Eerste Joods-Romeinse Oorlog

In de vorige post zagen wij dat Gaius Caesar Augustus Germanicus, beter gekend als Caligula, zich als autocratisch heerser gedroeg, waarbij hij zijn bevoegdheden onder meer aanwendde om in hoogverraadprocessen talrijke senatoren naar willekeur ter dood te veroordelen. Een geslaagde moordaanslag van de Praetoriaanse garde, nadat hij de senaat door een demonstratieve uitputting van de wettelijke mogelijkheden van het principaat had gebruuskeerd, kon er voor zorgen dat niet enkel een einde kon gemaakt worden aan zijn schrikbewind, maar dat het ‘godsbeeld’ van hem uiteindelijk niet in de Joodse tempel moest geplaatst worden.

Caligula droeg in zekere mate – naast andere oorzaken – bij tot de latere dramatische ontwikkelingen in Judea, waaronder de verwoesting van de tempel door Titus en uiteindelijk de diaspora onder Hadrianus.

Emperor Caligula, Ny Carlsberg Glyptotek.

Emperor Caligula, Ny Carlsberg Glyptotek. (Photo credit: Wikipedia)

Jeruzalem kende al een lokale pogrom in 38 onder Herodes Agrippa I. De Romeinse stadhouder Aulus Avillius Flaccus had voorafgaand unilaterale sancties tegen de joodse bevolking verordend en wees dezen nu als hoofdschuldigen aan voor de incidenten, met als gevolg dat de joden werden gedwongen zich in aparte woonplaatsen in de stad te vestigen. Het is daarmee de eerste historisch geattesteerde joodse getto. (J.M.G. Barclay, Jews in the Mediterranean Diaspora. From Alexander to Trajan (323 BCE – 117 CE), Londen, 19982, p. 53.)

Caligula’s poging om met geweld de keizercultus af te dwingen in de joodse tempel in Jeruzalem was een represaillemaatregel nadat Joden in Jabne in Judea een aan de keizer gewijd (maar in hun ogen blasfemisch) altaar hadden neergehaald. Caligula reageerde daarop met het bevel dat in de tempel in Jeruzalem een beeld van Caligula – of mogelijk een beeld van Zeus met de trekken van Caligula -, zou worden geplaatst. Het veroorzaakte verdere onrust in Antiochië, de administratieve zetel van Syria, aangezien de gouverneur Publius Petronius met de vervaardiging en opstelling van het beeld werd belast. Het lijkt erop dat Petronius zoveel mogelijk tijd probeerde te rekken, omdat hij zich bewust was van de gevoeligheden die de uitvoering van het bevel met zich mee zou brengen.

Galigula’s oom Tiberius Claudius Caesar Augustus Germanicus of Tiberius Claudius Nero Caesar Drusus of Claudius Caesar Augustus Germanicus was zo’n vijftig jaar oud toen hij als enig overgebleven prins van de Julisch-Claudische dynastie, de opperste macht verwierf.

In 50 wist Nero‘s moeder Agrippina, die met keizer Claudius was gehuwd, te bewerkstelligen dat Claudius de jonge Nero adopteerde. Ook werd de filosoof Seneca uit ballingschap teruggeroepen om als leermeester van Nero te fungeren. In 53 trouwde hij met de dochter van de keizer, Claudia Octavia. In oktober 54 werd Claudius door Agrippina vergiftigd en zijn zoon Britannicus vastgezet zodat Nero zonder enige concurrentie tot keizer kon worden uitgeroepen.

English: Bust of Nero at the Capitoline Museum...

English: Bust of Nero at the Capitoline Museum, Rome (Photo credit: Wikipedia)

Iedere Jood moest jaarlijks een tiende van zijn inkomsten afstaan, dit om te voorzien in de behoeften van de verzorging van de tempeldienst. Toen procurator Gessius Florus in opdracht van keizer Nero uit die tempelkas een groot bedrag had gestolen kwamen de Joden in opstand. Het Romeinse garnizoen was niet tussenbeide gekomen toen de Grieken als provocatie vogels hadden geofferd voor een plaatselijke synagoge in Caesarea. De Joden aanschouwden die offerdaad als een ontheiliging van de tempel. Hierdoor nam de al lang bestaande hellenistische en joodse religieuze spanningen een ​​neerwaartse spiraal. In reactie hier op wenste een van de Joodse Tempel klerken, Eliezar ben Hanania, geen gebeden en offers meer te houden voor de Romeinse keizer in de tempel. Protesten over de belastingen kwam bij de lijst van grieven en er werden willekeurige aanvallen op Romeinse burgers gebracht. Alsook kwamen vermeende ‘verraders’ voor in Jeruzalem.

De Joodse Tempel werd vervolgens geschonden door Romeinse troepen die op bevel van de Romeinse gouverneur Gessius Florus, aanspraak maakten op zeventien talenten uit de schatkamer van de tempel, met de melding dat dit geld voor de keizer was. In antwoord op deze actie, viel de stad in onrust en een deel van de joodse bevolking begon openlijk Florus te bespotten door een mandje te laten rondgaan voor een collecte alsof Florus een arme was.

Uitgedaagd stuurde Florus zijn soldaten naar Jeruzalem en liet een aantal van de leiders uit de stad geselen en kruisigen, ondanks dat vele van hen toch Romeinse burgers waren.

Verontwaardigde Judea nationalistische groeperingen namen de wapens op tegen de Romeinse militaire garnizoen. Jeruzalem werd al snel overspoeld door rebellen. Uit angst voor het ergste, vluchtte de pro-Romeinse koning Agrippa II en zijn zus Berenice  van Jeruzalem naar Galilea. Judese milities gingen tegen de Romeinse burgers van Judea en pro-Romeinse ambtenaren te keer en gingen over tot het reinigen van het land van eventuele Romeinse symbolen.

Vanaf 135 G.T. is het hier apart getekende Judaea onderdeel van Syria.

In reactie op de onrust bij de Joodse Zeloten in Judea,  verzamelde Cestius Gallus, de legaat van Syrië, het Syrische legioen XII Fulminata en zond verder hulptroepen als versterking. Zo moest een totaal van 30.000 troepen de orde herstellen in de aangrenzende provincie.

Gallus bereikte eerst Acre in Galilea, en marcheerde naar Caesarea en Jaffa, waar hij een 8.400 mensen vermoorde. Het Syrische legioen nam Narbata en ook Sipporis gevangen, die zich zonder strijd over gaf.

De Judese rebellen, die zich terugtrokken uit Sipporis, zochten hun toevlucht op de Atzmon heuvel, maar werden verslagen na een korte belegering.  Zijn militaire campagne voortzettend, nam Gallus  Lydda en Afeq en betrok de Jeruzalemiete rebellen in Geva, waar hij 500 Romeinse troepen verloor aan Judea rebellen, onder Simon bar Giora, versterkt door bondgenoot vrijwilligers uit Adiabene.

Toen versterkingen naar Judea om de rust te herstellen niet hielpen en de Judese rebellen bij de Slag van Beth-Horon, een van de ergste militaire nederlagen toebrachten aan het Romeinse Rijk wenste keizer Nero er voor goed een einde aan te maken.  De Romeinen verloren zo’n 6.000 manschappen en nog veel meer gewonden in de strijd met Legio Fulminata, waarbij het zijn Aquilla verloor, toen Gallus zijn troepen in wanorde verliet op de vlucht naar Syrië.

Meerdere Joden verenigden zich tegen de machthebbers en hun revolte groeide uit tot de Eerste Joods-Romeinse Oorlog (66-73 G.T.), ook wel De Grote Revolte genaamd (The Great Revolt) (Hebreeuws: המרד הגדול, ha-Mered Ha-Gadol, Latijn:. Primum Iudæorum Romani Bellum).
Deze opstand was de eerste van drie grote opstanden door de Joden van de Judea Provincie (Iudaea), tegen het Romeinse Rijk.

In 71 hield Vespasianus samen met zijn zoon Titus een indrukwekkende triomftocht door Rome om de overwinning op de Joden te vieren. Op de voorgrond loopt Vespasianus, links achter hem Domitianus met zijn vrouw Domitia Longina en daarachter Titus. In de achtergrond is de zevenarmige kandelaar te zien die Titus uit de verwoeste tempel van Jeruzalem had meegenomen. De triomftocht werd afgebeeld op de triomfboog van Titus. (Door Lawrence Alma-Tadema 1885)

In 68 stierf Nero en Vespasianus‘ soldaten verklaarden hun generaal tot de nieuwe keizer. Vespasianus ging naar Rome om de troon op te eisen en liet het verder neerslaan van het verzet over aan zijn zoon Titus.
Het kostte Vespasianus en zijn zoon Titus jaren om de Joden te verslaan.

De belegering van de Romeinen van Jeruzalem op 29-30 augustus van het jaar 70 wordt nog steeds door de joden herdacht op Tisja be’Aaw.

Hoewel Titus de tempel ongeschonden in handen wilde krijgen, ging deze eveneens in vlammen op. Naar schatting 100.000 verdedigers en inwoners kwamen om het leven. De Romeinen traden keihard op tegen de opstandelingen; een woud van kruisen kwam er als voorbeeld en afschrikmiddel om Jeruzalem te staan.

De stallen van Salomo overleefden de Romeinse strijd. De overblijfselen bevinden zich onder de Rotskoepel en de Al-Aqsamoskee. Enkele  jaren geleden zijn de moslims echter begonnen met het uitgraven van de stallen en de historische vondsten zijn vervolgens op een vuilstortplaats in Jordanië gedumpt.

Het oorspronkelijk onderdeel van de gigantische muur die het plateau omringde en ondersteunde, de Kotel (westelijke muur of Klaagmuur), is het enige wat nog aan de Tempel herinnert en waar vele Joden nog dagelijks samen komen om tot God te bidden. Naast de ereplaats voor persoonlijke gebeden is het ook een traditionele plaats geworden om de verwoesting van de tempel te betreuren en te bidden voor de wederopbouw ervan.

Het totale aantal slachtoffers van deze oorlog wordt geschat op 600.000 tot 1.300.000 doden. De Romeinen slachtten hele families af, waaronder iedereen die ze ervan verdachten een afstammeling te zijn van het huis van David.

De overlevenden werden verkocht op de slavenmarkten van het Midden-Oosten, waarbij de prijs door de grote aanvoer enorm kelderde. De laatste verzetshaarden, waaronder het fort Massada aan de Dode Zee, werden opgeruimd in 73.

Een rabbijn, Jochanan ben Zakkai had zich tijdens het beleg van Jeruzalem de stad uit laten smokkelen. Hij had Vespasianus de keizerlijke waardigheid voorspeld en gedaan gekregen dat de Joodse godsdienst in Israel maar niet in het verwoeste Jeruzalem voort mocht blijven bestaan.

De tweede Joodse Oorlog was de Kitos Oorlog in 115 tot 117 G.T., de derde was Bar Kochba’s opstand van 132-135 G.T.).

+

Voorgaand: De nacht is ver gevorderd 13 Studie Studie 3 Lessen uit het verleden 2 Joodse opstand van 66

Vervolg: De nacht is ver gevorderd 14 Studie Studie 3 Lessen uit het verleden 3 Hizkia-Sedekia, Jesaja-Jeremia

++

Aanverwant:

De Dag is nabij #5 Terugkijken naar verleden

De Dag is nabij #8 Overzicht

+++

  • Watch Caligula: 1400 Days of Terror Tonight (adrianmurdoch.typepad.com)
    So why is the name Caligula notorious worldwide? This is the question this documentary attempts to answer.
    +
    While the city cowered, Caligula murdered its citizens for the hell of it. Between executions, he staged elaborate orgies, made love to his sister and declared himself a living god. But what drove him to behave this way? Original sin? Disease?
    +
    Review – Eager for Glory
  • Today’s Birthday: Tiberius Claudius Caesar Augustus Germanicus (10 BCE) (euzicasa.wordpress.com)
  • I, Claudius By Robert Graves (bacaklasik.wordpress.com)
  • Sorting out the Agrippinas (timesonline.typepad.com)
    One of the problems of the first century AD is that there are simply too many Agrippinas. Not only the “Elder Agrippina” (the wife of the glamorous prince Germanicus, who kept his memory alive after his suspicious death and was morally upright to the point of being a bit of a pain in the neck) and the “Younger Agrippina” (daughter of the Elder A, wife of Claudius and mother — and lover it was said — of Nero). There’s also the virtuous lady that we tend to know as Vipsania, who was the first wife of the emperor Tiberius….the one he really loved but was made to divorce in order to marry the dreadful Julia. Vipsania was actually “Vipsania Agrippina”, the daughter of Augustus’ aide, Agrippa.
    This last Agrippina is often missed.
  • Ancient Rome & the Bible (frstephensmuts.wordpress.com)
    So asks the Ask History (TM) thing (yes, they’ve tradmarked that) at the History Channel and they give a really ambiguous answer. After citing Dio and Suetonius, here’s how their first paragraph ends:

    The Bible records a number of ancient civilizations. Perhaps the most famous of these is ancient Rome.By the time of the New Testament, Rome was the major world power, and it was in control of the Holy Land during the entire earthly life of Jesus and during the lives of his immediate followers.

  • The secular and historical account on the existence of Jesus(1) (lambfollower.wordpress.com)
    Most acclaimed works are the Annals and the Histories. The Annals cover the period from Augustus Caesar’s death in AD14 to the death of the Emperor Nero in AD68, while the Histories begin after Nero’s death and proceed to the reign of Domitian in AD96. In the Annals, Tacitus alludes to the death of Christ and to the existence of Christians at Rome.
  • This Day in Ancient History: ante diem xv kalendas novembres (rogueclassicism.com)
    48 B.C. – Octavian dons his toga virilis
    17 A.D. – restoration of the Temple of Janus at the Theatre of Marcellus (and associated rites thereafter)
    31 A.D. – Execution of the commander of the Praetorian Guard, Lucius Aelius Sejanus, after revelation of his activities against the emperor Tiberius.
    33 A.D.
  • Did Caligula Really Make His Horse Consul? (rogueclassicism.com)

About Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
This entry was posted in Geschiedenis, Wereld and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

2 Responses to Eerste Joods-Romeinse Oorlog

  1. Pingback: De nacht is ver gevorderd 3 Studie Studie 3 Lessen uit het verleden 3 Hizkia-Sedekia, Jesaja-Jeremia | Broeders in Christus

  2. Pingback: De nacht is ver gevorderd 3 Studie Studie 3 Lessen uit het verleden 5 Aanpakken | Broeders in Christus

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s