Opgaan naar Jeruzalem 3 De grote feesten

‘Onze voeten staan in uw poorten, o Jeruzalem’(Ps. 122:2)

De grote feesten

De drie feesten

Vakantietijd! Wij zien daar naar uit. Onze vakantiedagen zijn van oorsprong ontleend aan het Christelijk geloof, en dat is grotendeels nog steeds zo. Voor de Israëlieten die net uit de slavernij in Egypte bevrijd waren, zou het idee van vakantie, of vrije dagen, echter helemaal nieuw zijn geweest. In zijn wijsheid bepaalde God toen dat elke zevende dag een sabbat, of rustdag, moest zijn. Maar daarbovenop kwamen nog drie bijzondere feesttijden:

“Driemaal per jaar moeten jullie ter ere van mij feestvieren” (Exodus 23:14).

Deze drie grote feesten waren:

1. Pascha (Pesach) ter nagedachtenis aan hun bevrijding uit Egypte, met een week lang het feest van ongezuurde (ongedesemde) broden. Qua tijd is ons Paasfeest de Christelijke tegenhanger, maar eigenlijk is de avondmaalsviering ons Pesach (1 Korintiërs 5:7).

2. Het Wekenfeest wanneer de gerst binnen was. Op de vijftigste dag na Pesach werden de eerste garven geofferd. Ons Pinksterfeest komt daarmee overeen, want vijftig dagen na Jezus’ lijden kwam de Heilige Geest op de apostelen en hebben 3000 mensen zich laten dopen – wat het begin was van de Christelijke gemeente.

3. Het Loofhuttenfeest, wanneer de gehele oogst binnen was (Exodus 23:14-17; Leviticus 23).

De tweede en derde waren uiteraard pas van betekenis toen zij in het land Kanaän gevestigd waren. Vooral het Loofhuttenfeest was bedoeld als vreugdevolle dankbetuiging voor al Gods zegeningen, en iedereen, rijk of arm, jong of oud, Israëliet of vreemdeling, moest zeven dagen lang uitbundig feest vieren (Deuteronomium 16:13-15).

De ene plaats van eredienst.

Vlak voor zijn dood moest Mozes de wet, die God hem op de berg Sinai gegeven had, herhalen voor de nieuwe generatie Israëlieten die het land Kanaän zou beërven. Deze ‘tweede wetgeving’ is voor ons bewaard gebleven in het boek Deuteronomium.
Één van de bepalingen daarin was dat het volk niet op elke willekeurige plaats offers
zou mogen brengen, maar alleen op de plaats die Jehovah, hun God, zou verkiezen om daar Zijn Naam te doen wonen (Deuteronomium12:1,5,10-12). En dat gold in het bijzonder voor de grote feesten:

“U mag de dieren voor het pesachoffer niet slachten in elk van de steden die de HEER, uw God, u zal geven, maar u moet dat op de ene plaats doen die Hij zal uitkiezen om er zijn naam te laten wonen” (Deuteronomium 16:5-6).

Toch blijkt daar vierhonderd jaar lang weinig van terecht te zijn gekomen, totdat David koning werd.
David was een man naar Gods hart, en een mooiere beschrijving van een gelovige kun je je niet indenken. Hij nam zijn God serieus en het boek Deuteronomium zou hij, naar wij mogen aannemen, op zijn duimpje gekend hebben, want daarin stond dat de koning verplicht was zich dagelijks in Gods wet te verdiepen (Deuteronomium 17:18,19). Toen God hem eenmaal rust van zijn vijanden had geschonken, regelde hij de hele eredienst, om te zorgen dat God op de juiste wijze zou worden aanbeden. Ongetwijfeld had de oude profeet Samuel hem hierin aangemoedigd. De grote vraag was echter: wáár zou God worden aanbeden? Wat was de plaats die Hij zich zou verkiezen om zijn naam daar te laten wonen? Pas toen David de stad Jeruzalem op de Jebusieten had veroverd, en het tot zijn hoofdstad had gemaakt, raakte hij er van overtuigd dat hier het centrum van aanbidding moest komen. Hij haalde de ark van het verbond, die jarenlang in het huis van Abinadab had vertoefd, naar Jeruzalem. En onder veel gejubel van het hele volk werd deze in de tent geplaatst, die David daarvoor had gereedgemaakt (2 Samuël 6). Later werd deze keuze bevestigd door een engel. Als gevolg van een volkstelling die David niet had mogen houden, moest hij offers brengen op de dorsvloer van een zekere Ornan die te Jeruzalem woonde. God verhoorde David, de plaag hield op, en David verklaarde:

“Dit is de verblijfplaats van God, de HEER. Dit is voor Israel het brandofferaltaar” (1 Kronieken 22:1).

Een woonplaats voor God onder zijn volk.

Toch was David nog niet tevreden, want Gods aardse woonplaats moest Diens heerlijkheid weerspiegelen. Hij drukte dat verlangen tegenover de profeet Nathan zo uit:

“Zie toch, ik woon in een cederen paleis, terwijl de ark Gods verblijft onder een tentkleed” (2 Samuel 7:2).

David had een prachtige tempel voor ogen, waar het hele volk zou kunnen aanbidden, offers brengen, en feest vieren. Dat God hem niet toeliet die te bouwen, maar dat opdroeg aan zijn zoon Salomo, had meer te maken met zijn achtergrond als veldheer dan dat God zijn voorstel als zodanig niet goedkeurde (1 Kronieken 22:6-10). David liet zich niet ontmoedigen maar deed alles wat in zijn vermogen lag om voorbereidingen te treffen voor de tempelbouw. Het huis moest zo groot zijn,

“dat het de roem en pracht van alle landen te boven gaat” (1 Kronieken 22:5-6).

Hij gaf zelf het goede voorbeeld; de buit die hij met al zijn overwinningen op de omwonende volken verzameld had: goud, zilver, koper, ijzer en kostbaar gesteente, werd nu in dit grote bouwproject gestoken. De mensen uit Tyrus en Sidon, die het cederhout voor zijn eigen paleis geleverd en vervoerd hadden, werden opnieuw ingeschakeld, en de vreemdelingen in Israël zouden de steenhouwers zijn.

Muzikale begeleiding.

Tegelijkertijd besefte David dat een tempel, hoe mooi ook, niet voldoende was. Als alle mannelijke Israëlieten drie keer per jaar naar Jeruzalem zouden komen, dan moest de eredienst tot in de kleinste details geregeld zijn. Er moesten genoeg priesters en Levieten zijn om de offers te verzorgen, genoeg deurwachters om te zorgen dat de deuren op tijd open en dicht gingen, genoeg zangers en muzikanten om de lofprijzing te begeleiden. Kortom er lag een logistiek probleem van de grootste orde!
Nogmaals gaf David het goede voorbeeld; het gros van de psalmen kwam van zijn hand, en als musicus kon hij de juiste mensen aanstellen om het hoogste niveau te bereiken (1 Kronieken 16:4-6). Zie maar eens hoeveel van de Psalmen als opschrift hebben: Voor de koorleider. Van David. Andere psalmen werden geschreven door de Korachieten, die deurwachters waren; weer andere door begaafde musici zoals Heman, Asaf en Ethan, b.v. de psalmen 42-50, 73-89. En na verloop van tijd ontstond er ook een verzameling liederen die werden gezongen door de bedevaartgangers die op weg waren naar de feesten in Jeruzalem. Die kennen wij als de pelgrims- of bedevaartsliederen; zij staan in ons boek Psalmen als de nummers 120 t/m 134. Het feit dat het er vijftien zijn heeft geleid tot het vermoeden dat zij zijn toegevoegd door koning Hizkia. Volgens deze verklaring heeft de koning deze psalmen (deels zelf geschreven, deels verzameld) gezongen uit dankbaarheid voor de vijftien extra levensjaren die God hem na zijn ziekte had geschonken. Als voorbeeld kunnen wij Psalm 126 noemen, die zou kunnen slaan op de bevrijding van Jeruzalem uit de bedreiging door het leger van de Assyrische koning Sanherib, ten tijde van de ziekte van Hizkia.

Bedevaartsliederen.

Zion in Mount Zion, Jeruzalem, Israël | Sygic Travel

Zion in Mount Zion, Jeruzalem, Israël | Sygic Travel

Opgaan naar Jeruzalem doe je niet slechts in geestelijke zin, maar ook letterlijk. Jeruzalem ligt namelijk op een berg en alleen de pelgrims die van de oostkant kwamen zouden op de stad neer kunnen kijken wanneer zij de top van de Olijfberg hadden bereikt. ‘Opgaan naar Jeruzalem’ werd een begrip en dat komt o.a. tot uiting in deze pelgrimsliederen, b.v. Psalm 122:3-4:

“Jeruzalem is gebouwd als een stad, die wel samengevoegd is: waarheen de stammen opgaan, de stammen des HEREN.” (NBG ’51).

Maar ook het feit dat Jeruzalem omringd is door bergen, was voor de vrome Israeliet een beeld van Gods onwankelbare bescherming (Psalm 125:1-2). De reeks leest als het verloop van een reis, voor sommigen beginnend in een ellendige omgeving:

“Ach, dat ik moet wonen in Mesech, ver van huis bij de tenten van Kedar” (Ps.120:5).

Dan volgt de vertroosting dat, hoe lang de reis ook mag zijn, God de wachter en behoeder is van de pelgrim (Ps.121). Daarna is er de vreugde om in de stad te mogen zijn en God in zijn tempel te mogen aanbidden. Één van deze psalmen (132) erkent de grote ijver van David om “een woning voor de machtige van Jakob” te vinden (vers 5). De tweede helft van de psalm is dan een antwoord op zijn gebed:

“De HEER heeft Sion verkozen en als woonplaats begeerd: ‘Dit is, voor altijd, mijn rustplaats, hier verlang ik te wonen’” (verzen 13-14).

En eenmaal bij de tempel aangekomen, zou de reiziger zich verheugen dat hij met zoveel anderen dat doel had bereikt en met hen Jehovah kon lofprijzen:

“Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen!” (Psalm 133:1).

Tot slot zou hij voor de Levieten bidden, die dienst deden in en om de tempel, zowel overdag als ’s nachts (Psalm 134).

Heimwee naar Gods huis.

Vanaf de dagen van David en Salomo namen de stad Jeruzalem en de tempel een bijzondere plek in, in de harten van de vromen onder Gods volk. Vooral toen zij in ballingschap verkeerden zuchtten zij van verlangen naar de hoven van Gods woonplaats op aarde. Denk bijvoorbeeld aan deze woorden:

“Aan de rivieren van Babel,
daar zaten wij treurend en dachten aan Sion.
In de wilgen op de oever hingen wij onze lieren.
Daar durfden onze bewakers te vragen om een lied,
daar vroegen onze beulen:
‘Zing voor ons een vrolijk lied uit Sion.’
Hoe kunnen wij zingen
Een lied van de HEER
Op vreemde grond?’
Als ik jou vergeet, Jeruzalem,
laat dan mijn hand de snaren vergeten.
Laat mijn tong aan mijn gehemelte kleven
als ik niet meer denk aan jou,
als ik Jeruzalem niet stel
boven alles wat mij verheugt.”
Psalm 137:1-6.

Maar zelfs na hun terugkeer uit Babel was er voor Jeruzalem geen blijvende vrede weggelegd, want het hart van het volk was grotendeels gesloten voor Gods boodschap. Door de profeet Jesaja had Hij lang tevoren gezegd:

“De hemel is mijn troon, de aarde mijn voetenbank. Waar zouden jullie een huis voor mij kunnen bouwen?”

Om er dan op te laten volgen:

“Toch sla ik acht op wie verdrukt wordt, op mensen met een gebroken geest, op ieder die huivert voor mijn woorden” (Jesaja 66:1-2).

In de tijd van Jezus trokken nog steeds jaarlijks drommen mensen uit alle delen van het Romeinse rijk naar Jeruzalem, om de feesten te vieren, maar het was maar een minderheid die Jezus als Messias heeft aanvaard. Misschien moeten wij onszelf daarom de vraag stellen:

waarom ga ik naar een (kerk)dienst, wat motiveert mij?

Verlang ik naar een gebouw, mooie muziek, gezelschap?
Of, verlang ik naar de levende God, die mij heeft gemaakt en die alle lof en dankzegging waard is, en verheug ik mij daar op?

C.T.

+

Voorgaand

Opgaan naar Jeruzalem 2: Abraham en Isaak

Kroniekschrijvers en profeten #2 De Wet

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 4 De sabbatdag

Gods vergeten Woord 5 Verloren Wetboek 4 De ‘katholieke’ kerk

Samen eten, drinken en Jezus gedenken

Bijbellezing van Vandaag geeft aan hoe God er voor zorgde dat men zich zou herinneren hoe Hij voor Zijn volk zorgde

++

Aanvullend

  1. Slavernij, Ongedesemd Brood en Feesten
  2. Zichtbare druppel Bloed aan de deurlijst
  3. De tempeldienst in de tijd van Jezus
  4. De zeven Feesten van God
  5. Zeven Feesten van God de belangrijkste feesten van de hele Bijbel
  6. Shabbat HaChodesh Parshat Tazria, Parshat Metzora en tzara’at
  7. Een herinneringsmaaltijd in kleine kring
  8. Op de eerste dag voor matzah
  9. Een Feestmaal en doodsherinnering
  10. 14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong
  11. 14 Nisan een dag om te herinneren #2 In Jezus tijd
  12. 14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam
  13. 14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag
  14. Op de Dag van het Pinksterfeest
  15. Aanbidden, Aanbidding, Eredienst en Gebed
  16. Zwak, maar toch krachtig
  17. Religieuze feesten in mei 2016
  18. Het meest speciale weekend van 2018
  19. Pessach Sheni 14 Iyar 5779 – Zondag 19 mei
  20. 1 en 14 Nisan – Herinnering van oude wereld en denken aan nieuwe wereld
  21. 27-28 maart 2021 een herinneringsweekend als geen ander
  22. Een verlichte Pesach

Over Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
Dit bericht werd geplaatst in Godsdienst, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Religie en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.