Gods vergeten Woord 24 Getuigen 5 Een getuigende Heer en getuigende dienaren

Een getuigende Heer en getuigende dienaren

 

De opgestane Heer beschrijft zichzelf meteen al in de openingsverzen als “de getrouwe getuige” (Op. 1:5). Daarmee zet Hij de toon voor het boek. In zijn brief aan de gemeente te Laodicea noemt Hij zichzelf “de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige” (Op. 3:14). Aan het eind van het boek noemt Hij zich:

“Hij die deze dingen getuigt” (Op. 22:20).

Een bijzonder trouwe dienaar, die voor het geloof gestorven is, wordt door Hem aangeduid in dezelfde termen waarin Hij zichzelf beschrijft in de openingswoorden

“Antipas, mijn getuige, mijn getrouwe” (Op. 2:13).

Johannes door El Greco, ± 1600

Johannes door El Greco, ± 1600

Johannes, de schrijver, zegt van zichzelf in de openingswoorden:

“Deze heeft van het woord Gods getuigd en van het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij gezien heeft” (Op. 1:2).

En iets verderop beschrijft hij zijn toestand als balling op het eiland Patmos:

“Ik, Johannes, uw broeder en deelgenoot in de verdrukking en in het Koninkrijk en de volharding in Jezus, was op het eiland, genaamd Patmos, om het woord Gods en het getuigenis van Jezus” (Op. 1:9).

 

Een getuigende gemeente

Omdat de symboliek van de Openbaring nogal wat uitleg vraagt is het in de volgende voorbeelden niet altijd mogelijk om er zo diep op in te gaan als eigenlijk nodig zou zijn. In Openbaring 11 worden de gelovigen voorgesteld als zij die aanbidden in het centrale heiligdom van de tempel. De rest van de tempel wordt onder de voet gelopen door ‘heidenen’. Dit kan geen be­trekking hebben op de tempel te Jeruza­lem, die toen al was verwoest. Het is ken­nelijk symbolisch bedoeld. De symboliek moet ons kennelijk herinneren aan de mis­standen op het tempelplein ten tijde van Jezus’ optre­den, die gedoogd werden door de religieuze leiders, maar waartegen Jezus optrad door het plein schoon te vegen (Marc. 11:15-18). Maar nu gaat het om een geestelijke tempel, gevormd door de ware gemeente. Deze tempel wordt onder de voet gelopen door mensen die menen dat zij God daarmee dienen. Even verderop in hetzelfde hoofdstuk wordt de gemeente voorgesteld als een tweetal getuigen die in rouwgewaad (‘zak’) moeten profeteren. Evenals hun Heer wor­den zij voorgesteld als dienaren die 3½ jaar moeten getuigen, die dan gedood wor­den, maar die door God worden opgewekt en ten hemel opgenomen. Tussen hun dood en hun ‘opstanding’ wordt van hen gezegd dat

“hun lijk zal liggen op de straat der grote stad… alwaar ook hun Here gekrui­sigd werd” (vs. 8).

Opnieuw: het gaat hier ken­nelijk niet om een letterlijke stad (Jezus werd buiten Jeruzalem gekruisigd). De bedoeling is dat zoals hun Heer door zijn eigen volk werd gekruisigd, omdat zij meenden God daarmee te dienen, dat zo ook de zijnen zouden worden behandeld door de godsdienstige wereld van hun eigen tijd. Jezus had vóór zijn sterven, tijdens de maaltijd in de bovenzaal, gezegd:

“Een slaaf staat niet boven zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen.”

Belangrijk is echter dat de ge­meente wordt voorgesteld als een getuigen­de gemeente.

 

In Openbaring 12 wordt de gemeente voorge­steld als een vrouw die de Messias voort­brengt. De goddeloze wereld, voorge­steld als een draak, probeert eerst de Messi­as te “verslinden”. Als dat niet lukt vervolgt hij de vrouw. Maar deze wordt door God be­schermd. De draak richt zich dan op de “overigen van haar nageslacht”, kennelijk de gelovigen. Dezen worden beschreven als zij

“die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben” (vs. 17).

De vrouw wordt hier voorgesteld als ge­vlucht naar de woestijn, zoals Israël bij de exodus uit Egypte naar de woestijn vlucht­te. De draak wordt gevolgd door een twee­tal bees­ten (hoofdstuk 13), waarvan één wordt beschreven als met “twee horens als het Lam [een beeld van Christus in Op. 5], en het sprak als de draak.” Met andere woorden het lijkt christelijk, maar is in werkelijkheid goddeloos. Deze beesten (beelden van menselijke heerschappij) vervolgen de gemeente. Maar in hoofdstuk 17 zien we plotseling een vrouw in de woestijn, die op het beest gezeten is, die zich triomferend gedraagt en die

“dronken is van het bloed der heiligen en van het bloed der getuigen van Jezus” (vs. 4).

Wat kan dit anders zijn dan een gevallen kerk die ten onrechte poseert als de ware gemeente? Men hoeft slechts naar de kerkelijke geschiedenis te kijken, en dan vooral die van de middeleeuwen, maar evenzeer die van de Reformatie, om de situatie te herkennen.

 

Van de gelovigen echter wordt gezegd dat zij de draak

“hebben overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis” (12:11).

Zij worden be­schre­ven als zij

“die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis dat zij hadden” (6:9),

en

“als u [Johannes] en uw broederen, die het getuigenis van Jezus hebben” (19:10).

Bij het oordeel zijn zij degenen

“die onthoofd waren om het getui­genis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld had­den aangebeden” (20:4).

Het is duidelijk: de ware gelovige is een getuige, die bereid is om desnoods met zijn leven te getuigen. Hij is de heraut van een betere wereld, ook al is hij geen bouwer daaraan. Door zijn ge­tuigen laat hij zien waar hij staat; die bete­re we­reld zal God zelf te zijner tijd wel brengen. En als de getuigen hun best heb­ben gedaan zal geen volk ter wereld onwe­tendheid kunnen bepleiten want zij hebben de bood­schap

“in de gehele wereld gepre­dikt tot een getuigenis voor alle volken” (Matt. 24:14).

 

Het boek Openbaring is het laatste boek van onze Bijbel, Jezus’ laatste boodschap aan de heiligen (gelovigen) die hij op aarde achterlaat. Als het woord getuigen daar zo’n grote rol in speelt moet dat iets voor ons betekenen. Als Jezus’ laatste woord is dat een trouwe gelovige een getuigende gelovige is, dan is het duidelijk wat ons te doen staat. En velen in het verleden, die de boodschap begrepen hebben, hebben dan ook hun leven overgehad voor dat woord van getuigenis, in de wetenschap dat zij daarvoor bij hun opstanding te horen zouden krijgen:

“Wèl gedaan, gij goede en getrouwe slaaf… ga in tot het feest van uw heer” (Matt. 25:21).

 

  • Rudolph Rijkeboer

1)            Zie voor een behandeling van Openbaring mijn boek “Jezus’ laatste boodschap”.

+

Voorgaande

Gods vergeten Woord 5 Verloren Wetboek 4 De ‘katholieke’ kerk

Gods vergeten Woord 20 Volk van het Boek 6 Volk met het Boek

Gods vergeten Woord 24 Getuigen 1 Intro

Gods vergeten Woord 24 Getuigen 2 Jezus’ rede op de Olijfberg

Gods vergeten Woord 24 Getuigen 3 De opdracht om te prediken

Gods vergeten Woord 24 Getuigen 4 Jezus’ laatste boodschap

Over Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
Dit bericht werd geplaatst in Christen zijn, Godsdienst, Jezus Christus, Jesus, Jeshua, Jahushua, Kerkopbouw, Religie en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Gods vergeten Woord 24 Getuigen 5 Een getuigende Heer en getuigende dienaren

  1. Pingback: Gods vergeten Woord 25 Varen op Bijbels Kompas 1 Intro Afstemmen op principes | Broeders in Christus

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.