Schapen en bokken 4 Addendum 2: Eeuwig branden in de hel

Addendum 2: eeuwig branden in de hel?

Lezers die de gelijkenissen, die wij geciteerd hebben, hebben opgezocht zullen hebben bemerkt dat in veel gevallen het ‘ondeugdelijke’ wordt verbrand. In Matt. 13 gebeurt dat met het onkruid uit de akker en in de toepassing van het ondeugdelijke uit het sleepnet; in Matt. 25 wordt dat aangekondigd aan de verworpenen (vs. 41). In dat laatste geval wordt zelfs gesproken van ‘eeuwig’ vuur. Dat heeft sommigen ertoe gebracht te geloven in een eeuwige pijniging met vuur van ongehoorzame zielen.

File:Hortus Deliciarum - Hell.jpg

De Hel – Herrad of Landsberg (1125–1195)

Het eerder genoemde vagevuur is alleen maar een in de tijd begrensde versie hiervan. Die gedachte van een eeuwige pijniging in vuur komt mede voort uit de idee dat de ziel onsterfelijk is en, ook voor God, onvernietigbaar. Daar hebben we al over gesproken in het vorige hoofdstuk. In de Bijbel is vuur altijd een symbool van ofwel loutering, zoals goud door vuur gelouterd (veredeld) wordt, ofwel van totale vernietiging (de ‘tweede dood’). Als loutering wordt het beeld gebruikt voor wat ons mogelijk overkomt in dit leven, tijdens onze ‘training’. In de aangehaalde gelijkenissen kan vuur echter alleen maar slaan op totale vernietiging. In het gebruikte beeld is het vuur wel eeuwig, maar wat erin geworpen wordt verbrandt, juist omdat het vuur niet uitgaat, tot de laatste snipper.

File:Gabelbach St. Martin 389.JPG

Vagevuur – Fresko der Langhauskuppel von Alois Mack, Stuckdekor von Johann und Ignaz Finsterwalder, von 1738 (überarbeitet); Darstellung: Maria mit Jesuskind auf dem Schoß, das einen Gürtel in der Hand hält; Engel, die Gürtel halten; unten: Fegefeuer; umrahmt von Inschriften in Stuckkartuschen (Bruderschaftsbild der 1692 gegründeten Gürtelbrüderschaft Maria Trost)

Ter illustratie geven we hier de oorsprong van deze idee. In Jes. 34 wordt gesproken over een grote slag die wordt uitgevochten in de omgeving van het land Israël. Om redenen die ons nu te ver zouden voeren moeten we aannemen dat het hier gaat om een laatste aanval op het Joodse volk (zie hoofdstuk 15), en mogelijk zelfs tegen de teruggekeerde Messias Zelf, ten tijde van Christus’ terugkomst. De aanvallende legers zullen worden vernietigd en hun lijken zullen worden begraven in een dal in wat vroeger het land van Edom was. In Jes. 2 wordt gezegd dat in het Koninkrijk de volken der wereld regelmatig zullen opgaan naar Jeruzalem, de nieuwe hoofdstad der wereld. In Jes. 66 wordt vermeld dat diegenen die opgaan naar Jeruzalem

“zullen uitgaan en de lijken aanschouwen der mannen, die van Mij [God] afvallig geworden zijn” (vs. 24).

Dat wil kennelijk zeggen dat zij zullen uitgaan en de begraafplaatsen aanschouwen van de vernietigde legers in het land van Edom, niet ver van Jeruzalem. In Jes. 34 wordt van Edom gezegd dat het voor eeuwig woest zal liggen en dat het voor eeuwig een land zal zijn van brandend pek

“dat dag noch nacht uitgaat; voor altijd stijgt zijn rook op” (vsn. 9-10).

In overeenstemming daarmee wordt in Jes. 66 gezegd van de ‘afvallig geworden mannen’:

“want hun worm zal niet sterven, en hun vuur niet uitdoven, en zij zullen voor al wat leeft een afgrijzen wezen” (vs. 24).

De bedoeling is kennelijk dat er zoveel lijken liggen dat de wormen er voor jaren genoeg aan hebben en dat de brand, zoals gezegd in Jes. 34, eeuwig is. Jezus citeert deze woorden in Marc. 9. Hij zegt daar dat we alles moeten wegdoen wat ons tot zonde zou kunnen verleiden, omdat het beter is lichamelijk gehandicapt in te gaan in het koninkrijk dan met een heel lichaam in de hel te worden geworpen

“waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust” (Marc. 9:48).

Hij spreekt hier niet van onsterfelijke zielen (hooguit van onsterfelijke wormen, voor wie de passage al te letterlijk neemt), maar verwijst duidelijk naar de achtergrond van Jesaja. Er zijn maar twee categorieën: zij die in opstand gekomen zijn tegen God en zijn Gezalfde, en zij die in het Koninkrijk zullen aanbidden.

Wat de uitdrukking ‘hel’ betreft, dit woord duidt in het NT het dal Hinnom aan, ten zuiden van Jeruzalem, waar het huisvuil van de stad werd verbrand, en waar in principe ook de lichamen van terechtgestelde misdadigers werden verbrand (het vergriekste Hebreeuwse woord gehenna). Voor de verblijfplaats van de doden gebruikt het NT het woord ‘dodenrijk’, als beeld van een imaginaire (denkbeeldige) wereld waar de gestorvenen (alle gestorvenen) zouden verblijven (het Griekse woord hades). Dat kan eigenlijk het beste vertaald worden met ‘graf’, en in sommige vertalingen is dat ook zo gedaan.

 

Volledigheidshalve zouden we nog moeten wijzen op een passage in het boek Openbaring, waar inderdaad sprake is van eeuwige pijniging met vuur (Op. 20:10). Maar Openbaring is een boek met veel symbolische taal. En reeds het feit dat in dit vuur de ‘duivel’ (de zonde), de valse kerk, en het goddeloze verbond van staten, dat tegen God in opstand is gekomen, worden gepijnigd, en dat in ditzelfde vuur de dood en het dodenrijk worden vernietigd, zou ons moeten waarschuwen tegen een al te letterlijke opvatting van deze passage. Meer valt daar in dit bestek niet over te zeggen. Over Openbaring is door mij een ander boek geschreven.1)

 

 

1)   Zie voor een behandeling van Openbaring mijn boek “Jezus’ laatste boodschap”.

  • Rudolf Rijkeboer

+

Voorgaande

Sterfelijkheid en onsterfelijkheid 2 Scheiding van God

Schapen en bokken 1 Aangenomen, verworpenen en slaven

Schapen en bokken 2 Bruikbaar en onbruikbaar – Goede en slechte daden

Schapen en bokken 3 Addendum 1: Tweede kans

++

Aanvullende lectuur

  1. Staat God achter al het kwaad hier op aarde
  2. Leven gedefinieerd door de dood
  3. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1
  4. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 2
  5. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 3 Leven, straf, dood en stof
  6. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 4 Verzet tegen God en Overeenkomstige prijs
  7. Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 5 Toetssteen en steen van aanstoot
  8. dood
  9. Wat gebeurt er als wij sterven
  10. Vindt er een transfer plaats na de dood?
  11. de staat van onze doden
  12. Hellevuur
  13. Sheol, Sheool, Sjeool, Hades, Hel, Graf, Sepulcrum
  14. Grave, tomb, sepulchre – graf, begraafplaats, rustplaats, sepulcrum
  15. Graf
  16. Vuur en vloed als teken
  17. Tekens op aarde en in de lucht
  18. Kinderen niet naar het voorgeborgte

+++

Verder aanverwante lectuur

  1. Om te sterwe
  2. Dood, die universele toestand
  3. Dood dierbaren brengt mensen soms dichter bij elkaar
  4. ‘n Skielike dood
  5. Om te rou
  6. vuur
  7. Hoe kan ‘n liefdevolle God mense hel toe stuur?

+++

Advertenties

Over Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
Dit bericht werd geplaatst in Bedenking, Bijbelonderzoek, Levensvragen, Religie en getagged met , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op Schapen en bokken 4 Addendum 2: Eeuwig branden in de hel

  1. Pingback: De Ekklesia De uitgeroepenen | Broeders in Christus

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s