Opgaan naar Jeruzalem: Jezus’ laatste reis #1

Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging hij vastberaden op weg naar Jeruzalem (Lucas 9:51).
Dit zou geen gewone reis worden, zoals Hij vroeger drie keer per jaar naar Jeruzalem ging voor de grote feesten, al zou het ook deze keer eindigen met Pesach. Nee, de opdracht van zijn Vader om zijn leven te geven als losprijs voor velen, zou nu keiharde werkelijkheid worden. Zijn prediking in Galilea was nu ten einde, en na drie jaar intensieve arbeid moest Jezus bedroefd constateren dat het weinig had opgeleverd. Betsaïda, Chorazin en vooral Kapernaum, de steden waar hij de meeste wonderen had gedaan, bleven onvruchtbaar; zelfs Tyrus en Sidon, waar God in het verleden zijn toorn over had uitgestort, zouden het er bij het oordeel beter van afbrengen dan zij (Lucas 10:13-15). Nu keerde Hij zich naar de zuidelijker streken en vermeed zelfs Samaria niet. Dit was een laatste oproep aan het volk om zich te bekeren. Hij zond vooraf zijn boden uit, waarschijnlijk eerst de twaalf, om zijn komst voor te bereiden, en ook om onderdak te regelen. Maar omdat de tijd drong, stuurde Hij vervolgens nog eens zeventig van zijn discipelen.

Alleen Lucas beschrijft deze periode, die maanden zou duren, waarbij Jezus kris-kras door het land zou trekken, soms zelfs terug naar Galilea (Lucas 17:11), en af en toe onderbroken door de verplichte feesten in Jeruzalem.
Maar Lucas beschrijft het als één lange reis naar Jeruzalem, zijn definitieve ‘opgaan’. Van deze 8 hoofdstukken (10 t/m 17) vinden we weinig of geen parallellen in de andere Evangeliën. Er komen maar 4 afzonderlijk beschreven genezingen in voor, maar niet minder dan 44 gelijkenissen (!), waarvan we er 20 nergens anders vinden.

De lessen aan de twaalf

Toen Hij de eerste keer met de twaalf over zijn komende lijden sprak, probeerde Petrus Hem tegen te houden:

“God verhoedde het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!” (Matteüs 16:22).

Waarop hij van Jezus de berisping kreeg:

“Ga terug, achter mij, satan (tegenstander)! Je zou mij nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.”

Petrus moest nog leren dat zelfs de Zoon van God moest lijden voordat Hij verheerlijkt zou worden. Toch had de Vader zijn Zoon niet zonder bemoediging gelaten, want kort daarna ging Hij de berg op en ontving daar dat prachtige visioen van het komende Koninkrijk, een voorproefje van de heerlijkheid van de verlosten, die door zijn reddingswerk behouden zouden worden (Matteüs 17). We vinden daar ook een verwijzing naar de profetie van Jesaja over de lijdende Knecht:

Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht, hij neemt hun wandaden op zich. Daarom ken Ik hem een plaats toe onder velen en zal hij met machtigen delen in de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood en zich tot de zondaars liet rekenen (Jesaja 53:11-12).

Berg Gerizim – De berg Gerizim anno 1900, gezien vanaf Nablus

Het is duidelijk dat de profeet en meester verteller Jezus in die paar maanden veel aandacht heeft besteed aan het opleiden van zijn discipelen om hen voor te bereiden op hun toekomstige taak als evangeliepredikers. Daarbij zouden zij een aantal praktische lessen krijgen in hoe zij met mensen moesten omgaan, te beginnen met de Samaritanen. Bij hun aankomst in een Samaritaans dorp waren zij niet welkom; want zij waren op weg naar Jeruzalem en de Samaritanen geloofden dat men God op de berg Gerizim moest aanbidden en niet in Jeruzalem (Johannes 4:20). Jakobus en Johannes, niet voor niets door de Heer “zonen van de donder” genoemd, reageerden – met de ontmoeting met Elia op de berg nog vers in hun geheugen – met het aanbod vuur uit de hemel te laten vallen op deze ‘ongelovigen’! (Lucas 9:52-54). Maar Jezus
wees hen streng terecht. Volgens sommige handschriften zei Hij daarbij:

“Jullie weten niet van welke gezindheid jullie zijn, want de Zoon des Mensen is niet gekomen om mensenlevens te vernietigen, maar om hen te redden.”

Zij waren kennelijk vergeten met hoeveel enthousiasme de Samaritanen eerder in een andere stad Jezus’ boodschap hadden ontvangen, en hoe Jezus toen had gezegd dat de velden rijp waren om te oogsten (Johannes 4:35). Het was een noodzakelijke les voor al diegenen die later het evangelie naar ‘de uiteinden der aarde’ zouden brengen. En bij het volgende dorp vonden zij wel huisvesting!

+

Voorheen

De Verlosser 3 Zijn menselijke kant

++

Aansluitend

  1. Een losgeld voor iedereen 2 Een verheven persoon van vlees en bloed

Over Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
Dit bericht werd geplaatst in Christenheid, Geschiedenis, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Opgaan naar Jeruzalem: Jezus’ laatste reis #1

  1. Pingback: Opgaan naar Jeruzalem: Jezus’ laatste reis #2 | Broeders in Christus

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.