Maar de wijsheid waar moet je haar zoeken? #1 Steenkool – zilvermijn & Boek Spreuken

Mijnbouw is al een oeroud vak. Het vraagt om kennis, deskundigheid, het juiste gereedschap, en om volharding en doorzettingsvermogen om te zoeken en te vinden. Het vraagt om veel inspanning en het is heel zwaar werk, werk voor sterke handen en goede spieren. Toch vraagt het ook om een helder brein en een scherpe blik, en een uitstekende kennis van de geologie, wil het succesvol zijn.

Het is een vak voor mensen die bereid zijn alles te riskeren in hun jacht op het uiteindelijke doel. Het zoeken naar wijsheid lijkt daarom veel op het zoeken naar zilver. Beiden zijn moeilijk te vinden, maar de inspanning loont. Het zoeken naar wijsheid is een levenslange bezigheid, en het antwoord op de vraag hoe je dat doet, beslaat een groot deel van het boek Spreuken.

Meteen al in de eerste, lange zin van Spreuken 2, die begint met de woorden:

“Mijn zoon, als je in acht neemt wat ik zeg …”

en eindigt met

“… dan zul je ontdekken wat ontzag voor de HEER is, dan zul je kennis van God verwerven.”

Elders wordt ons verteld dat de vreze des Heren het begin van de wijsheid is; als wij wijsheid willen zoeken, moeten wij daarom de instructies volgen die ons worden gegeven.

Wij moeten (Spreuken 2:2-5):

  1. een open oor hebben
  2. een geest hebben die naar inzicht neigt
  3. erom vragen de dingen te mogen begrijpen
  4. om scherpzinnigheid roepen
  5. ernaar zoeken als was het zilver
  6. ernaar speuren als naar een verborgen schat

De eerste vier instructies hebben te maken met de respons van onze zintuigen. Zij beschrijven hoe onze hersens en ons hart bezig moeten
zijn met de zaken van God:

• we moeten voortdurend luisteren naar het Woord van God door dat te lezen en te bestuderen
• we moeten ons voortdurend laten leiden door Gods woorden en boodschappen
• we moeten voortdurend bidden om meer begrip van wat die betekenen
• we moeten voortdurend vragen om meer inzicht in de diepte van die betekenis

Maar de laatste twee instructies zijn ontleend aan de mijnbouw. Want het zoeken naar wijsheid lijkt op een mijnexpeditie. We vinden in de Schrift maar weinig verwijzingen naar de mijnbouw, maar een veelbetekende passage vinden wij in het boek Job, hoofdstuk 28.

Job begint met een uitgebreide beschrijving van de grote moeite die de mens moet doen om allerlei metalen uit de diepte der aarde te winnen:

De mens verdrijft de duisternis, hij dringt door tot in het binnenste der aarde, tot aan de steen van diepst verborgen donkerte. Hij hakt een schacht, daalt af in de verlatenheid, tot waar zijn voet geen steun meer vindt (vs 3-4)

Na te hebben aangegeven dat de mens zich daarvoor moet begeven in een omgeving waar geen enkel dier, hoe machtig ook, zich ooit zou wagen, gaat hij verder met een beschrijving van de inspanning die de mens zich getroost om de door hem begeerde buit te bemachtigen:

De mens zet het houweel in het gesteente, hij keert de bergen om vanaf hun voet. In de rotsen hakt hij tunnels uit en zijn oog ontdekt hun kostbaarheden. Hij damt de ondergrondse stromen in en brengt naar het licht wat diep verborgen is. (vs 9-11)

Maar dan begint hij over het vinden van wijsheid. Zelfs met inzet van al dergelijke inspanning zou je de wijsheid niet kunnen winnen, want om te beginnen weet niemand waar je die zou moeten zoeken:

Maar de wijsheid – waar moet je haar zoeken, en het inzicht – waar is het te vinden? Geen sterveling kent de weg erheen, de wijsheid is niet in het land der levenden. De oervloed zegt: ‘Ze is niet bij mij,’ de diepste zee: ‘Bij mij evenmin.’ (vs 12-14)

Is er dan een andere manier om wijsheid te verwerven? Zou je het voor veel geld kunnen kopen bij een handelaar in kostbaarheden?

Nee, ook dat is niet mogelijk:

De wijsheid is niet te koop voor enig goud, noch kan ze in zilver worden afgewogen. Kostbaarder is ze dan het goud van Ofir, dan de duurste onyx of saffier. Ze wordt niet geëvenaard door goud of glas, niet verworven voor schalen van het fijnste goud. Vergelijk haar niet met robijnen of kristallen, een buidel wijsheid is meer waard dan parels. Topaas uit Nubië kan haar niet evenaren, ze is kostbaarder dan zuiver goud. (vs 15-19)

Is de toestand dan hopeloos? Zal wijsheid voor altijd buiten ons bereik
blijven?

Nee, er is een manier om wijsheid te verwerven: God kent haar en, wat meer is, Hij stelt haar aan de mens ter beschikking:

Maar van waar stamt de wijsheid dan, en het inzicht – waar is het te vinden? De wijsheid is verborgen voor de blik der levenden … Maar God kent haar wegen en hij weet waar ze verblijft … En hij sprak tot de mens: ‘Ontzag voor de Heer – dat is wijsheid; het kwaad mijden – dat is inzicht.’ (vs 20-21,23,28)

Wijsheid wordt ons hier dus voorgesteld als moeilijker te vinden dan zilver en dat schetst het als iets dat kostbaarder is, veel kostbaarder, dan zilver. Maar wij moeten bovenal weten wat wijsheid eigenlijk is. Zoals een mijnwerker in staat is om de kostbare metalen te herkennen, of in elk geval de kenmerken van de ertshoudende rots, zo moeten wij in staat zijn om de kenmerken van de wijsheid te herkennen.

+

Vervolg

Maar de wijsheid waar moet je haar zoeken? #2 Wat is wijsheid?

Maar de wijsheid waar moet je haar zoeken? #3 Wanneer het hart naar inzicht keert kan wijsheid een plaats verkrijgen

++

Lees ook:

  1. Kijk met je ogen zie met je hart
  2. Zintuig
Geplaatst in Bedenking, Bijbel of Heilige Schrift, Bijbelonderzoek, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen, Woord van God | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

De woorden van Jezus niet alleen horen maar ze ook opvolgen

Als wij beseffen dat wij naar Jezus woorden moeten luisteren, kunnen wij ook best eens na gaan hoe wij die woorden tot ons moeten laten komen.

Jezus geeft aan dat wij niet enkel zijn woorden moeten horen, maar ze ook opvolgen.

“ Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is.” (Mt 7:21 WV78)

“ Ieder nu, die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man die zijn huis op rotsgrond bouwde.” (Mt 7:24 WV78)

“47 Ieder die tot Mij komt, naar mijn woorden luistert en er naar handelt, Ik zal u duidelijk maken op wie hij gelijkt. 48 Hij gelijkt op de man die bij het bouwen van zijn huis diep had gegraven en het fundament had gelegd op de rotsgrond. Toen de stortvloed kwam, beukte de storm op dat huis, maar had niet de kracht om het te doen wankelen, omdat het zo goed gebouwd was.” (Lu 6:47-48 WV78)

Jezus was er niet zozeer om zijn eigen woorden naar voor te brengen, maar om datgene te vertolken wat zijn hemelse Vader, de Enige Ware God wenste dat hij zei. Jezus doel was om die leer van God en Zijn Wet kenbaar te maken in de hoop dat meerderen zich meer in die Wet zouden gaan verdiepen.

“ Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, de wet van de vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtig toehoorder, maar als een uitvoerder metterdaad, die zal zalig zijn door zijn doen.” (Jak 1:25 WV78)

Als Christen of volger van Christus hoeven wij ons niet te schamen dat woord van Christus Jezus op te volgen.

“ Als iemand zich schaamt over Mij en mijn woorden ten overstaan van dit overspelig en zondig geslacht, zal ook de Mensenzoon zich over hem schamen, wanneer Hij, vergezeld van de heilige engelen, komt in de heerlijkheid van zijn Vader.’” (Mr 8:38 WV78)

Zoals de leerlingen over Jezus zijn woorden verbaasd waren kunnen wij dat ook wel eens zijn.

“ De leerlingen stonden verbaasd over wat Hij zei. Daarom herhaalde Jezus: ‘Kinderen, wat is het moeilijk het Koninkrijk Gods binnen te gaan.” (Mr 10:24 WV78)

Jezus noemde zijn apostelen “kinderen” en ook wij moeten nederig zijn als een kind.

“1  In diezelfde tijd richtten de leerlingen tot Jezus de vraag: ‘Wie is nu wel de grootste in het Rijk der hemelen?’ 2 Hij riep een klein kind, zette het in hun midden en zei: 3 ’Voorwaar, Ik zeg u: als gij niet opnieuw wordt als de kleine kinderen, zult gij het Rijk der Hemelen zeker niet binnengaan. 4 Wie dus zichzelf gering acht zoals dit kind is de grootste in het Rijk der hemelen.” (Mt 18:1-4 WV78)

Volwassenheid en onderscheidingsvermogen worden als essentieel beschouwd, maar het mag geen ijdelheid veroorzaken. Als men kennis op doet mag men niet gaan denken dat men alles weet of dat men het beter weet dan een ander. Het wegleggen van kinderlijke dingen wordt gezien als een noodzakelijk proces van volwassen worden (1 Korintiërs 13:11), en ons wordt verteld om in ons denken geen kinderen te zijn, maar volwassen (1 Korintiërs 14:20).

“ Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, dacht ik als een kind; nu ik man geworden ben, heb ik het kinderlijke afgelegd.” (1Co 13:11 WV78)

“ Broeders, weest kinderen in de boosheid, maar niet in uw oordeel. Weest in uw denken volwassen mensen.” (1Co 14:20 WV78)

We moeten niet vergeten dat het de glorie van God is om een zaak te verbergen en de eer van koningen om het uit te zoeken (Spreuken 25: 2), en dat als we nog steeds ‘melk’ nodig hebben, we ongeschikt zijn om leraren te zijn (Hebreeën 5: 13). Dit vereist dat er tijd, moeite en aandacht wordt besteed die nodig is om de betekenis van de Schrift te achterhalen.

Onze gemeenschap staat van oudsher bekend om haar sterke nadruk op bijbelstudie, en dit is een van onze grootste sterke punten geweest. De vroegste Christadelfiaanse commentatoren waren van mening dat we bij onze eigen studie van de Schrift het beste van alle beschikbare relevante wetenschappelijke kennis op het gebied van wetenschap, geschiedenis, archeologie, tekstkritiek, lexicografie en bijbelstudie moesten gebruiken.

Als Broeders in Christus nemen wij Jezus als ons grote voorbeeld en trachten wij hem volledig op te volgen, ook al zullen wij daar niet helemaal in kunnen slagen door onze menselijke tekortkomingen. Maar een van de voorname stappen is, zoals Jezus deed, de vroegere geschriften door te nemen en deze grondig te onderzoeken. Bij het prediken gebruikte Jezus de teksten van de Oude Geschriften. Hij steunde telkens op Gods Woord. Zo moet ook het Woord van God onze trouwste bondgenoot zijn.

Wij moeten er bewust van zijn dat door God Jezus alle gezag had gekregen om in Zijn Naam te spreken en te handelen.

“ Jezus trad nader en sprak tot hen: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde.” (Mt 28:18 WV78)

Vandaag zijn er heel wat kerken, die allemaal beweren dat zij onderdeel zijn van het Lichaam van Christus. Als men Christus Jezus wil volgen moet men er op toe zien dat de kerk waarbij men wil gaan behoren ook volgens de leer van Jezus Christus praktiseert. Men moet ernstig na gaan of in de kerk waarbij men wil behoren de Leer van Jezus Christus wordt opgevolgd en dat er de God van Jezus Christus aanbeden wordt en niet een andere God dan deze die de profeten van God en de apostelen aanbaden.

Men moet nagaan of in die kerk waar men wil gaan toebehoren de woorden van Jezus en de Woorden van God opgevolgd worden. Daarbij moet men ook nagaan of die kerk gelooft dat Jezus die gezondene van God is die in Zijn Naam mag spreken. Of gelooft die kerk dat Jezus God is die dan in Zijn eigen naam spreekt?

“ Want Hij, die door God gezonden is, spreekt Gods eigen woorden: zo mateloos schenkt God zijn Geest.” (Joh 3:34 WV78)

Het komt er op aan dat zij die zich Christen noemen de woorden van Jezus ter harte nemen, en beseffen dat zij doordrenkt zijn door Goddelijke Kracht (door Gods Geest) waardoor zij ons het door God voorziene leven kunnen brengen als wij ze onderhouden.

“ Het is de geest die levend maakt, het vlees is van geen nut. De woorden die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en leven.” (Joh 6:63 WV78)

“47 Indien iemand mijn woorden hoort zonder ze te onderhouden, dan veroordeel Ik hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld te redden. 48 Want wie Mij verwerpt en mijn woorden niet aanvaardt, heeft reeds iemand die hem veroordeelt: het woord dat Ik gesproken heb, dat zal hem veroordelen op de laatste dag.” (Joh 12:47-48 WV78)

Als mensen op zoek gaan naar een kerk, komt het er op aan dat zij zulk een kerk kiezen waar ‘Jezus aanwezig’ is. Er moet de verbintenis zijn tussen de gelovigen en Christus zoals deze er ook is tussen Jezus en zijn God. De kerkgemeenschap moet geloven dat Jezus de mensenzoon is die door God gezonden is en waarmee God Zijn werk hier op aarde verricht.

“ Gelooft ge niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik u zeg, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar het is de Vader die, blijvend in Mij, zijn werk verricht.” (Joh 14:10 WV78)

“ Wie Mij niet liefheeft, onderhoudt mijn woorden niet; het woord dat gij hoort, is niet van Mij, maar van de Vader die Mij gezonden heeft.” (Joh 14:24 WV78)

Dat laatste is dus zeer belangrijk. Iemand die beweert Christen te zijn moet Christus lief hebben. En die liefde voor Christus houdt ook in  dat men hem gelooft en zijn leer wil opvolgen. Daarbij hoort dat men dan ook gelooft dat Jezus de gezondene van God is wiens Wil Jezus opvolgde en die wij ook moeten opvolgen. Onze liefde voor Christus moet een getuigenis zijn van de liefde voor dezelfde God als Deze van Christus: de Elohim Hashem Jehovah, Die één God is.

+

Voorgaande

Overdenking voor vandaag: Al of niet luisterend naar de mensenzoon Jezus en de Waarheid opzoekend

Voorbeeld van hem die zijn leven gaf voor velen

Nut van het lezen van de Bijbel

Redding, vertrouwen en actie in Jezus #8 Omgang met Leerstellingen

Opkomend voor Christus #2 Sprekend uit liefde voor Christus

++

Lees ook

  1. Wat Jezus Deed: Wanneer waarheid niet het doel is & Belangrijkste dingen eerst
  2. Voorbereiden op het Koninkrijk
  3. Bijbelstudie
  4. Begeerde zaken, gidsen en betrouwbare leidraad
  5. Vele kerken
  6. Woord van God
  7. Letterlijke bijbelvertaling verkozen
  8. Gedisciplineerd de Bijbel lezen
  9. Voor een hechte band met Jehovah God
  10. Lucas 21, 25-36 toegelicht door Augustinus
  11. Het evangelie naar Marcus Hoofdstukken 5-6
  12. Rond Jezus
  13. Christus Jezus – de zoon van God
  14. Jezus de Gezonden Afgezant van God
  15. Jezus Christus in het vlees gekomen
  16. Liefde voor Jezus Christus
  17. De ecclesia als lichaam van Christus
  18. God aanbidden
  19. Aanbidding
Geplaatst in Bijbel of Heilige Schrift, Bijbelonderzoek, Christen zijn, Christenheid, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Kerkopbouw, Religie, Woord van God | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Overdenking voor vandaag: Al of niet luisterend naar de mensenzoon Jezus en de Waarheid opzoekend

Heden is er niet zo veel aandacht meer voor het Woord van God alsook niet voor het woord van Zijn zoon Jezus.

Velen die zich Christen noemen negeren al de woorden van Jehovah God Die Jezus als Zijn welbeminde zoon verklaart.

“9  In die tijd vertrok Jezus uit Nazaret in Galilea en liet zich in de Jordaan door Johannes dopen. 10 En op hetzelfde ogenblik dat Hij uit het water opsteeg, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen. 11 En er kwam een stem uit de hemel: ‘Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen.’” (Mr 1:9-11 WV78)

Verder negeren zij de geschriften van de apostelen, zoals onder meer Markus die het Goede Nieuws vertelt over de Nazareen Jezus Christus.

“1  Begin van de Blijde Boodschap van Jezus Christus, de Zoon van God. 2 Zoals er geschreven staat bij de profeet Jesaja: Zie, ik zend mijn bode voor u uit, die voor u de weg zal banen;” (Mr 1:1-2 WV78)

De apostelen verwijzen naar die vroegere Hebreeuwse profeten, zoals o.a. Jesaja en Malachai.

“ ’Zie, ik zend mijn bode om voor Mij uit de weg te banen. Plotseling zal dan de Heer in zijn heiligdom binnentreden, de Heer die gij zoekt, de bode van het verbond, naar wie gij met vreugde uitziet. Zie, Hij komt, zegt Jahwe van de machten.” (Mal 3:1 WV78)

“ Hoort, iemand roept: ‘Bereidt Jahwe een weg in de woestijn, in het dorre land een rechte baan voor onze God.” (Jes 40:3 WV78)

Duidelijk krijgen wij te horen dat Jehovah Zijn belofte, gemaakt in de Tuin van Eden, na komt en dat uit het geslacht van koning David een zoon ter wereld zou komen. Ook kunnen wij lezen hoe Jehovah die besproken vrouw verwittigd dat zij dat beloofde kind zal dragen.

“30 Maar de engel zei tot haar: ‘Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. 31 Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij de naam Jezus moet geven. 32 Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken 33 en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.’ 34 Maria echter sprak tot de engel: ‘Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?’ 35 Hierop gaf de engel haar ten antwoord: ‘De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God.” (Lu 1:30-35 WV78)

Wij horen in die tekst dat de Zoon van de Allerhoogste de troon van zijn vader David zal krijgen. Dat duidt dan al aan dat die persoon na David ter wereld zou komen en na David die troon zal krijgen. Dat nemen vele Christenen ook niet aan, daar zij beweren dat Jezus al bestond voor David.

In de evangeliën horen wij dat die man geboren te Bethlehem en grootgebracht in Nazareth zijn publieke loopbaan begon toen hij door zijn kozijn Johannes de Doper werd gedoopt in de Jordaan. Het was daar en toen ook dat voor het eerst God publiekelijk kenbaar maakt dat Jezus Zijn welbeminde zoon is.

“21  Terwijl al het volk zich liet dopen, en Jezus na zijn doop in gebed was, geschiedde het dat de hemel openging 22 en de heilige Geest, in lichamelijke gedaante als een duif, over Hem neerdaalde, en een stem uit de hemel sprak: ‘Gij zijt mijn Zoon, de welbeminde, in U heb ik mijn behagen gesteld.’ 23 Deze Jezus nu was bij zij optreden ongeveer dertig jaar. Hij was, in de opvatting der mensen, de zoon van Jozef, de zoon van Eli,” (Lu 3:21-23 WV78)

Jezus koos in het begin van zijn publieke loopbaan twaalf mannen uit om met hem op stap te gaan. Simon en Andreas waren zijn eerst gekozenen.

“16 Toen Hij eens langs het meer van Galilea liep, zag Hij Simon en de broer van Simon, Andreas, terwijl zij bezig waren het net uit te werpen in het meer; zij waren namelijk vissers. 17 Jezus sprak tot hen: ‘Komt, volgt Mij, Ik zal maken dat gij vissers van mensen wordt.’ 18 Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem. 19 Iets verder gaande zag Hij Jacobus, de zoon van Zebedeus en diens broer Johannes; ook zij waren in de boot bezig met hun netten klaar te maken. 20 Onmiddellijk riep Hij hen. Zij lieten hun vader Zebedeus met de dagloners in de boot achter en volgden Hem. 21 Zij kwamen te Kafarnaum, en op de eerstvolgende sabbat ging Hij naar de synagoge, waar Hij als leraar optrad.” (Mr 1:16-21 WV78)

Hij verzocht hen “Vissers van mensen” te worden. Terwijl ze met hem optrokken konden ze hem aan het woord horen, leren wie hij werkelijk was, waarom hij daar was en wat zij later ook verder zouden moeten gaan doen.

Regelmatig zocht Jezus ook wel een rustig plekje om even alleen te zijn en om er in gebed te verblijven. Zo gebeurde het ook dat Simon en de anderen overal naar hem zochten.

“35 Vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op, ging naar buiten en begaf zich naar een eenzame plaats, waar Hij bleef bidden. 36 Simon en zijn metgezellen kwamen Hem achterop 37 en toen ze Hem gevonden hadden, zeiden ze: ‘Iedereen zoekt U.’ 38 Hij antwoordde hun: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen in de omtrek, opdat Ik ook daar kan prediken. Daartoe ben Ik immers uitgegaan.’ 39 Hij trok door heel Galilea, predikte in hun synagogen en dreef de boze geesten uit.” (Mr 1:35-39 WV78)

Hier vernemen wij waartoe Jezus op de aarde was, namelijk het Goede Nieuws te verkondigen, te prediken over zijn hemelse vader en het komende Koninkrijk van God.

Jezus bracht zijn leerlingen aan het denken door regelmatig hen te bevragen, ook omtrent wat de mensen dachten wie hij zou zijn en wat zij er van dachten.

“13  Toen Jezus in de streek van Caesarea van Filippus gekomen was, stelde Hij zijn leerlingen deze vraag: ‘Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?’ 14 Zij antwoordden: ‘Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten.’
15 ’Maar gij’, sprak Hij tot hen, ‘wie zegt gij dat Ik ben?’ 16 Simon Petrus antwoordde: ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’ 17 Jezus hernam: ‘Zalig zijt gij Simon, zoon van Jona, want niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader die in de hemel is.” (Mt 16:13-17 WV78)

“27  Jezus trok nu met zijn leerlingen naar de dorpen rond Caesarea van Filippus. Onderweg stelde Hij aan zijn leerlingen de vraag: ‘Wie zeggen de mensen dat Ik ben?’ 28 Zij antwoordden Hem: ‘Johannes de Doper, anderen zeggen Elia en weer anderen, dat Gij een van de profeten zijt.’ 29 Daarop stelde Hij hun de vraag: ‘Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?’ Petrus antwoordde: ‘Gij zijt de Christus.’” (Mr 8:27-29 WV78)

“ Daarop begon Hij hun te leren, dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen worden en ter dood gebracht, maar drie dagen later verrijzen.” (Mr 8:31 WV78)

“18  Toen Hij eens alleen aan het bidden was en zijn leerlingen bij Hem kwamen, stelde Hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen, dat Ik ben?’ 19 Zij antwoordden: ‘Johannes de Doper; anderen zeggen: Elia, en weer anderen: Een van de oude profeten is opgestaan.’ 20 Hierop zeide Hij tot hen: ‘Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?’ Nu antwoordde Petrus: ‘De Gezalfde van God.’ 21 Maar Hij verbood hun nadrukkelijk dit aan iemand te zeggen. 22 ’De Mensenzoon’, zo sprak Hij, ‘moet veel lijden en door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden verworpen worden, maar na ter dood te zijn gebracht, zal Hij op de derde dag verrijzen.’” (Lu 9:18-22 WV78)

“ Als iemand zich schaamt over Mij en mijn woorden, zal de Mensenzoon zich over hem schamen, wanneer Hij komt in zijn heerlijkheid en die van zijn Vader en de heilige engelen.” (Lu 9:26 WV78)

Jezus beduide dat hij die mensenzoon was die in de heerlijkheid kwam van zijn hemelse Vader, Welke de Elohim Hashem Jehovah is. Hieruit zouden de Christenen, zij die Jezus zouden moeten volgen, moeten kunnen opmaken dat Jezus niet God is maar een mens van vlees en bloed die door God gezonden is, zoals de Bijbel ook regelmatig aangeeft.

“ Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet,” (Ga 4:4 WV78)

“ Jezus zeide hun: ‘Als God uw vader was, zoudt gij Mij beminnen, want van God ben Ik uitgegaan en van Godswege ben Ik hier. Neen, Ik ben niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden.” (Joh 8:42 WV78)

Hier geeft Jezus zelf aan dat hij door God aan de wereld gegeven is en niet uit zichzelf ontstaan is, maar dat God hem heeft gezonden. Nergens in de Schrift zal men kunnen vinden dat er ergens zou staan dat God als Jezus ter wereld is gekomen om dan te doen alsof Hij zou sterven (want God kan niet sterven) en uit de dood zou opgestaan zijn.

Regelmatig werd Jezus ook bevraagd door de hogepriesters, maar daar had hij eigenlijk  weinig tegen te zeggen want overal waar Jezus ging konden zij hem horen prediken en vragen stellen waarop hij zou geantwoord hebben. Jezus heeft namelijk steeds openlijk tot zijn omgeving gesproken en altijd lesgegeven in de synagoge en in de tempel.

“ Jezus antwoordde hem: ‘Ik heb openlijk tot de wereld gesproken. Ik heb altijd onderricht gegeven in een synagoge of in de tempel, waar alle Joden bijeenkomen, en er is niets wat Ik in het geheim heb gesproken.” (Joh 18:20 WV78)

Zo werden de eerste stenen voor de Christenheid eigenlijk in die synagogen en tempels gelegd.

Toen hij gevangen genomen was daagde Jezus zijn aanklagers uit om aan te geven waar  en welke dingen hij zou verkeerd gezegd hebben. Hij vroeg zijn aanklagers dan ook getuigen naar voren te brengen om dit te laten zien!

Ananias gaf toen het probleem door aan Kajafas, de Hogepriester die Jezus op zijn beurt  naar Pilatus stuurde. Als Pilatus wil weten waarvan hij wordt beschuldigd, zeggen ze ontwijkend:

“Als deze man geen kwaad deed, zouden wij hem niet aan u hebben uitgeleverd” (Johannes 18 vers 30).

Ze hebben Pilatus nodig om Jezus zijn dood goed te keuren; we krijgen de indruk dat ze hem niet zouden stenigen en de gevolgen ervan riskeren, zoals ze later met Stefanus deden.

Pilatus vraagt ​​Jezus ook wat hij heeft gedaan, waarop Jezus te kennen geeft dat zijn koninkrijk niet van deze wereld is, waarbij hij bedoelt dat deze wereld hem geen koninkrijk kan geven. Zijn koninkrijk zal niet komen als resultaat van menselijke inspanningen. Jezus brengt Pilatus verder in verwarring door te zeggen:

“Ik ben in de wereld gekomen – om van de waarheid te getuigen”.

Dan voegt hij eraan toe:

“luistert iedereen die van de waarheid is naar mijn stem?” (Johannes 18:37).

Hieruit moeten wij opmaken dat zij die in de waarheid zijn naar Jezus stem luisteren.

In hoofdstuk 17 lezen we het gebed van Jezus (vers 1).

‘Heilig hen [zijn ware volgelingen] in de waarheid; uw woord is de waarheid … ter wille van hen wijd ik mijzelf toe, opdat zij in waarheid geheiligd mogen worden ”(vers 17,19).

Heiligen betekent heilig worden gemaakt, afgezonderd van de rest – apart geplaatst worden – van degenen die geen enkele toezegging willen doen.

Alleen degenen die geïnteresseerd zijn in wat echt waar is, luisteren en handelen naar wat ze horen. De wereld is vol halve waarheden en misleidingen; dit is vooral duidelijk in de politiek.
De boodschap van Jezus is de enige echt belangrijke waarheid in de wereld!
Pilatus ‘laatste vraag is –

“Wat is waarheid?” (vers 38).

We vermoeden dat dit in de zin van spot wordt gevraagd, maar de context geeft geen duidelijke aanwijzing. Gezien de lui die hem omringen, kan men zich een houding van spot voorstellen – niets is echt waar, iedereen geeft zijn eigen draai aan wat ze zeggen!

Zoeken en geloven we echt vanuit het diepst van ons hart de echte waarheid?

Jezus weet het! De manier waarop we praten en handelen – bewijst of we dat doen.

Als wij inzicht in de Waarheid wensen te krijgen moeten wij de menselijke leerstellingen of dogma’s opzij durven plaatsen om enkel af te gaan op de woorden zoals zij in de Heilige Schrift of Bijbel neergeschreven staan.

+

Voorgaande

Het begin van Jezus #3 Voorgaande Tijden

Het begin van Jezus #4 Aangekondigde te komen Verlosser

Het begin van Jezus #5 Aankondigingsteksten uit de Schrift

Het begin van Jezus #6 Beloften van innerlijke zegeningen

Het begin van Jezus #7 Een Nieuwe Adam, zoon van Abraham

Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God

Het begin van Jezus #9 Een kwestie van Toekomst

Het begin van Jezus #10 Een Heraut kondigt aan

Het begin van Jezus #11 Goddelijk verwezenlijkt en niet geïncarneerd

Het begin van Jezus #12 Gezalfd na Johannes de Doper

Het begin van Jezus #13 Een te komen mens

Addendum 2: Vlees geworden woord

Jezus Christus De Zoon van Adam, de Zoon van God

Hosanna Zoon van David

Overdenking: “Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij …” (Op. 22:12)

Overdenking: De ware Christus: een mens als wij en toch volmaakt

++

Lees ook

  1. Beloften van God
  2. Christadelfiaanse geloofspunten #2 Jezus de zoon van God
  3. Christadelfiaanse geloofspunten #6 Redding uit vrouw van het nageslacht van koning David
  4. Christadelfiaanse geloofspunten #14 Koninkrijk van God aan het nageslacht van Abraham en David toekomend
  5. Jezus van Nazareth #2 De zoon van Maria
  6. Jezus van Nazareth #3 De Zoon van God
  7. Wie zijt Gij, Here?
  8. Jesjoea … wie bent u? 
  9. Jezus is Niet God
  10. Gezondene van God
  11. Jezus de gezonden afgezant van God
  12. De Gezalfde en de eerste dag van de feestperiode van Ongezuurde Broden
  13. Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus
  14. Na de sabbat na Pesach, de verrijzenis van Jezus Christus
  15. Een losgeld voor iedereen 2 Een verheven persoon van vlees en bloed
  16. De Knecht des Heren #3 De Gewillige leerling
  17. Dienaar van zijn Vader
  18. Een Messias om te Sterven
  19. Lam van God #3 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #2
  20. Aan wie trouw zijn
  21. God heeft nooit Zijn Naam veranderd en zal deze ook niet veranderen
Geplaatst in Bedenking, Christen zijn, Christenheid, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Stille of Goede week

Nadat wij het belangrijkste weekend van het jaar doorbrachten kunnen wij nu kijken hoe andere christenen zich al of niet bezonnen hebben en gemiditeerd hebben over leven en dood alsook over de posities van Jezus en God in hun leven.

Opvallend in deze coronatijden is dat meerdere christelijke kerken er op stonden om hun diensten gewoon te laten door gaan en vragen om naar de paasvieringen te komen, ook al riepen en roepen de regeringen op om geen bijeenkomsten te houden met meerdere mensen. In onze ogen zijn zulke bijeenkomsten totaal onverantwoord en met hun zeggen dat God hen wel zal beschermen, is het ook een onverantwoorde uitdaging van hen tegenover God.

Veel van die kerken die hun mensen oproepen om tot een paasviering te komen schijnen blijkbaar niet veel geleerd te hebben het afgelopen jaar. Ook lijkt voor vele groepen het bestaan van sociale media niet zo erg gekend of ingeburgerd. Nochtans hebben wij nu zo veel uitstekende technologische speeltjes die ons toch een gevoel van samenkomst en volgen van een dienst kunnen geven.

Probleem van dat virus dat rondtoert is dat het onzichtbaar en wispelturig of onberekenbaar blijkt te zijn. Onzichtbaar is ook God, maar Die is wel zeer berekenbaar, al willen velen dat niet inzien. Ook willen de meeste mensen iets tastbaar hebben en zo ook een god hebben die ze kunnen zien en waarnemen. Zo hebben heel wat mensen Jezus als hun god genomen in plaats van de God van Jezus aan te nemen als de Enige Ware God.

Die christenen die deze week hun stille week gedenken zouden eens goed moeten kijken naar die Jezus die in de Olijftuin ging bidden tot zijn hemelse Vader. Het is duidelijk dat hij daar, zoals op de andere plaatsen toen hij bad, niet tot zichzelf bad, maar tot Diegene Die hij (Jezus) en zijn discipelen als God aanschouwde.

Die God tot wie hij sprak is de God van Abraham en God van Israël, welke een Enige God is en Die niet wil dat er naast Hem andere goden bemind en aanbeden worden.

“Vereer naast mij geen andere goden.” (Ex 20:3 NBV)

Het was tot Die God, die geen andere goden naast Hem wil dat Jezus bad:

“‘Vader, als u het wilt, neem dan deze beker van mij weg. Maar laat niet wat ik wil, maar wat u wilt gebeuren.’” (Lu 22:42 NBV)

Het ging er duidelijk om dat Jezus zijn wil niet moest volbracht worden. Natuurlijk als Jezus God zou zijn, was elke wens van Jezus ook de Wil en Wens van God. Maar Jezus was een mens van vlees en bloed die wel wist wat er zou kunnen gebeuren, nu dat de verrader uit de bovenzaal was weggegaan tijdens hun avondmaal.

Men kan de vraag stellen hoe het komt dat die velen die zich christen noemen en tot de Katholieke of Protestantse Kerk behoren, dit gebed over het hoofd zien. Ook kan men zich vragen stellen waarom zij die woorden van God niet aannemen als God duidelijk te kennen geeft dat Jezus Zijn welbeminde zoon is.

“En uit de hemel klonk een stem:

‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’” (Mt 3:17 NBV)

Laten wij aan anderen in deze week van bezinning kenbaar maken hoe die geliefde zoon van God zijn leven heeft gegeven en niet gedaan heeft alsof, want indien Jezus God zou zijn kon deze niet sterven en had hij ook niets te vrezen. Maar vrees was er werkelijk wel voor Jezus. Het kwam er op aan voor hem om nu volledig op God te vertrouwen. Want zoals voor elke mens was er die komende dood die hem voor ogen stond, met het ongewisse van wat er daarna zou gebeuren.

Het werd op een bepaald ogenblik zo erg dat hij zich afvroeg of God hem had verlaten of in de steek had gelaten. Weer eens, als Jezus God is kon hij zichzelf niet achter laten en wetende dat God overal is zou hij dan ook geweten hebben dat Hij daar nog steeds was.

“Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’” (Mt 27:46 NBV)

God had Jezus niet verlaten, ook al riep Jezus op die God die ook onze God zou moeten zijn.

“Aan het einde daarvan, in het negende uur, riep Jezus met luide stem: ‘Eloï, Eloï, lema sabachtani?’, wat in onze taal betekent: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’” (Mr 15:34 NBV)

Twee maal riep Jezus dat voor hij zijn geest gaf (= stierf – herinner dat God niet kan sterven, dus indien Jezus God is deed hij maar alsof.)

Jezus als een mensenzoon stierf werkelijk. Hij gaf zich werkelijk als een slachtoffer aan zijn hemelse Vader (en niet aan zichzelf, wat hij zou doen indien hij God is). Zij die hem voor God nemen zouden ook beter eens luisteren naar de mensen die rond die drie opgehangen mensen stonden en zagen wat er rond Jezus gebeurde.

“51 Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. 52 De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; 53 na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen. 54 Toen de centurio en degenen die met hem Jezus bewaakten de aardbeving voelden en merkten wat er gebeurde, werden ze door een hevige angst overvallen en zeiden: ‘Hij was werkelijk Gods Zoon.’” (Mt 27:51-54 NBV)

Het had veel tijd gevergd, maar door wat ze kwamen te getuigen waren ze ervan overtuigd dat de persoon hangend op de paal een speciaal begunstigd persoon van God moest zijn.

“Toen de centurio, die recht tegenover hem stond, hem zo zijn laatste adem zag uitblazen, zei hij: ‘Werkelijk, deze mens was Gods Zoon.’” (Mr 15:39 NBV)

“De centurio zag wat er gebeurd was en loofde God met de woorden: ‘Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige!’” (Lu 23:47 NBV)

Met Jezus hebben wij een rechtvaardige die zich zoon van God mag noemen in alle aspecten.

Nadat hij begraven was werd hij op de eerste dag van de week door zijn hemelse Vader uit de doden opgewekt en konden de boodschappers van God de vrouwen die het graf bezochten, melden dat Jezus niet meer daar was waar ze hem hoopten te vinden.

“1  Maar op de eerste dag van de week gingen ze bij het ochtendgloren naar het graf met de geurige olie die ze bereid hadden. 2 Bij het graf aangekomen, zagen ze echter dat de steen voor het graf was weggerold, 3 en toen ze naar binnen gingen, vonden ze het lichaam van de Heer Jezus niet. 4 Hierdoor raakten ze helemaal van streek. Plotseling stonden er twee mannen in stralende gewaden bij hen. 5 Ze werden door schrik bevangen en sloegen de handen voor hun ogen. De mannen zeiden tegen hen: ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden?” (Lu 24:1-5 NBV)

“6 Hij is niet hier, hij is uit de dood opgewekt. Herinner u wat hij u gezegd heeft toen hij nog in Galilea was: 7 de Mensenzoon moest worden uitgeleverd aan zondaars en moest gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.’ 8 Toen herinnerden ze zich zijn woorden. 9 Ze keerden terug van het graf en gingen aan de elf en aan alle anderen vertellen wat er was gebeurd. 10 De vrouwen die het graf bezochten, waren Maria uit Magdala, Johanna, Maria de moeder van Jakobus, en nog enkele andere vrouwen die hen vergezelden. Ze vertelden de apostelen wat er was gebeurd, 11 maar die vonden het maar kletspraat en geloofden hen niet. 12 Petrus echter stond op en rende naar het graf. Hij bukte zich om te kijken, maar zag alleen de linnen doeken liggen. Daarop ging hij terug, vol verwondering over wat er gebeurd was.” (Lu 24:6-12 NBV)

“6 Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. 7 Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’ 8 Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden.” (Mr 16:6-8 NBV)

Wij kunnen ook met verwondering opkijken naar Jezus die uit het graf verdwenen was. Maar alles verliep volgens de schriften waarin dit alles beschreven stond.

“46 Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, 47 (47-48) en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem. 48 (Lu 24:46-48 NBV)

Dat oproepen, het prediken en het uiten van berouw door vele natieën is onderdeel van het leven van hen die Christus Jezus volgen als broeders en zusters. Vanuit Jeruzalem begon die wereldwijde prediking, ook al was dit in tegenzin van de geestelijke oversten daar.

“hevig ontstemd omdat ze het volk onderrichtten en de opstanding uit de dood verkondigden op grond van wat er met Jezus was gebeurd.” (Hnd 4:2 NBV)

“‘Hebben wij u niet nadrukkelijk verboden de naam van Jezus nog te gebruiken en onderricht over hem te geven? En toch verspreidt u uw leer in heel Jeruzalem en stelt u ons aansprakelijk voor de dood van deze man.’” (Hnd 5:28 NBV)

“Maar wanneer nu over Christus wordt verkondigd dat hij uit de dood is opgewekt, hoe kunnen sommigen van u dan zeggen dat de doden niet zullen opstaan?” (1Co 15:12 NBV)

Het is pas met die offerdaad van Jezus dat alle volkeren zouden kunnen gaan delen in de belofte aan en zegen van Abraham.

“Zo zouden door hem alle volken delen in de zegen van Abraham en zouden wij, zoals ons is beloofd, door het geloof de Geest ontvangen.” (Ga 3:14 NBV)

Zij die Jezus als God nemen moeten weten dat God geen sterfelijk lichaam heeft, terwijl wij worden aangeraden om te geloven in dat sterfelijke lichaam van Jezus. Wij horen te zien dat Jezus lichaam door de nagels is doorboord en dat zijn ophanging dood tot gevolg had. Ook moeten wij geloven dat God een Geest is maar dat Jezus geen Geest en niet God is. En dat wij enkel Die God van Jezus in waarheid moeten aanbidden.

“want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid.’” (Joh 4:24 NBV)

“36  Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie.’ 37 Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een geestverschijning te zien. 38 Maar hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel? 39 Kijk naar mijn handen en voeten, ik ben het zelf! Raak me aan en kijk goed, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals jullie zien dat ik heb.’ 40 Daarna toonde hij hun zijn handen en zijn voeten.” (Lu 24:36-40 NBV)

Velen vinden het moeilijk zulk een mysterie te aanvaarden en daarom breien ze er allemaal menselijke verzinsels rond in plaats van de Bijbelse gegevens te aanvaarden. Voor velen is dan ook onze godvruchtige toewijding niet bevattelijk en wordt ze afgedaan als een dwaalleer. Maar daar komt het op aan te geloven wat er in de Bijbel staat en dat “heilig geheim” van die man in het vlees te aanvaarden als onderdeel van het geloof.

“Ongetwijfeld is dit het grote mysterie van ons geloof: Hij is geopenbaard in een sterfelijk lichaam, in het gelijk gesteld door de Geest, is verschenen aan de engelen, verkondigd onder de volken, vond geloof in de wereld, is opgenomen in majesteit.” (1Ti 3:16 NBV)

Eerst was het voor de apostelen ook niet geloofbaar, maar zij werden ook geconfronteerd met het lege graf én met de verschijnende Jezus die zijn wonden liet zien om te bewijzen dat hij geen geest is zoals God wel geest is.

“27 en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ 28 Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ 29 Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’ 30 Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, 31 maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.” (Joh 20:27-31 NBV)

Laten wij dat heugelijke nieuws ook verder verkondigen en al is het voor velen nu een stille week, laat die stem en boodschap van Jezus kenbaar gemaakt worden, zodat mensen als ze de “staties” aflopen op “goede vrijdag” en eens verder bij gaan stil staan en intenser gaan nadenken over de rol die Jezus in het wereldgebeuren heeft gespeeld en in ons leven moet betekenen.

+

Voorgaand

Voorbeeld van hem die zijn leven gaf voor velen

++

Vindt ook te lezen

  1. De Enige Ware God
  2. Jezus eniggeboren welbeminde zoon
  3. Een stille week

+++

Gerelateerd

  1. Wat hebben we geleerd van één jaar online leren op afstand?
  2. Merkel doet omstreden ‘paaslockdown’ in de ban
  3. Liefde, vrijheid, geen dictatuur.
  4. Kerk met toekomst
  5. Veertigdagenpakket (slot!)
  6. Witte Donderdag – Rembrandt
  7. Witte Donderdag – Twaalf voeten mij  toevertrouwd om te wassen.
  8. Witte Donderdag 2020
  9. Emotionele intelligentie
  10. Judas-kus (Hélène Swarth)
  11. Oog voor detail op weg naar Goede Vrijdag
  12. Goede Vrijdag – niet in de kerk, maar thuis
  13. Goede Vrijdag
  14. Twee verzen voor Goede Vrijdag
  15. Preek Goede Vrijdag 2020 ‘Jezus verlaten’
  16. Goede Vrijdag – Rembrandt
  17. Goede Vrijdag (René de Clercq), Leo Vroman, Johannes Bobrowski
  18. Geroepen om werkelijk mens te zijn
  19. Worstelend met het kruis
  20. Stille Zaterdag – Jezus op meer dan 1½ meter afstand
  21. Het covid-19-kruis
  22. Van Goede Vrijdag naar Stille Zaterdag in tijden van pandemie
  23. Stille Zaterdag 2020 Zo stil als deze zaterdag Is het nog niet geweest.
  24. Stille Zaterdag – Er hangt een zwarte doek voor het kruis. Jezus is gestorven en begraven.
  25. De tuin; Thuisweek 4 Stille zaterdag
  26. Gebed op Stille Zaterdag 2020
  27. Digitaal Avondmaal vieren – ja of nee?
Geplaatst in Bedenking, Christen zijn, Christendom, Christenheid, Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Kerkopbouw, Levensvragen, Religie, Trinitarisme | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Voorbeeld van hem die zijn leven gaf voor velen

Het weekend van 27 en 28 maart 2021 zal vele gelovigen bij blijven als een werkelijk stil weekend, tegenover andere jaren.

Ook voor Katholieke gelovigen is een stille week ingegaan. Maar zij houden zich niet aan de feest- of herinneringsdagen waaraan Jezus hield. Broeders in Christus daarentegen verkiezen Gods opdrachten te volgen en Hij heeft gevraagd om de avond voor de uittocht uit Egypte in herinnering te nemen. Dat hebben wij dan ook dit jaar zaterdagavond gedaan en hebben dan zondag onze gedachtenisviering nog voort gezet. Want het is niet zo maar een gebeurtenis van 1 uur of 1 dag. Wij namen dit weekend niet enkel die bevrijding uit de slavernij van de mens in gedachtenis, maar keken naar nog een grotere impact hebbende bevrijding, namelijk de bevrijding uit de dood.

Het is namelijk door de offerdaad van Jezus Christus dat de banvloek van de dood opgeheven is geworden. Het loon of de prijs die wij moeten betalen voor onze zonde is nog steeds de dood, maar wij weten dat ze nu niet blijvend zal zijn. Want wij hebben een prachtig vooruitzicht door het loskoopoffer van Jezus Christus.

Met een enorme daad van liefde, gaf Jezus Christus zich namelijk aan God in ruil voor alle mensen. Jezus beseft zeer goed hoe moeilijk het kan zijn voor een mens om altijd “juist” te leven en volgens Gods normen en waarden de dag door te komen. Vlug zijn we geneigd om zijpaden te nemen of af te wijken van die “rechte weg”. Ook al mag Gods Weg opgetekend zijn in het Boek der boeken, is het niet alle mensen gegeven om zich er aan te houden. Door de eerste mens is bij het eten van de vrucht van de Boom van kennis van goed en kwaad die kennis in hem gekomen. Van toen af aan kon hij dat goede en slechte zien, maar ook voelen.

Jezus had een enorm ontzag voor zijn God en hield er aan om altijd Zijn Wil te doen, zelfs in de meest erbarmelijke momenten, vlak voor zijn dood. Ook al zag hij die komende dood voor ogen, vroeg hij toch nog aan God om Zijn wil te laten gebeuren.

“ ’Vader, als Gij wilt, laat dan deze beker Mij voorbijgaan. Maar toch: niet mijn wil, maar uw wil geschiede.’” (Lu 22:42 WV78)

Uiteindelijk was het Gods Wil die Jezus naar de mens toe deed komen en hem als lam op de slachtbank liet aanbieden zodat God hem als losprijs al of niet kon aanvaarden. Uit liefde voor Zijn zoon en voor de mens aanvaarde God die door Zijn zoon gegeven losprijs.

Wij moeten die liefde van beiden waarderen en er dankbaar voor zijn. Daarom is het ook noodzakelijk om die liefde van Jezus en van zijn hemelse Vader aan anderen kenbaar te maken. Ook al zijn wij dit jaar enorm beperkt in de mogelijke contacten die wij kunnen hebben, moeten wij durven gebruik maken van de hedendaagse middelen, zoals Zoom, Jitse, Messenger, Facebook en Instagram (om er maar enkele te noemen).

Via de sociale media kunnen en moeten wij over die enorme liefde spreken. Door die liefde is namelijk de Genade van God over de mens gekomen, zodat deze gered kan worden  van de eeuwige dood. Het is die barmhartigheid van God die ook juicht over het oordeel dat Jezus zal mogen uitspreken, waarbij zal nagegaan worden in welke mate wij ook zulk een barmhartigheid hebben kunnen uitoefenen tegenover anderen.

“ Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.” (Mt 5:7 WV78)

“ maar als gij niet vergeeft aan de mensen, zal ook uw hemelse Vader uw fouten niet vergeven.” (Mt 6:15 WV78)

“ Weest barmhartig, zoals uw Vader barmhartig is.” (Lu 6:36 WV78)

“12 Spreekt en handelt als mensen die door de wet der vrijheid geoordeeld zullen worden. 13 Want onbarmhartig zal het oordeel zijn voor hem die geen barmhartigheid heeft bewezen, maar de barmhartigheid triomfeert over het oordeel.” (Jak 2:12-13 WV78)

Oorspronkelijk behoorden niet-Joden niet tot Gods Volk. Maar Jezus heeft de mens met God verzoend zodat de niet-Jood ook als kind van God naar Jehovah kan en mag toekomen. Ook zal de Elohim allen die willen geloven en onder Hem komen als Zijn Volk aanschouwen.

“ gij, vroeger geen volk, nu Gods volk; vroeger van genade verstoken, nu begenadigd.” (1Pe 2:10 WV78)

Dat wij nu begenadigd zijn is vast en zeker zo belangrijk dat wij dat niet over het hoofd mogen zien en in alle omstandigheden, ook deze van isolatie, moeten herdenken.

Dezer dagen kijken wij in het bijzonder naar wat Jezus echt voor de mensheid heeft gedaan en hoe wij hier tegenover moeten staan. Hij heeft zich als een voortreffelijk voorbeeld opgesteld en voor ons de weg naar God geopend. Hierbij moeten wij dan ook de kans waarnemen op die weg naar bevrijding te stappen vol goede moed. Met Jezus als voorbeeld moeten wij gesterkt naar buiten durven komen en zo veel mogelijk mensen die Goede Boodschap die Jezus ook bracht verkondigen.

Met Jezus Christus hebben wij eigenlijk het grootste geschenk gekregen dat een mens kan ontvangen

De mogelijkheid tot eindeloos leven.

Met zijn dood heeft Jezus meer voor de mens bereikt dan enig ander mens. Daarom is deze periode voor ons ook veel belangrijker dan het vieren van Jezus geboorte (welke plaatsgreep op 17 oktober maar door vele christenen op de geboortedag van de godin van het licht wordt gevierd, namelijk Kerstmis). Aan die christenen die vasthouden aan het vieren van die heidense feestdagen moeten wij als broeders en zusters in Christus, getuigenis afleggen van diegene die als mensenzoon zich volledig gaf aan zijn hemelse Vader, de Enige Ware God Jehovah. Het was om zijn opstelling als slaaf of knecht voor God dat God hem verhoogd heeft en hem bij Zich heeft genomen in de hemel om aan Zijn rechterzijde te zetelen en op te treden als bemiddelaar tussen Hem (JehovahGod) en de mens.

“ Ook Christus heeft zichzelf niet de eer van het hogepriesterschap toegekend; dat heeft God gedaan, die Hem zei: Gij zijt mijn zoon, Ik heb U heden verwekt.” (Heb 5:5 WV78)

“ Hem heeft God als Leidsman en Verlosser verheven aan zijn rechterhand om aan Israel bekering en kwijtschelding van zonden te schenken.” (Hnd 5:31 WV78)

“ Daarom heeft God hem hoog verhevenen Hem de naam verleend die boven alle namen is,” (Flp 2:9 WV78)

Nu onze zonden zijn kwijtgescholden moeten wij er alles aan doen om niet terug in verval te komen door te zondigen. Hierbij moeten wij dan altijd aan Jezus blijven denken hoe hij er wel in geslaagd is om steeds de wil van God te doen en aan al de lessen die hij heeft gegeven. Aan die verhalen en gelijkenissen kunnen wij ons optrekken. Met de evangeliën hebben wij dan ook voorname lessen mee gekregen die ons verder op het juiste pad moeten kunnen houden. In die Messiaanse Geschriften treffen wij dan ook de verhalen rond Jezus aan welke wij nu mee met behulp van die boeken kunnen verder vertellen.

De lente brengt normaal gesproken nieuw leven aan en hoop. Dit jaar is die hoop bij velen nog groter daar zij verwachten dat er tegen de helft van het jaar eindelijk een einde zal komen aan al de coronamaatregelen. Wijzelf zijn daarvan niet zo overtuigd. Voor het ogenblik blijven wij al onze leden oproepen om nog in isolatie te blijven en de kerkdiensten on-line bij te wonen. Maar wij vragen ook alle gelovigen om de liefde van Jezus Christus verder bekend te maken. Nooit is er een ander mens geweest die het heeft kunnen opbrengen om zoveel liefde te vertonen.

Laat ons die liefde van Jezus dan ook in ons hart dragen en de belangrijke kernpunten van ons geloof uitdragen. Die kernpunten zijnde dat Jezus de zoon van God is die door God gezalfd is en als Messias door zijn dood aan een paal bevrijd heeft van de vloek der zonde. Alsook dat God zijn offerdaad als losprijs heeft aanvaard en hem uit de dood heeft doen opstaan om hem te verhogen en hem naast Hem te laten zetelen om Zijn hogepriester en bemiddelaar te zijn tussen de mens en God.

+

Voorgaande

Betreft de Mens

Verlossing #6 Deel hebben aan zijn offer

Hoop naar weer een leven in het normale

Gods volk onderweg – Het leven in de gemeente

++

Aanvullende berichten

  1. Een Boom van kennis wordt een Boom van moraal
  2. Verstand, kennis, wijsheid en verstandelijke vermogens
  3. Joodse Wetten en Wetten voor Christenen
  4. Lam van God -Voorspeld
  5. Onschuldig Lam
  6. Lam van God – offer gebracht ter verzoening
  7. Lam van God #2 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #1
  8. Het grootste geschenk ons gegeven
  9. Christus in Profetie #3 De Knecht in Jesaja (3) Gezalfde
  10. Christus in Profetie #5 De Knecht in Jesaja (5) Verhoging van de Knecht
  11. Enkele kernpunten van het Christelijk geloof
  12. Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God
  13. Loskoopoffer
  14. Lijden bedekt door Zoenoffer
  15. Zoenoffer
  16. Het loon der zonde is de dood; maar de genadegave van God is het eeuwige leven in Christus Jesus
  17. Verhoord vanwege zijn ontzag voor God
  18. Zij die Jezus vrienden kan noemen
  19. Na meer dan een jaar van isolaties en vele doden
  20. Vanavond 27 maart 2021 een avond om te herinneren
  21. Zichtbare druppel Bloed aan de deurlijst
  22. 2021 Gedachtenisviering van de dood van Christus
  23. Niemand heeft grotere liefde dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden
  24. 1 en 14 Nisan – Herinnering van oude wereld en denken aan nieuwe wereld
  25. Een herinneringsmaaltijd in kleine kring
  26. 27-28 maart 2021 een herinneringsweekend als geen ander
  27. Redding (Christadelphian artikel)
  28. Redding (Bijbelstudenten artikel)
  29. Reddingsplan
  30. Gods Redding
  31. Volk van God
  32. Zijn de joden Gods uitverkoren volk
  33. Bedenkingen: Gods eigen Volk
  34. Kinderen van God
  35. Gospel of Evangelie – het Goede Nieuws
  36. Evangelisatiewerk blijvende opdracht
  37. Verkondigen
  38. Verscheidene Verbondakkoorden 7 Het nieuwe verbondsslachtoffer en bemiddelaar
Geplaatst in Christendom, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 5 reacties

Voorbeelden voor een te volgen weg

In de bijbel vinden wij hoe de wereld ontstaan is en hoe God, naar Zijn eigen beeld, mensen op deze aardbol plaatste.

Van dat eerste koppel, dat zich niet als een te volgen voorbeeld opstelde, kwamen alle andere mensen voort. Maar al bij hun kinderen viel het op dat er weer zoiets verkeerd ging dat wij dat voorbeeld ook niet hoeven te volgen. Maar gelukkig kon men later toch nog meerdere mensen vinden die zochten welke weg ze hoorden te gaan om weer dichter bij de Schepper te komen en die het rechte pad naar God wisten te vinden.

Bij sommige mensen drong het genoeg door dat men een goede relatie moest hebben met Hem die alles rondom hen mogelijk maakte. Zij vonden ook dat zij een levenshouding moesten aannemen die getuigde van dankbaarheid naar Hem die zegeningen over hen bracht. Zelfs al waren zij fout gegaan beseften bepaalde mensen wel dat zij terug naar God hoorden te keren, en waren dan ook bereid berouw te tonen en de moeite te doen om niet meer die fouten te begaan. Vandaag moet dat ook nog steeds de houding zijn die een zondige mens moet aannemen.

Verscheidene mannen en vrouwen in de bijbel kwamen tot het besef dat zij Die Ene Goddelijke Schepper moesten eren en aanbidden maar ook niet enkel Zijn Naam aanroepen maar ook aan anderen kenbaar moesten maken.

Betreft de erkenning van Die God liep het niet allemaal zo mooi. Want de mens bleef hooghartig. In zijn ijdelheid ging hij er zelfs toe over om naar anderen te bewijzen dat zij ongelofelijke kunde hadden en wel tot aan God Zijn hemel konden rijken. Hiertoe gingen zij over tot het bouwen van een immens hoge toren die men van ver moest kunnen opmerken en het volk samen moest doen trekken naar die ene plaats.

Onder de Bijbelse figuren van Noah en Abraham op. De ene doordat hij bleef voortwerken aan de bouw van een ark midden in een woestijngebied, terwijl iedereen de spot met hem dreef en niet wenste te luisteren naar zijn waarschuwingen van een komende vloed. De andere eveneens door het geloof dat hij stelde in zijn hemelse Vader. Ditmaal om zijn eigen familie en nageslacht dat God hem beloofde.

Met Abraham krijgen wij een karakter te zien waarin God Zijn vertrouwen toonde en Abraham wederzijds vertrouwen in God toonde. In de openbaring van de naam Jehovah hoort het plaatje van goedheid en liefde, de hoofdeigenschap van God. Het is namelijk zo dat Zijn goedertierenheid komt voort uit wat God is, wil zijn en zal doen voor mensen met wie Hij Zich verbonden heeft.

“5  Toen daalde Jehovah neer in een wolk, terwijl Moses daar op Hem wachtte en Jehovah aanriep bij zijn Naam. 6 Nu ging Jehovah voor hem langs en riep uit:
De Heer Jehovah is een barmhartige, liefdevolle en ontfermende God, genadig, vol van liefde en waarachtige trouw, 7 die duizenden geslachten Zijn genade bewijst, die schuld, misdaden, fouten en zonden vergeeft, zonder ze ongestraft te laten, maar voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, ze wreekt tot in het derde en vierde geslacht.” (Ex 34:5-7)

Abrahams geloof in Gods beloften blijkt al uit de wijze waarop hij zijn vertrouwensknecht naar zijn familie stuurt, in de hoop dat daar een geschikte vrouw voor zijn zoon Isaak zal te vinden zijn. Bij de aanduiding van een vrouw door de knecht gelooft Abraham ook in Gods Hand. Ook de knecht rekende op Gods uitverkiezing:

“Toen sprak hij: ‘Jehovah, God van mijn meester Abraham, als u mijn meester Abraham genegen bent, wees hem genadig en laat het mij dan zo vergaan:” (Ge 24:12)

“26 Toen viel de man op zijn knieën, boog zich neer voor Jehovah 27 en zei: ‘Geprezen zij Jehovah, de God van mijn meester Abraham, die mijn meester zijn genegenheid en trouw niet heeft onthouden. Want Jehovah heeft mij naar het huis van mijn meesters verwanten gebracht.’” (Ge 24:26-27)

Abraham weet maar al te goed dat God een god van Zijn Woord is. Hij beseft maar al te goed dat God nooit liegt en steeds Zijn Woord houdt. Dat is trouwens ook een van de verwachtingen die God inhoudt voor al Zijn schepselen. Hij hoopt dat Zijn schepselen zullen beseffen dat ze het best bij en met Hem zijn en dat leugen ook niet in hen zal zijn.

Jehovah bestendigt Zijn verbonden en zich daaraan vasthoudend zal Hij ze niet beëindigen. Zo als de lui in de oudheid uitkeken naar de vervulling van Gods beloften moeten de mensen dat vandaag ook doen.
De mens moet ook beseffen dat wat Jehovah zegt de waarheid is en ook al zullen heel wat mensen er alles aan doen om God en Zijn Plannen te dwarsbomen, zullen deze toch verwezenlijkt worden. En dat is ook waarin Abraham zijn geloof uit putte, dat rotsvast vertrouwen dat God Zijn beloften zal waar maken.

Ook al probeerden meerderen Gods Volk uit te dunnen zal het nageslacht van Abraham door de lijn van Isaak en Jakob groot in aantal worden, en zal God hen tot Zijn volk laten herkennen, door datgene wat in een verbond is gegoten met hen te laten vervullen door de troon van het Rijk over te dragen aan Zijn welbeminde zoon, Jezus, de Christus, Koning der Joden.

Voor ons moet het duidelijk zijn dat Abraham door God is verkozen en uitverkoren. Wij beseffen dat Jehovah hem met rede heeft uitverkoren en dat die man zich bereid had verklaard om de bevelen van zijn God op te volgen. Voor ons moet deze man van geloof een voorbeeld zijn omdat hij zich hield aan de wegen van God en bleef doen wat recht en goed is; opdat de Soevereine Heer op Abraham kon laten komen hetgeen Hij hem toegezegd heeft.

“ Ik heb hem immers uitverkoren; zijn zonen en zijn nageslacht moet hij leren, zich door een rechtschapen en deugdzaam leven aan de weg van Jahwe te houden, dan kan Jahwe zijn plan met Abraham verwerkelijken.’” (Ge 18:19 WV78)

In navolging van Abraham hebben wij ook dezelfde mogelijkheid om al of niet Jehovah God te volgen en Zijn wegen te bewandelen.

File:Pieter Bruegel the Elder - The Tower of Babel (Vienna) - Google Art Project.jpg

De menselijke betrachting om tot hoog in de lucht te gaan om dicht bij God te zijn. – Pieter Bruegel de Oude zijn voorstelling van de Toren van Babel (olieverfschildering op eikenhout 1563)

Terwijl het volk van Nimrod dacht met het bouwen van een zeer hoge structuur die kilometers ver in de omtrek te zien was, dat zij al de aandacht van de mensen op hen zouden krijgen, had Abraham zulk geen bouwsels nodig om aandacht naar hem toe te trekken, want hij wist trouwens dat alle aandacht naar zijn God hoorde te gaan.
Voor degenen die de weg van de wereld willen bewandelen en ernaar streven zichzelf te verheerlijken in plaats van God te verheerlijken volgt er in de bijbel een heilzame les. Na het zien van de ambities van de mensen om naar boven op te bouwen, bootste God misschien hun taal na door te zeggen:

“ Laten Wij neerdalen en verwarring brengen in hun taal, zodat de een niet meer verstaat wat de ander zegt.’” (Ge 11:7 WV78)

Terwijl de mensheid probeerde om naar de hemel op te bouwen en dat zelfs nog tot in de 19de eeuw deed met haar kerktorens, en zich daarbij impliciet zichzelf wilde verheffen tot de positie van God, komt God naar beneden.

Nadat Jehovah de ambities van de mensheid heeft gade heeft geslagen, besloot Hij om “hun taal te verwarren” (vers 7) en hen te verspreiden (vers 8). Met andere woorden, precies wat deze groep mensen probeerde te voorkomen, vond plaats. De les moet duidelijk blijken. In de Tuin van Eden had God de mens opgedragen zich uit te breiden over de gehele aarde.

“ God zegende hen, en God sprak tot hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk; bevolk de aarde en onderwerp haar; heers over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, en over al het gedierte dat over de grond kruipt.’” (Ge 1:28 WV78)

“ Toen zegende God Noach met zijn zonen en zei tot hem: ‘Wees vruchtbaar, word talrijk en bevolk de aarde.” (Ge 9:1 WV78)

“ Ik blijf u mijn gunsten schenken; Ik maak u vruchtbaar en talrijk. Mijn verbond met u blijf Ik trouw.” (Le 26:9 WV78)

Door alle mensen enkel op één plek te verzamelen werd er ingegaan tegen de wens van God. Die mensen die hun eigen gedachten wensten door te voeren gingen hun weg, of de weg van de wereld, maar niet Gods Weg. Wij zien dan ook hoe hun plan faalde en hoe het tot een chaos kwam. Er kwam spraakverwarring, welk ook onderlinge onenigheden en spanningen teweeg bracht. Uiteindelijk gingen de mensen uit die stad weg en gingen naar alle windhoeken verspreiden, zoals uiteindelijk ook het plan van God was. Het volgen van de weg van de wereld in plaats van de weg van God zal altijd in verwarring eindigen en uiteindelijk de dood.

In Genesis 12 verschijnt God voor het eerst aan Abraham en zegt hem naar een land te gaan dat God hem zou laten zien. In tegenstelling tot de vlakte in het land van Shouar waarover die mensen van de wereld lijken over gestruikeld te hebben en doelloos kwamen over rond te wandelen, was Abraham bestemd voor een zeer specifieke plaats – het beloofde land. Ook al kwam het hem in zijn leven niet helemaal toe en zag hij, noch zijn zonen, dat Koninkrijk verwezenlijkt worden. Toch bleef hij getrouw in de beloftevolle woorden van God geloven en rekende hij er op dat zijn familie gezegend zou worden.

“ Ik zal zegenen die u zegenen, maar die u versmaadt zal Ik vervloeken. Door u zal zegen komen over alle geslachten op aarde.’” (Ge 12:3 WV78)

Die zegen van God is ook de zegen waarop wij moeten hopen en vertrouwen. God zal in ieder geval Zijn beloften na komen. Dat mensen hun beloften nakomen is helemaal niet zeker. In tegendeel zien wij doorheen de geschiedenis dat de mens meermaals zijn beloften niet na gekomen is en dat hij veelvuldig niet te vertrouwen is. Toch valt het op dat de meerderheid van de mensen toch meer geloof blijft hechten aan die mensen dan aan de God Die Zijn Woord wel houdt.

God beloofde Abraham, als hij Gods weg zou volge, een groots rijk. Met andere woorden, terwijl de mensen in hoofdstuk 11 probeerden samen te blijven en een soort permanente verblijfplaats te maken in het land van Seinar, en uiteindelijk in het buitenland verstrooid werden (en dus zeer verschillende groepen mensen werden), doet God beloften aan Abraham die ten goede komen aan alle families van de aarde. Of, simpel gezegd, het volgen van de weg van God leidt tot zegeningen voor hen die hem volgen terwijl de weg van de wereld leidt naar het tegendeel.

De heerlijkheid van de mens is tijdelijk en vluchtig

“ Want alle vlees is als gras en heel zijn luister als een veldbloem. Het gras verdort, de bloem valt af,” (1Pe 1:24 WV78)

Wij wonen voor het ogenblik in een wereld waar alles vergankelijk is. De mens doet wel veel pogingen om dingen voor blijvend op te bouwen en spreekt zich uit om mensen beroemd te maken, maar om God te roemen is er geen plaats tegenwoordig.

Voor hen die uitgelachen worden voor hun hoop in God, is er echter wel de hoop van dat blijvende. Zij kunnen uitkijken naar een wereld waar alles anders zal zijn dan nu. Daar zal geen pijn en verdriet meer zijn. Daar zal geen verdorring of verval meer plaats grijpen. Daar zullen allen die op Gods weg wandelen hun hoop vervuld zien en mee maken dat er een veel groter en eeuwig gewicht van de glorie te ondervinden zal zijn.

“ De lichte kwelling van een ogenblik bezorgt ons een alles overtreffende, altijddurende volheid van glorie.” (2Co 4:17 WV78)

Altijd moet de mens zich afvragen op welke manier ze zich willen of moeten begeven. Willen wij als mens gewoon de massa volgen? Gaan we dezelfde richting als de meerderheid, de richting van de rest van de wereld, of gaan we in de richting die God ons voor legt, met trouwe Abraham?

We moeten natuurlijk onze richtsnoer nemen van de heer Jezus, die niet alleen op Gods weg liep, maar op zichzelf de manier werd waarmee een man of vrouw naar God toe kan komen. Want deze Nazareense leermeester gaf aan dat hij de te volgen weg is, die ook de waarheid en het leven op zich is. Hij geeft ook aan dat niemand nu tot de Vader komt zonder hem.

“ Jezus antwoordde hem: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.” (Joh 14:6 WV78)

Laten wij daarom bewust het juiste pad kiezen en Jezus als onze begeleider kiezen naar de Allerhoogste God boven alle goden.

+

Voorgaande

Begrijpend Zingen: Psalm 8: Wat is de mens…?

Aanroepen van Gods Naam

Fragiliteit en actie #3 Verleden en Vervolg

Fragiliteit en actie #9 Herval zondigheid

Gods vergeten Woord 25 Varen op Bijbels Kompas 5 Leven naar de Bijbel

Gods vergeten Woord 25 Varen op Bijbels Kompas 7 Vrienden van de Heer

++

Aansluitende lectuur

  1. Mens, mensheid en mensdom
  2. Plan van de Goddelijke Maker
  3. Beloften van God
  4. Gods beloften
  5. Verscheidene Verbondakkoorden 1 Eerste beloften en overeenkomsten
  6. Verscheidene Verbondakkoorden 4 Behouden van de Wet maar Zwak door het vlees
  7. Een losgeld voor iedereen 1 De Voorziening van een tweede Adam
  8. Verzoening en Broederschap 8 Samenkomende deelgenoten
  9. God aanbidden
  10. Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God
  11. Overdenking voor vandaag: God + ik = Een Meerderheid
  12. Hoop
  13. Hoop op leven
Geplaatst in Christen zijn, Geschiedenis, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren, Religie, Wereld, Woord van God | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

The Way of God or the way of the world?

The example of Abraham, compared with the people at Babel, shows the direction to be followed.

From the very start of our Bible mankind is presented with a simple choice: to walk towards God or to walk away from Him.
As early as Genesis 3 when Adam and Eve were expelled from the Garden of Eden, the way back to God (or the way back to the tree of life) was not permanently eradicated, rather it was ‘guarded’ or ‘preserved’ (Genesis 3:24).
Therefore while all mankind might have sinned and fallen short of the glory of God, a way back to Him has been preserved through the saving work of His Son, the Lord Jesus Christ.

In our lives we have a daily choice either to walk towards God and in His ways, or to walk in the way of the world.
It is interesting, and important, that the way back to the tree of life is on the east of the garden of Eden:

“He placed at the east of the garden of Eden Cherubims … to keep the way of the tree of life” (Genesis 3:24).

In other words, in order to get back to the tree of life, a man or woman would need to walk in a westerly direction (because walking into a garden through an entrance at its eastern edge requires one to walk in a westerly direction through that entrance). This is a pattern which holds true in the tabernacle, where one had to walk in a westerly direction to enter the tabernacle, the holy place and the most holy place (Exodus 27:13,14).
It also holds true in Ezekiel’s temple where, again, to walk towards God requires one to walk in a westerly direction through a gate situated at the east side (Ezekiel 43:1,4).
So in Genesis 3, the seemingly i n s i g n i fi c a n t  d e t a i l  o f  the whereabouts of the way back to the tree of life is actually an important piece of information which helps to shed light on some other accounts in the book of Genesis.
Chapters 11 and 12 contain one of the clearest examples in scripture of the difference between walking in the way of God, towards Him, and walking in the way of the world. The contrast is between “the whole earth” in Genesis 11 and Abraham in chapter 12.
Genesis 11 speaks of a time in which the entire population of the world was walking as one “from the east” (Genesis 11:2). In fact, the Hebrew word is better rendered “eastward”, as it is translated in chapter 13:14, when God tells Abraham to look “northward, and southward, and eastward, and westward”. Having learned in Genesis 3 that the way back to God, to life, requires one to travel in a westerly direction, we should immediately be wary when we read of people travelling east.
If the direction of travel of these people wasn’t enough to alert us to the ungodliness of their ways, we don’t need to read on much further in the record. The people were clearly important in their own eyes and had little or no time for God – the word “us” appears five times in verses 3 and 4. The focus of this group of people, in other words, was entirely on themselves and not God.
Their self-importance and disregard for God is just the start of it. In what may quite possibly have been a bid to usurp the authority of God, they go about their own process of creation:

“Go to, let us make”; “Go to, let us build”; “let us make” (11:3,4),

they say as they set out to build a city and a tower that reaches to heaven. Their choice of words jars distinctly with the words of God at creation,

“Let us make man in our image” (1:26).

In contrast to God’s creation, the people’s creative efforts in chapter 11 have a hollow motivation:

“that we may make a name for ourselves” they say (Genesis 11:4, NIV).

File:Pieter Bruegel the Elder - The Tower of Babel (Vienna) - Google Art Project.jpg

The Tower of Babel – 1563 – Pieter Brueghel the Elder (1526/1530–1569)

Rather than honouring God as their creator, they are instead focused on glorifying themselves.

The reason for the building of the tower “whose top may reach unto heaven” arose from an additional motivation: to prevent the people from being “scattered abroad upon the face of the whole earth”.

When we are introduced to this group of people at the start of the chapter they are moving as one, in one direction, with one language, and one speech. In an apparent contravention of the commandments of God in 1:28 and 9:1 to “replenish the earth”, these people are insistent on remaining together. They thought that building a very high structure that could be seen for miles around would assist them with that (after all, how can you be lost when you can always see a tower whose top reaches up to heaven?). What follows next is a salutary lesson for those who would go in the way of the world and seek to glorify themselves rather than glorify God.
Having observed the people’s ambitions to build upwards, God perhaps mimics their language, saying,

“Go to, let us go down” (11:7).

It is ironic that while mankind tries to build upwards to heaven, and by implication to elevate themselves to the position of God, God comes down. Having observed the ambitions of mankind, God resolves to “confound their language” (verse 7) and scatter them abroad (verse 8). In other words, the very thing this group of people was trying to prevent took place. The lesson is clear.

Following the way of the world rather than the way of God will always end in confusion, and ultimately death.

Against the crowd

It can be easy, however, to find ourselves following the way of the world if we are not careful.
The world and its ways can be enticing, particularly when everyone around us is going in that direction. Walking in the opposite direction is difficult and can make us quite conspicuous.
It is encouraging then to have an example in the very next chapter of Genesis, of a man who was prepared to do just that – to walk in the opposite direction to the rest of the world, to walk in God’s way.
The early verses of Genesis 12 stand in stark contrast to chapter 11, as if the inspired word is saying,

‘having seen the way of the world and where it leads, now let’s see what happens if you go in God’s way’.

In Genesis 12, God appears to Abraham for the first time and tells him to go to a land that God would show him. Unlike the plain in the land of Shinar which the people of the world appear to have stumbled u p o n  a s they wandered aimlessly, Abraham was destined for a very specific place – the promised land.

As if we needed to check, the direction in which Abraham had to travel in order to get from Ur of the Chaldees to the land of Canaan was due west, as a quick look at the maps at the back of a Bible shows clearly. When we layer chapters 11 and 12 on top of one another, we get a vivid picture of the entire world walking east, but faithful Abraham walking in completely the opposite direction.
If we are ever worried about going in a different direction from those in the world around us, Abraham shows us that it can be done.
The end of the way of the world, as can be seen in chapter 11, is only confusion and a scattering of the people. The way of God has quite a different ending.

“In thee shall all families of the earth be blessed” (Genesis 12:3),

God promises Abraham, if he will follow God’s way. In other words, while the people in chapter 11 tried to stick together and make some kind of permanent abode in the land of Shinar, and ended up being scattered abroad (and thus becoming very distinct sets of people), God makes promises to Abraham which are for the benefit of all families of the earth.
Or, put more simply, to follow the way of God leads to blessings; the way of the world leads to the very opposite.

As mentioned earlier, the people of the world were attempting to make a name for themselves through their building efforts. How telling then, that God promises Abraham that if he were to walk in His ways, God would make his name great (12:2). Man’s glory is temporary and fleeting (“all flesh is as grass, and all the glory of man as the flower of grass. The grass withereth, and the flower thereof falleth away” – 1 Peter 1:24), but those who walk in God’s way have the hope of “a far more exceeding and eternal weight of glory” (2 Corinthians 4:17).

So at the end of this comparison of the way of the world and the way of God, we must ask ourselves which way we are to pursue. Do we head in an easterly direction with the rest of the world, or do we head west with faithful Abraham?

We should, of course, take our cue from the Lord Jesus, who not only walked in God’s way, but became himself the way by which a man or woman comes to God. As he said:

“I am the way, the truth, and the life: no man cometh unto the Father, but by me.” (John 14:6)

The way back to God with all the blessings it affords, guarded for thousands of years since Genesis 3, has been opened to us through the sacrifice of the Lord, which we commemorate in the bread and the wine. The correct choice is obvious.

Tom Bramhill (Glasgow, UK)

+

Preceding

Leading Babylonian Dates

The true light in recorded words

Reason to preach #5 Trained to do it God’s way

++

Additional reading

  1. Human Desire Personified
  2. The Way of the LORD
  3. Memorizing wonderfully 46 Believe in the sent one from God, who is the Way to God
  4. People Seeking for God 1 Looking for answers
  5. Jehovah steep rock and fortress, source of insight
Geplaatst in Being Christian, Church building, History, Jehovah Yahweh God - English articles, Jesus Christ Jeshua Messiah, Life and Death, Religion, World | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Here am I; Send me

The willingness of the prophet to deliver the message from the Lord is a fine example.

In the whole of scripture are there any better words than these to set the standard for an appropriate response to the call of the Lord?

Many an exhortation has been given focusing on the willingness of the faithful prophet voluntarily to take on the Lord’s work. Isaiah does not pause to look around him with the idea that someone else might be available to take on the task. He makes no assessment of respective skills and qualifications, either of himself or of others, to determine whether he is up to the work, or whether someone else might be better suited. There is no request to be excused because of tiredness or because he is too busy or for some other reason. There is no time taken to reflect on what might be gained from taking on the work – a far cry from today’s attitude, ‘what’s in it for me?’ All that comes from the prophet is a simple, unequivocal, affirmative reply.

The words of Isaiah 6:8 are well known and often used to encourage one another when voluntary work is to be done. What better example could there be than this of a willing helper?

“I heard the voice of the Lord, saying, Whom shall I send, and who will go for us? Then said I, Here am I; send me.”

This impressive example, which can shame those who consider their own response to the Lord’s calling, is worth considering in the full context of the chapter.

It is the Lord Jesus himself who comments on Isaiah’s vision of the throne of glory in the temple. As Jesus’ public ministry comes to a close, John explains that Isaiah’s temple vision was of the millennial throne, on which the Lord Jesus sits in glory as king and priest:

“These things said Esaias, when he saw his glory, and spake of him.” (John 12:41)

This beloved Son, who came in order that men might behold the glory of the Father (John 1:14), had a rather sorry assessment of how men had received him. Although he had done all things good and brought enlightenment to a people in darkness, those in authority preferred not to listen,

“for they loved the glory of men more than the glory of God” (12:43, RV).

This kingdom vision is clear and powerful, and at least in the eyes of Isaiah, is sufficient for him to become a changed person. It is true that a clear view of what lies ahead puts everything into perspective. Passing mortal days which are few in number and “full of trouble”, are nothing when compared to future glory. Today’s difficulties are better endured when viewed against the promise of tomorrow.

Unclean

There is a stark contrast between God’s glory and man’s, and once this is recognized it can bring a state of despair.
It’s the sort of feeling Peter experienced when he realised he was in the company of a remarkable man –

“Depart from me; for I am a sinful man, O Lord” (Luke 5:8).

Or how Job felt when he realised he had been arguing with one whose knowledge was too wonderful for him:

“Wherefore I abhor myself, and repent in dust and ashes.” (Job 42:6)

It is a natural feeling of worthlessness and inadequacy, and Isaiah realised it, declaring:

“Woe is me! for I am undone; because I am a man of unclean lips, and I dwell in the midst of a people of unclean lips: for mine eyes have seen the King, the LORD of hosts.” (Isaiah 6:5)

Perhaps we get a sense of this when reading the scriptures. Compared with so many faithful, courageous, dedicated and selfless men and women we soon feel second-best. The loveliness of the Son of God himself is without compare and we are filled with low esteem, and sometimes despondency, rather like that of the Apostle Paul who declared:

“O wretched man that I am! who shall deliver me from the body of this death?” (Romans 7:24)

The beauty of this, however, is that the Lord knew the state of Isaiah, and He knows our position – weak, erring, sinful. He also knows that it is not within our power to make a lasting change for ourselves, so He provides the solution. In the case of Isaiah it was to send an angel to take a cleansing coal from the altar and touch his lips so that they were no longer unclean.

“Lo, this hath touched thy lips; and thine iniquity is taken away, and thy sin purged.” (Isaiah 6:7)

These are some of the most uplifting words written – our merciful Father has seen us for what we are, with all our weaknesses and failings, and through His grace provides the cleansing from sins. Unclean no longer! The nature of Isaiah’s cleansing was rather unusual, but so is ours, for it involves the death and resurrection of a perfect man and a ritual washing to associate ourselves with him.

What next?

If God has done so much to make us clean, it would not be unreasonable for Him to expect some form of repayment in return. Having allowed His Son to be offered in sacrifice God could demand that we make reimbursement of some sort. But this is not a commercial transaction, a contract of obligations and duties. This is a covenant of grace and He has provided freely for us.
But that is not to say there is nothing to be done on our part – there is plenty to do for the Lord who has done so much for us.
Isaiah 6 portrays the Lord considering who might be sent to complete a task – a messenger is needed. Whilst the Lord is contemplating,

“Whom shall I send, and who will go for us?”

the prophet is ready with his answer:

“Send me!”

This willing response epitomises how all faithful disciples should answer the call. There is work to be done, there is a Gospel message to preach, and messengers are needed. Having seen the vision of glory and appreciated what has been done to make him clean, Isaiah can only respond positively – “Me!”, ‘I’ll go’. There is no hesitation or need of persuasion. This is not a ‘burning bush’ moment, a time for doubts or objections or argument.
As far as Isaiah is concerned this is the time to act, and it will be for him to do it. Let others do as they will – the Lord needs something doing and Isaiah is full of desire to help.
In taking on the work Isaiah allows himself just one question of the Lord – “How long?” (verse 11). He is willing to take the message, but wonders how long he needs to keep delivering it. This kind of question arises sometimes in our preaching:

‘We’ve done all this before and no one is listening – perhaps it’s time to stop’.

The answer the prophet receives is emphatic.

‘You will go, and go again, and then go some more, until there is not a soul left to listen’ (see verse 11).

And that is how we should be. The vision of the kingdom will soon be a vision no more but a reality, with Christ sitting on the throne of his father David. We need to witness tirelessly, especially in these days of uncertainty and worry for those around us.

The present time of ‘lockdown’ and restricted movement might be just the right time to prepare ourselves for more energtic witness, should we be given the opportunity. Let the example of Isaiah the prophet be our lead.

Andrew Bramhill – The Christadelphian Issue number 1871 – May 2020

Geplaatst in Being Christian, Church building, Jesus Christ Jeshua Messiah | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

The Power of Touch

courtesy of Bro. Andrew Fenner, Ormskirk

As humans we are naturally tactile. Touch is one of our five senses and we use it constantly. We squeeze fruit to see if it is ripe or run our hand across the fabric of an item of clothing. We are also used to touching each other in social situations – the business handshake, the loving hug or the greeting kiss. In these times of social distancing we are asked not to go within six feet of each other, never mind embrace someone. The only physical contact we are likely to have is with those in isolation with us. If we are on our own we may not feel the embrace of another human being for many weeks.

Jesus used touch throughout his ministry. When he was healing the blind,

“Jesus had compassion and touched their eyes. And immediately their eyes received sight, and they followed him” (Matthew 20:34).

In another incident an ill woman knew that,

“If only I may touch his garment, I shall be made well” (9:21).

Ultimately Jesus was betrayed by touch as

“his betrayer had given them a sign, saying, ‘Whomever I kiss, he is the one; seize him’” (26:48).

So, what comfort can we draw from the Bible in these trying times?

The writer of Ecclesiastes (traditionally thought to be King Solomon) wrote that there is,

“A time to embrace, and a time to refrain from embracing” (3:5).

Never before has that reference been as pointed as it is now! But if we are living through a time where we must “refrain from embracing” then there will be a time when we shall be free to embrace again.

For those who appreciate the promise of the kingdom, we know this earth will be transformed from the disease-ridden place it is now, to one of peace, health and joy. This is just a temporary state and soon it will pass. Ultimately the world that we shall live in will be much better than what went before.

(quotations are from the NKJV)

Geplaatst in Jesus Christ Jeshua Messiah, Life and Death, Thought & Reflection, World | Tags: , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Spread the word

Isn’t it wonderful when somebody we speak to actually comes to Christ!

There’s no glory in it to ourselves, of course, but there’s a new life and a real hope for someone who previously didn’t know.

“I am not ashamed of the gospel of Christ, for it is the power of God to salvation for everyone who believes” (Romans 1:16).

Andrew is a great example. He had been a disciple of John the Baptist, but on hearing John’s testimony of Jesus he followed Jesus to his lodgings, and next morning Andrew really needed to spread the word.

‘He first found his own brother Simon, and said to him, “We have found the Messiah” (which is translated, the Christ). And he brought him to Jesus.’

– That’s preaching!

We don’t read a lot more about Andrew, but what’s that matter?
He had spread the word, and Peter, his brother, became a great leader of men.

Who can we bring to Jesus?

Geplaatst in Being Christian, Church building, Jesus Christ Jeshua Messiah, Thought & Reflection | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen