De nacht is ver gevorderd 14 Studie 3 Lessen uit het verleden 3 Hizkia-Sedekia, Jesaja-Jeremia

Sennacherib.jpg

Sanherib, Koning van Assur, Koning van Babylon

Toch nog weer even terug naar het Oude Testament. In 701 v. Chr., in de tijd van Jesaja, had God Jeruzalem gered uit de handen van de Assyriër Sanherib. Het was kantjesboord geweest, maar Sanherib had met de staart tussen de poten moeten afdruipen. God had daar, door Jesaja, over gezegd:
“Daarom – dit zegt de HEER over de koning van Assyrië: Hij zal deze stad niet te na komen. Hij zal er geen pijl op afschieten, geen schild tegen opheffen en geen wal tegen opwerpen. Hij zal op zijn schreden terugkeren en deze stad niet te na komen – spreekt de HEER.” (2 Koningen 19:32-33)

Maar in 587 v. Chr., in de tijd van Jeremia, was Gods geduld met Zijn volk op geweest en had Hij – Zelf – de Babyloniër Nebukadnezar laten komen:
“Daarom – dit zegt de HEER van de hemelse machten: Omdat jullie niet naar mij hebben geluisterd, zal ik alle volken van het noorden met mijn dienaar, koning Nebukadnessar van Babylonië, ontbieden – spreekt de HEER. Ik stuur ze op de inwoners van dit land af en op alle omringende volken. Ik breng alle inwoners om; ze zullen afschuw en ontzetting wekken, en dit land zal voor altijd in puin liggen.” (Jeremia 25:8-9)

Het volk in Jeruzalem had gemeend dat zij onkwetsbaar waren en dat het Nebukadnezar net zo zou vergaan als Sanherib. Maar dat was niet zo. Ze vertrouwden op de aanwezigheid van de tempel in hun midden, want God zou toch nooit toestaan dat die verwoest zou worden door een of andere heidense machthebber? Maar God had door Jeremia laten weten dat dat nu juist wel zou gebeuren:
“Vertrouw niet op die bedrieglijke leus: “Dit is de tempel van de HEER! De tempel van de HEER! De tempel van de HEER!” Als jullie je leven wer-kelijk beteren, als jullie elkaar rechtvaardig behandelen, vreemdelin-gen, wezen en weduwen niet onderdrukken, in dit land geen onschul-dig bloed vergieten en niet achter andere goden aanlopen, jullie onheil tegemoet, dan mogen jullie hier blijven wonen, in dit land dat ik jullie voorouders gegeven heb. Zo is het altijd geweest, zo zal het dan altijd zijn.” (Jeremia 7:4-6)

En Hij had verwezen naar een eerdere soortgelijke gebeurtenis:
“Ga maar eens naar het heiligdom in Silo, waar ik mijn naam vroeger liet wonen, en zie wat ik er vanwege de wandaden van mijn volk Israël mee heb gedaan.” (vs 12)Silo.jpg

Hizkia en Sanherib

Hizkia … stuurde hofmeester El-jakim, hofschrijver Sebna en de oudsten van de priesters gehuld in boetekleren naar de profeet Jesaja.

De vraag:
“Misschien slaat de HEER, uw God, acht op wat … door de koning van Assyrië (gezegd is) om de levende God te honen, en misschien zal hij die belediging vergelden. Bid daarom voor degenen van ons volk die er nog over zijn.”

Het antwoord:
“Laat je niet ontmoedigen door de woorden waarmee de koning van Assyrië mij heeft bespot. Ik zal hem … naar zijn eigen land doen terugkeren, en daar zal ik hem een gewelddadige dood laten sterven.” (2 Koningen 19:1-7)

Sedekia en Nebukadnezar

Koning Sedekia (stuurde) Paschur, de zoon van Malkia, en de priester Sefanja, de zoon van Maäseja, naar Jeremia toe.

Nebukadnessar attaqueert Sedekia, die een plattegrond van Jeruzalem vasthoudt (barokke voorstelling in de Duitse abdij Zwiefalten)

De vraag:
“Nu koning Nebukadnessar van Babylonië ons aanvalt … Misschien zal de HEER opnieuw wonderdaden verrichten en zal de vijand het beleg opbreken.”

Het antwoord:
“Ikzelf zal met krachtige, sterke hand tegen jullie strijden, vervuld van grote woede en toorn … Ik zal (deze stad) niet redden … Ze zal de koning van Babylonië in handen vallen en hij zal haar in vlammen doen opgaan.” (Jeremia 21:1-10)

Niet de aanwezigheid van de tempel in hun midden was van belang; het ging om hun gedrag:
“Jullie stelen, moorden, plegen overspel en meineed, branden wierook voor Baäl en lopen achter andere goden aan, die jullie eerst niet kenden. En toch durven jullie, terwijl jullie al die gruweldaden plegen, voor mij te verschijnen in deze tempel, het huis waaraan mijn naam verbonden is, met de gedachte: Ons kan niets gebeuren!” (vs 9-10)

En dan, als conclusie:
“Denken jullie soms dat het huis dat mijn naam draagt een rovershol is? Ik zie wel degelijk wat jullie doen – spreekt de HEER.” (vs 11)

Laten we die beide gebeurtenissen eens naast elkaar zetten (zie hierboven). Enerzijds koning Hizkia en de profeet Jesaja, anderzijds koning Sedekia en de profeet Jeremia:

Beide koningen sturen een gezantschap naar de profeet van hun dagen. Maar Hizkia had vooraf beleden dat hij teveel had vertrouwd op politieke verbonden en te weinig op God. Er is schuldbesef, want we lezen van ‘boetekleren’. Hij vraagt ook niet zo maar om hun eigen bevrijding, hij wijst God op het feit dat Sanherib Hem gelijk gesteld had aan de goden van de andere volken, en vraagt God daarom om duide-lijk te tonen dat Hij onvergelijkbaar is. En God geeft hem de gevraagde verzekering. Sedekia is alleen maar geïnteresseerd in zijn eigen veiligheid: kan God niet even een wonder doen en de zaak redden? En het antwoord is nee! Hun houding is dus totaal verschillend.

Hizkia had al daarvóór ijver voor God getoond, door een grote godsdienstige hervorming door te voeren. Sedekia was goddeloos. Hij had bij God een eed van trouw gezworen aan Nebukadnezar, maar door in opstand te komen, had hij die eed gebroken. En in zijn dagen ver-trouwde het volk op de aanwezigheid van de tempel in hun midden, maar tegelijkertijd bedreef het afgoderij in die tempel.

Hizkia verootmoedigde zich, en gaf aan dat niet zijn eigen ‘rechtvaardigheid’ maar Sanheribs laster aan het adres van God de basis voor Gods handelen zou moeten zijn. Sedekia was alleen maar bezorgd om zijn eigen veiligheid.
Het resultaat was dat in Hizkia’s dagen de stad werd gered, terwijl die in Sedekia’s dagen werd genomen en verwoest. Maar nu: in 166 v. Chr. waren de Joden succesvol in opstand gekomen tegen Antiochus, en ze meenden dat DUS ook hun opstand tegen de Romeinen in 66 na Chr. succesvol zou zijn. Maar de vergelijking tussen Hizkia en Sedekia toont ons dat zulke verwachtingen niet altijd vervuld worden. Het hangt af van andere dingen.

+

Voorgaand: De nacht is ver gevorderd 13 Studie 3 Lessen uit het verleden 2 Joodse opstand van 66

Volgende: De nacht is ver gevorderd 15 Studie 3 Lessen uit het verleden 4 Opstand van 66

++

Jechizkia neemt de tempel weer in gebruik

Jeruzalem door Sanherib bedreigd

About Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
This entry was posted in Geschiedenis, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

2 Responses to De nacht is ver gevorderd 14 Studie 3 Lessen uit het verleden 3 Hizkia-Sedekia, Jesaja-Jeremia

  1. Pingback: De nacht is ver gevorderd 3 Studie Studie 3 Lessen uit het verleden 4 Opstand van 66 | Broeders in Christus

  2. Pingback: De nacht is ver gevorderd 3 Studie Studie 3 Lessen uit het verleden 6 Wat er van ons wordt verwacht | Broeders in Christus

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s