Fragiliteit en actie #12 Beperking

Christen houding en fragiliteit

28. Wet geen beperking

Velen denken dat Wetten er zijn om hen te beperken. Maar dat hoeft zo niet te zijn.

Wetten houden wel aflijningen of begrenzingen in. Maar grenzen hoeven ons niet neer te drukken of te beangstigen. Zuivere grenzen kunnen zelfs rustgevend zijn.
Kan u zich voorstellen om in een wijk te wonen waar er geen omheiningen zijn en geen aftekeningen door beplanting van de eigenlijke gronden. Snel zal men merken dat mensen zullen gaan discussiëren over hoever hun tuin wel strekt.
Grenzen kunnen een houvast geven en zo een zekerheid voor iedereen voorzien. Eveneens kunnen grenzen de hebberigheid van mensen inperken en hun gulzigheid aan banden leggen.

Dat de regel of actie door een autoriteit bepaald is geworden hoeft men niet als negatief te aanzien. Zeker als die autoriteit dan nog de Maker van dit alles zou zijn. Maar in de Schepping van God zijn door de spraakverwarring de mensen nog verder getrokken en uit elkaar gegaan om nieuwe naties te vormen die op hun beurt ook weer nieuwe eigen regels kregen. Naast de regels of Wetten van God kwamen er regels van de gemeenschap of staat bij.

Algemeene Verzeekering-Maatschappij Providentia

Maatschappij en verzekering of voorziening en veiligheidsstelling - Affiche "Algemeene Verzeekering-Maatschappij Providentia". ca. 1900-1918

Doordat wij allen schepsels zijn in dit wereldbestel kan men er op aan dat er een natuurlijk verband is tussen allen en er een vorm van natuurlijke orde moet bestaan. Door dat de mens met elkaar moest leren omgaan terwijl hij zich moest handhaven in de natuur onder allerlei natuuromstandigheden of bij verschillende natuurverschijnselen, moest de mens in zekere vorm ook natuurlijke leefregels aankweken.

Die mensen die verder van God waren afgeweken moesten zich ook kunnen handhaven in deze maatschappij die eigenlijk God toebehoorde. Hiervoor had God ook voorzien dat Zijn mensen in ieder geval gastvrijheid moesten betonen. Voor God hield zulk een gastvrijheid ook bescherming in, asielrecht voor de gast. Een dringende uitnodiging werd zelfs als een deugd aangenomen.

“Maar hij nodigde hen zó dringend uit, dat zij naar zijn huis gingen, en hun intrek bij hem namen. Hij richtte een maaltijd voor hen aan, liet ongedesemde broden bakken, en zij aten.” (Genesis 19:3 Canis)
“Toen ging haar man met zijn knecht en een span ezels op weg, en reisde haar achterna, om eens op haar gemoed te werken en haar terug te brengen. Zodra hij bij het huis van haar vader kwam, en de vader van het meisje hem zag, ging deze hem verheugd tegemoet. En omdat zijn schoonvader, de vader van het meisje, er bij hem nu zo op aandrong, bleef hij drie dagen bij hem. En ze aten, dronken en overnachtten daar. En toen ze op de vierde dag ‘s morgens vroeg zich gereed maakten, en hij opstond om te vertrekken, zei de vader van het meisje tot zijn schoonzoon: Neem eerst nog een stukje brood, dan kunt ge daarna vertrekken. Zo bleven ze. Maar nadat ze tezamen gegeten en gedronken hadden, zei de vader van het meisje tot den man: Toe, besluit nu, nog één nacht te blijven; neem het er maar eens goed van. En toen de man zich toch gereed maakte, om te vertrekken, drong zijn schoonvader er zo bij hem op aan, dat hij er nog een nacht bleef. Ook de vijfde dag stond hij ‘s morgens vroeg op, om op pad te gaan; maar \@weer\@ zei de vader van het meisje: Doe u eerst nog te goed, en wacht dan tot de dag ten einde loopt. Maar toen ze tezamen gegeten hadden, en de man aanstalten maakte, om met zijn bijzit en zijn knecht te vertrekken, zei zijn schoonvader, de vader van het meisje, tot hem: Zie, de dag spoedt reeds ten einde; breng dus hier de nacht nog door, en neem het er nog eens van; dan kunt ge u morgenvroeg voor uw tocht gereed maken, en naar huis gaan.” (Richteren 19:3-9 Canis)

“Luistert eens: ik heb twee dochters, die nog nooit bij een man zijn geweest; die wil ik naar buiten tot u brengen, en ge kunt met haar doen, wat ge wilt. Maar deze mannen moogt ge niets doen; want zij staan onder de schutse van mijn dak.” (Genesis 19:8 Canis)

Jan Massys Hospitality refused 1558

Gastvrijheid - Onderdak geweigerd aan Jozef en Maria- 1558 Jan Matsijs Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten

Gastvrijheid was één van de 7 genadegaven die God aan Abraham had geschonken en bij Joden en de discipelen van Christus Jezus werd gastvrijheid beschouwd als hun ‘zede’ en aanbevolen als genade en als deugdwelke moest uitgeoefend worden zonder enig gemor of terughoudendheid.

“Maar als ge een maaltijd houdt, nodig dan armen, gebrekkigen, kreupelen, blinden.” (Lukas 14:13 Canis)
“En zie, daar was een man, Zacheüs geheten; hij was oppertolbeambte en rijk. Hij wilde graag zien, wat voor een man Jesus was; maar door de menigte kon hij dat niet, want hij was klein van gestalte. Om Hem toch te kunnen zien, liep hij vooruit, en klom in een vijgeboom; want Hij moest daar voorbij. Toen Jesus daar langs kwam, keek Hij omhoog, en zei Hem: Zacheüs, kom vlug naar beneden; want vandaag moet Ik in uw huis verblijven. En hij kwam vlug naar beneden, en ontving Hem met vreugde. Allen zagen het; ze begonnen te morren, en zeiden: Bij een zondaar heeft Hij zijn intrek genomen. Maar Zacheüs kwam bij den Heer staan, en sprak: Zie Heer, de helft van mijn vermogen schenk ik aan de armen; en zo ik iemand te kort heb gedaan, geef ik het vierdubbel terug. Jesus zeide tot hem: Heden is er heil over dit huis gekomen; ook hij is een kind van Abraham.” (Lukas 19:2-9 Canis)
“De liefde zij ongeveinsd; verfoeit het kwaad, blijft gehecht aan het goede! Hebt in broedermin elkander hartelijk lief, acht elkander hoger dan uzelf; weest onverdroten in ijver, vurig van geest in de dienst van den Heer. Weest blijde in de hoop, geduldig in het lijden, volhardend in het gebed; helpt de heiligen in hun noden, legt u op de gastvrijheid toe. Zegent hen, die u vervolgen; zegent ze, en vloekt ze niet. Weest blij met de blijden, weent met de wenenden;” (Romeinen 12:9-15 Canis)
“Ze moet gunstig bekend staan om haar goede werken: dat ze namelijk haar kinderen heeft opgevoed, gastvrijheid beoefend, de voeten der heiligen gewassen, de noodlijdenden ondersteund, en zich aan allerlei goede werken heeft toegewijd.” (1 Timotheüs 5:10 Canis)
“Verwaarloost ook de gastvrijheid niet; want daardoor hebben sommigen, zonder het te weten, engelen geherbergd.” (Hebreeën 13:2 Canis)
“Weest gastvrij jegens elkander, zonder te morren.” (1 Petrus 4:9 Canis)

Zwijndrecht kunstwerk verstrekking voeding onderdak

Gastvrijheid. Albert Schweitzer ziekenhuis. Kunstwerk "Verstrekking van voeding, onderdak en gastvrijheid" van Elly Hendrix. Zwijndrecht, Nederland

Gastvrijheid is een openstaan naar anderen en hield ook in dat men zich niet hovaardig of opdringerig opstelde. De opdrachten die men dan moest vervullen om die gastvrijheid te verwezenlijken zouden dan ook tot zegen kunnen zijn voor beide partijen. Indien het armere mensen waren konden zij het even beter hebben. Indien zij verdriet hadden konden zij even gehoor krijgen en iemand vinden die mee in hun verdriet wenste te delen. Het samen goede en slechte dingen delen kon samenhorigheidsgevoel oproepen en kon elkaar versterken. Zo konden door Gods regels zwakkeren en sterkeren tot elkaars opbouw zijn.

Zulk een samenzijn vereiste echter ook codes waaraan men zich moest houden om alles in goede order te laten verlopen. Mits God een god van orde is hield Hij er dan ook aan de mensen zulke leefregels te leren kennen en hen te verzoeken er naar te leven. De mens, die naar Gods beeld geschapen is, moet aan zich werken om zoveel mogelijk God te benaderen in zijn menselijke persoonlijkheid.

Het voorzien van het met elkaar omgaan kon voorzien in een bemiddeling waardoor op haar beurt de gezegenden van God anderen kon zegenen. Ook al zijn wij stoffelijk en tijdelijk wil God met die mensen gaan die met Hem willen gaan.

“En zie! Jehovah stond bovenaan, en hij zei vervolgens:
“Ik ben Jehovah, de God van uw vader Abraham en de God van Isaäk. Het land waarop gij ligt, aan u zal ik het geven en aan uw zaad. En uw zaad zal stellig als de stofdeeltjes van de aarde worden, en gij zult u stellig uitbreiden naar het westen en naar het oosten en naar het noorden en naar het zuiden, en door bemiddeling van u en door bemiddeling van uw zaad zullen alle families van de aardbodem zich stellig zegenen. En zie, ik ben met u en ik wil u behoeden, overal waar gij gaat, en ik wil u naar deze grond terugbrengen, want ik zal u niet verlaten totdat ik metterdaad heb gedaan wat ik tot u gesproken heb.”” (Genesis 28: 13-15 NWV)
” Voorts zei hij: “Ik ben de [ware] God, de God van uw vader. Wees niet bevreesd naar Egypte af te dalen, want ik zal u daar tot een grote natie maken. Ikzelf zal met u naar Egypte afdalen en ikzelf zal u ook beslist weer opvoeren; en Jozef zal zijn hand op uw ogen leggen.”” (Genesis 46:3-4)

Wij hoeven niet bevreesd te zijn voor de Ware God, maar wel eerder voor de mensen. Indien wij tot het Volk van God willen behoren zullen wij ook die regels van dat Volk moeten aannemen en tot de onze maken. Wij kunnen er op aan dat Jehovah God een groot volk zal maken, maar indien wij er deel van willen uitmaken moeten wij akkoord gaan met Zijn Verordening. Het is Zijn Wet die bevrijdend zal werken terwijl de geschiedenis heeft geleerd dat bepaalde burgerlijke wetten er hebben bestaan om mensen te beperken en zelfs om onrecht aan anderen te doen.

Ook al zijn er veel natiën en koningen uit de onberispelijke Jakob, zoon van Isaäk en Rebekka, gekomen die de Israël werd, waren er later koningen die zich verzetten tegen het Volk van God en leiders die het zelfs trachtten uit te moorden door hen te laten vergassen en verbranden. Maar toch wist het Volk te overleven en zich opnieuw uit te breiden. In 1948 werd het land zelfs door de ander regeringsleiders terug aan hen toegewezen en kon het land Israël eindelijk op de landkaart aangeduid worden.

Wel is het zo dat diegenen die zich onderwerpen aan Gods Wetten zodanig beschermd kunnen worden dat zij beangstigend worden voor de niet-gelovigen.

“Daarna trokken zij op. En de schrik Gods kwam over alle steden in het rond, zodat men de zonen van Jakob niet durfde achtervolgen.” (Genesis 35:5 Canis)
“Toen Jakob dus uit Paddan-Aram was teruggekeerd, verscheen God hem opnieuw, en zegende hem. En God sprak tot hem: Uw naam is Jakob; voortaan zult ge geen Jakob meer heten, maar Israël zult ge worden genoemd. Zo gaf Hij hem de naam Israël. En God sprak tot hem: Ik ben de almachtige God! Wees vruchtbaar en vermenigvuldig u. Een volk, een reeks van volken komt uit u voort, En koningen zullen uw lendenen ontspruiten. Het land, dat Ik aan Abraham en Isaäk schonk, Zal Ik geven aan u; En aan uw kroost na u Geef Ik dit land in bezit! Toen steeg God op, en verdween uit zijn ogen. Jakob stichtte een stenen gedenkteken op de plaats, waar Hij met hem had gesproken, stortte er een plengoffer op, en goot er olie over uit. En Jakob noemde de plaats, waar God met hem had gesproken, Betel.” (Genesis 35:9-15 Canis)

Dat bepaalde beperkingen soms een doel kunnen hebben merken wij ook in het gevecht van Jakob met de engel. Tijdens deze worsteling raakte de engel de gewrichtsholte van Jakobs dijbeen aan, wat tot gevolg had dat Jakob voor de rest van zijn leven kreupel was – misschien om hem nederigheid te leren en hem er voortdurend aan te herinneren zich niet al te verheven te voelen wegens de voorspoed die God hem had geschonken of wegens het feit dat hij met een engel had geworsteld. (Genesis 32:25, 30-32.)

Yusef Zuleykha

Bihzad, Yusef vlucht voor Zuleykha (Jozef en de vrouw van Potifar), 1488, Herat, Afghanistan

Jozef [verkorte vorm van Josifja, wat “Moge Jah toevoegen (vermeerderen); Jah heeft toegevoegd (vermeerderd)” betekent], kind van Rachel en Jakob (Genesis  30:25) werd gehaat door zijn halfbroers die hem ook verkochten aan de  Ismaëlieten. ( Genesis 37:21-27) De kooplieden brachten Jozef ten slotte naar Egypte en verkochten hem aan Potifar, de overste van Farao’s lijfwacht (Ge 37:28, 36; 39:1). Jozef, die zich had beijverd om de belangen van zijn vader te bevorderen, was ook als slaaf vlijtig en betrouwbaar. Met Jehovah’s zegen gelukte alles wat Jozef deed. Daarom vertrouwde Potifar hem ten slotte het opzicht over zijn hele huishouding toe. Ook al uitte Potifar’s vrouw regelmatig haar liefde voor Jozef wou deze niet toegeven aan haar avances, wegens de restricties opgelegd door Gods wet betreft het omgaan met getrouwde vrouwen. De opvolging van die beperking bracht Jozef wel in de gevangenis doordat zij het deed voorkomen alsof Jozef haar met immorele bedoelingen had benaderd. (Ge 39:11-20.)

Ook al werd Jozef aanvankelijk in de gevangenis onheus en zeer hard behandeld, bracht zijn voorbeeldige gedrag aldaar mee dat hij toch weer een voorkeurspositie kreeg. Hij kreeg het opzicht over de andere gevangenen maar ook in deze rol vernederde hij niemand zo maar en betoonde de gevangene Jozef zich een bekwaam beheerder door erop toe te zien dat al het werk gedaan werd (Psalmen 105:17, 18; Ge 39:21-23.)

Kloster Bronnbach Josephsaal Deckenfresko 20090420 retouched

Jakob en zijn zonen bezoeken de Farao. Zolderfresco in de Josephsaal van het Klooster Bronnbach - c. 1725 Johann Adam Remele

Ook hier zien wij in de Bijbel dat er onrecht was aangedaan aan een rechtvaardig man, maar dat dit niet maakte dat deze tegen de wet van de mensen in ging en fouten beging tegen de Wil van God. Hij volgde elke wetsregel op ook al beperkte die hem in zijn recht op verdediging. en ziet het moment van bevrijdingkwam ten gepaste tijd, toen dromen van de Farao moesten uitgelegd worden. Door het inzicht dat God hem gaf kon hij de Farao waarschuwen voor datgene dat ging komen over het land en hongersnood zou brengen over velen. De Farao kon dan ook de wijsheid van Jozef aanduiden als een gift van God.

“Dit voorstel scheen Farao en heel zijn hof verstandig. En Farao sprak tot zijn hovelingen: Zou er een man zijn te vinden, in wien Gods geest is als in hem? En Farao zeide tot Josef: Nu God u dat alles heeft geopenbaard, is er niemand zo verstandig en kundig als gij. Gij zult dus niet enkel mijn huis besturen, maar heel het volk zal aan uw bevel gehoorzamen, en alleen door mijn troon zal ik boven u staan. En Farao vervolgde tot Josef: Hiermee stel ik u aan over heel het land van Egypte! En Farao trok de zegelring van zijn vinger, stak die aan de hand van Josef, trok hem een kostbaar linnen gewaad aan, en hing hem een gouden keten om de hals. Daarna liet hij hem zijn eigen wagen bestijgen, de beste op een na, en men riep voor hem uit: Op de knieën! Zo stelde Farao Josef aan over heel het land van Egypte. En hij zeide tot hem: Ik blijf Farao; maar buiten uw wil zal niemand hand of voet verroeren in heel het land van Egypte. Farao gaf Josef de naam Safenat-Panéach, en schonk hem Asenat, de dochter van Poti-Féra, den priester van On, tot vrouw. Josef was dertig jaar oud, toen hij in dienst trad van Farao, den koning van Egypte. Nu ging Josef van Farao heen, en doorreisde heel het land van Egypte.” (Genesis 41:37-46 Canis)

Toen de hongersnood kwam bracht de gastvrijheid van de Faraohuishouding ook de mogelijkheid om mensen van buiten af voedsel te kopen en zo kwamen zijn broers , zonder dat zij wisten dat hij hun broer was, hem smeken om voedsel. Zonder wrok zorgde Jozef dat zij weer allemaal verenigd werden en goed konden samen leven. Tot levensbehoud had God Jozef voor hen uitgezonden.

“Weest niet bedroefd en boos op uzelf, dat ge mij hierheen hebt verkocht. Neen, God heeft mij voor u uitgezonden, om uw leven te redden.” (Genesis 45:5 Canis)
“God heeft me voor u uitgezonden, om uw geslacht op aarde te behouden en uw eigen leven te redden. Want niet gij hebt mij hierheen gezonden, maar God zelf. Hij heeft mij tot een vader voor Farao gemaakt, tot meester over heel zijn huis en heerser over heel het land van Egypte. Keert dus terstond terug naar mijn vader, en zegt hem: Zo spreekt uw zoon Josef! “God heeft mij tot heer over heel Egypte verheven; talm dus niet, en kom naar mij toe.” (Genesis 45:7-9 Canis)

Zo ziet u dat iets slechts over ons kan komen maar het toch ten goed kan uitkomen als wij het geduld kunnen opbrengen en in tussentijd ons houden aan de Wetten van God en niet toegeven aan de aardse lusten of aardse wensen en mensen. En als dan het moment komt dat het weer goed wordt voor ons mogen wij geen wraak nemen, maar steeds de situatie begripsvol onder ogen kijken en beslissingen nemen die in lijn liggen met de Wil van God, die ons verder zal bevrijden.

“En Hij zeide: Ik ben God, de God van uw vader! Vrees niet, naar Egypte te trekken; want Ik zal daar een groot volk van u maken. Ik zelf ga met u mee naar Egypte; maar Ik breng u ook terug, en Josef zal u de ogen sluiten.” (Genesis 46:3-4 Canis)
“Daarom lieten zij Josef berichten: Uw vader heeft voor zijn dood ons bevolen: “Zo moet ge tot Josef spreken! Vergeef toch de misdaad en de zonde van uw broers en het leed, dat zij u hebben aangedaan.” Vergeef dus de misdaad der dienaars van den God van uw vader! Toen men zo tot hem sprak begon Josef te wenen. Nu kwamen zijn broers zelf, vielen op hun aangezicht neer, en zeiden: Zie, wij zijn uw slaven! Maar Josef sprak: Ge behoeft niet te vrezen! Bekleed ik soms de plaats van God? Gij hebt mij kwaad willen doen, maar God heeft het ten goede gekeerd, om een talrijk volk in het leven te behouden, zoals nu is geschied. Weest dus niet bang; ik zal voor u en uw kinderen zorgen. Zo gaf hij hun moed, en onderhield zich minzaam met hen.” (Genesis 50:16-21 Canis)

+

Vervolgt

+++

  • FW: Realiseren NIMBY zorgvoorzieningen (anaconda15.wordpress.com)
    “Als een vrije samenleving de vele armen niet kan helpen, kan zij niet instaan voor de weinige rijken.”
    +
    Hoe verrot en corrupt is Nederland geworden en waar het afschuiven van verantwoordelijkheden en zorgplichten van boven af in de regering doorwerkt naar de samenleving en de werkvloer en daar de beschaving is weg gevallen want zelfs het personeel van die opvanginstellingen denken alleen maar om hun maatschappelijke status en volgen precies de orders op van de graaiende managements en bestuursculturen op en hou alstublieft op over die “christelijke naastenliefde” want dat is een illusie.
  • Metafoor over een generatie (marcusampe.wordpress.com)
    De zorg voor het milieu en het algemeen economisch geheel is dus voor een breed draagvlak door de gemeenschappen van over de gehele wereld te dragen. Men moet niet enkel in het nu denken maar er bewust van zijn dat de handelingen die vandaag worden ondernomen ook hun stempel op morgen zullen drukken. De bescherming van ons milieu maar ook van onze levensomstandigheden in het algemeen zal een prijskaartje hebben. Geen wonder dat als men ziet dat er nu een heleboel mensen zijn die de dans willen ontspringen dat men zich vragen zal stellen over wie de factuur zal betalen: nu en in de toekomst.
    +

    Wij krijgen complexer wordende samenleving waarin particuliere, sterk antagonistische belangen opzij moeten gezet worden. Solidariteit heeft zijn grenzen en die moet men ook op wereldvlak gaan herkennen en in evenwicht houden.

    In die maatschappij moet elkeen ook ernstig bewust gaan worden dat Vrijheid inhoudt de ander zijn of haar vrijheid te respecteren. Al diegenen die de vrijheid van een ander geweld aan doen houden het verdere verloop van vrijheid, vrede en waardig leven tegen.

  • Eigendomsrecht, welvaarttaks en waardigheidsrecht (marcusampe.wordpress.com)
    Elke beschaafde maatschappij moet een zekere vorm van solidariteit hebben voor haar mede leden of bewoners. Elke waardige maatschappij moet er aan werken om een sociaal aanvaardbaar en volwaardig maatschappelijk leven te bieden aan diegenen die uit de boot vallen. Het recht van de sterkste is het sterkste onrecht. Het is de plicht van de sterkste om voor de zwakste te zorgen.

About Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
This entry was posted in Christen zijn, Geschiedenis, Jehovah, JHWH, Jawheh, Elohim God, Yahuwah, Wereld and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

3 Responses to Fragiliteit en actie #12 Beperking

  1. Pingback: Materialisme, “would be” leven en aspiraties #1 | Broeders in Christus

  2. Pingback: Kijk op het Vrije Wereld Handvest | Marcus' s Space

  3. Pingback: Is de Beleidvolle Slaaf van de Getuigen van Jehovah Gods enige instrument | Bijbelvorser = Bible Researcher

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s