Doeners verdienen aandacht en erkenning

Zonder doeners is een kerkgemeenschap niets.

Het woord ”doeners” roept het beeld op van noeste werkers die eerlijk, kort van stof en rechtdoorzee zijn. Praktisch, gehoorzaam en dienend zijn de woorden die passen bij de toevoeging ”in de kerk”. Dat zijn typeringen die deze groep zeker verdient.

In het onderwijs komen we de doener vooral tegen in het (voorbereidende) beroepsgerichte onderwijs, het praktijkonderwijs en en kunstonderwijs. Een echte scherpe afbakening is echter lastig, want ook in het wetenschappelijk onderwijs treffen we doeners aan.

Zoals eerder gezegd kunnen wij in de Schrift meerdere doeners vinden.Opmerkelijk bij hen is dat zij actief volhardend in hun werk al de schunnige opmerkingen van de wereld naast zich lieten gaan. Zo konden enkelen zich in de wereld als helden en martelaren gedragen voor het geloof.

Ook vandaag vinden wij overal in de wereld mensen die zich actief voor hun geloofsgemeenschap willen inzetten. In bepaalde landen worden zulke mensen als een gevaar aanzien en worden zij ook vervolgd. Hierdoor is missionering in bepaalde landen werkelijk gevaarlijk te noemen. Maar omdat er hier in onze streken niet zulk een gevaar bestaat, betekent dat niet dat de doeners van vandaag het gemakkelijk zouden hebben. Niet is minder waard. Het valt hen ook niet steeds gemakkelijk omdat er weinig erkenning voor hun werk gegeven wordt alsook omdat er zeer weinig interesse van de buitenwereld is om zich te bezinnen over geloof, God en gebod.

Ook menselijke aspecten laten dikwijls te wensen over. Indien de gebedshal, bijeenkomst- of vergaderzaal of de keuken moet gekuist worden, kan men in sommige gemeenschappen slechts rekenen op een handvol getrouwen. Nochtans moet er heel wat werk verricht worden rond een koninkrijkszaal of gebedshal. Ook voor de muzikale begeleiding van de dienst kan men mensen met muzikaal talent gebruiken, maar die dienen zich niet in elke ecclesia zo maar aan.

Vanuit de kerkgemeenschap is er niet altijd vraag of er geholpen kan worden, dat maakt dat de doeners daar als eenzame enkelingen altijd het werk verrichten maar hiervoor ook geen erkenning voelen. Best zou daarom door elkeen eens gedacht moeten worden over al het werk dat de ‘running’ van een geloofsgemeenschap met zich mee brengt.
Best zouden wij ook eens terug keren naar de menselijke maat, waar er waardering is voor handwerk, medemenselijkheid, zorgzaamheid en plichtgetrouwheid.

+

Voorgaande

Doeners in ecclesia noodzaak

Doeners en priesterschap

Geplaatst in Christen zijn, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Doeners en priesterschap

Veel mensen wanneer zij over geloof spreken denken aan een kerk en priesterschap.

Bij de Broeders in Christus is het niet zo dat de leiding van de geloofsgemeenschap enkel kan toebehoren aan hoog opgeleide theologen of kerkelijke ambtsdragers. In de gemeenschap van Broeders en Zusters in Christus (of Christadelphians) zijn de verschillende taken binnen de gemeente niet voorbehouden aan academisch opgeleide theologen, hoe nodig die ook nodig mogen geacht worden door vele mensen. Beter zouden de mensen eens kijken hoe en door wie in het verleden Gods werk werd verwezenlijkt. De discipelen van Jezus waren ook geen theologen, wel waren zij de grote doeners die het zelfs mogelijk maakten dat een heel nieuwe godsdienstbeweging op gang kwam waaruit de Christenheid en het Christendom ontstonden..

In de ‘mainchurch’ of de klassieke kerken mag men wel denken dat de Heilige Geest Die de gemeente leidt, een exclusief bezit van enkele ambtsdragers is. Maar dat is niet zo. Het ambt is vooral functioneel, een dienst, opkomend uit de gemeente. Men moet eerder denken aan een herderschap, waarbij diegene die de leiding heeft van de gemeente, zich opstelt als een goede herder, die bereid is om veel op te offeren voor ‘zijn schapen’.

Zoals er in de eerste ontmoetingsgroepen van de volgers van Christus geen hiërarchie heerste, moeten wij vandaag ook niet houden aan een hiërarchische structuur. eigenlijk zou iedereen die samen komt in de geloofsgemeenschap bereidwillig moeten zijn om een doener voor de gemeente te zijn. Elkeen in de gemeenschap zou moeten beseffen dat eenieder in de groep zijn of haar verantwoordelijkheid moet opnemen. samen moet men gaan voor een opbouw van een gevestigd “Lichaam van Christus”.

Het priesterschap ligt in iedere ware gelovige. Elkeen die God lief heeft en die in zijn zoon gelooft, zou er niet om verlegen mogen zitten om hierover naar buiten te komen en zijn geloof te verkondigen. elke ware volgeling van Christus moet spreken voor hem en de opdracht die Jezus gegeven heeft uitvoeren, namelijk de wereld in gaan om het komende Koninkrijk van God te prediken. Elke ware gelovige moet een “Doener van het Woord” zijn.

+

Voorgaande

Doeners in ecclesia noodzaak

Geplaatst in Broeders, Christadelphian, Christen zijn, Christendom, Christenheid, Godsdienst, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Doeners in ecclesia noodzaak

Tal van bekende Bijbelse personen lieten zich typeren met kenmerken van doeners. Indien zij hun handen niet uit de mouwen staken zouden bepaalde zaken niet hebben kunnen gebeuren. Wel zien wij in de oude geschriften dat deze doeners meestal door God aangestuurd werden.

Opmerkelijk is wel dat in de oude tijd deze doeners niet terugschrokken om uitzonderlijke zaken te doen de zelfs de spot van de omwonenden kon oproepen. Kijk maar naar Noach, die het bevel van God gehoorzaamde en op het droge een ongelofelijk grote ark ging bouwen in zulk een droge streek, en maar bleef prediken over een grote te verwachten vloed van water.

Ook in het Nieuwe Testament komen wij opmerkelijke mensen tegen die zelfs hun (werelds) werk achter lieten om een Nazareense prediker te volgen en toen deze dood was nog intenser over te gaan prediken. Die Jezus’ discipelen horen ook bij de doeners. Ze weten precies hoe ze figuurlijk netten uitgooien om figuurlijk vis te gaan vangen. Als ‘ongeschoolde’ discipelen mogen zij Jezus volgen. In Hebreeën 11 ontmoeten we de bekende geloofshelden, hun geloof werd heel concreet zichtbaar in wat ze deden. Verder komen we dienende vrouwelijke discipelen en strijdbare helden tegen. Wanneer we ons voorstellen dat deze Bijbelse personen een gemeente zouden vormen, dan zou de doener daar zeker aansluiting hebben…

In de Schrift kunnen wij zien dat de doeners bedeeld zijn met vele gaven, maar wij zien ook dat die doeners niet speciaal getraind waren of een uitzonderlijke vorming hadden genoten. De doorsneedoener blinkt niet uit in deze gevraagde vorm van kennis. Om de doener tot zijn recht te laten komen zouden er dus andere accenten gelegd moeten worden. Terug naar de menselijke maat, waar er waardering is voor handwerk, medemenselijkheid, zorgzaamheid en plichtsgetrouwheid.

Vandaag geraakt de doener wat in het verdomhoekje. Veel doeners kan men niet bepaald aantreffen. Zelfs in de reguliere hoofdkerken valt dat op. In de hoofd kerken ziet men ook dat de doeners in de gemeente onherkenbaar dreigen te worden. Dat is wat anders dan dat ze een positie op de achtergrond hebben, want op die plek opereert een doener doorgaans het liefst. Ze bungelen er echter regelmatig doelloos bij. Daarover klagen ze niet snel. Begrijpelijk, je moet je daarvoor ook behoorlijk blootgeven en bij wie moet je eigenlijk aan de bel trekken?

Duidelijk is dat de genoemde personen uit de Bijbel onmisbaar waren en een belangrijke rol hadden in het Koninkrijk van God. Duidelijk is ook dat de rol van intellectuele kennis en (eigen)wijsheid op zijn minst wordt gerelativeerd in de Bijbel.
Jezus dankt God dat hij het heilgeheim voor wijzen en verstandigen verborgen heeft gehouden en het aan kinderen – die kinderen in het verstand zijn, of klein geacht worden – heeft geopenbaard. Het is geen aansporing om alles wat naar kennis en wetenschap riekt op de brandstapel te gooien. Het is ook geen poging om het geloof zonder kennis te laten wegzweven in het niets. Het is een aansporing om de bron – de kennis van Christus – voor alle gemeenteleden toegankelijk te houden. We geloven dat dit in de gemeente van hem zou moeten gebeuren. Een gemeente die ondanks onderlinge verschillen één is. Daarom is het ook een aansporing om elkaar in deze gemeente als verschillende ledematen van het Lichaam te ontdekken en te (her)waarderen.

Geplaatst in Christen zijn, Godsdienst, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , | 3 reacties

De toorn van God

Wanneer we tegenwoordig spreken over de toorn van God zullen velen, zelfs in kerkelijke kringen, verbaasd zijn, of onrustig worden. Maar niemand kan ontkennen dat de toorn van God een belangrijk onderwerp in de Bijbel is. Het zou daarom redelijk zijn te aanvaarden dat er zoiets is als deze toorn van God, en te proberen te begrijpen wat hiermee wordt bedoelt. Want over het algemeen wordt verwaarloosd, en zelfs ontkend wat de Bijbel over dit onderwerp leert. In sommige kringen wordt weliswaar nog steeds de nadruk gelegd op Gods toorn, maar dat gebeurt veelal zo eenzijdig dat de liefde van God daardoor op de achtergrond dreigt te raken. Maar anderzijds is door de geringschatting en ontkenning van de toorn van God, de nadruk volledig gaan liggen op Gods liefde voor de wereld. En dat is even eenzijdig. Laten we eens kijken wat Paulus in zijn brief aan de Romeinen hierover schrijft.

Paulus leidt het eerste deel van zijn uiteenzetting van het evangelie in zijn brief in met twee openbaringen, die met elkaar contrasteren:

Rom. 1:17: “Want gerechtigheid Gods wordt daarin (in het evangelie) geopenbaard”.

Rom. 1:18: “Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen”.

Volgens deze voorstelling, die hij vervolgens uitwerkt, is God op tweeërlei wijze werkzaam in de wereld:

1.Door middel van de verkondiging van het evangelie roept Hij mensen op in Hem en Zijn heilsplan te geloven, zodat zij op grond daarvan nu en op de dag van het oordeels, vrijgesproken kunnen worden van hun zonden.

2.Mensen die schuldig zijn aan afgoderij en grove schending van de door Hem ingestelde orde in de natuurwereld, ervaren de uitwerking van Zijn toorn.
De aard hiervan wordt tot drie maal toe aangegeven in het gebruik van het woord over geven in Romeinen 1:24-28:

“Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid”

“Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten”

“En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt”

In zijn brief aan de Efeze merkt Paulus, in een beschrijving van de ontaarding in de heidenwereld, op:

“want door zulke dingen komt de toorn van God over de kinderen der ongehoorzaamheid” (Efez. 5:6, Col. 3:5 en 6).

Maar ook uit de mond van de Here Jezus zelf zijn er voorbeelden te vinden: In Johannes 3:36 over allen aan wie het evangelie is bekendgemaakt:

“Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem”.

En in Lucas 21:22 en 24 over Israël:

“want dit zijn de dagen van vergelding …. Want er zal grote nood zijn over het land en toorn over dit volk”.

Naast dergelijke passages, waarin de toorn van God wordt beschouwd als een straffend gericht dat nu al in de wereld werkzaam is, zijn er andere die waarschuwen voor de openbaring van de toorn van God op de grote dag van het oordeel. Bij de voortzetting van zijn uitleg zegt Paulus in Romeinen 2: 5 en 8:

“Maar in uw weerbarstigheid en onboetvaardigheid van hart hoopt u zich toorn op tegen de dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardige oordeel van God … hun, die zichzelf zoeken,aan de waarheid ongehoorzaam zijn, wacht toorn en gramschap”.

En op positieve wijze in 5:9

“veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn”.

In de brief aan de Thessalonicenzen wijst Paulus op

“Jezus, die ons verlost van de komende toorn” (1:10).

In het licht van dergelijke en andere passages kunnen we vaststellen dat de toorn van God een straffende werking is, die nu al merkbaar is in een zondige wereld, maar die vooral op de komende dag des Heren openbaar zal worden.

De mens die de boodschap van de apostelen aangaande Christus’ komst, kruisdood, opstanding en verhoging verwerpt, verbeurt daarmee de mogelijkheid eeuwig leven te ontvangen. Een Jood die naar Paulus’ scherpe beschuldigingen tegen de heidenwereld in hoofdstuk 1 had geluisterd, zou daar zonder meer mee instemmen. Als lid van Gods verbondsvolk, nageslacht van Abraham, besneden op de achtste dag en in het bezit van kennis van de wet van Mozes, meende hij dat hij zelf niet het onderwerp van dergelijke beschuldigingen zou kunnen zijn. Hij leefde immers niet in de duisternis van een van God vervreemde wereld, maar kon zich koesteren in het licht van de wet en de profeten. Paulus doet echter een scherpe aanval op zo’n zelfverzekerde Jood. Hij gaat daarbij uit van het Schriftprincipe, dat het in de relatie met God en de verwachting van eeuwig heil, niet slechts aankomt op kennis van de wet, maar juist op gehoorzaamheid daaraan. Want zegt hij in 2:13:

“niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders van de wet zullen gerechtvaardigd worden”.

Deze gehoorzaamheid heeft echter twee kanten. De wet van Mozes regelde niet alleen de uitwendige omgang in de samenleving, maar ook de innerlijke gesteldheid van de individuele mens. Pas dan verwijst Paulus naar de noodzaak gehoorzaam te zijn aan de verboden, gericht op uitwendige daden:

“U zult niet echtbreken; u zult niet doodslaan” (Ex. 20:14en 15).

Later in zijn betoog komt hij op een gebod dat direct te maken heeft met de inwendige mens:

“U zult niet begeren” (Ex. 20:17),

en uitgaande van zijn persoonlijke ervaring en ernstige strijd, legt hij uit hoe alle mensen het onderspit delven en daarom de eeuwige dood verdienen:

“Want allen hebben gezondigd en derven (lopen mis) de heerlijkheid van God” (3:23).

Daarmee doelend op het plan van God mensen te scheppen naar Zijn beeld en als Zijn gelijkenis. Zo beschuldigt hij dus Jood en Griek dat allen onder de zonde zijn, dat niemand rechtvaardig is en de gehele wereld strafwaardig is voor God (Rom 3:9,10 en 19). Dan wordt de evangelieboodschap des te dringender. Want alleen op grond van geloof in dat evangelie, kunnen wij ontkomen aan de toorn van God. Zoals Paulus schrijft aan de Galaten:

“De Schrift heeft alles besloten onder de zonde, opdat ten gevolge van het geloof in Jezus Christus de belofte het deel zou worden van hen die geloven” (3:22).

J.K.D.

Geplaatst in Bijbel of Heilige Schrift, Christen zijn, Christenheid, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Een lovende ziel voor Hem die troost, geneest, vergeeft, verlost, gaven en recht geeft, rijk aan ontferming

“1  Van David.
Loof, mijn ziel, de Heer, heel mijn hart zijn heilige naam.
2 Loof, mijn ziel, de Heer, vergeet nimmer al wat Hij gedaan heeft.
3 Hij die vergeeft wat gij hebt misdreven, Hij die geneest al waar ge aan krank gaat,
4 Hij die verlost van de groeve uw leven, Hij die u kroont met genade en erbarmen,
5 Hij die uw jaren overstelpt met zijn gaven, dat uw jeugd als een adelaar herrijst.

6  Gerechtigheid schept Hij, de Heer, doet recht aan elk die verdrukt wordt;
7 Hij deed Mozes kennen zijn wegen, de kinderen Israels zijn daden.

8 Barmhartig de Heer en genadig, lankmoedig, rijk aan ontferming;
9 niet zal voor immer Hij twisten, niet blijft voor eeuwig Hij toornen.
10 Niet naar onze schulden behandelt Hij ons, niet naar onze zonden maakt Hij het met ons:
11 zo hoog als de hemel is boven de aarde welft zich zijn genade over wie Hem wil vrezen;
12 zo ver de zonsopgang is van de avond, doet Hij verre van ons hetgeen wij misdeden.

13 Een vader zich over zijn kinderen ontfermend zo ontfermt zich de Heer over wie Hem wil vrezen:
14 Hij immers weet van ons maaksel, Hij gedenkt dat wij stof zijn.
15 Want de mens – als gras zijn zijn dagen, hij bloeit als de bloem op het veld;
16 gaat de wind erover – verdwenen, en de plek heeft geen weet meer van hem.
17 Maar de goedheid des Heren, zij blijft: zij is eeuwig met wie Hem vrezen; zijn gerechtigheid blijft het deel van de kinderen hunner kinderen,
18 van wie trouw zijn aan zijn verbond, zijn opdrachten immer indachtig, gezind die gehoorzaam te zijn.”
(Ps 103:1-18 WV78)

*

Aansluitend aan: Uw vertroostingen verkwikken mijn ziel

 

Geplaatst in Bijbelcitaten, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Uw vertroostingen verkwikken mijn ziel

Eén van de vele bewijzen dat de Bijbel het woord van God is, en niet door mensen bedacht, zijn de regelmatige ontdekkingen van nieuwe ideeën en waarheden.
Tot zijn grote voldoening merkt de ernstige lezer van dit Boek hoe zijn of haar begrip daarvan vorderingen maakt. Zelfs in de bekendste passages blijken nog altijd diepere betekenissen verborgen te zitten. Zulke ontdekkingen overtuigen hem of haar ervan dat de Bijbel eigenlijk een onuitputtelijke bron voor ons geestelijk leven is.

 

“18 dacht ik: ‘mijn voet vindt geen steun’, uw goedheid, Heer, hield mijn staande.
19 Wanneer talloze zorgen in mij woelden,
werd mijn ziel door uw troost verkwikt:
20 en zoudt Gij dan de rechterstoel van de ongerechtigheid schragen?
Daar heet recht het leed dat gesticht wordt.”
(Ps 94:18-20 WV78)

*

Laten we als voorbeeld naar Psalm94:19 kijken. Oppervlakkig gelezen lijkt dit vers iets heel eenvoudigs te zeggen, zeker als wij de Nieuwe Bijbel Vertaling volgen:

“Toen ik doorzorgen werd overstelpt,
was uw troost de vreugde van mijn ziel”.

Wie onder ons wordt niet van tijd tot tijd door zorgen overstelpt?
En bij wie anders dan God kunnen wij troost vinden? In deze tijd van toenemende stress, stapelt “de veelheid van gedachten” (NBG’51) zich in ons binnenste op, zodat wij vaak de slaap niet kunnen vatten. Hoe meer wij proberen die gedachten te onderdrukken, hoe meer zij lijken toe te nemen, of andere vormen aan te nemen.

Vragen, problemen, moeilijkheden, mogelijke oplossingen, hoop, vrees, verlangens: alle dringen zij zich op aan ons bewustzijn, zodra wij stoppen met het werk waarmee wij op een bepaald moment bezig zijn. Ook ons onderbewustzijn maakt overuren; onze dromen weerspiegelen soms op de vreemdste manier waar ons hart vol van is.

De psalmist bevond zich in zo’n situatie. Hij stond perplex en was vol zorg als gevolg van zijn vele gedachten, want hij verkeerde in gevaar:

“Had de HEER mij niet geholpen, dan woonde ik al in de stilte van het graf. Toen ik dacht: Mijn voet glijdt weg, hield uw trouw mij staande, HEER” (Psalm 94:17-18).

De goddelozen hadden het op hem gemunt, maar bij God vond hij steun en verlossing.Toch geeft de psalmist hier niet slechts een voorbeeld van de algemene ervaring van mensen, wanneer zij door gevaar en angst bedreigd worden. Hij heeft een veel hoger doel voor ogen. Hij schrijft een geneesmiddel voor deze onrust en emotionele spanning voor:

“Bij de veelheid van mijn gedachten in mijn binnenste verkwikten uw vertroostingen mijn ziel” (vers 19, NBG’51).

Hoe geruststellend klinken deze woorden, hoeveel troost en gemoedsrust stralen zij uit! Het woord,dat hier met “troost” (NBV) of “verkwikt” (NBG’51) vertaald is, heeft het idee in zich van kalmeren, of strelen, zoals een moeder haar dreinend kind troost. Op gelijke wijze wordt ons de troost van God aangeboden als tegengif tegen de stormloop van angstige gedachten, die in dagen van stress en gevaar op ons afkomen.

Kunnen wij deze remedie van de psalmist, die voor hem zo effectief bleek te zijn, op onszelf toepassen?
Kunnen wij enigszins een halt toeroepen aan de opdringerige werkzaamheid van ons bewustzijn, om dat in hogere en meer nuttige banen te leiden?

Ja, zegt de psalmist uit eigen ervaring. Vrede en troost vond hij in het besef van Gods genade en de vele vertroostingen die hij had ontvangen. De veelheid van zijn gedachten mocht niet ongeremd vloeien: er werd nog een element aan de stroom van zijn bewustzijn toegevoegd; een nieuwe emotie – die van dankbaarheid en lof – heeft de vroegere angst vervangen. Met als gevolg dat zijn geest kalmeerde en zijn ziel zich herstelde.

Het is zeker de moeite waard om te proberen het voorbeeld van de psalmist te evenaren. Het is mogelijk, al is het moeilijk, om met zorg uitgekozen gedachten in de stroom van ons bewustzijn te introduceren; om vastberaden te beslissen in welke richting onze gedachten moeten gaan, en er op te staan, dat die gedachten in ons bewustzijn blijven. Vooral in het begin zal het misschien niet meevallen, maar met echte inspanning(!) krijgen wij meer kracht, en het geestelijk gewin is een grote beloning. Dit thema van Gods troost voor zijn kinderen wordt vaker in de Psalmen benadrukt. Telkens wordt zijn volk Israël zijn barmhartigheid en genade voorgehouden, en zijn liefdevolle gedachten aan hen (en ons) geopenbaard. Wij moeten dankbaar zijn voor zijn medelijden en mogen zijn weldaden niet vergeten. Nergens wordt dit aspect van Gods karakter mooier uitgedrukt dan in Psalm 103. Lees eens rustig de verzen 1 t/m 18. Als wij even stilstaan bij Gods goedheid voor ons persoonlijk, als wij positieve, liever dan negatieve, gedachten koesteren, dan zullen wij in staat zijn om met de psalmist te zeggen:

“ Uw vertroostingen verkwikten mijn ziel.”

Of, zoals de apostel Paulus in zijn brief aan de Filippenzen het zo mooi uitdrukt:

“Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat liefelijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient” (Filippenzen4:8 NBV).

F.W.T/C.T.

+

Lees ook het volgende bericht:

Een lovende ziel voor Hem die troost, geneest, vergeeft, verlost, gaven en recht geeft, rijk aan ontferming

 

 

 

Geplaatst in Bijbel of Heilige Schrift, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Geloven in God


Want wie tot God komt, moet geloven,
dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken
(Hebreeën 11:6, NBG’51)
*

Veertig jaar geleden geloofden nog bijna vier op de vijf landgenoten op een of andere manier in God; in 2006 was dat globaal drie op de vijf: geen dramatische teruggang. (Vandaag in 2019 zal het eerder 1 op vijf zijn voor zekeren en 2 op vijf voor de twijfel gevallen.)

Het percentage dat er van overtuigd is dat er geen God bestaat, was en is laag. Maar terwijl in 1966 nog de helft een concreet beeld had van God, is dat nu nog maar een op de vijf. De rest is wel van mening dat er een of andere hogere macht moet zijn, maar heeft daar geen concrete voorstelling van, of heeft op dit punt gewoon geen mening. Met andere woorden: God is bezig in de mist te verdwijnen. En van die mensen voor wie God dus een wat wazig begrip is, valt op dat een derde geen Bijbel bezit en nog eens 40 % er wel een bezit maar daar niet in leest. Dat klinkt als iemand die geen spoorboekje bezit, of dat nooit raadpleegt, en dan klaagt dat hij de treinenloop zo ondoorzichtig vindt. Ervaringen uit het buitenland bevestigen overigens dit beeld. Maar ook het omgekeerde blijkt waar: zeer ‘orthodoxe’, zelfs fundamentalistische christenen blijken vaak maar een zeer beperkte Bijbelkennis te hebben. En maar al te vaak blijken ze dan ook nog erg slecht over hun geloof te hebben nagedacht. En dan lopen ze en masse te hoop wanneer ze menen dat hun geloof of hun ‘rechten’ zijn geschonden.

De Bijbel vertelt ons dat God de Schepper is van hemel en aarde, en van het leven op deze aarde, inclusief de mens. En diezelfde Bijbel vertelt ons ook dat God van de mens verlangt dat hij Hem dient en gehoorzaamt, en dat God de mens aan het eind van zijn leven verantwoordelijk houdt voor de mate waarin hij dat heeft gedaan. Omdat God de schepper is, heeft de mens tegenover Hem geen rechten: als God dat zou verkiezen, zou Hij naar volkomen willekeur kunnen handelen, en niemand van ons zou Hem daarvoor ter verantwoording kunnen roepen:

“Hij zegt immers tegen Mozes:

‘Ik ben barmhartig voor wie ik barmhartig wil zijn
ik schenk genade aan wie ik genade wil schenken.’

Alles hangt dus af van God en zijn barmhartigheid, niet van de wil of de inspanning van de mens.” (Romeinen 9:14-16 NBV)

Maar gelukkig voor ons handelt God niet naar willekeur. Hoewel wij allen Zijn geboden overtreden, en daarmee alleen maar de dood verdienen, heeft Hij een plan opgesteld en tot uitvoer gebracht om ons desondanks leven te kunnen schenken. En Hij heeft Zijn Zoon geschonken om dat plan te kunnen verwezenlijken. Dat alleen al zou voor ons voldoende reden moeten zijn voor een onvoorwaardelijk vertrouwen op Hem:

“Zal Hij, die Zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met Hem niet alles schenken?” (Romeinen 8:32 NBV)

God heeft dat verlossingsplan in werking gesteld, en ons daarvan op de hoogte gesteld door middel van Zijn Woord, de Bijbel. Maar dan komen er mensen die er aan twijfelen of die Bijbel wel betrouwbaar is, of dat wel een boodschap van God Zelf is, of dat niet alleen maar ideeën van mensen zijn. In sommige theologische kringen geldt dat zelfs als een demonstratie van wetenschappelijk inzicht. Of er komen mensen die menen dat bepaalde belanghebbende partijen de historische waarheid over Christus hebben achtergehouden, dat de werkelijkheid anders is dan we in de Bijbellezen (het ‘Judas-evangelie’!), dat de kerk van de eerste eeuwen de verkeerde geschriften tot Gods Woord zou hebben verklaard. Maar wat zeg je dan eigenlijk? Je zegt dan dat je gelooft in een God, die wil dat mensen Hem gehoorzamen, en die de mensen aan het eind van hun leven daarvoor verantwoordelijk gaat houden, en dat hun eeuwig heil afhangt van dat oordeel. Maar tegelijkertijd zeg je dat we geen betrouwbare bron bezitten waarin we kunnen nagaan wat God nu eigenlijk precies van ons wil, dat God ons die niet gegeven heeft.

Alsof God zou zeggen:

Ik ga je aan het eind verantwoordelijk houden, maar je moet zelf maar uitzoeken waarvoor; dat vertel Ik er niet bij.

Op zo’n moment zou je je ernstig moeten afvragen in wat voor God je eigenlijk gelooft.
En of je eigenlijk wel in God gelooft, zoals je beweert.

De gedachte dat we over het goddelijke niets zeker kunnen weten, stamt van de beroemde Griekse filosofen, zoals Plato. Maar die waren ook niet van mening dat dit goddelijke zich met de mensen bemoeide, of ze ergens verantwoordelijk voor zou houden.
De God van de Bijbel zegt dat laatste wel, maar maakt tegelijkertijd ook duidelijk dat wij niet in onzekerheid hoeven te verkeren over Zijn wil, of over de betrouwbaarheid van Zijn Woord: Hij waakt daarover (Jer 1:12, NBG’51) zodat het ons op betrouwbare wijze is overgeleverd (Hebr 2:3, NBG’51). Maar wie een beetje van dit wil combineren met een beetje van dat, is niet modern en wetenschappelijk bezig; hij is gewoon iemand die meegaat met de mode van de dag, die bereid is met alle winden mee te waaien zolang die maar ‘van deze tijd’ zijn. Maar in feite is hij gewoon iemand die niet goed heeft doorgedacht. En per saldo is hij eigenlijk iemand die niet echt in God gelooft.

R.C.R

+

Voorgaande

Kijkend naar het Oosten en het Westen voor Waarheid

Geïnspireerd Woord

Gods vergeten Woord 10 Schepping 2 Schepper en Schepping

Gods vergeten Woord 17 Geopenbaarde Woord 2 Geopenbaard licht

De Bijbel haar relevatie over God

Hermeneutiek om uit te dragen #4 Uitzendkanaal

Kroniekschrijvers en profeten #4b Vroege of Grote Profeten

++

Aanvullende lectuur

  1. Betrouwbare Woord
  2. Bijbel – Enige bron van kennis en openbaring van God
  3. Bijbel baken en zuiverend water
  4. Woord van God
  5. Woord zonder boeien vol van kracht
  6. Want het is geen leeg woord
  7. Bijbel verzameld Woord van God
  8. Bijbelboodschap voor ons
  9. Boek der boeken: de Bijbel
  10. Boek in onze handen
  11. Kijk op het Boek der boeken en het Schrift
  12. Optekening van gebeurtenissen in een speciaal verzamelwerk
  13. Overtuigd door de Schriften
  14. Complexiteit, organisatie en precisie bewijzen intelligente Ontwerper
  15. Video Waarom zou ik geloven in God
  16. Waarheid van mens of van God
  17. 3e vraag: Bestaat er een Goddelijke Schepper
  18. Op zoek naar een God boven alle goden
  19. Op zoek naar antwoorden op de vraag Is er een God # 1 Veel goden
  20. Op zoek naar antwoorden op de vraag Is er een God # 2 Pantheon van goden en feesten
  21. Echte boodschap van redding niet ver te zoeken
  22. 4de Vraag: Wie of wat is God
  23. God, Jezus Christus en de heilige Geest
  24. Heilige-Drievuldigheid of Drie-Eenheid
  25. Is God Drie-eenheid
  26. Drie-eenheidsleer een menselijke dwaling
  27. Een 1ste antwoord op de 4e vraag Wie God is 1 Een scheppend Wezen om aanbeden te worden
  28. Een 1ste antwoord op de 4e vraag Wie God is 2 Een Enkelvoudig Geestelijk Opper Wezen
  29. Kan men God zoeken en ervaren
  30. Idioot zijn om te geloven
  31. Geloof
  32. Geloof in God
  33. Geloven en geloof
  34. Kerk en geloof
  35. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #6 Woorden tot voedsel en communicatie
  36. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #7 Gebed #5 Luisterend Oor
  37. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #10 Gebed #8 Voorwaarde
  38. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #13 Gebed #11 Naam om apart geplaatst te worden
  39. Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #15 Expositie voor de Schepper
  40. God versus goden
  41. Geloof in slechts één God
  42. De Almachtige God der goden, groter dan en hoog verheven boven alle goden
  43. Heilige-Geest – Werkzame Kracht van God
  44. Jehovah- Voornaamste Hooggeplaatste
  45. God – Helper en Bevrijder
  46. God is positief
  47. De Enige Ware God
  48. Antwoord op Vragen van lezers: God die zegt “Wij”
  49. Jehovah Wiens Naam heilig is
  50. Geloof voor God aanvaardbaar
  51. Ware religie
  52. Wat de Bijbel zegt omtrent Geloof
  53. Zoon van God dé Weg naar God
  54. Bestaat er een god die zich om ons bekommert?
  55. De Schepper God wil gevonden worden
  56. Rond God de Allerhoogste
  57. El Shaddai Die verscheen voor Abraham
  58. Eigenheden aan God toegeschreven
  59. God komt ons ten goede
  60. Gods hoop en onze hoop
  61. Gods redding
  62. Gods beloften
  63. Bekommerende God
  64. Jehovah mijn Sterkte
  65. Afstraling van Gods heerlijkheid
  66. Beloften van God
  67. Plan van God
  68. Plan van God en wereldvrede
  69. Schepper en Blogger God 7 Een Blog van een Boek 1 De Blogger geloven
  70. Schepper en Blogger God 11 Het Oude en Nieuwe Blog 1 Gericht op één mens
  71. Relatie tot God
  72. Relatie met God
  73. Looft Jehovah
  74. Gezondene van God
  75. Hoop op een man
  76. Jezus de gezonden afgezant van God
  77. Hij die komt
  78. Jezus – de Heer
  79. Jezus – de Zoon
  80. Zoon van God – Vleesgeworden woord
  81. Jezus Christus is in het vlees gekomen
  82. Rond Jezus
  83. Zoon van God
  84. Jesus Christus
  85. Lam van God #2 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #1
  86. Lam van God #3 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #2
  87. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1
  88. Jezus moest sterven
  89. Antwoord op Vragen van lezers: Was Jezus schijndood
  90. Zoenoffer
  91. Het zoenoffer
  92. Godsdienstbeleving
  93. Godsdienstbeleving van Christenen
  94. Woorddienst of aanbiddingsdienst
  95. Tijd door de Maker gegeven
  96. Ademen om les te geven
  97. Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God
  98. Doop en Geloof
  99. Verzoening en Broederschap 7 Eén zijn
  100. Naam gebruikers
Geplaatst in Bedenking, Bijbel of Heilige Schrift, Christen zijn, Christendom, Christenheid, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen, Religie, Wereld | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Het Boek in onze Handen: Evangelisten en briefschrijvers 4 De Openbaring aan Johannes en boeken en perkamenten

De Openbaring aan Johannes

Ook het NT bevat een profetisch boek en wel het laatste. Het is Jezus’ laatste boodschap aan zijn volgelingen. Het zou nog eeuwen duren voordat hij wederkwam. En in de tussenliggende eeuwen zou zijn volk een kleine vervolgde minderheid zijn, opgejaagd van het ene land naar het andere. Aanvankelijk zou de vervolging komen van de zijde van een cynische Romeinse overheid, die voornamelijk slechts politieke motieven had. Later echter zou de vervolger een in naam christelijke overheid zijn die geen ruimte wilde laten voor een kleine groep gelovigen die naar Gods Woord wilde leven en niet wilde buigen voor een verpolitiekte staatskerk die slechts uit was op wereldse macht:

“Ja, de ure komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen Gode een heilige dienst te bewijzen” (Johannes 16:2).

Omdat zo’n boodschap niet openlijk verspreid kon worden over het Romeinse rijk, noch gehandhaafd onder de staatskerk van de middel-eeuwen, werd zij gegeven in de vorm van symboliek. Maar wie zijn OT profeten en hun symboliek kende, hoefde weinig moeite te hebben met deze nieuwtestamentische profetie.

De boeken en de perkamenten

De geschriften van het NT werden vermoedelijk geschreven en gekopieerd op papyrusrollen. We weten dat ze al spoedig een ruime verspreiding vonden. Toen men de waarde ervan als geïnspireerde Schrift begon te beseffen, werden ze gekopieerd op duurzamer materialen als leer en perkament. Weinigen bezaten in die tijd de luxe van eigen Schriftrollen. Van de Joden te Berea lezen we dat zij

“… het woord met alle bereidwilligheid aannamen en dagelijks de Schriften nagingen, of deze dingen zo waren” (Hand. 17:11).

We zullen ons daarbij moeten voorstellen dat zij die Schriften raadpleegden in de plaatselijke synagoge. Maar van de apostel Paulus lezen we dat hij Timotheüs vraagt:

“Als gij komt, breng dan de mantel mede, die ik te Troas bij Karpus liet liggen, en ook de boeken, vooral de perkamenten”. (2 Tim. 4:13)

De perkamenten zijn ongetwijfeld schriftrollen geweest, die hij gebruikte voor zijn studie. Maar de schriftgeleerde Paulus was geen gewone Joodse burger. Ook de christenen zullen in principe alleen gezamenlijke schriftrollen hebben bezeten, eerst op papyrus, later op het duurzamer perkament. Het overschrijven gebeurde met enthousiasme, maar minder nauwkeurig dan de Joden het OT overschreven. Anderzijds bezitten wij zoveel kopieën van de NT boeken, dat het door nauwkeurig vergelijken mogelijk is de oorspronkelijke tekst te reconstrueren. Ook hier mogen wij erop vertrouwen dat de boodschap grotendeels ongeschonden tot ons is gekomen.

R.C.R.

+

Voorgaand

Het Boek in onze Handen: Evangelisten en briefschrijvers 1 Nieuwe Testament

Het Boek in onze Handen: Evangelisten en briefschrijvers 2 De evangeliën

Het Boek in onze Handen: Evangelisten en briefschrijvers 3 De Handelingen en Brieven

Geplaatst in Bijbel of Heilige Schrift, Christendom, Christenheid, Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Het Boek in onze Handen: Evangelisten en briefschrijvers 3 De Handelingen en Brieven

De Handelingen

Het boek Handelingen beschrijft voor alles de glorieuze triomftocht van de boodschap van het evangelie in de antieke wereld. De evangelist Lucas, de schrijver hiervan, geeft in zijn inleiding aan dat we hierin in feite het tweede deel van zijn evangelie dienen te zien. De opgestane en ten hemel gevaren Jezus zet zijn werk voort door middel van zijn apostelen.

Vergelijking van Lucas’ verslag met bijzonderheden die de apostel Paulus geeft in zijn brieven (bijv. 2 Cor. 11:24-27) laat zien dat ook hier slechts een selectie uit het beschikbare materiaal is gegeven.

De brieven

De brieven behandelen veel praktische problemen, waar de vroege gemeenten mee te worstelen hadden. Problemen die te maken hadden met de uitleg van het evangelie en de leer van het Oude Testament, maar heel vaak ook met het leven van alle dag. De jonge gemeenten moesten zich staande houden in een omgeving die op zijn best goddeloos en immoreel was, maar vaak ook ronduit vijandig.

Wie de brieven leest, ziet hoe de schrijvers hun best deden hun lezers aan te sporen uitsluitend genoegen te nemen met de hoogste morele standaard, en niet af te glijden naar het bedenkelijke niveau van de wereld om hen heen, zoals de mens maar al te snel geneigd is te doen.

“Misleidt uzelf niet; slechte omgang bederft goede zeden” (1 Kor.15:33),

is een waarschuwing die veel van het geschrevene samenvat.
In een ander geval moest een twijfelende gemeente worden aangemoedigd te volharden in verdrukking. Ze waren aan het avontuur begonnen met hoge verwachtingen van vreugde en voorspoed. Maar ze hadden moeten leren dat het leven in Christus opoffering en volharding kan vragen. Dan probeerde de briefschrijver ze weer op te monteren door de zaken nog eens in het juiste perspectief te stellen:

“Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwame. Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus, opdat gij u ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring zijner heerlijkheid”.(1 Petrus 4:12-13)

In weer een ander geval moest de schrijver zijn evangelie verdedigen tegen de stormloop van het Griekse denken, of juist van Joods conservatisme, redeneringen die even aantrekkelijk, maar ook even dodelijk zijn als de redenering van de slang in de hof van Eden. Als de apostel Paulus samenvat wat hem allemaal op zijn reizen overkomen is, de doodsgevaren, schipbreuken, geselingen, steniging zelfs, de aanslagen op zijn leven, besluit hij met te zeggen:

“…en dan, afgezien van de dingen, die er verder nog zijn, mijn dagelijkse beslommering, de zorg voor al de gemeenten”. (2 Kor. 11:28)

Deze zorg die wij ook in de brieven vinden.

+

Voorgaand

Het Boek in onze Handen: Evangelisten en briefschrijvers 1 Nieuwe Testament

Het Boek in onze Handen: Evangelisten en briefschrijvers 2 De evangeliën

Geplaatst in Bijbel of Heilige Schrift, Christen zijn, Christenheid, Geschiedenis, Kerkopbouw | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Het Boek in onze Handen: Evangelisten en briefschrijvers 2 De evangeliën

De evangeliën

De evangeliën vertellen het verhaal van Jezus’ leven en tonen hoe in hem de Schriften in vervulling zijn gegaan. Ze zijn niet een simpel historisch verslag, maar door de keuze van wat beschreven wordt, willen ze tonen dat in Jezus van Nazareth Gods beloften werkelijkheid zijn geworden.

De evangelist Johannes schrijft in hoofdstuk 21:25:2

“Er zijn echter nog vele andere dingen, die Jezus gedaan heeft; indien deze één voor één beschreven werden, dan zou, naar ik meen, de wereld zelf de boeken, die geschreven werden, niet kunnen bevatten”.

En hij motiveert zijn selectie met:

2 “Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God,en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam”. (Joh. 20:30-31)

In Gods wijsheid bezitten wij vier evangeliën, hoewel er oorspronkelijk meer moeten zijn geweest, want Lucas vertelt dat

“velen getracht hebben een verhaal op te stellen”

over Jezus’ leven en werken. De evangelist maakte een keuze uit het materiaal, om Jezus vanuit een bepaalde invalshoek te belichten, zonder daarbij de historische waarheid geweld aan te doen (zie de nadruk op het betrouwbare getuigenis in Luc. 1:2 en Joh. 21:24). Ondanks die eigen invalshoek blijken de eerste drie evangeliën veel gemeen te hebben; ze lijken in hoge mate gebruik gemaakt te hebben van hetzelfde materiaal.

We zouden een parallelle weergave van dezelfde gebeurtenis kunnen maken in drie kolommen. We spreken dan van een synopsis (Grieks voor samen zien) en de drie eerste evangeliën worden daarom gewoonlijk ‘synoptische evangeliën’ genoemd. Het evangelie van Johannes lijkt de andere evangeliën als bekend te veronderstellen, en wil nog eens accenten plaatsen en de symbolische betekenis van Jezus’ handelen aanwijzen. Toch zouden we een ernstige fout maken, als we zouden menen dat zulke symbolische achtergrond geheel ontbreekt bij de andere drie. Wel laten ze zich gemakkelijk lezen als een serie wonderdaden, afgewisseld met leerredenen.

De regelmatig terugkerende zinsnede

“Dit is geschied, opdat vervuld zou worden (hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft)…”

bij Mattheüs, wijst ons er op dat een grondige kennis van het OT wordt verondersteld en dat wij de vervulling van Gods woorden dienen te herkennen in de symboliek van Jezus’ daden.

+

Voorgaand

Het Boek in onze Handen: Evangelisten en briefschrijvers 1 Nieuwe Testament

Geplaatst in Bijbel of Heilige Schrift, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua | Tags: , , , , , , , , , , , , | 2 reacties