Overdenking: De ware Christus: een mens als wij en toch volmaakt

Belangrijkheid van mens zijnde levende weg

De meester verteller Jezus heeft door zijn lichaam voor ons de weg naar een nieuw leven gebaand (Hebr. 10:20). Daarin, in dat vlees van zijn mens zijn, heeft hij die nieuwe en levende weg voor ons geopend. Hij was zó geloofwaardig en echt mens, en daarbij ook nog volmaakt, dat zijn levens-weg ons dwingt tot een nieuwe levenswijze.

Niet voor niets dringt Johannes er bij ons op aan op onze hoede te zijn voor dwaalleraren, die Jezus Christus niet belijden als mens. Jezus’ menszijn is van cruciaal belang, want juist doordat hij door en door mens was, kon hij de wereld redden. In alle opzichten is hij ons voorbeeld. God wil door onze prediking mensen redden, maar dan moeten wij zelf eveneens genoeg mens zijn. Onze boodschap is gebonden aan ons als menselijke personen, net zoals Jezus’ boodschap hijzelf was, de echte menselijke Jezus.

Woord vlees geworden

Het woord was in Jezus vlees geworden, en het moet ook in ons vlees zijn. In de evangeliën vinden wij geen lange lijst met zijn deugden; wat wij vinden zijn Jezus’ daden en relaties met anderen, en daaruit voelen en zien wij zijn rechtvaardigheid. De leer van bijvoorbeeld het Marxisme kan worden losgemaakt van Marx als mens. Je kunt het Marxisme aannemen zonder ooit een biografie over Karl Marx te lezen. Maar het ware christendom is onlosmakelijk verbonden met de persoon van Christus. Als wij Jezus’ boodschap louter definiëren als ideeën en principes, zullen die de werkelijkheid van het echte leven missen: zij zijn te abstract.

De principes van de bijbelse waarheid krijgen pas kleur en realiteit wanneer zij worden gerelateerd aan de werkelijke, concrete persoon van Jezus. Geloof bestaat niet maar uit een stel ideeën: die principes van de bijbelse waarheid, elk aspect van die bijbelse leer, is in Jezus voorgeleefd. En het is dit feit dat een beroep doet op ons als wezens van vlees en bloed. Een persoon kun je niet reduceren tot een formule. Wat mensen trekt is een levend persoon, geen droge theorieën. Alleen een echt, levend persoon kan in het leven aanmoedigend zijn. Principes als louter abstracties kunnen ons op zichzelf niet bemoedigen.

Leven in hem

Jezus is onze vertegenwoordiger: dat is zo’n typische bijbelse waarheid. Wij worden gerekend als zijnde in hem. Dat betekent dat zijn leven wordt gezien als ons leven. En alleen omdat hij mens was, en wij nu mensen zijn, kan dit werkelijkheid worden. Het wonder is dat zovelen een nieuwe waarde hebben verworven door hun verbondenheid met de opgestane Jezus, ondanks al hun menselijk falen, vernederingen en tegenslagen.

Het is niet langer van belang je af te vragen ‘wie ben ik?’ Wat heb ik bereikt in mijn saaie leven?
In plaats daarvan is het van het grootste belang dat wij daadwerkelijk ‘in Christus’ zijn, en delen in zijn leven en bestaan. Het moderne leven is zó gericht op prestatie en economisch nut, dat velen het gevoel hebben mislukkelingen te zijn. Alleen door middel van prestaties lijken wij ons bestaansrecht in de maatschappij te kunnen bewijzen. Wij zijn verstrikt geraakt in een machinerie van het leven, die ons van onze menselijkheid beroofd. Ons initiatief, onze spontaniteit, onze essentiële vrijheid, is verloren geraakt. Maar als wij ‘in Christus’ zijn, veilig verankerd in hem, deel hebbend aan zijn verheven persoonlijkheid, is ons leven totaal anders.

Wij zullen ons niet langer schamen mens te zijn. Wij zijn door God zelf bevestigd om wie wij zijn, gerechtvaardigd door Hem, want wij zijn ‘in Christus’. Dit is wat het echt betekent ‘christen’ te zijn. Door ‘ons leven te verliezen zullen wij het verkrijgen’ (Mark. 8:35; ook Matt. 10:39). Het leven dat wij dan ontvangen is het leven van Jezus en daarom heeft ons leven betekenis en doel, niet alleen in successen maar ook in teleurstellingen en falen. Ons leven heeft hoe dan ook betekenis, want wij hebben, en leven, het ware leven, ook al worden wij kapot gemaakt door tegenstanders en in de steek gelaten door vrienden, ook al maken wij de verkeerde keuzes die wij achteraf bitter betreuren. Ook als onze prestaties afnemen en onze taken door anderen worden overgenomen, als wij niet meer van nut zijn voor de maatschappij, en ons leven en persoonlijkheid door die maatschappij niet meer worden erkend, worden wij liefdevol en van harte erkend door Hem bij wie geen aanzien des persoons is; want wij zijn in Zijn geliefde Zoon.

Echte menselijkheid

Ik herinner mij nog altijd die dag dat het plotseling tot mij doordrong dat Jezus een echt mens was, onvervalst echt. Ik realiseerde me ineens allerlei dingen die ook voor hem moeten hebben gegolden, dingen waaraan ik nooit had durven denken. Hierin is mijn kennen van hem, denk ik, verdiept.
Hij was het onvervalste product van een zwangerschap en had al de erfelijke eigenschapen van zijn moeder in zijn genen. Hij had een genetische structuur en een unieke vingerafdruk zoals wij allemaal. Hij zal links- of rechtshandig zijn geweest. Hij had een bepaalde bloedgroep. Als timmerman kon hij fouten maken, zich in zijn vinger snijden. Maar hij raakte nooit gefrustreerd, hij was tevreden met zijn menselijkheid.

De volheid van zijn menselijkheid is bij uitstekte zien in zijn dood, en zijn zo natuurlijke angst daarvoor. Misschien is er geen enkel ander moment waarop mensen zo duidelijk tonen echt mens te zijn, dan wanneer zij worden geconfronteerd met hun eigen dood.
Ik begrijp heus wel de weerstand, mogelijk zelfs het onbegrip, die deze suggesties oproepen, maar het is zeker niet mijn bedoeling om de grootheid van de heer op enigerlei wijze te kleineren. Het is juist mijn bedoeling zijn grootheid uit te dragen, d.w.z. duidelijk te maken dat in deze door en door menselijke persoon God zich heeft gemanifesteerd. Ik denk dat er in ieder van ons een verlangen huist een soort kloof te zien tussen onze eigen menselijkheid en de zijne. Maar als hij geen echt mens is geweest zoals wij, zie ik weinig nut in een vergelijking tussen hem en onszelf, in deze wereld die zo wanhopig op zoek is naar echtheid en menselijke verlossing.

Geen excuses meer

De menselijke zoon van God, de Jezus die de Bijbel ons toont, die volmaakte held die niettemin een zwakke menselijke kant heeft, is in feite een enorme uitdaging voor ons. Als deze volmaakte mens echt één van ons was, een mens onder de mensen, van ons eigen vlees en bloed, beginnen wij ons ongemakkelijk te voelen. Want als hij werkelijk net als wij is geweest, dan vraagt dat enorm veel van ons: het ontneemt ons de excuses voor ons ongeestelijk gedrag. Dat is misschien ook de reden dat zovelen het niet kunnen opbrengen al te lang na te denken over zijn kruisiging. Hij was nooit kwetsbaarder en menselijker dan juist daar, maar alleen als de gruwelijke realiteit van Christus’ mens zijn ons daarbij duidelijk voor ogen staat, kunnen wij begrijpen hoe iemands dood 2000 jaar geleden ons leven nu radicaal kan veranderen.

Wij grijpen graag naar excuses: onze ouders waren niet volmaakt, de maatschappij om ons heen is zo verdorven. Maar ook Jezus’ moeder, Maria, was geen volmaakte moeder: de Bijbel toont ons Maria als een gewone vrouw, die in een moeilijke tijd, in een achtergesteld land, een pover bestaan leidde. De heilige, onschuldige en onbevlekte zoon van God, en Zoon des mensen, was de zoon van een kansarm gezin uit een klein, arm, afgelegen dorpje, waar hij als tiener een job in de bouw kreeg. Jezus leefde net zo min als wij in een volmaakte omgeving, en toch was hij volmaakt, en hij vraagt van ons dat wij onze excuses opzij zetten en hem volgen.

Niemand van ons kan nu nog een gebrek aan geestelijk streven wijten aan een moeilijke jeugd, familieproblemen, slechte tijden, of een verkeerd milieu. Wij kunnen hier bovenuit groeien, want in hem zijn wij een nieuwe schepping. Het oude is voorbij gegaan en in hem zijn alle dingen nieuw gemaakt (2 Kor. 5:17). Hij baande voor ons de weg uit alle beperkingen die een normaal menselijk leven ons oplegt. Hij liet zich niet afleiden en hij heeft ons de kracht gegeven hem daarin te volgen. Wij lezen (in Fil. 2) dat Jezus in zijn uiterlijk als een mens werd bevonden, en dat hij zichzelf vernederde en daarom verhoogd werd (NBG’51). Maar in het volgende hoofdstuk schrijft Paulus in net zulke bewoordingen over zichzelf. Ook hij werd gelijkvormig ‘bevonden’ aan het voorbeeld van Jezus in zijn dood. Ook hij zegt dat zijn ‘vernederd’ lichaam zal ‘veranderen’, zodat het aan Christus’ verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt (Fil. 3:21). Er wordt van ons gevraagd in de voetstappen van Jezus, de Zoon des mensen, het pad te volgen dat naar verheerlijking leidt. De belofte is dat wij, aan het eind van die weg van vernedering en lijden, uiteindelijk ook in zijn glorie zullen delen (Rom. 8:17; 2 Kor. 3:18; Joh. 17:22,24).

De uitdaging van Christus’ menselijkheid

Er ligt daarom een onvoorstelbare uitdaging in het feit dat Jezus een menselijke natuur had en toch nooit zondigde. Hij steeg uit boven de zonde in al zijn gedaantes, en toch was hij absoluut mens.Velen van ons denken dat het hun roeping is niet alleen boven hun zonde, maar ook boven hun menselijke natuur uit te stijgen. En in hun overtuiging is godsdienst daarom in feite een ontkenning van hun menselijkheid. In extreme vorm zien ze godsdienst als een leven zonder passie, als op de een of andere manier supermenselijk. Meer alledaags zijn degenen die menen dat het fataal is emoties te tonen. Geen enkele deuk in hun harnas mag worden opgemerkt, er is geen erkenning of begrip van hun eigen menselijke tekortkomingen. Zij spiegelen zich aan de afgebeelde ‘heiligen’ van de middeleeuwen: een stralenkrans om hun gezicht, grote heilige ogen, de handen altijd gevouwen ingebed, nooit een misstap begaand. Dat krijg je als je teveel nadruk legt op het goddelijke, en de menselijke kant van Jezus onderbelicht. Het karakter van Jezus laat ons zien wat het inhoudt om tegelijk mens en zondeloos te zijn.

Als wij onszelf willen verheffen boven ons menszijn, streven wij iets onmogelijks na. Jezus was geen supermens. Hij was, en is, de beeltenis van God, vorm gegeven in een mens. En op deze manier spreekt het Nieuwe Testament ook nu nog van hem (1 Tim. 2:5). Wij hoeven geen schuldgevoel te hebben over het feit dat wij mens zijn. Wij zouden tevreden moeten zijn met wie we zijn: gemaakt naar Gods beeld.

D.H. (Vertaling/bewerking M.R./R.C.R.)

+

Voorgaande

Het begin van Jezus #2 Aller Begin

Addendum 2: Vlees geworden woord

Ik ben de ware wijnstok

Verlossing #1Bijbelse leer van verlossing

++

Aanvullende lektuur

  1. Geloof en geloven
  2. Zoon van God – Vleesgeworden woord
  3. Bereshith 3:20-24 Moeder van al wat leeft en gevolgen van haar keuze
  4. Niet goddelijkheid van Christus toch
  5. Na 2020 jaar
  6. Filippenzen 1 – 2
  7. Jezus stervensdag
  8. Achtergelaten aan een paal tot in de dood
  9. Horen bij Christus en één worden met Christus
  10. In Christus zijn en een nieuwe creatie worden
  11. Welk deel van het lichaam ben jij
  12. Leden in het lichaam van Christus

Over Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
Dit bericht werd geplaatst in Christen zijn, Godsdienst, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Levensvragen, Woord van God en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.