Overdenking: God berispt wie hij liefheeft, straf elke zoon waar hij van houdt

Koning David is een van de grote mannen uit het Oude Testament. Hij was echt een man naar Gods hart. Wat we bovenal zien is een combinatie van een man van volledig geloof in God, en een man die leeft naar Gods geboden. Daarom zien we dat er niet alleen aan Abraham, de vader van alle gelovigen, maar ook aan David beloften worden gedaan: God verkoos Zijn eigen zoon uit de lijn van David te laten komen. David en Abraham zijn dan ook de twee grote namen die in het eerste vers van het Nieuwe Testament worden genoemd.

*

Als we het leven van David volgen, zien we hem eerst als een jongeman, vol enthousiasme, die met een rotsvast geloof denkt dat hij alles aan kan. Hij is zelfs bereid om, met alleen maar een slinger, Goliath telijf te gaan, omdat hij vast gelooft dat wanneer iemand God tart, God hem zal helpen die persoon te overwinnen.

De Israëlieten waren bang, en zagen op tegen Goliaths lengte. Maar David reageert heel anders:

“Wat denkt die onbesneden Filistijn wel, dat hij de gelederen van de levende God durft te beschimpen!” (1 Sam. 17:26).

En tegen Goliath zelf zegt hij:

“Jij daagt me uit met je zwaard en je lans en je krom-zwaard, maar ik daag jou uit in de naam van de HEER van de hemelsemachten, de God van de gelederen van Israël, die jij hebt beschimpt. Maar vandaag zal de HEER je aan mij uitleveren: ik zal je verslaan en je hoofd afhouwen, en ik zal de lijken van de Filistijnen aan de aasgieren en de hyena’s ten prooi geven, zodat de hele wereld weet dat Israël een God heeft. Dan zal iedereen hier beseffen dat de HEER geen zwaard of lans nodig heeft om te overwinnen, want hij is degene die de uitslag van de strijd bepaalt en hij zal jullie aan ons uitleveren” (1 Sam.17:45-47).

David heft het hoofd van Goliath op, zoals geïllustreerd door Josephine Pollard (1899)

Veel ongelovigen gebruiken dit verhaal als beeld van de kleine man tegen de grote reus, maar wat ons zou moeten opvallen is Davids groot geloof. Het is niet een geloof dat in stilte thuis wordt beleden, maar actie als gevolg van geloof.

In die tijd lijkt het David redelijk voor de wind te gaan. We zien psalmen waarin hij God lof brengt. Hij is zich sterk bewust van Gods aanwezigheid, en hoe God met de zijnen is, en hij vertrouwt daarop. Maar later zien we hoe het hem langzaam tegen gaat zitten. Saul, de koning, wordt jaloers op deze jongeman. Hij ziet in hem de persoon die hij zelf graag had willen zijn, en hij weet dat David de eer krijgt en hem uiteindelijk ook zal opvolgen. Het is zijn eigen schuld dat hij zijn koningschap kwijtraakt, maar hij reageert dat af op David, die vervolgens moet vluchten. We zien dan hoe hij verraden wordt door zijn volksgenoten.

Mensen die hij geen kwaad heeft gedaan gaan naar Saul, om te vertellen waar hij zit. Hij loopt werkelijk heel veel gevaar. Mensen die hem helpen worden ter dood gebracht en hij voelt zich schuldig aan hun dood: als hij daar niet geweest was, zouden ze nog leven. We beginnen dan in zijn psalmen een andere David te zien, iemand die in levensgevaar is,maar die toch steeds door God gered wordt.

Maar het wordt David soms te veel, hij is bijna wanhopig om steeds maar op de vlucht te moeten zijn. Ten einde raad vlucht hij dan naar de aartsvijand van zijn volk, naar de Filistijnen. Op zich is hij daar veilig. Maar dan beramen de Filistijnen een aanval op Israël, en omdat zij hem vertrouwen, wordt hem opgedragen mee te gaan.

Het leest alsof David van harte meegaat, maar hij moet verschrikkelijk getwijfeld hebben wat hij moest doen. Moet hij zijn eigen volk aanvallen? Dat wil hij niet, maar hij kan ook niet weigeren. Ze gaan op weg, en staan dan uiteindelijk tegenover het leger van Israël. En pas dan redt God hem uit die situatie, door sommige Filistijnse aanvoerders te laten zeggen dat zij David niet vertrouwen. Hij is gered, zonder dat hij zijn schuilplaats bij de Filistijnen hoeft op te geven. Je leest in dit verband hoe hij bij zichzelf overlegt dat hij naar deFilistijnen moet om het er levend af te brengen. Dat lijkt heel erg op Abraham toen die naar Gerar ging en daar vertelde dat Sara zijn zuster was. Beiden reisden naar een ander land om in leven te blijven. In beiden zien we mannen van groot geloof, die toch zelf een oplossingzoeken, hoewel ze eigenlijk hadden moeten beseffen dat God hen zou beschermen. Beide hadden een belofte ontvangen, Abraham dat Sara zijn zoon zou baren en David dat hij koning zou zijn. Beloften die vereisten dat ze in het leven zouden blijven. Beide liegen om hun oplossing niet in gevaar te brengen: Abraham zegt dat Sara zijn zuster is, terwijl David zegt dat hij de Israëlieten heeft overvallen en daar buit heeft weggehaald. En beide komen daarmee in de problemen: bij Abraham wordt zijn vrouw bij hem weg gehaald, om de vrouw te worden van Abimelek, David omdat hij nu echt mee op moet trekken om tegen zijn eigen volk te strijden. En in beide gevallen zorgt God voor een oplossing, maar niet voordat ze zelf een tijdje hebben moeten zweten.

Sara is al een hele nacht bij Abimelek, voordat Abraham hoort hoe God heeft ingegrepen. David was al een fors eind Israël ingetrokken, en stond oog in oog met zijn eigen volk, voordat de oplossing komt. In beide gevallen brengt hun eigen oplossing hen in de problemen, maar in geen van beide lees je een negatief oordeel van God. Zij hadden misschien beide volgens henzelf de grens van hun geloof bereikt, het was te zwaar geworden, en dan grijpt God in en helpt hen. Korte tijd later komt het moment dat God Saul laat sterven en David koning wordt. Wat dan opvalt, is hoe David steeds aan God vraagt wat hij moet doen, en hoe God hem steeds antwoord geeft. Hij staat dan tegenover grote legermachten, maar God heeft hem beloofd dat Hij met hem is, en David vertrouwt daar volledig op; hij twijfelt geen moment.
We weten niet op welke wijze David God raadpleegt, of hoe hij antwoord krijgt, maar hij weet dat God achter hem staat. David wordt steeds meer gezegend, en krijgt uiteindelijk aan alle kanten rust. En hetis heel typerend dat het dan verkeerd gaat. Hij is in zijn paleis en zijn bevelhebber trekt er op uit om de resterende oorlogen te voeren. Hij blijft achter, omringd door alle zegeningen, en dan slaat de verleiding toe en draait het uiteindelijk uit op overspel en moord. Zijn grootste zonde begaat hij juist als hij zo gezegend is, dat het lijkt alsof hij niet meer hoeft te vertrouwen op God. Er zijn geen problemen, en dan gaat het mis. Je ziet in zijn psalmen het effect dat dit op hem heeft gehad. Van de man die volledig vertrouwt, maar ook zegt hoe hij altijd rechtvaardig is en God dient, verandert hij in een man die zegt alleen maar de dood te verdienen, en die alleen nog vertrouwt op Gods genade. De resterende hoofdstukken over David beschrijven de gevolgen voor zijn eigen leven. Hij krijgt een leven vol onrust binnen zijn eigen gezin. Een van zijn zoons verkracht zijn dochter; een andere zoon doodt zijn broer; hij zelf moet vluchten voor een zoon die met geweld koning wil worden. Maar uiteindelijk wordt hij ook hierdoor gevormd.

Aan het eind van zijn leven, als hij bijna 40 jaar geregeerd heeft, als alles verzameld is om de tempel te kunnen bouwen, kan hij zeggen:

“Geprezen bent u, HEER, God van onze voorvader Israël, voor altijd en eeuwig. U, HEER, bent groots en machtig, vol luister, roem en majesteit. Alles in de hemel en op aarde behoort u toe, HEER, u bezit het koningschap en de heerschappij. Roem en rijkdom zijn van u afkomstig, u heerst over alles … Wat ben ik, en wat is mijn volk, dat wij in staat zijn gebleken zoveel kostbaarheden af te staan? Alles is van u afkomstig, en wat wij u schenken komt uit uw hand. Net als al onze voorouders zijn wij slechts vreemdelingen die als gasten bij u verblijven, ons bestaan op aarde is als een schaduw, zonder enige zekerheid. HEER, onze God, al deze rijkdom die we bijeengebracht hebben om voor u een tempel te bouwen voor uw heilige naam, komt uit uw hand en aan u dragen wij die op. Ik weet, mijn God,dat u de harten van de mensen beproeft en oprechtheid verlangt. Welnu, uit de oprechtheid van mijn hart heb ik u dit alles geschonken, en ook uw volk, dat hier bijeen is, heb ik zijn bijdrage met vreugde zien schenken. HEER, God van onze voorouders Abraham, Isaak en Israël, koester dit blijk van de gezindheid van uw volk voor altijd en laat hun hart op u gericht zijn” (1 Kron. 29:10-18).

Hij was van het begin af een man van groot geloof. Maar zijn geloof wordt steeds sterker omdat God het hem niet gemakkelijk maakt.
Hoe meer hij moet vertrouwen, hoe meer hij leert dat hij volledig kan vertrouwen. We weten:

“U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan datu boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan” (1 Kor. 10:13).

Bij David zien we dat in de praktijk. Het gaat fout, niet als hij teveel beproefd wordt, maar als hij ‘teveel’ gezegend wordt, als hij God niet dagelijks hoeft te bidden om hem te helpen. Juist dan pleegt hij overspel en moord. Maar ondanks deze fouten blijft hij op God vertrouwen. Hij ziet uit naar de werkelijke verlossing. Misschien hebben wij soms ook het idee:

zou het niet beter zijn als ik geen problemen had, als alles voorspoedig ging.

Maar in de praktijk blijkt dan juist dat we geneigd zijn te reageren alsof we God minder nodig hebben. God zoekt een gewijzigd karakter, mensen die er volledig van overtuigd zijn hoe hard ze Hem nodig hebben, maar tegelijk volledig op Hem vertrouwen voor de beste oplossing.

De schrijver aan de Hebreeën zegt hierover dat God mensen ‘tuchtigt’ (of ‘berispt’ in de NBV), wat in de praktijk wil zeggen: ‘in de problemen brengt’. De schrijver zegt hierover:

“U hebt in uw strijd tegen de zonde uw leven nog niet op het spel gezet. Kennelijk bent u de bemoediging vergeten die tot u als tot kinderen wordt gericht: ‘Mijn zoon, je mag een vermaning van de Heer nooit terzijde schuiven en nooit opgeven als je door hem terecht gewezen wordt, want de Heer berispt wie hij liefheeft, straft elke zoon van wie hij houdt.’ Houd vol, het betreft hier immers een leerschool, God behandelt u als zijn kinderen” (Hebr. 12:4-7).

En Davids leven laat ons zien wat dit in de praktijk betekent.

“Een vermaning lijkt op het moment zelf geen vreugde te brengen, slechts verdriet, maar op den duur plukt wie er door gevormd is er de vruchten van: een leven in vrede en gerechtigheid” (Hebr. 12:11).

M.H.

+

Voorgaande

Overdenking: David: Geloof leren door beproeving

Betreffende Christus # 1 Een god of de God, een mensenzoon en zoon van God

Het begin van Jezus #11 Goddelijk verwezenlijkt en niet geïncarneerd

Jezus Christus De Zoon van Adam, de Zoon van God

++

Aanvullend

  1. Beloften aan Adam, Noah, Abraham e.a.
  2. Fundamenten van het Geloof 5: De mens, geschapen naar Gods beeld en als Zijn gelijkenis
  3. Jezus van Nazareth #1 Jezus Geboorte
  4. Christus in Profetie #9 De psalmen (3) Van wie er in de Boekrol geschreven staat
  5. Jezus zoon van David, zoon van Abraham en zoon van God

Over Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
Dit bericht werd geplaatst in Bedenking, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Levensvragen, Ontmoeting - Portret - Bijbelse figuren en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.