all those coming after Adam and Eve for something they did not do, plus still letting us suffer so much after He so called brought us the solution against death.

Hopefully the text we gave as an answer can shed some more light and show you to look further to the connection with other Bible texts.

+

Preceding articles

Who Is Jesus? God, or unique Man?

The saviour Jesus his godly side

The saviour Jesus his human side

Jesus the “God-Man”: Really?

The habitual misreading of John 1 and the ‘Word being God’ #1

++

Additional articles

  1. Only One God
  2. God of gods
  3. The very very beginning 2 The Word and words
  4. Genesis – Story of creation 6 Genesis 3:13-24 Enmity and curse
  5. Forbidden Fruit in the Midst of the Garden 4
  6. The 1st Adam in the Hebrew Scriptures #3 With his partner
  7. Looking for answers on the question Is there a God #2 Pantheon of gods and celebrations
  8. Have no other gods besides Me
  9. A god who gave his people commandments and laws he knew they never could keep to it
  10. Blindness in the Christian world
  11. Word-Verbum-Logos-Ereyga
  12. The Word being a quality or aspect of God Himself
  13. Finding and Understanding Words and Meanings
  14. Missional hermeneutics 1/5
  15. Missional hermeneutics 2/5
  16. Jesus begotten Son of God #9 Two millennia ago conceived or begotten
  17. Nazarene Commentary Matthew 3:13-17 – Jesus Declared God’s Son at His Baptism
  18. Nazarene Commentary Luke 3:1, 2 – Factual Data
  19. Sayings of Jesus, what to believe and being or not of the devil
  20. The Son can do nothing of his own accord
  21. Authority given to him To give eternal life
  22. What is the truth asked also Pontius Pilate
  23. Getting out of the dark corners of this world
  24. Worship and worshipping

+++

Further reading

  1. Day 1 – John 1 – John’s Introduction
  2. The Week of Christmas 2016 – John 1:1, 14a
  3. Sermon Manuscript: Who is Jesus? John 1:1-18
  4. Second Sunday of Christmas 2016 – John 1:10-11
  5. Second Sunday of Christmas 2016 – John 1:14
  6. The Word Became Flesh and Dwelt Among Us
  7. Poetry Mondays: John 1
  8. John 1:4
  9. John 1:7
  10. John 1:10
  11. John 1:11
  12. John 1:12
  13. An Islamic View Of The Trinity
  14. Jesus, Son of God and Son of Man (John 1)
  15. Only Begotten
  16. when the Son became man
  17. “The Lamb is the answer” (John 1:29-42)
  18. A New Hope!
  19. A New Creation
  20. I am… New!
  21. All Things New…
  22. In other words…
  23. The Wonderful Jesus Christ in Revelation 17 Brings Us to New Jerusalem

+++

Geplaatst in Bible Study & Research, Jehovah Yahweh God - English articles, Jesus Christ Jeshua Messiah, Life and Death, Trinity | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 4 reacties