Overdenking: Wie is dan de betrouwbare en verstandige dienaar … ?

Knechten hebben en als knechten zijn

Bij Lukas vinden we een tweetal uitspraken van Jezus, die op het eerste gezicht volkomen met elkaar in tegenspraak lijken. De ene luidt:

Sta klaar, heb je gordel om en houd de lampen brandend, en wees als knechten die hun heer opwachten wanneer hij terugkeert van een bruiloft, zodat ze direct voor hem opendoen wanneer hij aanklopt.
Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ik verzeker jullie: hij zal zijn (eigen) gordel omdoen, hen aan tafel nodigen en hen bedienen. (Luc. 12:35-37).

En de andere:

Wie van jullie die een knecht heeft … zou, als die van het land komt, tegen hem zeggen:

“Kom meteen bij mij aan tafel”?

Zal hij niet veel eerder tegen hem zeggen:

“Maak iets te eten voor mij , doe je gordel om en bedien me terwijl ik eet en drink, en daarna kun je zelf wel eten en drinken”?

Zal hij die knecht soms bedanken omdat die gedaan heeft wat hem is opgedragen? Hetzelfde geldt voor jullie; wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan:

“Wij zijn maar ‘onnutte’ knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan (Luc. 17:7-10, aangepast aan de NBG’51).

Maar Jezus weet natuurlijk heel goed wat hij zegt, en juist dit contrast kan ons veel leren.

De normale situatie

Laten we beginnen met de tweede uitspraak. Elke gelijkenis of uitspraak die begint met iets als ‘wie van u …’ bevat in feite een retorische vraag:

wie van u zou zoiets doen?

Niemand toch? Of (in verband met genezen op de sabbat):

“Wie zou er onder u zijn, d ie een schaap heeft en die, als dit op een sabbat in een put valt, het niet grijpen zal en eruit trekken?”

Dat zou iedereen toch doen?

En dus is het ook geoorloofd om op de sabbat een mens te genezen, want:

‘Hoeveel gaat niet een mens een schaap te boven?’ (Matt. 12:11-12).

Of:

“Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?” (Luk 10:36).

Uiteraard die Samaritaan, ook al kan die schriftgeleerde dat woord niet echt over zijn lippen krijgen (‘Die hem barmhartigheid bewezen heeft’). Maar hieruit volgt alvast onze eerste conclusie:

wat Jezus hier beschrijft is de normale situatie. Iedereen zou het er mee eens zijn dat je zo zou handelen. Inderdaad, je gaat zo’n knecht toch niet speciaal bedanken voor het feit dat hij gewoon doet wat hij verplicht is te doen!

Ook dat was een retorische vraag.

De onnutte slaaf

De hier beschreven dienaar is maar een ‘onnutte’ slaaf (NBG’51), en dat geldt ook voor zijn gehoor. Maar pas op: ‘onnut’ betekent niet nutteloos (zoals in de NBV). Het duidt iemand aan die niet méér doet dan van hem verwacht mag worden; niets speciaals, wel gewoon zijn taak.
En feitelijk staat dat er ook:

‘wij hebben enkel onze plicht gedaan’.

Zo’n ‘onnutte’ slaaf komen we in de Evangeliën nog een keer tegen; in die gelijkenis van de talenten bij Matteüs:

Het (koninkrijk van God) zal zijn als een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf … Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. (Matt. 25:14,19)

De eerste twee hebben goed hun best gedaan en krijgen te horen:

“Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” (vs 21).

De laatste heeft minder zijn best gedaan, en had daar zijn reden voor:

“Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” (vs 24-25)

Hij had het geld niet verkwist maar er echt wel goed zorg voor gedragen. Maar eigenlijk vond hij het maar een corvee, en hij was dus ook nooit van plan geweest zich er bijzonder voor in te spannen. Die baas van hem kon de boom in:

‘man, je deugt van geen kant; hier heb je het terug en verder niet zeuren’.

En daar wordt hij vervolgens voor gestraft:

“Werp die onnutte slaaf uit in de buitenste duisternis” (vs 30, NBG-51).

Ook dit is een ‘onnutte’ slaaf. Hij heeft alleen maar gedaan wat minimaal van hem mocht worden verwacht, en echt niets méér. Maar is dat nu echt ernstig genoeg voor zo’n zware straf?
Voor het antwoord hierop moeten we bedenken dat deze hoofdstukken van Matteüs allemaal gaan over Jezus’ wederkomst en het oordeel dat dan zal plaatsvinden. De Farizeeën en schriftgeleerden gingen er prat op dat zij pijnlijk nauwkeurig de Wet hielden, en meenden daarmee eeuwig leven te zullen verwerven. Maar het houden van de Wet was niets bijzonders, dat was gewoon het minimum dat van ze verwacht mocht worden. Juist in verband met de sabbat (zoals bij die genezing, waar we het hierboven over hadden) had Jezus ze verweten dat ze tekort schoten in dat ‘extra’:

‘Als u begrepen had wat bedoeld wordt met: “Barmhartigheid wil ik, geen offers” dan zou u geen onschuldigen hebben veroordeeld’ (Matt. 12:7).

Wie alleen maar het vereiste minimum opbrengt, kan dat eeuwige leven wel vergeten. Het gaat niet om het houden van geboden, maar om die barmhartigheid.

Trouw en ontrouw: geloof of ongeloof

Een hoofdstuk eerder in diezelfde reeks over wederkomst en oordeel lezen we net zo’n dringende waarschuwing over de noodzaak waakzaam te blijven, als die waarmee we deze overdenking openden:

Wie is die betrouwbare en verstandige dienaar [Grieks: doulos, slaaf of dienaar] die de heer heeft aangesteld over zijn huispersoneel …?

Gelukkig de dienaar die daarmee bezig is wanneer zijn heer komt. Ik verzeker jullie: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. (Matt. 24:44-47)

Deze uitspraak vinden we vrijwel letterlijk terug in Lucas 12, al spreekt Jezus daar van een rentmeester. Tegenover betrouwbaar staat echter trouweloos en we vinden ook aan dat adres een aankondiging:

Dan komt de heer van die dienaar [ook Lucas heeft hier doulos!] op een dag waarop hij het niet verwacht … en dan zal hij … hem het lot van de trouwelozen doen ondergaan (Luc. 12:46).

Matteüs heeft hier ‘huichelaar’ i.p.v. trouweloze; het Griekse woord daarvoor is hupokritos, wat eigenlijk een toneelspeler aanduidt, iemand die alleen maar ‘doet alsof’.
De tegenstelling bestaat dus uit ‘trouw’ (getrouw, betrouwbaar) enerzijds en ‘ontrouw’ (trouweloos, onbetrouwbaar, etc.) anderzijds. Het ene beschrijft een dienaar (slaaf) die oprecht is en in alle gevallen bedacht op het belang van zijn heer. Het andere beschrijft zowel de dienaar die wel doet wat hij verplicht is te doen maar niet met hart en ziel, als de dienaar die alleen maar ‘doet alsof’. Het interessante is echter dat het Grieks voor ‘trouw’ het woord pistis heeft, gewoonlijk vertaald met geloof of gelovig, en voor ‘ontrouw’ apistis, ongelovig.
Wie trouw is, gelooft in zijn heer: hij acht zijn heer betrouwbaar, dat die zijn beloften voor de toekomst waar zal maken. Hij vertrouwt daar onvoorwaardelijk op. Wie ontrouw is, richt zich in de eerste plaats op dit leven. Wat later komt is van later zorg. Misschien heeft hij er nog wel een soort vage verwachting van, maar het leeft voor hem niet echt. Maar wanneer dat voor hem niet echt realiteit is, komt dat per saldo toch neer op ongeloof: hij
heeft niet dat rotsvaste onwankelbare vertrouwen in die beloften voor de toekomst of in het oordeel dat dan zal plaatsvinden. Of hij twijfelt aan de almacht van die heer: hij kan die best om de tuin leiden. Wanneer hij dat slim aanpakt zal zijn heer het niet merken. Daar kun je mee wegkomen. Samengevat betekent dat, dat het niet in de eerste plaats gaat om wat je precies doet, maar waarom je dat doet, je gezindheid ten opzichte van je heer. Dat is het waarop je afgerekend gaat worden. En per saldo is dat inderdaad een kwestie van geloof.

De dienende Heer

Terug naar die waakzaamheid. In Lucas 17 wijst Jezus zijn gehoor op datgene wat onder mensen de normale situatie is. Maar wat God doet is, naar gangbare menselijke maatstaven, absoluut niet normaal! En dat is het wat we vinden in Lucas 12:

Sta klaar, heb je gordel om en houd de lampen brandend, en wees als knechten die hun heer opwachten … Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft (Luc. 12:35-37).

En dan volgt die verbijsterende uitspraak:

Ik verzeker jullie: hij zal zijn (eigen) gordel omdoen, hen aan tafel nodigen en hen bedienen (vs 37).

Maar deze situatie zal zich pas voordoen bij Jezus’ wederkomst en het daarop volgende oordeel; geen dag eerder. Toch vinden we in de Evangeliën wel degelijk een situatie die we kunnen opvatten als een voorafschaduwing daarvan. In Lucas 22 lezen we hoe Jezus in de bovenzaal zijn gedrag daar contrasteert met die ‘normale’ gang van zaken:

Want wie is belangrijker, degene die aanligt om te eten of degene die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar ik ben in jullie midden als iemand die dient (Luc. 22:27).

Hier bij Lucas lezen we dat wellicht in algemene zin, van zijn verlossingswerk, maar Johannes vertelt ons wat daar gebeurde:

Jezus … stond [als een van hen die aanlag] tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om [NBG’51: omgordde Zich daarmee] en goot water in een waskom. Hij begon [als een dienaar] de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had (Joh. 13:3-5).

Maar het is wel weer Lucas waar we de les vinden, die in dit geval aan zijn uitspraak voorafgaat in plaats van erop te volgen:

Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. Laat dat bij jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar (Luc. 22:26).

Wie nu, in dit leven, een trouwe dienaar is zal straks, in het Koninkrijk, bediend worden, door de heer zelf! Maar zo niet, dan niet.

R.C.R

+

Voorgaand

Niemand leeft voor zichzelf

Schapen en bokken 1 Aangenomen, verworpenen en slaven

Het begin van Jezus #4 Aangekondigde te komen Verlosser

Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God

Het begin van Jezus #10 Een Heraut kondigt aan

Gods vergeten Woord 19 Geopenbaarde Woord 4 Het ware licht

De Verlosser 3 Zijn menselijke kant

Opgaan naar Jeruzalem: Jezus’ laatste reis #1

De Ekklesia #4 De troon van David en De gezalfde des Heren

++

Aanvullend

  1. Hoe leest u? – Wat leest u?: Wie achter Mij aan wil komen moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis op zich nemen en Mij volgen
  2. Dienaar van zijn Vader
  3. Slaaf voor mens en God
  4. Dienstknecht voor velen terwille van de waarheid van God
  5. Christus in Profetie #1 De Knecht in Jesaja (1)
  6. Christus in Profetie #2 De Knecht in Jesaja (2) Behoefte aan Verlossing
  7. Christus in Profetie #4 De Knecht in Jesaja (4) Heilbezorger, Knecht en Messias
  8. Christus in Profetie #5 De Knecht in Jesaja (5) Verhoging van de Knecht
  9. Christus in Profetie #6 De Knecht in Jesaja (6) Gezalfde voorzegd
  10. Effectief Bijbellezen: Het evangelie van Marcus
  11. Filippenzen 1 – 2

+++

Gerelateerd

  1. Mijmeringen bij een afbeelding
  2. Psalm 123 – Heer Wees Goed voor Ons

Over Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
Dit bericht werd geplaatst in Bedenking, Bijbelcitaten, Christen zijn, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.