De Ekklesia #3 Het koninkrijk

Het koninkrijk

 Tijdens hun reis door de woestijn stond het volk onder leiding van de door God aangewezen leider Mozes. Deze vertegenwoordigde God bij het volk, want God zelf was hun eigenlijke leider. Maar Mozes was niet in staat het volk het beloofde land binnen te voeren, omdat hij eenmaal onbedachtzaam gesproken had en God ‘niet de eer gegeven had’ toen hij voor het volk water uit de rots tevoorschijn deed komen. In zijn plaats moest Jozua het volk de Jordaan over leiden naar het land. Er zit een duidelijke symboliek in het feit dat Mozes, wiens naam onverbrekelijk is verbonden met de Wet, niet in staat was het volk het land binnen te leiden en dat dat moest gebeuren door een man die in beproeving trouw was gebleken (één van de twee oorspronkelijke getelden die niet gestorven waren in de woestijn) en wiens naam gelijk was aan die van Jezus. Maar daar kunnen we hier nu niet verder op ingaan. Eenmaal in het land had het volk geen eigenlijke leider. Het stond onder de door God gegeven Wet, waarvan de uitvoering lag in handen van de priesters. Alleen in tijden van nood gaf God hun een leider om hen voor te gaan in hun strijd tegen hun vijanden. Deze leiders werden aangeduid met het woord ‘richter’; het volk ‘richten’ betekende: het volk leiden in overeenstemming met Gods Wet.

 

Deze toestand beviel het volk niet, zodat zij aan de laatste richter, Samuël, vroegen om over hen een koning aan te stellen. Samuël zag hierin een motie van wantrouwen tegen zijn optreden, maar God wees hem erop dat ze in feite Hem (God) hadden verworpen als hun eigenlijke koning:

“De Here zeide tot Samuël: Luister naar het volk, in alles wat zij tot u zeggen, want niet ú hebben zij verworpen, maar Mij hebben zij verworpen, dat Ik geen koning over hen zou zijn” (1 Sam. 8:7).

Weliswaar was in de wet reeds voorzien dat er op een gegeven moment een koning zou komen, maar het motief van het volk deugde niet:

“Zie, gij zijt oud geworden … Stel nu een koning over ons aan om ons te richten, als bij alle andere volken” (1 Sam. 8:5).

Hun motief was dat Samuël oud was geworden en dat er iemand in zijn plaats moest komen die die functie waardig was, maar zij vertrouwden kennelijk niet op God, dat die erin zou voorzien. Maar bovenal: zij wilden daarin gelijk zijn aan de volken rondom hen. Dat was een flagrante ontkenning van hun bijzondere positie als Gods volk, als zijn gemeente van gelovigen, door Hemzelf geleid.

David speelt harp voor Saul, schilderij van Rembrandt

Eerste koning van de Israëlieten, zoon van Kisj afkomstig van de stam Benjamin – David speelt harp voor Saul, schilderij van Rembrandt

God antwoordde het volk door een koning aan te wijzen zoals zijzelf die zouden hebben uitgekozen: Saul uit Benjamin. Dat bleek dan vervolgens niet de juiste man te zijn. Vervolgens koos God een man die het volk zelf nooit zou hebben gekozen: David, een herdersjongen uit Juda. Hij wordt beschreven als

“een man naar mijn [Gods] hart” (Hand. 13:22, zie ook 1 Sam. 13:14).

Salomonsoordeel, fresco in Styria (Oostenrijk)

Salomonsoordeel, fresco in Styria (Oostenrijk)

Hij vestigde Gods heerschappij over het volk en consolideerde de grenzen van het rijk. Zijn zoon Salomo (= man van vrede) bracht het rijk tot grote bloei in een tijd van bestendige vrede. Hij bouwde een tempel voor de eredienst, en de roep van zijn wijsheid ging uit over de gehele toenmalige wereld. Maar ook deze koningen dienden te regeren alsof zij slechts regenten waren die regeerden in de naam van de echte Koning, God. David zei over Salomo:

“Uit al mijn zonen verkoos Hij [God] mijn zoon Salomo om te zitten op de troon van het koningschap des Heren over Israël” (1 Kron. 28:5).

En Salomo sprak, na zijn troonsbestijging, in een gebed tot God over zijn volk als ‘uw volk’ (1 Kon. 3:9). In de wet van Mozes was voorgeschreven dat als er een koning zou komen, die een afschrift van de Wet moest laten maken (volgens sommige vertalingen moest hij dat zelfs eigenhandig doen; zie bijv. de SV) om daarin dagelijks te lezen,

“opdat zijn hart zich niet verheffe boven zijn broeders, en hij van het gebod niet afwijke naar rechts of naar links” (Deut 17:18-20).

Het is duidelijk dat voor de koning, meer nog dan voor het gewone volk, gold dat hij moest leven met Gods woord in zijn hart.

+

Voorgaande:

De Ekklesia #1 De uitgeroepenen

De Ekklesia #2 De Gemeente van het Oude Verbond

Vervolg: De Ekklesia #4 De troon van David en De gezalfde des Heren

++

Advertenties

Over Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
Dit bericht werd geplaatst in Geschiedenis en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

8 reacties op De Ekklesia #3 Het koninkrijk

  1. Pingback: De Ekklesia #4 De troon van David en De gezalfde des Heren | Broeders in Christus

  2. Pingback: De Ekklesia #5 Gods getuigen | Broeders in Christus

  3. Pingback: De Ekklesia #6 Bad der Wedergeboorte | Broeders in Christus

  4. Pingback: De Ekklesia #7 De vrijwillige toetreding | Broeders in Christus

  5. Pingback: De Ekklesia #8 Doop als wedergeboorte | Broeders in Christus

  6. Pingback: De Ekklesia #9 Daad van geloof | Broeders in Christus

  7. Pingback: De Ekklesia #10 Addendum 1: een moderne theocratie? | Broeders in Christus

  8. Pingback: De Ekklesia #11 Addendum 2: Een antichrist | Broeders in Christus

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s