Opgaan naar Jeruzalem 2: Abraham en Isaak

‘Onze voeten staan in uw poorten, o Jeruzalem’(Ps. 122:2)

De noodzaak van beproeving

De reis naar Jeruzalem begint met geloof. Maar geloof op zich is niet genoeg. Jacobus waarschuwde ons, dat geloof zonder werken eigenlijk dood is (Jakobus 2:14-17). En als voorbeeld noemde hij deze geloofsdaad van Abraham, toen hij bereid was zijn zoon te offeren:

“Werd het onze voorvader Abraham niet als een rechtvaardige daad toegerekend dat hij zijn zoon Isaak op het altaar wilde offeren? U ziet hoe geloof en handelen daar hand in hand gaan, en hoe het geloof vervolmaakt wordt door daden” (verzen 21-22).
God stelde Abraham op de proef, en dat doet Hij met al zijn dienaren. Hij leidt niemand in verzoeking maar ons geloof moet wel getoetst worden. Beproeving is een noodzakelijk proces om je geloof te ontwikkelen. Door de Bijbel heen geldt dit principe:

zonder beproeving ben je geen kind van God.

In het boek Job noemde Elifaz de tuchtiging van God een zegen, en Salomo beaamde dit, met de toevoeging dat God niet uit willekeur maar uit liefde handelt (Job 5:17-18; Spreuken 3:11-12).

“17  Ja, kastijding van de Almachtige is de mens een zegen; wijs dan ook zijn straffende hand niet af. 18 Hij wondt, maar verbindt ook, slaat, maar heelt eveneens.” (Job 5:17-18 WV78)

“11 De terechtwijzing van Jahwe, mijn zoon, moet gij niet versmaden en gij moet om zijn kastijding niet neerslachtig worden, 12 want Jahwe kastijdt die Hij liefheeft, zoals een vader doet met zijn geliefde zoon.” (Spr 3:11-12 WV78)

Iedere gelovige moet deze leerschool doorlopen en telkens getoetst worden (Hebreeën 12:5-8).

“5 Zijt ge al het Schriftwoord vergeten dat u als kinderen aanspreekt en aanmoedigt: Kind, minacht de tucht van de Heer niet, laat u door zijn straf niet ontmoedigen. 6 Want de Heer tuchtigt hen die Hij liefheeft, Hij straft ieder die Hij als zijn kind erkent. 7 Het lijden dient om u te verbeteren en op te voeden; God behandelt u als kinderen. Ieder kind wordt wel eens door zijn vader gestraft. 8 Tucht is het deel van allen; zou u elke kastijding bespaard blijven, dan waart gij bastaards, geen echte kinderen.” (Heb 12:5-8 WV78)

En zoals je op school steeds moeilijkere opdrachten krijgt, zo gaat het ook met het geloof. Je begint niet met het moeilijkste maar met het eenvoudigste; eerst met een basis-geloof in God, om Hem daarna door ervaring steeds meer te leren vertrouwen, zelfs in de meest onmogelijke situaties.

Abraham continu beproefd

De eerste grote toets voor Abraham (toen nog Abram) was zijn geboortestaden zijn familie te verlaten en naar een nog niet te bepalen land te gaan:

“Hij ging op weg zonder te weten waarheen” (Hebreeën 11:8).

Hij gehoorzaamde God en bewees daarmee dat hij voor zijn geloof durfde uit te komen, want de burgers van Ur, zelfs zijn eigen vader Terah, waren aanbidders van de maan-god Nanna (Jozua 24:2). Zijn geloof ontwikkelde zich steeds verder, nadat hij eenmaal in het land Kanaän gekomen was, want al beloofde God hem dat land als eeuwige erfenis, hij kreeg er tijdens zijn leven geen voet van, en moest er als vreemdeling verblijven (Handelingen 7:5).

“ Wel gaf Hij hem daarvan geen deel in eigendom, zelfs geen voetbreed, maar beloofde het in bezit te zullen geven aan hem en aan zijn nageslacht, hoewel hij geen kinderen had.” (Hnd 7:5 WV78)

Het ging pas mis toen hij zijn eigen oplossingen voor problemen verzon, eerst in Egypte vanwege hongersnood, daarna bij de Filistijnen. Zijn vrouw Sara(i) was heel mooi en Abram was bang dat zij in de harem van de Farao of de Filistijnse koning opgenomen, en hij gedood zou worden. Hij droeg haar daarom op zich voor te stellen als zijn zus, wat een halve waarheid was. In beide gevallen moest God ingrijpen om hem uit de handen van verontwaardigde heren te redden!

Onvanzelfsprekendheid

Geloof is dan ook niet vanzelfsprekend, maar moet met vallen en opstaan worden ontwikkeld. Abraham was een goede leerling. Toen hij op hoge leeftijd van God te horen kreeg dat hij een lijfelijke zoon uit zijn vrouw Sara zou hebben, verslapte hij niet in geloof, maar was er zo van overtuigd dat zelfs dit mogelijk was, dat zijn geloof daardoor versterkt werd.

“Zijn geloof verzwakte niet toen hij, ongeveer honderd jaar oud, besefte dat zijn krachten hem hadden verlaten en Sara niet langer vruchtbaar was. Hij twijfelde niet aan Gods belofte; zijn geloof verloor hij niet, integendeel, hij werd er in versterkt en bewees zo eer aan God” (Romeinen 4:19-20).

Hoe meer je vertrouwt, hoe meer je gelooft.

De grote toets

En zo gebeurde het op zekere dag dat God hem tot het uiterste beproefde.

God achtte hem klaar voor zijn eindexamen.

“Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak, en ga met hem naar het gebied waarin Moria ligt. Daar moet je hem offeren op een berg die Ik je wijzen zal” (Genesis 22:2).

Let wel: Isaak was de zoon van zijn ouderdom, het wonderkind, en degene die Gods beloften zou beërven. Als Isaak zou sterven, was er geen andere nakomeling in wie de beloften voortgezet konden worden, want God had andere beloften aan Ismaël gegeven:

“Wat Ismaël betreft, Ik verhoor je: ik zal hem zegenen …maar mijn verbond zal ik voortzetten met Isaak” (Genesis 17:20-21).

Was God van plan veranderd? Welke gedachten gingen er op dat moment door Abrahams hoofd? Hoe zwaar hij ook met zichzelf zal hebben geworsteld, hij aarzelde niet om God te gehoorzamen.

“De volgende morgen stond Abraham vroeg op”

staat er. Kennelijk had hij alle twijfels opzij gezet. De woorden

“die Ik je wijzen zal”

waren een weerklank van zijn eerste roeping om uit Ur tevertrekken, en God had hem in al die tijd nooit in de steek gelaten. Het was een lange reis van Berseba naar Moria. Pas op de derde dag bereikte Abraham zijn doel. Hier hebben wij één van de vele voorafschaduwingen van de laatste reis van Jezus naar Jeruzalem, want Hij zei:

“Ik moet vandaag en morgen en de volgende dag op weg blijven, want het gaat niet aan dat een profeet omkomt buiten Jeruzalem” (Lucas 13:33).

Abraham was op alles voorbereid: hout, vuur en een mes had hij bij zich, en zijn zoon Isaak liep mee. Toch blijkt uit zijn woorden tegen de twee knechten dat hij in een bevredigende afloop geloofde:

“Blijven jullie hier met de ezel. Ikzelf ga met de jongen verder om daarginds neer te knielen. Daarna komen wij naar jullie terug” (Genesis 22:5).

Isaak als beeld van Christus

Maar waar was het offerlam? Dat was de vraag van Isaak, waarop zijn vader de profetische uitspraak deed:

“God zal Zich zelf van een offerlam voorzien”.

En hoe! Niemand minder dan Zijn eigen Zoon zou God later voor de zonden van de wereld offeren. Maar kennelijk koesterde Abraham opdat moment de hoop dat God voor een ander offerlam dan zijn lijfelijke zoon zou zorgen, en achteraf bleek dat het geval te zijn. Maar voor Jezus was er geen vervangend offerlam, al bad hij nog zo vurig of die beker aan hem mocht voorbijgaan.
Isaak was de voorafschaduwing, Jezus de werkelijkheid.

Laten wij eerlijk zijn, Abraham was bereid Isaak te slachten, en pas toen hij het mes pakte hield de engel hem tegen. Feitelijk wilde God niet dat Isaak als brandoffer zou sterven; Hij wilde alleen bewijzen dat Abraham zover in zijn geloof gevorderd was, dat hij God zelfs zijn zoon niet onthield. Met vlag enwimpel is hij daarin geslaagd!

De schrijver van de brief aan de Hebreeën zei later over deze geloofsdaad van Abraham:

“Door zijn geloof kon Abraham,toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen” (Hebr. 11:17).

Isaak werd door een wonder ter wereld gebracht; hij is door een wonder vande dood gered. Met God is alles mogelijk. Het commentaar van de Hebreeën-brief is dan ook verhelderend:

“Terwijl er tegen hem gezegd was: ‘Alleen door Isaak zul je nageslacht krijgen,’ zei hij bij zichzelf dat het voor God mogelijk moest zijn iemand uit de dood op te wekken, en daarom kreeg hij hem ook terug, bij wijze van voorafbeelding.” (Hebreeën 11:18-19).

Deze zware beproeving leidde, zoals later bij Job, tot de overtuiging dat een opstanding uit de dood mogelijk moest zijn. Want God zou zijn beloften nakomen, zo niet in dit leven, dan in het toekomstige.

“Bij wijze van voorafbeelding” – eens zou een andere Zoon letterlijk uit de dood opstaan tot een leven zonder einde. En niet alleen hij, maar allen die in hem hun heil hebben gezocht en gehoorzaamd.

De beloften bekrachtigd.

Abraham kreeg zijn beloning, want

“wie Hem zoekt zal door Hem worden beloond” (Hebreeën 11:6).

De engel van de HEER bevestigde met een eed de beloften die Abraham eerder ontvangen had (Genesis 22:15-18). De tekst hier in de verzen 17b en 18 is in de NBV minder duidelijk. De NBG ’51 zegt:

“en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen. En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem geluisterd hebt.”

Nageslacht is hier in enkelvoud bedoeld, en wordt zo in het N.T. door Paulus geciteerd en op Christus toegepast (Galaten 3:16).

“ Nu zijn de beloften aan Abraham aangezegd en aan zijn nageslacht. (Het woord staat niet in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw nageslacht en dat nageslacht is Christus).” (Ga 3:16 WV78)

En één van de zegeningen die door dat zaad over alle volken zou komen, zou de vergeving van zonden zijn (Handelingen 3:25-26). Wij zien dus hoe Abraham vanwege zijn geloof uitermate kostbare beloften ontving; beloften die ook voor ons zeer kostbaar zijn. En Jezus verwees naar de vreugde van Abraham bij het ontvangen van deze beloften, toen hij zei:

“Abraham, uw vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte was hij blij” (Johannes 8:56).

De opdracht was voltooid. God had inderdaad in een offer voorzien: een ram die in de struiken verstrikt was geraakt. Abraham noemde die plaats daarop

“JHWH-Jireh (DeHEERzal erin voorzien)”.

Wij hebben hier een prachtig voorbeeld van waarheid van de bewering van de apostel Paulus:

“God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: Hij geeft u met de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan” (1 Korintiërs 10:13).

Opgelucht ging hij met zijn zoon en de knechten terug naar zijn tent. Voortaan zou hij de vriend van God worden genoemd (2 Kronieken 20:7; Jesaja41:8; Jakobus 2:23).

Abraham blijft het voorbeeld bij uitstek voor alle gelovigen. Misschien denken wij bij onszelf dat wij nooit zo’n geloofsniveau zullen of kunnen bereiken. Maar wij hebben geprobeerd te bewijzen, dat wat voor Abraham gold, voor iedere gelovige geldt, namelijk dat als wij stap voor stap leren vertrouwen op God, ons geloof gestaag zal groeien. In zekere zin is het hele leven van een gelovige een reis naar Jeruzalem, een opwaarts volgen van de Heiland naar verlossing en verheerlijking. Niets staat ons in de weg, als wij maar willen. De leermeester Jezus moest zijn discipelen het verwijt maken dat zij, ondanks alles wat zij hadden gehoord en meegemaakt, kleingelovig waren. Als zij maar geloof zo groot als een mosterdzaadje hadden, zouden ook zij wonderen kunnen doen als hun heer! (Lucas 17:5-6). Waar wij voor moeten oppassen, is dat wij de kleine dingen in het leven verwaarlozen. Het is vaak juist in de gewone situaties in ons leven dat God ons op de proef stelt.

Mogen wij uit het voorbeeld van Abraham het nodige inzicht en vertrouwen krijgen, om ons leven in de handen van God te geven en op zijn beloften te wachten. Zoals de Psalmist het uitdrukte:

Wij verwachten vol verlangen de HEER, hij is onze hulp en ons schild. Ja, om hem is ons hart verblijd, op zijn heilige naam vertrouwen wij.
Schenk ons uw trouw, HEER, op u is al onze hoop gevestigd.(Psalm 33: 20-22)

C.T.

+

Voorgaand

Opgaan naar Jeruzalem 1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning #1 Fundament van vrede in Gods Plan

Opgaan naar Jeruzalem 1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning #2 Verwoesting en herstel

Opgaan naar Jeruzalem 1. Inleiding: Jeruzalem, de stad van de Grote Koning #3 De komst van de Messias en het hemelse Jeruzalem

Overdenking: God berispt wie hij liefheeft, straft elke zoon waar hij van houdt

++

Aanvullende lectuur

  1. Geloof
  2. Geloof en geloven
  3. Geloof in slechts één God
  4. Fundamenten van het Geloof: De goedertierenheid van God
  5. De te volgen Weg van God
  6. Verschil in woordbetekenis doorheen de tijd 2 Liefhebben en Geloven
  7. Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God
  8. Jezus’ laatste reis Opgaan naar Jeruzalem
  9. Wanneer men geloof gevonden heeft door de studie van de Bijbel moet men werken van geloof verwezenlijken
  10. De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen

+++

Gerelateerd

  1. Is het God die ons in verzoeking leidt?
  2. Abraham uit het Ur der Chaldeeën
  3. Abraham: Aartsvader van vele volken
  4. Abraham, ons aller vader
  5. Wat is de betekenis van de Joodse naam Abraham?
  6. Sara: Vrouw die door God gezegend werd
  7. Isaak: Gered door een engel van de Heer
  8. Zondags woord en beeld – 1
  9. Twee wijsheden in oorlog
  10. Die ware weg tot die lewe

Over Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
Dit bericht werd geplaatst in Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Opgaan naar Jeruzalem 2: Abraham en Isaak

  1. Pingback: Opgaan naar Jeruzalem 3 De grote feesten | Broeders in Christus

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.