Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #12 Anabaptisten

Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen

Anabaptisten

De Lyonese koopman, Petrus Waldo (of Waldus, ook Valdez)(ca. 1140-1206) las in het evangelie volgens Mattheus 19:21 dat Jezus een rijke jongeman opdraagt al zijn bezit te verkopen ten bate van de armen. Waldo raakte hiervan zo onder de indruk dat hij besloot dit voorbeeld te volgen. Hij gaf zijn bezit aan de armen en ging prediken. Gelijkaardig aan de arme priesters van Engeland vindt hij dat een goed christen een bezitloos en arm leven moet leiden.

Petrus Waldo

Waldes’ volgelingen trokken rond op sandalen in de Provence, Languedoc, Sicilië en in de dalen van Piemonte bij Torino, waarbij mannen èn vrouwen predikten.  Hier komt duidelijk de opvolging van Christus leer om te prediken naar voor, waarbij er totaal geen sprake is van een geestelijke hiërarchie. Het zijn allemaal Broeders van Christus die Jezus’ voorbeeld navolgen en de Blijde boodschap verkondigen. Omdat zij dit als leken deden, veroordeelde de paus paus Lucius III hen op het concilie van Verona in 1184 als ketters. Hij herhaalde dit op het concilie van Lateranen in 1215 nog eens. Doordat ze in de ban werden gedaan, werden ze eeuwenlang vervolgd en werden tienduizenden Waldenzen vermoord. Toch nam hun aantal toe in Zuid-Frankrijk en Noord-Italië. Aanvankelijk werden zij gesteund door de Zuid-Franse adel, die zich op deze wijze los wilde maken van de koning van Frankrijk. Het meest bekende bloedbad is dat van Mérindol en Cabrières in de Zuidelijke Luberon in 1545. Door het Edict van Nantes uit 1598 kregen de protestanten in Frankrijk godsdienstvrijheid, maar Lodewijk XIV herriep dit edict in 1685, waardoor er opnieuw een verdrukkingsgolf ontstond. Er werd een kruistocht tegen de Waldenzen gericht. Ze verborgen zich echter in de dalen van de Alpen, ten zuidwesten van Turijn. De groep telde ongeveer 700 mensen. Het koninklijk leger probeerde hen daar te verslaan, waarna er slechts 250 mensen over waren.

Pijniging van Waldenzen te Atrecht, Luyken, Casper (1672-1708) 1700 prent

Als ernstige Bijbelonderzoekers en Bijbelgetrouwen vonden de Waldenzen dat zij zich niet mochten verzetten met geweld en verwierpen de wapendracht. Zij wensten ook geen eden af te leggen en onthielden zich van en allerlei kathaarse theorieën en kerkelijke gewoonten zoals aflaatpraktijken en het opdragen van missen voor de overledenen.

Uit de Waldenzen ontstonden doopsgezinde broeders. Omstreeks het jaar 1525 traden de anabaptisten voor het eerst op de voorgrond, en wel in Zürich (Zwitserland). Vanuit die stad verbreidden hun geloofsovertuigingen zich snel naar veel delen van Europa. De vroege zestiende-eeuwse Reformatie had enkele veranderingen teweeggebracht, maar naar de mening van de anabaptisten was men niet ver genoeg gegaan. De doopsgezinden waren onafhankelijke Broeders in Christus. Doordat er geen hierarchie was of een algemeen besturend orgaan vormden zij een  beweging met een groot aantal verschillende groepen met eigen theologische opvattingen. Doch kan men stellen dat de belangrijkste gemeenschappelijke kenmerken van de dopers de opvatting is dat wedergeboorte de voorwaarde is voor het toedienen van de doop. Om wedergeborente kunnen worden moet men besef hebben van wat men gedaan heeft.  Als men het leven is ingegaan is men geboren, maar als men tot Jezus Christus komt en zich wil overgeven aan God kan men tot een wedergeboorte komen. Met volheid van verstand kan men enkel die keuze maken. Daarom kan men alleen volwassenen dopen. Omdat men zelfs aan iemand die als baby was gedoopt verzocht zich te laten “herdopen”, gaf men hun de naam „anabaptisten”, wat „wederdopers” betekent.  (Matthéüs 28:19; Handelingen 2:41; 8:12; 10:44-48)

Groepsdoop in een rivier van de Anabaptisten, schilderij van Jeanron

De onafhankelijke opstelling, in het verlengde van de gedachte van de Waldenzen en “poor priests” of “arme priesters” maakte dat zij ook een kerk zagen als een vereniging op basis van vrijwilligheid, los van invloed van de staat, waartoe mensen als zij tot de jaren van verstand waren gekomen konden toetreden. Zij die gedoopt waren moesten dit doopsel ook tot uiting brengen in hun geloof en hun daden. Zij moesten geen academisch geschoolde theologen worden, maar het prediken moest in hun hart en op hun tong liggen. Op deze punten braken de dopers met de middeleeuwse traditie waarin de samenleving gezien werd als een christelijke maatschappij (het corpus christianum) en liepen zij vooruit op de moderne scheiding van kerk en staat.

In hun verlangen tot de christelijke leer van de eerste eeuw terug te keren, verwierpen zij meer van het rooms-katholieke dogma dan Maarten Luther en andere hervormers hadden gedaan.

„Voor de anabaptisten was de ware Kerk een gemeenschap van gelovigen”, schrijft dr. R. J. Smithson in zijn boek The AnabaptistsTheir Contribution to Our Protestant Heritage.Als zodanig beschouwden zij zich als een vereniging van gelovigen binnen de gemeenschap als geheel, en in het begin kenden zij geen speciaal opgeleide of betaalde predikanten. Evenals Jezus’ discipelen waren zij rondtrekkende predikers die steden en dorpen bezochten en de mensen aanspraken op de markt, in werkplaatsen en in huizen. (Matthéüs 9:35; 10:5-7, 11-13; Lukas 10:1-3). Voor hen moesten er geen speciale kerkgebouwen zijn om God te aanbidden en kon dat even goed in een schuur gedaan worden, wat dan ook meermaals gebeurde om de vele volgelingen op te vangen.

Anabaptist martelaar Maria van Beckum haar broeders vrouw, 1554

Men ging ervan uit dat elke anabaptist persoonlijk rekenschap verschuldigd was aan God, dat hij een vrije wil bezat en zijn geloof door middel van zijn werken toonde maar toch wist dat redding niet alleen door werken werd verkregen. Als iemand tegen het geloof zondigde, kon hij uit de gemeente worden geworpen, want voor hen was het belangrijk dat de gehele gemeenschap zuiver bleef. Verschillen in opvatting over de omgang met zondaars en de mate van wereldmijding leidden tot een grote versplintering van de beweging. Herstel volgde alleen nadat oprecht berouw was getoond. (1 Korinthiërs 5:11-13; vergelijk 2 Korinthiërs 12:21).

Net als de vroege christenen werden ook de anabaptisten niet begrepen. En net als de vroege christenen werden zij beschouwd als personen die de gevestigde maatschappelijke orde verstoorden en ’de bewoonde aarde ondersteboven keerden’ (Handelingen 17:6). In Zürich kantten de autoriteiten, die aan de zijde stonden van de hervormer Huldrych Zwingli, zich vooral tegen de anabaptisten omdat zij de kinderdoop verwierpen. In 1527 brachten zij Felix Mantz, een van de anabaptistische leiders, op wrede wijze door verdrinking om het leven en vervolgden zij de Zwitserse anabaptisten zo hevig, dat zij bijna werden uitgeroeid.

In Duitsland werden de anabaptisten zowel door de katholieken als de protestanten hevig vervolgd. Een keizerlijke verordening, die in het jaar 1528 werd uitgevaardigd, bepaalde dat een ieder die anabaptist werd, zonder enige vorm van proces ter dood gebracht zou worden. De vervolging in Oostenrijk deed de meeste aldaar woonachtige anabaptisten hun toevlucht zoeken in Moravië, Bohemen en Polen, en later in Hongarije en Rusland.

Toen zo veel oorspronkelijke leiders stierven, was het onvermijdelijk dat extremisten op de voorgrond traden. Zij brachten een onevenwichtigheid met zich mee die aanleiding gaf tot veel verwarring en tot gevolg had dat men de maatstaven die men in de beginperiode had gehanteerd, liet varen. Dit trad op tragische wijze aan het licht in het jaar 1534, toen de extremisten met geweld het stadsbestuur van Münster (Westfalen) overnamen. Het jaar daarop werd de stad na veel bloedvergieten en martelingen heroverd. Deze episode strookte niet met de werkelijke anabaptistische leer en heeft er veel toe bijgedragen hen in diskrediet te brengen. Sommige gelovigen trachtten zich van de naam anabaptisten te ontdoen door zich „baptisten” te noemen. Maar welke naam zij ook kozen, zij werden toch nog het slachtoffer van oppositie en in het bijzonder van de katholieke inquisitie.

Melchior Hofmann (ca. 1500 – 1543) van oorsprong een Lutherse lekenprediker hield er chiliastische ideeën op na, wat inhield dat hij er in geloofde dat na de wederkomst van Christus een duizendjarig vrederijk en/of een paradijs op aarde zou vestigen. Met zijn apocalyptische preken en geschriften had hij grote invloed op het ontstaan van het doperse rijk van Münster in 1534 onder leiding van de door Jan Matthijs gedoopte Jan van Leiden (Jan of Johan Beukelsz van Leiden, Johann Bockelson of Johan Beukelszoon) (15091536) die het niet zo nauw nam met getrouwheid aan één vrouw en er 17 tot zich nam.

Melchior Hofmann

De Haarlemse bakker Jan Matthijs (ook bekend als Jan Matthias, Johan Mathijszoon) (ca. 15001534) was rond 1520 door toedoen van Melchior Hoffman wederdoper geworden. Deze laatste had Matthijs met zijn toekomstvisioenen geïnspireerd. Nadat Hoffman gevangen was gezet werd Matthijs een vooraanstaand leider bij de wederdopers. Hij stuurde Jan van Leiden als apostel naar Münster om de wederdopers aldaar te ondersteunen. De geweldloosheid die Hoffman had uitgedragen werd door Matthijs verworpen. Hij was de mening toegedaan dat bij onderdrukking gewapend verzet geoorloofd was. Met Jan van Leiden en Bernhard Rottmann probeerde hij in Münster een “Duizendjarig vrederijk” te stichten, dat nog geen twee jaar duurde.

Menno Simons

Hofmann, die rondreisde in Oost-Friesland en Holland tot 1532 als prediker, wist daar de grondslag te leggen voor een sterke doperse beweging en zijn ideaal van de geweldloosheid werd overgenomen door de latere Friese doperse leider Menno Simons (ca. 14961561), een voormalig rooms-katholiek priester die door heel het Duitse taalgebied christelijke gemeenten oprichtte. deze ging ook uit van het zuivere apostelschap van de christelijke gemeente die volledig zuiver moest gehouden worden, ‘zonder vlek of rimpel’ (Efezen5:27) . Zijn volgelingen worden nu als oudste nog bestaande doperse kerk beschouwd en zijn gekend origine Doopsgezinden. Die mennonieten of mennisten vallen op door hun ouderwetse kledij en gebruiken omdat zij alle hedendaagse ‘onnatuurlijke” hulpmiddelen afzweren. Het streven naar een geweldloze wereld, het weigeren van de eed en de persoonlijke belijdenis van mondige mensen, in plaats van het onderschrijven van de door de kerk vastgelegde teksten is gebleven. Zij kennen noch steeds geen ambtsdragers zoals er ook geen zijn bij de Christadelphians, waar ook niets moet maar mag. De predikanten worden beschouwd als gewoon lid van de gemeente te midden van alle anderen. In 2004 waren er ongeveer 1 miljoen mennonieten en 1,5 miljoen in 2006 met de grootste groeperingen in Canada, de Democratische Republiek van Congo and the Verenigde  Staten van Amerika.

A female Quaker preaches at meeting

Ten slotte emigreerden groepen anabaptisten, op zoek naar meer vrijheid en vrede. Op het ogenblik treffen wij hen zowel in Noord- en Zuid-Amerika als in Europa aan. Veel groeperingen hebben een zekere invloed ondervonden van hun vroege leerstellingen, zoals onder andere het door George Fox in 1649 opgerichte “Genootschap der Vrienden” dikwijls beter gekend onder de naam Quakers.Verder baptisten en de Plymouth Brethren. De quakers delen de door de anabaptisten gekoesterde haat ten opzichte van oorlog en de gedachte van leiding door een ’innerlijk licht’.

Not a mennoniteMennonitische zusters

De anabaptisten bestaan thans voornamelijk voort in twee specifieke groeperingen. De eerste is die der Hutterse Broeders, genoemd naar hun zestiende-eeuwse leider Jacob Hutter. In de quakergemeenschap in Nederland, evenals elders in de wereld, bestaan verschillende affiniteiten waaronder een evangelische, vrijzinnig-christelijke en universalistische. Zoals de de minder radicale Mennonietische hoofdstroom en de Alsaser Anabaptistische  schismatise strekking van Jakob Amman (16441730) de Old Order Mennonite en de groep beter gekend onder de naam Amish (Amisch, Amische) of Amish Mennonites heeft men enkele Quaker groeperingen die het werelds genot verwerpen en een ascetisch leven nastreven. Veel Amish gemeenschappen emigreerden  vanaf 1737 vanuit Europa  naar Noord-Amerika omdat hun levenswijze in Europa vaak nauwelijks getolereerd werd. Dit gebeurde onder invloed van de uitnodiging van William Penn die ook de andere religieuze minderheden zoals Quakers en Hernhutters had gevraagd om naar zijn kolonie Pennsylvania in Noord-Amerika te komen om zich daar te vestigen. Zo’n 500 Amish gingen op deze uitnodiging in. In de 19e eeuw, als reactie op politieke (Franse Revolutie) en economische (Industriële revolutie) veranderingen, volgden nog eens 3.000 personen. Als gevolg hiervan stonden in 2005 zo’n 224.000 Amish geregistreerd in 22 Amerikaanse staten, waarvan het merendeel in Pennsylvania, Ohio en Indiana waar zij nog Pennsylvania Dutch of Pennsylvania German spreken. Dezen hebben wel districten die  worden geleid door een bisschop, enkele ministers en diaken.  Hun leden zijn wel gebonden door opgelegde strengen gemeenschapsregels: de Ordnung. Deze regels bedekken de meeste aspecten van het dagelijkse leven en omvatten verboden of beperkingen op het gebruik van elektrische leidingselektriciteit, telefoons en auto’s evenals voorschriften op kledij. Alsook wordt er de voorkeur gehouden zich afstandelijk te houden van de rest van de wereld. Behalve voor een tijdelijk moment wanneer de jongeren voor de beslissing om over te gaan tot hun doop even in de wereld worden losgelaten om zo hun keuze te bepalen. Deze kennismaking met de rest van de wereld tijdens adolescentie wordt rumspringa (Rumschpringe of Rumshpringa) of “rondlopen” genoemd. Niet alle amishe mennonieten gebruiken deze term (in de verlengde discussie over adolescentie treft men het niet aan bij die van Hostetler) , maar in groepen die het wel doen wordt deze tijd door de amishe ouderen aanschouwd als een tijd voor verkering en het vinden van een echtgenoot/echtgenote. Bij de Amish die zich verzette tegen autogebruik werd de Groffdale Conferentie mennonietische  Kerk of Groffdale Conference Mennonite Church (die ook naar Bisschop Joseph Wenger is genoemd). De rest van de Weaverland Conferentie is gekend onder de naam Horning Church of “Black-bumped Mennonites” (Zwart-Verdrongen mennonieten) voor hun vroegere gewoonte om van hun gekochte auto’s het opzichtige chroom met zwarte verf te verdoezelen.

Mennonitisch zusters anno 2011 zonder gordel

About Christadelphians

Free Christadelphians or Brothers and sisters in Christ, living in Belgium, European Union. - Vrijë Christadelphians of Broeders en zusters in Christus wonende in België in de Europese Unie.
This entry was posted in Broeders, Christendom, Geschiedenis and tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

5 Responses to Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #12 Anabaptisten

  1. Pingback: Vernieuwing in de kerk en verzoek om terug naar de bron te gaan « Bijbelvorser = Bible Researcher

  2. Pingback: Catholicism, Anabaptism and Crisis of Christianity « Stepping Toes

  3. Pingback: Waar zijn de klauwende Vlaamse Leeuwen gebleven 2 Mondgesnoerde Vlamingen | Marcus' s Space

  4. Pingback: Gods vergeten Woord 1 Inleiding | Broeders in Christus

  5. Pingback: Doopsel en bloedvergieten ter vergeving | Belgian Biblestudents - Belgische Bijbelstudenten

Laat een Reactie achter - Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s