Gods vergeten Woord 19 Het Lichaam van Christus 5 Leerschool en Gemeenschappelijk bezit

In het voorgaande bericht zagen wij hoe bepaalde dilemma’s zich voordeden en hoe de apostel Paulus er op wees dat het belangrijker was om voor elkaar te zorgen en men elkaar moest helpen en steun geven in elkaars noden.
Die zorg voor elkaar moet voorop staan.

Opnieuw: de leerschool

Dit principe sluit uiteraard aan bij het feit dat het leven nu een leerschool is voor een dienstbaarheid straks. Wie zich nu onttrekt aan de zorg voor zijn medebroeders en -zusters is straks niet in staat om als een goede dienaar van Christus leiding te geven aan mensen die nog tot geloof moeten komen, of om hen vervolgens te leiden op de goede weg, zoals een herder zijn schapen leidt. Hij zou uiteindelijk in de positie belanden van de derde slaaf in de gelijkenissen in Matt. 25 en Luc. 19, die bij de wederkomst van zijn heer kon zeggen: “hier hebt gij het uwe”, maar die niet voor zijn heer aan het werk was geweest. Paulus legt daar vooral in de brief aan de gemeente te Korinte zoveel nadruk op omdat juist daar een situatie dreigde te ontstaan waar sommigen meenden de anderen niet nodig te hebben.

 

ADDENDUM: gemeenschappelijk bezit

De eerste gemeente te Jeruzalem leefde in volledige gemeenschap van goederen. In de loop der eeuwen hebben mensen die terug wilden naar de situatie van de eerste eeuw, geprobeerd dit weer in te voeren. We zullen uiteraard de vraag moeten beantwoorden of dat van de christen gevraagd wordt. We zien dan dat deze praktijk slechts voortduurde totdat de gemeente door een beginnende vervolging uit Jeruzalem verdreven werd. Als de leden uitzwermen over de antieke wereld lezen we niets meer over zulke praktijken. Kennelijk was deze praktijk van gemeenschappelijk bezit goed bedoeld en op zichzelf ook niet verkeerd, want ze wordt ons in de eerste hoofdstukken van Handelingen geschilderd als een van de positieve eigenschappen van de gemeente. Maar het was kennelijk geen eis. Er zijn teveel gelijkenissen die ons vertellen over slaven of andere mensen die worden afgerekend op wat zij hebben gedaan met hun bezit of met wat hun toevertrouwd is, dan dat het mogelijk zou zijn om vol te houden dat wij geen eigen bezit zouden mogen hebben. Maar deze constatering bevat ook een sleutel: wij zullen worden afgerekend op wat wij met ons bezit hebben gedaan. Wij bezitten het niet echt. Zoals bij de slaven in de gelijkenis is ons het beheer erover toevertrouwd. Bezit is kennelijk bedoeld om ons op te voeden; wij moeten leren hoe wij er mee om moeten gaan. Zo geven wij, als wij verstandig zijn, onze kinderen zakgeld, om ze te leren met geld om te gaan.

 

De belangrijkste drijfveer in het gemeenschappelijk bezit vinden we in het begin van Handelingen:

“En ook niet één zeide, dat iets van hetgeen hij bezat zijn persoonlijk eigendom was” (Hand. 4:32).

Op zich zou dat moeten gelden voor iedere christen: al wat hij bezit is van God en hij is slechts de beheerder daarvan. Maar het is dat beheer dat hem opvoedt. Ook dan kan hij zijn geld gebruiken om zijn medebroeders en -zusters te helpen, wanneer en waar zij dat nodig hebben. In de evangeliën lezen we over welgestelde vrouwen die Jezus en de zijnen “dienden met hetgeen zij bezaten” (Luc. 8:3). En in Handelingen ontmoeten we de ‘purperverkoopster’ Lydia (in die tijd was dat een beroep dat te vergelijken is met dat van een juwelier in onze tijd), die Paulus in zijn dienstwerk ondersteunde met haar mogelijkheden (Hand. 16:14-15). Als de herstelde gemeente te Jeruzalem door hongersnood in financiële moeilijkheden komt, springen de gemeenten buiten het land bij. En de gemeenten in Macedonië steunen, ondanks hun armoede, Paulus’ predikingswerk in Achaje. Zo wil God kennelijk dat wij met bezit omgaan.

 

Dit alles was slechts de toepassing van de principes die al in de Wet van Mozes waren gegeven:

“Indien gij aan mijn volk, aan de arme bij u, geld leent, zult gij u niet als een schuldeiser jegens hem gedragen” (Ex. 22:25).

Wie zo met zijn bezit omging, mocht een zegen van God verwachten:

“Gij zult hem [de arme] met mildheid geven en uw hart zal niet verdrietig zijn, wanneer gij hem geeft, want terwille daarvan zal de Here, uw God, u zegenen in al uw werk en in alles wat gij onderneemt” (Deut. 15:10).

Wij moeten geven in vertrouwen dat God ons genoeg zal laten om zelf van te leven. Het is een test van het geloof. Zo stelt Paulus in zijn brief aan de Korintiërs zelfs dat de nood in Jeruzalem, waarvoor zij geld inzamelen, ten doel heeft hun bereidwilligheid te testen. Als die onvoldoende zou zijn, zou God wel op andere wijze in die nood voorzien, maar het zou de Korintiërs door Hem worden aangerekend.

 

Jakobus de rechtvaardige

Jakobus de rechtvaardige

De ervaren Bijbellezer zal weten dat vooral in de brief van Jakobus fel stelling genomen wordt tegen rijken. Toch mag men dat niet opvatten als een beschuldiging van rijkdom zonder meer. De overheersende gedachte was dat wie rijk was, door God gezegend was en dat hij dus wel een zeer godvruchtig man moest zijn. Ook in onze tijd is deze gedachte in bepaalde kringen populair (‘ik ben gezegend, dus kennelijk klopt mijn gedrag’). Jakobus wil zijn lezers duidelijk maken dat zij niet de arme broeder bij de rijke achter moeten stellen; beide zijn broeders. Om zijn betoog kracht bij te zetten valt hij deze gedachtenkoppeling tussen rijkdom en rechtvaardigheid aan. Het zijn juist de rijken (uiteraard niet die in de gemeente, maar die in de wereld) die hen vervolgen. Rijkdom, zegt hij wat verderop, kan ook zijn verworven door onrecht en uitbuiting. Het is echter niet de rijkdom, of het ontbreken daarvan, dat van belang is; het gaat erom hoe wij omgaan met bezit.

+

Voorgaande

De Voltooiing van de schepping 1 Beproeving – Op weg naar volmaaktheid

De Voltooiing van de schepping 2 Goden van licht en duisternis

De Falende mens #2 Vrije keuze

Materialisme, “would be” leven en aspiraties #5

Schapen en bokken 1 Aangenomen, verworpenen en slaven

Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 6 Voorschriften van het apostelconcilie

Gods vergeten Woord 19 Het Lichaam van Christus 1 Inleiding

Gods vergeten Woord 19 Het Lichaam van Christus 2 Gezamenlijkheid

Gods vergeten Woord 19 Het Lichaam van Christus 3 Gezamenlijke dienst

Gods vergeten Woord 19 Het Lichaam van Christus 4 Omgaan met conflicten

+++

Gerelateerde teksten

  1. Kopskuif – wie is in jou huis?
Advertenties

Over Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
Dit bericht werd geplaatst in Broeders, Christen zijn, Christendom, Kerkopbouw, Religie en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Gods vergeten Woord 19 Het Lichaam van Christus 5 Leerschool en Gemeenschappelijk bezit

  1. Pingback: Gods vergeten Woord 20 Volk van het Boek 1 Boek van openbaringen | Broeders in Christus

  2. Pingback: Gods vergeten Woord 20 Volk van het Boek 2 Voorbeelden uit het Oude Testament | Broeders in Christus

  3. Pingback: Gods vergeten Woord 21 #2 Vreemdelingen en bijwoners | Broeders in Christus

  4. Pingback: Gods vergeten Woord 21 #3 Gelovig afwachten | Broeders in Christus

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.